Gemeenteblad van Montfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Montfoort | Gemeenteblad 2026, 90712 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Montfoort | Gemeenteblad 2026, 90712 | beleidsregel |
Notitie Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie bij afwijkingen omgevingsplan
Notitie Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie bij afwijkingen omgevingsplan
Onder de Omgevingswet kunnen omgevingsvergunningen worden verleend door het college van burgemeester en wethouders voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, ondanks strijd met het Omgevingsplan. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen, waarin het college niet zomaar van het omgevingsplan kan afwijken om een vergunning te kunnen verlenen. In die gevallen wordt de raad om bindend advies gevraagd. Ook kan de gemeenteraad het besluit nemen om participatie verplicht te stellen bij bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hoe dit nu precies in elkaar zit, is te lezen onder paragraaf 2 (uitleg over het adviesrecht van de raad) en paragraaf 3 (uitleg over de verplichte participatie). Een lijst met gevallen waarvoor het adviesrecht en de verplichte participatie, is opgenomen onder paragraaf 4. Wanneer deze lijst in werking treedt is te lezen onder paragraaf 6. Daar wordt ook beschreven wanneer de lijst wordt geëvalueerd.
2. Het adviesrecht van de raad
De omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van B&W
In essentie is de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad houdt gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders geworden. Ook in de nieuwe situatie is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders heeft wel meer bevoegdheden gekregen bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en de monitoring van de resultaten.
De oude situatie: verklaring van geen bedenkingen (VvGB)
Bouwplannen pasten niet altijd in het bestemmingsplan. Soms was het ook niet mogelijk om via een
binnenplanse afwijking of een zogenaamde kruimelgevallenregeling medewerking te verlenen. Onder
de oude wetgeving kon het college van B&W dan uitsluitend een omgevingsvergunning verlenen met instemming van de gemeenteraad. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kon de gemeenteraad in de oude situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ waren met een zogenoemde vvgb. Om het werkbaar te houden wees de raad gevallen aan waarin een VvGB niet nodig was. Voor alle overige gevallen was deze VvGB dus wel nodig.
Het adviesrecht vervangt de VvGB
Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies van de raad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan (art. 16.15 a lid b. onder 1 Omgevingswet). Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat de raad er niet over.
De status van het advies van de raad
Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet
verlenen. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het
college van burgemeester en wethouders mag daar niet van afwijken.
Raadsbesluit nodig over adviesrecht
De raad moet een besluit nemen over gevallen waarin hij advies wil geven. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeven burgemeester en wethouders in geen enkel geval naar de gemeenteraad voor advies ten aanzien van activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Dat is niet wenselijk.
Eenvoudigere en snellere procedures
De gemeenteraad moet bij het bepalen van de lijst meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliere procedure van toepassing (in principe 8 weken, optioneel 6 weken verlenging). Hoewel er enkele gevallen zijn waarbij de termijn kan worden verlengd (onder meer op verzoek van aanvrager of als het bevoegd gezag dat beslist) is de planning van de raadscyclus – en daarmee het agenderen in de gemeenteraad – geen reden om de procedure te verlengen. Het is dan ook zinvol dat de gemeenteraad vooraf bepaalt waar hij wel en geen rol voor zichzelf ziet en daarmee ook niet te veel categorieën van gevallen vooraf aanwijst.
Het college van burgemeester en wethouders besluit volgens de Omgevingswet over het al dan niet toepassen van de uitgebreide procedure. De uitgebreide procedure (26+6 weken, inclusief zienswijzen) kan worden toegepast bij een initiatief met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor fysieke leefomgeving én veel verwachte bezwaren in de omgeving (art. 16.65 lid 4 Ow). De uitgebreide procedure moet ook worden toegepast op verzoek van de aanvrager.
Er kan zich dus een situatie voordoen waarbij een advies van de gemeenteraad nodig is binnen de termijnen van de reguliere procedure. Mocht dat een knelpunt opleveren, dan zal er geschakeld moeten worden tussen college, griffie en raad.
Lijst van gevallen adviesrecht
Onder 4. is de lijst met gevallen waarvoor het adviesrecht geldt opgenomen.
3. Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Participatie in de Omgevingswet
Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet en is verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun mening kunnen geven over een visie of plan, zoals een omgevingsvisie of een omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, verenigingen, scholen. Bij een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft en hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De aanvrager mag zelf weten of en op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt.
Vergunningverlening: toets omgevingsplan
In veruit de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor het verlenen van de vergunning.
De gemeente toetst dan ook of het initiatief past in het omgevingsplan. Daarbij zijn er drie
Participatie bij vergunningverlening
Bij mogelijkheid 1 en 2 is participatie voor een initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het omgevingsplan vallen. En bij het vaststellen van het omgevingsplan zelf heeft al participatie plaatsgevonden. Participatie door de initiatiefnemer wordt wel gestimuleerd. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (mogelijkheid 3) aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet in het omgevingsplan staan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. Of participatie in deze situatie wel of niet verplicht is, is aan de gemeenteraad om te bepalen. De gemeenteraad kan namelijk gevallen aanwijzen waarvoor deze verplichting geldt. Dat staat in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet.
Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken. De aanvrager mag echter zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt.
Het besluit van de gemeenteraad
De gemeenteraad beslist dus of participatie ook verplicht moet zijn bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s). Hier zijn drie opties om uit te kiezen:
Participatie bij buitenplanse opa’s is zo vaak mogelijk verplicht. Echter, een algemeen besluit het ‘in alle gevallen’ van buitenplanse opa’s participatie verplicht te stellen, is op grond van de Omgevingswet niet toegestaan. Er dient expliciet gemaakt te worden in welke gevallen de verplichte participatie dus wel geldt. In deze optie wordt een zo compleet mogelijke lijst van categorieën van gevallen vastgesteld.
Alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. Voorstanders van deze optie kiezen ervoor om heel bewust te kijken naar initiatieven die het meest impact maken. Vaak wordt hier een koppeling gemaakt met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van zijn adviesrecht. Maar het staat de gemeenteraad geheel vrij om eigen categorieën van gevallen aan te wijzen. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat ook als er geen sprake is van participatie, belanghebbenden wel beroep kunnen instellen tegen de genomen besluiten.
Lijst met categorieën verplichte participatie
Onder paragraaf 4. vindt u de voorgestelde lijst met categorieën voor verplichte participatie. U ziet dat hierbij aansluiting is gevonden met de lijst van categorieën voor het adviesrecht van de raad (zoals genoemd onder 2).
Los van de verplichte participatie vindt de gemeente Montfoort participatie in principe altijd belangrijk en willen wij onze inwoners en ondernemers ook stimuleren om vroegtijdig in gesprek te gaan met de omgeving wanneer zij plannen/initiatieven hebben. Het voert echter te ver, is juridisch niet houdbaar en past ook niet binnen de doelen van de Omgevingswet om participatie in alle gevallen verplicht te stellen. Derhalve hebben wij een handreiking participatie opgesteld waarmee we participatie willen stimuleren. Onze inwoners/ondernemers kunnen deze handleiding gebruiken om participatie, ook wanneer dat niet verplicht wordt gesteld, vorm te geven. De verplichte participatie is met name bedoeld voor die gevallen waarvan we weten of inschatten dat die een grotere impact hebben op de omgeving. Door voor deze gevallen een verplichting op te nemen, geven we een helder signaal af richting initiatiefnemer dat deze participatie moet toepassen.
4. Gevallen adviesrecht en verplichte participatie
De gemeenteraad wil in de volgende gevallen zowel gebruik maken van zijn adviesbevoegdheid (art. 16.15 onder b Ow als participatie verplicht stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (art. 16.55 lid 7):
In alle gevallen waar het adviesrecht en de participatieplicht van toepassing is, geldt dit zowel voor permanente als tijdelijke ontwikkelingen. Het adviesrecht geldt niet voor voorgenomen weigeringen.
De gemeenteraad wil in de volgende gevallen (alleen) participatie verplicht stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (art. 16.55 lid 7):
5. Dispensatie adviesrecht en verplichte participatie
De gemeenteraad heeft in de raadsvergadering van 4 november 2024 besloten om het college de mogelijkheid te bieden voor specifieke situaties dispensatie aan te vragen bij de Raad voor het toepassen van de adviesbevoegdheid (art. 16.15a onder b Ow), de uitgebreide procedure niet van toepassing te verklaren (art. 16.65 lid 4 Ow) en/of participatie niet verplicht te stellen (art. 16.55 lid 7).
Naderhand is het inzicht ontstaan dat de besluitvorming over toepassing van de uitgebreide procedure aan het college van burgemeester en wethouders is, zodat de raad voor dit onderdeel geen dispensatie hoeft te geven.
Het verzoek tot dispensatie moet betrekking hebben op specifieke situaties waarin het uitoefenen van het adviesrecht en de verplichte participatie tot ongewenste effecten leidt. Een verzoek van het college voor dispensatie dient met redenen omkleed zo vroeg mogelijk, bij voorkeur al naar aanleiding van het vooroverleg, aan de raad gericht te worden. Dispensatie kan alleen plaatsvinden voorafgaand aan een formele vergunningaanvraag. Bij toekenning van dispensatie voor specifieke situaties blijft de adviesbevoegdheid van de raad voor gevallen die in algemene zin onder het adviesrecht vallen, zoals beschreven onder punt 4 van deze notitie, onverkort van kracht.
6. Inwerkingtreding en wijziging
Deze notitie is een herziening van de notitie die de gemeenteraad op 11 december 2023 heeft vastgesteld. De herziene lijst van gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is en participatie verplicht is, treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan ontstaat de noodzaak om de lijst van gevallen te evalueren en, indien nodig, te actualiseren. Ook nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn. De nu vastgestelde, herziene lijst vloeit voort uit een evaluatie van de oorspronkelijke lijst die kort vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld. De raadswerkgroep Omgevingswet is bij deze herziening betrokken. Indien er aanleiding bestaat om opnieuw te actualiseren zullen burgemeester en wethouders hierover in gesprek gaan met de gemeenteraad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-90712.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.