Regeling parkeerregulering Den Haag 2026

Toelichting

De Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen 2025 wordt vervangen door deze Regeling Parkeerregulering Den Haag 2026. In deze nieuwe regeling zijn regels geactualiseerd en aangepast op basis van de vastgestelde Verordening tot zesde wijziging van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (RIS323434) en de geactualiseerde Parkeerstrategie 2021-2030 (RIS319383) en zijn diverse regels aangescherpt.

 

In Bijlage 1 van de ‘Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen 2025’ werden de wegen en weggedeelten aangewezen voor betaald parkeren en voor toepassing van de wielklem. Deze aanwijzing van wegen en weggedeelten zal voortaan worden ondergebracht en vastgesteld in een separaat ‘Aanwijzingsbesluit betaald parkeren en toepassing wielklem Den Haag’.’ Daarom is ook de naamgeving van deze regeling aangepast. De term ‘parkeerbelastingen’ is uit de titel van de regeling verwijderd. De regeling zal voortaan ‘Regeling Parkeerregulering Den Haag’ worden genoemd omdat deze alleen de regels bevat omtrent de vergunningverlening van parkeervergunningen.

 

Conform de motie “Neem participatie venstertijden ook op in regeling parkeerregulering” (RIS321854) zijn regels opgenomen ten behoeve van participatie bij een nieuwe invoering van betaald parkeren of bij uitbreiding van een gebeid waar reeds betaald parkeren is ingevoerd.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de artikelen 2:1, 2:2, 5:8 en 5:9, tweede lid, van

de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022,

 

besluit vast te stellen de Regeling parkeerregulering Den Haag 2026.

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in artikel 1:1 van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • -

      adres: een in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) opgenomen verblijfsobject, ligplaats of standplaats;

    • -

      ambassade: in Den Haag gevestigde diplomatieke vertegenwoordiging van een andere staat;

    • -

      ambulante zorgverlener: huisarts, verloskundige of andere zorgverlener die zorg verleent bij zorgbehoevenden aan huis;

    • -

      autodeelorganisatie: bedrijf dat motorvoertuigen voor autodelen aanbiedt;

    • -

      autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussennatuurlijke personen uit meer dan een huishouden;

    • -

      autoparkeernorm: vastgestelde regels die aangeven hoeveel parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd bij een bouwplan, functiewijziging of ontwikkeling;

    • -

      autovrije zone: een door het college aangewezen gebied waar het gebruik van motorvoertuigen op de weg is verboden of beperkt;

    • -

      bedrijf: onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 die in het Handelsregister van de KvK is ingeschreven, waaronder ook aannemingsbedrijven, onderhoudsbedrijven en storingsbedrijven;

    • -

      belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of een parkeerplaats die gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage1 van het RVV 1990 met opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

    • -

      berijder: degene die, met toestemming van de houder van een motorvoertuig (werkgever of leasemaatschappij) voor een periode langer dan drie maanden de vaste bestuurder van het motorvoertuig is;

    • -

      bewoner /wonen/ woont: een persoon die als ingezetene, als bedoeld in de Wet basisregistratie personen (BRP), is ingeschreven in de BRP, het Proces Basissysteem (PROBAS) en/of de Koninklijke Marechaussee (KMAR) op een kadastraal geregistreerd woonadres binnen het vergunninggebied in de gemeente Den Haag;

    • -

      berijders- /autodeelverklaring: een officieel document waarin de eigenaar van een voertuig, zoals een leasemaatschappij of werkgever, schriftelijk toestemming geeft aan een andere persoon om dat specifieke voertuig te gebruiken;

    • -

      bouwontwikkeling: elke ruimtelijke ingreep aan een gebouw of bouwperceel waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en die resulteert in een wijziging van de bebouwing, het gebruik of de parkeerbehoefte. Onder een bouwontwikkeling worden in ieder geval begrepen: nieuwbouw, nieuwbouw na sloop, uitbreidingen van bestaande gebouwen en functiewijzigingen die gevolgen hebben voor de parkeerbehoefte of de verplichting tot het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein;

    • -

      centrale computer: computer van de gemeente dan wel een computer van de instantie bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel;

    • -

      college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

    • -

      consumentenparkeren: een parkeermaatregel waarbij de parkeerplaatsen op de aangewezen wegen of weggedeelten op de vastgestelde tijden uitsluitend bestemd zijn voor betaald parkeren tegen een specifiek tarief voor de eerste 2 uur parkeren. Tijdens deze vastgestelde tijden zijn deze parkeerplaatsen niet mede bestemd voor het parkeren door vergunninghouders, met uitzondering van houders van een gehandicaptenvergunning, een functionele vergunning of een onderhoudsvergunning verleend voor een dag;

    • -

      free-floating autodelen: autodelen waarbij het motorvoertuig op alle parkeerplaatsen mag staan, behalve in de gebieden die in de vergunningsvoorwaarden zijn aangegeven;

    • -

      gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, een ingevolge de Regeling gehandicaptenparkeerkaart daarmee gelijkgestelde parkeerkaart;

    • -

      gereguleerd gebied: gebied waar parkeerbelastingen worden geheven;

    • -

      head of mission: de persoon die aan het hoofd staat van een diplomatieke vertegenwoordiging, zoals een ambassade;

    • -

      hoofdwinkelstructuur: het ruimtelijke netwerk van winkelconcentraties in Den Haag, als bedoeld in de Kadernota Detailhandel Den Haag (RIS300626);

    • -

      houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

    • -

      internationale organisatie: een volkenrechtelijke organisatie die een zetelovereenkomst met het Koninkrijk der Nederlanden heeft gesloten en is gevestigd in Den Haag;

    • -

      mantelzorg: onbetaalde en vaak langdurige zorg die door familie, vrienden of buren wordt verleend aan een hulpbehoevende voor een periode van minimaal drie maanden en voor minimaal acht uur per week, conform de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo);

    • -

      marktkooplieden: ondernemers met een marktvergunning in de zin van de Marktverordening Den Haag 2016;

    • -

      motorvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met inbegrip van brommobielen;

    • -

      onderhoudsbedrijf: in het Handelsregister van de KvK ingeschreven aannemingsbedrijf, onderhoudsbedrijf of storingsbedrijf;

    • -

      parkeerapparatuur: parkeermeters, met inbegrip van parkeerautomaten, centrale computers en verder alle apparaten die naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

    • -

      parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waar het parkeren geregeld wordt door parkeerapparatuur;

    • -

      parkeergelegenheid: oprit, garage of garagebox, carport of daarmee vergelijkbare op zichzelf staande parkeergelegenheid, voorzien van een formele uit-/inrit zoals een verlaagde trottoirband of aangepaste in-/uitrit constructie;

    • -

      parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

    • -

      POET: Parkeerplaats Op Eigen Terrein;

    • -

      religieuze instelling: een organisatie of rechtspersoon die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het belijden, uitdragen of faciliteren van een godsdienst of levensovertuiging, waaronder in elk geval wordt verstaan het houden van erediensten, samenkomsten of andere religieuze of levensbeschouwelijke activiteiten;

    • -

      sportvereniging: een organisatie of rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens haar statuten en feitelijke activiteiten richt op het beoefenen, bevorderen en organiseren van sportactiviteiten, en die is aangesloten bij een door NOC*NSF erkende sportbond;

    • -

      vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;

    • -

      vergunninggebied: een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;

    • -

      vergunningenplafond: aantal bewoners- en/of bedrijfsvergunningen dat het college ten hoogste verleent binnen een vergunninggebied en het aantal stadsbrede autodeelvergunningen dat het college ten hoogste verleent;

    • -

      verordening: Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022;

    • -

      werkingstijd: tijd gedurende welke voor het parkeren van een motorvoertuig parkeerbelasting wordt geheven;

    • -

      winkelgebied: een kerngebied bestaande uit ten minste vijf aaneengesloten verkooppunten of drie geclusterde winkels, waaronder ten minste één winkelvoorziening met een winkeloppervlak van 200 m² of meer die door haar omvang, assortiment of functie een duidelijke aantrekkingskracht uitoefent op bezoekers en daarmee bijdraagt aan de bezoekersstroom naar omliggende winkels; bij voorkeur betreft dit een supermarkt;

    • -

      winkelstraatregeling: een parkeermaatregel waarbij de parkeerplaatsen op de aangewezen wegen of weggedeelten op de vastgestelde tijden uitsluitend bestemd zijn voor betaald parkeren. Tijdens deze vastgestelde tijden zijn deze parkeerplaatsen niet mede bestemd voor het parkeren door vergunninghouders, met uitzondering van houders van een gehandicaptenvergunning, een functionele vergunning of een onderhoudsvergunning verleend voor een dag.

Hoofdstuk 2 Bijzondere parkeerregelingen

Artikel 2.1 Consumentenparkeren

  • 1.

    Het college kan besluiten consumentenparkeren in te voeren.

  • 2.

    Het gebied waarop de regeling betrekking heeft, is gelegen in een winkelgebied in de hoofdwinkelstructuur en betreft minimaal 10 parkeerapparatuurplaatsen die het college in overleg met de in het eerste lid bedoelde vereniging aanwijst.

  • 3.

    Het college stelt de invoering van consumentenparkeren vast door aanwijzing bij openbaar besluit.

  • 4.

    Het college verricht, voorafgaand aan een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, onderzoek naar de haalbaarheid, doelmatigheid en te verwachten werking van de consumentenparkeerregeling binnen het betreffende gebied. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek besluit het college al dan niet tot invoering van consumentenparkeren.

Hoofdstuk 3 Gereserveerde parkeerplaatsen

Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.1.1 Aanwijzing categorieën belanghebbenden

Het college kan parkeerplaatsen aanwijzen die uitsluitend bestemd zijn voor het parkeren van motorvoertuigen voor de volgende categorieën belanghebbenden:

  • a.

    gehandicapten;

  • b.

    huisartsen en verloskundigen;

  • c.

    ambassades en internationale organisaties.

Artikel 3.1.2 Algemene bepaling

  • 1.

    Het college bepaalt de locatie van een gereserveerde parkeerplaats en legt een gereserveerde parkeerplaats alleen aan op de locatie van een reeds bestaande openbare parkeerplaats.

  • 2.

    Het college legt geen gereserveerde parkeerplaats aan in een gebied:

    • a.

      waar geen openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn;

    • b.

      dat is afgesloten voor het doorgaand verkeer of waar een parkeerverbod geldt;

    • c.

      dat is aangewezen als autovrije zone; of

    • d.

      in een gebied waar een winkelstraatregeling of groengele zone geldt.

Paragraaf 3.2 Procedure aanwijzing gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen

Artikel 3.2.1 Algemene bepaling gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen

  • 1.

    Het college bepaalt de locatie van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats en legt een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats alleen aan op de locatie van een reeds bestaande openbare parkeerplaats, zolang deze zich binnen een maximale loopafstand van 50 meter bevindt.

  • 2.

    Het college legt geen gereserveerde parkeerplaats aan in een gebied:

    • a.

      waar geen openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn;

    • b.

      dat is afgesloten voor het doorgaand verkeer of waar een parkeerverbod geldt;

    • c.

      dat is aangewezen als autovrije zone; of

    • d.

      in een gebied waar een winkelstraatregeling of consumentenparkeren geldt.

Artikel 3.2.2 Individuele gehandicaptenparkeerplaatsen - algemeen

  • 1.

    Het college kan op aanvraag bij verkeersbesluit een gereserveerde individuele gehandicaptenparkeerplaats bij een woonadres reserveren, als de aanvrager:

    • a.

      in het bezit is van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders;

    • b.

      volgens de basisregistratie personen is ingeschreven in Den Haag op het adres waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • c.

      in het bezit is van een in Nederland geldig rijbewijs; en

    • d.

      houder, huurder of gebruiker is van het motorvoertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Als een aanvrager in Den Haag is komen te wonen en een gehandicaptenparkeerplaats aanvraagt, overlegt de aanvrager de beoordelingsgegevens als deze zijn afgegeven door de keurende instantie in zijn voormalige woonplaats, teneinde deze gegevens mee te nemen in de beoordeling voor het wel of niet toekennen van de gehandicaptenparkeerplaats.

  • 3.

    Als een aanvrager in het bezit is van zowel een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders als voor passagiers, beoordeelt het college de aanvraag als een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats voor bestuurders.

  • 4.

    De individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt gereserveerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met een onderbord waarop ten hoogste een kenteken staat vermeld.

  • 5.

    Bij de reservering van een individuele gehandicaptenparkeerplaats op een terrein dat geen eigendom van de gemeente is, maar wel openbaar toegankelijk, overlegt de aanvrager bij de aanvraag de schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein om de parkeerplaats te reserveren.

  • 6.

    Het college kan het verkeersbesluit, waarbij een individuele gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd, intrekken, als degene ten behoeve van wie de parkeerplaats is gereserveerd:

  • 7.

    is overleden;

  • 8.

    niet langer voldoet aan de gestelde voorwaarden; of

  • 9.

    in strijd handelt met de aan het gebruik van de parkeerplaats gestelde voorschriften.

  • 10.

    Het college kan het verkeersbesluit weigeren als binnen een periode van een jaar direct voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvraag een eerder voor de aanvrager aangelegde parkeerplaats is opgeheven krachtens het zesde lid, onder c.

Artikel 3.2.3 Individuele gehandicaptenparkeerplaats - ten behoeve van bestuurders

  • 1.

    Bij de aanvraag overlegt de aanvrager het door het college vastgestelde, digitale, aanvraagformulier.

  • 2.

    Het college besluit een gehandicaptenparkeerplaats te reserveren als uit het geneeskundig onderzoek, als genoemd in artikel 3.2.4, blijkt dat de aanvrager met of zonder hulpmiddelen ten hoogste 50 meter kan afleggen.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid kan het college een gehandicaptenparkeerplaats reserveren, als sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden of aantoonbare ernstige beperkingen, anders dan loopbeperkingen. De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring van een specialist of een advies van de Wmo- of zorgconsulent. De door het college aangewezen keuringsinstantie/ keuringsarts adviseert het college over de verklaring en de toepasselijkheid van de sociaal-medische gronden.

  • 4.

    Het college wijst de aanvraag af als de aanvrager beschikt of kan beschikken over een parkeergelegenheid op eigen terrein, ongeacht of er een (ander) voertuig van de POET gebruik kan maken, met dien verstande dat de POET zich niet verder van de voordeur van de woning van de aanvrager bevindt dan de ten hoogste in het geneeskundige onderzoek vastgestelde loopafstand van 50 meter

  • 5.

    Het college voert voor de beoordeling van de aanvraag een verkeerstechnisch onderzoek uit, zoals beschreven in artikel 3.2.5.

  • 6.

    Indien de aanvrager ook in het bezit is van een gehandicaptenvergunning dan is het kenteken van deze vergunning gelijk aan het kenteken dat hoort bij de individuele gehandicaptenparkeerplaats.

Artikel 3.2.4 Geneeskundig onderzoek

  • 1.

    Voor de beoordeling van de aanvraag laat het college een geneeskundig onderzoek uitvoeren met betrekking tot de handicap van de aanvrager. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een door het college aangewezen keuringsinstantie.

  • 2.

    De kosten voor het geneeskundig onderzoek met betrekking tot zowel de handicap van de aanvrager als de noodzaak voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats komen voor rekening van de aanvrager. Als de kosten niet of niet tijdig zijn betaald, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.

Artikel 3.2.5 Verkeerstechnisch onderzoek

  • 1.

    Voor de beoordeling van de aanvraag voor het reserveren van een individuele gehandicaptenparkeerplaats voert het college een verkeerstechnisch onderzoek uit.

  • 2.

    Bij het verkeerstechnisch onderzoek wordt onderzocht:

    • a.

      of de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein;

    • b.

      het aantal beschikbare parkeerplaatsen en de parkeerdruk in de straat of het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft; en

    • c.

      de beoogde locatie van de aan te leggen individuele gehandicaptenparkeerplaats, rekening houdend met de verkeersveiligheid.

  • 3.

    Het verkeerstechnisch onderzoek wordt binnen de maximale loopafstand van 50 meter uitgevoerd.

  • 4.

    Het verkeerstechnisch onderzoek wordt op drie verschillende meetmomenten verricht: éénmaal in de ochtenduren, éénmaal in de middaguren en éénmaal in de avonduren.

  • 5.

    De aanvrager komt in aanmerking voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats indien uit het onderzoek blijkt dat binnen de maximale loopafstand op ten minste twee van de drie meetmomenten geen parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Als norm voor het vaststellen van beschikbare parkeerplaatsen wordt uitgegaan van:

    • a.

      geen beschikbare parkeerplaatsen: van nul tot drie beschikbare parkeerplaatsen; of

    • b.

      als voldoende beschikbare parkeerplaatsen wordt gezien: drie of meer beschikbare parkeerplaatsen.

  • 6.

    Een gehandicaptenparkeerplaats op de openbare weg is ten hoogste:

    • a.

      parallel aan de stoeprand: 1,80 meter breed en 6,00 meter lang; of

    • b.

      als insteekvak: 2,50 meter breed en 6,00 meter lang.

  • 7.

    In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de in het vorige lid genoemde afmetingen.

  • 8.

    Als de aanvrager verhuist, wordt voor het nieuwe adres een nieuw verkeerstechnisch onderzoek gedaan, alvorens de individuele gehandicaptenparkeerplaats opnieuw wordt aangelegd.

Artikel 3.2.6 Huisartsen en verloskundigen

  • 1.

    Het college kan bij verkeersbesluit een parkeerplaats reserveren voor een huisarts of verloskundige als de aanvrager werkzaam is als eerstelijns huisarts of als verloskundige en daarbij een praktijk heeft, die gedurende de hele week personeel bezet is, in Den Haag.

  • 2.

    Bij de aanvraag overlegt de aanvrager:

    • a.

      een bewijs van inschrijving in het BIG-register;

    • b.

      het inschrijfnummer in het Handelsregister van de KvK;

    • c.

      de postcode en het huisnummer waarop de praktijk is gevestigd; en

    • d.

      het huisartseninformatiesysteem nummer.

  • 3.

    Het college reserveert een parkeerplaats alleen daar waar de praktijk is gevestigd.

  • 4.

    Als de aanvrager zowel een praktijk aan huis als een praktijk op een andere locatie heeft, kan deze slechts voor één locatie de reservering van een parkeerplaats aanvragen.

  • 5.

    Als de praktijk een verzamelpraktijk of voltijds praktiserende huisartsen onder één dak is, dan geldt het volgende:

    • a.

      bij 1 tot en met 3 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 1 gereserveerde parkeerplaats;

    • b.

      bij 4 tot en met 6 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 2 gereserveerde parkeerplaatsen;

    • c.

      bij 7 tot en met 10 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 3 gereserveerde parkeerplaatsen;

    • d.

      bij 10 of meer voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 4 gereserveerde parkeerplaatsen.

  • 6.

    De beschikbare parkeermogelijkheden op eigen terrein worden in mindering gebracht op het aantal toe te kennen gereserveerde parkeerplaatsen op de openbare weg.

  • 7.

    Voertuigen die geparkeerd worden op een gereserveerde parkeerplaats zijn niet vrijgesteld van de, voor het gebied geldende, parkeerbelasting.

  • 8.

    Het zevende lid geldt niet als voor het voertuig een parkeervergunning is afgegeven voor het desbetreffende gebied.

  • 9.

    Het college kan een parkeerplaats reserveren voor een arts-specialist die op piketdienst werkt bij ziekenhuisafdelingen voor spoedeisende hulp of levensbedreigende situaties. Bij de aanvraag legt aanvrager stukken over waaruit een en ander blijkt.

  • 10.

    De kosten voor het aanleggen van een gereserveerde parkeerplaats komen voor rekening van de aanvrager.

  • 11.

    Na het indienen van de aanvraag voert het college een verkeerstechnisch onderzoek uit. Bij een positieve beoordeling worden de kosten voor de aanleg automatisch geïncasseerd.

Artikel 3.2.7 Ambassades en internationale organisaties

  • 1.

    Het college kan besluiten tot het reserveren van een parkeerplaats voor een ambassade, een residentie van de ambassadeur of head of mission of een internationale organisatie, als uit het verkeerstechnisch onderzoek blijkt dat:

    • a.

      er onvoldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving is; en

    • b.

      er niet op een eigen parkeerplaats van de ambassade, residentie of organisatie kan worden geparkeerd.

  • 2.

    In geval van reservering voor een ambassade of internationale organisatie wordt de parkeerplaats gereserveerd door plaatsing bij verkeersbesluit van bord E8 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waaruit blijkt dat de parkeerplaats uitsluitend voor voertuigen van het Corps Diplomatique (CD) is bestemd.

  • 3.

    In het geval van toekenning aan de residentie van een ambassadeur of head of mission wordt de parkeerplaats gereserveerd door plaatsing bij plaatsingsbesluit van bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met het kenteken van het betreffende motorvoertuig.

  • 4.

    Bij de residentie van een ambassadeur of head of mission en bij een internationale organisatie wordt ten hoogste één parkeerplaats gereserveerd, en bij de ambassade ten hoogste twee parkeerplaatsen.

  • 5.

    Als de ambassade of internationale organisatie verhuist, of als de residentie van een ambassadeur of head of mission niet meer als zodanig gebruikt wordt, vervalt de toekenning van de gereserveerde parkeerplaats. Voor de nieuwe locatie dient een nieuwe aanvraag gedaan te worden.

  • 6.

    Kan de aanvrager beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein voor een of meer personenauto’s, dan wordt het aantal personenauto’s waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, afgetrokken van het aantal te reserveren parkeerplaatsen.

Hoofdstuk 4 Algemene bepalingen parkeervergunningen

Artikel 4.1 Aanvragen en geldigheid

  • 1.

    De aanvrager dient een aanvraag voor een parkeervergunning in met het door het college vastgestelde aanvraagformulier, op de wijze (schriftelijk of digitaal) die het college op dat moment beschikbaar stelt.

  • 2.

    De parkeervergunning is geldig vanaf het moment waarop de verschuldigde parkeerbelasting is betaald en alleen gedurende het tijdvak waarvoor de parkeerbelasting is betaald.

  • 3.

    Een parkeervergunning is persoons-, bedrijfs-, kenteken- en adres-gebonden, tenzij anders is bepaald.

  • 4.

    Het college verlengt op aanvraag de geldigheid van een parkeervergunning voor bewoners, bedrijven en bezoekers, zolang aanvrager aan de gestelde voorwaarden blijft voldoen en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is betaald.

  • 5.

    De vergunninghouder meldt wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor de geldigheid van de parkeervergunning onverwijld aan het college.

Artikel 4.2 Gelijkstelling met eigenaar/houder

  • 1.

    Met de eigenaar of houder van een motorvoertuig als bedoeld in de Verordening wordt gelijkgesteld degene die op grond van een huurovereenkomst of een leasecontract kan aantonen dat hij het gebruik heeft van dat motorvoertuig, met dien verstande dat een dergelijke overeenkomst nog ten minste drie maanden geldig is.

  • 2.

    De parkeervergunning wordt verleend voor de duur van de huur- of leaseovereenkomst, maar niet langer dan voor één jaar.

  • 3.

    Indien de huur- of leaseovereenkomst afloopt binnen een jaar nadat de parkeervergunning is verleend en een nieuwe overeenkomst wordt aangegaan wordt de duur van de parkeervergunning op aanvraag gewijzigd tot ten hoogste één jaar te rekenen vanaf de datum van verlening van de vergunning.

Artikel 4.3 Weigeringsgronden

Het college weigert een parkeervergunning als:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan de gestelde voorwaarden;

  • b.

    bij een aanvraag na een eerdere intrekking van een parkeervergunning geen wijziging is in de omstandigheden die hebben geleid tot de intrekking van de parkeervergunning;

  • c.

    de aanvrager de verschuldigde parkeerbelasting van een eerder verleende parkeervergunning niet heeft betaald;

  • d.

    het maximumaantal parkeervergunningen op het betreffende woonadres, voor het betrokken bedrijf of de betrokken instelling is verleend; of

  • e.

    het vergunningenplafond voor het betreffende vergunninggebied is bereikt, tenzij de aanvraag een eerste bewonersvergunning betreft.

Artikel 4.4 Bouwontwikkelingen

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 weigert het college een parkeervergunning aan bewoners en bedrijven, in geval van nieuwbouw, sloop- en nieuwbouw, en functiewijzigingen van gebouwen, waarvoor het college na 1 januari 2022 een omgevingsvergunning heeft verleend en waarbij parkeerplaatsen op eigen terrein zijn aangelegd.

  • 2.

    Het college kan in afwijking van het eerste lid adressen aanwijzen waar bewoners en bedrijven in aanmerking komen voor een parkeervergunning, als de parkeerplaatsen die op grond van de geldende autoparkeernormen zijn vereist voor de bouwontwikkeling of functiewijziging geheel of gedeeltelijk in de openbare ruimte liggen of worden gerealiseerd.

  • 3.

    Het college houdt een openbare overzichtslijst bij waarop de adressen zijn opgenomen die zijn uitgesloten van een of meer soorten parkeervergunningen overeenkomstig de voor die adressen van toepassing zijnde autoparkeernormen. Deze overzichtslijst wordt tevens digitaal beschikbaar gesteld en is voor het publiek via internet te raadplegen.

Artikel 4.5 Parkeerplaats op eigen terrein

  • 1.

    Als een parkeerplaats op eigen terrein (POET) wordt aangemerkt:

    • a.

      een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats behorend bij het woonadres; of

    • b.

      een parkeergelegenheid die is bestemd voor één of meer motorvoertuigen, behorend bij of is toegewezen aan een gebouw of gebouwencomplex en, als het om een solitaire parkeergelegenheid gaat, ten minste 2,35 meter breed en 5 meter diep is en een doorgang heeft van ten minste 2 meter breed.

  • 2.

    Als een parkeerplaats op eigen terrein (POET) wordt tevens aangemerkt:

    • a.

      de parkeerplaats die feitelijk niet als parkeerplaats wordt gebruikt;

    • b.

      de parkeerplaats die door verhuur of verkoop niet meer door de aanvrager te gebruiken is; of

    • c.

      de parkeerplaats krachtens een omgevingsvergunning die het college na 1 januari 2022 heeft verleend en die van bestemming of functie is gewijzigd.

  • 3.

    Het college houdt een openbare overzichtslijst bij waarop de adressen zijn opgenomen die zijn uitgesloten van een of meer soorten parkeervergunningen overeenkomstig de voor die adressen van toepassing zijnde autoparkeernormen. Deze overzichtslijst wordt tevens digitaal beschikbaar gesteld en is voor het publiek via internet te raadplegen.

Artikel 4.6 Algemene regels gebruik parkeervergunning

  • 1.

    Parkeren in strijd met de voorschriften van de parkeervergunning wordt beschouwd als parkeren zonder parkeervergunning.

  • 2.

    De parkeervergunning is geldig in het aangewezen vergunningengebied dat in de vergunning is aangeduid met de desbetreffende gebiedscode.

  • 3.

    Een op kenteken verleende parkeervergunning is uitsluitend geldig voor het motorvoertuig waarvoor het kenteken is geregistreerd.

  • 4.

    Indien sprake is van een nieuw of vervangend motorvoertuig, meldt de vergunninghouder het nieuwe kenteken onverwijld aan het college.

  • 5.

    Indien op een vergunning meerdere vaste kentekens zijn vermeld, is de vergunning uitsluitend geldig voor het kenteken dat op dat moment actief is aangemeld.

  • 6.

    De vergunninghouder kan het actieve kenteken wijzigen via een door het college ter beschikking gesteld systeem, door registratie van het kenteken in de centrale computer, met behulp van een mobiele applicatie, de website of telefonisch.

  • 7.

    Een niet op een vast kenteken verleende parkeervergunning is geldig vanaf het moment waarop de vergunninghouder het kenteken van het geparkeerde motorvoertuig heeft aangemeld én de bevestiging van deze aanmelding heeft ontvangen.

  • 8.

    Het aanmelden van een kenteken geschiedt via een door het college ter beschikking gesteld systeem, door registratie van het kenteken in de centrale computer via een mobiele applicatie, de website of telefonisch.

  • 9.

    Bij een storing van het digitale aan- en afmeldsysteem van de parkeervergunning of van het netwerk is de parkeerder gehouden op een andere wijze voor een geldig parkeerrecht te zorgen, bijvoorbeeld door betaling bij de parkeerautomaat of via mobiel parkeren.

  • 10.

    De vergunninghouder draagt er zelf zorg voor dat de parkeeractie wordt afgemeld.

  • 11.

    De parkeervergunning is niet overdraagbaar.

  • 12.

    Vergunninghouder kan aan de vergunning geen recht ontlenen op beschikbaarheid van een parkeerplaats.

Artikel 4.7 Parkeervergunningenplafond

  • 1.

    In vergunninggebieden waar de parkeerdruk hoger is dan 90%, wordt een parkeervergunningenplafond ingesteld voor de uitgifte van 2e en 3e bewonersvergunningen.

  • 2.

    In het eerste jaar na invoering van het parkeervergunningenplafond wordt de hoogte van het plafond voor het betreffende parkeervergunninggebied bepaald aan de hand van het aantal openbare parkeervakken in het gebied volgens de meest recente gemeentelijke parkeervakkenkaart.

  • 3.

    Binnen 6 tot 9 maanden na de startdatum van een vergunningenplafond in een vergunningengebied voert het college een evaluatie uit door middel van een parkeerdrukmeting en analyse van de uitgegeven vergunningen.

  • 4.

    Binnen één jaar na de startdatum van het parkeervergunningenplafond kan het college besluiten het vergunningengebied op te delen in rayons.

  • 5.

    Eén jaar na de startdatum wordt een afzonderlijk parkeervergunningenplafond per rayon vastgesteld.

  • 6.

    Een bewonersvergunning die in een vergunningengebied is verleend, is geldig in alle rayons binnen dat gebied.

  • 7.

    Het parkeervergunningenplafond per rayon wordt jaarlijks bijgesteld op basis van het aantal openbare parkeervakken volgens de meest recente gemeentelijke parkeervakkenkaart.

  • 8.

    Elke twee jaar voert het college een parkeerdrukmeting en vergunningenanalyse uit, op basis waarvan het parkeervergunningenplafond opnieuw kan worden aangepast.

Artikel 4.8 Wachtlijst bij vergunningenplafond

  • 1.

    Indien het parkeervergunningenplafond in een vergunningengebied of rayon is bereikt of overschreden, worden aanvragen voor een 2e of 3e bewonersvergunning geplaatst op een wachtlijst.

  • 2.

    De volgorde op de wachtlijst wordt bepaald op basis van de datum van registratie van de aanvraag bij de gemeente.

  • 3.

    Aanvragen voor een 2e bewonersvergunning krijgen prioriteit boven een aanvragen voor een 3e bewonersvergunning.

  • 4.

    Aanvragen kunnen op de wachtlijst worden geplaatst zonder opgave van een kenteken.

  • 5.

    Toekenning van een vergunning vindt digitaal plaats

  • 6.

    Na toekenning van een 2e of 3e bewonersvergunning heeft de vergunninghouder zes maanden de tijd om de vergunning aan een kenteken te koppelen. Indien deze termijn wordt overschreden, vervalt het recht op de vergunning en wordt de aanvraag opnieuw op de wachtlijst geplaatst met een nieuwe aanvraagdatum die twaalf maanden later ligt dan de oorspronkelijke aanvraagdatum.

  • 7.

    Een bewoner die een 2e of 3e bewonersvergunning heeft opgezegd, behoudt gedurende één jaar het recht op heruitgifte, mits hij of zij woonachtig blijft op hetzelfde adres in hetzelfde rayon.

  • 8.

    Bij verhuizing binnen Den Haag naar een ander rayon geldt de oorspronkelijke aanvraagdatum van de bewonersvergunning als datum van plaatsing op de wachtlijst in het nieuwe rayon.

  • 9.

    De lengte van de wachtlijst en gemiddelde wachttijd voor 2e en 3e vergunningen wordt per rayon openbaar bijgehouden op de gemeentelijke website.

Artikel 4.9 Intrekkingsgronden

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning intrekken wanneer:

    • a.

      de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend;

    • b.

      er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;

    • c.

      voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;

    • d.

      de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;

    • e.

      de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    • f.

      blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

    • g.

      er sprake is van redenen van openbaar belang; of

    • h.

      wanneer op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang van de verkeersveiligheid of het gemeentelijk beleid betreffende parkeerregulering.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid trekt het college een parkeervergunning in als de vergunninghouder daar om verzoekt.

Hoofdstuk 5 Parkeervergunningsoorten

Artikel 5.1 Bewonersvergunning

  • 1.

    Het college kan een bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die:

    • a.

      in een vergunninggebied woont;

    • b.

      houder of berijder van een motorvoertuig is;

    • c.

      niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein kan beschikken;

    • d.

      niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend; en

    • e.

      niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bewonersvergunning wordt verleend, blijkende uit:

      • 1°.

        een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;

      • 2°.

        de bouw- of omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of

      • 3°.

        een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan het college ten hoogste één bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die berijder van een motorvoertuig is, dat niet door een autodeelorganisatie wordt aangeboden, op basis van de door de gemeente voorgeschreven schriftelijke ‘Berijdersverklaring/autodeelverklaring’ (particulieren), en het motorvoertuig deelt met een persoon die woont in een ander vergunninggebied of in een gemeente direct grenzend aan Den Haag.

  • 3.

    Het college draagt op verzoek een parkeervergunning over aan de partner of een familielid van een overleden vergunninghouder, als die volgens de BRP, het PROBAS en/of het KMAR op hetzelfde adres staat ingeschreven en het verzoek binnen drie maanden na het overlijden is ingediend.

  • 4.

    Onverminderd artikel 4.6 en 4.7 verleent het college per adres ten hoogste drie vergunningen.

  • 5.

    Het aantal parkeergelegenheden op eigen terrein waarover de aanvrager kan beschikken, wordt afgetrokken van het aantal te verlenen bewonersvergunningen.

  • 6.

    Onverminderd artikel 4.6 en 4.7 kan een tweede of derde bewonersvergunning worden verleend als:

    • a.

      op het adres van de aanvrager al een eerste, respectievelijk tweede, bewonersvergunning is verleend;

    • b.

      de aanvrager niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein voor het tweede, respectievelijk derde, motorvoertuig kan beschikken; of

    • c.

      de aanvrager over een solitaire parkeergelegenheid op eigen terrein voor het eerste, respectievelijk tweede, motorvoertuig kan beschikken, voor zover het adres waarvoor de vergunning is aangevraagd binnen de wijken Vogelwijk, Westbroekpark en Duttendel of binnen de buurt Duinzigt is gelegen.

  • 7.

    Het aantal verleende gehandicaptenvergunningen wordt afgetrokken van het aantal te verlenen bewonersvergunningen.

  • 8.

    De vergunning is geldig in het vergunninggebied waar de vergunninghouder woont.

Artikel 5.2 Gehandicaptenvergunning

  • 1.

    Het college kan een gehandicaptenvergunning verlenen aan een bewoner die:

    • a.

      in een vergunninggebied woont:

    • b.

      houder of berijder van een motorvoertuig is; en

    • c.

      houder is van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders.

  • 2.

    De vergunning is geldig in het gehele gereguleerde gebied.

Artikel 5.3 VvE-vergunning

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een Vereniging van Eigenaren (VvE) die voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      het wooncomplex waarvan de leden van de VvE eigenaar zijn, is gevestigd binnen het vergunninggebied;

    • b.

      het wooncomplex aantoonbaar meer woonadressen bevat dan er parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig zijn;

    • c.

      voor het wooncomplex geen reductie van de autoparkeervraag is toegepast en geen vrijstelling van de autoparkeereis is verleend;

    • d.

      er geen afspraken zijn gemaakt omtrent parkeren in de bouw- of omgevingsvergunningen, anterieure overeenkomsten of andere rechtsgeldige documenten; en

    • e.

      er geen norm of regel van toepassing is die het verlenen van een eerste bewonersvergunning voor het wooncomplex beperkt of uitsluit.

  • 2.

    De VvE-vergunning kan uitsluitend worden verstrekt wanneer een parkeerterrein of parkeergarage, die in eigendom is van de leden van de VvE, voorziet in een substantieel deel van de parkeerbehoefte op eigen terrein. Indien het aandeel parkeren op eigen terrein niet eerder is vastgesteld, wordt dit bij het besluit op de aanvraag bepaald.

  • 3.

    De VvE-vergunning wordt verleend op naam van de VvE (KvK-nummer) en is niet vooraf gekoppeld aan individuele kentekens van bewoners.

  • 4.

    De VvE is vergunninghouder en verantwoordelijk voor de koppeling van kentekens aan de vergunning. Bewoners vragen hun parkeerrecht aan bij de VvE.

  • 5.

    Bij de aanvraag van de vergunning verstrekt de VvE een volledige lijst van adressen met bijbehorende kentekens van betreffende bewoners conform registratie bij de RDW.

  • 6.

    De VvE-vergunning bestaat uit een nader vast te stellen maximum aantal aanmeldrechten, waarmee een vastgesteld aantal kentekens tegelijkertijd op straat kan parkeren.

  • 7.

    Het aantal aanmeldrechten om te parkeren op straat bedraagt maximaal het aantal adressen met een voertuigregistratie bij de RDW, verminderd met het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein beschikbaar is.

Artikel 5.4 Bedrijfsvergunning

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf dat:

    • a.

      volgens het Handelsregister van de KvK in een vergunninggebied is gevestigd met uitzondering van het commerciële gebied rond de Palacepromenade, het Energiekwartier, de Resident en Centraal Station Oost;

    • b.

      niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend;

    • c.

      niet over een parkeerplaats op eigen terrein beschikt of kan beschikken; en

    • d.

      niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bedrijfsvergunning wordt verleend, blijkende uit:

      • 1°.

        een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;

      • 2°.

        de bouw- of omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of

      • 3°.

        een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.

  • 2.

    Een bedrijfsvergunning kan worden verleend aan een onderneming die activiteiten verricht op of ten behoeve van het water (zoals watersport, passagiersvaart, verhuur van vaartuigen of overige nautische dienstverlening), mits aan de volgende vereisten wordt voldaan:

    • a.

      de onderneming is ingeschreven in het Handelsregister van het KvK met een hoofd- of nevenactiviteit die aantoonbaar verband houdt met watersport, nautische dienstverlening of andere watergebonden activiteiten;

    • b.

      de onderneming beschikt over een geldige huurovereenkomst of eigendomsbewijs van een ligplaats in de haven binnen het vergunninggebied, waarbij uit de overeenkomst blijkt dat de ligplaats daadwerkelijk wordt gebruikt voor het aanbieden van de geregistreerde activiteiten; en

    • c.

      de bedrijfsactiviteiten worden vanaf de betreffende locatie in de haven daadwerkelijk aangeboden of uitgevoerd blijkens de overgelegde stukken.

  • 3.

    Indien de activiteiten niet (langer) vanaf de geregistreerde ligplaats plaatsvinden of de huurovereenkomst van de ligplaats eindigt, vervalt het recht op de bedrijfsparkeervergunning.

  • 4.

    Het college verleent per vestiging van een bedrijf ten hoogste één vergunning per tien fte’s, tenzij het hieronder opgenomen vijfde tot en met het achtste lid van toepassing is.

  • 5.

    Het college verleent per vestiging van een bedrijf ten hoogste één vergunning per vijf fte’s, als dat bedrijf is gevestigd in:

    • a.

      Archipel/Zeeheldenkwartier/Zorgvliet (gebiedscode 85);

    • b.

      De Venen (gebiedscode 16);

    • c.

      Rivierenbuurt (gebiedscode 75); of

    • d.

      Schilderswijk Midden (gebiedscode 30M).

  • 6.

    Het college verleent per vestiging van een bedrijf ten hoogste één vergunning per twee fte’s, als dat bedrijf is gevestigd in:

    • a.

      Benoordenhout (gebiedscode 10);

    • b.

      Bezuidenhout-Oost + West (gebiedscode 11);

    • c.

      Geuzen- en Statenkwartier/Duinoord (gebiedscode 14);

    • d.

      Haagse Markt en omgeving (gebiedscode 62);

    • e.

      Morgenstond (gebiedscode 22A); of

    • f.

      Scheveningen/Duindorp (gebiedscode 80).

  • 7.

    Het college verleent per vestiging van een bedrijf ten hoogste vier vergunningen, als dat bedrijf is gevestigd in de Binnenstad (gebiedscode 70).

  • 8.

    Het college verleent per vestiging van een bedrijf ten hoogste één vergunning, als dat bedrijf is gevestigd in de Frederikstraat en omgeving (gebiedscode 85F).

  • 9.

    Meerdere bedrijven die op hetzelfde adres zijn gevestigd, worden als één bedrijf aangemerkt, tenzij het om aantoonbaar zelfstandige en van elkaar onafhankelijke entiteiten gaat.

  • 10.

    Als de aanvrager kan beschikken over een POET voor een of meer personenauto’s, dan wordt het aantal personenauto’s waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen.

  • 11.

    De vergunning is geldig in het vergunninggebied waar de vergunninghouder is gevestigd.

  • 12.

    Bij een bedrijf aan huis worden verleende bewonersvergunningen afgetrokken van het aantal te verlenen bedrijfsvergunningen.

Artikel 5.5 Parkeervergunning voor onderwijsinstellingen

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een onderwijsinstelling die in een vergunninggebied is gevestigd.

  • 2.

    Het college verleent aan een onderwijsinstelling niet meer vergunningen dan het aantal fte’s dat bij de instelling werkzaam is.

  • 3.

    Het college trekt het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein waarover de onderwijsinstelling beschikt of kan beschikken, af van het aantal te verlenen vergunningen. De vergunning is geldig in het vergunninggebied waar de onderwijsinstelling is gevestigd.

Artikel 5.6 Functionele vergunning

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan:

    • a.

      ambassades en consulaten;

    • b.

      de gemeente Den Haag;

    • c.

      ambulante zorgverleners;

    • d.

      internationale organisaties.

  • 2.

    Het college verleent uitsluitend een vergunning aan de gemeente Den Haag, indien de vergunning aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden in de openbare ruimte en die werkzaamheden dagelijks en voltijds plaatsvinden.

  • 3.

    De vergunning is geldig in alle vergunninggebieden.

Artikel 5.7 Autodeelvergunning

  • 1.

    Het college kan een autodeelvergunning verlenen aan een autodeelorganisatie die een motorvoertuig inzet als deelauto.

  • 2.

    Een autodeelvergunning wordt uitgegeven op kenteken.

  • 3.

    Een autodeelvergunning wordt uitgegeven voor maximaal 1 jaar. Waarna de mogelijkheid tot verlenging van de vergunning kan worden aangeboden.

  • 4.

    Er worden maximaal 4 verlengingen aangeboden. Hierna zal de autodeelvergunning volledig opnieuw moeten worden aangevraagd.

  • 5.

    De autodeelvergunning is geldig in het gehele gereguleerde gebied, met uitzondering van gebieden die worden bepaald in de vergunningsvoorschriften.

  • 6.

    Er is een maximum van 300 autodeelvergunningen per autodeelorganisatie.

  • 7.

    Vergunninghouder kan voor de betreffende deelauto een aangewezen belanghebbendenplaats aanvragen, indien nodig bij een laadpaal.

  • 8.

    De autodeelvergunning is niet adres gebonden.

  • 9.

    De vergunninghouder voldoet aan de volgende basiseisen:

    • a.

      de vergunninghouder is een rechtspersoon, ingeschreven in het Handelsregister of een gelijkwaardig register van een andere lidstaat van de Europese Unie met recent bewijs van inschrijving niet ouder dan zes weken;

    • b.

      uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft;

    • c.

      de vergunninghouder is (wettelijk) verplicht om de deelauto’s conform de eisen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te verzekeren en verzekerd te houden tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door of met de deelauto’s; en

    • d.

      de vergunninghouder heeft een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten.

  • 10.

    De vergunninghouder voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot de deelauto:

    • a.

      de deelauto mag uitsluitend aan deelvervoer gerelateerde reclame tonen;

    • b.

      de deelauto is met een app te openen zonder tussenkomst van de vergunninghouder of de eigenaar van de deelauto;

    • c.

      vanaf 1 januari 2030 moet de deelauto volledig emissievrij zijn en mag deze geen schadelijke stoffen meer uitstoten (zero-emissie); en

    • d.

      de deelauto moet herkenbaar en identificeerbaar zijn als deelauto van de vergunninghouder.

  • 11.

    De vergunninghouder voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot de dienstverlening en operatie:

    • a.

      indien een deelauto niet gebruiksklaar is, zorgt de vergunninghouder ervoor dat de deelauto binnen 72 uur nadat het gebrek redelijkerwijs bekend is of had kunnen zijn, ter plaatse weer gebruiksklaar wordt gemaakt of wordt verwijderd. Onder gebruiksklaar wordt verstaan dat de deelauto technisch, veilig en onmiddellijk inzetbaar is. Een gebrek is redelijkerwijs bekend wanneer dit is geconstateerd of had moeten worden geconstateerd tijdens regulier beheer of wanneer hiervan een melding is ontvangen.;

    • b.

      de deelauto moet, wanneer deze gebruiksklaar is en niet in gebruik is door een derde, te allen tijde uitsluitend beschikbaar zijn voor gebruik door derden in het kader van de dienst waarvoor de vergunning is verleend. Het voertuig mag niet voor andere doeleinden worden ingezet;

    • c.

      elke boeking van de deelauto moet plaatsvinden zonder tussenkomst van de vergunninghouder of eigenaar van het voertuig; en

    • d.

      de vergunninghouder dient overlast van de deelauto zoals hinderlijk parkeren of onjuist gebruik van laadpalen te voorkomen en op te lossen.

  • 12.

    De vergunninghouder voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot communicatie:

    • a.

      de vergunninghouder heeft één vast Nederlandssprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op werktijden en zo snel mogelijk handelt bij klachten en vragen die bij de gemeente binnenkomen;

    • b.

      de vergunninghouder registreert en handelt klachten af; en

    • c.

      de vergunninghouder garandeert te alle tijden (24/7) klantenservice voor problemen van gebruikers onderweg.

  • 13.

    De vergunninghouder moet voldoen aan de volgende eisen met betrekking tot data, privacy en interoperabiliteit:

    • a.

      de autodeelorganisatie zet op verzoek van de gemeente jaarlijks een door de gemeente (of een namens de gemeente aangewezen organisatie) opgestelde enquête uit onder haar gebruikers en levert aan de gemeente de ruwe, geanonimiseerde enquêteresultaten;

    • b.

      de autodeelorganisatie past het Nederlands Profiel Data(delen) Deelmobiliteit toe en verstrekt geautomatiseerd gegevens over de deelauto en het gebruik daarvan in Den Haag die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de verleende autodeelvergunning en voor de ontwikkeling en evaluatie van het gemeentelijk parkeer- en deelmobiliteitsbeleid; en

    • c.

      de vergunninghouder zorgt ervoor dat zijn diensten voldoen aan de gangbare eisen op het gebied van informatiebeveiliging.

  • 14.

    De volgende bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing indien de vergunninghouder de deelauto uitsluitend ter beschikking stelt aan een autodeelgroep of aan deelnemers van een autodeelgroep:

    • a.

      lid 9, onderdeel d (bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering);

    • b.

      lid 10, onderdeel d (herkenbaarheid);

    • c.

      lid 12, onderdelen b (klachtenregistratie) en c (klantenservice); en

    • d.

      lid 13, alle onderdelen (data, privacy en interoperabiliteit).

  • 15.

    De volgende aanvullende bepalingen gelden indien de vergunninghouder de deelauto ter beschikking stelt aan een autodeelgroep of aan deelnemers van een autodeelgroep:

    • a.

      er wordt bij aanvraag van de vergunning aangetoond dat de autodeelvergunning wordt aangevraagd voor het laten functioneren van een autodeelgroep;

    • b.

      de autodeelgroep heeft minstens 5 deelnemende bewoners die op verschillende adressen in Den Haag wonen. Voor elke volgende autodeelvergunning heeft de autodeelgroep 5 extra deelnemende bewoners; en

    • c.

      De vergunninghouder verstrekt op verzoek van het college minimaal één keer per jaar actuele, geanonimiseerde gegevens over het gebruik van zijn deelauto’s in Den Haag aan de gemeente of aan een door de gemeente aangewezen derde. Deze gegevens omvatten in ieder geval het aantal ritten en de afgelegde afstand.

  • 16.

    het college kan gedurende de vergunningsperiode de voorwaarden wijzigen, voor zover dit nodig is om het beoogde doel te borgen: het faciliteren en stimuleren van bewonersinitiatieven rondom het delen van auto’s.

  • 17.

    In bepaalde gevallen kan maatwerk nodig zijn en daarom kan bij autodeelvergunning worden afgeweken of kan ontheffing worden verleend van de voorwaarden in lid 9 t/m 15 op basis van een goede onderbouwing.

  • 18.

    Indien de vergunninghouder voornemens is zijn activiteiten te beëindigen, brengt hij het college daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

  • 19.

    De vergunninghouder voldoet vanaf een jaar na de start van de dienstverlening aan de eis dat maximaal 25% van het totale aantal verhuringen korter is dan 7,5 km.

Artikel 5.8 Onderhoudsvergunning

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een onderhouds-, storings- of aannemingsbedrijf.

  • 2.

    Het onderhouds-, storings- of aannemingsbedrijf kan een vergunning aanvragen voor de duur van een dag, week, maand, kwartaal of jaar.

  • 3.

    De aanvrager overlegt bij de aanvraag:

    • a.

      een uittreksel uit het Handelsregister van de KvK, niet ouder dan een jaar, van het onderhouds-, storings- of aannemingsbedrijf; en

    • b.

      de opdrachtbevestiging uit hoofde waarvan het bedrijf werkzaamheden verricht en waaruit blijkt dat de opdracht op een adres in gereguleerd gebied wordt uitgevoerd.

  • 4.

    De week-, maand-, kwartaal- en jaarvergunning is geldig in alle vergunninggebieden, met uitzondering van de straten waar een winkelstraatregeling of consumentenparkeren geldt.

  • 5.

    De dagvergunning is geldig in alle vergunninggebieden, met inbegrip van de straten waar een winkelstraatregeling of consumentenparkeren geldt.

Artikel 5.9 Parkeervergunning voor marktkooplieden

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een standplaatshouder van een markt in de zin van de Marktverordening Den Haag 2016.

  • 2.

    Het college verleent aan een standplaatshouder ten hoogste één vergunning per twee fte’s.

  • 3.

    De vergunning is geldig op de daarin vermelde wegen en tijden.

Artikel 5.10 Bezoekersvergunning voor bewoners

  • 1.

    Het college kan een bezoekersvergunning voor bewoners verlenen aan een bewoner die:

    • a.

      in een vergunninggebied woont, met uitzondering van het commerciële gebied rond de Palacepromenade, het Energiekwartier, de Resident en Centraal Station Oost;

    • b.

      niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend; en

    • c.

      niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bezoekersvergunning voor bewoners verleend mag worden, blijkende uit:

      • 1°.

        een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;

      • 2°.

        de bouw- of omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of

      • 3°.

        een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.

  • 2.

    Het college draagt op verzoek een bezoekersvergunning voor bewoners over aan de partner of een familielid van een overleden vergunninghouder, als die volgens de BRP, het PROBAS en/of de KMAR op hetzelfde adres staat ingeschreven en het verzoek binnen drie maanden na het overlijden is ingediend.

  • 3.

    Het college verleent per adres ten hoogste één vergunning.

  • 4.

    Het college verleent de vergunning ten hoogste eens per kalenderjaar, tenzij de aanvrager een nieuwe bewoner is en niet eerder op hetzelfde adres een bezoekersvergunning heeft aangevraagd.

  • 5.

    Met de vergunning kan het bezoek van de vergunninghouder in het vergunninggebied van de vergunninghouder parkeren voor ten hoogste:

    • a.

      138 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt tot en met 50 uren per week;

    • b.

      203 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 51 tot en met 75 uren per week;

    • c.

      268 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 76 tot en met 100 uren per week;

    • d.

      332 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 101 tot en met 125 uren per week; of

    • e.

      366 uren per jaar in vergunninggebied Scheveningen (gebiedscode 43).

  • 6.

    De vergunninghouder kan per vergunningjaar ten hoogste 50 uren bijkopen en ten hoogste 50 ongebruikte uren meenemen naar het volgende vergunningjaar.

Artikel 5.11 Mantelzorgvergunning

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een bewoner die in een vergunninggebied woont en mantelzorg nodig heeft.

  • 2.

    De aanvrager overlegt bij de aanvraag:

    • a.

      een Wmo-advies waaruit blijkt dat aan de bewoner mantelzorg wordt verleend;

    • b.

      een CIZ-indicatie op grond van de Wet langdurige zorg; of

    • c.

      een indicatie van de wijkverpleegkundige op grond van de Zorgverzekeringswet.

  • 3.

    Het college verleent de vergunning voor ten hoogste vijf opeenvolgende vergunningjaren.

  • 4.

    Het college verleent per adres maximaal één vergunning.

  • 5.

    Met de vergunning kan een mantelzorger van de vergunninghouder voor ten hoogste 520 uur per jaar in het vergunninggebied van de vergunninghouder parkeren.

Artikel 5.12 Bezoekersvergunning voor bedrijven

  • 1.

    Het college kan een bezoekersvergunning voor bedrijven verlenen aan een bedrijf dat:

    • a.

      volgens het Handelsregister van de KvK in een vergunninggebied is gevestigd met uitzondering van het commerciële gebied rond de Palace Promenade, het Energiekwartier, de Resident en Centraal Station Oost;

    • b.

      niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend;

    • c.

      niet over een parkeerplaats op eigen terrein beschikt of kan beschikken; of

    • d.

      niet is gevestigd in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bezoekersvergunning voor bedrijven verlenen wordt verleend, blijkende uit:

      • 1°.

        een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt;

      • 2°.

        de bouw- of omgevingsvergunning(en) van dit gebouw of gebouwencomplex; of

      • 3°.

        een (anterieure) overeenkomst betreffende dit gebouw of gebouwencomplex waarbij de gemeente partij is.

  • 2.

    Het college verleent per vestiging van een bedrijf ten hoogste één vergunning.

  • 3.

    Het college verleent de vergunning ten hoogste eens per kalenderjaar, tenzij de aanvrager een nieuw bedrijf is en niet eerder op hetzelfde adres een bezoekersvergunning heeft aangevraagd.

  • 4.

    Met de vergunning kan het bezoek van de vergunninghouder in het vergunninggebied van de vergunninghouder parkeren voor ten hoogste:

    • a.

      276 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt tot en met 50 uren per week;

    • b.

      406 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 51 tot en met 75 uren per week;

    • c.

      536 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 76 tot en met 100 uren per week; of

    • d.

      664 uren per jaar in een vergunninggebied waar een werkingstijd geldt van 101 tot en met 125 uren per week.

  • 5.

    De vergunninghouder kan per vergunningjaar ten hoogste 50 uren bijkopen en ten hoogste 50 ongebruikte uren meenemen naar het volgende vergunningjaar.

  • 6.

    Meerdere bedrijven die op hetzelfde adres zijn gevestigd, worden als één bedrijf aangemerkt, tenzij het om aantoonbaar zelfstandige en van elkaar onafhankelijke entiteiten gaat.

Artikel 5.13 Parkeervergunning voor religieuze instellingen

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een religieuze instelling.

  • 2.

    Met de vergunning kunnen de bezoekers van de religieuze instelling voor ten hoogste 1.000 uur per jaar in het vergunninggebied parkeren waar de religieuze instelling is gevestigd.

  • 3.

    Het college verleent per religieuze instelling ten hoogste één vergunning.

  • 4.

    Een instelling die over een voor de openbare eredienst of openbare levensbeschouwelijke bezinningssamenkomsten bestemde ruimte van ten minste 1.600 m2 beschikt en deze als zodanig gebruikt, kan 200 uur per vergunningjaar bijkopen.

  • 5.

    De vergunninghouder kan per vergunningjaar ten hoogste 200 ongebruikte uren meenemen naar het volgende vergunningjaar.

  • 6.

    De vergunning is geldig in het vergunninggebied waar de religieuze instelling is gevestigd.

Artikel 5.14 Parkeervergunning voor sportverenigingen

  • 1.

    Het college kan een parkeervergunning verlenen aan een sportvereniging die door middel van een huur- of koopovereenkomst aantoont dat de vereniging structureel gebruik maakt van een sportaccommodatie in een vergunninggebied.

  • 2.

    Met de vergunning kunnen vrijwilligers van de sportvereniging voor ten hoogste 1.000 uur per jaar in het vergunninggebied parkeren waar de sportvereniging is gevestigd.

  • 3.

    Het college verleent per sportvereniging ten hoogste één vergunning.

  • 4.

    De vergunninghouder kan per vergunningjaar ten hoogste 200 uur per 50 leden bijkopen en ten hoogste 200 ongebruikte uren meenemen naar het volgende vergunningjaar.

  • 5.

    Leidend voor de bepaling van het aantal toe te kennen parkeeruren dat een sportvereniging ten hoogste bij kan kopen, is het ledenaantal op 1 januari voorafgaand aan het vergunningjaar.

  • 6.

    De vergunning is geldig in het vergunninggebied waar de sportaccommodatie is gelegen.

Artikel 5.15 Incidentele parkeervergunning

  • 1.

    Het college kan een incidentele vergunning verlenen aan de houder of de berijder van een motorvoertuig voor de duur van een dag, week of maand.

  • 2.

    De vergunning is geldig in alle vergunninggebied, met uitzondering van de winkelstraten (gebiedscode 59).

Artikel 5.16 Laadpaalvergunning

  • 1.

    Het college kan een laadpaalvergunning verlenen aan een persoon die:

    • a.

      bewoner is van een vergunninggebied;

    • b.

      houder of berijder van een elektrisch motorvoertuig is; en

    • c.

      over een parkeerplaats in een collectieve, (inpandige) parkeergelegenheid kan beschikken waarvan de beheerder de aanleg en het gebruik van een oplaadvoorziening voor elektrische motorvoertuigen niet toestaat.

  • 2.

    Met de vergunning kan de vergunninghouder voor ten hoogste 600 uur per jaar zijn elektrische motorvoertuig parkeren op een openbare parkeerplaats in het vergunninggebied waar de vergunninghouder woont en die van een laadpaal is voorzien.

  • 3.

    De vergunninghouder kan per vergunningjaar ten hoogste 50 uur bijkopen.

Hoofdstuk 6 Wijze van betalen

Artikel 6.1 Wijze van betalen en betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel

  • 1.

    De belastingplichtige stelt voor het betaald parkeren de parkeerapparatuur op straat in werking door het kenteken van het te parkeren motorvoertuig op te geven en voor de gewenste parkeerduur te betalen.

  • 2.

    De belastingplichtige betaalt uitsluitend langs elektronische weg op de wijze die op de parkeerapparatuur is vermeld of uit parkeerapparatuur blijkt.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid kan de belastingplichtige de parkeerapparatuur tevens in werking stellen door via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel verbinding te maken met de centrale computer die is bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen. Hiervoor dient de belastingplichtige te zijn geregistreerd bij een aanbieder van betaald-parkeerdiensten die gebruikmaken van telefoon- of datacommunicatie. De belastingplichtige meldt de aanvang van het parkeren door het opgeven van het kenteken van het te parkeren motorvoertuig en de gebiedscode aan de centrale computer. Hij neemt de overige voorwaarden in acht van het bedrijf waarbij belastingplichtige geregistreerd is. Als niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, dan geldt het eerste lid.

Hoofdstuk 7 Participatie en evaluatie

Artikel 7.1 Participatie bij invoering of uitbreiding parkeerregulering

  • 1.

    Het college borgt dat belanghebbenden bij besluiten over betaald parkeren op een zorgvuldige en betekenisvolle wijze worden betrokken, overeenkomstig de uitgangspunten van de Inspraak-en Participatieverordening Den Haag 2024, in hoofdstuk 3.

  • 2.

    Het college organiseert een participatieproces waarin belanghebbenden daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op de invulling van de invoering/uitbreiding van parkeerregulering, in het bijzonder op:

    • a.

      de venstertijden; en

    • b.

      de zonering.

  • 3.

    De participatie richt zich op het verzamelen van belangen, zorgen en ideeën van belanghebbenden, zodat deze in de besluitvorming kunnen worden meegewogen.

  • 4.

    Het college betrekt alle redelijkerwijs te identificeren belanghebbenden, waaronder bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties binnen het betreffende gebied.

  • 5.

    Het college hanteert een open en inclusieve benadering, zodat ook overige belanghebbenden die zich willen uitspreken hierover kunnen deelnemen.

  • 6.

    Het college legt de opzet, het verloop en de resultaten van het participatieproces vast in een participatieverslag, overeenkomstig het format van Haags Samenspel.

  • 7.

    In het participatieverslag wordt gemotiveerd weergegeven hoe de inbreng van belanghebbenden is gewogen en op welke wijze deze heeft bijgedragen aan het uiteindelijke besluit.

  • 8.

    Het participatieverslag wordt openbaar gemaakt tegelijk met het besluit.

  • 9.

    Het college weegt de uitkomsten van het participatieproces aantoonbaar mee bij de vaststelling van de definitieve venstertijden en/of zonering. Wanneer wordt afgeweken van de inbreng uit de participatie, motiveert het college deze afwijking in het besluit.

  • 10.

    Het college zorgt voor tijdige, toegankelijke en begrijpelijke communicatie over:

    • a.

      de aanleiding en het doel van de invoering of uitbreiding;

    • b.

      de mogelijkheden om te participeren; en

    • c.

      het uiteindelijke besluit en vervolgstappen.

  • 11.

    Na het besluit informeert het college de belanghebbenden over de vastgestelde regeling en de praktische uitvoering, waaronder informatie over vergunningverlening en mogelijke overgangsregelingen.

Artikel 7.2 Evaluatie parkeerregulering

  • 1.

    Een jaar na invoering van de parkeerregulering wordt een parkeertelling uitgevoerd en worden de effecten van de regeling geëvalueerd.

  • 2.

    Indien uit de parkeertelling blijkt dat de parkeerdruk in de wijk niet hoger is dan 90%, wordt vastgesteld dat de parkeerregulering het gewenste resultaat heeft en blijft de regeling ongewijzigd.

  • 3.

    Indien uit de evaluatie blijkt dat de parkeerdruk hoger is dan 90%, worden in overleg met de betrokkenen aanvullende parkeermaatregelen besproken, waarbij aanpassing van de parkeerregulering kan worden betrokken.

Hoofdstuk 8 Hardheidsclausule

Artikel 8.1 Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing daarvan gelet op het belang van deze regeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2.

    Aanvrager dient bij een aanvraag waarbij beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule met een relevante motivering de noodzaak te onderbouwen.

  • 3.

    Aan aanvragen op basis van de hardheidsclausule kunnen bij honorering bepaalde voorwaarden worden verbonden.

Hoofdstuk 9 Inwerkingtreding en overgangsrecht

Artikel 9.1 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 9.2 Intrekking

De Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2025 wordt ingetrokken.

Artikel 9.3 Overgangsrecht

De bepalingen van de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2025 blijven van toepassing op vergunningen die voor 1 januari 2026 zijn verleend en nog niet zijn verstreken en op vergunningaanvragen die voor deze datum zijn gedaan.

Artikel 9.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling parkeerregulering Den Haag 2026.

Den Haag, 16 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de burgemeester,

Jan van Zanen

Naar boven