Besluit van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

De raad van de gemeente Amsterdam,

 

gelezen het voorstel van het presidium van 26 januari 2026,

 

gelet op artikel 16 van de Gemeentewet,

 

besluit:

Artikel I  

het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam als volgt te wijzigen:

 

A

 

In artikel 1 worden de volgende definities gewijzigd dan wel toegevoegd:

  • -

    bestuurlijke lange termijnagenda: overzicht van onderwerpen voorzien van termijn waarbinnen inhoudelijke behandeling in commissie en/of raad kan worden verwacht;

  • -

    fractievertegenwoordiger: een lid van een commissie, niet zijnde een lid van de raad, waarvan de naam voorkomt op de voor die fractie geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden raadsverkiezingen;

  • -

    presidium: een commissie als bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de Gemeentewet;

  • -

    voorzitter: de voorzitter van de raad of diens waarnemer zoals bedoeld in artikel 77 van de Gemeentewet;

B

 

Artikel 2, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 2: De griffier

  • 1.

    De raad stelt een instructie voor de griffier vast, waarin de taken van de griffier worden vastgelegd:

    • a.

      het adviseren van de raad, zijn leden en zijn commissies;

    • b.

      het logistiek ondersteunen van de raad, zijn leden en zijn commissies;

    • c.

      het ondersteunen van raadsonderzoeken en ‑enquêtes;

    • d.

      het begrotingsbeheer van de raad;

    • e.

      de functie van secretaris van de raad, het presidium, het fractievoorzittersoverleg en het commissievoorzittersoverleg;

    • f.

      het leiding geven aan de griffie.

C

 

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3: Het presidium

Een presidium is ingesteld op grond van artikel 84, eerste lid, van de Gemeentewet en de taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de Verordening presidium gemeenteraad Amsterdam.

 

D

 

Artikel 6, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 6: Commissie voor de toelating van nieuwe leden en benoeming van wethouders

  • 1.

    Er is een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven en het onderzoek naar de benoembaarheid van kandidaat-wethouders, kandidaat-fractievertegenwoordigers en kandidaat-raadsleden.

E

 

Artikel 10, tweede lid, komt te luiden:

Artikel 10: Wijzigingen in de fracties

  • 2.

    Bij de mededeling wordt de naam van de fractie vermeld. Indien daarbij een nieuwe fractienaam wordt gevoerd, dient deze te voldoen aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet.

F

 

Artikel 11, vierde lid, komt te luiden:

Artikel 11 Instelling raadscommissies

  • 4.

    De commissie organiseert een in het derde lid bedoelde activiteit alleen als ten minste vier van de in de raad vertegenwoordigde fracties een middels een intekenlijst door de griffie voorgestelde datum daarvoor binnen een week accepteren.

G

 

Artikel 12, tweede en derde lid, komen te luiden:

Artikel 12: Benoeming leden raadscommissie

  • 2.

    Als lid van de commissie kunnen alleen leden van de raad worden benoemd of fractievertegenwoordigers. Fracties kunnen totaal maximaal vier fractievertegenwoordigers per fractie voordragen.

  • 3.

    Op fractievertegenwoordigers zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet.

H

 

Artikel 17, vijfde lid, komt te luiden:

Artikel 17: Vergaderfrequentie, dag, tijdstip, locatie en taal

  • 5.

    De vergaderstukken zijn in het Nederlands opgesteld. Stukken in een andere taal zijn alleen toegestaan wanneer deze zijn voorzien van een vertaling of samenvatting in het Nederlands.

I

 

Artikel 18, derde lid, komt te luiden:

Artikel 18: Deelname beraadslaging

  • 3.

    Leden van de raad kunnen aan de beraadslaging in de vergadering van een commissie deelnemen als zij in die commissie geen zitting hebben. Als zij aan de beraadslaging willen deelnemen, melden zij dit voorafgaand aan de vergadering aan de commissievoorzitter.

J

 

Artikel 19 komt te luiden:

Artikel 19: Aanwezigheid burgemeester, college, stadsdeelbestuurders en ambtenaren

 

K

 

Artikel 19, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    De burgemeester en het college worden geacht bij de vergaderingen van de commissie aanwezig te zijn voor zover die op hun portefeuille betrekking hebben. Als de burgemeester of een lid van het college de vergadering of een deel daarvan niet kan bijwonen, stelt hij de commissiegriffier daar schriftelijk van in kennis. Dit doet hij zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vijf werkdagen voor de vergadering, onder opgave van redenen.

L

 

Artikel 22 komt te luiden:

(Wijziging) agenda

 

M

 

Artikel 22, tweede en derde, komen te luiden:

  • 2.

    Ieder lid van de commissie kan voorstellen doen tot behandeling van onderwerpen die niet op de agenda staan met uitzondering van initiatiefvoorstellen. Deze voorstellen worden tot vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk ingediend bij de commissiegriffier en aan de agenda toegevoegd.

  • 3.

    Leden kunnen vanaf vier werkdagen voor de vergadering voorstellen doen om onderwerpen te bespreken als actualiteit. Ieder lid van de commissie, het college of de burgemeester kan gebruikmaken van de actualiteit om een onderwerp te agenderen, als een onderwerp een zodanig spoedeisend karakter heeft dat beraadslaging in een volgende vergadering overbodig of niet meer aan de orde zou zijn.

N

 

Artikel 25, tweede lid, komt te luiden:

Artikel 25: Notulen

  • 2.

    De notulen van de vergadering worden in concept voor de daaropvolgende vergadering aan de leden van de commissie en het college gezonden.

O

 

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26: Opening vergadering, agenda en volgorde van de onderwerpen

  • 1.

    Ieder lid van de commissie kan voorstellen doen tot behandeling van onderwerpen die niet op de agenda staan met uitzondering van initiatiefvoorstellen. Het lid van de commissie dient het voorstel daartoe minstens vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier in.

  • 2.

    Ieder lid van de commissie, het college of de burgemeester kan gebruikmaken van de actualiteit om een onderwerp te agenderen, als een onderwerp een zodanig spoedeisend karakter heeft dat beraadslaging in een volgende vergadering overbodig of niet meer aan de orde zou zijn.

  • 3.

    Aan het begin van de vergadering doen de commissievoorzitter, de leden van de commissie, de burgemeester en de leden van het college de mededelingen die zij noodzakelijk achten, stelt de commissie de agenda vast en beslist de commissie over de te hameren onderwerpen.

  • 4.

    De commissie beslist bij de vaststelling van de agenda of de actualiteit behandeld wordt.

  • 5.

    Op voorstel van de commissievoorzitter, één of meerdere leden van de commissie, de burgemeester, het college of één of meer leden van het college kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda worden afgevoerd.

  • 6.

    Na de vaststelling van de agenda, worden de notulen vastgesteld, komt de actielijst, de bestuurlijke lange termijnagenda, de terkennisnamelijst en de lijst met stukken van de stadsdeelcommissies aan de orde, kunnen insprekers het woord te voeren en worden de actualiteiten en de rondvraag behandeld. Tot slot wordt beraadslaagd over de onderwerpen.

P

 

Artikel 27 komt te luiden:

Artikel 27: Actielijst en bestuurlijke lange termijnagenda

  • 1.

    Alle leden van de commissie hebben het recht voorstellen in te dienen voor de actielijst en de bestuurlijke lange termijnagenda.

  • 2.

    Voorstellen tot wijziging van de actielijst en de bestuurlijke lange termijnagenda worden gemotiveerd en schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend.

Q

 

Artikel 30, vierde en vijfde lid, komen te luiden:

Artikel 30: Uitgebreide commissiebehandeling

  • 4.

    De commissie beslist aan de hand van het oordeel van de commissievoorzitter op het verzoek tot een uitgebreide behandeling. Het presidium wordt over de beslissing op het verzoek geïnformeerd.

  • 5.

    De commissievoorzitter kan in verband met de uitgebreide commissiebehandeling het agenderen van andere onderwerpen voor deze commissievergadering beperken.

R

 

Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32: Interrupties

  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de commissievoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren of een lid van de commissie hem interrumpeert.

  • 2.

    De commissievoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

S

 

Artikel 33, tweede lid, komt te luiden:

Artikel 33: Aantal spreektermijnen

  • 2.

    Elke termijn wordt door de commissievoorzitter afgesloten, nadat de burgemeester of het college de sprekers heeft kunnen antwoorden.

T

 

Artikel 34, eerste en vierde lid, komen te luiden:

Artikel 34: Spreektijd

  • 1.

    Van de totale spreektijd is 25% gereserveerd voor de burgemeester en het college, 25% voor vergadertechnische zaken en 50% voor de commissie.

  • 4.

    De commissie kan, op voorstel van de commissievoorzitter, bij aanvang of tijdens de vergadering andere regels stellen ten aanzien van de spreektijd van de leden van de commissie, de burgemeester en het college voor de gehele vergadering dan wel met betrekking tot één of meerdere agendapunten.

U

 

Artikel 35, derde lid, komt te luiden:

Artikel 35: Handhaving orde en schorsing

  • 3.

    Artikel 26 van de Gemeentewet is op de vergaderingen van de commissie van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘voorzitter’ wordt verstaan: de voorzitter van de commissie.

V

 

Artikel 37, eerste, vierde en vijfde lid, komen te luiden:

Artikel 37: Inspreekverzoek

  • 1.

    Tijdens het Inspreekmoment Publiek kan de commissievoorzitter maximaal drie (3) insprekers per geagendeerd onderwerp en in totaal maximaal drie insprekers over een onderwerp dat niet op de agenda staat het woord geven.

  • 4.

    De commissievoorzitter wijst het verzoek in ieder geval af indien:

    • a.

      per geagendeerd onderwerp drie insprekers en in totaal maximaal drie insprekers over een onderwerp dat niet op de agenda staat zijn aangemeld;

    • b.

      de inspreker of organisatie in de commissievergaderingen voorafgaande aan dezelfde raadsvergadering reeds een inspreekverzoek gehonoreerd heeft gekregen;

    • c.

      namens dezelfde organisatie een ander persoon het woord zal voeren als inspreker;

    • d.

      het een agendapunt betreft dat in een vorige vergadering is doorgeschoven en waarbij de persoon of organisatie toen al heeft ingesproken.

  • 5.

    Indien zich meer dan drie insprekers aanmelden voor dezelfde commissievergadering, wijst de voorzitter de beschikbare plaatsen toe op basis van het aantal keer dat een inspreker in de afgelopen zes maanden voorafgaand aan de commissievergadering bij commissievergaderingen heeft ingesproken. Insprekers die het minst hebben ingesproken krijgen voorrang.

W

 

Artikel 37a, vijfde lid, komt te luiden:

Artikel 37a: Inspreken

  • 5.

    Schriftelijke bijdragen of video-opnamen worden na beoordeling door de commissiegriffier in het raadsinformatiesysteem geplaatst als de bijdrage:

    • a.

      niet strijdig is met het bepaalde in artikel 35, eerste lid, van dit reglement;

    • b.

      niet langer dan drie minuten duurt en het bestand niet groter is dan maximaal 200MB;

    • c.

      overeenkomstig het gestelde in eerste lid in de Nederlandse taal is.

X

 

Artikel 38, tweede en derde lid, komen te luiden:

Artikel 38: Deelname aan de openbare beraadslaging door anderen

  • 2.

    Bij de behandeling van rapporten van de ombudsman, de Rekenkamer Amsterdam, de accountant, adviesorganen van de raad of adviezen van stadsdeelcommissies stelt de commissievoorzitter respectievelijk de ombudsman, de directeur van de Rekenkamer, de accountant, een medewerker van het adviesorgaan of één of meer stadsdeelcommissieleden in de gelegenheid om een toelichting te geven.

  • 3.

    Indien één of meer stadsdeelcommissieleden een advies van de stadsdeelcommissie willen toelichten als bedoeld in het vorige lid dan wordt een verzoek daartoe ten minste 24 uur voor de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend.

Y

 

Artikel 44, tweede lid, komt te luiden:

Artikel 44: Woordvoering en aanwezigheid burgemeester en collegeleden

  • 2.

    De burgemeester en het college worden geacht bij de vergaderingen van de raad aanwezig te zijn. Als de burgemeester of een lid van het college de vergadering of een deel daarvan niet kan bijwonen, stelt hij de griffier daar schriftelijk van in kennis. Dit doet hij uiterlijk binnen twee weken en ten minste vijf dagen vóór de vergadering, onder opgave van redenen.

Z

 

Artikel 49, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 49: De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergaderingen en de werkzaamheden van de raad met inachtneming van de bepalingen in dit reglement;

    • b.

      het handhaven van de orde tijdens de vergaderingen van de raad, het vaststellen van punten waarover de raad moet besluiten en het vaststellen van de uitslag van stemmingen;

    • c.

      het ten uitvoer leggen van alle besluiten die door of vanwege de raad zijn genomen.

AA

 

Artikel 50, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 50: Zitplaatsen

  • 1.

    De voorzitter, de leden van de raad, de griffier, de burgemeester en het college hebben vaste zitplaatsen. De voorzitter wijst deze plaatsen, alsmede de plaatsen bestemd voor de toehoorders en vertegenwoordigers van de pers, na overleg in het presidium aan het begin van elke nieuwe zittingsperiode van de raad aan.

BB

 

Artikel 55, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 55: Ingekomen stukken

  • 1.

    Ieder lid van de raad kan een verzoek doen om een ingekomen stuk of de beantwoording daarvan te agenderen voor de vergadering van de desbetreffende commissie. Het verzoek moet uiterlijk op de dag vóór de vergadering van de raad vóór 13.00 uur schriftelijk bij de griffier zijn ingediend onder vermelding van de reden van bespreking.

CC

 

Artikel 57 komt te luiden:

Artikel 57: Interrupties

  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren of een lid van de raad hem interrumpeert.

  • 2.

    De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

DD

 

Artikel 62, eerste lid, komt te luiden;

Artikel 62: Deelname aan de openbare beraadslaging door anderen

  • 1.

    De raad kan bepalen dat anderen dan de leden van de raad, de burgemeester of het college tijdens de raadsvergadering mogen deelnemen aan de beraadslaging. De griffier kan eveneens op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslaging in raadsvergaderingen deelnemen.

EE

 

Artikel 64, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 64: Notulen besloten vergadering

  • 1.

    Van een besloten vergadering worden een afzonderlijke uitslagenlijst en afzonderlijke notulen gemaakt. De notulen worden niet openbaar gemaakt, maar in een beveiligde omgeving in het raadsinformatiesysteem geplaatst. De leden van de raad en de overige personen die het woord hebben gevoerd worden daarvan op de hoogte gesteld.

FF

 

Artikel 77, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 77: Discussienota

  • 1.

    Leden van de raad, leden van de commissie en leden van het college kunnen een discussienota indienen.

GG

 

Artikel 82a, eerste, tweede en vierde lid, komen te luiden:

Artikel 82a: Afronding commissieactualiteit

  • 1.

    Leden van de commissie kunnen naar aanleiding van de behandeling van een commissieactualiteit in de raadscommissie, verzoeken een onderwerp op de agenda te plaatsen om één of meer moties in te dienen.

  • 2.

    Raadsleden kunnen naar aanleiding van het verzoek op het betreffende onderwerp betrekking hebbende moties indienen.

  • 4.

    Indien een motie door meerdere raadsleden wordt ingediend, dan krijgt alleen de eerste ondertekenaar van de motie het woord.

HH

 

Artikel 83, tweede en vijfde lid, komen te luiden:

Artikel 83: Het mondelinge vragenuur

  • 2.

    Een verzoek tot het stellen van mondelinge vragen tijdens het vragenuur wordt alleen in behandeling genomen als het schriftelijk tussen maandag 09:00 uur in de week van de vergadering tot 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier is ingediend en een omschrijving bevat van het onderwerp waarover inlichtingen wordt verlangd.

  • 5.

    Het presidium beslist welke van de vragen mogen worden gesteld. Vragen worden niet gesteld indien:

    • a.

      over hetzelfde onderwerp voor de indiening van de mondelinge vraag reeds schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken;

    • b.

      de vragen niet onder de bevoegdheid van de burgemeester of het college vallen;

    • c.

      de vragen betrekking hebben op een onderwerp dat voor dezelfde raadsvergadering is geagendeerd;

    • d.

      de vragen in eerdere beraadslagingen aan de orde zijn geweest en de feiten en omstandigheden ongewijzigd zijn gebleven, dan wel geen nieuwe relevante feiten of omstandigheden aan de orde zijn.

II

 

Artikel 84a komt te luiden:

Artikel 84a: Adviesaanvraag stadsdeelcommissie

De raad kan een adviesaanvraag aan één of meerdere stadsdeelcommissies richten.

 

JJ

 

Artikel 85 komt te luiden:

Artikel 85: Procedure begroting en jaarrekening

  • 1.

    De voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting, voorjaarsnota en de jaarrekening en een eventueel indemniteitsbesluit verloopt volgens een procedure die het presidium vaststelt.

  • 2.

    Het presidium draagt voor het onderzoek van de jaarrekening twee raadsrapporteurs, idealiter vanuit de oppositie en de coalitie, volgens de methode Duisenberg voor aan de raad.

KK

 

Artikel 87, tweede lid, komt te luiden:

Artikel 87: Mogelijkheden indiening burgerinitiatief

  • 2.

    Er kan geen burgerinitiatief worden ingediend dat een voorstel bevat:

    • a.

      waarvan de uitvoering naar het oordeel van de raad zou leiden tot een aanzienlijke aantasting van een korter dan vijf jaar voor indiening van het burgerinitiatief genomen raadsbeslissing;

    • b.

      die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;

    • c.

      over een geagendeerde beslissing van de raad;

    • d.

      over beslissingen van de raad op bezwaar, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel inzake het voeren van rechtsgedingen;

    • e.

      over beslissingen tot benoemingen, ontslagen of schorsingen;

    • f.

      beslissingen over individuele geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers of hun nabestaanden;

    • g.

      over het vaststellen van de gemeentelijke begroting, jaarrekening, voor- en najaars- en/of kadernota en voortgangsrapportage(s);

    • h.

      over het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belastingen;

    • i.

      over het voor kennisgeving aannemen van (raadsinformatie)brieven, nota’s en rapporten;

    • j.

      over beslissingen in het kader van hoofdstuk 7 en de Referendumverordening Amsterdam;

    • k.

      over beslissingen ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;

    • l.

      over (het vaststellen, herzien of intrekken van) bestemmingsplannen.

LL

 

Artikel 88 komt te luiden:

Artikel 88: Vormvereisten burgerinitiatief

 

MM

 

Artikel 88 komt te luiden:

  • 1.

    Het verzoek voor een burgerinitiatief bevat de voor- en achternaam, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de initiatiefnemer.

  • 2.

    Voor het burgerinitiatief gelden de volgende vormvereisten:

    • a.

      een titel: deze is kort en bondig en vat het voorstel kernachtig samen;

    • b.

      een samenvatting voorstel: deze bestaat uit maximaal 200 woorden;

    • c.

      een onderbouwd voorstel: deze bestaat uit maximaal 2.500 woorden;

    • d.

      het onderbouwde voorstel bevat niet meerdere onderwerpen die geheel losstaan van elkaar.

  • 3.

    Bij strijdigheid met de vereisten als bedoeld in het eerste lid krijgt de initiatiefnemer eenmalig de gelegenheid om binnen maximaal twee maanden het burgerinitiatief aan te passen.

NN

 

Artikel 89 komt te luiden:

Artikel 89: Indiening van het burgerinitiatief

 

OO

 

Artikel 89 komt te luiden:

Het burgerinitiatief wordt ingediend bij de voorzitter van de raad.

 

PP

 

Artikel 90 komt te luiden:

Artikel 90: Ondersteuning burgerinitiatief

  • 1.

    Een burgerinitiatief wordt ondersteund door ten minste 1.000 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd (voor gemeenteraadsverkiezingen) zijn op de dag dat het formulier, als bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt verstrekt.

  • 2.

    Een ondersteuningsverklaring voor een burgerinitiatief wordt gegeven door een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

  • 3.

    Een ondersteuningsverklaring kan schriftelijk of digitaal ingediend worden.

  • 4.

    De voorzitter van de raad stelt een papieren formulier beschikbaar waarop de titel van het burgerinitiatief wordt vermeld als ook de samenvatting van het in het burgerinitiatief vervatte voorstel.

  • 5.

    Via de gemeentelijke website kan een digitale ondersteuningsverklaring ingediend worden. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.

  • 6.

    De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid.

  • 7.

    De termijn voor het indienen van een ondersteuningsverklaring vangt aan en eindigt op een door de voorzitter van de raad te bepalen en bekend te maken dag en tijdstip. De termijn bedraagt maximaal veertien dagen.

  • 8.

    Wanneer het benodigde aantal geldige ondersteuningsverklaringen eerder dan veertien dagen is verkregen, eindigt de mogelijkheid tot het indienen van een ondersteuningsverklaring.

  • 9.

    Wanneer een burgerinitiatief binnen de gestelde termijn niet voldoende wordt ondersteund, vervalt het verzoek van rechtswege.

QQ

 

Artikel 91 komt te luiden:

Artikel 91: Behandeling van en besluit over het burgerinitiatief

  • 1.

    De raad besluit over het toelaten van een burgerinitiatief zo snel mogelijk met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de afloop van de termijn voor het indienen van een ondersteuningsverklaring en de dag van de vergadering waarin op het verzoek wordt beslist.

  • 2.

    Indien de raad het verzoek niet toelaat wegens strijd met artikel 87 kan de raad het voorstel doorzenden aan het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester.

  • 3.

    Indien de raad besluit het burgerinitiatief toe te laten, dan wordt het burgerinitiatief zo snel mogelijk op de agenda van de raad geplaatst. De initiatiefnemer wordt in de voorbereiding van de besluitvorming gehoord.

  • 4.

    Indien de raad het burgerinitiatief aanneemt, eindigen de in dit hoofdstuk vastgelegde procedures.

RR

 

Artikel 95 komt te luiden:

Artikel 95: Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als 'Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam' en afgekort als RvO.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 18 februari 2026.

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Naar boven