Gemeenteblad van Stein
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stein | Gemeenteblad 2026, 85779 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stein | Gemeenteblad 2026, 85779 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode voor de raadsleden van de gemeente Stein 2024
In Nederland is het thema integriteit de afgelopen jaren een steeds belangrijker onderdeel geworden van de maatschappelijke en politieke agenda. Integriteit van politieke ambtsdragers is van belang, omdat het iets zegt over de legitimiteit van besluitvorming. Daarmee is het een belangrijke factor in het vertrouwen dat inwoners hebben in het openbaar bestuur en de politiek.
Deze gedragscode is bestemd voor raadsleden en burgerleden. Daar waar in deze gedragscode wordt gesproken over raadsleden, worden dus ook burgerleden bedoeld. Het geeft duidelijkheid over wat de wet vraagt van raadsleden, is normstellend en ontlast de morele oordeelsvorming van individuen. Daarmee beoogt de code raadsleden te beschermen tegen onnodige misstappen of de schijn daarvan. Bovendien vormt het ons vertrekpunt voor hoe we met elkaar om willen gaan en hoe we de integriteit van de gemeenteraad als geheel en ons handelen als individueel raadslid kunnen waarborgen en versterken.
De Gemeentewet helpt ons in welke keuzes we maken, en tegelijkertijd zullen er situaties zijn waarin niet meteen duidelijk is hoe er gehandeld moet worden. Hoewel integer handelen in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van elk raadslid individueel is, is er daarom ook een gedeelde verantwoordelijkheid om situaties waar we over twijfelen aan elkaar te melden en hierover in gesprek gaan. Het elkaar aanspreken als het (voorgenomen) handelen van een ander vragen oproept hoort daar eveneens bij.
Afspraken over hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de regels uit deze gedragscode zijn separaat vastgelegd in het zogeheten ‘Protocol vermoeden integriteitsschendingen politiek ambtsdragers gemeente Stein’.
Het handelen van politieke ambtsdragers ligt onder een vergrootglas. Raadsleden worden bijvoorbeeld bevraagd over ontvangen giften, de (schijn van) bevoordeling van relaties of de nevenfuncties die zij vervullen. Met de toenemende zorgen over het vertrouwen in de (lokale) politiek is het des te belangrijker zorgvuldig om te gaan met dit thema. Het is ook in het belang van de politiek ambtsdrager zelf dat de keuzes die zij maken zo zorgvuldig mogelijk tot stand zijn gekomen en integer zijn. We willen dan ook voorkomen dat individuele politieke ambtsdragers – onterecht – beschadigd raken en dat er bij het sanctioneren geen verschil meer wordt gemaakt tussen een lichte overtreding en een ernstige schending. In het huidige klimaat kan immers enkel en alleen al de verdenking het einde van een politieke carrière betekenen.
Als gemeenteraad zetten we ons in voor het algemeen belang van de gemeente Stein, vanuit de kernwaarden betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid en verantwoording en respect. Vanuit deze kernwaarden geven we ons handelen vorm en proberen we de juiste keuzes te maken. Zo versterken we de geloofwaardigheid en legitimiteit van het openbaar bestuur.
Als raads- en burgerleden zetten we ons in voor het algemeen belang en voor de inwoners van gemeente Stein. Raadsleden gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van andere organisatie bij wie zij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Daarnaast gaan we als gemeenteraad actief en uit onszelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegen.
De wetgever schrijft voor dat raadsleden niet deelnemen aan de beraadslaging en stemming in de gemeenteraad over aangelegenheden die hen rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan of waarbij zij als vertegenwoordiger zijn betrokken (art. 28 Gemeentewet). Wanneer aangelegenheden ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan is niet altijd duidelijk. Onderstaand kader helpt ons in onze afwegingen daarbij:
|
Voorbeelden uit de praktijk: besluitvorming die ons persoonlijk aangaat Als raadslid en inwoner van gemeente Stein zullen we allemaal te maken krijgen met besluitvorming die ons persoonlijk aangaat. Zo kan het bijvoorbeeld gaan over aan te leggen speeltuinen in verschillende wijken. Dit is van invloed op alle raadsleden die in die wijken wonen. Betekent dat dat zij zich allemaal moeten onthouden van stemming en beraadslaging? Nee, in zo’n geval behartigen we niet ons persoonlijk belang bij de aanleg van de speeltuinen, maar komen we op voor het algemeen belang. Zoals eerder beschreven onthouden we ons van stemming en beraadslaging als het persoonlijk belang rechtstreeks is. Maar wanneer is dat zo? De volgende vragen kunnen helpen een antwoord te bepalen:
Zie bijlage voor meer praktijkdilemma’s op het thema van belangenverstrengeling. |
Daarnaast spreken we in gemeente Stein ook met elkaar af dat we als raadsleden onze substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen opgeven waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. We geven deze belangen op wanneer er sprake is van een aanmerkelijk belang. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden. De griffier van de raad draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van raadsleden.
Naast het raadslidmaatschap bekleden veel raadsleden nevenfuncties. We vinden het belangrijk dat raadsleden midden in de samenleving staan en horen en zien op deze manier wat er speelt onder de inwoners van Stein. De vervulling van nevenfuncties helpt daarbij en verbetert en versterkt de uitoefening van hun raadslidmaatschap. Tegelijkertijd levert het soms ook spanningen op. De Gemeentewet schrijft voor welke functies onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap en somt tevens op welke overeenkomsten en handelingen raadsleden niet aan mogen gaan (art. 13 & art. 15).
Daarnaast geldt dat voor de nevenfuncties die niet verboden zijn, het alsnog onwenselijk kan zijn om deze te vervullen. Die afweging of de nevenfunctie te combineren is met het raadslidmaatschap verschilt per geval. Om daar beter zicht op te krijgen, vinden we het als gemeenteraad in ieder geval belangrijk dat …
… de belangen van de nevenfunctie niet conflicteren met die van de gemeenteraad.
Hoe meer we het boegbeeld van de nevenorganisatie zijn en hoe meer we een beleidsbepalende rol hebben, hoe groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker deze kunnen voorkomen. Dit kan ertoe leiden dat de combinatie van zowel de nevenfunctie als het raadslidmaatschap praktisch onuitvoerbaar word, bijvoorbeeld omdat we ons zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming.
… de nevenfunctie niet op gespannen voet staat met de voorbeeldfunctie die raadsleden hebben en de uitoefening ervan het aanzien van het openbaar bestuur kan schaden.
Zo is een nevenfunctie waarbij (gemeentelijke) regels door bijvoorbeeld een club of vereniging worden overtreden, niet te combineren met het raadslidmaatschap;
Raadsleden maken altijd openbaar welke functies zij naast het raadslidmaatschap vervullen (art. 12 Gemeentewet). Op die manier wordt het mogelijk elkaar te waarschuwen voor kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de inwoner kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. De griffier van de raad draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van raadsleden. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn.
|
Voorbeelden uit de praktijk: combineren nevenfunctie en raadslidmaatschap Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap? Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. De functie moet wel worden gemeld en de griffier moet zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit. De raad is bezig met de beraadslaging over uitbreiding van voetbalvelden. Binnenkort wordt er in de vergadering over gestemd. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij deelnemen aan de beraadslaging en meestemmen? Wat als het over de Sportnota zou gaan? Artikel 28 van de Gemeentewet verbiedt het raadslid deel te nemen aan beraadslaging en besluitvorming. De club is een van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de beraadslaging en besluitvorming in de raad. Het raadslid kan hierover meedoen aan de beraadslaging en meestemmen. Zie bijlage voor meer praktijkdilemma’s op het thema van nevenfuncties. |
4. Aannemen van geschenken en uitnodigingen
Als gemeenteraad zijn we ons bewust van onze positie in de gemeenschap en onze rol als vertegenwoordigers van de gemeente. Dat betekent ook iets voor hoe we omgaan met het aannemen van geschenken en uitnodigingen. Het aannemen van geschenken, giften of uitnodigingen hoort soms bij het normale omgangsverkeer. Daarnaast kan het op uitnodiging aanwezig zijn bij evenementen en activiteiten binnen en buiten de gemeente ook een functie hebben, bijvoorbeeld om interesse te tonen in de samenleving of ons te laten informeren.
Tegelijkertijd geldt dat een raadslid zijn invloed en zijn stem niet mag laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld (art. 14 Gemeentewet). Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij het omkopen van een politieke ambtsdrager spreken we van corruptie. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om de politieke ambtsdrager te helpen om actief de (schijn van) corruptie te voorkomen. Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden en een afhankelijkheid of dankbaarheid te creëren. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen verder ook de schijn daarvan opwekken.
Als raadsleden maken we keer op keer een afweging in het licht van deze twee uitgangspunten voor hoe om te gaan met het aannemen van uitnodigingen, giften of geschenken. Daarbij geldt in ieder geval dat we transparant zijn over de evenementen die we bezoeken of de geschenken die we ontvangen.
Uitnodigingen nemen we alleen aan als er een bepaald nut is voor de gemeente en ons raadswerk. Dat kan bijvoorbeeld zijn het tonen van interesse in de samenleving of het ons laten informeren, zoals eerder benoemd. Verder kan het vertegenwoordigen van de gemeente of het onderhouden van het netwerk functioneel zijn. De verplichting actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen zonder dat aanwezigheid als functioneel beschouwd kan worden, waar mogelijk moet worden vermeden Wanneer we onze partner meenemen, betalen we zelf de kosten voor een extra kaartje. Ook waken we ervoor dat het te vaak ingaan op een uitnodiging van dezelfde organisatie onze onafhankelijkheid in het geding kan brengen.
Voor het aannemen van giften en geschenken is het relevant of de waarde ervan in verhouding staat tot de reden van het aanbieden. Dit betekent dat kleine attenties acceptabel kunnen zijn, zoals een bos bloemen of een fles wijn. Is het niet proportioneel, dan nemen we het geschenk niet aan, geven we het terug of wordt het eigendom van de gemeente. Geschenken die we op ons thuisadres ontvangen, accepteren we nooit. In het geval we een functionele uitnodiging ontvangen op ons thuisadres, maken we bespreekbaar of we deze kunnen aanvaarden. De griffier draagt zorg voor de registratie van giften die we aannemen en hun eventuele gemeentelijke bestemming, tenzij het een incidentele, kleine attentie betreft.
Verder geldt zowel voor uitnodigingen als geschenken dat de bedoeling van de gever en de timing meewegen in het al dan niet accepteren. Een uitnodiging, gift of geschenk kan nooit een tegenpresentatie zijn voor een positieve beslissing voor de gever. Ook als het deze indruk kan wekken, weigeren we de uitnodiging of het geschenk. Hetzelfde geldt daarbij voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter alle schijn in deze gevallen te vermijden. Hoge uitzonderingen zijn mogelijk, waarbij dergelijke uitnodigingen dienen te worden besproken in het seniorenconvent. De uitnodiging mag alleen geaccepteerd worden als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van corruptie minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.
|
Raadsleden krijgen van een theater in Maastricht een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Nee, het aannemen van de kaart, is in overtreding met de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van Stein en staat niet in verhouding met het beoogde doel. Alleen de raadsleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding met de gedragscode. Het is 'om te weten hoe het reilt en zeilt' bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich in dit geval op een andere manier op de hoogte stellen omtrent specifiek het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd. Zie bijlage voor meer praktijkdilemma’s op het thema van aannemen geschenken en uitnodigingen. |
5. Het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Raadsleden krijgen voor hun raadswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen (zoals de fractievergoeding) van de gemeente. Raadsleden beschikken veelal over voorzieningen als fractiekamer, laptop, tablet en dergelijke die voor hun raadswerk ter beschikking zijn gesteld. Als uitgangspunt hanteren we dat de faciliteiten te allen tijde beschikbaar blijven voor het doel waarvoor ze ter beschikking zijn gesteld en er zorgvuldig en zuinig mee wordt omgegaan. We gebruiken faciliteiten nooit voor zaken die de gemeente in een kwaad daglicht stellen. Binnen vastgestelde kaders is het gebruik van gemeentelijke faciliteiten voor privédoeleinden mogelijk.
Altijd geldt dat een raadslid zich houdt aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen, interne voorzieningen van algemene aard (fractiekamers, computerapparatuur en dergelijke), onkostenvergoedingen en declaratie, conform de Verordening Rechtspositie Raads- en Commissieleden Gemeente Stein 2019.
|
Het is campagnetijd. U staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis vermenigvuldigt u duizend flyers en tweehonderd exemplaren van uw verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit? Nee. Dit is in overtreding met de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers. Zie bijlage voor meer praktijkdilemma’s op dit thema. |
Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de inwoner er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De inwoner heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Als gemeenteraad vinden we het belangrijk om transparant te zijn richting elkaar en richting de inwoners van Stein. Volgens artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo) is het uitgangspunt dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende belangen zijn om informatie geheim te houden. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Binnen de kaders van de Gemeentewet en de Woo betrachten we als raadsleden maximale openheid ten aanzien van onze eigen beslissingen en beweegredenen daarvoor.
Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van inwoners, tot het onterecht toebrengen van schade aan inwoners en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college en de raad dienen prudent om te gaan met het geheim verklaren van stukken. Wanneer we als raadsleden beschikking krijgen over gegevens waarvan we het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn we verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet ons tot mededeling verplicht. Als we het vermoeden hebben dat iemand geheime informatie deelt, spreken we diegene daar zo snel mogelijk op aan. We melden de situatie in ieder geval ook zelf bij de burgemeester en griffier of gemeentesecretaris. Als er inderdaad sprake is van het lekken van geheime informatie of een redelijk vermoeden daarvan doet de burgemeester aangifte.
Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop raadsleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar inwoners niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een informele vergadering is besproken. Ook komt het voor dat er tussen het college en de gemeenteraad vertrouwelijk informatie gedeeld. Omdat vertrouwelijke informatie geen wettelijk status kent, is de vertrouwensband tussen college en raad des te belangrijker. Wanneer we dergelijke informatie ontvangen van het college, mogen zij ervan uitgaan dat wij daar zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd mag de raad ook van het college verwachten dat alle relevante informatie met ons wordt gedeeld.
Raadsleden zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn. In alle gevallen geldt dat we prudent omgaan met mondelinge en schriftelijke informatie die we ontvangen. Dat betekent dat we informatie niet openbaar maken of doorgeven aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren we hier eerst naar.
|
De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren en de raad heeft dit bekrachtigd. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. 'Alles ligt toch al op straat'. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken? Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), of de raad kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht wat zelfs strafbaar kan zijn. Een raadslid plaats het volgende bericht op sociale media: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk’… Mag het raadslid dit doen? Niet doen. Mondelinge informatie die in een besloten vergadering aan de orde komt is van rechtswege geheim. Een bericht zoals deze is dus een overtreding van de wet en de gedragscode. Zie bijlage voor meer praktijkdilemma’s op dit thema. |
Raadsleden gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Elk raadslid, elke collegelid en elke ambtenaar is een medemens en mede-inwoner. Op basis daarvan verdient iedereen respect. We onthouden ons als raadsleden in het openbaar – dus ook tijdens commissie- en raadsvergaderingen – van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.
Dat betekent dat raadsleden elkaar, collegeleden, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze bejegenen in woord, gebaar en geschrift. Ook geldt dit voor hoe we met elkaar omgaan op sociale media. Uitgangspunt is daarbij dat we goed nadenken voordat we iets online plaatsen en dat we bewustzijn van onze voorbeeldfunctie als raadslid. Een afweging daarbij is altijd in welke mate berichten op sociale media negatief kunnen afstralen op de gemeente. Tot slot, raadsleden houden zich tijdens de commissie- en raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.
|
Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek wordt allengs een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: “Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Stein ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!” Is dit aanvaardbaar gedrag? Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van de gedragscode. Een collega raadslid diskwalificeren op deze manier in het openbaar, is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang. Zie bijlage voor meer praktijkdilemma’s op dit thema. |
8. Evaluatie en handhaving van de gedragscode
De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de gemeenteraad en de wethouders en burgemeester. Naast het vaststellen van de gedragscodes is het van groot belang dat erop wordt toegezien dat deze daadwerkelijk worden nageleefd. Iedereen heeft daartoe een individuele verantwoordelijkheid. De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de eigen gedragscode van de raad naleven. De burgemeester en griffier ondersteunen de raad hierbij.
In de gedragscodes zijn immers de regels voor politieke ambtsdragers opgenomen die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Als politieke ambtsdragers zich niet aan deze regels houden, komen we daarmee als het ware onder het morele minimum dat we met elkaar hebben afgesproken. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.
Het seniorenconvent houdt minstens één keer per bestuursperiode op initiatief van de burgemeester de tekst van de gedragscodes tegen het licht: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op deze manier blijft de gedragscode een levend document.
Voorbeelden belangenverstrengeling en nevenfuncties
Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier?
Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden verder dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid/de voorzitter van de voetbalclub mag van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de inwoner niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven.
Als het raadslid/de voorzitter tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de inwoner te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen?
Nee, ook dan mag hij op grond van de Gemeentewet niet meestemmen. Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof hij in het belang van de stad (en niet van de club) zou stemmen, maar hij doet dat feitelijk niet. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie.
De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetclub X. Mag het raadslid meestemmen?
Een raadslid is tevens zzp’er. Hij verzorgt als trainer onder meer trainingen 'De klant is koning'. De afdeling Inwonerzaken van de gemeente Stein vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Inwonerzaken. Mag hij de opdracht aannemen?
Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet zou zijn.
En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn eenmansbedrijf doet?
En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen?
Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst. Of daar wel of niet voor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de inwoner op straat’) niet zichtbaar en kan om die reden toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen van de opdracht is een overtreding van de gemeentewet.
Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training 'De klant is koning' te verzorgen voor de medewerkers van Inwonerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid/tevens zzp’er de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen?
Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?
Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever.
Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in zijn andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier.
Oefeningen aannemen geschenken en uitnodigingen
De gemeente Stein subsidieert een jaarlijks wielerevenement met het oog op haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk inwoners in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze in Limburg populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie 30 vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit?
Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft.
De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente 30 vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen?
Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter. Om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om een en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een kleine versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit ook. Wanneer het niet duidelijk is of partners welkom zijn, dan kunnen partners meekomen maar dienen ze zelf een kaartje aan te schaffen.
Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie wordt opgeroepen.
Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop krijgt hij een bos bloemen. Mag hij die aannemen?
Let op: Oefening 2 komt regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, presse papiers, koffiemokken en andere typen geschenken uit de categorie 'bagatel- giften'. In veel van dergelijke situaties is het redelijk om de geschenken aan te nemen, en zou de gever in verlegenheid worden gebracht als dat niet werd gedaan.
De raad krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met Steinse ondernemers. Mag de raad de uitnodiging accepteren?
Ja, de raadsleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het raadswerk dat de raadsleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden raadsleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de gedragscode op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan worden, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat de raad zich hiervan rekenschap geeft.
Het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Een raadslid gaat met de trein naar een partijbijeenkomst van zijn politieke partij. Mag hij het treinkaartje vergoed krijgen uit het fractiebudget?
Nee, het declareren bij de fractie is in overtreding met de gedragscode. Hoewel het van belang is voor het raadswerk dat een raadslid op de hoogte is van de standpunten van zijn partij, wordt het bijwonen van partijbijeenkomsten niet gezien als raadswerk voor de gemeente. Het fractiebudget is bedoeld voor het tegemoetkomen in de kosten die nauw verbonden zijn met het raadswerk voor de gemeente Stein
Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij dit waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. Zijn zus wil graag wonen in dat gebied. Mag hij zijn zus waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?
Nee, het waarschuwen van zijn zus is in overtreding met de gedragscode. Deze inschatting kan alleen gemaakt worden door een persoon die veel voorkennis heeft. Dit raadslid heeft beschikking over informatie die andere inwoners niet hebben wat hem een informatie- voorsprong geeft. Dit aanwenden ten bate van zijn zus is dus in overtreding met de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.
Een raadslid stelt in de commissie keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hij vraagt meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Maar daar neemt deze politieke ambtsdrager geen genoegen mee. ‘Je maakt je ervan af!’, zegt hij geërgerd tegen de wethouder, waarna hij opnieuw aanvullende verzoeken doet voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen. Is deze politieke ambtsdrager in overtreding met de gedragscode?
Het uitgangspunt is dat raadsleden informatie mogen vragen en dat het college deze dient te verstrekken. Daar zit een grens aan. De wet stelt als grens dat het gaat om inlichtingen die de raad voor zijn taak nodig heeft. Daarbij komt dat de ambtelijke organisatie beperkt capaciteit heeft en dat van raadsleden niet wordt verwacht dat zij het werk van ambtenaren en college opnieuw doen. Wanneer het college aan zijn informatieplicht heeft voldaan en het raadslid is niet tevreden, dan kan hij het verschil van mening voorleggen aan een commissie uit de raad.
Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar open liggen, en de winkeliers zijn boos. “Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!”. In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt een van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de Wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag?
Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met de gedragscode. In besloten vorm moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan hij zich het beste wenden tot de griffier of de wethouder. In de raad kan hij overigens wel melden dat hij zorgen heeft geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-85779.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.