Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies gemeente Someren 2026.

De raad van de gemeente Someren;

 

gezien het voorstel van de griffier en de voorzitter d.d. 25 november 2025;

gelet op de artikelen 16 en 82 Gemeentewet;

 

gezien het advies van de commissie Burger en Bestuur d.d. 27 november 2025

 

 

b e s l u i t :

 

  • 1.

    Vast te stellen: Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies gemeente Someren 2026.

  • 2.

    In te trekken: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Someren 2015 en de Verordening op de raadscommissies 2015.

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

 

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit reglement van orde wordt verstaan onder:

  • a.

    amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;

  • b.

    commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • c.

    commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • d.

    commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie;

  • e.

    fractievoorzitter: de leider van een fractie in een volksvertegenwoordiging; iedere politieke partij vormt een eigen fractie;

  • f.

    griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • g.

    initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;

  • h.

    interpellatie: een verzoek om inlichtingen in de vergadering, gericht tot een of meer leden van het college of tot de burgemeester;

  • i.

    motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • j.

    subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

  • k.

    voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

  • l.

    voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.

 

 

Artikel 2. De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter is belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering;

  • b.

    het handhaven van de orde;

  • c.

    het doen naleven van het Reglement van Orde;

  • d.

    hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem/haar verder opdraagt.

 

Artikel 3. De griffier

  • 1.

    De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad.

  • 2.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een medewerker van de griffie, die hiervoor door de griffier is aangewezen.

  • 3.

    De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

 

Artikel 4. Het Presidium

  • 1.

    Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters of hun vervangers, zijnde een ander raadslid uit de fractie.

  • 2.

    De gemeentesecretaris is standaard uitgenodigd.

  • 3.

    Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

  • 4.

    De vergaderingen van het presidium zijn openbaar.

  • 5.

    De agenda en de besluitenlijst van een vergadering van het presidium zijn openbaar.

  • 6.

    Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. Bij besluitvorming wordt gestreefd naar unanimiteit.

  • 7.

    Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad.

  • 8.

    Het presidium fungeert als agendacommissie en is belast met de voorbereiding van de vergaderingen. Ze heeft in ieder geval de volgende taken:

    • a.

      het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen;

    • b.

      het voorbereiden van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en

    • c.

      het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid Gemeentewet

  • 9.

    In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het achtste lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.

  • 10.

    Bij het vaststellen van de voorlopige agenda’s kan het presidium besluiten om een onderwerp/voorstel direct op de agenda van de raad te plaatsen zonder tussenkomst van de commissies.

 

Artikel 5. Commissie onderzoek geloofsbrieven raadsleden, wethouders en raadscommissieleden

  • 1.

    Er is een permanente commissie geloofsbrieven bestaande uit alle raadsleden die in de raad zitting hebben.

  • 2.

    Bij de toelating van nieuw benoemde raadsleden, de benoeming van wethouders en de benoeming van raadscommissieleden nemen drie raadsleden op aanwijzing van de voorzitter plaats in deze commissie voor het geloofsbrievenonderzoek respectievelijk het onderzoek naar de gestelde wettelijke vereisten.

 

 

Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven raadsleden en beëdiging raadsleden

  • 1.

    De commissie genoemd in artikel 5 onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

  • 2.

    Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

  • 3.

    Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 4.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

 

Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven en risico analyse integriteit bij benoeming wethouders

  • 1.

    Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de commissie genoemd in artikel 5 of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet.

  • 2.

    De commissie brengt vervolgens schriftelijk advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing, wordt van een minderheidstandpunt melding gemaakt in dit advies.

  • 3.

    De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

 

Artikel 8. Fracties

  • 1.

    Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

  • 2.

    Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

  • 3.

    De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

  • 4.

    Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

  • 5.

    Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

 

 

 

Hoofdstuk 2 RAADSVERGADERINGEN

 

 

Paragraaf 1. Voorbereiding

 

Artikel 9. Oproep en agenda

  • 1.

    De voorzitter zendt ten minste acht dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

  • 2.

    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.

  • 3.

    Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 10, derde lid, van toepassing

  • 4.

    De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

 

Werkafspraak: Voor commissie- en raadsvergaderingen wordt in de regel als eindtijd 23:00 uur gehanteerd. De (commissie)voorzitter zal ter vergadering, als voorstel van orde, voorstellen hoe in de specifieke situatie om te gaan met de eindtijd van de betreffende vergadering, dan wel de vergadering te schorsen en op een later moment voort te zetten.

 

Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken

  • 1.

    Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

  • 2.

    Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.

  • 3.

    Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier, dit betekent dat deze informatie, afhankelijk van de situatie:

    • a.

      ter inzage ligt bij de griffier

    • b.

      ter vergadering wordt uitgereikt en ingenomen

    • c.

      digitaal onder geheimhouding (=achter slotje) beschikbaar wordt gesteld in het raadsinformatiesysteem.

 

Artikel 11. Openbare kennisgeving

  • 1.

    Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in het lokale huis-aan-huisblad ‘t Contact en op de website van de gemeente.

  • 2.

    In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden

 

Paragraaf 2. Ter vergadering

 

Artikel 12. Presentielijst

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

  • 2.

    Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

 

 

Artikel 13. Startfractie en aantal spreektermijnen

  • 1.

    Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde stellen wordt na de opening van de vergadering bij loting een startfractie aangewezen.

  • 2.

    De beraadslagingen vangen aan bij de startfractie in de volgorde die met de klok meedraait, dat wil zeggen in de volgorde van plaatsnemen van links naar rechts gezien vanuit de plaats van de voorzitter.

  • 3.

    Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 4.

    Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

  • 5.

    Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 6.

    Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.

  • 7.

    Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

 

Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen

 

Artikel 15. Voorstellen van orde

  • 1.

    Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

 

Artikel 15b. Handhaven orde

  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

  • a.

    de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

  • b.

    een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden

  • 2.

    Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

 

Paragraaf 3. Stemmingen

 

Artikel 16. Stemverklaring

  • 1.

    Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

 

Artikel 17. Beslissing

  • 1.

    De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

  • 2.

    Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

 

 

Artikel 18. Stemming; procedure hoofdelijke stemming

  • 1.

    De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

  • 2.

    Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming hebben onthouden.

  • 3.

    Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

  • 4.

    Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het eerste raadslid van de daarvoor overeenkomstig artikel 13 eerste lid aangewezen fractie en verloopt verder met de klok mee vanuit de voorzitter bezien.

  • 5.

    Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging.

  • 6.

    Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekeningen vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

  • 7.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij melding van het genomen besluit.

 

Werkafspraak: stemmen bij handopsteken is een alternatief voor lid 4 .

 

Artikel 19. Volgorde stemming over amendementen en moties

  • 1.

    Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

  • 2.

    Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

  • 3.

    Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

  • 4.

    Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

 

Artikel 20. Stemming over personen

  • 1.

    Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot stembureau.

  • 2.

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 3.

    Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.

  • 4.

    De procedure van briefstemmen is als volgt:

    • a.

      De stembriefjes worden rondgedeeld en na invullen verzameld in een open schaal.

    • b.

      De leden van het stembureau nemen plaats achter het spreekgestoelte.

    • c.

      De leden van het stembureau onderzoeken of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

    • d.

      Indien voldoende stembriefjes zijn ingeleverd worden deze geopend. Het ene lid van het stembureau opent de briefjes, het andere lid leest de stem voor.

  • 5.

    Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden, die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

  • a.

    een blanco stembriefje;

  • b.

    een ondertekend stembriefje;

  • c.

    een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, terwijl de stemming betrekking had op één persoon;

  • d.

    een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

  • e.

    een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

  • 6.

    In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau.

  • 7.

    De voorzitter maakt de uitslag van de stemming bekend.

  • 8.

    Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes vervolgens onmiddellijk vernietigd.

 

Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken

 

Artikel 21. Verslaglegging: besluitenlijst en videotulen

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor verslaglegging en besluitenlijsten van raadsvergaderingen.

  • 2.

    De besluitenlijst geeft een procedureel overzicht van de vergadering. Een besluitenlijst bevat in ieder geval:

  • a.

    de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

  • b.

    een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

  • c.

    een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

  • d.

    een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

  • e.

    de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

  • f.

    bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 14 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

  • 3.

    De concept-besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft.

  • 4.

    Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

  • 5.

    Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de (concept-)besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

  • 6.

    Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

  • 7.

    Van de vergadering worden audio- en video-opnamen gemaakt en op een hiertoe geschikt medium opgenomen.

    • a.

      audio-en video-opnamen van een vergadering geven feitelijk aan wat is gezegd;

    • b.

      audio-en video-opnamen worden op de website van de gemeente geplaatst;

    • c.

      de betreffende bestanden worden overeenkomstig het bepaalde in de Archiefwet bewaard en ontsloten.

    • d.

      audio- en video-opnamen, inclusief bijbehorende vergaderdocumenten en besluitenlijst vormen de videotulen van een vergadering.

 

Artikel 22. Ingekomen stukken en controlelijst

  • 1.

    Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college, worden op de lijst ingekomen stukken geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden als onderdeel van de voorlopige agenda.

  • 2.

    De lijst ingekomen stukken bestaat uit:

  • a.

    Ingekomen stukken/brieven

  • b.

    Raadsinformatiebrieven

  • c.

    Regionale raadsinformatiebrieven

  • 3.

    Het presidium adviseert de raad, op voorstel van de griffier, over de wijze van afdoening van de ingekomen stukken. Ter vergadering kan op voorstel van een raadslid de wijze van afdoening worden gewijzigd.

  • 4.

    De raad stelt de wijze van afdoening vast, te weten:

    • a.

      Ter afhandeling aan college/ burgemeester

    • b.

      Ter voorbereiding aan college

    • c.

      Voor kennisgeving aannemen te noemen

    • d.

      Ter behandeling: hieronder vallen de stukken die zijn doorgeleid naar de raad

  • 5.

    Ingekomen stukken kunnen door de raad worden doorgeleid voor bespreking in de raadscommissie.

De controlelijst bestaat uit het overzicht van:

De (beantwoording van) schriftelijke vragen

De toezeggingen (openstaand) en afdoening

De aangenomen moties en afdoening er van

  • 6.

    De raad bepaalt of kan worden ingestemd met de afdoening van de controlelijst

 

Werkafspraak: ingekomen stukken die zijn doorgeleid ter bespreking in de commissie worden in beginsel niet meer doorgeleid naar de daaropvolgende raadsvergadering. Desgewenst kan een motie vreemd worden ingediend in de raadsvergadering.

 

Werkafspraak: een raadsinformatiebrief afkomstig van de burgemeester wordt burgemeestersbrief genoemd.

 

Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen

 

Artikel 23. Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

 

 

Artikel 24. Verslaglegging: besluitenlijst besloten vergadering

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor verslaglegging en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen.

  • 2.

    De besluitenlijst van een besloten raadsvergadering bevat in ieder geval:

  • a.

    de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

  • b.

    een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

  • c.

    een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

  • d.

    een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

  • e.

    de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

  • f.

    bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 14 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

  • g.

    een zakelijke samenvatting van het besprokene.

  • 3.

    Concept-besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. Artikel 10 lid 3 is van toepassing.

  • 4.

    Concept besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst.

  • 5.

    Vastgestelde besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

 

Werkafspraak: van een besloten vergadering worden geen audio- en video opnamen gemaakt, behalve voor de uitwerking van het verslag/besluitenlijst; na vaststelling worden deze vernietigd.

 

Werkafspraak: er wordt een register geheimhouding bijgehouden door de griffie en jaarlijks zal een voorstel voor opheffing van geheimhouding aan de raad worden voorgelegd.

 

Artikel 25. Opheffen geheimhouding

  • 1.

    Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

 

Artikel 26. Nadere regels geheimhouding op grond van art. 88 lid 6 Gemeentewet

  • 1.

    Informatie waarop geheimhouding rust wordt alleen gedeeld met derden indien:

  • a.

    de raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit;

  • b.

    het college dit noodzakelijk acht voor het dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit.

  • 2.

    Indien het college op grond van het eerste lid, aanhef en onder b, besluit informatie waarop geheimhouding rust met derden te delen brengt hij dit ter kennis van de raad.

 

 

Paragraaf 6. Toehoorders en pers

 

Artikel 27. Toehoorders en pers

  • 1.

    Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2.

    Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 3.

    De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 4.

    Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

 

Artikel 28. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

 

Hoofdstuk 3 BEVOEGDHEDEN, INSTRUMENTEN RAADSLEDEN

 

 

Artikel 29. Amendementen en subamendementen

  • 1.

    Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

  • 2.

    Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.

  • 3.

    Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

 

Werkafspraak: Ter voorkoming van herhaling in het debat en wanneer de overwegingen in de spreektermijn naar voren zijn gebracht, volstaat het voorlezen van het dictum (=besluit)van het (sub)amendement.

 

Werkafspraak: Amendementen worden 3 uur voorafgaand aan de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst achter een slotje , tenzij de aard van het amendement zich hiertegen verzet.

 

Werkafspraak: Er vindt standaard een uitvoeringstoets plaats bij amendementen. Hiervoor worden de concepten uiterlijk 48 uur voorafgaand aan de vergadering aan de griffier gezonden.

 

Artikel 30. Moties

  • 1.

    Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter.

  • 2.

    De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

  • 3.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld onder het agendapunt Motie vreemd

  • 4.

    Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

  •  

Werkafspraak: Ter voorkoming van herhaling in het debat en wanneer de overwegingen in de spreektermijn naar voren zijn gebracht, volstaat het voorlezen van het dictum (=besluit)van de motie.

 

Werkafspraak: Moties worden 3 uur voorafgaand aan de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst achter een slotje , tenzij de aard van de motie zich hiertegen verzet .

 

Werkafspraak: Er vindt standaard een uitvoeringstoets plaats bij moties. Hiervoor worden de concepten uiterlijk 48 uur voorafgaand aan de vergadering aan de griffier gezonden.

 

Artikel 31. Initiatiefvoorstel

  • 1.

    Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

  • 2.

    Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

  • 3.

    Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

 

Artikel 32. Raadsvoorstel

  • 1.

    Een raadsvoorstel dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2.

    Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

 

Artikel 33. Interpellatie

  • 1.

    Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

  • 2.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

  • 3.

    Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.

  • 4.

    De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

 

Artikel 34. Schriftelijke vragen

  • 1.

    Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

  • 2.

    De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

  • 3.

    Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 10 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller via de griffier hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

  • 4.

    Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden.

  • 5.

    De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

 

Werkafspraak: Binnen het raadsinformatiesysteem wordt onderscheid gemaakt in politieke vragen (hebben geen betrekking op een raadsvoorstel ) en technische vragen bij raadsvoorstellen .

 

Artikel 35. Vragenhalfuur

  • 1.

    In elke raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.

  • 2.

    Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp (en de vraag) ten minste 48 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de voorzitter.

  • 3.

    De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester.

  • 4.

    Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  • 5.

    De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

  • 6.

    Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.

 

Artikel 36. Inlichtingen

  • 1.

    Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier.

  • 2.

    De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

  • 3.

    De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 10 dagen nadat het verzoek is ingediend.

 

Artikel 37. In ontvangst nemen van petities

  • 1.

    De raad kan in een raadsvergadering petities van burgers in ontvangst nemen die aan de raad zijn gericht. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda een agendapunt aan het begin van de vergadering ingelast.

  • 2.

    Inwoners of groepen van inwoners die een petitie willen aanbieden, doen hiervan uiterlijk 48 uren voor aanvang van de raadsvergadering mededeling aan de griffier.

  • 3.

    Een petitie wordt in ontvangst genomen door de voorzitter. De voorzitter kan toestaan dat de petitie kort wordt toegelicht.

  • 4.

    De voorzitter staat de deelnemers van de vergadering toe kort te reageren op hetgeen de indiener heeft ingebracht en een verhelderende of verdiepende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen indiener petitie en deelnemers van de vergadering.

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Raadscommissies

 

 

Artikel 38. Instelling raadscommissies

  • 1.

    Er is een:

    • a.

      raadscommissie Burger en Bestuur, waarvan de werkzaamheden de domeinen bedrijfsvoering en samenleving betreffen.

    • b.

      raadscommissie Ruimte, waarvan de werkzaamheden het ruimtelijk domein betreffen.

  • 2.

    Er is een raadscommissie Beeldvorming & Opinie, waarvan de werkzaamheden betreffen de beeldvormende en opiniërende behandeling van onderwerpen die alle beleidsterreinen kunnen betreffen.

 

Artikel 39. Taken

  • 1.

    Een raadscommissie genoemd onder artikel 38 lid 1:

  • a.

    brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;

  • b.

    kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en

  • c.

    voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.

  • 2.

    De raadscommissie Beeldvorming & Opinie genoemd onder artikel 38 lid 2 heeft een beeldvormend en/of opiniërend karakter, dat wil zeggen:

  • a.

    Beeldvormend: is informatief voor de raad, de kennisdeling en kennisvergaring over een onderwerp staat centraal;

  • b.

    Opiniërend: de mening van de raadsleden wordt gevraagd, waarbij het met elkaar van gedachten wisselen en discussiëren over een onderwerp centraal staat.

 

Werkafspraak: van een commissie Beeldvorming & Opinie worden geen audio- en video opnamen gemaakt, behalve voor de uitwerking van het verslag/besluitenlijst; na vaststelling worden deze vernietigd.

 

Artikel 40. Samenstelling, benoeming en commissievoorzitter

  • 1.

    Een raadscommissie heeft evenveel leden als er zetels zijn in de gemeenteraad. Het aantal leden per fractie is naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad, met dien verstande dat eenmansfracties twee zetels hebben in de raadscommissies. Deze zetels worden evenredig in mindering gebracht bij de grootste fracties.

  • 2.

    Bij aanvang van de raadsperiode wordt de zetelverdeling per fractie vastgesteld.

  • 3.

    Raadsleden zijn tevens commissielid voor de raadscommissies genoemd in artikel 38.

  • 4.

    De raad benoemt op voordracht van de fracties voor de drie raadscommissies gezamenlijk, genoemd in artikel 38 maximaal twee niet-raadsleden per fractie als commissielid.

  • 5.

    De gestelde eisen in de artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing bij de benoeming van commissieleden die geen raadslid zijn.

  • 6.

    Voor de benoeming van commissieleden die geen raadslid zijn is de procedure in artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden van overeenkomstige toepassing.

  • 7.

    Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn van een raadscommissie genoemd in artikel 38.

  • 8.

    Er is een vaste afvaardiging per fractie van commissieleden bestaande uit raadsleden en niet-raadsleden in de raadscommissies in artikel 38 lid 1.

  • 9.

    De raadscommissie Beeldvorming & Opinie genoemd in artikel 38 lid 2 bestaat uit de raadsleden en vanuit de fractie waarvan de voorzitter afkomstig is een commissielid, niet zijnde raadslid.

  • 10.

    Bij verhindering kunnen commissieleden zich laten vervangen door een ander commissielid uit de fractie.

  • 11.

    De raad benoemt uit zijn midden voor de raadscommissies drie commissievoorzitters en één plaatsvervanger.

 

Werkafspraak: bij besloten commissievergaderingen kunnen commissieleden niet-raadsleden wiens commissie het niet betreft, plaatsnemen op de publieke tribune.

 

Werkafspraak: met de samenstelling in lid 9 en 10 kunnen fracties per vergadering van de commissie Beeldvorming & Opinie afhankelijk van het onderwerp hun leden afvaardigen.

 

Artikel 41. Zittingsduur en vacatures

  • 1.

    De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 40, vijfde lid, gestelde eisen.

  • 3.

    De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.

  • 4.

    De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.

  • 5.

    Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6.

    Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

  • 7.

    Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

 

Werkafspraak: Commissieleden niet-raadsleden worden zo spoedig mogelijk na het zitting nemen van een nieuwgekozen raad benoemd.

 

Werkafspraak: In het kalenderjaar van de gemeenteraadsverkiezingen wordt in de periode voorafgaand aan de verkiezingen geen tussentijdse vacature meer ingevuld.

 

Artikel 42. De commissiegriffier

  • 1.

    De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.

  • 2.

    Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.

  • 3.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.

  • 4.

    Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

 

Artikel 43. Advies; geen stemmingen

  • 1.

    Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. Desgewenst worden in het advies de standpunten van alle fracties en commissieleden opgenomen.

  • 2.

    Raadsvoorstellen worden alleen als hamerstuk voor de raad geagendeerd als alle aanwezige commissieleden zich hierin kunnen vinden.

  • 3.

    In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

 

Artikel 44. Spreekrecht burgers

  • 1.

    Burgers kunnen in een vergadering genoemd in artikel 38 het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. Het inspreken vindt plaats bij het agendapunt.

  • 2.

    Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres, telefoonnummer en mailadres en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.

  • 3.

    De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 4.

    Elke inspreker krijgt 5 minuten het woord met een maximum van 20 minuten voor alle insprekers tezamen bij een agendapunt. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan vier sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  • 5.

    De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

  • 6.

    Na afloop van de beraadslaging in eerste termijn van de vergadering van de raadscommissies genoemd in artikel 38 lid 1, krijgt de inspreker aanvullend de gelegenheid kort te reageren.

  • 7.

    De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

 

Artikel 45. Handhaving orde en schorsing

  • 1.

    De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

  • 2.

    Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

  • 3.

    Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

  • 4.

    Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

 

Artikel 46. Overeenkomstig van toepassing op raadscommissies

De volgende artikelen van dit reglement van orde zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van de raadscommissies.

Artikel 9 Oproep en agenda

Artikel 10 Ter inzage leggen van stukken

Artikel 11 Openbare kennisgeving

Artikel 12 Presentielijst

Artikel 13 Startfractie en aantal spreektermijnen

Artikel 14 Deelname aan de vergadering door anderen

Artikel 15 Voorstellen van orde

Artikel 21 Verslaglegging: besluitenlijst en videotulen

Artikelen 23 t/m 26 Besloten vergaderingen

Artikel 27 Toehoorders en pers

Artikel 28 Geluid- en beeldregistraties

 

 

Hoofdstuk 5 SLOTBEPALINGEN

 

 

Artikel 47. Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter, en de commissie op voorstel van de commissievoorzitter wanneer het de vergaderorde van de raadscommissie betreft;

 

Artikel 49. Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies gemeente Someren 2026.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,

de raadsgriffier, de voorzitter,

M.A.M. van Arensbergen P.J.M.G. Blanksma – van den Heuvel

[BIJLAGE]

 

Standaard agenda’s

 

Raadsvergadering

  • 1.

    Opening

    • a.

      Opening met overweging

    • b.

      Trekken lot startfractie

    • c.

      Vaststellen van de agenda

  • 2.

    Vaststellen besluitenlijst

  • 3.

    Mededelingen door voorzitter, raadsleden en/of portefeuillehouders

  • 4.

    Vragenhalfuur

  • 5.

    Ingekomen stukken en controle lijst

    • a.

      Ingekomen brieven: ter afhandeling aan college

    • b.

      Ingekomen brieven: ter voorbereiding aan college

    • c.

      Ingekomen brieven: voor kennisgeving aannemen

  • Ingekomen brieven

  • Regionale raadsinformatiebrieven

  • Raadsinformatiebrieven

    • a.

      Ter behandeling

    • b.

      Stand van zaken raadsplanning

    • c.

      Beantwoording van schriftelijke vragen

    • d.

      Toezeggingen openstaand en afdoening

    • e.

      Aangenomen moties en afdoening

  • 6.

    Hamerstukken

  • 7.

    Bespreekstukken

  • 8.

    Motie vreemd aan de orde van de dag (optioneel)

  • 9.

    Sluiting

 

Commissie s Burger & Bestuur en Ruimte

  • 1.

    Opening

    • a.

      Opening

    • b.

      Trekken lot startfractie

    • c.

      Vaststellen van de agenda

  • 2.

    Vaststellen besluitenlijst en behandelen stand van zaken acties en toezeggingen

  • 3.

    Regionale samenwerking

  • 4.

    Raadsvoorstel(len)

  • 5.

    Ingekomen stukken/mededelingen

  • 6.

    Rondvraag

  • 7.

    Sluiting

 

 

 

Commissie Beeldvorming & Opinie

  • 1.

    Opening

    • a.

      Opening

    • b.

      Trekken lot startfractie

    • c.

      Vaststellen van de agenda

  • 2.

    Vaststellen besluitenlijst en behandelen stand van zaken acties en toezeggingen

  • 3.

    Onderwerp 1

  • 4.

    Onderwerp 2

  • 5.

    Onderwerp 3

  • 6.

    Sluiting

 

 

 

 

 

Naar boven