Wijziging Besluit adviesrecht gemeenteraad en participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Leidschendam-Voorburg

De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg,

 

gezien het voorstel van het college d.d. 18 november 2025 (4487),

 

b e s l u i t:

  • 1.

    In te stemmen met de ‘Evaluatie proces BOPA’s met bindend adviesrecht gemeenteraad’;

  • 2.

    In te stemmen met de verbetervoorstellen voor het proces rond de BOPA’s met bindend adviesrecht voor de gemeenteraad;

  • 3.

    Het ‘Besluit adviesrecht gemeenteraad en participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gemeente Leidschendam-Voorburg’ (besluit nr. 3196, d.d. 23 november 2023) te wijzigen door vaststelling van de bijgevoegde was-wordt lijst en deze wijziging in werking te laten treden met ingang van de dag na die van bekendmaking;

  • 4.

    De ‘Procesafspraken voor besluitvorming bij BOPA’s met bindend adviesrecht van de gemeenteraad’ als volgt vast te stellen:

     

    Stap

    Actie

    Weken in vergunningprocedure

    1.

    KCC ontvangt de aanvraag en informeert de griffie met een bericht, waarin het onderwerp van de aanvraag en een korte toelichting zijn opgenomen. De griffie deelt deze informatie met de raadsleden en plant de behandeling in commissie en raad in, rekening houden met de wettelijke beslistermijnen.

    Week 1

    2.

    De conceptvergunning plus het raadsvoorstel met conceptadvies wordt via versneld portefeuillehoudersoverleg en collegebehandeling ter besluitvorming aan de raad voorgelegd

    Week 6

    3.

    Bespreking in agendacommissie

    Week 6 of 7

    4.

    Behandeling in commissie Omgeving met voorstel voor behandeling in raad

    Week 7 of 8

    5.

    Besluitvorming over bindend advies in raad

     

    N.B.:

    Het college moet een gemotiveerd besluit nemen op de aanvraag om omgevingsvergunning en daar het advies van de raad bij betrekken. Bij een negatief advies van de raad (waarbij de raad dus niet conform het raadsvoorstel van het college beslist), ontvangt het college een gemotiveerd besluit tot negatief advies van de raad. De raad is zelf verantwoordelijk voor het formuleren van deze motivering. Het negatieve bindend advies van de raad moet bekend gemaakt worden in het Gemeenteblad (artikel 3:42 Awb in samenhang met artikel 6 van de Bekendmakingswet).

    Week 9 t/m11

    6.

    Besluitvorming in college over aanvraag omgevingsvergunning en bekendmaking collegebesluit

    Week 10 t/m 12

     

De huidige tekst:

 

Het college stelt de volgende nieuwe categorieën voor:

  • het bouwen en/of wijzigen van een bestaande functie naar voorzieningen voor de opvang (reguliere opvang, noodopvang of crisisopvang van asielzoekers);

  • het bouwen en/of wijzigen van een bestaande functie naar voorzieningen voor de huisvesting en/of opvang van doelgroepen met een intensieve hulpvraag;

  • het bouwen en/of wijzigen van een bestaande functie naar voorzieningen voor de vestiging en exploitatie van milieubelastende activiteiten (hieronder worden verstaan activiteiten die naar aard, omvang en milieueffect vergelijkbaar zijn met inrichtingen vanaf categorie 3 als bedoeld in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’);

  • het bouwen van windmolens, zonneparken en daarmee vergelijkbare voorzieningen.

Te vervangen door de volgende nieuwe tekst:

 

Het college stelt voor de volgende categorieën op te nemen, die jaarlijks wordt aangepast indien dat noodzakelijk is:

  • het bouwen en/of wijzigen van een bestaande functie naar voorzieningen voor de opvang (reguliere opvang, noodopvang of crisisopvang van asielzoekers);

  • het bouwen en/of wijzigen van een bestaande functie naar voorzieningen voor de tijdelijke opvang van statushouders;

  • het bouwen en/of wijzigen van een bestaande functie naar voorzieningen voor de huisvesting en/of opvang van doelgroepen met een intensieve hulpvraag;

  • het met inachtneming van formeel vastgestelde gedoogcriteria verkopen, afleveren en/of verstrekken en daartoe aanwezig hebben van verboden middelen en/of producten (zoals bijvoorbeeld het vestigen van een coffeeshop met inachtneming van de AHOJGI-criteria);

  • prostitutiedoeleinden en/of overige vormen van seksinrichtingen;

  • het bouwen en/of wijzigen van een bestaande functie naar voorzieningen voor de vestiging en exploitatie van milieubelastende activiteiten (hieronder worden verstaan activiteiten die naar aard, omvang en milieueffect vergelijkbaar zijn met inrichtingen vanaf categorie 3 als bedoeld in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’);

  • het bouwen van windturbines, windmolens, zonneparken, systemen voor grootschalige energieopslag en daarmee vergelijkbare voorzieningen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 3 februari 2026.

de griffier,

R.G.R. Jeene

de voorzitter,

M.W. Vroom

Was-wordt lijst wijziging ‘Besluit adviesrecht gemeenteraad en participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gemeente Leidschendam-Voorburg’

 

Was

Wordt

Artikel 1 Aanwijzing van gevallen waarvoor een bindend advies is vereist

De volgende gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangewezen als gevallen waarbij de gemeenteraad een bindend advies -gebaseerd op artikel 16.15a, onder b, van de Omgevingswet - geeft aan het college van burgemeester en wethouders:

  • a.

    Het bouwen van woningen en/of het wijzigen van een bestaande functie naar wonen, al dan niet in combinatie met bedrijvigheid, van tien (10) of meer woningen binnen de bebouwde kom van Leidschendam en Voorburg en van vijf (5) of meer woningen buiten de bebouwde kom en de kern van Stompwijk. (+ én waarbij een ontheffing op basis van de nota parkeernormen aan de orde is).

  • b.

    Indien - naar het oordeel van het college - sprake is van grote maatschappelijke impact, er grote maatschappelijke onrust is, en/of anderszins politiek gevoelige initiatieven.

de hierboven genoemde gevallen zijn niet van toepassing als een project in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld specifiek en op het plan gericht ruimtelijk kader (een ruimtelijk kader is een planfiguur waarin de voorwaarden en/of uitgangspunten op hoofdlijnen beschreven staan om de desbetreffende ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken waarna de planologische procedure kan worden opgestart). Een termijn van vijf (5) jaar na vaststelling wordt gehanteerd.

Artikel 1 Aanwijzing van gevallen waarvoor een bindend advies is vereist

  • 1.

    De volgende gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangewezen als gevallen waarbij de gemeenteraad een bindend advies, gebaseerd op artikel 16.15a, onder b, van de Omgevingswet, geeft aan het college van burgemeester en wethouders:

    • a.

      het bouwen van woningen en/of het wijzigen van een bestaande functie naar wonen, al dan niet in combinatie met bedrijvigheid, bij:

      • 1.

        tien (10) of meer woningen binnen de bebouwde kom van de kernen Leidschendam en Voorburg;

      • 2.

        vijf (5) of meer woningen binnen de bebouwde kom van de kern Stompwijk;

      • 3.

        vijf (5) of meer woningen buiten de bebouwde kom.

    • b.

      Het bouwen van voorzieningen en/of het wijzigen van een bestaande functie voor:

      • 1.

        de collectieve opvang (reguliere opvang, noodopvang en/of crisisopvang) van asielzoekers;

      • 2.

        de tijdelijke opvang van statushouders;

      • 3.

        de collectieve opvang en/of huisvesting van bijzondere doelgroepen met een intensieve hulpvraag;

      • 4.

        het met inachtneming van formeel vastgestelde gedoogcriteria verkopen, afleveren en/of verstrekken en daartoe aanwezig hebben van verboden middelen en/of producten (zoals bijvoorbeeld het vestigen van een coffeeshop met inachtneming van de AHOJGI-criteria);

      • 5.

        prostitutiedoeleinden en/of overige vormen van seksinrichtingen

      • 6.

        de vestiging en exploitatie van milieubelastende activiteiten (hieronder worden verstaan activiteiten die naar aard, omvang en milieueffect vergelijkbaar zijn met inrichtingen vanaf milieucategorie 3 als bedoeld in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’).

    • c.

      Het bouwen van windturbines, windmolens, zonneparken, systemen voor grootschalige energieopslag en daarmee vergelijkbare voorzieningen.

  • 2.

    Van het bepaalde onder 1, sub a. tot en met c. zijn uitgezonderd buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die in overeenstemming zijn met:

    • a.

      een door de raad, naar aanleiding van een bij het college ingediend verzoek om vooroverleg over die activiteit, genomen principebesluit tot het verlenen van medewerking aan die activiteit;

    • b.

      een door de raad vastgesteld ruimtelijke kader of daarmee vergelijkbaar kaderstellend en/of randvoorwaardelijk document;

  • mits de formele aanvraag om omgevingsvergunning voor de betreffende buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt ingediend binnen maximaal vijf jaar na het nemen van dat principebesluit of het vaststellen van dat ruimtelijk kader.

  • 3.

    Van het bepaalde onder 1, sub a. tot en met c., zijn eveneens uitgezonderd buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor het college voornemens is de aanvraag om omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven