Onderzoeksprotocol integriteit raadsleden Dordrecht 2025

 

De RAAD van de gemeente Dordrecht;

 

Gezien het voorstel van het presidium van 2 december 2025;

 

B E S L U I T :

 

het volgende protocol vast te stellen:

 

Onderzoeksprotocol integriteit raadsleden Dordrecht 2025

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Deze regeling geldt voor raadsleden en commissieleden. Waar hierna wordt verwezen naar raadsleden, wordt tevens gedoeld op commissieleden.

  • 2.
  • 3.

    Waar in dit protocol gebruik wordt gemaakt van de aanduiding “hij/hem”, dient dit tevens gelezen te worden als “zij/haar” of “zij/hun”, afhankelijk van de context.

Artikel 2 Uitgangspunten

  • 1.

    De burgemeester vervult een regierol bij de behandeling van vermeende integriteitsschendingen in de gemeente.

  • 2.

    De griffier ondersteunt de raad, fungeert als aanspreekpunt voor de raad als geheel en voor de afzonderlijke leden, en vervult daarnaast een verbindende en adviserende rol richting de burgemeester, zowel bij integriteitsvraagstukken in het algemeen als specifiek in het kader van dit protocol.

  • 3.

    De gemeente betracht terughoudendheid in interne communicatie en publieke uitspraken bij (vermoedens van) niet-integer handelen, in het bijzonder totdat de feiten zijn vastgesteld.

  • 4.

    Het is mogelijk om van dit protocol af te wijken, mits dit met argumenten omkleed wordt verantwoord aan de gemeenteraad in het kader van artikel 11.2 en/of waar in dit protocol vermelding wordt gemaakt van raadsinformatiebrieven.

Artikel 3 Advies burgemeester of griffier

  • 1.

    Als een raadslid twijfelt of een voorgenomen handeling, of een jegens hem ondervonden of te verwachten behandeling door derden, in overeenstemming is met zijn verplichtingen als raadslid, kan hij zich wenden tot de griffier voor advies. Indien daartoe aanleiding bestaat, informeert of betrekt de griffier de burgemeester.

  • 2.

    Een raadslid kan ook direct de burgemeester benaderen, die het advies van de griffier kan inwinnen.

Artikel 4 Melding en vooronderzoek bij vermoeden van niet integer handelen

  • 1.

    Meldingen over een vermoeden van niet integer handelen van een raadslid kunnen door eenieder bij de burgemeester en/of griffier worden gedaan.

  • 2.

    Eenieder die betrokken is bij de behandeling van een melding, maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder zijn instemming.

  • 3.

    De burgemeester doet een eerste bestudering van de integriteitsmelding. De burgemeester kan besluiten geen (nader) onderzoek in te stellen indien:

    • a.

      de melding in redelijkheid niet te onderzoeken is, bijvoorbeeld omdat deze anoniem is ingediend;

    • b.

      een integriteitsonderzoek in redelijkheid niet het aangewezen middel is om de melding te adresseren;

    • c.

      een integriteitsonderzoek disproportioneel is in verhouding tot de aard en omvang van de melding.

  • 4.

    Indien een vermoeden bestaat dat een raadslid de gedragscode overtreedt, dan kan de burgemeester, hetzij op grond van een melding, hetzij uit eigen beweging op grond van overige signalen, een vooronderzoek instellen. Het raadslid wordt daarover zo snel mogelijk persoonlijk geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet. Ook de fractievoorzitter van de betrokken vermoedelijke overtreder wordt hierover geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet. Als een vooronderzoek naar een fractievoorzitter wordt ingesteld wordt de vicefractievoorzitter geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet.

  • 5.

    De burgemeester kan twee of meer personen (in- of extern) aanwijzen die in zijn opdracht het vooronderzoek en/of het integriteitsonderzoek op grond van artikel 4 uitvoeren.

  • 6.

    Een vooronderzoek bestaat in ieder geval uit het verzamelen van algemene informatie, het voeren van oriënterende gesprekken en het maken van een inschatting van de ernst van de vermoedelijke niet-integere handeling. Indien er wordt gehoord, dan zijn de bepalingen van artikel 7, leden 2 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing.

  • 7.

    Het vooronderzoek stelt de burgemeester in staat om af te wegen of de bij hem bekend geworden informatie voldoende aanleiding is om een integriteitsonderzoek te verrichten.

  • 8.

    Indien het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen oplevert voor mogelijk niet-integer handelen of als er overeenkomstig lid 3 gronden zijn om geen nader onderzoek in te stellen, kan de burgemeester besluiten een rapport van de bevindingen te laten opmaken en het onderzoek te sluiten. De burgemeester informeert het betrokken raadslid, de betreffende (vice)fractievoorzitter en de gemeenteraad in elk geval schriftelijk over dit besluit. In de regel zal de gemeenteraad hiervoor een raadsinformatiebrief ontvangen waarop geheimhouding is opgelegd. De artikelen 8, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 9.

    Indien uit het vooronderzoek voldoende duidelijk blijkt, dat alle feiten en omstandigheden voldoende vaststaan, de betrokkene over wie de melding gaat is gehoord, en tot het oordeel kan worden gekomen dat er niet-integer is gehandeld, kan de burgemeester alsnog besluiten een onderzoeksrapport van de bevindingen en de conclusie van het vooronderzoek te laten opmaken en het onderzoek te sluiten. De burgemeester informeert het betrokken raadslid, de betreffende (vice)fractievoorzitter en de gemeenteraad in elk geval schriftelijk over dit besluit. In de regel zal de gemeenteraad hiervoor een raadsinformatiebrief ontvangen waarop geheimhouding is opgelegd. De artikelen 8, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Het integriteitsonderzoek

  • 1.

    Als het vooronderzoek concrete aanwijzingen oplevert voor vermeend niet-integer handelen van een raadslid, dan stelt de burgemeester een integriteitsonderzoek in, met uitzondering van het geval van artikel 4 lid 9.

  • 2.

    Een integriteitsonderzoek is bedoeld om met gebruikmaking van verschillende onderzoeksmethoden de feiten over het vermeende niet-integer handelen te achterhalen.

  • 3.

    Voordat het integriteitsonderzoek start, informeert de burgemeester het betrokken raadslid, de betreffende fractievoorzitter (of vicefractievoorzitter in geval van een onderzoek naar de fractievoorzitter) en optioneel de gemeenteraad per geheime raadsinformatiebrief over de aanleiding, de aard en het doel van het integriteitsonderzoek.

  • 4.

    Indien het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet, kan de kennisgeving aan het betrokken raadslid worden opgeschort. Lid 5 is dan niet of later van toepassing.

  • 5.

    Gedurende het onderzoek worden zowel melder(s) als het betrokken raadslid(s) adequaat ondersteund. Afspraken hierover worden gemaakt alvorens het integriteitsonderzoek start en worden schriftelijk vastgelegd.

  • 6.

    Het betrokken raadslid is verplicht om volledige medewerking te verlenen aan het integriteitsonderzoek.

  • 7.

    Indien de aard van het vermeend niet-integer handelen met zich meebrengt dat het niet wenselijk is dat het betrokken raadslid zijn functie blijft uitoefenen, dan kan het raadslid besluiten om gedurende het integriteitsonderzoek zijn functie tijdelijk niet uit te oefenen.

Artikel 6 Extern onderzoek

  • 1.

    De burgemeester kan besluiten dat het onderzoek zoals beschreven in artikel 4 en 5 door een externe partij wordt verricht.

  • 2.

    De opdrachtverlening aan een externe partij bevat in ieder geval de volgende onderwerpen:

    • a.

      De aanleiding;

    • b.

      Een duidelijk omschreven doelstelling;

    • c.

      De onderzoeksvragen;

    • d.

      De vermoedelijke duur van het onderzoek;

    • e.

      De informatieverstrekking;

    • f.

      De met het onderzoek gemoeide kosten;

    • g.

      Afspraken over het gebruik van de in te zetten onderzoeksmethoden;

    • h.

      Afspraken over het voorleggen van de bevindingen aan het betrokken raadslid en het vastleggen van diens reactie daarop;

    • i.

      Afspraken over vertrouwelijkheid van het onderzoeksrapport en de daaraan verbonden stukken;

    • j.

      Afspraken over eigendom van het onderzoeksrapport en de bevoegdheid tot gebruik daarvan in onder meer juridische procedures.

Artikel 7 Hoorplicht

  • 1.

    Gedurende het onderzoek worden het betrokken raadslid en eventuele andere betrokken personen gehoord.

  • 2.

    Het horen gebeurt door de burgemeester in aanwezigheid van de griffier, of door minimaal twee van de aangewezen personen zoals genoemd in artikel 4 lid 5, dan wel door de externe partij.

  • 3.

    Voordat het gesprek plaatsvindt, worden het betrokken raadslid en overige te horen personen op de hoogte gesteld van de aard en het doel van het gesprek en van het recht zich te laten bijstaan door een raadsman of belangenbehartiger.

  • 4.

    Van het horen wordt een verslag gemaakt, dat wordt voorgelegd aan betrokken personen voor akkoord of voor gezien.

Artikel 8 Onderzoeksrapport

  • 1.

    De burgemeester laat een onderzoeksrapport opstellen waarin alle bevindingen worden weergeven.

  • 2.

    In het onderzoeksrapport komen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde:

    • a.

      De aanleiding van het onderzoek en de onderzoeksopdracht met eventuele uitbreidingen, mocht dit tijdens het onderzoek noodzakelijk zijn gebleken;

    • b.

      De gebruikte onderzoeksmethoden, waarbij helder naar voren wordt gebracht wat de uitgangspunten voor het onderzoek geweest zijn en welke feiten en omstandigheden hierbij een rol hebben gespeeld;

    • c.

      Feitenrelaas bestaande uit bevindingen;

    • d.

      Toetsen feiten aan wet- en regelgeving

    • e.

      Conclusies

  • 3.

    In het onderzoeksrapport wordt geoordeeld of het betrokken raadslid de gedragscode heeft overtreden, en daarom al dan niet integer heeft gehandeld.

Artikel 9 Reactie van het betrokken raadslid op het onderzoeksrapport

  • 1.

    Het betrokken raadslid wordt in de gelegenheid gesteld zijn oordeel te vormen over de bevindingen van het onderzoek.

  • 2.

    Het betrokken raadslid kan gedurende een termijn van zeven werkdagen schriftelijk reageren op het onderzoeksrapport.

  • 3.

    De burgemeester kan deze termijn éénmaal verlengen met zeven werkdagen.

  • 4.

    De schriftelijke reactie van het betrokken raadslid wordt als bijlage bij het onderzoeksrapport gevoegd.

  • 5.

    Het betrokken raadslid heeft recht op inzage in de onderzoeksbevindingen tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten.

Artikel 10 Vervolg op onderzoeksrapport

  • 1.

    Op basis van het onderzoeksrapport besluit de burgemeester of er redenen zijn om aangifte te doen. Aangifte is soms een keuze en soms verplicht.

  • 2.

    Als uit het onderzoeksrapport blijkt dat geen sprake is van een integriteits-schending worden de personen die door het onderzoek al op de hoogte waren van de melding geïnformeerd over de uitkomst van het onderzoek.

  • 3.

    Als uit het onderzoeksrapport blijkt dat er sprake is van een integriteitsschending informeert de burgemeester de gemeenteraad per geheime raadsinformatiebrief.

  • 4.

    Mede op basis van het onderzoeksrapport, besluit de burgemeester of en op welke wijze het rapport gedeeld wordt met de gemeenteraad.

  • 5.

    De burgemeester besluit over woordvoering over en/of openbaarmaking van het onderzoeksrapport of een samenvatting hiervan.

Artikel 11 Nazorg

  • 1.

    Als uit het onderzoeksrapport blijkt dat er sprake is van een opzettelijk valse melding, dan kan de burgemeester een onderzoek instellen naar de melder. De artikelen 5 t/m 10 zijn van overeenkomstige toepassing op dit onderzoek.

  • 2.

    Jaarlijks brengt de burgemeester verslag uit aan de gemeenteraad over het aantal meldingen en uitgevoerde onderzoeken op het gebied van bestuurlijke integriteit.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Onderzoeksprotocol integriteit raadsleden Dordrecht 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025.

De griffier, De voorzitter,

A.E.T. Wepster, N. Mol

Naar boven