Gemeenteblad van Berg en Dal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2026, 93337 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2026, 93337 | beleidsregel |
Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 Gemeente Berg en Dal
De inhoud van de beleidsregels
De Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 Berg en Dal zijn beleidsregels in de zin van titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en geven aan in welke situaties bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet verstrekt kan worden en welke voorwaarden hieraan worden verbonden.
Deze beleidsregels hebben betrekking op de bevoegdheid genoemd in artikel 35 Participatiewet. In het geval de beleidsregels bijzondere bijstand niet voorzien, vallen we terug op de participatiewet.
Deze beleidsregels zijn in concept opgesteld in overleg met consulenten en kwaliteitsmedewerkers van Inkomen & Participatie, Berg en Dal
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder:
bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de Participatiewet op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de Participatiewet vastgestelde verlaging. In afwijking van de Participatiewet is de kostendelersnorm (artikel 22a van de Participatiewet) niet van toepassing;
Artikel 4 Maatwerk en hardheidsclausule
Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand levert de gemeente maatwerk. Deze beleidsregels geven op hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente bijzondere bijstand verstrekt. Een beleidsregel is sterk richtinggevend, maar in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van het beleid. Afwijken van het beleid is in ieder geval aan de orde op het moment dat de gevolgen van de beleidsregel voor de belanghebbende onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de beleidsregel. In uitzonderlijke situaties waarin sprake is van zeer dringende redenen kan het college, op basis van artikel 16 Participatiewet, bijstand verlenen ondanks uitsluitingsgronden. Artikel 16 PW is alleen bedoeld voor acute noodsituaties en niet als algemene hardheidsclausule.
Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode sprake is van een inkomensstijging of daling, of een wijziging in de leefsituatie die leidt tot een andere bijstandsnorm waar het inkomen tegen wordt afgezet, dan wordt de draagkracht per de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt gewijzigd, als het een wijziging betreft van 15% of meer.
Artikel 6 Periodieke bijzondere bijstand
In afwijking van lid 1 van dit artikel kan, afhankelijk van de voorziening, de periodieke bijzondere bijstand worden toegekend voor langer dan een jaar, als belanghebbende een uitkering heeft op grond van de wet of op grond van de IOAW/IOAZ (artikel 5, lid 6 van deze beleidsregel is wel van toepassing) of als belanghebbende tot de doelgroep behoort waarvan de draagkracht wordt vastgesteld voor een langere periode: zie artikel 5 lid 4
Hoofdstuk 2 Bepalingen ten aanzien van specifieke kosten
Artikel 8 Bijstand 18,19,20 jarigen in inrichting verblijvend
Indien en voor zover een persoon van 18, 19 of 20 jaar, in een inrichting verblijvend, hogere algemeen noodzakelijke kosten van bestaan heeft dan waarin de middelen van de ouders voorzien of belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, komen deze kosten in aanmerking voor bijzondere bijstand.
In afwijking van lid 1 komt een eigen bijdrage op grond van de basisziektekostenverzekering of de Wet langdurige zorg, in aanmerking voor bijzondere bijstand, voor zover deze niet worden vergoed vanuit een aanvullende ziektekostenverzekering of voor zover geen recht bestaat op (gedeeltelijke) kwijtschelding door het CAK
Artikel 13 Gemeente zorgverzekering
In afwijking van artikel 5 van de beleidsregels komt belanghebbende op grond van artikel 35, lid 3 van de Participatiewet in aanmerking voor deelname aan de Gemeente zorgverzekering als belanghebbende een inkomen heeft dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm en een vermogen dat niet hoger is dan de vastgestelde vermogensgrens in de Participatiewet, artikel 34. Hierbij wordt het vermogen in de eigen woning waarin men woont buiten beschouwing gelaten.
Artikel 14 Vervanging of reparatie duurzame gebruiksgoederen
In afwijking van lid 1 en 2 kan belanghebbende in aanmerking komen voor bijzondere bijstand om niet als belanghebbende drie jaar of langer op bijstandsniveau leeft, voor de aanschaf wegens vervanging, of reparatie van onder andere de volgende duurzame gebruiksgoederen: wasmachine, koelkast of koelvriescombinatie, kookplaat of gasfornuis en matras. Bij vervanging dient een nieuw product aangeschaft te worden.
Artikel 15 Kosten vloerbedekking, gordijnen, verf en behang bij vervanging of eerste inrichting
In afwijking van lid 1 komen de kosten van vloerbedekking, gordijnen, verf en behang in aanmerking voor bijzondere bijstand om niet als er sprake is van eerste inrichting van een woning in de gevallen zoals aangegeven in artikel 16, lid 2 van deze beleidsregel of onder de voorwaarden zoals aangegeven in artikel 14, lid 2 van deze beleidsregel.
Artikel 17 Eerste maand huur, tweede maand huur en waarborgsom
In afwijking van lid 1 komen de kosten voor eerste huur en waarborgsom in aanmerking voor bijzondere bijstand indien belanghebbende vanuit een niet verwijtbare inkomens- loze situatie niet heeft kunnen reserveren voor deze kosten. De bijzondere bijstand voor eerste huur is om niet en de bijzondere bijstand voor de waarborgsom is in de vorm van leenbijstand.
Artikel 19 Woonkosten huurwoning
Belanghebbende met recht op huurtoeslag, gelet op artikel 13 Wet op de Huurtoeslag, kan, als door omstandigheden buiten diens schuld nog geen huurtoeslag kan worden ontvangen (bijvoorbeeld de eerste gebroken maand), tijdelijk woonkostentoeslag krijgen. De hoogte is gelijk aan het bedrag aan huurtoeslag dat, gelet op het inkomen en vermogen, voor die maand zou zijn toegekend als wel recht op huurtoeslag bestond.
Indien huurtoeslag wordt ontvangen die, door een recent lagere inkomenssituatie, (nog) is berekend naar een hoger inkomen, kan tijdelijk een aanvullende woonkostentoeslag worden verstrekt. De hoogte van de bijzondere bijstand is in dat geval gelijk aan het bedrag dat volgens de berekening van de Wet op de huurtoeslag per maand zou worden toegekend in de nieuwe inkomenssituatie, verminderd met de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag.
De bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 wordt toegekend voor de periode van maximaal één jaar. Verlenging van deze termijn is telkens met een periode van één jaar mogelijk, indien belanghebbende redelijkerwijs nog niet kan beschikken over huisvesting waarvan de woonkosten lager zijn dan de maximale huurgrens.
Artikel 20 Woonkosten eigen woning
indien de woonkosten niet hoger zijn dan de maximale rekenhuur, ingevolge artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, is de hoogte van de bijzondere bijstand gelijk aan het bedrag aan huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag, die voor overeenkomstige woonkosten van een huurwoning, per maand zou kunnen worden ontvangen.
Artikel 21 Kosten van beschermingsbewind en bewindvoering in het kader van de WSNP
In het geval bijzondere bijstand wordt gevraagd voor een hoger bedrag dan de bedragen overeenkomstig de beloningsafspraken van de Regeling beloning, dient om vaststelling en goedkeuring van de toezichthoudende kantonrechter te worden gevraagd, waaruit blijkt dat de rechter deze hogere beloning heeft vastgesteld.
Artikel 23 Kosten van curatele of mentorschap
De hoogte van de te verlenen bijzondere bijstand voor de kosten van curatele of mentorschap, is gelijk aan het bedrag overeenkomstig de beloningsafspraken van de Regeling beloning. In het geval bijzondere bijstand wordt gevraagd voor een hoger bedrag dan de bedragen overeenkomstig de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (kortweg Regeling beloning), dient om vaststelling en goedkeuring van de toezichthoudende kantonrechter te worden gevraagd, waaruit blijkt dat de rechter deze hogere beloning heeft vastgesteld.
Artikel 24 Kosten van rechtsbijstand
De kosten van rechtsbijstand komen in aanmerking voor bijzondere bijstand indien er op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend. Belanghebbende dient de toevoeging van de Raad voor de rechtsbijstand te overleggen. De kosten van rechtsbijstand zijn: de eigen bijdrage rechtsbijstand, de kosten van griffierecht en de kosten van een uittrekstel GBA.
In afwijking van lid 1 komen de kosten van rechtsbijstand niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, indien een beroep kan worden gedaan op een van onderstaande voorliggende voorzieningen:
Wet griffierechten in burgerzaken (Wgbz). Op grond van deze regeling kan worden volstaan met de betaling van een lager griffierecht. Voor zover belanghebbende op deze regeling een beroep kan doen, geldt deze regeling als een voorliggende voorziening en is alleen bijzondere bijstand mogelijk voor de lagere kosten;
Als de tegenpartij tot proceskosten wordt veroordeeld en de cliënt (rechtstreeks of via verrekening) een vergoeding ontvangt voor kosten die eerst uit de bijzondere bijstand zijn betaald, meldt belanghebbende dit aan de gemeente. Het bedrag wat is verleend als bijzondere bijstand kan dan worden teruggevorderd.
Aanvragen gedaan voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel, waarop op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel nog niet is beslist, zijn de artikelen uit deze beleidsregel van toepassing, tenzij de beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Gemeente Berg en Dal voor de belanghebbende gunstiger is.
Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de door de Rijksoverheid vastgestelde Participatiewet (voorheen Wet werk en bijstand (WWB)). Dit is het wettelijke kader voor de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand. Specifieker staat in artikel 35 lid 1 Participatiewet:
Het college dient de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de betrokken persoon.
Uit oogpunt van een eenduidige en rechtmatige uitvoering van de bijzondere bijstand is het raadzaam om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de beoordeling van aanvragen bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Bijstandsnorm: er is gekozen om geen rekening te houden met de kostendelersnorm. De reden hiervoor is dat belanghebbende bijzondere kosten, waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, vaak niet kan delen.
Vermogen: spaargeld opgebouwd tijdens de periode van bijstand wordt, lettende op art. 35, lid 1, wel meegenomen in de vermogensberekening van de bijzondere bijstand. In de algemene bijstand (art. 34, lid 2) mag spaargeld opgebouwd tijdens de periode van bijstand niet worden meegeteld als vermogen. Art. 35, lid 1 sluit dit uit voor bijzondere bijstand.
Artikel 2 Aanleveren bewijsstukken
Welke bewijsstukken aangeleverd moeten worden is afhankelijk van de situatie en voor welke kosten een aanvraag ingediend wordt. Uitgangspunt is dat de hoogte van de kosten aantoonbaar moet zijn (bijvoorbeeld pro forma nota of factuur als de aanvraag achteraf wordt ingediend) en de hoogte van het inkomen en vermogen aantoonbaar moet zijn.
In lid 6 is bepaald dat de draagkracht 35% van het meerinkomen is. Het meerinkomen is het inkomen dat boven 110% van de bijstandsnorm ligt.
Wat betreft het vermogen wordt 100% van het vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals deze is genoemd in artikel 34 van de Participatiewet meegenomen in de draagkracht berekening.
In lid 7 zijn enkele uitzonderingen genoemd. Bij de in dit lid genoemde kosten wordt uitgegaan van een draagkracht van 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Lid 8 geeft aan dat tussentijds de draagkracht aangepast kan worden. Indien dit aan de orde is wordt de draagkracht opnieuw voor een periode van 12 maanden vastgesteld. Ook de periodiek bijzondere bijstand wordt opnieuw voor een periode van 12 maanden toegekend (of korter indien de kosten niet meer gemaakt worden).
Overige: Een dwangsom op grond van artikel 4:17 Awb wordt aangemerkt als vermogen. De dwangsom telt mee op de peildatum waarop de belanghebbende daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Voor de vermogenstoets wordt het volledige vermogen, inclusief de dwangsom, betrokken. Voor zover dit de toepasselijke vermogensgrens overschrijdt, wordt het meerdere aangemerkt als in te zetten vermogen.
Artikel 7 Hoogte van de bijzondere bijstand
Het tweede lid regelt dat algemeen gebruikelijke kosten in mindering worden gebracht op de hoogte van de bijzondere bijstand. Dit betekent dat alleen eventuele meerkosten voor bijzondere bijstand in aanmerking komen (het zogenaamde besparingsmotief). Dit is van toepassing op bijvoorbeeld meerkosten voor een medisch noodzakelijk dieet, meerkosten van bewassing en slijtage van kleding en beddengoed.
Hoofdstuk 2 Bepalingen ten aanzien van specifieke kosten
Artikel 8 Bijstand 18,19,20 jarigen in inrichting verblijvend
Indien een jongere van 18, 19 en 20 jaar in een inrichting verblijft bestaat geen recht op algemene bijstand voor de algemeen noodzakelijke bestaanskosten (lees levensonderhoud). Bijzondere bijstand is in bepaalde gevallen wel mogelijk. Daarbij geldt, dat het recht op bijzondere bijstand voor een jongere van 18, 19 en 20 jaar alleen maar bestaat voor zover ze de ouders niet kunnen aanspreken voor deze kosten.
Artikel 9 Toeslag voormalig alleenstaande ouder
Wanneer het jongste kind 18 wordt, vervalt de alleenstaande ouder kop van het kindgebonden budget. Volledige compensatie via bijzondere bijstand is niet wenselijk; een geleidelijke afbouw en gewenningsperiode is aan te raden (zie bedragen in lid 2). Keert een meerderjarig kind binnen 3 maanden na vertrek terug naar huis, dan wordt de toeslag opnieuw toegekend. Bij een langere afwezigheid vervalt deze definitief.
Bijzondere bijstand voor medische kosten is doorgaans niet mogelijk. Uitzondering hierop is de eigen bijdrage vanuit de zorgverzekeraar of de Wet Langdurige Zorg, mits deze niet vergoed wordt via een aanvullende verzekering. Denk hierbij aan de eigen bijdrage voor een kunstgebit. De eigen bijdrage is niet uitgesloten van het recht op bijzondere bijstand op grond van dit artikel. Bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage PGB kan alleen in hoogst noodzakelijke gevallen verleend worden, mits zorg in natura niet mogelijk is.
Opgemerkt wordt dat dit artikel buitenwettelijk begunstigend beleid is. De gemeente ziet deze kosten als noodzakelijk en vindt het nadeel dermate groot voor belanghebbende dat voor deze kosten een uitzondering wordt gemaakt. Hierbij gelden wel de beperkingen die worden genoemd in het artikel.
Artikel 12 Meerkosten als gevolg van ziekte of handicap
In dit artikel wordt met meerkosten bedoeld: de extra noodzakelijke kosten van bestaan die iemand maakt omdat belanghebbende een ziekte of handicap heeft, en die gezonde mensen niet maken. Bijvoorbeeld extra bewassingskosten, extra kleding kosten, extra stookkosten, extra kosten voor eten. Het gaat hier niet om medische kosten voor medicijnen, ziekenhuisbezoek of hulpmiddelen.
Artikel 13 Gemeente zorgverzekering
De gemeente heeft een contract met VGZ en CZ. Voor belanghebbende is een keuze vrijheid omtrent een van deze verzekeringen.
Artikel 14 Vervanging duurzame gebruiksgoederen
Lid 2: De noodzaak voor vervanging van het gebruiksgoed moet voldoende worden aangetoond. Het ontbreken van een gebruiksgoed in een huishouden betekent niet per definitie dat de aanschaf noodzakelijk is. Per situatie moet de beoordeling gemaakt worden. Gebruiksgoederen als televisie, geluidsapparatuur en andere luxe apparaten worden als niet noodzakelijk aangemerkt.
Daarnaast wordt er uitgegaan van een vooraf getoetste lening bij de gemeentelijke kredietbank. Bij een vooraf bekende afwijzing, zoals door schulden, verwijzen we niet onnodig.
Artikel 16 Kosten eerste inrichting of eerste aanschaf duurzaam gebruiksgoed.
Lid 2 Kosten van inrichting van een eerste woning na het verlaten van het ouderlijk huis komen uitdrukkelijk niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
Lid 3: Bij de hoogte van de leenbijstand wordt uitgegaan van maximaal 70% van de inventarispakket van het NIBUD, omdat kan worden aangenomen dat niet alle producten die worden aangegeven in de inventarispakket in dezelfde mate en voor dezelfde prijs nodig zijn. Belanghebbende gaat hierdoor ook een minder hoge schuld aan. Ook moet rekening worden gehouden met wat een klant al heeft. Wanneer belanghebbende een bepaald goed al in bezit heeft, dan wordt deze post afgetrokken van het inventarispakket van het NIBUD. Daarom is het belangrijk om altijd uit te vragen wat de belanghebbende al heeft en nodig heeft.
Omdat er een leenbijstand wordt gegeven voor de woninginrichting, is het goed om te kijken naar mogelijkheden waarop de belanghebbende goedkoper uit kan zijn. Voor bruingoed kan het de moeite waard zijn om dit aan te schaffen bij een kringloopwinkel. Hier staat vaak kwalitatief goed meubilair, tegen een schappelijke prijs. Hierdoor zal de lening van belanghebbende minder hoog oplopen. Wanneer de situatie geschikt is, is het dus goed om een inwoner aan te sporen om meubels bij de kringloop te halen
Het inventarispakket is inclusief een bedrag voor stoffering van de woning. Bij de toekenning dient dan ook een deel in de vorm van leenbijstand verstrekt te worden en een deel om niet omdat dit stoffering betreft (zie artikel 15).
Artikel 17 Eerste huur en waarborgsom
Lid 2 :de bijstand wordt om niet verstrekt met uitzondering van de waarborgsom. Deze kosten kan belanghebbende namelijk terug krijgen bij het verlaten van de woning.
Artikel 19 Woonkosten huurwoning
Lid 1: de Wet op de huurtoeslag geldt als voorliggende voorziening. Bijzondere bijstand vult enkel aan waar huurtoeslag (op grond van de Wet op de huurtoeslag) tekortschiet, niet bij nalatigheid of verwijtbaarheid van de belanghebbende. Als de huur halverwege de maand start, kan bijzondere bijstand worden toegekend tot het recht op huurtoeslag ingaat. Huurders buiten de WHT, zoals kamerhuurders, hebben geen recht op deze bijstand.
Lid 2:Indien een wijziging in het inkomen die bij de Belastingdienst wordt doorgegeven, berekent de Belastingdienst het jaarinkomen opnieuw en wordt de hoogte van het voorschot aangepast. Bij een inkomensdaling – en een ongewijzigde huurprijs – kan bijzondere bijstand worden toegekend voor woonkosten. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het bedrag dat volgens de WHT per maand wordt toegekend in de nieuwe inkomenssituatie, verminderd met de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag.
Lid 3: Met de nieuwe Wet op huurtoeslag 2026 ontvangen inwoners met een huur boven het rekenplafond ook huurtoeslag. Dit maakt dat de WHT ook voor deze groep voorliggend wordt. Omdat de nieuwe wet op huurtoeslag ervoor kan zorgen dat huurders met een hogere huur worden benadeeld, wordt bijzondere bijstand voor deze groep verstrekt om een deel van deze kosten op te vangen.
Lid 5: De hoogte van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 is de totale huur, minus de maximale huurgrens. Fictief rekenvoorbeeld: belanghebbende heeft een huur van €1.200,-. De maximale rekenhuur is €1.000,-. De woonkostentoeslag is dan €1.200,- minus €1.000,- = €200,-
Lid 6: Tegelijkertijd met de toekenning wordt de verplichting opgelegd tot aanvaarding van een goedkopere woonruimte, waarvan de lasten minder bedragen dan het rekenplafond. Let op de mogelijkheden van het aanvragen van een urgentieverklaring. Andere inspanningen kunnen zijn: inschrijving bij woningcorporaties, reageren op passend aanbod of meewerken aan huurverlaging.
Bij een eigen woning moet deze zo snel mogelijk te koop worden aangeboden, tenzij zwaarwegende belangen dit verhinderen. Deze verplichting moet expliciet in de bijstandsbeschikking staan. Uitzonderingen gelden bijvoorbeeld voor mensen met een beperking, wanneer de woning is aangepast op hun situatie en de kosten hierdoor te hoog zijn. Belangrijk om per situatie te beoordelen.
Lid 7: bijzondere bijstand wordt toegekend voor de periode van maximaal 1 jaar. De periode waarover de woonkostentoeslag is toegekend kan telkens met één jaar worden verlengd, als het ontbreken van goedkopere woonruimte niet verwijtbaar is.
Artikel 20 Woonkosten eigen woning
Hypotheekrenteaftrek verlaagt de woonkosten (hypotheekrente minus eigenwoningforfait). Bij een voorlopige teruggaaf wordt dit bedrag maandelijks verrekend. Is die niet aangevraagd, dan wordt bijzondere bijstand verstrekt met de verplichting dat dit alsnog gebeurt. Na overleg van de teruggaaf volgt definitieve berekening en eventuele terugvordering. Voor de berekening wordt verwezen naar het berekeningsformulier in Schulinck.
In lid 3 is aangegeven dat indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale rekenhuur zoals aangegeven in de Wet op de huurtoeslag (artikel 13) in individuele omstandigheden bijzondere bijstand toegekend kan worden.
In lid 5 is aangegeven dat de hoogte van de bijzondere bijstand uit de optelling van twee delen bestaat:
De woonkostentoeslag die belanghebbende zou ontvangen als belanghebbende een huurwoning had gelijk aan de maximale rekenhuur.
Stel de maximale rekenhuur is €1.000,-. Dan wordt middels de rekentool van Schulinck berekend wat de belanghebbende zou krijgen als er een huurwoning was van dit bedrag. (voor het rekenvoorbeeld nemen we even €500,- huurtoeslag
Stel de belanghebbende heeft €1.200,- woonkosten. Dan komt in de totale berekening er nog €200,- bovenop.
De woonkostentoeslag is dan het bedrag zoals berekend in punt 1 (€500,-) + de €200,- zoals berekend in punt 2. De totale woonkostentoeslag is dus €700,-.
Artikel 21 Kosten van beschermingsbewind en bewindvoering in het kader van de WSNP
Lid 1: Beschermingsbewind is een maatregel, die kan worden ingesteld door de kantonrechter, waarbij goederen van betrokkene geheel of gedeeltelijk onder bewind worden gesteld van een bewindvoerder. Beschermingsbewind is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat zijn om hun financiële belangen te behartigen. De wettelijke bepalingen inzake het zogenaamde beschermingsbewind zijn opgenomen in artikel 1:431 BW e.v.
Bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind is mogelijk indien de goederen van een meerderjarige door de kantonrechter onder bewind zijn gesteld. De noodzakelijkheid en passendheid van beschermingsbewind worden vastgesteld door de beschikking van de kantonrechter. De hoogte van de vergoeding voor bewindvoering wordt in beginsel bepaald volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze regeling voorziet in een vaste (forfaitaire) vergoeding voor de intake en een maandelijkse vergoeding voor de kosten van bewindvoering. In bijzondere gevallen kan de kantonrechter een afwijkende beloning vaststellen; deze rechterlijke vaststelling is dan leidend voor de beoordeling van de noodzakelijke kosten. Bij een aanvraag voor bijzondere bijstand moet de beschikking van de kantonrechter als bewijsstuk worden overgelegd. De vergoeding wordt pas uitbetaald nadat de bewindvoerder heeft aangetoond dat de betreffende kosten daadwerkelijk zijn gemaakt .
Voor extra werkzaamheden die niet onder de standaardjaarbeloning vallen, geldt dat de bewindvoerder in beginsel vooraf toestemming vraagt aan de kantonrechter. Het gaat dan om werkzaamheden waarvoor de Regeling beloning een aparte forfaitaire vergoeding kent (bijvoorbeeld aanvangswerkzaamheden, verhuizing/verkoop/ontruiming van een woning, beheer van een pgb, eindrekening en -verantwoording) of om een hogere jaarbeloning bij problematische schulden. De kantonrechter stelt deze (hogere of aanvullende) beloning vast; die rechterlijke vaststelling is richtinggevend voor de omvang van de noodzakelijke kosten en daarmee voor bijzondere bijstand.
Ontbreekt een voorafgaande machtiging, dan kan de goedkeuring van de rekening en verantwoording waarin de extra werkzaamheden en kosten expliciet zijn opgenomen en goedgekeurd, gelden als rechterlijke instemming. Ook in dat geval kan bijzondere bijstand worden verleend voor de goedgekeurde extra werkzaamheden, mits aan de overige voorwaarden van de Participatiewet is voldaan
Voor de berekening van de griffiekosten wordt de draagkrachtberekening van deze kostensoort gebruikt. De draagkracht bedraagt 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Griffiekosten ten behoeve van rechtsbijstand behoren niet tot het artikel over bewind.
Lid 2: De WSNP is een wettelijke regeling voor mensen die te goeder trouw in ernstige schulden verkeren en waarvoor geen andere oplossing met schuldeisers mogelijk is. Indien een belanghebbende in een schuldsaneringstraject wordt geplaatst onder de WSNP is belanghebbende salaris voor de bewindvoerder verschuldigd. Dit salaris moet met voorrang worden betaald uit de boedel. Voor zover het salaris van WSNP-bewindvoerder uit de boedel kan worden betaald, is in deze kosten voorzien en is er om die reden in beginsel geen aanleiding om bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. De CRvB heeft bepaald dat de WSNP- bewindvoerder het gedeelte van het salaris dat niet uit de boedel kan worden betaald, niet bij belanghebbende in rekening mag brengen. Daarom is er geen recht op bijzondere bijstand voor dit deel van het salaris.
Artikel 22 Kosten budgetbeheer
De noodzaak van budgetbeheer kan worden aangetoond door bijvoorbeeld herhaalde signalen van financiële problemen, of een signaal van schuldhulpverlening waaruit blijkt dat budgetbeheer nodig is.
Verder heeft budgetbeheer in de basis een tijdelijk karakter. De noodzaak zal jaarlijks opnieuw moeten worden aangetoond.
Artikel 23 Kosten van curatele of mentorschap
Een meerderjarige kan onder curatele worden gesteld, indien diegene wegens een geestelijke stoornis, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt de eigen belangen behoorlijk waar te nemen. Bij het bepalen van het recht op bijzondere bijstand voor de kosten van curatele, zijn de regels en toelichting van artikel 22 van deze beleidsregel van toepassing.
Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke belangen (belangen van niet-vermogensrechtelijke aard) niet meer kunnen behartigen. Indien de rechter een mentor heeft benoemd, bestaat er recht op bijzondere bijstand voor kosten van mentorschap.
In het geval de rechter geen beloning heeft vastgesteld, dan is belanghebbende de mentor geen beloning verschuldigd en is er in dat opzicht dus geen sprake van noodzakelijke kosten.
Artikel 24 Kosten van rechtsbijstand
Lid 1: Een toevoeging (van een advocaat) vindt slechts plaats als de Raad voor de Rechtsbijstand de rechtsprocedure noodzakelijk acht. Indien de Raad voor de Rechtsbijstand de rechtsprocedure noodzakelijk acht, dan vergoedt de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) de kosten van een op grond van deze wet toegevoegde advocaat. Indien een belanghebbende gebruik maakt van een advocaat, is een eigen bijdrage verschuldigd en soms komen daar ook nog andere kosten bij zoals griffierecht en uittreksel BRP.
De hoogte van de eigen bijdrage die wordt opgelegd is afhankelijk van het inkomen en vermogen van belanghebbende. Uit vaste jurisprudentie van de CRvB volgt dat de noodzaak voor het verlenen van rechtsbijstand en het maken van kosten van griffierecht in beginsel kan worden aangenomen, indien er op grond van de Wrb een advocaat is toegevoegd.
Voor de berekening van de griffiekosten voor rechtsbijstand wordt de draagkrachtberekening van deze kostensoort gebruikt. De draagkracht bedraagt 35% van het meerinkomen en 100% van het vermogen boven het vrij te laten vermogen. Griffiekosten ten behoeve van bewind/mentor/curator behoren niet tot het artikel over rechtsbijstand.
Lid 3: De volgende kosten komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand:
Lid 4: indien belanghebbende zich eerst meldt bij het juridisch loket, krijgt belanghebbende een korting van € 65. Wij mogen dit niet zien als voorliggende voorziening. Bij de beoordeling van bijzondere bijstand moet wel met deze korting rekening worden gehouden: de “noodzakelijke kosten” zijn de eigen bijdrage minus de korting. Wordt de korting niet benut terwijl die wel van toepassing had kunnen zijn, dan wordt dat deel niet als noodzakelijke kosten aangemerkt en wordt de bijzondere bijstand met dat bedrag verlaagd. Let op: bij een lichte adviestoevoeging (LAT) geldt geen Juridisch Loketkorting.
Lid 5: deze regeling zorgt ervoor dat we niet bijzondere bijstand verlenen, terwijl belanghebbende het bedrag terugkrijgt. Belanghebbende is verantwoordelijk om dit te melden. Anders kan dit bij een heronderzoek aan het licht komen.
Artikel 25 Legeskosten voor verblijfsvergunning en naturalisatie
Lid 1: Volgens vaste rechtspraak van de CRvB dient belanghebbende deze kosten in beginsel te voldoen uit de bijstandsnorm, hetzij door middel van reservering dan wel gespreide betaling. Indien er sprake is van een kredietmogelijkheid, zoals bijvoorbeeld bij een gemeentelijke kredietbank, dan moet deze mogelijkheid op grond van jurisprudentie als voorliggende voorziening worden beschouwd (zie CRvB 22-05-2007, nr. 06/4109 WWB).
Lid 2: Bij afwezigheid van de mogelijkheid om voor de legeskosten te reserveren en er geen mogelijkheid is om voor deze kosten een lening af te sluiten, is het mogelijk om bijzondere bijstand te verlenen (zie CRvB 24-01-2006, nr.04/6902 NABW). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan verlening van verblijfsvergunningen van een groot gezin of een verlenging vlak na het verlaten van een asielzoekerscentrum. Indien het ontbreken van reserveringsruimte verband houdt met schulden, dan is bijzondere bijstand niet mogelijk (zie CRvB 26-10-2010, nrs. 09/2436 WWB e.a.).
Lid 3: De kosten van een ID kaart worden in mindering gebracht op de kosten. Deze kosten zijn namelijk algemene kosten die iedereen heeft.
De legeskosten die zijn verbonden aan naturalisatie behoren niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan.
Lid 1: Bijstand voor reiskosten is tijdelijk. Bij permanente uithuisplaatsing, zoals bij gehandicapte kinderen, geldt dit niet. Bezoekkosten zijn dan reguliere uitgaven.
Lid 2: De bezoekfrequentie moet passen bij de situatie. Bijvoorbeeld: dagelijks bezoek is logisch bij ziekenhuisopname, maar bij detentie is eens per twee weken passend. Soms bepaalt een externe partij, zoals jeugdzorg, wat redelijk is. Elke situatie vraagt om maatwerk.
Lid 5: Maximale onbelaste kilometervergoeding van de belastingdienst:
Het tweede lid geeft aan dat uitgegaan moet worden van een sobere crematie of begrafenis. Kosten die in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand zijn hieronder aangegeven. Hierbij gaan we uit van de kosten die aangegeven staan in de NIBUD-prijzengids.
Kosten die uitdrukkelijk niet in aanmerking komen zijn kosten als volgauto’s, drukwerk en consumpties.
Artikel 28 Verblijf in detentie
Dit artikel is buitenwettelijk begunstigend beleid. Belangrijk is dat het consistent wordt toegepast. Onder vaste lasten in dit artikel wordt verstaan de huur en voorschotnota’s van gas, licht en water. De termijn van drie maanden, zoals vermeld in lid 2 onder b, gaat in vanaf tenuitvoerlegging van het vonnis. Belanghebbende dient aan alle onderdelen van lid 2 onder a tot en met i te voldoen om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-93337.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.