Gemeenteblad van Stein
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stein | Gemeenteblad 2026, 85628 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stein | Gemeenteblad 2026, 85628 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente Stein 2024
In Nederland is het thema integriteit de afgelopen jaren een steeds belangrijker onderdeel geworden van de maatschappelijke en politieke agenda. Integriteit van politieke ambtsdragers is van belang, omdat het iets zegt over de legitimiteit van besluitvorming. Daarmee is het een belangrijke factor in het vertrouwen dat inwoners hebben in het openbaar bestuur en de politiek.
Deze gedragscode is bestemd voor de wethouders en de burgemeester van gemeente Stein (hierna: collegeleden). Het geeft duidelijkheid over wat de wet vraagt van collegeleden, is normstellend en ontlast de morele oordeelsvorming van individuen. Daarmee beoogt de code collegeleden te beschermen tegen onnodige misstappen of de schijn daarvan. Bovendien vormt het ons vertrekpunt voor hoe we met elkaar om willen gaan en hoe we de integriteit van het gemeentebestuur als geheel en ons handelen als individueel collegelid kunnen waarborgen en versterken.
De Gemeentewet helpt ons in welke keuzes we maken, en tegelijkertijd zullen er situaties zijn waarin niet meteen duidelijk is hoe er gehandeld moet worden. Hoewel integer handelen in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van elk collegelid individueel is, is er daarom ook een gedeelde verantwoordelijkheid om situaties waar we over twijfelen aan elkaar te melden en hierover in gesprek gaan. Het elkaar aanspreken als het (voorgenomen) handelen van een ander vragen oproept hoort daar eveneens bij.
Afspraken over hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de regels uit deze gedragscode zijn separaat vastgelegd in het zogeheten ‘Protocol vermoeden integriteitsschendingen politiek ambtsdragers gemeente Stein’.
Het handelen van politieke ambtsdragers ligt onder een vergrootglas. Collegeleden worden bijvoorbeeld bevraagd over hun declaratiegedrag, de (schijn van) bevoordeling van relaties of de nevenfuncties die zij vervullen. Met de toenemende zorgen over het vertrouwen in de (lokale) politiek is het des te belangrijker zorgvuldig om te gaan met dit thema. Het is ook in het belang van de politiek ambtsdrager zelf dat de keuzes die zij maken zo zorgvuldig mogelijk tot stand zijn gekomen en integer zijn. We willen dan ook voorkomen dat individuele politieke ambtsdragers – onterecht – beschadigd raken en dat er bij het sanctioneren geen verschil meer wordt gemaakt tussen een lichte overtreding en een ernstige schending. In het huidige klimaat kan immers enkel en alleen al de verdenking het einde van een politieke carrière betekenen.
Als college zetten we ons in voor het algemeen belang van de gemeente Stein, vanuit de kernwaarden betrouwbaarheid, (on)afhankelijkheid, verantwoordelijkheid en verantwoording en respect. Vanuit deze kernwaarden geven we ons handelen vorm en proberen we de juiste keuzes te maken. Zo versterken we de geloofwaardigheid en legitimiteit van het openbaar bestuur.
Verantwoordelijkheid & verantwoording
Als college nemen we onze verantwoordelijkheid in het goed en zorgvuldig omgaan met gemeenschapsgeld en het werken voor de publieke zaak. Ons handelen is altijd uitlegbaar en we zorgen er bewust en actief voor dat we transparant zijn en ons handelen navolgbaar is.
Als collegeleden zetten we ons in voor het algemeen belang en voor de inwoners van gemeente Stein. Collegeleden gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van andere organisatie bij wie zij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Daarnaast gaan we als college actief en uit onszelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegen.
We zijn daarnaast als collegeleden niet bij zaken betrokken wij zaken die ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan. Het gaat dan om zaken waarbij collegeleden vanuit hun netwerk, hun financiële belangen of vanuit hun nevenfunctie dermate betrokken zijn dat (de schijn van) belangenverstrengeling aan de orde is of kan komen. Collegeleden hebben een beleidsbepalende invloed, al helemaal als het issue gaat over de eigen portefeuille. Hier is dus snel de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Of er sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling, is dus erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Wanneer dit het geval is, is niet altijd direct duidelijk. Onderstaand kader helpt ons in onze afwegingen daarbij.
Als er sprake is een persoonlijk belang maken we hier afspraken over bij de portefeuilleverdeling. Bovendien, zoals de wetgever voorschrijft nemen we dan ook niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming in het college over deze dossiers (art. 58 Gemeentewet).
Daarnaast spreken we in gemeente Stein ook met elkaar af dat we als collegeleden onze substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen opgeven waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden. De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van collegeleden.
Collegeleden vervullen naast hun ambt soms nevenfuncties. De Gemeentewet stelt dat wethouders geen nevenfuncties uitoefenen waarbij de uitoefening ongewenst is met oog op een goede vervulling van het wethouderschap (art. 41b). Als college in Stein vinden we het belangrijk dat we ons bewust zijn van het feit dat we als uitvoerend bestuursorgaan dicht bij organisaties kunnen zitten en we besluiten nemen die grote impact op hen hebben. We zijn dan ook kritisch op welke nevenfuncties we vervullen. Wat ongewenst is, is echter niet altijd duidelijk. Om daar beter zicht op te krijgen, vinden we het als college in ieder geval belangrijk dat …
… de belangen van de nevenfunctie niet conflicteren met die van het ambt. Hoe meer we het boegbeeld van de nevenorganisatie zijn en hoe meer we een beleidsbepalende rol hebben, hoe groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker deze kunnen voorkomen. Dit kan ertoe leiden dat de combinatie van zowel de nevenfunctie als het wethouderschap praktisch onuitvoerbaar word, bijvoorbeeld omdat we ons zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming;
In algemene zin moet een nevenfunctie die we vervullen nooit het aanzien van het openbaar bestuur schaden. Deze afwegingen zijn niet altijd even eenvoudig te maken, en daarom vinden we het van belang dat we zorg dragen voor elkaar en open met elkaar het gesprek voeren over het aangaan van nevenfuncties. Daarnaast schrijft de wet voor welke functies onverenigbaar zijn met het wethouderschap en somt tevens op welke overeenkomsten en handelingen collegeleden niet aan mogen gaan (art. 13 & art. 15 Gemeentewet). Uiteraard vervullen we als collegeleden ook nevenfuncties uit hoofd van het ambt, de zogeheten qualitate qua-functies. Bovenstaande overwegingen gaan daar niet voor op.
Tot slot, collegeleden maken altijd openbaar welke functies zij naast het ambt vervullen (art. 12 Gemeentewet). Op die manier wordt het mogelijk elkaar te waarschuwen voor kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de inwoner kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. P&O draagt zorg voor de registratie van nevenfuncties. Deze lijst wordt tweemaal per jaar geactualiseerd. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn.
4. Aannemen van geschenken en uitnodigingen
Als college zijn we ons bewust van onze positie in de gemeenschap en onze rol als vertegenwoordigers van de gemeente. Dat betekent ook iets voor hoe we omgaan met het aannemen van geschenken en uitnodigingen. Aan aannemen van geschenken, giften of uitnodigingen hoort soms bij het normale omgangsverkeer. Daarnaast kan het op uitnodiging aanwezig zijn bij evenementen en activiteiten binnen en buiten de gemeente ook een functie hebben, bijvoorbeeld om de gemeente te vertegenwoordigen of om ons te laten informeren.
Tegelijkertijd geldt dat een collegelid zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld (art. 41a Gemeentewet). Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij het omkopen van een collegelid spreken we van corruptie. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden en een afhankelijkheid of dankbaarheid te creëren. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen verder ook de schijn daarvan opwekken.
Als collegeleden maken we keer op keer een afweging in het licht van deze twee uitgangspunten voor hoe om te gaan met het aannemen van uitnodigingen, giften of geschenken. Zorgvuldigheid staat daarbij voorop. We bespreken daarom als college wekelijks alle geschenken, giften en uitnodigingen, inclusief eventuele aangeboden diensten of faciliteiten.
Uitnodigingen nemen we alleen aan als er een bepaald nut is voor de gemeente en ons werk als college. Dat kan bijvoorbeeld zijn het vertegenwoordigen van de gemeente of het ons laten informeren, zoals eerder benoemd. Verder kan het onderhouden van het netwerk of aanwezigheid die samenhangt met protocollaire taken functioneel zijn. Ook waken we ervoor dat het te vaak ingaan op een uitnodiging van dezelfde organisatie onze onafhankelijkheid in het geding kan brengen.
Voor het aannemen van giften en geschenken is het relevant of de waarde ervan in verhouding staat tot de reden van het aanbieden. Dit betekent dat kleine attenties, zoals een bos bloemen of een fles wijn, acceptabel kunnen zijn. Is het niet proportioneel, dan nemen we het geschenk niet aan, geven we het terug of het wordt eigendom van de gemeente. Geschenken of uitnodigingen die we op ons thuisadres ontvangen, accepteren we nooit. De gemeentesecretaris draagt zorg voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.
Verder geldt zowel voor uitnodigingen als geschenken dat de bedoeling van de gever en de timing meewegen in het al dan niet accepteren. Een uitnodiging, gift of geschenk kan nooit een tegenpresentatie zijn voor een positieve beslissing voor de gever. Ook als het deze indruk kan wekken, weigeren we de uitnodiging of het geschenk. Hetzelfde geldt daarbij voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter alle schijn in deze gevallen te vermijden. Hoge uitzonderingen zijn mogelijk, waarbij dergelijke uitnodigingen dienen te worden besproken binnen het college. De uitnodiging mag alleen geaccepteerd worden als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van corruptie minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.
5. Het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Collegeleden krijgen voor hun werk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Collegeleden beschikken veelal over voorzieningen als een werkkamer, laptop, tablet en dergelijke die voor hun werk ter beschikking zijn gesteld. Als uitgangspunt hanteren we dat de faciliteiten te allen tijde beschikbaar blijven voor het doel waarvoor ze ter beschikking zijn gesteld en dat er zorgvuldig en zuinig mee wordt omgegaan. We gebruiken faciliteiten nooit voor zaken die de gemeente in een kwaad daglicht stellen. Binnen vastgestelde kaders, zoals de werkkostenregeling, is het gebruik van gemeentelijke faciliteiten voor privédoeleinden mogelijk.
Altijd geldt dat een collegelid zich houdt aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen, interne voorzieningen van algemene aard (werkkamers, computerapparatuur en dergelijke), onkostenvergoedingen en declaraties.
Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de inwoner er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De inwoner heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Als college vinden we het belangrijk om transparant te zijn richting elkaar, richting de gemeenteraad en richting de inwoners van Stein. Volgens artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo) is het uitgangspunt dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende belangen zijn om informatie geheim te houden. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Binnen de kaders van de Gemeentewet en de Woo betrachten we als collegeleden maximale openheid ten aanzien van onze eigen beslissingen en beweegredenen daarvoor.
Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van inwoners, tot het onterecht toebrengen van schade aan inwoners en/of schaden van het algemeen belang van de gemeente. Het college en de raad dienen prudent om te gaan met het geheim verklaren van stukken. Wanneer we als collegeleden beschikking krijgen over gegevens waarvan we het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn we verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet ons tot mededeling verplicht. Als we het vermoeden hebben dat iemand geheime informatie deelt, spreken we diegene daar zo snel mogelijk op aan. We melden de situatie in ieder geval ook zelf bij de burgemeester en griffier of gemeentesecretaris. Als er inderdaad sprake is van het lekken van geheime informatie of een redelijk vermoeden daarvan doet de burgemeester aangifte.
Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop collegeleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar inwoners niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een informele vergadering is besproken. Ook komt het voor dat er tussen het college en de gemeenteraad vertrouwelijk informatie gedeeld. Omdat vertrouwelijke informatie geen wettelijk status kent, is de vertrouwensband tussen college en raad des te belangrijker. Wanneer we dergelijke informatie delen met de gemeenteraad, mogen we ervan uitgaan dat zij daar zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd mag de raad ook van het college verwachten dat alle relevante informatie met hen wordt gedeeld.
Collegeleden zorgen ervoor dat zij dergelijke vertrouwelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn. In alle gevallen geldt dat we prudent omgaan met mondelinge en schriftelijke informatie die we ontvangen. Dat betekent dat we informatie niet openbaar maken of doorgeven aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren we hier eerst naar.
Collegeleden gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Elk collegelid, elke raadslid en elke ambtenaar is een medemens en mede-inwoner. Op basis daarvan verdient ieder iedereen respect. We onthouden ons als collegeleden in het openbaar – dus ook tijdens commissie- en raadsvergaderingen – van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.
Dat betekent dat collegeleden elkaar, raadsleden, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze bejegenen in woord, gebaar en geschrift. Ook geldt dit voor hoe we met elkaar omgaan op sociale media. Uitgangspunt is daarbij dat we goed nadenken voordat we iets online plaatsen en bewust zijn van onze voorbeeldfunctie als collegelid. Een afweging daarbij is altijd in welke mate berichten op sociale media negatief kunnen afstralen op de gemeente.
Tot slot, collegeleden houden zich tijdens de commissie- en raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.
8. Evaluatie en handhaving van de gedragscode
De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de gemeenteraad en de wethouders en de burgemeester. Naast het vaststellen van de gedragscodes is het van groot belang dat erop wordt toegezien dat deze daadwerkelijk worden nageleefd. Iedereen heeft daartoe een individuele verantwoordelijkheid. Het college ziet erop toe dat zij hun eigen gedragscode naleven. De burgemeester en gemeentesecretaris ondersteunen het college hierbij.
In de gedragscodes zijn immers de regels voor politieke ambtsdragers opgenomen die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Als politieke ambtsdragers zich niet aan deze regels houden, komen we daarmee als het ware onder het morele minimum dat we met elkaar hebben afgesproken. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.
In voor- en samenspraak met de gemeenteraad houdt de burgemeester minstens één keer per bestuursperiode in samenspraak met de andere leden van het college van B&W de tekst van deze gedragscode tegen het licht: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op deze manier blijft de gedragscode een levend document. Over de herijking koppelt de burgemeester terug aan de gemeenteraad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-85628.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.