Gemeenteblad van Land van Cuijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Land van Cuijk | Gemeenteblad 2026, 92131 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Land van Cuijk | Gemeenteblad 2026, 92131 | beleidsregel |
Regeling kwaliteitsverbetering landschap Land van Cuijk 2026
De raad van de gemeente Land van Cuijk;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025;
gelet op de Omgevingswet (artikel 5.21, lid 2 onder 2), Besluit kwaliteit leefomgeving (artikelen 8.0 b en 8.0 c), Brabantse Omgevingsverordening Noord-Brabant (artikel 5.11);
Regeling kwaliteitsverbetering landschap Land van Cuijk 2026
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Omgevingskwaliteit is een belangrijk onderwerp in de Omgevingsvisie.
De provinciale Omgevingsverordening heeft instructieregels betreffende de omgevingskwaliteit. In concrete gevallen is het één van de onderwerpen die wordt afgewogen bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
De Omgevingswet en Omgevingsverordening brengen nieuwe, termen en begrippen met zich mee. In het omgevingsplan worden bestemmingen vervangen door gebruiksfuncties. Regels zijn verbonden aan activiteiten. Begrippen als bestemmingsplan, bestemming en bestemmingswaarde zijn in deze regeling vervangen door omgevingsplan, functie en functiewaarde.
Onder de Wet ruimtelijke ordening/Wabo waren de instructieregels uit de provinciale Omgevingsverordening niet van toepassing op buitenplanse omgevingsvergunningen waarop de kruimelregeling van toepassing was. Onder de Omgevingswet gelden de instructieregels voor alle buitenplanse omgevingsvergunningen op gelijke wijze als bij een wijziging van het omgevingsplan. De nieuwe categorie-indeling houdt hier rekening mee.
1.2 Actualisatie Brabant brede afspraken
In de Omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: omgevingsverordening of OV) heeft de provincie de verplichting voor gemeenten opgenomen om een kwaliteitsbeleid voor het landschap te voeren. Deze verplichting gaat verder dan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit in artikel 5.7 OV, waar landschappelijke inpassing deel van uit kan maken. In artikel 5.11 lid 1 OV is geregeld dat een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een ontwikkeling omvat het mogelijk maken van een functie of activiteit die op grond van het vigerende omgevingsplan niet is toegelaten. Het omgevingsplan onderbouwt dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én dat de uitvoering is geborgd.
In artikel 7.9, lid 4 is bepaald dat periodiek, ten minste eens per bestuursperiode, partijen in de (sub-)regio afspraken maken over de toepassing van artikel 5.11 OV en de resultaten met elkaar worden besproken.
De provincie heeft samen met de regio’s de werking van de regeling kwaliteitsverbetering landschap geëvalueerd. Dit heeft eind 2024 geleid tot een nieuwe set Brabant brede uitgangspunten voor de toepassing van de regeling.
1.3 Handreiking kwaliteitsverbetering landschap RNOB
De RNOB heeft bovengenoemde Brabant brede uitgangspunten vertaald in een Handreiking kwaliteitsverbetering landschap. Deze handreiking vormt niet alleen een inspiratiedocument voor natuurontwikkeling en landschappelijke inpassing, maar hierin zijn ook de Brabant brede uitgangspunten voor de toepassing van artikel 5.11 OV vertaald in werkafspraken met ruimte voor lokale uitwerking.
De handreiking is op 4 september 2025 besproken in de Bestuurlijke Kopgroep Natuur en Landschap en bestuurlijk is er ingestemd met het hanteren van deze handreiking als basis voor lokale doorvertaling.
In sommige gevallen zijn zowel de Regeling kwaliteitsverbetering landschap als de Nota Kostenverhaal van toepassing. Bijvoorbeeld bij een ruimtelijke ontwikkeling die ziet op uitbreiding van een dorpskern in het landelijk gebied. Het is wenselijk om beide regelingen op elkaar af te stemmen en uit te gaan van dezelfde normbedragen. De normbedragen kunnen (jaarlijks) door het college worden geïndexeerd, wanneer de markt daar aanleiding toe geeft. De normbedragen zijn opgenomen in bijlage 2 forfaitaire bedragen.
2 Doel en reikwijdte van de regeling
De Regeling kwaliteitsverbetering landschap geeft aan hoe de gemeente Land van Cuijk toepassing geeft aan artikel 5.11 van de Omgevingsverordening (OV). De regeling geeft antwoord op de vraag welke kwaliteitsverbetering nodig is.
Deze regeling is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Vóór aanvang van een planologische procedure wordt beoordeeld of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst en passend is. Bijvoorbeeld op basis van een principe-verzoek of een conceptaanvraag. Vervolgens kan aan de hand van deze uitgangspunten en de afsprakenkaders beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen.
De Regeling kwaliteitsverbetering landschap beschrijft de systematiek, basisinspanning en (financiële) waardering van onder andere landschappelijke maatregelen, bestaand groen en beheer en onderhoud. De uitgangspunten gaan niet over de invulling bij concrete gevallen.
De regeling geeft de minimale inspanning aan. Op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan meer kwaliteitsverbetering worden verlangd, wanneer dat past bij de ambities voor een bepaald gebied.
2.2 Reikwijdte regels kwaliteitsverbetering landschap
De regels voor kwaliteitsverbetering van het landschap moeten worden toegepast als het gaat om besluiten welke vallen onder de werking van artikel 5.11 van de Omgevings-verordening Noord-Brabant.
Kortweg is de Omgevingsverordening van toepassing op besluiten over:
De omgevingsverordening is niet van toepassing op:
Daarnaast moet er sprake zijn van een ‘ontwikkeling’ in het ‘landelijk gebied’ waaronder in de regeling het volgende wordt verstaan:
Bij de toepassing van de regeling maken we onderscheid tussen niet-planmatige en planmatige ontwikkelingen.
3.1 Niet planmatige ontwikkelingen
Voor niet-planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied hanteren we een basisindeling in drie categorieën:
Categorie 3: Deze initiatieven zijn van relatief grote omvang en/of hebben een grote impact op de omgeving en het landschap. Tegenover deze ontwikkelingen dient een berekende kwaliteitsverbetering te staan; daarbij gaan we uit van een bijdrage van minimaal 20% van de planologische waardestijging of functiewinst.
Categorielijsten en flexibiliteit
In de RNOB zijn veelvoorkomende ontwikkelingen in de drie categorieën ingedeeld. Deze lijst is aangevuld en geconcretiseerd voor de gemeente Land van Cuijk en als bijlage a toegevoegd.
De lijst is niet-limitatief. In afstemming met de provincie kan in voorkomende gevallen bepaald worden in welke categorie een ontwikkeling past. Zo is het ook mogelijk om goed gemotiveerd, bij een kleine overschrijding van een oppervlakte of inhoudsmaat, de ontwikkeling in de lagere categorie te beschouwen.
Bij planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied moet altijd invulling worden gegeven aan de regeling kwaliteitsverbetering landschap.
In de Brabant brede afspraken worden verschillende soorten planmatige ontwikkelingen onderscheiden:
Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.
Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet.
'In beginsel' is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Bij de realisatie van windturbines in het landelijk gebied maken we onderscheid tussen kleine windturbines en grote windturbines.
Kleine windmolens worden achter de meter aangesloten en leveren rechtstreeks stroom aan de eindgebruiker, meestal een kleinverbruiker. Dit gaat om windmolens bij bijvoorbeeld (agrarische) bedrijven. Deze molens hebben een as-hoogte van maximaal 25 meter. Deze winturbines worden als niet-planmatig beschouwd.
Windturbines met een ashoogte > 25 m, bedoeld voor grootschalige energieopwekking en levering aan het stroomnet, worden wel als planmatig beschouwd.
Bij de realisatie van zonneparken in het landelijk gebied maken we onderscheid tussen kleinschalige zonneparken en grootschalige zonneparken.
Kleinschalige zonneparken leveren rechtstreeks stroom aan de eindgebruiker. Het gaat om zonneparken bij bijvoorbeeld een woning of een (agrarisch) bedrijf. De omvang van het zonnepark is afgestemd op de energiebehoefte van de eindgebruiker. Deze zonneparken worden als niet-planmatig beschouwd.
Grootschalige zonneparken zijn veelal groter dan 1ha. De zonnepanelen leveren stroom die wordt afgegeven aan het elektriciteitsnet. Grootschalige zonneparken worden mogelijk gemaakt op basis van tijdelijke vergunningen. Deze zonneparken worden wel als planmatig beschouwd.
Fysieke maatregelen in het landschap zijn concrete, zichtbare of tastbare ingrepen die gericht zijn op het verbeteren, herstellen of behouden van de landschappelijke waarden van een gebied.
4.1 Landschappelijke inpassing
Wanneer een ontwikkeling onder categorie 2 en/of 3 valt is een landschappelijke inpassing vereist. Landschappelijke inpassing betekent een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Landschappelijke inpassing vindt plaats op of direct aansluitend aan het bouwblok/bestemmingsvlak.
Aan deze vorm van kwaliteitsverbetering worden geen kwantitatieve normen gekoppeld waaraan voldaan moet worden, maar worden enkele kwalitatieve eisen gesteld.
Bij de vormgeving en invulling van landschappelijke inpassing wordt gekeken naar de algehele locatie en de situering van het bouwvlak/bestemmingsvlak en niet alleen naar het deel waarin de desbetreffende ruimtelijke ontwikkeling wordt toegevoegd of veranderd.
Handreiking kwaliteitsverbetering landschap
In de regionale Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap is beschreven aan welke eisen een erfbeplantingplan/plan voor de landschappelijk inpassing moet voldoen. Minimaal vereist is een maatvaste kaart met daarop de reeds aanwezige landschapselementen, de beoogde ontwikkeling en de nieuwe landschapselementen die de ontwikkeling inpassen in het omliggende landschap.
4.2 Maatregelen ter verbetering van het landschap
Bij een ontwikkeling in categorie 3 wordt naast de landschappelijke inpassing van het erf een verbetering van het landschap gevraagd. Dit gebeurt bij voorkeur in de vorm van fysieke maatregelen in de directe omgeving van de ontwikkeling.
De volgende maatregelen kunnen worden ingezet:
In goed overleg kan bezien worden of een hierboven niet benoemde maatregelen ook ingezet kan worden. Bij die afweging staat het landschap voorop, dat is en blijft het doel van de regeling.
De maatregelen kunnen indien zij passen in de gemeentelijke Natuurvisie ook op een andere locatie worden ingezet.
De regiogemeenten en de waterschappen hebben afgesproken om het waterschap bij de invulling van de kwaliteitsverbetering te betrekken via de watertoets. In ieder geval indien sprake is van een ontwikkeling in natte EVZ, attentiegebied waterhuishouding en invloedsgebied waterkering. Indien er (mogelijk) sprake is van water gerelateerde maatregelen dient het waterschap hierbij in een vroeg stadium betrokken te worden.
Bestaand groen vormt op zichzelf geen kwaliteitsverbetering. Passend (kwalitatief) bestaand groen kan worden opgenomen in een goede landschappelijke inpassing. Bij een categorie 3 ontwikkeling kan het hoogstens een onderdeel zijn van een landschapsplan.
Aanlegkosten van bestaand groen kunnen niet opgevoerd worden.
Het opnemen van passend bestaand groen dient tot behoud en planologische bescherming ervan.
Handreiking kwaliteitsverbetering landschap
In de regionale Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap is beschreven aan welke eisen een landschapsplan moet voldoen. Minimaal vereist is een maatvaste kaart met daarop de reeds aanwezige landschapselementen, de beoogde ontwikkeling en de nieuwe landschapselementen die de ontwikkeling inpassen in het omliggende landschap.
Naast of in de plaats van een anterieure overeenkomst is het noodzakelijk een regeling (voorwaardelijke verplichting) in het omgevingsplan op te nemen om de realisatie, beheer en onderhoud van het inpassingsplan financieel, juridisch en feitelijk te verzekeren. Of in het geval van een omgevingsvergunning dit als voorschrift toe te voegen aan de vergunning.
5 Rekenmethodiek gewaardeerd tegenprestatie
Zowel bij ontwikkelingen die zijn ingedeeld in categorie 3 als bij een planmatige ontwikkelingen is sprake van een financieel gewaardeerde en dus berekende tegenprestatie.
5.1 Berekening tegenprestatie ontwikkelingen categorie 3
In categorie 3 gevallen is zowel landschappelijke inpassing als kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk. Om objectief te kunnen bepalen welke investering gedaan
moet worden in het landschap, wordt hiervoor een bedrag berekend. Het gaat dan overigens om een basisinspanning. De investering in het landschap bedraagt minimaal 20% van de planologische waardestijging of functiewinst (toekomstige functiewaarde plan minus functiewaarde plan nu).
Voor het berekenen van de planologische waardestijging bij categorie 3 ontwikkelingen worden door de gemeente Land van Cuijk forfaitaire waarden gehanteerd. Deze zijn opgenomen in bijlage b. De bedragen kunnen jaarlijks worden geïndexeerd.
De berekende tegenprestatie is (waarde nieuw – waarde bestaand) * 20%
5.2 Berekening tegenprestatie planmatige ontwikkelingen
Bij planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied moet altijd invulling worden gegeven aan de Regeling kwaliteitsverbetering landschap.
We onderscheiden verschillende soorten planmatige ontwikkelingen.
Bij stedelijke ontwikkelingen is de basisinspanning voor de landschappelijke tegenprestatie bepaald per m2 op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Dit kan worden gestort in de voorziening verbetering ruimtelijke kwaliteit, of worden geïnvesteerd in een fysieke maatregelen conform een landschapsplan. Die investering moet buiten het (toekomstig) stedelijk gebied landen. Het groen in de wijk maakt intrinsiek onderdeel uit van een stedenbouwkundige ontwikkeling, en kan niet worden ingezet voor kwaliteitsverbetering landschap.
Bij de realisatie van zonneparken in het landelijk gebied is de invulling van kwaliteitsverbetering landschap maatwerk. Zonneparken worden mogelijk gemaakt op basis van tijdelijke vergunningen. Bij een landschappelijke inpassing is het goed aandacht te hebben voor de situatie nadat het zonnepark weer is ontmanteld. Uitgangspunt is dat de landschappelijke inpassing zodanig is dat deze na ontmanteling kan blijven staan.
5.3 Waardering fysieke maatregelen
Fysieke maatregelen worden als volgt gewaardeerd:
Reële kosten landschappelijke maatregelen
De kosten van het realiseren van landschappelijke maatregelen, zoals de aanleg van nieuwe landschapselementen of nieuwe natuur kunnen volledig worden ingezet. Het moet gaan om reële kosten. De gemeente Land van Cuijk gaat uit van de kostenlijst van STILA (Stimuleringsregeling landschap). Maatregelen waarvoor subsidie is/wordt toegekend kunnen niet worden ingezet.
Herstel cultuurhistorische waarden
De (meer)kosten voor het behoud of herstel van cultuurhistorische waardevolle gebouwen en terreinen kunnen worden ingezet. Het plan voorziet dan in een duidelijke onderbouwing van de cultuurhistorische waarden en hoe de maatregelen bijdragen aan het behoud of herstel. Dit zijn maatwerkgevallen waarvoor de kosten met een gedegen offerte aangetoond moeten worden.
De kosten van sloop van bebouwing en het verwijderen van verharding kunnen worden opgevoerd in de berekening. Voor de berekening sluiten we aan bij de Maatwerkregeling (Beleidsregel Omgevingsrecht Noord Brabant § 7.1) . Sloop die voor de ontwikkeling zelf nodig is, telt niet mee als maatregel voor kwaliteitsverbetering.
Als door de aanwezigheid van asbest de sloopkosten hoger uitvallen, dan kunnen deze meerkosten in redelijkheid worden meegerekend. Voorwaarde is dat het niet enkel om asbestsanering gaat, maar dat het hele bouwwerk gesloopt wordt.
Afwaarderen gronden voor natuur
Natuurfuncties kunnen worden meegenomen in de berekening. Het verschil in functiewaarde kan voor 20% worden meegerekend.
Als niet-gerealiseerde Natuur Netwerk Brabant (NNB) natuur wordt ontwikkeld als onderdeel van de kwaliteitsverbetering, kan de afwaardering van die gronden (functiewaarde) volledig worden meegerekend. Dit geldt ook voor NNB-waardige natuur aangrenzend aan gerealiseerde NNB natuur. Voorwaarde is een goede planologische borging van de te realiseren natuur in de regels van het omgevingsplan. De gronden krijgen een natuurfunctie. Met een voorwaardelijke verplichting voor de ontwikkeling, wordt de uitvoering van het landschapsplan geborgd.
Ook hier geldt dat de kosten niet meegerekend mogen worden als voor de realisatie en instandhouding subsidie is verstrekt.
De gemeente Land van Cuijk heeft een rekenmodule ter beschikking. Deze is toegevoegd als bijlage c. Gebruik van de rekenmodule is niet verplicht. De rekenbedragen worden gebaseerd op de forfaitaire bedragen, de Maatwerkregeling en het STILA. De bedragen zijn een momentopname en moeten worden aangepast conform de meest actuele versie van genoemde documenten.
Het kan voorkomen, dat toepassing van de Regeling kwaliteitsverbetering landschap leidt tot een uitkomst, die als disproportioneel (naar verhouding onjuist) moet worden beschouwd. In dat geval is er sprake van een omvang van een bijdrage die redelijkerwijs niet in die situatie kan worden gevraagd.
In dat soort situaties heeft de gemeente (lees: het college van burgemeester en wethouders) de mogelijkheid om af te wijken van de toepasselijke methodiek.
Deze zogenaamde hardheidsclausule biedt de mogelijkheid om van de methodiek af te wijken wanneer die gevolgen zou hebben die niet in verhouding staan tot de doelen die met die werkafspraken worden nagestreefd. De hardheidsclausule kan alleen worden toegepast, mits met goede redenen omkleed.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Land van Cuijk
in zijn openbare vergadering van 5 februari 2025.
De griffier,
Olof Mudde
De voorzitter,
Marieke Moorman
Bijlage a Categorie-indeling kwaliteitsverbetering landschap
De uitgangspunten toepassing kwaliteitsverbetering Noord-Brabant uit 2022 (herijkt in 2024) zijn gericht op de werking van artikel 5.11 van de Omgevingsverordening: kwaliteitsverbetering landschap. Lid 1 van het artikel stelt: “Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.”
Tot de fysieke verbetering van het landschap horen onder andere: landschappelijke inpassing, sloop van bebouwing, verwijderen verharding, versterking landschapsstructuur, herstel cultuurhistorische waarde, realiseren Natuur Netwerk Brabant en de aanleg van (openbare) extensieve recreatieve mogelijkheden.
Investeringen die geen fysieke kwaliteitsverbetering voor het landschap opleveren, zoals milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering, duurzaamheid en dierenwelzijn, afschrijving economische boekwaarde en aanbrengen van functioneel groen op erf, vallen niet onder het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering landschap zoals bedoeld in artikel 5.11.
In de toepassing van de regeling kwaliteitsverbetering maken we onderscheid in niet-planmatige en planmatige ontwikkelingen. Bij niet-planmatige ontwikkelingen maken we onderscheid in drie categorieën.
Uitgangspunten niet-planmatige ontwikkelingen
Categorie 1: geen inpassing of tegenprestatie vereist
Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen:
Categorie 2: landschappelijke inpassing vereist
Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen:
wijziging functie agrarisch verwant bedrijf en/of agrarisch-technisch hulpbedrijf in functie wonen of wonen met VAB aanduiding, mits het functievlak wordt verkleind tot maximaal 5000 m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteert;
Bovenstaande opsomming is niet uitputtend. Andere ontwikkelingen kunnen ook tot deze categorie worden gerekend als deze zijn voorzien van een goede onderbouwing.
Categorie 3: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap vereist
Tot deze categorie behoren alle ruimtelijke ontwikkelingen, niet-planmatig stedelijk, die niet onder categorie 1 of categorie 2 vallen of daarmee vergelijkbaar zijn; dit betreft onder andere onderstaande ontwikkelingen:
Indien bij een ruimtelijke ontwikkeling de berekende tegenprestatie minder dan € 500,- bedraagt, nihil is of indien er sprake is van een negatieve uitkomst wordt deze ontwikkeling onder categorie 2 geschaard.
Uitgangspunten planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied
Bij planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied moet altijd invulling worden gegeven aan de regeling kwaliteitsverbetering landschap. We onderscheiden een aantal verschillende soorten planmatige ontwikkelingen.
Bij stedelijke ontwikkelingen is de basisinspanning voor de landschappelijke tegenprestatie bepaald per m² op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Dit kan worden gestort in een landschapsfonds, of worden geïnvesteerd in een landschapsplan. Die investering moet buiten het (toekomstig) stedelijk gebied landen. Het groen in de wijk maakt intrinsiek onderdeel van uit van een stedenbouwkundige ontwikkeling, en kan niet worden ingezet voor kwaliteitsverbetering landschap.
Bij de aanleg, uitbreiding of aanpassing van infrastructurele werken zoals wegen is de tegenprestatie maatwerk waarbij kwaliteitsverbetering landschap integraal onderdeel is van de ontwikkeling.
Bij de realisatie van windturbines in het landelijk gebied is een gangbare werkwijze ontstaan waarbij de te leveren inspanning voor kwaliteitsverbetering landschap is bepaald op € 15.000,- per MW opgesteld vermogen.
Zonneparken Bij de realisatie van zonneparken in het landelijk gebied is de invulling van kwaliteitsverbetering landschap maatwerk. Zonneparken worden mogelijk gemaakt op basis van tijdelijke vergunningen. Bij een landschappelijke inpassing is het goed aandacht te hebben voor de situatie nadat het zonnepark weer is ontmanteld.
Overige planmatige ontwikkelingen
Hier is de invulling van kwaliteitsverbetering landschap maatwerk.
Bijlage b Forfaitaire bedragen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-92131.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.