Gemeenteblad van Deventer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 96092 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 96092 | beleidsregel |
Beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2026 gemeente Deventer
Burgemeester en wethouders van Deventer,
Gelet op de overwegingen beschreven in nota nr. 2026-43
Beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2026 gemeente Deventer
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015
Bovengenoemde bepaling het college van Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid geven de wijze waarop toegang kan worden verkregen tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang te formaliseren.
Vast te stellen de volgende beleidsregels:
'Beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2026 gemeente Deventer' onder gelijktijdige intrekking van de 'beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2025'.
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de bekendmaking.
Voor u liggen de beleidsregels Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang voor de gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen. Dit document vormt de inhoudelijke basis voor het verlenen van toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang. Daarnaast biedt dit document inzicht in hoe het proces eruit ziet/doorlopen wordt, biedt het nadere informatie over grensvlakken en biedt het nadere informatie over kwaliteitscriteria.
Omwille van de leesbaarheid is steeds ‘hij’ geschreven in de tekst. Waar ‘hij’ staat kan uiteraard ook ‘zij’ worden gelezen.
Verklaring van begrippen zoals in dit document gebruikt.
Begeleiding: activiteiten waarmee een persoon herstelgericht wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Er is sprake van het herhaaldelijk toepassen van aangeleerde vaardigheden in de praktijk. De zelfredzaamheid en participatie van de cliënt worden hiermee bevorderd.
Behandeling: van behandeling is sprake als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke (medische) deskundigheid van een behandelaar is vereist. Behandeling is veelal Zvw gefinancierd c.q. geen onderdeel van de Wmo.
Beschermd Wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen is er ook voor mensen met licht verstandelijke beperkingen.
Beschut Wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met een clustering van minimaal 6 wooneenheden waarbij de cliënt zelf huur betaalt. Het bijbehorende toezicht vindt overdag en/of ’s avonds plaats door directe aanwezigheid van professionele hulpverlening. Daarbuiten is professionele hulpverlening telefonisch bereikbaar en desgewenst binnen 30 minuten op locatie aanwezig. Toezicht en begeleiding is gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid, regie en maatschappelijke participatie, het psychisch, psychosociaal, cognitief en/of sociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Beschut Wonen is er ook voor mensen met licht verstandelijke beperkingen. Beschut Wonen kan onder bepaalde voorwaarden ook met verblijf worden toegekend.
Cliëntprofiel/cliëntperspectief: profiel/perspectief waarmee het regionaal toegangsteam BW/MO bij aanvang van Beschermd Wonen of maatschappelijke opvang bij de cliënt vaststelt wat het profiel/perspectief op ontwikkeling en uitstroom is. Het profiel/perspectief dient hiermee als hulpmiddel voor de zorgaanbieder en het regionaal toegangsteam BW/MO bij het formuleren van een samenhangende aanpak.
Herstelgericht: gericht op het voeren van meer eigen regie op het leven. Bij herstellen gaat het om een zeer persoonlijk en uniek proces waarin iemands opvattingen, waarden, gevoelens, doelen en rollen veranderen. Het leidt tot een leven met meer voldoening, waarin hoop een plaats heeft en men kan geven en nemen ondanks de beperkingen die met de aandoening gepaard gaan. Herstel heeft te maken met het ontstaan van nieuwe betekenis en zin in het leven, terwijl men over de gevolgen van de aandoening heen groeit.
Mantelzorger: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, Beschermd Wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Participatieprobleem: een verschil tussen verwachte en werkelijke uitvoering van de domeinen van activiteiten en participatie van de ICF (internationale classificatie van functioneren): leren en toepassen van kennis, algemene taken en eisen, communicatie, mobiliteit, zelfverzorging, huishouden, tussenmenselijke interacties en relaties, belangrijke levensgebieden, maatschappelijk sociaal en burgerlijk leven.
Psychische problematiek: problematiek waarbij een of meer symptomen veroorzaakt wordt door in de psyche gelegen factoren. Dit hoeft niet noodzakelijk een psychiatrische stoornis te zijn waarbij een behandeling of medicatie vaak nodig is. Bij de classificatie worden criteria gehanteerd die uitgaan van een (groep van) symptomen (DSM-V).
Psychosociale problematiek: er is sprake van psychosociale problemen, wanneer er een ernstige (psychische) ontwrichting van de cliëntsituatie in relatie tot zijn sociale omgeving is en deze ontwrichting kan leiden tot ernstige participatieproblemen. De beperkingen moeten ernstig zijn en zich afspelen op een of meerdere leefgebieden, waardoor de zelfredzaamheid van de cliënt ernstig beperkt is.
Toezicht: 24 uur per dag de directe aanwezigheid van professionele hulpverleners, die zorg en begeleiding leveren, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, psychisch en psychosociaal beter functioneren, stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of voor anderen.
1. Het proces van melding tot beschikking
1.1. Beschermd Wonen en Beschut Wonen
Beschermd Wonen (BW) en Beschut Wonen zijn een maatwerkvoorziening. Centrumgemeente Deventer stelt bij de toegang tot BW en Beschut Wonen het gesprek met de inwoner centraal. De gemeente zoekt samen met de inwoner naar de best passende ondersteuning, in de eigen specifieke omgeving, met zijn of haar eigen behoeften. Om samen te komen tot de meest passende ondersteuning, hanteert de gemeente de uitgangspunten uit de Wmo, aangevuld met de beleidsregels van de gemeente Deventer en de Handreiking Landelijke Toegankelijk Beschermd Wonen van de VNG (hst 2).
Als een inwoner bij het College een melding doet van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het College – feitelijk het regionaal toegangsteam BW/MO - in samenspraak met de cliënt (al dan niet samen met een vertegenwoordiger, naastbetrokkenen uit het eigen sociaal netwerk en/of een onafhankelijk cliëntondersteuner), zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 6 weken, een onderzoek uit naar:
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn eventuele behoefte aan BW of Beschut Wonen;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie, aan BW of aan Beschut Wonen;
Dit proces ziet er in de praktijk als volgt uit:
Melding: een inwoner uit - al dan niet na doorverwijzing vanuit de lokale toegang van de gemeente Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte of Zutphen - een ondersteuningsbehoefte bij het regionaal toegangsteam BW/MO. Het regionaal toegangsteam BW/MO bevestigt de ontvangst van deze melding bij de melder.
Aanleveren: de inwoner kan een (eerste versie van een) persoonlijk (ondersteunings)plan 1 indienen.
Onderzoek: het regionaal toegangsteam BW/MO houdt een keukentafelgesprek (samen met een Wmo-consulent van de gemeente Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen) en maakt een verslag van de uitkomsten. Deze onderzoeksperiode neemt maximaal 6 weken in beslag. De cliënt en zijn mantelzorger worden voor het onderzoek gewezen op de mogelijkheid van gratis clientondersteuning.
Dit proces wordt elders in meer detail toegelicht.
Tegen het besluit tot afwijzing van een aanvraag kan bezwaar worden ingediend (zie artikel 6.5 van de Algemene wet bestuursrecht). Hiervoor geldt een reactietermijn van zes weken na datum formeel besluit.
Maatschappelijke opvang (MO) is een maatwerkvoorziening. Centrumgemeente Deventer werkt voor de toegang tot MO samen met IrisZorg. Om samen te komen tot de meest passende ondersteuning, hanteren de gemeente en IrisZorg de uitgangspunten uit de Wmo, aangevuld met de nadere beleidsregels van de centrumgemeente Deventer (hstk 4).
Als een inwoner bij het College of direct bij IrisZorg een melding doet van een behoefte aan maatschappelijke opvang, voert het College - lees het regionaal toegangsteam BW/MO - in samenspraak met de cliënt (al dan niet samen met een naastbetrokkenen uit het eigen sociaal netwerk en/of een onafhankelijk cliëntondersteuner), zo spoedig mogelijk, een onderzoek uit naar:
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn eventuele behoefte opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan opvang;
We beschrijven dit proces voor de crisisopvang en voor de 24-uursopvang.
1.2.1. Proces voor de crisisopvang
Beoordelen: de medewerker van IrisZorg beoordeelt voor welke vorm van crisisopvang (24 uurs of ambulant) de persoon in aanmerking komt. In het geval er geen plek is, kan de persoon op de wachtlijst worden geplaatst en worden ter overbrugging de volgende opties onderzocht: 1) alsnog opvang in het eigen netwerk al dan niet met ambulante begeleiding, 2) tijdelijke opvang in een andere regio, 3) opname in de 24-uursopvang in afwachting van een plek in de crisisopvang. Bij plaatsing op de wachtlijst moet de persoon wekelijks naar IrisZorg bellen om zijn plek op de wachtlijst te bevestigen en naar de voortgang te informeren.
Besluit: op basis van het triagegesprek en de beoordeling daaruit, wordt een besluit genomen door IrisZorg met betrekking tot de toegang/toelating tot de crisisopvang. Toegang tot de crisisopvang wordt verleend voor een periode van 6 weken en gaat in vanaf het moment dat een persoon geplaatst is. IrisZorg informeert het regionaal toegangsteam BW/MO over het door haar genomen besluit.
Tweede onderzoek: Het regionaal toegangsteam BW / MO gaat in gesprek met de persoon en de maatschappelijk hulpverlener die hem ondersteunt vanuit de crisisopvang. Centraal in dit gesprek staat het (mee)zoeken van de eigen kracht van de persoon en de vraag hij naartoe kan en wil werken. Naar aanleiding van dit onderzoek kan de persoon een aanvraag doen.
1.2.2. Proces voor de 24-uursopvang
Melding: de persoon die dak- of thuisloos is meldt zich bij de 24-uursopvang (dat kan overdag tot 21.30 uur). Door de dienstdoende medewerker van de nachtopvang wordt gekeken of de persoon toegang tot de voorziening kan worden verleend2 .
Onderzoek: Als de persoon toegang kan worden verleend wordt direct een medewerker van IrisZorg geïnformeerd. Een medewerker van IrisZorg zal op korte termijn een intakegesprek met deze persoon hebben. Er volgt dan uitgebreider onderzoek met de persoon die toegang tot de voorziening is verleend en er wordt direct een plan gemaakt om op zo kort mogelijke termijn (in ieder geval binnen de eerste twee weken) uitstroom te bewerkstelligen.
Besluit: op basis van het gesprek, onderzoek en de beoordeling daaruit, wordt binnen twee weken een besluit genomen door IrisZorg met betrekking tot de toegang/toelating tot de 24-uursopvang. Toegang tot de 24-uurssopvang wordt verleend voor een periode van 6 weken en gaat in vanaf het moment dat een persoon geplaatst is. IrisZorg informeert het regionaal toegangsteam BW/MO over het door haar genomen besluit.
Tweede onderzoek: Het regionaal toegangsteam BW / MO gaat in gesprek met de persoon en de maatschappelijk hulpverlener die hem ondersteunt vanuit de 24-uursopvang. Centraal in dit gesprek staat het (mee)zoeken van de eigen kracht van de persoon en de vraag hij naartoe kan en wil werken. Naar aanleiding van dit onderzoek kan de persoon een aanvraag doen.
2. Toegangskader Beschermd Wonen
Een inwoner komt in aanmerking voor Beschermd Wonen (BW), voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn eigen sociale netwerk, zelfstandig te wonen, te participeren en zich niet kan handhaven in de samenleving.
2.2. Toegangscriteria Beschermd Wonen
Om toegang te kunnen krijgen tot BW, hanteert de centrumgemeente Deventer onderstaande toegangscriteria. De toegang wordt bepaald door algemene cliëntkenmerken, de aard van de problematiek en de ondersteuningsbehoefte. Deze criteria dienen allen aanwezig te zijn. Wanneer een cliënt voldoet aan de toegangscriteria maar daarnaast ook voldoet aan een van de uitsluitingsgronden (zie artikel 2.3), dan wordt toegang geweigerd.
De centrumgemeente Deventer onderschrijft de Handreiking Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen van de VNG en werkt hiermee conform het landelijk afgesloten convenant tussen de centrumgemeenten.
2.2.2. Aard van de problematiek
De cliënt heeft psychische problemen en/of psychosociale problemen en/of een licht verstandelijke beperking (LVB)3 .
De problemen die de cliënt ondervindt in het zelfstandig wonen en participeren in de samenleving zijn niet op te lossen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp vanuit andere personen uit het eigen sociaal netwerk, algemene of andere maatwerk voorzieningen en/of (para)medische zorg.
De cliënt heeft behoefte aan begeleiding. Daaronder worden activiteiten verstaan waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Er is sprake van het herhaaldelijk toepassen van aangeleerde vaardigheden in de praktijk. De zelfredzaamheid en participatie van de cliënt worden hiermee bevorderd.
Om tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoefte levert BW een passende en noodzakelijke bijdrage aan het bevorderen van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, het psychisch, psychosociaal, cognitief en/of sociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.
2.3. Uitsluitingsgronden voor Beschermd Wonen
Voor het toekennen van de maatwerkvoorziening BW zijn onderstaande uitsluitingsgronden van kracht (behandeling, aanspraak op andere voorziening, bepaalde crisissituaties).
De cliënt verblijft in een instelling of is hierop aangewezen en dat verblijf is noodzakelijk voor de behandeling van een psychiatrische stoornis en of noodzakelijk is voor een verstandelijke beperking. Er is sprake van behandeling als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid (van een behandelaar) is vereist.
2.4. Afstemming ter voorkoming dat cliënten tussen wal en schip vallen
Afstemming met aangrenzende domeinen en tussen (centrum)gemeenten is belangrijk en vindt plaats wanneer de situatie daarom vraagt. Om te voorkomen dat cliënten tussen wal en schip vallen, vindt afstemming (op gemeentelijk initiatief) in ieder geval plaats bij onderstaande situaties om te bepalen welk wettelijk kader de meest passende ondersteuning biedt:
Indien de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening BW, wordt de ondersteuning standaard geleverd in natura (Zorg in Natura, ZIN). Centrumgemeente Deventer subsidieert een groot aantal aanbieders voor beschermd wonen. Hierdoor is het mogelijk de vraag voor een maatwerkvoorziening BW in ZIN te voldoen. In situaties dat de cliënt het aanbod niet passend acht en een voorkeur heeft voor een persoonsgebonden budget (Pgb), gelden hiervoor de aanvullende criteria, zie 2.6.
De inwoner met een geldige beschikking voor BW kan zich wenden tot een zorgaanbieder waarbij de aanbieder beschermd wonen kan bieden: verblijf in een instelling met bijbehorend toezicht, zorg en ondersteuning.
2.5.2. Persoonsgebonden Budget (Pgb)
Een budget waarbij de cliënt zelf verantwoordelijk is om zorgovereenkomsten op te (laten) stellen, zorg in te kopen, zorg te toetsen op standaardkwaliteit en betalingen te verrichten voor zorg en ondersteuning (geen verblijf) op basis van een maatwerkvoorziening BW. De cliënt is dus zelf verantwoordelijk voor onder andere het aangaan van contracten, aansturen van zorgverleners en het voeren van een juiste administratie.
2.6. Aanvullende criteria toekenning Pgb
Voor het Pgb gelden, net als voor Zin, eerdergenoemde criteria en uitsluitingsgronden. Aanvullend hierop gelden onderstaande criteria:
Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een persoonsgebonden budget, dient hij daartoe een budgetplan in volgens een door het college vastgesteld model. In het budgetplan is opgenomen:
de motivering van zijn standpunt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen;
Het college weigert de verlening van een persoonsgebonden budget indien:
naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt;
Als de cliënt de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken uitvoert met hulp van de betrokken formele ondersteuner, diens personeel of op een andere wijze aan de ondersteuner verbonden persoon, kan het college een persoonsgebonden budget in beginsel weigeren op grond van belangenverstrengeling.
2.7 Criteria wooninitiatief bij toekenning Pgb5
2.8 Wonen in een accommodatie van een instelling
De definitie van Beschermd wonen in de wet luidt: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Tegelijkertijd is in de Memorie van Toelichting in de Wmo 2015 duidelijk gemaakt dat die definitie in de praktijk ruimer kan worden opgevat en dat er ook een veelheid aan andere verschijningsvormen is die door de wet niet onmogelijk worden gemaakt: “Achter een ‘accommodatie van een instelling’ kan een veelheid van variëteiten schuilgaan”. Uitgangspunt - zowel voor zorg in natura als voor persoonsgebonden budget - is aansluiting bij de wettelijke definitie “wonen in de accommodatie van een instelling”.
Wanneer een cliënt een toegang krijgt voor het beschermd wonen wordt daarmee feitelijk aangegeven dat iemand niet thuis kan wonen, maar moet wonen in een accommodatie van een instelling met de daarbij behorende toezicht en begeleiding. Dit zou wel mogelijk kunnen zijn in een kleinschalige woonvorm, mits aan dezelfde kwaliteitseisen wordt voldaan als bij de gesubsidieerde instellingen voor beschermd wonen. Als de cliënt liever thuis wil blijven wonen, dan is er volgens die strikte lijn geen sprake van beschermd wonen. De gemeente kan dan ambulante begeleiding toewijzen en geen beschermd wonen. Die vrijheid heeft de gemeente, zolang er maatwerk geleverd kan worden voor de cliënt en er geen onderscheid wordt gemaakt tussen zorg in natura en persoonsgebonden budget.
2.9 Cliëntprofielen dan wel cliëntperspectieven
Het doel van cliëntprofielen is het inschatten van cliëntperspectief op ontwikkeling en doorstroom naar zelfstandigheid en al dan niet uitstroom BW. We onderscheiden drie cliëntprofielen/cliëntperspectieven, te weten: langdurig zorgafhankelijk, ontwikkelgericht en uitstroomgericht.
Bij cliëntprofielen/cliëntperspectieven gelden twee belangrijke aandachtspunten.
De individuele ontwikkelpotentie altijd in het oog hebben. Twee profielen/perspectieven zijn sterk gericht op uitstroom, een profiel/perspectief is dat veel minder. Uitstroom is natuurlijk niet de enige manier om te ontwikkelen en groeien in zelfstandigheid. De ontwikkelgedachte moet altijd centraal staan. Ook cliënten waarbij uitstroom nu niet mogelijk lijkt kunnen in de toekomst meer zelfstandig worden.
Geen directe samenhang met ondersteuningspakketten De huidige zwaarte van de ondersteuning (gekoppeld aan het ondersteuningspakket, dat gaat over de inhoud van de ondersteuning die geleverd wordt) heeft geen directe relatie met de ontwikkelpotentie (uitgedrukt in een cliëntprofiel, dat gaat over het perspectief). Een cliënt met (nu nog) zware ondersteuning vanuit een hoog pakket kan grote ontwikkelpotentie hebben en op korte termijn misschien zelfstandig wonen, terwijl een cliënt met een lichte vorm van ondersteuning vanuit een laag pakket deze blijvend nodig kan hebben.
2.9.1 Langdurig zorgafhankelijk
Doelgroep: de inwoner ontvangt ondersteuning gericht op herstel en/of stabiliteit en heeft meerdere psychiatrische stoornissen, psychosociale problematiek en/of LVB. De inwoner kan op lange termijn (naar verwachting langer dan drie jaar) mogelijk zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of Wet langdurige zorg (Wlz).
Dit zijn bijvoorbeeld inwoners waarbij volledige zelfstandigheid niet haalbaar is omdat ze vanwege hun psychiatrische aandoening of LVB weinig tot geen basisvaardigheden kunnen ontwikkelen. Stabiliteit bieden is mogelijk het maximaal haalbare.
Doel: bieden van een veilige woonomgeving, inzet gericht op ondersteuning bij het wonen en/of het herstel, zodat meer stabiliteit ontstaat.
Doelgroep: de inwoner kan op middellange termijn (naar verwachting binnen één tot drie jaar) zelfstandig wonen en doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners die weinig basisvaardigheden hebben om zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving, maar die naar verwachting wel kunnen ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan uitstroom. In geval van psychiatrie of psychosociale problematiek vraagt het herstel van de inwoner de meeste aandacht. In geval van LVB gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden.
Doel: ontwikkeling van zelfredzaamheid en participatie op alle levensdomeinen door het aanboren van eigen kracht en het ontwikkelen en structureren van basisvaardigheden.
Doelgroep: de inwoner kan op korte termijn (naar verwachting binnen één jaar) zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners met de basisvaardigheden om zelfstandig te wonen, sociale binding en overzicht op de leefgebieden. Dit kunnen zowel inwoners zijn met een psychische stoornis, psychosociale problematiek en of een licht verstandelijke beperking.
Doel: vaardigheden eigen maken die nodig zijn om zelfstandig te gaan wonen (bijvoorbeeld school/werk, zelfstandig kunnen reizen), begeleiding gericht op het vinden van passende woonruimte, het inregelen van ondersteuning c.q. terugvalpreventie voor de fase na uitstroom.
In de huidige situatie werkt de centrumgemeente Deventer voor BW met ondersteunings-pakketten die zijn gebaseerd op de zorgzwaartepakketten (ZZP) zoals voorheen gehanteerd binnen de AWBZ. Dit vormt momenteel ook de basis voor het bepalen van de omvang van zorg en ondersteuning.
De ondersteuningspakketten verschillen in zwaarte afhankelijk van drie onderdelen: het cliëntprofiel, de functies en totaaltijd per week, en de verblijfskenmerken. De centrumgemeente Deventer hanteert, in lijn met de praktijk binnen de AWBZ van de afgelopen jaren, enkel nog de pakketten 3 (gebaseerd op ZZP 3GGZ C) tot en met 6 (gebaseerd op ZZP 6GGZ C). In bijlage 1 staan de kenmerken van de ondersteunings-pakketten 3 t/m 6 schematisch weergegeven.
Een inwoner komt in aanmerking voor Beschut Wonen, voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen (tijdelijk) niet in staat is op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn eigen sociale netwerk, zelfstandig te wonen, te participeren en zich niet kan handhaven in de samenleving.
3.2 Toegangscriteria Beschut Wonen
Om toegang te kunnen krijgen tot Beschut Wonen, hanteert de centrumgemeente Deventer onderstaande toegangscriteria. De toegang wordt bepaald door algemene cliëntkenmerken, de aard van de problematiek en de ondersteuningsbehoefte. Deze criteria dienen allen aanwezig te zijn. Wanneer een cliënt voldoet aan de toegangscriteria maar daarnaast ook voldoet aan een van de uitsluitingsgronden (zie artikel 3.3), dan wordt toegang geweigerd.
3.2.2. Aard van de problematiek
De cliënt heeft psychische problemen en/of psychosociale problemen en/of een licht verstandelijke beperking (LVB)6 .
De problemen die de cliënt ondervindt in het zelfstandig wonen en participeren in de samenleving zijn niet op te lossen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp vanuit andere personen uit het eigen sociaal netwerk, algemene of andere maatwerk voorzieningen en/of (para)medische zorg.
Het is noodzakelijk voor de cliënt om binnen een accommodatie van een instelling te verblijven met daarbij horende ondersteuning door middel van directe aanwezigheid van toezicht en ondersteuning overdag en/of ‘s avonds en bereikbaarheid van toezicht en ondersteuning 24 uur per dag, 7 dagen per week. De cliënt heeft geen permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig. De cliënt is in beginsel zelf in staat hulp in te roepen en zijn hulpvraag uit te stellen. Bellen is meestal voldoende. De cliënt kan hierbij zelf aangeven of de hulpvraag urgent is. Professionele hulpverlening is in de avond en nacht binnen vijf minuten telefonisch bereikbaar en desgewenst binnen 30 minuten op locatie aanwezig.
De woonkosten bestaan uit kosten voor ‘wonen’, ‘verblijf’ en ‘voeding:
Indien de cliënt zelf de woonkosten betaalt is er sprake van Beschut Wonen zonder verblijf.
Indien de cliënt niet zelf de woonkosten betaalt is er sprake van Beschut Wonen met verblijf.
In paragraaf 3.2.4. worden de criteria beschreven op basis waarvan de cliënt in aanmerking komt voor Beschut Wonen met verblijf.
Om tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoefte levert Beschut Wonen een passende en noodzakelijke bijdrage aan het bevorderen van de zelfredzaamheid, regie en maatschappelijke participatie, het psychisch, psychosociaal, cognitief en/of sociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.
3.2.4. Aanspraak op Beschut Wonen met verblijf
Om aanspraak te kunnen maken op Beschut Wonen met verblijf voldoet de cliënt aan één of meerdere van onderstaande criteria:
De cliënt is niet in staat om zijn of haar financiën te beheren en kan zodoende de kosten van ‘wonen’, ‘verblijf’ en/of ‘voeding’ niet zelfstandig dragen. Ook kan de cliënt daardoor niet de maandelijkse betaalverplichtingen na komen, in het bijzonder het maandelijks betalen van de huur van de wooneenheid. Het niet kunnen voldoen aan deze verplichtingen heeft invloed op de ondersteuning aan de cliënt op andere levensgebieden.
De cliënt beschikt niet over de vaardigheden die horen bij ‘wonen’ , in het bijzonder het huren van een woning. Denk daarbij aan het vertonen van acceptabel woongedrag, zoals rekening houden met de overige bewoners/buren, de veiligheid niet in gevaar brengen en aanspreekbaarheid voor buren, verhuurder en zorgaanbieder.
3.3 Uitsluitingsgronden voor Beschut Wonen
Voor het toekennen van de maatwerkvoorziening Beschut Wonen zijn onderstaande uitsluitingsgronden van kracht (behandeling, aanspraak op andere voorziening, bepaalde crisissituaties).
De cliënt verblijft in een instelling of is hierop aangewezen en dat verblijf is noodzakelijk voor de behandeling van een psychiatrische stoornis en of noodzakelijk is voor een verstandelijke beperking. Er is sprake van behandeling als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid (van een behandelaar) is vereist.
3.3.2. Aanspraak op andere voorziening9
Er is aanspraak op een verblijfsvoorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor Beschermd Wonen omdat er sprake is van verblijf waarbij continu toezicht en directe aanwezigheid van professionele hulpverlening 24 uur per dag noodzakelijk is op basis van vastgestelde psychische problematiek, psychosociale problematiek of een licht verstandelijke beperking.
Er is aanspraak op een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening10 omdat er behoefte is aan minder begeleiding dan 10 uur per week en er geen behoefte is aan directe aanwezigheid van toezicht en ondersteuning overdag en/of ‘s avonds en bereikbaarheid van toezicht en ondersteuning 24 uur per dag, 7 dagen per week.
3.4 Afstemming ter voorkoming dat cliënten tussen wal en schip vallen
Afstemming met aangrenzende domeinen en tussen/binnen (centrum)gemeenten 11 is belangrijk en vindt plaats wanneer de situatie daarom vraagt. Om te voorkomen dat cliënten tussen wal en schip vallen, vindt afstemming (op gemeentelijk initiatief) in ieder geval plaats bij onderstaande situaties om te bepalen welk wettelijk kader de meest passende ondersteuning biedt:
Indien de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening Beschut Wonen, wordt de ondersteuning standaard geleverd in natura (Zorg in Natura, zin). Centrumgemeente Deventer subsidieert diverse aanbieders voor Beschut Wonen. Hierdoor is het mogelijk de vraag voor een maatwerkvoorziening Beschut Wonen in ZIN te voldoen. In situaties dat de cliënt het aanbod niet passend acht en een voorkeur heeft voor een persoonsgebonden budget (Pgb), gelden hiervoor de aanvullende criteria, zie 3.6.
De inwoner met een geldige beschikking voor Beschut Wonen kan zich wenden tot een zorgaanbieder waarbij de aanbieder de volgende vormen kan leveren:
3.5.2. Persoonsgebonden Budget (Pgb)
Een budget waarbij de cliënt zelf verantwoordelijk is om zorgovereenkomsten op te (laten) stellen, zorg in te kopen, zorg te toetsen op standaardkwaliteit en betalingen te verrichten voor zorg en ondersteuning (geen verblijf) op basis van een maatwerkvoorziening Beschut Wonen. De cliënt is dus zelf verantwoordelijk voor onder andere het aangaan van contracten, aansturen van zorgverleners en het voeren van een juiste administratie.
3.6 Aanvullende criteria toekenning Pgb
Voor het Pgb gelden, net als voor Zin, eerdergenoemde criteria en uitsluitingsgronden. Aanvullend hierop geldt dat aan alle onderstaande bepalingen voldaan moet worden:
Het college weigert de verlening van een persoonsgebonden budget indien:
naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt;
Als de cliënt de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken uitvoert met hulp van de betrokken formele ondersteuner, diens personeel of op een andere wijze aan de ondersteuner verbonden persoon, kan het college een persoonsgebonden budget in beginsel weigeren op grond van belangenverstrengeling.
3.7 Wonen in een accommodatie van een instelling
Wanneer een cliënt toegang krijgt voor Beschut Wonen wordt daarmee feitelijk aangegeven dat iemand niet zelfstandig kan wonen, maar moet wonen in een accommodatie van een instelling met het daarbij behorende toezicht en de begeleiding.
Bij Beschut Wonen betreft dit een woonvorm van minimaal zes geclusterde wooneenheden. Een wooneenheid betreft het hoofdverblijf van desbetreffende cliënt.
De wooneenheid en de locatie waarin de wooneenheid zich bevindt voldoet aan alle wettelijke eisen.
3.8 Cliëntprofielen of cliëntperspectieven
Het doel van cliëntprofielen is het inschatten van cliëntperspectief op ontwikkeling en doorstroom naar zelfstandigheid en al dan niet uitstroom uit Beschut Wonen. We onderscheiden drie cliëntprofielen/cliëntperspectieven, te weten: langdurig zorgafhankelijk, ontwikkelgericht en uitstroomgericht.
Bij cliëntprofielen/cliëntperspectieven gelden twee belangrijke aandachtspunten.
De individuele ontwikkelpotentie altijd in het oog hebben. Twee profielen/perspectieven zijn sterk gericht op uitstroom, een profiel/perspectief is dat veel minder. Uitstroom is natuurlijk niet de enige manier om te ontwikkelen en groeien in zelfstandigheid. De ontwikkelgedachte moet altijd centraal staan. Ook cliënten waarbij uitstroom nu niet mogelijk lijkt kunnen in de toekomst meer zelfstandig worden.
Geen directe samenhang met ondersteuningspakketten. De huidige zwaarte van de ondersteuning (gekoppeld aan het ondersteuningspakket, dat gaat over de inhoud van de ondersteuning die geleverd wordt) heeft geen directe relatie met de ontwikkelpotentie (uitgedrukt in een cliëntprofiel, dat gaat over het perspectief). Een cliënt met (nu nog) zware ondersteuning vanuit een hoog pakket kan grote ontwikkelpotentie hebben en op korte termijn misschien zelfstandig wonen, terwijl een cliënt met een lichte vorm van ondersteuning vanuit een laag pakket deze blijvend nodig kan hebben.
3.8.1. Langdurig zorgafhankelijk
Doelgroep: de inwoner ontvangt ondersteuning gericht op herstel en/of stabiliteit en heeft meerdere psychiatrische stoornissen, psychosociale problematiek en of LVB. De inwoner kan op lange termijn (naar verwachting langer dan drie jaar) mogelijk zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening of Wet langdurige zorg (Wlz).
Dit zijn bijvoorbeeld inwoners waarbij volledige zelfstandigheid niet haalbaar is omdat ze vanwege hun psychiatrische aandoening of LVB weinig tot geen basisvaardigheden kunnen ontwikkelen. Stabiliteit bieden is mogelijk het maximaal haalbare.
Doel: bieden van een veilige woonomgeving, inzet gericht op ondersteuning bij het wonen en/of het herstel, zodat meer stabiliteit ontstaat.
Doelgroep: de inwoner kan op middellange termijn (naar verwachting binnen één tot drie jaar) zelfstandig wonen en doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners die weinig basisvaardigheden hebben om zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving, maar die naar verwachting wel kunnen ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan uitstroom. In geval van psychiatrie of psychosociale problematiek vraagt het herstel van de inwoner de meeste aandacht. In geval van LVB gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden.
Doel: ontwikkeling van zelfredzaamheid en participatie op alle levensdomeinen door het aanboren van eigen kracht en het ontwikkelen en structureren van basisvaardigheden.
Doelgroep: de inwoner kan op korte termijn (naar verwachting binnen één jaar) zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners met de basisvaardigheden om zelfstandig te wonen, sociale binding en overzicht op de leefgebieden. Dit kunnen zowel inwoners zijn met een psychische stoornis, psychosociale problematiek en of een licht verstandelijke beperking.
Doel: vaardigheden eigen maken die nodig zijn om zelfstandig te gaan wonen (bijvoorbeeld school/werk, zelfstandig kunnen reizen), begeleiding gericht op het vinden van passende wooneenheid, het inregelen van ondersteuning c.q. terugvalpreventie voor de fase na uitstroom.
3.8.4 Afwezigheid tijdens beschermd wonen
Bij gebruik van beschermd wonen wordt in de meeste gevallen verwacht dat de cliënt in de woonvoorziening verblijft. Aanwezigheid op de locatie is noodzakelijk om het beschermd wonen optimaal te laten verlopen. In sommige situaties is tijdelijke afwezigheid mogelijk, bijvoorbeeld vanwege vakantie, verlof, detentie of opname in een ziekenhuis, GGZ-instelling of verslavingskliniek. In bepaalde gevallen kan de financiering van de plek gecontinueerd worden tijdens deze afwezigheid waardoor de plek behouden blijft tijdens afwezigheid.
Het behoud van de financiering van een beschermd wonen-plek betekent ook dat de beschikking op de plek zelf van kracht blijft. Indien de financiering vervalt, vervalt daarmee in de meeste gevallen ook het recht op verblijf op de betreffende plek.
Hoewel de financiering primair aan de zorgaanbieder wordt toegekend, heeft het stopzetten hiervan direct gevolgen voor de cliënt: het kan leiden tot beëindiging van de opvang of het beschermd wonen-traject. Het is daarom belangrijk dat de voorwaarden voor behoud van financiering worden nageleefd.
Voorwaarden voor afwezigheid met behoud van bekostiging
Als de afwezigheid naar verwachting langer dan 42 dagen duurt, kan – bij bijzondere omstandigheden – een verlenging van de bekostiging worden aangevraagd. Deze verlenging moet binnen de eerste 42 dagen van afwezigheid worden aangevraagd bij de toegang tot beschermd wonen (de Regionale Toegang Midden-IJssel).
Bij opname in een ziekenhuis, GGZ-instelling of verslavingskliniek tijdens de periode van beschermd wonen, moet dit vooraf worden gemeld bij de toegang tot beschermd wonen. Ook in deze situaties geldt het maximum van 42 dagen per kalenderjaar, tenzij tijdig toestemming is gegeven voor verlenging.
De afwezigheid gaat in op de eerste dag na vertrek uit de instelling en eindigt op de dag vóór terugkomst. Bijvoorbeeld:
Vertrek op 2 juni, terugkomst op 11 juni = 8 afwezigheidsdagen (van 3 t/m 10 juni). Als het vertrek plaatsvond vóór de eerste 14 dagen van verblijf, telt de afwezigheid niet mee voor behoud van financiering.
De cliënt en de zorgaanbieder zijn samen verantwoordelijk voor het registreren van afwezigheidsdagen. Het totaal aantal afwezigheidsdagen met behoud van bekostiging mag niet boven de 42 dagen per kalenderjaar uitkomen.
3.8.5 Waarschuwingen en beëindiging Beschermd en Beschut Wonen
Waarschuwingen worden alleen gegeven bij ernstig of herhaald gedrag dat de veiligheid, rust of onderlinge omgang binnen de woonomgeving verstoort, en dat niet past binnen de gezamenlijke afspraken en kaders van Beschermd Wonen, zoals:
Het doel van waarschuwingen is om gewenst gedrag te stimuleren en, indien nodig, een onderbouwd dossier op te bouwen ter voorbereiding op mogelijke vervolgstappen.
Bij eenzijdige beëindiging van de zorg door de aanbieder, moet de aanbieder een gemotiveerd verzoek indienen bij de regionale toegang en meewerken met de regionale toegang aan passende overdracht naar vervolgzorg, tenzij zwaarwegende redenen de beëindiging van de gehele indicatie door de regionale toegang rechtvaardigen.
Bij een eenzijdige beëindiging van het beschermd wonen (door de zorgaanbieder) vindt er bestuurlijke afstemming plaats met de portefeuillehouder van de centrumgemeente, namens het regionaal Bestuurlijk Overleg van de regio Midden-IJssel, als de regionale toegang zich niet kan vinden in de eenzijdige beëindiging door de aanbieder. Onderwerp van deze afstemming is de beoordeling of en hoe overleg met zorgaanbieder(s) wenselijk is, met het oog op de continuïteit van passende ondersteuning en het beperken van ongewenste uitstroom uit beschermd wonen.
Een tussentijdse beëindiging van de indicatie beschermd wonen is een ingrijpend besluit. Om die reden is een beëindiging van de indicatie zonder dossieropbouw in beginsel niet mogelijk, tenzij er sprake is van zwaarwegende redenen, welke het beëindigen van de indicatie voor beschermd wonen rechtvaardigt.
Onder zwaarwegende redenen kan het volgende worden verstaan: bijvoorbeeld ernstige schade of gevaar voor cliënt, medebewoners of personeel.
4 Toegangskader Maatschappelijke Opvang
Een inwoner komt in aanmerking voor de maatschappelijke opvang (MO) voor zover hij de thuissituatie heeft verlaten en niet in staat is op eigen kracht zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving. De MO betreft hiermee een vangnet voor dak- en thuislozen. Binnen de MO wordt ondersteuning geboden middels de 24-uursopvang, tijdelijk onderdak met begeleiding, crisisopvang en door middel van ambulante begeleiding MO (voor- en nazorg MO).
4.2 Toegangscriteria maatschappelijke opvang
Om toegang te kunnen krijgen tot MO, hanteert centrumgemeente Deventer onderstaande toegangscriteria. De toegang wordt bepaald door algemene cliëntkenmerken, de aard van de problematiek en de ondersteuningsbehoefte. Deze criteria dienen allen aanwezig te zijn. Wanneer een cliënt voldoet aan de toegangscriteria maar daarnaast ook voldoet aan een van de uitsluitingsgronden (zie 4.4), wordt toegang geweigerd.
De centrumgemeente Deventer onderschrijft het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang (zoals vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van centrumgemeente Deventer op 7 april 2015).
De cliënt wil en accepteert een ondersteuningstraject uitgaande van zijn (on)mogelijkheden, gericht op het realiseren van een eigen woonsituatie, al dan niet begeleid of beschermd, waarin hij weer meer op eigen kracht (zelfstandig) kan wonen en participeren in de samenleving, buiten de instelling van MO om.
4.4 Uitsluitingsgronden voor maatschappelijke opvang
Voor het toekennen van de maatwerkvoorziening MO zijn onderstaande uitsluitingsgronden van kracht (behandeling, aanspraak op andere voorziening, bepaalde crisissituaties).
Het verblijf in een instelling is noodzakelijk voor de behandeling van een psychiatrische stoornis van de cliënt. Er is sprake van behandeling als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid van een behandelaar is vereist.
4.5 Afstemming ter voorkoming dat cliënten tussen wal en schip vallen
Afstemming met aangrenzende domeinen en (centrum)gemeenten is belangrijk en vindt plaats wanneer de situatie daarom vraagt. Om te voorkomen dat cliënten tussen wal en schip vallen, vindt afstemming in ieder geval plaats bij onderstaande situaties om te bepalen welk wettelijk kader de meest passende ondersteuning biedt:
Daarnaast vindt waar nodig afstemming plaats met andere centrumgemeenten en tussen de lokale gemeenten van centrumgemeente Deventer. Op deze manier wordt in goed overleg besloten waar de cliënt de meest passende ondersteuning krijgt en welke ondersteuning dit betreft.
4.7 Cliëntprofielen/cliëntperspectieven
Het doel van cliëntprofielen is het inschatten van cliëntperspectief op ontwikkeling en uitstroom MO. We onderscheiden vier cliëntprofielen/cliëntperspectieven, te weten: nachtopvang, ambulante crisisopvang, crisisopvang en ambulante begeleiding MO (voor- en nazorg).
Doelgroep: de inwoner is dakloos, leidt veelal al langdurig een zwervend bestaan en kan vanwege problematiek en gedrag niet worden opgevangen in andere voorzieningen. De inwoner maakt gebruik van de 24-uursopvang om te overnachten. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de aandacht vooral uitgaat naar passende huisvesting of opvang.
4.7.2 Tijdelijk onderdak met begeleiding
Doelgroep: de inwoner is plotseling dak- of thuisloos als gevolg van een crisissituatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een uithuiszetting vanwege financiële problemen. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de focus ligt op het oplossen van de actuele crisis en het vinden van passende huisvesting. De inwoner kan eventuele hulpvragen tot de volgende dag (tot het moment dat er weer een hulpverlener aanwezig is) uitstellen.
Doel: vinden van passende huisvesting en ondersteuning bij de vaardigheden en randvoorwaarden die nodig zijn voor zelfstandig wonen.
Duur: in basis maximaal 6 weken en indien nodig een verlenging van maximaal 6 weken.
Doelgroep: de inwoner is plotseling dak- of thuisloos als gevolg van een crisissituatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een uithuiszetting vanwege financiële problemen. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de focus ligt op het oplossen van de actuele crisis en het vinden van passende huisvesting. De inwoner kan eventuele hulpvragen niet tot de volgende dag uitstellen en heeft door de aard van zijn problematiek 24-uurstoezicht nodig.
Doel: vinden van passende huisvesting en ondersteuning bij de vaardigheden en randvoorwaarden die nodig zijn voor zelfstandig wonen, ondersteuning op andere leefgebieden om herstel en zelfstandigheid te bespoedigen.
Duur: in basis maximaal 6 weken en indien nodig een verlenging van maximaal 6 weken.
4.7.4 Ambulante begeleiding MO
Doel: voorkomen van of toeleiding naar crisisopvang, tijdelijke onderdak met begeleiding of 24-uursopvang; of terugvalpreventie in nieuwe zelfstandige woonsituatie (nazorg).
Duur: in basis maximaal 3 maanden.
1 Reden dat we de inwoner vragen een eerste versie van een (ondersteunings)plan aan te leveren, is om tijdens het keukentafelgesprek de ondersteuningsbehoefte goed helder te krijgen en zorgvuldig onderzoek te doen. Het aanleveren hiervan is geen verplichting.
2 Aan de cliënt wordt kenbaar gemaakt welke criteria gelden om te worden toegelaten tot de 24-uursopvang. Mocht er geen toegang kunnen worden verleend, dan zal altijd met de persoon naar alternatieve opvangmogelijkheden worden gezocht.
3 In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.
4 Onderzocht moet worden in hoeverre de persoon concreet aanspraak kan maken op andere wettelijke voorzieningen.
6 In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.
7 De 6 geclusterde wooneenheden dienen niet per definitie allemaal Wmo gefinancierd te zijn. Wanneer er sprake is van een clustering van minder dan 6 wooneenheden, dienen de afzonderlijke wooneenheden zich binnen 1 kilometer van een 24/7 Beschermd Wonen voorziening van dezelfde aanbieder te bevinden.
8 De wooneenheid die de cliënt huurt hoeft niet perse eigendom te zijn van de instelling, maar is daar wel direct aan verbonden. De cliënt huurt zijn eigen wooneenheid, van de zorgaanbieder, van een woningcorporatie of van een andere partij. De cliënt kan daar alleen wonen wanneer ook van betreffende zorgaanbieder zorg wordt afgenomen door cliënt. De wooneenheid die de cliënt huurt is het hoofdverblijf van de cliënt.
9 Onderzocht moet worden in hoeverre de persoon concreet aanspraak kan maken op andere wettelijke voorzieningen.
10 Met een lokale Wmo-voorziening wordt een Wmo-voorziening bedoeld die niet door de centrumgemeente Deventer wordt toegekend, maar door de gemeente waar de cliënt op dat moment woonachtig is.
11 Afstemming tussen partijen vindt plaats conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Het college van burgemeester en wethouders
Aldus vastgesteld op 10 februari 2026 te Deventer
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer,
de secretaris,
J.P. Wassens
de burgemeester,
R.C. König
Bijlage 1 Beschrijvingen van de ondersteuningspakketten 3 t/m 6 toegepast in Deventer voor mensen met psychiatrische en/of psychosociale problematiek
* passief psychiatrische aandoening: geen floride psychopathologie). De psychiatrische symptomen zijn zodanig onder controle dat deze in het dagelijks leven geen overheersende rol spelen; Actief psychiatrische aandoening: psychopathologie floride en/of actieve middelenverslaving, de psychiatrische symptomen spelen in het dagelijks leven een overheersende rol; Complexe psychiatrische aandoening: meerdere diagnoses die elkaar negatief beïnvloeden.
** Deze cliënten doen een groot beroep op hun sociale omgeving en zetten deze voortdurend onder druk met manipulatief gedrag. Ze zijn beperkt gevoelig voor correctie, hebben weinig inzicht in hun eigen aandeel bij interactieproblemen en een relatief beperkt leervermogen. Er is sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatief, dwangmatig, destructief en reactief gedrag met betrekking tot interactie. Er kan sprake zijn van zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag. Daarom is continu sturing, regulering en toezicht nodig.
*** de woonomgeving is bij alle ondersteuningspakketten veilig, weinig eisend en prikkelarm
In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.
In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.
De wooneenheid die de cliënt huurt hoeft niet perse eigendom te zijn van de instelling, maar is daar wel direct aan verbonden. De cliënt huurt zijn eigen wooneenheid, van de zorgaanbieder, van een woningcorporatie of van een andere partij. De cliënt kan daar alleen wonen wanneer ook van betreffende zorgaanbieder zorg wordt afgenomen door cliënt. De wooneenheid die de cliënt huurt is het hoofdverblijf van de cliënt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-96092.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.