Gemeenteblad van Capelle aan den IJssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2026, 928 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2026, 928 | beleidsregel |
Kwaliteitskader voorschoolse educatie (VE) - Capelle aan den IJssel
Het Kwaliteitskader VE is gekoppeld aan de subsidieregeling Voorschoolse Educatie 2026 Capelle aan den IJssel.
Doel van dit kader is het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van VE in de gemeente Capelle aan den IJssel. Het Kwaliteitskader VE maakt duidelijk welke eisen wij als gemeente stellen aan de kwaliteit van (gesubsidieerd) VE en welke afspraken er zijn gemaakt met en tussen VE-aanbieders over de uitvoering hiervan.
De peuteropvang en/of het kinderdagverblijf die VE aanbiedt in Capelle aan den IJssel (hierna: de VE-aanbieder) dient te voldoen aan de wettelijke eisen zoals deze zijn vastgelegd in de Wet Kinderopvang, de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, het Besluit kwaliteit voorschoolse educatie en het toezichtkader van de Onderwijsinspectie. Deze worden jaarlijks gecontroleerd door de GGD (in het kader van de inspecties Wet Kinderopvang) en op onregelmatige basis door de Onderwijsinspectie. In dit Kwaliteitskader VE zijn de bovenwettelijke eisen opgenomen die gelden voor VE in de gemeente Capelle aan den IJssel.
2. Aanvullende ‘Capelse’ VE-richtlijnen
De gemeente, VE-aanbieders, schoolbesturen en maatschappelijke partners evalueren tussentijds en/of jaarlijks de doelgroepdefinitie en de wijze van indicatiestelling. Waar nodig wordt deze bijgesteld.
De gemeentelijke doelgroepdefinitie 1 wordt vastgesteld tijdens het bestuurlijk overleg: Lokale Educatieve Agenda (LEA).
Peuters die voldoen aan de (landelijke en gemeentelijke) definitie worden aangeduid als VE-peuters. Dit zijn kinderen met een risico op een (taal)achterstand. VE-peuters komen in aanmerking voor een VE-peuterplaats op basis van een verwijzing voor VVE (VVE-indicatie). Het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) draagt zorg voor de indicering van VE-peuters, omdat het CJG kinderen vanaf de eerste levensweken volgt. Kinderen met een ontwikkelingsstoornis krijgen geen VVE-indicatie, omdat VVE-programma’s hier niet specifiek op zijn ingericht.
Aanbod voorschoolse voorziening
De subsidie is bestemd voor peuteropvang en/of kinderdagverblijf met een VE-registratie in Capelle aan den IJssel waarbij het gaat om:
een laagdrempelige voorziening voor peuters van 2 tot 4 jaar met een VVE-indicatie2 ;
een voorziening waar wordt gewerkt met een door het NJI erkend VVE-programma. Waarmee de peuters in hun ontwikkeling gestimuleerd worden op het gebied van: taal, rekenen, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkelingen. Deze voorziening heeft als doel om het (risico op) taalachterstanden te verkleinen;
Voorschoolse voorzieningen die subsidie ontvangen hebben ten aanzien van peuters met een VVE-indicatie een aanbodverplichting. VE-peuters van 2 tot 4 jaar moeten de mogelijkheid hebben om 16 uur per week gebruik te maken van het VE-aanbod (voor VE-peuters van 2,5 tot 4 jaar is dit zelfs een wettelijke verplichting).
Pedagogisch beleidsmedewerker VE (in Capelle aan den IJssel bekend als VE-coach)
Iedere voorschoolse voorziening met VE-peuters zet per locatie minimaal een pedagogisch beleidsmedewerker VE in. In de praktijk wordt deze functie in Capelle aan den IJssel vaak aangeduid als VE-coach. In de subsidieregeling hanteren wij de landelijke term pedagogisch beleidsmedewerker VE, terwijl wij in dit Kwaliteitskader VE kiezen voor VE-coach omdat deze beter aansluit bij het gebruik in de praktijk.
De VE-coach ondersteunt en coacht de pedagogisch professionals in hun handelen met peuters en ouders, en draagt actief bij aan de verbetering van de kwaliteit van de voorschoolse educatie. In Capelle aan den IJssel wordt een VE-coach ingezet voor minimaal 10 uur per jaar per VE-peuter vanaf 2,5 jaar, verspreid over de locatie. Een VE-coach heeft de volgende taken:
Coaching en begeleiden van de pedagogisch professionals in hun eigen handelen richting peuters, de groep en ouders (o.a. observatie, intervisie, feedback, begeleiding, coaching-on-the-job);
Extra inzet van een pedagogisch professional op een zware doelgroep locatie
Elke voorschoolse voorziening met een locatie met meer dan 50% VE-peuters, wordt aangemerkt als een zware doelgroep locatie. Het werken met de VE-peuters vraagt meer van het team: het pedagogisch werk in de groep is intensiever en de VE-kwaliteit kan onder druk te komen staan. Vandaar dat VE-aanbieders een extra pedagogisch professional kunnen inzetten voor maximaal 8 uur per week per groep. De pedagogisch professional werkt op de groep, begeleid VE-peuters in hun ontwikkeling en biedt directe, aanvullende ondersteuning in de internactie met deze kinderen.
Voor de kwaliteit en het effect van de VE is het van belang om samen te werken met ouders.
De thuisomgeving heeft een groot effect op de ontwikkeling van het kind. Zodra er sprake is van een stimulerende thuissituatie leidt dit tot een positief effect op de ontwikkeling van het kind.
De gemeente dient in het VVE-beleid op te noemen hoe ouderbetrokkenheid bevorderd wordt en hoe VE-aanbieders dat uitvoeren. Voor VE-aanbieders is inzet op ouderbetrokkenheid een verplicht onderdeel van het VVE-beleid. Dit staat in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO, artikel 150, lid 2) en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (artikel 3).
Voor het versterken van de samenwerking met ouders is het belangrijk dat de pedagogische professionals beschikken over voldoende gespreksvaardigheden en competenties. Ook is het wenselijk dat ouders betrokken worden bij educatieve activiteiten binnen de groep en de organisatie. De gemeente Capelle aan den IJssel vindt het belangrijk dat VE-aanbieders, naast het voldoen aan de wettelijke eisen rondom ouderbeleid, inzicht hebben in de samenstelling en behoeften van de ouderpopulatie per locatie. Dat vraagt om een gerichte en proactieve benadering. Ouders verschillen immers in de manier waarop zij betrokken willen en kunnen zijn. Capelle aan den IJssel is een gemeente met een grote diversiteit tussen wijken.
Dat betekent dat de samenwerking met ouders om maatwerk vraagt, waarbij oog is voor culturele, sociaal- economische en talige verschillen er zijn tussen gezinnen.
De VE-aanbieder moet (beschreven) beleid hebben dat gericht is dat ouders:
Samenwerking met het onderwijs – doorgaande lijn
De VE-aanbieder streeft ernaar dat ouders toestemming geven voor overdracht bij de overgang naar de basisschool. Naast een schriftelijke (en op termijn digitale)overdracht vindt ook een warme overdracht plaats, telefonisch of via een afspraak. Bij extra zorgen wordt ingezet op een fysieke overdracht met een gesprek op locatie.
VE-aanbieders leveren gegevens aan via de Peutermonitor voor de jaarlijkse monitoring van het bereik van peuters en de bijbehorende financiële verantwoording voor de verleende subsidie. Op basis van het bereik in de Peutermonitor wordt ook inzichtelijk hoeveel VE-peuters per locatie deelnemen en vormt de grondslag voor de subsidiëring van de inzet van een VE-coach. De Peutermonitor biedt echter geen volledig inzicht in de inzet van een extra professional op een zware doelgroep locatie. Daarom vraagt de gemeente VE-aanbieders om aanvullend te rapporteren hoeveel uur deze professional is ingezet en op welke wijze. Denk hierbij aan taken zoals directe ondersteuning op de groep, coaching of observatie. Deze aanvullende rapportage is nodig om goed zicht te houden op de uitvoering en doelmatigheid van deze inzet en dient tevens als subsidieverantwoording.
De VE-aanbieders zijn verplicht om de ontwikkeling van kinderen te volgen met een kindvolgsysteem, dat voldoet aan de eisen van de Inspectie van het Onderwijs. De gemeente kan VE-aanbieders verzoeken om gegevens aan te leveren op basis van dit systeem, zodat de gemeente resultaatafspraken kan maken met het onderwijs.
Naast de subsidieverantwoording kan er een voortgangsoverleg plaatsvinden tussen de gemeente en VE-aanbieder over de gang van zaken. Dit overleg is aanvullend en bedoeld om tussentijds met elkaar af te stemmen over de uitvoering en kwaliteit van VE. Het voortgangsoverleg kan zowel door de gemeente als de VE-aanbieder geïnitieerd worden en vindt indien nodig tot maximaal drie keer per jaar plaats.
De GGD bezoekt elk jaar alle locaties voor kinderopvang die vermeld staan in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). De gemeente geeft de GGD opdracht tot het houden van toezicht en zorgt zelf voor de handhaving. De gemeente is immers verantwoordelijk om te handhaven als er sprake is van geconstateerde tekortkomingen. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de VE en op de uitvoering van de wettelijke taken van gemeenten met betrekking tot de kinderopvang.
Als er tekortkomingen worden vastgesteld die raken aan (de voorwaarden van) de verleende subsidie, onder de Subsidieregeling Voorschoolse Educatie dan gaat de gemeente het gesprek aan met de VE-aanbieder. Samen wordt bekeken hoe deze tekortkomingen zo snel mogelijk kunnen worden verholpen. De gemeente kan een verbeterplan met concrete maatregelen en termijnen vragen. Na de afgesproken hersteltermijn volgt een herbeoordeling.
Blijven de tekortkomingen bestaan of worden afspraken niet nagekomen, dan kan de gemeente de subsidie herzien (bijvoorbeeld verminderen, opschorten of intrekken). Indien herstel uitblijft, kan de gemeente de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, met inachtneming van de toepasselijke regels (ASV en Awb) en het principe van evenredigheid. In spoedeisende of ernstige gevallen kan de gemeente eerder passende maatregelen nemen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-928.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.