Subsidieregeling verduurzaming maatschappelijk vastgoed Ooststellingwerf 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf,

 

gelet op de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026,

 

besluit;

 

vast te stellen de volgende regeling:

 

Subsidieregeling verduurzaming maatschappelijk vastgoed Ooststellingwerf 2026

1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf;

  • b.

    instelling: rechtspersoon zonder winstoogmerk die als statutaire doelstelling heeft het verrichten of mogelijk maken van activiteiten op het gebied van welzijn, sport en/of cultuur;

  • c.

    maatschappelijk vastgoed: gebouw in de zin van bijlage I, onderdeel A, Omgevingswet dat qua opzet, indeling en inrichting is bedoeld en wordt gebruikt voor activiteiten op het gebied van welzijn, sport en/of cultuur en openbaar toegankelijk is of is bedoeld voor gemeenschappelijk gebruik;

  • d.

    realisatiekosten: de kosten van de verduurzamingsmaatregelen;

  • e.

    renovatiestandaard: het voldoen aan energielabel A+++ volgens NTA 8800;

  • e.

    verduurzamingsmaatregelen: maatregelen die aantoonbaar direct leiden tot het laten voldoen van maatschappelijk vastgoed aan de renovatiestandaard.

2. Doelen

Het college streeft met deze regeling de volgende doelen na:

  • a.

    het stimuleren en realiseren van duurzame en toekomstbestendige accommodaties op gebied van welzijn sport en cultuur in de gemeente Ooststellingwerf;

  • b.

    het laten voldoen aan de renovatiestandaard van maatschappelijk vastgoed in de gemeente Ooststellingwerf.

3. Doelgroep

Subsidie wordt slechts verstrekt aan een instelling die eigenaar, erfpachter of opstalhouder is van bestaand maatschappelijk vastgoed in de gemeente Ooststellingwerf dat niet voldoet aan de renovatiestandaard.

4. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan subsidie verlenen voor het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen aan maatschappelijk vastgoed in de gemeente Ooststellingwerf.

  • 2.

    Een instelling kan op basis van deze regeling éénmaal subsidie ontvangen.

  • 3.

    Geen subsidie wordt verleend voor:

    • a.

      vrijwilligersuren;

    • b.

      werkzaamheden die niet bijdragen aan het voldoen aan de renovatiestandaard;

    • c.

      verduurzaming van niet gebouwgebonden installaties;

    • d.

      kosten die verband houden (regulier) onderhoud;

    • e.

      reguliere exploitatiekosten;

    • f.

      aanschaf van roerende zaken.

5. Opbouw subsidie

  • 1.

    De subsidie bestaat uit twee delen, te weten:

    • a.

      een bedrag ter hoogte van maximaal één derde van de realisatiekosten; en

    • b.

      een renteloze lening ter hoogte van maximaal één derde van de realisatiekosten.

  • 2.

    De lening als bedoeld in lid 1 onder b van dit artikel wordt verstrekt onder door het college te bepalen voorwaarden.

6. Weigeringsgronden

  • 1.

    Subsidie wordt geweigerd als:

    • a.

      het maatschappelijk vastgoed waarvoor de subsidie wordt aangevraagd al voldoet aan de renovatiestandaard;

    • b.

      het maatschappelijk vastgoed waarvoor de subsidie wordt aangevraagd na uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen niet voldoet aan de renovatiestandaard.

  • 2.

    Subsidie kan worden geweigerd als:

    • a.

      de levensvatbaarheid van het maatschappelijk vastgoed niet in voldoende mate is aangetoond;

    • b.

      de vereiste privaatrechtelijke en publiekrechtelijke toestemming niet kan worden verkregen;

    • d.

      de realisatiekosten naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staan tot de doelen genoemd in artikel 2 van deze regeling;

    • e.

      gestart is met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd voordat de subsidie is aangevraagd;

    • f.

      de activiteiten gelijk of vergelijkbaar zijn met activiteiten waarvoor het college ook op grond van een andere subsidieregeling subsidie zou kunnen verstrekken;

    • g.

      de resterende levensduur van het maatschappelijk vastgoed niet tenminste 20 jaar bedraagt.

7. Aanvraag van de subsidie

  • 1.

    Een aanvraag moet worden ingediend door middel van het vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2.

    Een aanvraag moet vóór 1 augustus 2029 zijn ingediend.

  • 3.

    Een aanvraag bevat tenminste:

    • a.

      de begroting van de instelling over het lopende boekjaar;

    • b.

      de jaarrekeningen van de instelling over de twee voorgaande boekjaren;

    • c.

      een deugdelijke investeringsbegroting onderbouwd met offertes;

    • d.

      een deugdelijk dekkings- en financieringsplan;

    • e.

      een meerjaren exploitatiebegroting van de instelling inclusief een meerjarenonderhoudsplan;

    • f.

      een afschrift van de statuten van de instelling;

    • g.

      een geldend energielabel van het maatschappelijk vastgoed waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 4.

    Als de instelling een vereniging is bevat een aanvraag eveneens:

    • a.

      het besluit van de algemene ledenvergadering waaruit blijkt dat de algemene ledenvergadering instemt met de investering en/of het aangaan van de lening;

    • b.

      een overzicht van de ledenaantallen van de vereniging over de afgelopen vijf jaren, inclusief de leeftijdsopbouw van het ledenbestand.

8. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast.

  • 2.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 3.

    Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 4.

    Dreigt het subsidieplafond te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 5.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.

9. Beslistermijn

Het college beslist op een aanvraag om een subsidie binnen 13 weken na de datum als bedoeld in artikel 8 lid 3 van deze regeling.

10. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De instelling voltooit de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen drie jaar na de subsidieverlening.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt voor 1 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarin de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn voltooid.

  • 3.

    De instelling voegt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een bewijs dat het maatschappelijk vastgoed na uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen voldoet aan de renovatiestandaard. Het aanleveren van een actueel energielabel A+++ volgens NTA 8800 voor het maatschappelijk vastgoed volstaat hiervoor.

  • 4.

    De instelling vraagt gedurende de looptijd van de lening genoemd in artikel 5, lid 1 onder b van deze regeling schriftelijke toestemming van het college voordat zij een financiële verplichting aangaat die hoger is dan € 10.000,-. Het college kan de toestemming alleen weigeren als de financiële verplichting naar het oordeel van het college een belemmering vormt voor de afbetaling van de lening in artikel 5, lid 1 onder b van deze regeling.

11. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan van de bepalingen in deze subsidieregeling afwijken indien toepassing van de bepaling zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

  • 2.

    In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet voorziet beslist het college.

12. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling verduurzaming maatschappelijk vastgoed Ooststellingwerf 2026.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze regeling vervalt op 31 december 2029 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd of verleend.

Aldus vastgesteld op 17 februari 2026.

Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf,

de secretaris,

de burgemeester,

Naar boven