Gemeenteblad van Tubbergen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tubbergen | Gemeenteblad 2026, 95454 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tubbergen | Gemeenteblad 2026, 95454 | beleidsregel |
Beleidsregels algemene- en bijzondere bijstand gemeente Tubbergen 2026
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
In deze beleidsregels wordt bedoeld met:
Bij een eigen woning de hypotheeklasten verbonden aan de door belanghebbende bewoonde woning, de zakelijke lasten behorend bij de woning en een naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. Onder zakelijke lasten wordt verstaan: rioolrechten, de onroerende zaakbelasting, premie brand- en opstalverzekering en het eigenaarsdeel van de waterschapslasten.
Schoolverlater: belanghebbende die tot zes maanden terug de deelname aan onderwijs of een beroepsopleiding heeft beëindigd. De periode van zes maanden vangt aan na het beëindigen van het recht op studiefinanciering dan wel de tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Hoofdstuk 2: Algemene bijstand
Artikel 2.1 Overbruggingsuitkering
Voor zover een belanghebbende niet de beschikking heeft over enig bank- of girotegoed of over contante middelen en ter overbrugging tot aan de eerstvolgende reguliere betaaldatum een overbruggingsuitkering noodzakelijk is in verband met bij echtscheiding, beëindiging zelfstandig bedrijf, vertrek uit AZC of om een andere reden, wordt op aanvraag een overbruggingsuitkering toegekend.
Hoofdstuk 3: Bijzondere bijstand
Artikel 3 Voorwaarden bijzondere bijstand
De aanvraag om bijzondere bijstand wordt verleend als aan de voorwaarden van artikel 35 Pw is voldaan. De voorwaarden zijn:
De draagkrachtis 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Bij toepassing van de kostendelersnorm wordt voor de draagkracht uitgegaan van de bijstandsnorm zonder rekening te houden met de verlaging wegens kostendelers. Ditzelfde geldt bij de verlaagde norm bij een schoolverlater of vanwege lage woonkosten. Ook dan wordt uitgegaan van de van toepassing zijnde norm zonder rekening te houden met de verlaging.
Artikel 3.3. In aanmerking te nemen inkomen
De middelen genoemd in artikel 31 lid 2 Pw en artikel 33 lid 5 Pw worden vrijgelaten voor algemene bijstand en ook niet in aanmerking genomen als inkomen voor de bepaling van draagkracht voor bijzondere bijstand. Bij een aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen worden deze middelen wel meegenomen in de draagkracht.
Artikel 3.6. Wijziging draagkracht tijdens de draagkrachtperiode
In beginsel wordt de eenmaal vastgestelde draagkracht niet gewijzigd. Alleen als er een wijziging in het inkomen als bedoeld in artikel 3.3 lid 1 van deze beleidsregels en het vermogen als bedoeld in artikel 3.4 lid 1 van deze beleidsregels heeft plaatsgevonden wordt de draagkracht gewijzigd. In dat geval wordt de draagkrachtperiode opnieuw vastgesteld.
Voor de kosten van bijzondere bijstand geldt geen drempelbedrag zoals bedoeld in artikel 35 lid 2 Pw.
Kostensoorten waarvoor beleid is vastgelegd
Artikel 3.10. Medische kosten en orthodontie onder de 18 jaar
In afwijking van lid 1 wordt bijzondere bijstand verstrekt voor medische kosten tot aan de vergoeding van de gemeentelijk ondersteunde collectieve aanvullende zorgverzekering volgens pakket 2 van zorgverzekeraar Menzis, wanneer de aanvrager door een premieachterstand geen aanvullende ziektekostenverzekering kan afsluiten.
Artikel 3.11. Uitvaartkosten (niet zijnde de uitvoering van de Wet op de Lijkbezorging)
Voor de kosten van een begrafenis of een crematie kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt aan de belanghebbende op wie volgens de bepalingen in het huwelijksgoederenrecht en het erfrecht de plicht rust de kosten van lijkbezorging van bloed- en aanverwanten te voldoen. Een maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt voor zover deze kosten niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden, niet gedekt zijn door verzekeringen en/of overlijdensuitkering (krachtens een sociale zekerheidswet) en de nabestaande niet over toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen.
Artikel 3.12. Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele
Het college verleent bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht verbonden aan het verzoek tot bewindvoering, mentorschap of ondercuratelestelling. In afwijking van het tijdstip van het opkomen van de kosten zoals genoemd in artikel 3.1., wordt als tijdstip voor het opkomen van het griffierecht de datum van de uitspraak van de kantonrechter genomen.
De kosten voor een babyuitzet behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze moeten uit het inkomen op bijstandsniveau worden betaald. Bijzondere bijstand is in beginsel niet mogelijk, omdat daarvoor gereserveerd moet worden. Alleen wanneer een aanvrager niet heeft kunnen reserveren of lenen en geen gebruik kan maken van een voorliggende voorziening, dan is bijzondere bijstand voor een babyuitzet mogelijk als er sprake is:
De verstrekking van babyuitzet door de Stichting Babyspullen is een voorliggende voorziening.
Artikel 3.16. Kosten van scholing en opleiding
Voor de kosten van noodzakelijk geachte scholing wordt geen bijzondere bijstand verleend.
Artikel 3.17. Stofferings- en inrichtingskosten, duurzame gebruiksgoederen (inclusief witgoed)
De belanghebbende moet de kosten, die verband houden met de in de titel van dit artikel genoemde kosten die behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, primair uit zijn eigen middelen, inkomen, vermogen dan wel de individuele inkomens- of studietoeslag te voldoen. Dit door middel van reservering of door gespreide betaling achteraf waarbij rekening wordt gehouden met de draagkrachtbepalingen van deze beleidsregels. Dit geldt ook voor de kosten van de eerste woninginrichting.
Voor stofferingskosten die naar hun aard niet als duurzame gebruiksgoederen mogen worden gezien, zoals verf, vloerbedekking en behang, kan bijzondere bijstand om niet worden verstrekt. Er kan (slechts) bijstand als lening worden verstrekt als er omstandigheden zijn zoals genoemd in artikel 48 lid 2 Pw.
Artikel 3.19. Woonkostentoeslag
Indien de woonkosten, zowel van een huurwoning als van een eigen woning, meer bedragen dan de maximaal subsidiabele huur dan wordt bij recht op een woonkostentoeslag niet meer bijstand verstrekt dan op basis de maximaal subsidiabele huur wordt berekend. Bij een huurwoning wordt in dat geval de woonkostentoeslag voor maximaal 1 jaar verleend en wordt gelijktijdig een verhuisplicht opgelegd. Deze periode kan met maximaal 1 jaar worden verlengd als de aanvrager er alles aan heeft gedaan om vervangende woonruimte te krijgen en hierin toch niet is geslaagd.
Artikel 3.20. Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 17 februari 2026,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen
Voor de meeste onderwerpen en kostensoorten is inhoudelijk aansluiting gezocht bij het bestaande beleid. Het beleid is geactualiseerd en toegankelijker geschreven.
Bij andere onderwerpen gaat het ook om inhoudelijke wijzigingen.
Daarbij gaat het om het volgende:
In beginsel wordt er geen bijzondere bijstand meer verstrekt voor telefoonkosten, omdat er voldoende gratis mogelijkheden zijn om te communiceren.
Hetzelfde geldt voor de geringe meerkosten in elektriciteitsverbruik vanwege het gebruik van een scootmobiel of traplift.
Er is alleen een artikelsgewijze toelichting opgenomen als het artikel een toelichting nodig heeft.
Artikel 2.2. Vermogensvaststelling bij bezit van een motorvoertuig
De koerslijst geeft geen bedragen van auto’s ouder dan 15 jaar. Aangenomen mag worden dat deze geen waarde boven de € 5.000,- vertegenwoordigen. Mocht het om een exclusief model of oldtimer gaan, dan dient de waarde middels bijvoorbeeld een taxatierapport aangetoond te worden.
De uitkomst van de ANWB koerslijst omvat zeven verschillende prijsindicaties die inzicht geven in de waarde van een auto in diverse situaties. We gaan hierbij uit van de verkoopprijs bij inruil bij een autobedrijf.
Afwijkende waarde vaststelling
Als er aantoonbare verschillen zijn tussen het goed en de uitgangspunten van de koerslijsten (bv schade auto of oldtimer) wordt afgeweken van de koerslijsten.
Bij recente aanschaf kan voor de waardebepaling uitgegaan worden van de recent betaalde aankoopprijs, indien niet gesteld of gebleken is dat die prijs niet reëel zou zijn.
Motorvoertuigen zijn auto’s, motoren, brommers en scooters.
Artikel 2.3. Verlaging bijstand in verband met woonsituatie
De bijstandsnormen worden verlaagd op grond van artikel 27 Pw als belanghebbende lagere kosten van bestaan heeft door zijn woonsituatie. Het gaat hier om personen van 21 jaar of ouder tot aan de pensioengerechtigde leeftijd (artikel 21 Participatiewet).
Als aan een door belanghebbende bewoonde woning voor belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden, wordt de norm verlaagd met 20% van de gezinsnorm.
Onderscheid maken naar de mate waarin woonkosten ontbreken is niet noodzakelijk. Wanneer belanghebbende uitzonderlijk lage woonkosten heeft, kan worden afgestemd met artikel 18 lid 1 Pw. Dit artikel richt zich bijvoorbeeld op krakerssituaties en situaties waarin door ex-partners volledig in de woonkosten wordt voorzien.
De verlaging van 20% van de gezinsnorm geldt ook voor dak- en thuislozen. Dit met het idee dat daarmee de drempel om in een woning te gaan wonen wordt verminderd. Wanneer dit in specifieke situaties problemen oplevert dan kan gebruik worden gemaakt van artikel 18 lid 1 Pw.
Artikel 3.1. moment van aanvragen bijzondere bijstand
Bij bijzondere bijstand kan bijstand worden verstrekt met terugwerkende kracht tot maximaal 3 maanden na het opkomen van de kosten onder de voorwaarde dat de noodzaak nog kan worden vastgesteld.
Vanwege praktische overwegingen wordt bij inkomsten en bij de van toepassing zijnde bijstandsnorm bij berekeningen uitgegaan van de bedragen exclusief vakantiegeld.
Bij het aanvragen van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen worden in beginsel de middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 Pw, artikel 33 lid 5 Pw (inkomsten) en artikel 34 lid 2 Pw (vermogen) niet vrijgelaten.
Artikel 3.4. In aanmerking te nemen vermogen
Een (1) motorvoertuig met een waarde tot maximaal € 5.000 wordt beschouwd als algemeen gebruikelijk.
Een motorvoertuig kan zijn een auto, een motor, een brommer, een scooter. Het betreffen vervoermiddelen die een waarde vertegenwoordigen.
Als de waarde meer bedraagt dan € 5.000 wordt de meerwaarde aangemerkt als vermogen.
Caravans en boten worden niet beschouwd als algemeen gebruikelijk. De waarde hiervan wordt volledig meegenomen in de vermogensvaststellingberekening.
Auto: koerslijst ANWB www.anwb.nl/auto/koerslijst (inruilprijs)
Motor: verkoopsites of informatie van dealers (ANWB heeft geen koerslijst meer)
Caravan: caravan koerslijst (www.caravankoopwijzer.nl/koerslijst) (inruilprijs)
De koerslijst geeft geen bedragen van auto’s ouder dan 15 jaar. Aangenomen mag worden dat deze geen waarde boven de € 5.000,-- vertegenwoordigen. Mocht het om een exclusief model of oldtimer gaan, dan dient de waarde middels bijvoorbeeld een taxatierapport aangetoond te worden. In die gevallen kan er bijzondere bijstand worden verstrekt voor een taxatierapport.
Afwijkende waarde vaststelling
Als er aantoonbare verschillen zijn tussen het motorvoertuig en de uitgangspunten van de koerslijsten (bv schade auto of oldtimer) wordt afgeweken van de koerslijsten.
Bij recente aanschaf kan voor de waardebepaling uitgegaan worden van de recent betaalde aankoopprijs, indien niet gesteld of gebleken is dat die prijs niet reëel zou zijn. Dat kan worden uitgegaan van de aanschafwaarde, mits deze recent is geldt dit ook voor brommers en scooters.
Meerdere auto’s of motoren op naam
Van slechts 1 motorvoertuig wordt een waarde van maximaal € 5.000,- niet in aanmerking genomen. Het meerdere wordt meegenomen in de vermogensvaststelling.
Artikel 3.6. Draagkrachtperiode bijzondere bijstand
Alleen als er een wijziging in de middelen heeft plaatsgevonden wordt de draagkracht gewijzigd. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarbij (een deel van) het inkomen wegvalt.
Artikel 3.8. Waar en wanneer een medisch advies opvragen
Het medisch advies moet gevraagd worden bij gecontracteerde organisaties.
In beginsel wordt er geen bijzondere bijstand verstrekt voor medische kosten. Onder 'medische kosten' wordt verstaan: noodzakelijk te maken kosten welke vallen binnen de reikwijdte van de kostensoorten waarover de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de WLZ zich uitspreekt. De Zvw en Wlz vergoeden alle noodzakelijke ziektekosten. Beide regelingen gelden samen als een toereikende en passende voorliggende voorziening (artikel 15 Pw). Dit betekent dat kosten die niet door de Zvw of Wlz worden vergoed, ook niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
In afwijking hiervan bestaat er wel recht op bijzondere bijstand als de aanvrager zich door een premieachterstand niet heeft kunnen verzekeren via de gemeentelijke ondersteunende collectieve aanvullende zorgverzekering op basis van pakket 2. Gedurende de periode van de premieachterstand hoeft men niet verzekerd te zijn bij zorgverzekeraar Menzis. Dit omdat men in deze situatie niet over kan stappen naar een andere zorgverzekeraar.
Artikel 3.11. Uitvaartkosten (niet zijnde de uitvoering van de Wet op de Lijkbezorging)
Begrafenis/crematiekosten behoren tot de “passiva” van de nalatenschap. Daardoor komen deze kosten voor rekening van de erfgenamen. In veel gevallen heeft de overledene zelf voor deze kosten gespaard of zich verzekerd om erfgenamen hier niet mee te belasten. De erfgenamen kunnen op persoonlijke titel in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor zover hun erfdeel onvoldoende is om de kosten te kunnen voldoen. Er kan een maatwerkvoorziening/bijzondere bijstand worden verleend voor zover er bij erfgenamen, die op grond van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, sprake is van onvoldoende middelen en het ontbreken van een voorliggende voorziening, Er kan alleen bijzondere bijstand worden verleend voor het aandeel in de kosten die de aanvrager heeft. De goedkoopst mogelijke adequate voorziening is toereikend.
De hoogte van de vergoeding bedraagt maximaal € 6000,-. Dit bedrag is hoger dan de volgende noodzakelijke kosten zoals vermeld in de Nibud prijzengids: akte van overlijden, overbrengen overleden naar rouwcentrum/woonhuis, laatste verzorging van overledene, kist, opbaren thuis/rouwcentrum, 1 rouwauto, kosten graf, maximaal 50 rouwkaarten en koffie voor maximaal 50 personen. Als niemand voorziet of kan voorzien in de begrafenis of crematie, geldt de Wet op de Lijkbezorging. De gemeente draagt dan zorg voor de begrafenis en verhaalt de gemaakte kosten op de erfgenamen. Deze kosten komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
Artikel 3.12. Kosten bewindvoering , mentorschap en curatele
De bewindvoerder heeft aanspraak op beloning overeenkomstig de bedragen van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (artikel 1:447 lid 1 BW). De jaarbeloning is verschuldigd vanaf de eerste dan wel de zestiende dag van de maand waarin de bewindvoerder is benoemd. Dit betekent dat een bewindvoerder een volledige maand in rekening mag brengen als hij in de periode van de 1e tot en met 15e dag van de maand benoemd is, en een halve maandvergoeding mag factureren als hij vanaf de 16e van de maand benoemd is. Als de taak van de bewindvoerder eindigt op een dag in de eerste helft van de maand, dan mag de bewindvoerder over die maand de beloning in rekening brengen tot de 16e dag van die maand. Eindigt de taak in de tweede helft van de maand? Dan mag hij de beloning rekenen over de gehele maand. Er wordt uitgegaan van een forfaitaire jaarbeloning op basis van het aantal uren waarin de werkzaamheden jaarlijks worden uitgeoefend, inclusief een onkostenvergoeding en exclusief BTW.
Voor vertaalkosten is in principe geen bijzondere bijstand mogelijk. Advocaten kunnen namelijk kosteloos gebruik maken van een gesubsidieerd tolkencentrum.
Ook voor de reiskosten van een belanghebbende voor het bijwonen van rechtszittingen is in principe geen bijzondere bijstand mogelijk.
Wanneer er bijzondere bijstand wordt verleend voor de kosten op basis van een voorschotnota moet er binnen 3 maanden een kopie van de verleende toevoeging worden ingediend.
Artikel 3.15 Maaltijdvoorziening
Indicaties voor de verstrekking van bijzondere bijstand kunnen zijn:
Wanneer overduidelijk blijkt dat belanghebbende niet in staat is om zelf de maaltijden te verzorgen en er geen gebruik kan worden gemaakt van een voorliggende voorziening, kan ook in deze gevallen bijzondere bijstand worden verstrekt.
Bij twijfel over de noodzaak moet er een medisch advies worden gevraagd.
Hoogte bijzondere bijstand maaltijdvoorziening
Voor de hoogte wordt uitgegaan van de meerkosten ten opzichte van de Nibud-normen.
Voorbeeld Nibud-prijzengids 2024 / 2025 Kosten van voeding per persoon ten opzichte van tweepersoonshuishoudens
Kosten van voeding per persoon per dag1 (tabel 5.1)
Noot: 1) Deze bedragen zijn gebaseerd op een 2-persoonshuishouden.
Bron: Referentievoedingen: Voedingscentrum, 2016 en 2021 | Nederlandse Vereniging van Diëtisten, 2020 | berekeningen Nibud, juni 2024
Rekenvoorbeeld 1: kosten van voeding voor een gezin
Een gezin bestaat uit een vader en moeder, een kind van 12 jaar en een kind van 7 jaar. Per dag besteedt dit gezin aan eten: € 8,33 + € 7,52 + € 6,92 + € 4,30 = € 27,07 minus 25 procent vanwege 4-persoonshuishouden = € 20,30.
Rekenvoorbeeld 2: Vergoeding voor maaltijdvoorziening
Een alleenstaande man van 80 jaar vraagt bijzondere bijstand aan voor een maaltijdvoorziening. Gedurende 4 dagen per week krijgt hij een warme maaltijd thuisbezorgd van een plaatselijke stichting. De kosten hiervan zijn € 6,50 per dag.
Bereken de bijzondere bijstand als volgt:
Per dag besteedt deze man aan zijn warme maaltijd: € 2,56 (gebaseerd op een 2-persoonshuishouden). Hier komt 10 procent bij vanwege zijn 1-persoonshuishouden:
€ 2,56 * 1,1 = € 2,82 per dag.
In de bijzondere bijstand wordt de vergoeding bepaald door het verschil tussen de kosten van de maaltijdvoorziening en de daadwerkelijke kosten: € 6,50 - € 2,82 = € 3,68 per dag. Meneer maakt 4 dagen per week gebruik van de maaltijdvoorziening en krijgt dus 4 maal € 3,68 = € 14,72 per week vergoed. Op jaarbasis is dat 52 maal € 14,72 = € 765,44.
Artikel 3.17. Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten
De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden betaald uit een inkomen ter hoogte van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, door middel van reservering of door gespreide betaling achteraf. In beginsel is er dus geen bijstandsverlening mogelijk voor deze kosten. Belanghebbenden kunnen voor deze kosten mogelijk een lening afsluiten bij een kredietverlenende instantie.
Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er van deze regel worden afgeweken. In dat geval wordt bijzondere bijstand verleend, ook als dit bijstand betekent in aanvulling op een voorliggende voorziening.
Bij de behandeling van een aanvraag moet eerst de noodzaak van de herinrichting te worden vastgesteld. Als de noodzaak ontbreekt dan kan de aanvraag direct worden afgewezen.
Ook als een (her)inrichting noodzakelijk is, kan in het algemeen geen bijstand worden verleend in verhuis- en herinrichtingskosten, omdat deze kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. En die moeten worden betaald uit het beschikbare inkomen.
Het is duidelijk dat bij de bepaling van het benodigde bedrag uitsluitend kan worden uitgegaan van noodzakelijk aan te schaffen goederen. Deze beoordeling dient aan de hand van een door aanvrager op te stellen inventarislijst te geschieden, die waar mogelijk is voorzien van de bedragen waarmee de goederen zo goedkoop en adequaat mogelijk kunnen worden aangeschaft. In het algemeen dienen geen pro-forma nota's te worden ingenomen. In zeer bijzondere situaties kan het desondanks wenselijk zijn dat aanvrager pro-forma-nota's overlegt als enigerlei vorm van begeleiding bij de inrichting noodzakelijk is. Een goedkope en adequate oplossing staat voorop. Bijvoorbeeld de goedkoopste (een goed van de Action of Leenbakker in plaats van Xenos of een design meubelzaak). Adequaat betekent dat het wel afdoende moet zijn. Bijvoorbeeld een 2-persoons zitbank is niet afdoende voor een gezin van 6 personen.
De Nibud normen worden aangehouden. Een ontwikkeling van de laatste jaren is dat veel goederen aangeschaft kunnen worden via winkels die tweedehands goederen verkopen of via marktplaats. Het is de keuze van de klant of hij daarvan gebruik wil maken. Uitgangspunt is dat niet alle gebruiksgoederen zoals bij de prijzengids van het Nibud wel gebeurt, deel uit hoeven te maken van een complete woninginrichting. Ook wordt meegewogen dat goederen tweedehands kunnen worden aangeschaft. Bij stofferingskosten kan niet uitgegaan worden van tweedehandsprijzen.
Qua maximaal mogelijke te verstrekken bedragen bij deelinrichting dient gebruik te worden gemaakt van de richtprijzen van de Nibudprijzengids. Bij het vaststellen van het benodigd bedrag wordt gelet op het karakter van de Participatiewet ervan uitgegaan dat van aanvrager in redelijkheid mag worden verwacht dat hij/zij bij het inkopen van de benodigde goederen prijsbewust te werk gaat. Bij de verhuis-en herinrichting mag rekening worden gehouden met zelfwerkzaamheid.
Als men niet over de financiële middelen beschikt om bijvoorbeeld duurzame noodzakelijke gebruiksgoederen aan te schaffen, zal men daarvoor moeten reserveren of zal men geld moeten lenen.
Inboedel & Duurzame gebruiksgoederen
Voor de hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand wordt verwezen naar de geldende prijzen zoals genoemd in de Nibud Prijzengids.
Kosten in verband met verhuizing, bijvoorbeeld de kosten in verband met het transport van de inboedel en dubbele vaste lasten voor woning gedurende overgangsperiode.
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. Denk in dit geval aan:
De kosten in verband verhuizing behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten.
Daarom moet behalve de noodzaak van verhuizing ook de voorzienbaarheid van verhuizing dienen te worden onderzocht. Dat dit is gebeurd moet blijken uit de motivering in een rapportage.
Alleen bij bijzondere, zich onverwacht voordoende omstandigheden kan er aanleiding zijn bijstand te verlenen als geen of onvoldoende reserveringscapaciteit aanwezig is. Voor het bepalen van de voorzienbaarheid van de verhuizing is onder andere de inschrijvingsdatum als woningzoekende van belang. Ook moet worden beoordeeld of de verhuizing kan worden uitgesteld. Bijstandsverlening voor een verhuizing enkel op grond van een sociale of medische indicatie is in het algemeen niet mogelijk. Jonge mensen die bijvoorbeeld in verband met de komst van een kind naar een eengezinswoning wensen te verhuizen óf wat oudere mensen die naar een kleinere woning willen gaan, zullen in verband met de voorzienbaarheid van de verhuizing in het algemeen zelf in verhuis- en herinrichtingskosten moeten voorzien. Bijvoorbeeld door middel van het aangaan van een lening bij de geëigende kredietverlenende instelling. Of de verhuizing moet worden uitgesteld totdat er voldoende geld is gereserveerd.
Niet voor alle kosten bij een verhuizing/herinrichting wordt leenbijstand verleend. De eigenlijke kosten van de verhuizing, zoals de dubbele huur, verhuisbusje, verf en behang, aansluitkosten apparatuur, kunnen "om niet" worden verstrekt.
Dubbele huur wordt veroorzaakt door een vroegere acceptatiedatum van de nieuwe woning, dan de laatste huurdag van de oude woning. Er is dan sprake van een overlap. Indien er sprake is van dubbele huur, kan dat deel van de huur dat als dubbele huur wordt aangemerkt, om niet verstrekt worden.
De bepaling van de dubbele huur is als volgt:
Men verhuist van woning A (€ 300,00 huur per maand) naar woning B (€ 400,00 huur per maand). Huurcontract van woning A is opgezegd ingaande 1 februari. Woning B is aanvaard ingaande 16 januari. De overlap betreft periode 16 januari t/m 31 januari (= 16 dagen)
huur per maand van de nieuwe woning (€ 400,00) : 31 dagen (afhankelijk van de maand) x 16 dagen (overlap) = € 206,45 dubbele huur.
Eerste huur (staat vaak in het huurcontract) is niet hetzelfde als dubbele huur. Bij eerste huur is er geen sprake van een overlap, aangezien twee huurperiodes naadloos op elkaar aansluiten. Mocht er toch aanleiding zijn om bijzondere bijstand voor eerste huur te verstrekken, dan kan dat in principe alleen om niet, tenzij de bijstandverlening valt te plaatsen onder artikel 48 lid 2 Pw.
Voor de waarborgsom wordt in beginsel geen bijstand verstrekt. Als hiervoor bijstand wordt verstrekt, is dit in de vorm van een lening. Slechts in bijzondere situaties kan bijstand om niet geboden zijn.
Artikel 3.19. Woonkostentoeslag
Om terugvordering te voorkomen wordt op voorhand rekening gehouden met de belastingteruggave voor rentelasten. Onderhoudskosten worden in beginsel in de berekening niet meegenomen.
Artikel 3.20. Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting
De hoogte van de doorbetaling is beperkt in duur. Voor de energiekosten geldt dat alleen het vast recht voor energiekosten wordt vergoed. Dat zijn de zogenaamde netbeheerkosten, een vast recht, dat wordt betaald aan de energieleverancier die dat vervolgens doorbetaald aan de netbeheerder.
Voor water geldt een verlaagd termijnbedrag nu er geen water verbruikt wordt in de tijd dat belanghebbende in een inrichting verblijft.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-95454.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.