Gemeenteblad van Loon op Zand
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Loon op Zand | Gemeenteblad 2026, 91132 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Loon op Zand | Gemeenteblad 2026, 91132 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen gemeente Loon op Zand
Het college van burgmeester en wethouders van Loon op Zand;
Gelet op artikel 149 van de gemeentewet, artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Loon op Zand;
Deze nadere subsidieregeling heeft betrekking op subsidies voor activiteiten die bijdragen aan het versterken van sterke gemeenschappen en de sociale basis in de gemeente.
besluit de volgende nadere regeling vast te stellen:
'Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen gemeente Loon op Zand'
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze subsidieverordening wordt verstaan onder:
subsidies voor accommodaties en huisvesting: deze subsidies worden verstrekt aan accommodaties die bijdragen aan de doelstellingen van het Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid (WMA) en voor de huisvesting van verenigingen/stichting die niet in een maatschappelijke accommodatie terecht kunnen.
waarderingssubsidie: deze subsidie wordt verstrekt aan inwoners- en vrijwilligersinitiatieven om bepaalde activiteiten te stimuleren en om waardering te tonen voor de activiteiten die worden georganiseerd. Muziek-, sport- of scoutingverenigingen zijn hier voorbeelden van. Ook overige subsidies (gedeeltelijk Welzijn, gedeeltelijk Wmo of minimabeleid) vallen onder deze categorie.
Professionele organisaties: een professionele organisatie is een rechtspersoon die beschikt over betaalde beroepskrachten die de benodigde deskundigheid en kwalificaties hebben om de specifieke activiteiten van de organisatie op een professionele manier voor te bereiden, uit te voeren en te coördineren.
Hoofdstuk 2 Waarderingssubsidies
Artikel 2.1 Doel en doelgroep waarderingssubsidies
Waarderingssubsidies zijn bedoeld voor:
jeugd: kwetsbare kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot en met 23 jaar, die opgroeien in omstandigheden waarin armoede een factor is of waar extra ondersteuning vereist is, waarbij de waarderingssubsidie bijdraagt aan het volwaardig mee kunnen doen in de samenleving en om gezond en gelukkig op te kunnen groeien;
Artikel 2.2 Soorten waarderingssubsidies
Een organisatie komt in aanmerking voor een garantiesubsidie indien de organisatie door onvoorziene omstandigheden met tegenvallende resultaten te maken krijgt, waardoor de niet gesubsidieerde activiteit geen doorgang kan krijgen. Het bedrag waarmee het college garant staat wordt vastgesteld in de subsidieaanvraag.
Artikel 2.4 Subsidievereisten waarderingssubsidies
Om in aanmerking te komen voor een waarderingssubsidie wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:
er is een redelijke verhouding tussen de eigen financiering en de subsidie. De eigen financiële inbreng bedraagt minimaal 50% van de totale kosten van de activiteit. Externe financiële sponsoring en sponsoring in natura kunnen in de eigen inbreng worden meegenomen, mits dit goed onderbouwd is. De waarderingssubsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten.
Artikel 2.5 Subsidie weigering waarderingssubsidies
In aanvulling op het bepaalde in de ASV weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval, indien:
er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben, of
Hoofdstuk 3 Uitvoeringssubsidies
Artikel 3.1 Doel en doelgroep uitvoeringssubsidies
De uitvoeringssubsidies worden verstrekt aan (grotere) professionele organisaties waaraan prestatieafspraken zijn gekoppeld, bedoeld voor:
jeugd: kwetsbare kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot en met 23 jaar, die opgroeien in omstandigheden waarin armoede een factor is of waar extra ondersteuning vereist is, waarbij de uitvoeringssubsidie bijdraagt aan het volwaardig mee kunnen doen in de samenleving en om gezond en gelukkig op te kunnen groeien;
Artikel 3.4 Subsidievereisten uitvoeringssubsidies
Om in aanmerking te komen voor een uitvoeringssubsidie wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:
de aangeboden diensten en activiteiten kunnen zich focussen op een specifieke doelgroep, mits zij binnen die doelgroep toegankelijk zijn voor iedereen, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Hieraan kunnen door het college voorwaarden worden gesteld, en
Artikel 3.5 Subsidie weigering uitvoeringssubsidies
In aanvulling op het bepaalde in de ASV weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval, indien:
er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten of diensten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben, of
Hoofdstuk 4 Subsidies voor accommodaties en huisvesting
Artikel 4.5 Subsidie weigering subsidies voor accommodaties en huisvesting
In aanvulling op het bepaalde in de ASV weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval, indien:
er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten of diensten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben, of
Alleen rechtspersonen kunnen een subsidieaanvraag indienen. De aanvraag moet worden ingediend door een bevoegde vertegenwoordiger van de rechtspersoon. Alleen voor de waarderingssubsidie voor amateurkunst kunnen ook individuele personen en groepen die niet-professioneel actief zijn in de kunstsector een subsidie aanvragen op grond van deze nadere subsidieregeling.
Artikel 5.2 Vereisten subsidieaanvraag
Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen, tenzij anders aangegeven, te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te kunnen nemen.
In aanvulling op het tweede lid wordt het totale en maximale te verstrekken bedrag aan subsidies voor de jaarsubsidies, incidentele subsidies en indien van toepassing de garantiesubsidies vastgesteld binnen het subsidieplafond van de waarderingssubsidies, uitvoeringssubsidies en subsidies voor accommodaties.
Artikel 5.5 Wijze van verdeling en beoordeling
Bij de rangschikking van de jaarsubsidies wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van het Beleidskader Sociaal Domein, een dekkend en divers aanbod van diensten en activiteiten binnen de gemeenschap, het bereiken van diverse doelgroepen, de prijs-kwaliteit verhouding, de impact van de voorgenomen activiteiten en diensten, en de toegevoegde waarde voor de gemeenschap.
Artikel 5.6 Wijze van verantwoording subsidie
Indien een subsidie gelijk of hoger is dan €10.000 worden aan de subsidieafspraken prestatieafspraken gekoppeld. De subsidieaanvrager verantwoordt de subsidie door middel van een inhoudelijk jaarverslag en een jaarrekening. De subsidie wordt na de verantwoording door het college vastgesteld. Bij een vaststelling wordt ook de vermogens- en reservepositie van de desbetreffende vereniging, stichting of organisatie betrokken.
Artikel 5.7 Stimulerings- en steunfonds
Jaarlijks stelt de gemeente een budget van €15.000 beschikbaar om de Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen flexibeler te maken. Met dit bedrag kan er ingespeeld worden op ontwikkelingen die niet meegenomen kunnen worden in de begroting en bestaande subsidieplafonds. Met dat budget kan:
en vereniging of stichting die in de toekomst niet meer in aanmerking komt voor welzijnssubsidie, maar mogelijkerwijs wel voor een andere gemeentelijke subsidie in aanmerking komt, ondersteunt en overeind gehouden worden. Waar nodig faciliteert en ondersteunt de gemeente de vereniging of stichting hierbij.
Artikel 5.9 Vermogens- en reserve positie
In aanvulling op het eerste lid kan het college conform de Algemene subsidieverordening limieten stellen aan zowel de hoogte als de termijn van de besteding van de gevormde reserves. Hierbij wordt rekening gehouden met de materiële investeringen en aanschaf van duurzame gebruiksgoederen die voor een vereniging of stichting noodzakelijk zijn met betrekking tot de te organiseren activiteit.
Het college kan een of meer bepalingen van deze subsidieverordening in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepaling te dienen doelen.
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand van 27 januari 2026.
Kaatsheuvel,
Het college van burgemeester en wethouders,
de gemeentesecretaris,
C.A. de Haas
de burgemeester,
D.S.C. Jansen
Bijlage 1 behorende bij artikel 5.2, eerste lid van de Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen gemeente Loon op Zand
Aanvraagformulier sterke gemeenschappen
|
Wilt u een subsidie aanvragen of een verzoek om vaststelling indienen? |
|
|
Zo ja, dan voegt u aan het aanvraagformulier de volgende bijlagen toe |
|
De gemeente Loon op Zand heeft een rijk welzijnslandschap, waarin verenigingen, stichtingen, maatschappelijke organisaties en uitvoeringspartners een belangrijke rol spelen. Zij dragen bij aan verbinding, gezondheid, participatie en leefbaarheid. De Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen is een middel om dit te ondersteunen, met het verstrekken van subsidies maakt de gemeente het mogelijk dat organisaties activiteiten kunnen blijven aanbieden die bijdragen aan de kwaliteit van leven van inwoners.
De visie 'In de buurt/ Aan de buurt' en de Verdiepende Visie Sterke Gemeenschap 2025-2030 vormen de basis voor deze regeling. Deze documenten benadrukken het vertrouwen in de kracht van inwoners en gemeenschappen, en laten zien dat een sterke sociale basis essentieel is om problemen vroeg te signaleren en ondersteuning toegankelijk te houden. Subsidies worden daarom steeds meer ingezet om maatschappelijke effecten te bereiken, zoals het vergroten van zelfredzaamheid, het versterken van sociale netwerken en het voorkomen van specialistische hulp. Deze regeling sluit aan op het Beleidskader Sociaal Domein, waarin is vastgelegd dat de gemeente vooral inzet op het versterken van de sociale basis en het bieden van lichte ondersteuning. De subsidies die binnen deze nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen vallen, richten zich daarom op trede 1 en 2 van de tredestructuur. Dit zijn de niveaus waar inwoners elkaar ontmoeten, waar verenigingen en lokale organisaties activiteiten aanbieden en waar laagdrempelige ondersteuning beschikbaar is. Door juist in deze treden te investeren, versterken we de veerkracht van onze gemeenschap en voorkomen we dat inwoners zwaardere vormen van hulp nodig hebben.
Binnen deze regeling worden verschillende soorten subsidies verstrekt. Waarderingssubsidies ondersteunen amateurkunst, activiteiten voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, initiatieven voor kwetsbare inwoners en laagdrempelige voorzieningen die helpen om zwaardere hulp te voorkomen. Voor professionele organisaties waarmee prestatieafspraken worden gemaakt zijn er uitvoeringssubsidies. Deze organisaties richten zich op ondersteuning van jeugd, kwetsbare inwoners en algemene voorzieningen die bijdragen aan het voorkomen van specialistische zorg. Daarnaast zijn er voor accommodaties exploitatiesubsidies, bedoeld om belangrijke voorzieningen toegankelijk en betaalbaar te houden en huisvestingssubsidies voor verenigingen en stichtingen die geen geschikte ruimte kunnen vinden binnen de beschikbare accommodaties.
Met deze nadere subsidieregeling zorgt de gemeente Loon op Zand ervoor dat inwoners kansen hebben om mee te doen, elkaar te ontmoeten en tijdig ondersteuning te vinden. Hiermee kan de gemeente gerichte maatschappelijke resultaten behalen. Tegelijkertijd helpt het om zwaardere vormen van hulp te voorkomen, waardoor het sociaal domein als geheel duurzaam en toekomstbestendig blijft.
In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die niet eerder uitgelegd zijn in de ASV. De begrippen spreken voor zich.
Deze subsidie is bedoeld om inwoners sterker en zelfstandiger te maken door hun eigen regie te vergroten, hun kwaliteit van leven te verbeteren, mee te kunnen doen in de samenleving te stimuleren en sociale verbindingen te versterken. Daarnaast ook om positief gedrag en zelfredzaamheid te bevorderen, buurtinitiatieven te ondersteunen en algemene, preventieve hulp voor iedereen toegankelijker te maken.
Het eerste lid geeft aan voor wie de waarderingssubsidies bedoeld zijn. Het gaat hier om amateurkunst, kwetsbare kinderen en jongeren, ouderen vanaf 65 jaar, kwetsbare inwoners, inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking, en inwoners die gebruik willen maken van voorzieningen in de gemeenschap.
In het tweede lid wordt aangegeven wat de doelen zijn van amateurkunst subsidies. Deze subsidies worden ingezet om kinderen meer te laten meedoen aan kunst en hen te helpen beter te worden in hun talenten. Ook wordt hiermee geholpen om inwoners in buurten meer samen te brengen en samen te werken tussen amateurkunstenaars en professionele organisaties.
Het derde lid ziet op de doelen voor kwetsbare kinderen en jongeren. Deze subsidies worden ingezet om toegankelijke plekken te creëren waar kinderen en jongeren zinvolle vrijetijdsbesteding hebben, hun talenten ontwikkelen en sociale vaardigheden versterken. Ook wordt hen aangemoedigd om mee te denken over zaken die hen aangaan.
Het vierde lid gaat over welzijn en inclusie. Het betreft de inwoners ouder dan 65 jaar, kwetsbare inwoners en inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking. Het doel hierbij is om een zelfstandig, actief en betekenisvol leven te bevorderen, waarbij ontmoeting, inclusie en deelname aan de samenleving centraal staan. Dit wordt ondersteund door initiatieven die welzijn, vitaliteit, informele zorg en mantelzorg stimuleren, evenals het vergroten van zelfredzaamheid en toegankelijkheid van voorzieningen.
Het vijfde lid geeft aan dat de subsidie bedoeld is voor een activiteit bij een voorliggende voorzieningen om hiermee te voorkomen dat inwoners later zwaardere hulp nodig hebben en om hun zelfstandigheid en sociale netwerk te versterken. Ook helpt de subsidie om initiatieven mogelijk te maken die zorgen voor inclusie, vroeg signalering, preventie en ervoor dat hulp in de wijk makkelijker te vinden is.
Dit artikel geeft aan dat er drie soorten waarderingssubsidies zijn. Een jaarsubsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor activiteiten en diensten die terugkeren. Met een incidentele subsidie kan een activiteit of dienst die niet jaarlijks terugkomt bekostigd worden. Een garantiesubsidie wordt afgegeven wanneer er tegen onvoorziene omstandigheden aangelopen wordt.
Dit artikel geeft aan dat activiteiten alleen subsidie krijgen als ze aansluiten op het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030, maatschappelijke impact hebben en de activiteiten plaatsvinden en bijdragen aan één van de kernen van de gemeente. Een subsidie heeft maatschappelijke impact wanneer het iets oplevert voor de samenleving, zoals meer eigen regie, beter welzijn, meer meedoen, sterkere sociale netwerken en positief, zelfstandig gedrag. Ook heeft een subsidie maatschappelijke impact als het bijdraagt aan een hechtere gemeenschap, betere toegang tot voorzieningen en het verbinden van kwetsbare inwoners en organisaties.
Wanneer een vereniging of stichting een waarderingssubsidie wil ontvangen, laat zij zien dat zij maatschappelijke activiteiten organiseert die belangrijk zijn voor de lokale gemeenschap en die inwoners niet volledig op eigen kracht kunnen uitvoeren. Binnen de gekozen doelgroep moeten de activiteiten toegankelijk zijn voor iedereen, ongeacht achtergrond, opleiding, geloofsuiting, geaardheid of beperking. De subsidie is bedoeld als aanvullende steun. De vereniging of stichting blijft altijd zelf verantwoordelijk voor haar voortbestaan en moet daarom minimaal de helft van de kosten zelf bekostigen of via sponsoring regelen. De gemeente kan hooguit de andere helft bijdragen.
Een subsidie wordt door de gemeente niet toegekend wanneer duidelijk is dat de aangevraagde activiteit niet past bij het doel van subsidies of geen meerwaarde heeft voor de inwoners van Loon op Zand. Zo wordt geen subsidie gegeven voor activiteiten met een commercieel, politiek of religieus doel, voor activiteiten die buiten de gemeente plaatsvinden of wanneer niet wordt aangetoond dat de bijdrage echt nodig is. Ook wordt de subsidie geweigerd als de activiteit al voldoende wordt aangeboden in de gemeente, als de kosten hoger zijn dan noodzakelijk, of als de aanvrager de activiteit ook zonder subsidie kan betalen. Verder moet de activiteit passen bij de doelgroep waarvoor ze bedoeld is, en wordt geen subsidie verstrekt wanneer het jaarlijkse subsidieplafond is bereikt of wanneer de aanvraag niet voldoet aan de gestelde regels. Voor het weigeren van de subsidie hoeft maar één van de weigeringsgronden van toepassing te zijn.
Het eerste lid geeft aan voor wie de uitvoeringssubsidies bedoeld zijn. Het gaat hier om kwetsbare kinderen en jongeren, ouderen vanaf 65 jaar, kwetsbare inwoners, inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking, en inwoners die gebruik willen maken van voorzieningen in de gemeenschap. Uitvoeringssubsidies kunnen worden aangevraagd door professionele partijen. Professionele partijen zijn partijen die met betaalde en deskundige medewerkers diensten leveren op basis van vaste kwaliteitseisen, methodische werkwijzen en gespecialiseerde expertise. Voor het aanvragen van een uitvoeringssubsidie worden prestatieafspraken opgesteld. De prestatieafspraken zijn opgenomen in artikel 5.5, derde lid van deze regeling.
Het tweede lid ziet op de doelen voor kwetsbare kinderen en jongeren. Deze subsidies worden ingezet om toegankelijke plekken te creëren waar kinderen en jongeren zinvolle vrijetijdsbesteding hebben, hun talenten ontwikkelen en sociale vaardigheden versterken. Ook wordt hen aangemoedigd om mee te denken over zaken die hen aangaan.
Het derde lid gaat over welzijn en inclusie. Het betreft de inwoners ouder dan 65 jaar, kwetsbare inwoners en inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking. Het doel hierbij is om een zelfstandig, actief en betekenisvol leven te bevorderen, waarbij ontmoeting, inclusie en deelname aan de samenleving centraal staan. Dit wordt ondersteund door initiatieven die welzijn, vitaliteit, informele zorg en mantelzorg stimuleren, evenals het vergroten van zelfredzaamheid en toegankelijkheid van voorzieningen.
Het vierde lid geeft aan dat de subsidie bedoeld is voor een activiteit bij een voorliggende voorzieningen om hiermee te voorkomen dat inwoners later zwaardere hulp nodig hebben en om hun zelfstandigheid en sociale netwerk te versterken. Ook helpt de subsidie om initiatieven mogelijk te maken die zorgen voor inclusie, vroeg signalering, preventie en ervoor dat hulp in de wijk makkelijker te vinden is.
Dit artikel geeft aan dat er twee soorten uitvoeringssubsidies zijn. Een jaarsubsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor activiteiten en diensten die terugkeren. Met een incidentele subsidie kan een activiteit of dienst die niet jaarlijks terugkomt bekostigd worden.
Dit artikel geeft aan dat activiteiten alleen subsidie krijgen als ze aansluiten op het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030, maatschappelijke impact hebben en de activiteiten plaatsvinden en bijdragen aan één van de kernen van de gemeente. Een subsidie heeft maatschappelijke impact wanneer het iets oplevert voor de samenleving, zoals meer eigen regie, beter welzijn, meer meedoen, sterkere sociale netwerken en positief, zelfstandig gedrag. Ook heeft een subsidie maatschappelijke impact als het bijdraagt aan een hechtere gemeenschap, betere toegang tot voorzieningen en het verbinden van kwetsbare inwoners en organisaties.
Wanneer een organisatie een uitvoeringssubsidie wil ontvangen, toont zij aan dat zij professioneel opereert en activiteiten aanbiedt die daadwerkelijk aansluiten bij de behoeften van de lokale gemeenschap en die inwoners niet volledig op eigen kracht kunnen realiseren. De organisatie dient binnen de gekozen doelgroep toegankelijk te zijn voor iedereen, ongeacht achtergrond, geloof, geaardheid, opleiding of beperking. De subsidie is bedoeld als ondersteuning. Dit betekent dat de organisatie zelf verantwoordelijk blijft voor haar voortbestaan.
De gemeente kent een subsidie niet toe wanneer duidelijk is dat de aangevraagde activiteiten of diensten niet passen bij het doel van de regeling of geen meerwaarde bieden voor de inwoners van Loon op Zand. Zo wordt er geen subsidie verstrekt voor activiteiten met een commercieel, politiek of religieus doel, of voor activiteiten die buiten de gemeente plaatsvinden. Ook moet de noodzaak van de subsidie overtuigend worden aangetoond en moet de aanvraag voldoen aan alle gestelde regels. Verder wordt een aanvraag afgewezen als de activiteiten al voldoende beschikbaar zijn in de gemeente, als de organisatie financieel ongezond is of als het gevraagde bedrag hoger is dan nodig. Wanneer de aanvrager de activiteiten ook zonder subsidie kan betalen, wanneer het aanbod niet past bij de doelgroep of wanneer er al genoeg vergelijkbare activiteiten worden gesubsidieerd, wordt de aanvraag eveneens geweigerd. Tot slot kan de gemeente geen subsidie geven als het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Voor het weigeren van de subsidie hoeft maar één van de weigeringsgronden van toepassing te zijn.
In dit artikel lees je waarvoor exploitatiesubsidies en huisvestingssubsidies bedoeld zijn, en voor welke organisaties ze beschikbaar zijn. Het legt uit dat exploitatiesubsidies helpen om maatschappelijke voorzieningen toegankelijk te houden, terwijl huisvestingssubsidies bedoeld zijn voor verenigingen die geen plek vinden in bestaande accommodaties. Ook staat erin dat organisaties elk jaar moeten nagaan of er wél ruimte beschikbaar is en dat de huisvestingssubsidie maximaal 50% van de huur vergoedt.
Dit artikel geeft aan dat er twee soorten subsidies zijn voor accommodaties en huisvesting. Een jaarsubsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor activiteiten en diensten die terugkeren. Met een incidentele subsidie kan een activiteit of dienst die niet jaarlijks terugkomt bekostigd worden.
Een subsidie voor accommodaties kan alleen verkregen worden wanneer de accommodatie past binnen het gemeentelijke beleid en daadwerkelijk iets betekent voor de gemeenschap in De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand. Daarnaast moet de locatie op zoveel mogelijk manieren worden gebruikt en vooral activiteiten bieden die bijdragen aan ontmoeting en ontspanning, ontwikkeling of ondersteuning van inwoners.
Een accommodatie kan alleen een exploitatiesubsidie krijgen wanneer de activiteiten die daar plaatsvinden geen commercieel doel hebben en worden georganiseerd door verenigingen, maatschappelijke organisaties of inwoners. De locatie en de activiteiten moeten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn, en andere verenigingen en stichtingen moeten er tegen redelijke tarieven gebruik van kunnen maken. De accommodatie moet bovendien duurzaam en toekomstbestendig worden beheerd, en op meerdere manieren worden gebruikt, zodat er verschillende activiteiten kunnen plaatsvinden. Tot slot moet de gemeente erkennen dat de locatie echt iets toevoegt aan de samenleving, en geldt dat maatschappelijke activiteiten altijd voorrang hebben boven commercieel gebruik.
Een organisatie kan alleen een huisvestingssubsidie krijgen wanneer zij kan laten zien dat er binnen de aangewezen maatschappelijke accommodaties geen geschikte ruimte beschikbaar is. De subsidie mag bovendien niet meer dan de helft van de huurkosten bedragen. De activiteiten die in de gehuurde ruimte plaatsvinden mogen geen commercieel doel hebben en moeten worden georganiseerd door verenigingen, maatschappelijke organisaties of inwoners, en voor iedereen betaalbaar en toegankelijk zijn. Ook moet de accommodatie op een duurzame en toekomstbestendige manier worden beheerd en voldoen aan de gemeentelijke eisen. Daarnaast moet de gemeente de maatschappelijke waarde en open toegankelijkheid van de locatie erkennen, en geldt dat maatschappelijk gebruik altijd voorrang heeft op commercieel gebruik.
Uit het eerste lid volgt dat de gemeente geen subsidie voor accommodatie geeft wanneer duidelijk is dat de accommodatie of de aanvraag niet past bij het doel van de regeling of geen meerwaarde heeft voor de inwoners van Loon op Zand. Zo wordt geen subsidie verstrekt als de accommodatie commerciële, politieke of religieuze belangen dient, of als zij buiten de gemeente ligt. Ook moet worden aangetoond dat de subsidie echt nodig is en dat de aanvraag voldoet aan alle regels. Daarnaast wordt een aanvraag afgewezen wanneer de accommodatie geen aanvulling vormt op het bestaande aanbod, wanneer de organisatie financieel ongezond is of wanneer het gevraagde bedrag hoger is dan nodig. Als de aanvrager de kosten ook zonder subsidie kan dragen, de activiteiten niet passen bij de doelgroep, of wanneer er al voldoende vergelijkbare voorzieningen zijn, wordt de subsidie eveneens geweigerd. Tot slot kan de gemeente geen subsidie geven als het subsidieplafond al is bereikt.
In het tweede lid zijn drie extra weigeringsgronden toegepast die aanvullend van toepassing zijn op de huisvestingssubsidies. Hierbij wordt aangegeven dat er geen huisvestingssubsidie wordt verstrekt indien de aanvrager niet actief heeft gezocht naar een ruimte binnen de bestaande maatschappelijke accommodaties, er nog ruimte beschikbaar is binnen deze bestaande accommodaties en wanneer het aangevraagde subsidiebedrag hoger ligt dan 50% van de totale huurkosten.
Als één van de aangehaalde zaken in artikel 4.5 van deze nadere subsidieregeling of weigeringsgronden vanuit de ASV van toepassing is, zal de subsidieaanvraag geweigerd worden.
Een rechtspersoon is een juridische benaming voor een organisatie die rechts- en handelingsbevoegdheid heeft. Een rechtspersoon kan bijvoorbeeld een bedrijf, vereniging of stichting zijn.
Subsidies worden aangevraagd via het formulier op de gemeentelijke website. Dit aanvraagformulier is terug te vinden in bijlage 1 bij deze regeling en is hiermee vastgesteld. Bij de aanvraag levert de aanvrager een activiteitenplan, een begroting, een financieel overzicht en indien nodig andere offertes aan. Voor verenigingen, stichtingen of organisaties die voor het eerst een subsidie aanvragen, worden ook extra documenten gevraagd, zoals de oprichtingsakte, een overzicht van het bestuur, de statuten, het inhoudelijk jaarverslag en de jaarrekening van het vorige jaar, en een recent bankafschrift. Op het gelakte bankafschrift moet zichtbaar zijn de tenaamstelling en het banknummer, de overige informatie mag weggelaten worden. Dit is nodig om te controleren dat het opgegeven banknummer juist is. Het college kan vragen om aanvullende uitleg. Hierop wordt een reactie verwacht binnen vijf werkdagen, tenzij anders aangegeven. Als de gevraagde informatie niet wordt verstrekt, wordt de aanvraag beoordeeld zonder deze antwoorden. Een aanvraag kan worden afgewezen of buiten behandeling worden gelaten als niet aan de genoemde vereisten wordt voldaan.
Het totale bedrag dat jaarlijks aan subsidies beschikbaar is, wordt vastgesteld in de gemeentebegroting. In de gemeentebegroting wordt het totale bedrag verdeeld over waarderingssubsidies, uitvoeringssubsidies en subsidies voor accommodaties. Binnen de subsidie wordt er aangegeven welk bedrag er beschikbaar is voor jaarsubsidies, incidentele subsidies en, in het geval van waarderingssubsidies, garantiesubsidies. De jaarsubsidies kennen nog sub-plafonds. De sub-plafonds geven aan hoeveel er jaarlijks beschikbaar is voor dat thema binnen de betrokken subsidie. Subsidies worden alleen toegekend zolang er binnen het beschikbare budget voldoende middelen zijn. Zodra het plafond of sub-plafond in het lopende jaar is bereikt, worden nieuwe aanvragen afgewezen. Voor aanvragen die vallen onder een nog niet vastgestelde begroting geldt dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat er voldoende middelen in de begroting beschikbaar komen.
Een jaarsubsidie moet worden aangevraagd vóór 1 mei voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de activiteiten betrekking hebben, en kan voor één of twee jaar tegelijk worden aangevraagd. Voor een incidentele subsidie of een garantiesubsidie geldt dat de aanvraag uiterlijk twaalf weken vóór de geplande activiteit moet worden ingediend.
Aanvragen voor incidentele subsidies en garantiesubsidies worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen volledig ingevulde formulieren meetellen; de datum waarop het formulier compleet is, geldt als de datum van binnenkomst. Zodra het subsidieplafond of sub-plafonds zijn bereikt, worden nieuwe aanvragen niet meer in behandeling genomen. De toekenning van deze subsidies vindt binnen vier weken na het besluit van het college plaats.
Aanvragen voor jaarsubsidies worden pas beoordeeld nadat de uiterste aanleverdatum op 1 mei is verstreken. Als het subsidieplafond voor jaarsubsidies bereikt wordt, wordt het beschikbare budget verdeeld volgens de rangschikking die het college opstelt, tot het plafond is bereikt. Bij deze rangschikking wordt gekeken naar het gemeentelijk beleid, een gevarieerd aanbod van diensten en activiteiten, het bereiken van verschillende doelgroepen, prijs-kwaliteitverhouding, impact van de activiteiten en de toegevoegde waarde voor de gemeenschap. De toekenning van jaarsubsidies vindt plaats aan het begin van het betreffende kalenderjaar.
In het eerste lid staat dat er twee manieren zijn om subsidies te verantwoorden. De eerste manier wordt aangehaald in het tweede lid. Hierin is aangegeven dat subsidies onder de €10.000 meteen worden vastgesteld, maar dat de gemeente alsnog voorwaarden mag stellen, informatie mag opvragen en steekproeven mag doen. De tweede manier komt naar voren in het derde lid. Uit het derde lid volgt dat subsidies vanaf €10.000 pas worden vastgesteld nadat de organisatie een jaarrekening en verslag heeft ingeleverd, en dat de gemeente hierbij ook kijkt naar de financiële reserves. Het vierde lid vult hierop aan dat de manier van verantwoorden ieder jaar opnieuw plaatsvindt. Dit is ook het geval als de subsidie voor meerdere jaren tegelijk is aangevraagd.
De gemeente houdt elk jaar €15.000 apart om flexibel te kunnen inspelen op situaties die niet in de gewone subsidiepot passen. Dit geld kan worden gebruikt om een vereniging tijdelijk te helpen, een nieuw initiatief te steunen dat bij het gemeentelijk beleid past, of een organisatie te ondersteunen die moet overstappen naar een andere gemeentelijke subsidie.
Uit dit artikel volgt dat subsidies kunnen worden verhoogd als de prijzen zijn gestegen op basis van de gemiddelde Consumenten Prijs Index van het jaar ervoor. Organisaties moeten deze indexatie wel zelf aanvragen én kunnen laten zien in hun begroting dat de verhoging nodig is.
Bij een waarderingssubsidie moet het aangevraagde bedrag passen bij de financiële situatie van de vereniging of stichting, en mag maximaal 10% als reserve worden aangehouden. Het college kan regels stellen over hoe hoog deze reserves mogen zijn en hoe lang ze mogen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor noodzakelijke investeringen of duurzame spullen voor de activiteiten.
In dit artikel wordt aangegeven dat het college een uitzondering mag maken op eisen die benoemd zijn binnen deze nadere subsidieregeling, wanneer de gevolgen voor de subsidieaanvrager niet in verhouding zijn als dit toegepast zou worden. De strakke handhaving van de regels zouden op dat moment het doel van de nadere subsidieregeling voorbijgaan.
De nadere subsidieregeling wordt met terugwerkende kracht vastgesteld. Dit betekent dat de nadere subsidieregeling betrekking heeft op alle subsidieaanvragen vanaf 1 januari 2026, ondanks dat het college op een later moment dan 1 januari de nadere subsidieregeling vaststelt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-91132.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.