Gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente Stein 2024

 

1. Inleiding

In Nederland is het thema integriteit de afgelopen jaren een steeds belangrijker onderdeel geworden van de maatschappelijke en politieke agenda. Integriteit van politieke ambtsdragers is van belang, omdat het iets zegt over de legitimiteit van besluitvorming. Daarmee is het een belangrijke factor in het vertrouwen dat inwoners hebben in het openbaar bestuur en de politiek.

 

Deze gedragscode is bestemd voor de wethouders en de burgemeester van gemeente Stein (hierna: collegeleden). Het geeft duidelijkheid over wat de wet vraagt van collegeleden, is normstellend en ontlast de morele oordeelsvorming van individuen. Daarmee beoogt de code collegeleden te beschermen tegen onnodige misstappen of de schijn daarvan. Bovendien vormt het ons vertrekpunt voor hoe we met elkaar om willen gaan en hoe we de integriteit van het gemeentebestuur als geheel en ons handelen als individueel collegelid kunnen waarborgen en versterken.

 

De Gemeentewet helpt ons in welke keuzes we maken, en tegelijkertijd zullen er situaties zijn waarin niet meteen duidelijk is hoe er gehandeld moet worden. Hoewel integer handelen in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van elk collegelid individueel is, is er daarom ook een gedeelde verantwoordelijkheid om situaties waar we over twijfelen aan elkaar te melden en hierover in gesprek gaan. Het elkaar aanspreken als het (voorgenomen) handelen van een ander vragen oproept hoort daar eveneens bij.

 

Afspraken over hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de regels uit deze gedragscode zijn separaat vastgelegd in het zogeheten ‘Protocol vermoeden integriteitsschendingen politiek ambtsdragers gemeente Stein’.

 

Over integriteit

Het handelen van politieke ambtsdragers ligt onder een vergrootglas. Collegeleden worden bijvoorbeeld bevraagd over hun declaratiegedrag, de (schijn van) bevoordeling van relaties of de nevenfuncties die zij vervullen. Met de toenemende zorgen over het vertrouwen in de (lokale) politiek is het des te belangrijker zorgvuldig om te gaan met dit thema. Het is ook in het belang van de politiek ambtsdrager zelf dat de keuzes die zij maken zo zorgvuldig mogelijk tot stand zijn gekomen en integer zijn. We willen dan ook voorkomen dat individuele politieke ambtsdragers – onterecht – beschadigd raken en dat er bij het sanctioneren geen verschil meer wordt gemaakt tussen een lichte overtreding en een ernstige schending. In het huidige klimaat kan immers enkel en alleen al de verdenking het einde van een politieke carrière betekenen.

 

Als college zetten we ons in voor het algemeen belang van de gemeente Stein, vanuit de kernwaarden betrouwbaarheid, (on)afhankelijkheid, verantwoordelijkheid en verantwoording en respect. Vanuit deze kernwaarden geven we ons handelen vorm en proberen we de juiste keuzes te maken. Zo versterken we de geloofwaardigheid en legitimiteit van het openbaar bestuur.

 

  • Betrouwbaarheid

    Als college moet we van elkaar op aan kunnen. Elkaar vertrouwen in de persoonlijke en professionele informatie die we delen hoort daar bij . Wanneer we van elkaars betrouwbaarheid kunnen uitgaan, is het makkelijker om ons kwetsbaar op te stellen en het gesprek te voeren over integriteit.

  • (On)afhankelijkheid

    We gaan er vanuit dat we onafhankelijk handelen en vanuit de keuzes die voor liggen de juiste keuze maken voor het algemeen belang. Tegelijkertijd erkennen we ook onze afhankelijkheid naar elkaar en zijn we bewust van het feit dat we doen afstraalt op de rest van het college en de gemeente.

  • Verantwoordelijkheid & verantwoording

    Als college nemen we onze verantwoordelijkheid in het goed en zorgvuldig omgaan met gemeenschapsgeld en het werken voor de publieke zaak. Ons handelen is altijd uitlegbaar en we zorgen er bewust en actief voor dat we transparant zijn en ons handelen navolgbaar is.

  • Respect

    We vinden het van belang dat we alles tegen elkaar kunnen zeggen, maar altijd respectvol met elkaar omgaan. Dat betekent dat het op inhoud hard-tegen-hard kan gaan, maar dat we niet op de persoon spelen.

2. Belangenverstrengeling

Als collegeleden zetten we ons in voor het algemeen belang en voor de inwoners van gemeente Stein. Collegeleden gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van andere organisatie bij wie zij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Daarnaast gaan we als college actief en uit onszelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegen.

 

We zijn daarnaast als collegeleden niet bij zaken betrokken wij zaken die ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan. Het gaat dan om zaken waarbij collegeleden vanuit hun netwerk, hun financiële belangen of vanuit hun nevenfunctie dermate betrokken zijn dat (de schijn van) belangenverstrengeling aan de orde is of kan komen. Collegeleden hebben een beleidsbepalende invloed, al helemaal als het issue gaat over de eigen portefeuille. Hier is dus snel de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Of er sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling, is dus erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Wanneer dit het geval is, is niet altijd direct duidelijk. Onderstaand kader helpt ons in onze afwegingen daarbij.

 

Als er sprake is een persoonlijk belang maken we hier afspraken over bij de portefeuilleverdeling. Bovendien, zoals de wetgever voorschrijft nemen we dan ook niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming in het college over deze dossiers (art. 58 Gemeentewet).

 

Voorbeeld uit de praktijk: besluitvorming die ons persoonlijk aangaat

 

Als collegelid en inwoner van gemeente Stein zullen we allemaal te maken krijgen met besluitvorming die ons persoonlijk aangaat. Zo kan het bijvoorbeeld gaan over aan te leggen speeltuinen in verschillende wijken. Dit is van invloed op alle collegeleden die in die wijken wonen. Betekent dat dat zij zich allemaal moeten onthouden van stemming en beraadslaging? Nee, in zo’n geval behartigen we niet ons persoonlijk belang bij de aanleg van de speeltuinen, maar komen we op voor het algemeen belang.

 

Zoals eerder beschreven onthouden we ons van stemming en beraadslaging als het persoonlijk belang rechtstreeks is. Maar wanneer is dat zo? De volgende vragen kunnen helpen een antwoord te bepalen:

 

  • Wat is de reikwijdte van het besluit? Gaat het over alle wijken in gemeente Stein of richt het besluit zich alleen op jouw eigen buurt of zelfs straat? In het eerste geval komen we op voor het algemeen belang. In het tweede geval zal (de schijn van) belangenverstrengeling mogelijk eerder optreden.

  • Hoe nauw is de privé-betrokkenheid bij het dossier? Als wethouder meebeslissen over een dossier waar je in privé je actief voor inzet of over uitspreekt, creëert snel persoonlijk belang en wekt de schijn van belangenverstrengeling.

  • Is er sprake van (beleids)bepalende invloed in het privédossier? Een voorbeeld hiervan is dat een bewoner van de wijk waarin de speeltuin wordt aangelegd in het college mee kan praten en -stemmen over deze aanleg, maar dat dit niet verstandig is als het collegelid ook voorzitter van de buurtvereniging is.

 

Daarnaast spreken we in gemeente Stein ook met elkaar af dat we als collegeleden onze substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen opgeven waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden. De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van collegeleden.

3. Nevenfuncties

Collegeleden vervullen naast hun ambt soms nevenfuncties. De Gemeentewet stelt dat wethouders geen nevenfuncties uitoefenen waarbij de uitoefening ongewenst is met oog op een goede vervulling van het wethouderschap (art. 41b). Als college in Stein vinden we het belangrijk dat we ons bewust zijn van het feit dat we als uitvoerend bestuursorgaan dicht bij organisaties kunnen zitten en we besluiten nemen die grote impact op hen hebben. We zijn dan ook kritisch op welke nevenfuncties we vervullen. Wat ongewenst is, is echter niet altijd duidelijk. Om daar beter zicht op te krijgen, vinden we het als college in ieder geval belangrijk dat …

 

  • … de belangen van de nevenfunctie niet conflicteren met die van het ambt. Hoe meer we het boegbeeld van de nevenorganisatie zijn en hoe meer we een beleidsbepalende rol hebben, hoe groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker deze kunnen voorkomen. Dit kan ertoe leiden dat de combinatie van zowel de nevenfunctie als het wethouderschap praktisch onuitvoerbaar word, bijvoorbeeld omdat we ons zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming;

  • … de nevenfunctie niet op gespannen voet staat met de voorbeeldfunctie die collegeleden - als vertegenwoordiger van de gemeente - hebben.

  • … de nevenfunctie niet te veel tijd vraagt. We willen voorkomen dat dat we als collegelid dusdanig veel tijd aan de nevenfunctie(s) kwijt zijn, dat er onvoldoende tijd overblijft om het wethoudersambt goed te kunnen vervullen (rekening houdende met de omvang van onze aanstelling);

  • … de nevenfunctie niet een te hoge mate van zichtbaarheid en activiteit vraagt van het collegelid;

In algemene zin moet een nevenfunctie die we vervullen nooit het aanzien van het openbaar bestuur schaden. Deze afwegingen zijn niet altijd even eenvoudig te maken, en daarom vinden we het van belang dat we zorg dragen voor elkaar en open met elkaar het gesprek voeren over het aangaan van nevenfuncties. Daarnaast schrijft de wet voor welke functies onverenigbaar zijn met het wethouderschap en somt tevens op welke overeenkomsten en handelingen collegeleden niet aan mogen gaan (art. 13 & art. 15 Gemeentewet). Uiteraard vervullen we als collegeleden ook nevenfuncties uit hoofd van het ambt, de zogeheten qualitate qua-functies. Bovenstaande overwegingen gaan daar niet voor op.

 

Tot slot, collegeleden maken altijd openbaar welke functies zij naast het ambt vervullen (art. 12 Gemeentewet). Op die manier wordt het mogelijk elkaar te waarschuwen voor kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de inwoner kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. P&O draagt zorg voor de registratie van nevenfuncties. Deze lijst wordt tweemaal per jaar geactualiseerd. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn.

 

Voorbeeld uit de praktijk: combineren nevenfunctie en wethouderschap

 

Een wethouder is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag de wethouder zijn wethouderschap combineren met dit voorzitterschap?

 

Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Bovenstaande overwegingen maken het onwenselijk om deze functie als wethouder uit te voeren. Zo heb je als voorzitter van de voetbalvereniging een hoge mate van zichtbaarheid en treed je op als boegbeeld van de vereniging. Conflicterende belangen, zoals besluiten over de uitbreiding van voetbalvelden

4. Aannemen van geschenken en uitnodigingen

Als college zijn we ons bewust van onze positie in de gemeenschap en onze rol als vertegenwoordigers van de gemeente. Dat betekent ook iets voor hoe we omgaan met het aannemen van geschenken en uitnodigingen. Aan aannemen van geschenken, giften of uitnodigingen hoort soms bij het normale omgangsverkeer. Daarnaast kan het op uitnodiging aanwezig zijn bij evenementen en activiteiten binnen en buiten de gemeente ook een functie hebben, bijvoorbeeld om de gemeente te vertegenwoordigen of om ons te laten informeren.

 

Tegelijkertijd geldt dat een collegelid zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld (art. 41a Gemeentewet). Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij het omkopen van een collegelid spreken we van corruptie. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden en een afhankelijkheid of dankbaarheid te creëren. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen verder ook de schijn daarvan opwekken.

 

Als collegeleden maken we keer op keer een afweging in het licht van deze twee uitgangspunten voor hoe om te gaan met het aannemen van uitnodigingen, giften of geschenken. Zorgvuldigheid staat daarbij voorop. We bespreken daarom als college wekelijks alle geschenken, giften en uitnodigingen, inclusief eventuele aangeboden diensten of faciliteiten.

 

Uitnodigingen nemen we alleen aan als er een bepaald nut is voor de gemeente en ons werk als college. Dat kan bijvoorbeeld zijn het vertegenwoordigen van de gemeente of het ons laten informeren, zoals eerder benoemd. Verder kan het onderhouden van het netwerk of aanwezigheid die samenhangt met protocollaire taken functioneel zijn. Ook waken we ervoor dat het te vaak ingaan op een uitnodiging van dezelfde organisatie onze onafhankelijkheid in het geding kan brengen.

 

Voor het aannemen van giften en geschenken is het relevant of de waarde ervan in verhouding staat tot de reden van het aanbieden. Dit betekent dat kleine attenties, zoals een bos bloemen of een fles wijn, acceptabel kunnen zijn. Is het niet proportioneel, dan nemen we het geschenk niet aan, geven we het terug of het wordt eigendom van de gemeente. Geschenken of uitnodigingen die we op ons thuisadres ontvangen, accepteren we nooit. De gemeentesecretaris draagt zorg voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.

 

Verder geldt zowel voor uitnodigingen als geschenken dat de bedoeling van de gever en de timing meewegen in het al dan niet accepteren. Een uitnodiging, gift of geschenk kan nooit een tegenpresentatie zijn voor een positieve beslissing voor de gever. Ook als het deze indruk kan wekken, weigeren we de uitnodiging of het geschenk. Hetzelfde geldt daarbij voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter alle schijn in deze gevallen te vermijden. Hoge uitzonderingen zijn mogelijk, waarbij dergelijke uitnodigingen dienen te worden besproken binnen het college. De uitnodiging mag alleen geaccepteerd worden als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van corruptie minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.

 

Voorbeelden uit de praktijk

 

Collegeleden krijgen van een theater in Maastricht een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd?

 

Nee, het aannemen van de kaart staat niet in verhouding tot het beoogde doel.

 

Vorig jaar is het theater in Stein vernieuwd. Collegeleden krijgen een uitnodiging aangeboden voor een theatervoorstelling in het nieuwe gebouw. Ga je in op deze uitnodiging? Mag je partner mee naar deze voorstelling?

 

Het ingaan op de uitnodiging is duidelijk functioneel: een formele vertegenwoordiging van de gemeente is van belang. Als de partner expliciet op de uitnodiging is meegevraagd, dan kan hij of zij worden meegenomen. Wanneer dit niet geëxpliciteerd is, betalen we zelf een apart kaartje voor onze partner.

5. Het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Collegeleden krijgen voor hun werk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Collegeleden beschikken veelal over voorzieningen als een werkkamer, laptop, tablet en dergelijke die voor hun werk ter beschikking zijn gesteld. Als uitgangspunt hanteren we dat de faciliteiten te allen tijde beschikbaar blijven voor het doel waarvoor ze ter beschikking zijn gesteld en dat er zorgvuldig en zuinig mee wordt omgegaan. We gebruiken faciliteiten nooit voor zaken die de gemeente in een kwaad daglicht stellen. Binnen vastgestelde kaders, zoals de werkkostenregeling, is het gebruik van gemeentelijke faciliteiten voor privédoeleinden mogelijk.

 

Altijd geldt dat een collegelid zich houdt aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen, interne voorzieningen van algemene aard (werkkamers, computerapparatuur en dergelijke), onkostenvergoedingen en declaraties.

 

Voorbeelden uit de praktijk

 

Het is campagnetijd. U staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis vermenigvuldigt u duizend flyers en tweehonderd exemplaren van uw verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit?

 

Nee. Dit is in overtreding met de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers.

6. Omgang met informatie

Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de inwoner er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De inwoner heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Als college vinden we het belangrijk om transparant te zijn richting elkaar, richting de gemeenteraad en richting de inwoners van Stein. Volgens artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo) is het uitgangspunt dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende belangen zijn om informatie geheim te houden. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Binnen de kaders van de Gemeentewet en de Woo betrachten we als collegeleden maximale openheid ten aanzien van onze eigen beslissingen en beweegredenen daarvoor.

 

Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van inwoners, tot het onterecht toebrengen van schade aan inwoners en/of schaden van het algemeen belang van de gemeente. Het college en de raad dienen prudent om te gaan met het geheim verklaren van stukken. Wanneer we als collegeleden beschikking krijgen over gegevens waarvan we het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn we verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet ons tot mededeling verplicht. Als we het vermoeden hebben dat iemand geheime informatie deelt, spreken we diegene daar zo snel mogelijk op aan. We melden de situatie in ieder geval ook zelf bij de burgemeester en griffier of gemeentesecretaris. Als er inderdaad sprake is van het lekken van geheime informatie of een redelijk vermoeden daarvan doet de burgemeester aangifte.

 

Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop collegeleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar inwoners niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een informele vergadering is besproken. Ook komt het voor dat er tussen het college en de gemeenteraad vertrouwelijk informatie gedeeld. Omdat vertrouwelijke informatie geen wettelijk status kent, is de vertrouwensband tussen college en raad des te belangrijker. Wanneer we dergelijke informatie delen met de gemeenteraad, mogen we ervan uitgaan dat zij daar zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd mag de raad ook van het college verwachten dat alle relevante informatie met hen wordt gedeeld.

 

Collegeleden zorgen ervoor dat zij dergelijke vertrouwelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn. In alle gevallen geldt dat we prudent omgaan met mondelinge en schriftelijke informatie die we ontvangen. Dat betekent dat we informatie niet openbaar maken of doorgeven aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren we hier eerst naar.

 

Voorbeelden uit de praktijk

 

De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren en de raad heeft die geheimhouding niet opgeheven. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raads- of collegeleden gepraat wordt met journalisten. Een collegelid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. 'Alles ligt toch al op straat'. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken?

 

Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), of de raad kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht wat zelfs strafbaar kan zijn.

 

Een collegelid plaats het volgende bericht op sociale media: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk’… Mag het collegelid dit doen?

 

Niet doen. Mondelinge informatie die in een besloten vergadering aan de orde komt is van rechtswege geheim. Een bericht zoals deze is dus een overtreding van de wet en de gedragscode.

7. Omgangsvormen

Collegeleden gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Elk collegelid, elke raadslid en elke ambtenaar is een medemens en mede-inwoner. Op basis daarvan verdient ieder iedereen respect. We onthouden ons als collegeleden in het openbaar – dus ook tijdens commissie- en raadsvergaderingen – van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.

 

Dat betekent dat collegeleden elkaar, raadsleden, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze bejegenen in woord, gebaar en geschrift. Ook geldt dit voor hoe we met elkaar omgaan op sociale media. Uitgangspunt is daarbij dat we goed nadenken voordat we iets online plaatsen en bewust zijn van onze voorbeeldfunctie als collegelid. Een afweging daarbij is altijd in welke mate berichten op sociale media negatief kunnen afstralen op de gemeente.

 

Tot slot, collegeleden houden zich tijdens de commissie- en raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

 

Voorbeelden uit de praktijk

 

Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee collegeleden in gesprek. Het gesprek wordt allengs een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen een collegelid tegen een raadslid schreeuwen: “Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Stein ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!” Is dit aanvaardbaar gedrag?

 

Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van de gedragscode. Een raadslid diskwalificeren op deze manier in het openbaar, is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het collegelid zegt, is hierbij mede van belang.

8. Evaluatie en handhaving van de gedragscode

De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de gemeenteraad en de wethouders en de burgemeester. Naast het vaststellen van de gedragscodes is het van groot belang dat erop wordt toegezien dat deze daadwerkelijk worden nageleefd. Iedereen heeft daartoe een individuele verantwoordelijkheid. Het college ziet erop toe dat zij hun eigen gedragscode naleven. De burgemeester en gemeentesecretaris ondersteunen het college hierbij.

 

In de gedragscodes zijn immers de regels voor politieke ambtsdragers opgenomen die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Als politieke ambtsdragers zich niet aan deze regels houden, komen we daarmee als het ware onder het morele minimum dat we met elkaar hebben afgesproken. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.

 

In voor- en samenspraak met de gemeenteraad houdt de burgemeester minstens één keer per bestuursperiode in samenspraak met de andere leden van het college van B&W de tekst van deze gedragscode tegen het licht: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op deze manier blijft de gedragscode een levend document. Over de herijking koppelt de burgemeester terug aan de gemeenteraad.

Naar boven