Gemeenteblad van Midden-Delfland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Delfland | Gemeenteblad 2026, 89449 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Delfland | Gemeenteblad 2026, 89449 | beleidsregel |
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Midden-Delfland 2025
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsook de relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Algemene Plaatselijke Verordening 2022, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Algemene Subsidieverordening 2016, de Aanbestedingswet 2012 en het Burgerlijk Wetboek.
[Gelet op, bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsook de relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Algemene Plaatselijke Verordening 2025, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Algemene Subsidieverordening 2026, de Aanbestedingswet 2012 en het Burgerlijk Wetboek.]
In deze beleidsregel zijn de definities zoals genoemd in artikel 1.1 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: de Wet Bibob) van toepassing.
Waar in deze beleidsregel ‘de gemeente’ wordt genoemd, wordt zowel het bestuursorgaan – als wanneer van toepassing – de rechtspersoon met een overheidstaak bedoeld.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in documenten of digitaal. Of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen en/ of informatie waarover de gemeente op verzoek over kan beschikken, De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek.
1.3 Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulieren
Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld te retourneren, zullen bij aanvragen om een beschikking de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegepast worden. Bij aanhoudende weigering zal de gevraagde beschikking buiten behandeling worden gesteld op grond van artikel 4:5 van de Awb;
Hoofdstuk 2: toepassing van de Wet Bibob bij vergunningen
In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door de gemeente wordt ingezet bij vergunningen.
2.5.1. De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren bij overige aanvragen om vergunningen die niet eerder zijn benoemd in deze beleidsregel, waarbij de gemeente bevoegd is tot het toepassen van de Wet Bibob.
2.5.2 De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren bij aanvragen als deze vallen onder de in bijlage 1 benoemde risicocategorieën en/of risicogebieden.
2.5.3 De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren als er sprake is van informatie:
Het gaat hierbij om duidelijke aanwijzingen die het vermoeden rechtvaardigen, dat ten aanzien van de betrokkene(n) en/of derde(n) als bedoeld in artikel 3 lid 4 van de Wet Bibob, mogelijk sprake is van een mindere mate van gevaar of ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van deze wet.
Hoofdstuk 3: toepassing van de Wet Bibob bij subsidies
In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door de gemeente wordt ingezet bij subsidies.
3.1.1. De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren bij een aanvraag om een subsidie of een reeds vastgestelde of verleende subsidie als:
de te subsidiëren activiteit plaatsvindt in een gebouw, gebied of branche dat op basis van artikel 2:81 van de APV door de burgemeester is aangewezen. Dit geldt ook wanneer de subsidieaanvrager of -ontvanger in dit gebouw of gebied is gevestigd en de te subsidiëren activiteit op een andere locatie plaatsvindt;
Het gaat hierbij om duidelijke aanwijzingen die het vermoeden rechtvaardigen, dat ten aanzien van de betrokkene(n) en/of derde(n) als bedoeld in artikel 3 lid 4 van de Wet Bibob, mogelijk sprake is van een mindere mate van gevaar of ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van deze wet.
Hoofdstuk 4: toepassing van de Wet Bibob bij vastgoed
In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door de gemeente wordt ingezet bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is.
4.1.1 De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is als:
van een bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob (zoals bedoeld in artikel 26 van deze wet). waarbij vragen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
2. Bij de start van onderhandelingen, zal de gemeente de wederpartij informeren dat een Bibob-toets deel kan uitmaken van de procedure.
3. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
4. Als is besloten tot uitvoering van een Bibob toets neemt de gemeente geen definitief besluit tot het aangaan van een vastgoedtransactie totdat het Bibob onderzoek volledig is afgerond.
Hoofdstuk 5: toepassing van de Wet Bibob bij overheidsopdrachten
In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door de gemeente wordt ingezet bij overheidsopdrachten. De gemeente kan de wet toepassen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/ of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
5.1.1 De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren bij aangaan of uitvoering van overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingenwet als:
van een bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob (zoals bedoeld in artikel 26 van deze wet). waarbij vragen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
2. In aanbestedingsdocumenten zal worden opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot gunning over te gaan, een Bibob-toets kan uitvoeren.
3. De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract. Daarin zet de gemeente dat het onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
Hoofdstuk 8: overige bepalingen
1. Intrekking oude beleidsregels
De Beleidslijn Wet Bibob gemeente Midden-Delfland 2012 wordt ingetrokken met ingang van het moment waarop deze beleidsregel in werking treedt.
De beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking van de beleidsregels.
Deze beleidsregel worden aangehaald als: Beleidsregel Wet Bibob gemeente MiddenDelfland 2025.
Midden-Delfland, 27 januari 2026
De burgemeester van Midden-Delfland
Midden-Delfland, 27 januari 2026
Burgemeester en wethouders van Midden-Delfland
de secretaris,
M.A.I. Born
de burgemeester,
F.I. Noordermeer-van Slageren
Toelichting Beleidsregel Bibob Midden-Delfland 2025
1. Doel van de Wet Bibob voor de gemeente
De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een aanvrager van bijvoorbeeld een vergunning, subsidie of vastgoedtransactie met de gemeente te onderzoeken. Als gevaar dreigt dat een vergunning of subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten of dat crimineel vermogen wordt geïnvesteerd, kan de gemeente de aanvraag weigeren, de afgegeven vergunning of subsidie intrekken of overheidsopdrachten of overeenkomsten ontbinden.
Doel van de Wet is om te voorkomen dat geld afkomstig uit criminele activiteiten gebruikt wordt of dat bijvoorbeeld een vergunning misbruikt wordt voor criminele activiteiten. Door toepassing van deze wet kan de gemeente voorkomen dat ze criminele activiteiten faciliteert door bijvoorbeeld het verlenen van een vergunning. Zo kan de gemeente bij een aanvraag van de Alcoholwetvergunning screenen op het strafrechtelijke verleden van de aanvrager en de leidinggevenden. De gemeente onderzoekt bij een Bibob-toets verder de financiering en de achtergrond van de onderneming.
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Bibob. Door het opnemen en implementeren van een beleidsregel biedt de gemeente meer structuur en zekerheid in haar werkwijze aan zowel medewerkers, inwoners, ondernemers en andere initiatiefnemers.
De beleidsregel is zo opgesteld, dat in een zo vroeg mogelijk stadium de Wet Bibob wordt ingezet. Wanneer er bijvoorbeeld plannen zijn om een nieuw hotel te realiseren, waarbij er sprake is van kavelverkoop, bouwactiviteiten en uiteindelijk ook een Alcoholwetvergunning wordt aangevraagd, dan zal eerst gekeken worden of bij de kavelverkoop een Bibob-toets zal worden gestart. Dit voorkomt dat een initiatiefnemer te maken krijgt met meerdere Bibobtoetsen en dat pas in een laat stadium de integriteit van de initiatiefnemer wordt getoetst. Belangrijk hierbij wel is dat inzichtelijk is wie (uiteindelijk) zeggenschap heeft over de activiteiten (eindgebruiker) en hoe de financiering van het volledige project gaat plaatsvinden. Wanneer de initiatiefnemer niet de uiteindelijk eindgebruiker/ betrokkene is, of wanneer de financiering nog niet (volledig) bekend is, kan het zijn dat er uiteindelijk meerdere toetsmomenten zijn. Bijvoorbeeld wanneer de eigenaar van het hotel die de vastgoedtransactie aangaat en het bouwwerk realiseert een andere partij is dan de gebruiker van het hotel die de alcoholwetvergunning aanvraagt, of wanneer projecten in delen worden verkocht waarbij vooraf niet alle kopers nog bekend zijn.
3. De zal- en de kan- bepaling
In de Bibob beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen de zal- en kan- bepaling. De zal-bepaling (in deze beleidsregel omschreven als ‘de gemeente voert een Bibob-toets uit…’) houdt in dat de gemeente erop stuurt dat ten aanzien van dat onderdeel steeds aan de Wet Bibob wordt getoetst. Het niet toepassen van de beleidsregel dient nader te worden gemotiveerd. De zal-bepaling geeft een duidelijke lijn aan waardoor er geen willekeur ontstaat. Daarnaast heeft het een preventief karakter. Personen die een vergunning willen misbruiken voor criminele activiteiten zullen minder snel een vergunning aanvragen bij de gemeente wanneer zij zien dat de Wet Bibob actief toegepast wordt.
Niet alle toepassingsgebieden zijn in de gemeente even kwetsbaar voor criminaliteit. Het staat daarom niet in verhouding om bij alle aanvragen altijd een Bibob-toets te starten. Voor de toepassingsgebieden die onder de kan-bepaling vallen, geldt dat de gemeente in ieder geval de Wet Bibob kan toepassen als ze daartoe een tip krijgt van het OM of een signaal ontvangt van een van de partners binnen het RIEC-samenwerkingsverband. Dit is een meer reactieve toepassing van de Wet Bibob.
3.1 Toelichting per toepassingsgebied
Om te bepalen hoe de Wet Bibob toegepast wordt per toepassingsgebied is gekeken naar de Bibob beleidsregels van omliggende gemeenten. Daarnaast is gebruik gemaakt van het Ondermijningsbeeld van de gemeente Midden-Delfland, opgesteld door het RIEC in 2021. Uitgangspunt is om de Wet Bibob zo gericht mogelijk in te zetten. Om willekeur bij een kanbepaling zoveel mogelijk te voorkomen, zijn in het interne werkproces indicatoren opgenomen die een aanleiding kunnen geven voor de inzet van de Wet Bibob.
Verschillende elementen maken de horecabranche kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit 1 :
Speelgelegenheden zijn kwetsbaar voor witwassen en als ontmoetingsplek voor criminelen2 . Op één gemeente na hebben alle omliggende gemeenten een zal-bepaling voor de vergunning van speelgelegenheden.
De prostitutiebranche is kwetsbaar voor mensenhandel3 . Daarnaast is deze branche kwetsbaar voor witwassen en drugshandel4 . Alle omliggende gemeenten hebben een zalbepaling voor de vergunning van seksinrichtingen.
Evenementen bij risicocategorieën
Uit onderzoek blijkt dat een deel van de vechtsportevenementen op verschillende wijze kwetsbaar is voor criminaliteit. Voorbeelden hiervan zijn financiering via illegaal gekregen geld en daarbij witwassen en (VIP) bezoekers met criminele antecedenten5 .
Criminele motorbendes, ook wel Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s), zijn hiërarchisch georganiseerde motorclubs die door hun leden gebruikt worden voor (de afscherming van) criminele en ondermijnende activiteiten6 . Uit diverse onderzoeken blijkt dat de meerderheid van de leden van OMG’s een strafblad heeft. Wanneer zowel clubleden als clubleiders betrokken zijn bij crimineel gedrag, is dit een sterke aanwijzing een bepaalde outlaw motorclub gecategoriseerd kan worden als ‘criminele organisatie’7 .
Bouw & milieu bij risicocategorieën
Uit het ondermijningsbeeld blijkt dat de risico's in Midden-Delfland met name liggen bij bedrijventerreinen en het uitgestrekte buitengebied. Dit kan worden misbruikt voor de illegale
huisvesting van arbeidsmigranten, het opzetten van een drugslab of hennepkwekerij, illegale prostitutie en mensenhandel en witwassen. In deze gebieden worden met name omgevingsvergunningen aangevraagd. Het is niet proportioneel om bij alle omgevingsvergunningen een Bibob-toets te starten. Hierbij staat het doel (voorkomen van misbruik), niet in verhouding met de lasten voor de organisatie en de aanvrager. We starten alleen standaard een Bibob-toets bij de in Bijlage 1 genoemde risicocategorieën, omdat deze categorieën worden gezien als het meest kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit8 .
De gemeente heeft geen grote vastgoedportefeuille. Vastgoedaankopen en -verkopen waarbij de gemeente partij is, zijn meestal klein van omvang en aard.
De Wet Bibob geeft de gemeente een extra instrument om de integriteit van een inschrijver te beoordelen. Omdat de Aanbestedingswet hier ook mogelijkheden voor biedt, is gekozen voor een kan-bepaling.
Vanwege het diffuse karakter van subsidies en de vaak relatief kleine bedragen, is gekozen om niet bij alle aanvragen standaard een Bibob-toets te doen.
BIJLAGE 1 Aangewezen risicocategorieën en -gebieden
Bedrijven/ winkels/ inrichtingen
Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief, maar geeft een indicatie van mogelijke risicocategorieën. Deze opsomming kan aangepast worden, indien ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.
In deze bijlage zijn activiteiten opgenomen, waarbij er een risico aanwezig is dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd, dan wel dat die activiteit wordt gebruikt om onrechtmatig verkregen voordelen te benutten. De lijst met risicocategorieën is tot stand gekomen vanwege een verhoogd risico op misstanden bekend vanuit het RIEC en op basis van het beleid van de omliggende gemeenten.
Het benoemen van onderstaande activiteiten betekent niet dat voor deze activiteiten ook een vergunningplicht geldt of gaat gelden. Wanneer er activiteiten (gaan) plaatsvinden waarvoor geen beschikking dient te worden afgegeven of geen overeenkomst wordt aangegaan die onder de werking van de Wet Bibob valt, kan er ook geen Bibob-toets plaatsvinden.
De gemeente kan bepaalde gebieden aanwijzen waarbij het wenselijk is dat in dat gebied een eigen onderzoek wordt gestart indien sprake is van een aanvraag voor een beschikking (of een verleende beschikking) of een vastgoedtransactie wordt aangegaan of een overheidsopdracht wordt gegund.
Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, revitalisatie van gebieden of bepaalde gebieden waar sprake is van (vermoedens van) ondermijnende activiteiten.
BIJLAGE 2 Uitvoering van de Bibob-toets
1. Beoordeling door de gemeente
1.1 Nieuw ingediende aanvragen om een beschikking worden eerst aan de reguliere eisen getoetst.
1.2 Wanneer aan de reguliere eisen wordt voldaan, zal of kan de gemeente een Bibob-toets uitvoeren, zoals aangegeven in hoofdstuk 2 en 3 van dit beleid.
1.3 Wanneer er vermoedens zijn dat door de betrokkene(n) in een Bibob-onderzoek valsheid in geschrifte is gepleegd, wordt door de gemeente een afweging gemaakt of het passend is hiervan aangifte te doen.
1.4 Er wordt geen beschikking afgegeven, vastgoedtransactie aangegaan of overheidsopdracht toegekend voordat het Bibob-onderzoek volledig is afgerond.
2.1. De Bibob-toets start met een eigen onderzoek door de gemeente.
2.2. Het onderzoek naar het zich voordoen van de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob bestaat uit:
het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking, dan wel het beoordelen van een reeds verleende beschikking of een (voorgenomen) vastgoedtransactie, of (gunning van) een overheidsopdracht en de daarbij overgelegde gegevens, mede aan de hand van de bij de gemeente bekende feiten en omstandigheden; en
het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die, al dan niet door middel van de gegevens zoals vermeld in het Bibob-vragenformulier en bijbehorende bijlagen, is verstrekt door de betrokkene, alsmede van gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen van de partners van het RIEC en andere bronnen die de gemeente volgens de Wet Bibob kan raadplegen.
Concreet betekent dit in ieder geval:
de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob, en die beschikt over gegevens die erop duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of naar redelijkerwijs kan worden vermoed gepleegd zullen worden, gevraagd worden of er aanleiding is om ten aanzien van deze betrokkene een eigen onderzoek te starten en eventueel daarna het Bureau Bibob om een advies te vragen;
En indien hier aanleiding toe is:
2.6 Ten aanzien van de financiering van het project/de activiteit geldt dat de financiering aannemelijk en transparant dient te zijn. Om de financiering aannemelijk en transparant te maken, gelden ten aanzien van de financiering nog de volgende bepalingen:
bij financiering door middel van vreemd vermogen dient de identiteit van de vermogensverschaffer aangetoond te worden door middel van een geldig identiteitsbewijs, actuele adres- en woonplaatsgegevens en het BSN-nummer van de vermogensverschaffer. Bij financiering door rechtspersonen dienen de uiteindelijk natuurlijke personen (bestuurders en aandeelhouders) achter deze rechtspersonen inzichtelijk gemaakt te worden;
2.7 Wanneer het eigen onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar, zoals vermeld in artikel 3 van de Wet Bibob, kan advies worden gevraagd bij het Bureau Bibob (artikel 9 van de Wet Bibob).
3. Informatieverstrekking door betrokkene
3.1 Als de gemeente besluit om een Bibob-toets uit te voeren bij een aangevraagde beschikking, (voorgenomen) vastgoedtransactie, of (gunning van) een overheidsopdracht moet betrokkene, naast de standaard aanvraagformulieren, ook het door de gemeente vastgestelde Bibob-vragenformulier volledig invullen en, voorzien van de benodigde bijlagen, bij de gemeente indienen.
3.2 Om een verleende beschikking te kunnen beoordelen, vult betrokkene het door de gemeente vastgestelde Bibob-vragenformulier volledig in en levert deze bij de gemeente in.
3.3 Wanneer het Bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, dan wel de gegevens zoals genoemd onder 2.3 (financiering) niet volledig zijn verstrekt, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb buiten behandeling gesteld, nadat aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door de gemeente gestelde termijn aan te vullen. Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren kan leiden tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag dan wel de mogelijkheid tot het intrekken van de verleende vergunning;
3.4 In het geval van een (voorgenomen) vastgoedtransactie zal geen overeenkomst tot stand komen, wanneer:
betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;
betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 12 Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Bureau Bibob zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door het Bureau Bibob gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;
3.5 In het geval van een (voorgenomen) overheidsopdracht gunt de gemeente een overheidsopdracht niet, indien de betrokkene heeft nagelaten:
3.6 Er hoeft geen Bibob-vragenformulier ingediend te worden door betrokkene wanneer dit naar het oordeel van de gemeente niet noodzakelijk is voor het uitvoeren van het eigen onderzoek.
4. Ondersteuning door het Bureau Bibob
4.1 Aanvullend op het eigen onderzoek zoals benoemd in artikel 2 van deze bijlage, kan een advies bij het Bureau Bibob worden aangevraagd als:
na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van de betreffende activiteiten en/of onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd;
4.2 Een toetsing aan de Wet Bibob met behulp van een advies van het Bureau Bibob geldt als uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bevoegd gezag eerst gebruik moet maken van de eigen instrumenten (zoals uitgewerkt in artikel 2 van deze bijlage). Het vragen van een advies aan het Bureau Bibob moet evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten.
4.3 De adviesaanvraag bij het Bureau Bibob is geen beschikking in de zin van de Awb. Hiertegen staat geen bezwaar of beroep open. Wel is het de aanvrager van een vergunning altijd toegestaan de aanvraag in te trekken.
4.4 De gemeente kan een ontvangen advies van het Bureau Bibob vijf jaar lang gebruiken bij een andere beslissing.
5. Adviestermijn van het Bureau Bibob
5.1 Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Bureau Bibob, wordt (op grond van artikel 31 van de Wet Bibob) de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking moet worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door het Bureau Bibob in behandeling wordt genomen en eindigt op de dag waarop het advies is ontvangen. Deze opschorting duurt niet langer dan de termijn zoals genoemd in artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob.
5.2 Wanneer het Bureau Bibob het advies niet binnen de in artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op (grond van artikel 15, derde lid van de Wet Bibob), de termijn te verlengen. Deze verlenging is niet langer dan de termijn genoemd in artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob.
5.3 Het bestuursorgaan informeert betrokkene direct over een verlenging zoals hierboven bedoeld.
5.4 De verlenging van de adviestermijn van het Bureau Bibob, en eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 15, lid 2 van de Wet, leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.
6. Informatieplicht naar betrokkene
6.1 De gemeente informeert betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Bureau Bibob. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn (zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet Bibob).
6.2 In geval een advies van het Bureau Bibob leidt tot:
wordt aan betrokkene de mogelijkheid geboden om een kopie van het adviesrapport te ontvangen.
6.3 In aanvulling op het tweede lid wordt betrokkene door de gemeente gewezen op zijn geheimhoudingsplicht (zoals bedoeld in artikel 28 van de Wet Bibob). Betrokkene ondertekent voor de ontvangst van een kopie van het adviesrapport een geheimhoudingsverklaring.
6.4 In het geval een derde wordt genoemd in het advies, dan wordt deze derde de mogelijkheid geboden om over een kopie van het onderdeel van het adviesrapport te beschikken, voor zover dit betrekking heeft op deze derde.
6.5 In aanvulling op het vierde lid wordt deze derde door de gemeente gewezen op zijn geheimhoudingsplicht (zoals bedoeld in artikel 28 van de Wet Bibob). De derde ondertekent voor de ontvangst van een kopie van het onderdeel van het adviesrapport dat op hem betrekking heeft een geheimhoudingsverklaring.
7.1 Als de gemeente op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstige of mindere mate van gevaar als bedoeld van de Wet Bibob, kan het de gevraagde beschikking weigeren, de verleende beschikking intrekken of extra voorwaarden stellen.
7.2 Als de gemeente op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstige of mindere mate van gevaar als bedoeld in deze wet, kan dit aanleiding zijn om de (voorgenomen) overheidsopdracht of vastgoedtransactie niet aan te gaan, de overeenkomst te ontbinden, op te schorten of extra voorwaarden te stellen.
7.3 De gemeente zal in beginsel bij vastgoedtransacties overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau Bibob blijkt dat ten minste één van de onderstaande situaties zich voordoet:
7.4 In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, kan de informatie uit het Bibobonderzoek dienen als onderbouwing van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012.
7.5 Bij overeenkomsten als bedoeld in de Jeugdwet en/ of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kan de informatie uit het Bibob-onderzoek aanleiding zijn om de overeenkomst niet aan te gaan, dan wel te ontbinden.
7.6 Als de gemeente van plan is een negatief besluit te nemen op de (aanvraag van de) beschikking, kan de betrokkene (en eventueel (een) derde(n)) daartegen een zienswijze inbrengen.
7.7 Na een negatief besluit kan de betrokkene in geval van een beschikking bezwaar of beroep instellen.
7.8 Het niet aangaan of ontbinden, opzeggen of vernietigen van een overeenkomst ten aanzien van een overheidsopdracht dan wel een vastgoedtransactie is geen besluit in de zin van de Awb. Hiertoe kan dan ook geen bezwaar of beroep worden ingesteld.
8. Weigering/intrekking andere vergunningen van dezelfde betrokkene en sluiting
8.1 Wanneer een advies wordt gevraagd ten aanzien van een betrokkene, dan heeft dit verzoek betrekking op alle aan de betrokkene binnen de gemeente verleende vergunningen, die onder de reikwijdte van de Wet Bibob vallen. Dat betekent dat in het geval dat de gemeente een negatief advies van het Bureau Bibob overneemt, in een keer de aanvraag wordt geweigerd en alle reeds verstrekte vergunningen worden ingetrokken.
8.2 Als een onderneming - van een betrokkene - die onder de reikwijdte van de Wet Bibob valt ten tijde van de weigering of intrekking nog geopend is, zal direct tot sluiting worden overgegaan tenzij zwaarwegende belangen aanwezig zijn die sluiting niet rechtvaardigen.
9. Informatie-uitwisseling met andere gemeenten en/of rechtspersonen
9.1 Indien sprake is van een zelfstandige gevaarsbeoordeling (zonder advies van het Bureau Bibob) of sprake is van een vermoeden dat de betrokkene(n) zich terugtrekt vanwege het Bibobonderzoek, dan zal de gemeente hiervan melding zoals bedoeld in artikel 7a lid 7 en lid 8 van de Wet Bibob (Bibob-register).
9.2 De gemeente zal indien hier aanleiding toe is gebruik maken van haar tipbevoegdheid als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
9.3 De gemeente zal op verzoek de informatie verkregen op grond van de Wet Bibob verstrekken aan andere gemeenten en/ of rechtspersonen zoals bedoeld en onder de voorwaarden als genoemd in artikel 28 lid 2 onder m van de Wet Bibob.
10.1 Bevindingen vanuit het eigen onderzoek en de gegevens die daaraan ten grondslag liggen, kunnen vijf jaar gebruikt worden in verband met een andere beslissing. Hetzelfde geldt voor advies vanuit het LBB (artikel 29 Wet Bibob).
CCV, geraadpleegd op 28-11-2022 via Kansspelen en illegaal gokken - Het CCV .
Comensha, geraadpleegd op 29-11-2022 via https://www.comensha.nl/over-mensenhandel/vormen-van-mensenhandel/Vormen van mensenhandel - CoMensha - Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel
RIEC-LIEC, geraadpleegd op 18-01-2023 via https://www.riec.nl/maatregelen-en-documenten/criminele-motorbendesCriminele motorbendes | Maatregelen en documenten | RIEC - LIEC Informatie - en Expertisecentrum .
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-89449.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.