|
Artikel
|
Was
|
Wordt
|
|
Intitulé
|
Intitulé
Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2020
Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland;
gelet op paragraaf 6.4 en 6.5 van Participatiewet, paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen de volgende:
|
Intitulé
Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2026
Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland;
gelet op paragraaf 6.4 en 6.5 van Participatiewet, paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende:
- -
dat het college bij de terugvordering, het verhaal en de invordering van vorderingen een evenwicht nastreeft tussen een zorgvuldige uitvoering van de wettelijke taken en het voorkomen van problematische schulden bij inwoners;
- -
dat bij de invordering van gemeentelijke vorderingen wordt aangesloten bij de landelijk geldende uitgangspunten voor minnelijke schuldhulpverlening, zoals gehanteerd door de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) en neergelegd in het Convenant Lokale Overheid;
besluit vast te stellen de volgende:
|
|
1 t/m 9
|
Ongewijzigd
|
Ongewijzigd
|
|
10
|
Artikel 10 Invordering en kwijtschelding
- 1.
Het college stelt zich tot doel om de teruggevorderde uitkering en de op derden verhaalde bijstand optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet.
- 2.
Het college ziet van gehele of gedeeltelijke (verdere) invordering af, als de belanghebbende:
- a.
een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen heeft getroffen, dan wel een (voorlopige) schuldsaneringsregeling door de rechtbank van toepassing is verklaard zoals bedoeld in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Bij deze minnelijke regeling wordt een fraudevordering op de belanghebbende niet meegenomen;
- b.
een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
- c.
een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende vijf jaar weliswaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de eventueel op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigenbeweging heeft betaald;
- d.
gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;
- e.
een bedrag overeenkomend met 50% van de restsom in één keer aflost;
- f.
een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd.
- 3.
In afwijking van het tweed lid b, c en d is de termijn geen vijf maar tien jaar bij besluiten tot terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht.
- 4.
In afwijking van het tweed lid b, c en d is de termijn geen vijf jaar maar drie jaar als de belanghebbende drie jaar heeft geleefd van een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet en wanneer het geen fraudevordering betreft.
- 5.
Het tweede lid is niet van toepassing als een opgelegde periodieke onderhoudsverplichting nog niet is geëindigd.
- 6.
Kwijtschelding vindt niet plaats als de vordering:
- a.
door middel van beslag of (vereenvoudigd) derdenbeslag wordt ingevorderd;
- b.
voor invordering is overgedragen aan de gerechtsdeurwaarder, dan wel;
- c.
wordt gedekt door pand of hypotheek op een of meer goederen, dit voor zover de vordering op deze goederen kan worden verhaald.
|
Artikel 10 Invordering en kwijtschelding
- 1.
Het college stelt zich tot doel om de teruggevorderde uitkering en de op derden verhaalde bijstand zorgvuldig en verantwoord in te vorderen, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet.
- 2.
Ter bevordering van de schuldenrust worden alle actieve incassomaatregelen op bestaande vorderingen opgeschort in de volgende gevallen:
- a.
na ontvangst van een kennisgeving schuldhulpverlening, voor een periode van maximaal 8 maanden;
- b.
na ontvangst van een saldoverzoek voor een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, opnieuw voor een periode van maximaal 8 maanden.
- 3.
Het college werkt in beginsel mee aan een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
- 4.
Dit houdt in dat, indien het college bij de verstrekking van de saldo-opgave aan de schuldbemiddelaar geen belemmeringen heeft aangegeven, het college bij voorbaat akkoord gaat met het schuldregelingsvoorstel.
- 5.
Onder een belemmering als bedoeld in het vierde lid wordt in ieder geval verstaan een vordering die is ontstaan als gevolg van fraude, waarbij sprake is van opzet of grove schuld.
- 6.
Het college ziet van gehele of gedeeltelijke (verdere) invordering af, als de belanghebbende:
- a.
een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen heeft getroffen, dan wel een (voorlopige) schuldsaneringsregeling door de rechtbank van toepassing is verklaard zoals bedoeld in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Bij deze minnelijke regeling wordt een fraudevordering op de belanghebbende niet meegenomen;
- b.
een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
- c.
een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende vijf jaar weliswaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de eventueel op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigenbeweging heeft betaald;
- d.
gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;
- e.
een bedrag overeenkomend met 50% van de restsom in één keer aflost
- f.
een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd.
- 7.
In afwijking van het zesde lid b, c en d is de termijn geen vijf maar tien jaar bij besluiten tot terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht.
- 8.
In afwijking van het zesde lid b, c en d is de termijn geen vijf jaar maar drie jaar als de belanghebbende drie jaar heeft geleefd van een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet en wanneer het geen fraudevordering betreft.
- 9.
Het zesde lid is niet van toepassing als een opgelegde periodieke onderhoudsverplichting nog niet is geëindigd.
- 10.
Kwijtschelding vindt niet plaats als de vordering:
- a.
door middel van beslag of (vereenvoudigd) derdenbeslag wordt ingevorderd;
- b.
voor invordering is overgedragen aan de gerechtsdeurwaarder, dan wel
- c.
wordt gedekt door pand of hypotheek op een of meer goederen, dit voor zover de vordering op deze goederen kan worden verhaald.
|
|
11 t/m 12
|
Ongewijzigd
|
Ongewijzigd
|
|
13
|
Artikel 13 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2020.
|
Artikel 13 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 maart 2026.
|
|
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,
de secretaris,
Marco de Graaf
de burgemeester,
Rob Bats
|
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,
de waarnemend secretaris,
Dennis Eikenaar
de burgemeester,
Erik de Groot
|