Overwegende,
dat zich in de woonplaats Nijmegen in de wijk Biezen de Havenweg bevindt;
dat de Havenweg vanaf de aansluiting Laan van Oost-Indië richting rivier de Waal loopt en de weg zich hier afsplitst in westelijke en oostelijke richting;
dat het gebied rond de Havenweg in ontwikkeling is en er bouwverkeer naar de bouwlocaties rijdt of er vandaan komt;
dat is vastgesteld dat door geparkeerde voertuigen op de Havenweg de doorgang voor het verkeer wordt bemoeilijkt c.q. belemmerd, met name voor de wat grotere voertuigen die op de bouwlocaties moeten zijn;
dat dit leidt tot onveilige verkeerssituaties en hiervan bovendien hinder wordt ondervonden bij de bouwactiviteiten in het gebied;
dat het hinderlijk parkeren vooral plaatsvindt op het deel van de Havenweg tussen de Waalbandijk en het punt bij rivier de Waal waar de weg afsplitst naar het westen en het oosten;
dat er is verzocht om maatregelen te treffen om verbetering in deze verkeerssituatie te brengen;
dat verbetering in deze situatie wordt gebracht door aan beide zijden van het deel van de Havenweg tussen de Waalbandijk en het punt waar de weg afsplitst naar het westen en het oosten een parkeerverbod in te stellen;
dat hiermee hinder door geparkeerde voertuigen wordt voorkomen en er ruimte ontstaat om de bouwlocaties in het gebied te bereiken;
dat hiermee wordt bijgedragen aan een veilige verkeerssituatie op de Havenweg en belemmering van verkeer wordt tegengegaan;
dat het volstaat om het parkeerverbod in te stellen gedurende de periode dat er nog gebouwd wordt binnen dit gebied;
dat de inschatting is dat de bouwwerkzaamheden hier nog ca. 4 jaar zullen duren;
dat in dit geval een groter belang wordt toegekend aan het voorkomen van belemmering van het verkeer en het voorkomen van onveilige verkeerssituaties dan aan het handhaven van de bestaande verkeerssituatie op dit punt;
dat de bovenvermelde maatregel wordt genomen op basis van artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 om de veiligheid op de weg te verzekeren, om weggebruikers en passagiers te beschermen en om de bruikbaarheid van de weg te waarborgen;
dat het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
dat terzake overleg met de verkeersadviseur en tevens de gemachtigde van de korpschef van de politie-eenheid Oost-Nederland heeft plaatsgevonden;
dat, gelet op het bepaalde in het Mandaatbesluit gemeente Nijmegen 2019, onderdeel mandaatregister Stadsbeheer, aan de concernmanager afdeling Stadsbeheer en aan de manager bureau Dienstverlening, (onder voorwaarden) mandaat is verleend tot het nemen van tijdelijke en definitieve verkeersbesluiten op basis van de Wegenverkeerswet 1994
gelet op de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer;