Mandaatbesluit van het college van burgemeester en wethouders en van de burgemeester van de gemeente Valkenburg aan de Geul inzake uitvoering Centrumregeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie Sociale Zaken Maastricht – Heuvellandgemeenten

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Valkenburg aan de Geul

 

Gelezen

het voorstel van het Portefeuillehoudersoverleg Sociale Zaken Maastricht-Heuvelland d.d. 19 december 2025 tot mandatering van de aan het college opgedragen taken en bevoegdheden voor de uitvoering van de Participatiewet en de daarmee samenhangende wetten en uitvoeringsregelingen op het gebied van inkomens- en bijstandsvoorzieningen:

 

Overwegende dat

  • de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul voor de uitvoering van bovengenoemde wetten en uitvoeringsregelingen de Centrumregeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie Sociale Zaken Maastricht – Heuvellandgemeenten (hierna: Centrumregeling SZMH) getroffen hebben, waarbij de gemeente Maastricht als centrumgemeente is aangewezen;

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht de taken en bevoegdheden van de afzonderlijke colleges van burgemeester en wethouders van de andere deelnemende gemeenten op grond van bovengenoemde wetten en uitvoeringsregelingen zal uitvoeren;

  • de burgemeesters de gemeenten in en buiten rechte vertegenwoordigen.

 

 

Gelet op

  • de artikelen 4 en 5 van de Centrumregeling SZMH;

  • Hoofdstuk 9 en hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • Artikelen 160 en 171 Gemeentewet

 

Besluit

Het navolgende mandaatbesluit vast te stellen:

 

 

 

Artikel 1 Begripsbepaling

Artikel 1 van de Centrumregeling SZMH en artikel 1 van het Dienstverleningshandvest Sociale Zaken Maastricht-Heuvelland 2026-2030 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2 Mandaat

  • 1.

    Aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wordt mandaat verleend voor de uitoefening van alle taken en bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders in het kader van de uitvoering van de volgende wetten en de bij of krachtens deze wetten geldende regelingen, verordeningen en besluiten:

  • a.

    de Participatiewet, inclusief overgangsrecht Wet werk en bijstand;

  • b.

    de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  • c.

    de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

  • d.

    de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

  • e.

    de Wet kinderopvang voor zover het betreft het besluit op het recht op, het bepalen van de hoogte en het verstrekken van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet kinderopvang;

  • f.

    Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, voor zover het de uitvoering van de wetten genoemd onder a tot en met d betreft;

  • g.

    de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor zover het betreft het nemen van een beschikking inhoudende een plan van aanpak of een weigering tot schuldhulpverlening ten aanzien van ondernemers;

  • h.

    de Wet open overheid voor zover het de uitvoering van de onder a tot en met g bedoelde taken en bevoegdheden betreft.

  • 2.

    Aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van alle handelingen die voortvloeien uit de toepassing van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), voor zover deze verband houden met de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de in het eerste lid genoemde taken en bevoegdheden.

  • 3.

    Aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wordt mandaat verleend voor de uitoefening van alle taken en bevoegdheden op grond van Algemene wet bestuursrecht voor zover nodig voor de voorbereiding van de uitoefening van de in het eerste en tweede lid genoemde taken en bevoegdheden.

  • 4.

    Het mandaat in het kader van de in het eerste lid genoemde wet- en regelgeving houdt tevens in:

  • a.

    het behandelen van en beslissen op bezwaarschriften;

  • b.

    het afhandelen van klachten overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht die betrekking hebben op handelingen in samenhang met de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden;

  • c.

    het voeren van verweer in (hoger) beroepsprocedures en de procesvertegenwoordiging;

  • d.

    het nemen van zuivere schadebesluiten, en

  • e.

    het doen van aangifte van strafvervolging in het kader van de wetten genoemd in artikel 2, eerste lid onder a tot en met e.

  • 5.

    Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van (onder)mandaat gelijk gesteld, de verlening van (sub)volmacht om namens het college, dan wel namens de gemeente privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en daartoe te besluiten.

Artikel 3 Kaders

  • 1.

    Het mandaat kan slechts worden uitgevoerd met inachtneming van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Het mandaat ziet zowel op een afdoenings- als een ondertekeningsmandaat alsmede op positieve dan wel negatieve (rechts)handelingen.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Maastricht zijn bevoegd bij afzonderlijk besluit ten aanzien van de uitoefening van deze mandaten ondermandaat te verlenen.

  • 4.

    Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van (onder)mandaat gelijk gesteld, de verlening van (sub)machtiging om namens de gemeente handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 4 Mandaatregeling Maastricht

Op de uit te oefenen mandaten en ondermandaten is de vigerende Mandaatregeling inclusief mandaat- volmacht- en machtigingslijst Gemeente Maastricht van overeenkomstige toepassing voor zover het de uitvoering van bovengenoemde wetten, regelingen en besluiten betreft.

Artikel 5 Akkoord mandaatgevers

  • 1.

    De mandaathouder legt een gemandateerde beslissing ter besluitvorming voor aan de mandaatgevers, in de volgende gevallen:

  • a.

    het beleid van dat college is betrokken;

  • b.

    voor het nemen van een beslissing in verzet en hoger beroep te gaan tegen een beslissing van de bestuursrechter in eerste aanleg, en

  • c.

    besluiten over toepassing van een hardheidsclausule.

  • 2.

    Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder a, wordt in elk geval geacht dat het beleid van de mandaatgevers bij een te nemen beslissing is betrokken als

  • a.

    er het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid;

  • b.

    er rekening mee gehouden moet worden, dat de betrokken portefeuillehouder en/of het college op zijn of haar verantwoordelijkheid voor de te nemen beslissing zal worden aangesproken;

  • c.

    uit de te nemen beslissing niet voorziene financiële of andere zwaarwegende bestuurlijke gevolgen kunnen voortvloeien, en

  • d.

    dit door of namens het in het eerste lid bedoelde college kenbaar is gemaakt.

Artikel 6 Ondertekening

Een krachtens mandaat genomen besluit, alsmede de op de gemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende brieven, worden door de gemandateerde als volgt ondertekend:

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul,

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

 

de burgemeester,

[naam]

 

de gemeentesecretaris,

[naam]

Artikel 7 Ondermandaat

  • 1.

    Indien het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van Maastricht beslist tot het verlenen van een ondermandaat doen ze dit schriftelijk. Het betreffende besluit wordt ter kennis gebracht van het betreffende college van burgemeester en wethouders of burgemeester.

  • 2.

    Een krachtens ondermandaat genomen besluit, als bedoeld in het eerste lid, alsmede de op de onder-gemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende brieven worden door de onder-gemandateerde als volgt ondertekend:

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

(functie gemandateerde),

Namens deze

(functie ondergemandateerde ),

(handtekening ondergemandateerde )

(naam)

Artikel 8 Plaatsvervanging

In geval van afwezigheid van functionarissen, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn (onder)gemandateerd, zijn de regels gesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht van overeenkomstige toepassing als bedoeld in artikel 4.

Artikel 9 Evaluatie

  • 1.

    De werking van dit mandaatbesluit wordt tweejaarlijks geëvalueerd op zijn doelmatigheid en doeltreffendheid.

  • 2.

    Zowel de mandaatgevers als mandaathouders kunnen onderwerpen voor de evaluatie voorstellen.

  • 3.

    Het Portefeuillehoudersoverleg zoals vermeld in artikel 6 van de Centrumregeling SZMH coördineert de evaluatie.

Artikel 10 Inwerkingtreding en algemene vervangingsbepaling

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.

  • 2.

    Dit besluit vervangt eerdere mandaatbesluiten van de mandaatgevers aan de mandaathouder betreffende deze bevoegdheden. Deze gelden hierbij als ingetrokken.

Artikel 11 Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als “Mandaatbesluit SZMH Valkenburg aan de Geul 2026’’.

 

Aldus vastgesteld op 3 februari 2026 in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul.

De secretaris De burgemeester

Mr. G.S. Reehuis D.M.M.T. Prevoo

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht heeft op 27 januari 2026 ingestemd met dit mandaatbesluit.

Naar boven