Wijziging van de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Renkum 2023

Besluit van de raad van de gemeente Renkum tot Wijziging van de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Renkum 2023.

 

de raad van de gemeente Renkum;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2025, inzake de Wijzigingsverordening Leerlingenvervoer gemeente Renkum 2025 en gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

 

Besluit:

De Verordening tot wijziging van de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Renkum 2023 vast te stellen;

 

Verordening Leerlingenvervoer gemeente Renkum 2023 als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Intitulé

Verordening Leerlingenvervoer gemeente Renkum 2023

De raad van de gemeente Renkum;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 april 2023

Gelet op:

artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs

artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en

Artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit vast te stellen de verordening Leerlingenvervoer

Intitulé

Verordening Leerlingenvervoer gemeente Renkum 2023

De raad van de gemeente Renkum;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 april 2023

Gelet op:

artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs

artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en

Artikel 8.29, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit vast te stellen de Verordening Leerlingenvervoer gemeenten Renkum 2023

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1. Definities

r. toegankelijke school:

s. vervoer:

t. vervoersvoorziening:

u. VNG:

v. woning:

Artikel 1. Definities

r. structureel: een periode van minimaal

drie maanden;

s. toegankelijke school:

t. vervoer:

u. vervoersvoorziening:

v. VNG:

w. woning:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3. Aanvraagprocedure

  • 1.

    Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier.

  • 2.

    Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

  • 3.

    De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling.

  • 4.

    Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.

  • 5.

    Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

  • 6.

    Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:

    • a.

      wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;

    • b.

      wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.

Artikel 3. Aanvraagprocedure

  • 1.

    Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier.

  • 2.

    Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

  • 3.

    De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling.

  • 4.

    Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.

  • 5.

    Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

  • 6.

    Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:

    • a.

      wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;

    • b.

      wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van de eerste schooldag van de maand volgend op de datum van de beschikking of zoveel eerder als mogelijk is met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 8. Afstandsgrens

  • 1.

    Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor:

    • a.

      basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;

    • b.

      speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of

    • c.

      speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.

Artikel 8. Afstandsgrens

  • 1.

    Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor:

    • a.

      basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;

    • c.

      speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of

    • d.

      speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of

    • e.

      voortgezet speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 16. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

  • 1.

    Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 8, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer.

  • 2.

    Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college , al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college aan de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.

  • 3.

    De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand.

 

Artikel 16. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

  • 1.

    Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 8, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer.

  • 2.

    Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college , al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college aan de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.

  • 3.

    De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets te behoeve van een begeleider

  • 1.

    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als:

    • a.

      voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 8, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of

    • b.

      De leerling gehandicapt is.

  • 2.

    De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand.

  • 3.

    Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets te behoeve van een begeleider en begeleidersvergoeding voor wandelaars

  • 1.

    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als:

    • a.

      voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 8, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of

    • b.

      De leerling gehandicapt is.

  • 2.

    Voor de gehandicapte leerling, die binnen een straal van één kilometer van de school woont, is de vergoeding beperkt tot een begeleidersvergoeding voor wandelaars. Deze vergoeding is gelijk aan de fietskilometervergoeding.

  • 3.

    De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand.

  • 4.

    Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

  • 5.

    Leerlingen die een school voor voortgezet onderwijs dan wel voortgezet speciaal onderwijs bezoeken kunnen worden verplicht om een leertraject te volgen om zelfstandig te leren reizen met het openbaar vervoer of de fiets.

  • 6.

    Indien ouders met een medische verklaring kunnen aantonen dat het zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer voor de leerling niet mogelijk is, kan het college besluiten de leerling vrij te stellen van verplichte deelname aan het leertraject dan wel deelname uit te stellen.

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 22. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag

  • 1.

    Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het gezamenlijk inkomen meer bedraagt dan €28.000 wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8 bepaalde afstand te boven gaan.

  • 2.

    In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel laat verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan €28.000 tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.

  • 3.

    De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 8 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik er van. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.

  • 4.

    Het inkomensbedrag van €28.000 genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van €28.800

  • 5.

    Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.

Artikel 22. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag

  • 1.

    Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het gezamenlijk inkomen meer bedraagt dan €28.000 wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8 bepaalde afstand te boven gaan.

  • 2.

    In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel laat verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan €28.000 tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. Op de eigen bijdrage voor ouders van een leerling die een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, geldt een korting van 25%.

  • 3.

    De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 8 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik er van. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.

  • 4.

    Het inkomensbedrag van €28.000 genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van €28.800

  • 5.

    Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.

 

Dit besluit is genomen tijdens de raadsvergadering van 24 september 2025

de griffier,

dr. J. (Juul) Cornips

de voorzitter,

Drs. M.A. (Marcel) Fränzel

Naar boven