Structuur en inleiding

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Harderwijk

gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsprogramma bouw en infrastructuur gemeente Harderwijk” en de stukken zoals vastgesteld bij collegebesluit van 24 februari 2026

Overwegende dat:

  • Een omgevingsprogramma bestaat uit een regeling met daarin de uitwerking van de omgevingsvisie, kaarten en uitvoeringsparagraaf;

  • Harderwijk werkt volgens de leidraad 'Werken met omgevingsprogramma's';

  • Harderwijk drie thematische omgevingsprogramma's opstelt: omgevingsprogramma natuurlijk systeem, omgevingsprogramma mens en maatschappij en omgevingsprogramma bouw en infrastructuur;

  • Er verschillende onderdelen voor het omgevingsprogramma bouw en infrastructuur in ontwikkeling zijn;

  • Deze onderdelen niet eerder in het omgevingsprogramma opgenomen kunnen worden dan nadat de structuur van het omgevingsprogramma en het inleidende hoofdstuk zijn gepubliceerd;

  • De structuur en inleiding geen rechtsgevolgen hebben, zodat directe vaststelling gerechtvaardigd is;

Heeft besloten dat:

Artikel I

Het "Omgevingsprogramma bouw en infrastructuur gemeente Harderwijk" zoals opgenomen in Bijlage A vast te stellen.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking per 26‑02‑2026

Aldus vastgesteld door Gemeente Harderwijk, 24 februari 2026

Diegenen die mogen ondertekenen

Niet getekend proef-exemplaar

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Omgevingsprogramma bouw en infrastructuur gemeente Harderwijk

1 Inleiding

1.1 Samenhang Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma's

Voor u ligt het omgevingsprogramma bouw en infrastructuur. Een omgevingsprogramma is een uitwerking van de omgevingsvisie (de visie over de toekomst van onze stad Harderwijk, dorp Hierden en het buitengebied inclusief natuurgebieden). Om van de omgevingsvisie tot een realisering van ambities en doelen te komen werkt de gemeente Harderwijk met omgevingsprogramma’s (zoals omschreven in de omgevingswet artikel 3.5). Dit is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De wet geeft aan dat de omgevingsvisie alleen over hoofdlijnen en hoofdzaken gaat van de fysieke leefomgeving gaat. Als bepaalde onderwerpen verder uitgediept moeten worden, is daar geen plek voor in de omgevingsvisie, maar wel in programma’s. Deze zitten qua detailniveau tussen de omgevingsvisie (hoofdlijnen) en het omgevingsplan (gedetailleerde juridische consequenties). 

Programma’s sturen op het behalen van doelen en ambities uit de omgevingsvisie. Het abstractieniveau is gericht op beleidsuitwerking (voorheen sectorale visies) en verder nog op de beleidsdoorwerking (voorheen sectorale beleidsnota’s). Een programma bevat altijd maatregelen (voorheen uitvoeringsagenda’s) om doelstellingen op het gebied van de fysieke leefomgeving te bereiken. (artikel 3.5, onderdeel b Ow). Een verkenning of een (locatie)onderzoek worden beschouwd als maatregel binnen een programma.

Programma's zijn dynamisch, dat wil zeggen dat de programma's regelmatig worden gemonitord en geëvalueerd. Daarin wordt bekeken of de genomen maatregelen voldoende hebben bijgedragen aan het bereiken van doelen en ambities.



Bij het gebruik van programma’s maken we onderscheid in twee typen:

1. thematische programma's of

2. gebiedsprogramma's.

Beleidshuis
afbeelding binnen de regeling

Voorvloeiend uit de opzet van de Omgevingsvisie zullen er drie thematische programma’s worden opgesteld, aansluitend op de drie allianties (met de dertien thema’s uit de omgevingsvisie), namelijk:

1. Omgevingsprogramma natuurlijk systeem.

2. Omgevingsprogramma mens en maatschappij.

3. Omgevingsprogramma bouw en infrastructuur. 

afbeelding binnen de regeling

Elk omgevingsprogramma omvat de thema's die binnen die alliantie in de omgevingsvisie zijn opgenomen. 

In dit geval gaat het over het Omgevingsprogramma bouw en infrastructuur met bijbehorende thema's. 

1.2 Leeswijzer

Onderliggend omgevingsprogramma bouw en infrastructuur beschrijft in hoofdstuk 2 t/m 7 de uitgewerkte visie per thema, namelijk:

  • Hoofdstuk 2: thema omgevingskwaliteit. Hieronder vallen o.a. aspecten als erfgoed, stedenbouw en architectuur en hoogbouw.

  • Hoofdstuk 3: thema wonen. 

  • Hoofdstuk 4: thema voorzieningen. Hieronder vallen o.a. aspecten als onderwijs, cultuur, sport, maatschappelijke voorzieningen, horeca en commerciële voorzieningen.

  • Hoofdstuk 5: thema mobiliteit en infrastructuur. Hieronder vallen o.a. aspecten als het S.T.O.M.P.-principe, duurzaam veilig en functies van wegen.

  • Hoofdstuk 6: thema (ondergrondse) infrastructuur. Hieronder vallen o.a. aspecten als duurzame infrastructuur, energietransitie en riolering.

  • Hoofdstuk 7: thema ruimte voor ondernemen. Hieronder vallen o.a. aspecten als bedrijventerreinen, detailhandel, kantoren, zorgsector, vrijetijdssector en de agrarische sector.

 

Vervolgens zijn in hoofdstuk 8, de maatregelen per thema beschreven, ofwel hoe willen we onze uitgewerkte visies gaan realiseren. 

In bijlage II zijn diverse rapporten over bepaalde thema's of deelonderwerpen opgenomen. Hierin is meer achtergrondinformatie te vinden ten opzichte van de hoofdtekst zoals die is opgenomen per hoofdstuk.

 

Het kan zijn dat bepaalde hoofdstukken of paragrafen nog niet ingevuld zijn en op gereserveerd staan. Dit komt omdat het omgevingsprogramma een groeidocument is, gaandeweg zullen steeds meer onderdelen worden aangevuld totdat uiteindelijk een compleet en integraal omgevingsprogramma is ontstaan. Zoals eerder benoemd is het programma nooit af omdat met steeds weer nieuwe maatregelen het bereiken van de gemeentelijke doelen wordt nagestreefd.

 

2 Omgevingskwaliteit: bebouwing, erfgoed en openbare ruimte

[Gereserveerd]

3 Wonen

[Gereserveerd]

4 Voorzieningen

[Gereserveerd]

5 Mobiliteit en infrastructuur

[Gereserveerd]

6 (Ondergrondse) infrastructuur

[Gereserveerd]

7 Ruimte voor ondernemen

[Gereserveerd]

8 Uitvoeringsparagraaf

8.1 Inleiding

In de uitvoeringsparagraaf wordt beschreven welke maatregelen de gemeente gaat nemen om haar doelen te verwezenlijken. Er wordt in onderstaande tabel verwezen naar de toelichtende teksten van de onderdelen in dit programma. Vervolgens wordt antwoord gegeven op de zogenaamde 5 w-vragen:

1. Waarom nemen we deze maatregel? Welk doel wil de gemeente daarmee bereiken?

2. Wat houdt de maatregel in? Wat gaan we precies doen?

3. Waarmee gaan we de maatregelen uitvoeren? Met welke inzet en welke budget? In dit budget wordt zowel incidenteel als structureel benodigd budget meegenomen.

4. Waar gaan we de maatregel uitvoeren of waar is het van toepassing? Hierin beschrijven we de mogelijk specifieke plek of geldt het wellicht voor de gehele gemeentegrond?

5. Wanneer gaan we het uitvoeren? Dit is afhankelijk van het beschikbare budget en zal soms bijstelling behoeven als er omstandigheden zijn die maken dat de uitvoering moet worden uitgesteld.



De uitvoeringsparagraaf wordt actueel gehouden. Sommige maatregelen zijn tijdelijk of na realisatie klaar. Sommige maatregelen blijken na monitoring en evaluatie onvoldoende bij te dragen aan het behalen van de doelen. Het steven is om deze actualisatie op de normale Planning & Control-cyclus van de gemeente te laten volgen.

8.2 Maatregelen

8.2.1 Omgevingskwaliteit: bebouwing, erfgoed en openbare ruimte

[Gereserveerd]

8.2.2 Wonen

[Gereserveerd]

8.2.3 Voorzieningen

[Gereserveerd]

8.2.4 Mobiliteit en infrastructuur

[Gereserveerd]

8.2.5 (Ondergrondse) infrastructuur

[Gereserveerd]

8.2.6 Ruimte voor ondernemen

[Gereserveerd]

Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen

Overzicht Documentenbijlagen

/join/id/regdata/gm0243/2026/aad5983d00f74f398ed7b092c3e68754/nld@2026‑02‑17;16314782

Motivering

1 Inleiding

1.1 Omgevingsvisie Harderwijk 2024

Op 12 december 2024 heeft de gemeenteraad van Harderwijk de 'Omgevingsvisie Harderwijk 2040' vastgesteld. Daarmee heeft zij op hoofdlijnen de ambities en opgaven voor de toekomst van Harderwijk en Hierden vastgelegd. Ook is vastgelegd dat het beleid uit de omgevingsvisie een verdere uitwerking krijgt in omgevingsprogramma's. 

1.2 Omgevingsprogramma's

Een omgevingsprogramma bestaat uit een regeling met daarin de uitwerking van de omgevingsvisie, kaarten en een uitvoeringparagraaf. Het wordt daarmee voor inwoners heel  inzichtelijk wat, wanneer en waar de gemeente voornemens is om maatregelen te gaan uitvoeren.  Tegelijkertijd biedt dat kansen om veel meer samenhang aan te brengen in de gemeentelijke activiteiten en te komen tot meer geïntegreerde oplossingen. De bevoegdheid tot het vaststellen van omgevingsprogramma's ligt bij het college van burgemeester en wethouders. 

Een omgevingsprogramma bevat volgens de wetgever een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving:

  • a.

    een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de  bescherming of het behoud daarvan;

  • b.

    maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere  doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.

2 Werken met omgevingsprogramma's

2.1 Leidraad 'Werken met omgevingsprogramma's'

Harderwijk werkt volgens de leidraad 'Werken met omgevingsprogramma's. Deze leidraad is bedoeld als hulpmiddel bij het opstellen van omgevingsprogramma's. Dit is gebaseerd op de systematiek vanuit het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) en opgebouwd vanuit het kaartbeeld. Vragen als 'waarom gaan we activiteiten ontplooien (doelen en ambities uit de omgevingsvisie/Nota sociaal domein)', 'wat gaan we er voor doen om de doelen te bereiken (maatregelen)', 'waar gaan we dat doen (kaartbeelden/DSO)' en 'waarmee (budget/capaciteit) en wanneer' komen aan de orde. In de leidraad is ook een uitgebreide beschrijving gegeven van de te doorlopen processtappen.  

2.2 Thematische omgevingsprogramma's

De omgevingsvisie wordt uitgewerkt in drie thematische programma’s, die zo integraal mogelijk worden opgesteld en aansluiten op de allianties uit de omgevingsvisie.  

Concreet worden de volgende thematische omgevingsprogramma's opgesteld: 

  • a.

    Omgevingsprogramma natuurlijk systeem;

  • b.

    Omgevingsprogramma mens en maatschappij;

  • c.

    Omgevingsprogramma bouw en infrastructuur. 

De thema’s uit de verschillende allianties uit de omgevingsvisie worden in de corresponderende omgevingsprogramma's opgenomen.

3 Opnemen uitgewerkte onderdelen omgevingsprogramma's

3.1 Structuur en inleiding

Er zijn verschillende onderdelen in ontwikkeling die opgenomen moeten worden in het omgevingsprogramma bouw en infrastructuur. Concreet gaat het onder meer om erfgoed, mobiliteit en detailhandel. Deze onderdelen kunnen echter niet opgenomen worden in het omgevingsprogramma zolang de structuur niet is vastgesteld. De structuur is opgenomen en vastgelegd in de leidraad 'Werken met programma's en klaar om gepubliceerd te worden. Ook is een inleiding geschreven voor het omgevingsprogramma bouw en infrastructuur om gelijktijdig met de structuur te publiceren. 

3.2 Vaststelling

Het vaststellen van de structuur en de inhoud van het inleidende hoofstuk zijn neutraal en hebben geen rechtsgevolgen. Hierom is besloten om deze onderdelen van het programma bouw en infrastructuur direct vast te stellen. Zodra dit gepubliceerd is in het DSO is het mogelijk het omgevingsprogramma aan te vullen met de uitgewerkte onderdelen en de daarbij behorende procedures te starten.

Naar boven