Omgevingsvisie gemeente Zutphen

De raad van de gemeente Zutphen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met nummer 970065;

gelet op artikel(en) 3.1, eerste lid van de Omgevingswet en 4.10, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet;

besluit;

Artikel I

1. het 'Vaststellingsrapport Omgevingsvisie gemeente Zutphen' vast te stellen;

2. de 'Omgevingsvisie gemeente Zutphen' vast te stellen

zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

de ‘Ontwikkelvisie Zutphen 2020’ en ‘Structuurvisie Warnsveld 2004’ in te trekken;

Artikel III

dat dit besluit in werking treedt nadat het is bekendgemaakt.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op 26 mei 2025.

Bijlage A

Omgevingsvisie gemeente Zutphen

Voorwoord

Werken aan een toekomstvisie in een stad met zoveel geschiedenis als Zutphen. Met mijn achtergrond als historicus kan ik me bijna niks leukers wensen! De totstandkoming van deze Omgevingsvisie was dan ook een boeiend proces. We hebben veel interessante gesprekken gevoerd met inwoners, op straat en via online vragenlijsten. Er waren bijeenkomsten met organisaties in de gemeente, avonden met ondernemers, workshops met specialisten. Samen ontwikkelden we verschillende scenario’s, die hebben geleid tot een gedeeld beeld voor de toekomst. Mijn dank voor alle waardevolle inbreng en de fijne gesprekken is groot.

Waar willen we als gemeente naartoe? Die vraag stond centraal bij het maken van deze Omgevingsvisie. Met de vele ontwikkelingen en belangen rondom uiteenlopende thema’s hebben we hier een rode draad in gevonden. Ik licht er graag een aantal punten uit. Zoals het idee van de 15-minutenstad, waar je binnen een kwartier lopen of fietsen alles vindt wat je dagelijks nodig hebt. Ook het sociale karakter van Zutphen komt duidelijk terug. De vele mensen en organisaties die zich inzetten voor de samenleving en voor elkaar maken het fijn om hier te wonen. Die maatschappelijke verbinding en het collectief denken zien we terug in het delen van voorzieningen. Het gebruik van deelauto’s, het gezamenlijk onderhouden van een buurt- of speeltuin, het vormen van woongroepen: in onze gemeente gebeurt het allemaal. En we hebben niet voor niets een van de grootste lokale energiecoöperaties van Nederland. Steeds meer individualisering van de samenleving? Niet bij ons!

Daarnaast zijn we graag een gezonde stad. Met veel groen, dat uitnodigt om te wandelen, fietsen en elkaar te ontmoeten. Meer bomen en planten zorgen ook voor meer biodiversiteit. De ‘groen-blauwe longen’ uit deze Omgevingsvisie geven perfect invulling aan die gezonde stad. Tegelijkertijd creëren we ruimte voor bedrijvigheid en vernieuwende, spannende initiatieven. Bijvoorbeeld extra woningen in de vorm van hoogbouw. Daarbij zijn we ons bewust van het waardevolle erfgoed in onze stad en we gebruiken onze geschiedenis om keuzes te maken voor de toekomst. We zijn dus geen monumentenstad waar de tijd stil staat, maar gaan juist mee met de tijd. Daarom kiezen we er ook voor om te groeien. Zo kunnen we belangrijke voorzieningen als cultuur, onderwijs, sport en gezondheidszorg op peil houden. Die groei zoeken we zoveel mogelijk binnen de bestaande stad. Dat sluit aan bij de gedachte van de 15-minutenstad. En we houden in het landelijk gebied ruimte over voor recreatie, landbouw en bijvoorbeeld de opwek van energie.

Met de Omgevingsvisie hebben we – voor het eerst in meer dan 20 jaar – weer een heldere stip op de horizon gezet. Deze richting willen we op. Het is nu aan ons allemaal om de ambities waar te maken: gemeente, organisaties, bedrijven en natuurlijk inwoners. Samen schrijven we de geschiedenis van de toekomst!

Jasper Bloem

Wethouder gemeente Zutphen

afbeelding binnen de regeling

Publiekssamenvatting & leeswijzer

Omgevingsvisie: brede blik op de ruimte om ons heen

Hoe zien Zutphen en Warnsveld er in 2040 uit? Hoe zorgen we ervoor dat het ook dan prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is in onze gemeente? Om deze vragen te beantwoorden, heeft de gemeente een omgevingsvisie gemaakt. Samen met inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden. In de omgevingsvisie komen allerlei onderwerpen samen. Van landschap en natuur tot wonen, economie en verkeer. En van klimaat en energie(transitie) tot water, bodem en milieu. Maar ook gezondheid, leefbaarheid, recreatie en erfgoed.

In de omgevingsvisie staat wat we willen bereiken binnen deze thema’s en hoe. En welke keuzes we daarvoor moeten maken. Wat dit bijvoorbeeld betekent voor woonwijken, werklocaties en het landelijk gebied. In de omgevingsvisie staan ook de kaders en uitgangspunten voor nieuwe initiatieven en plannen. Zo geeft de omgevingsvisie houvast bij de ontwikkeling richting de toekomst. Tegelijk is het een uitnodiging aan iedereen om bij te dragen aan die toekomst. Met eigen acties en initiatieven. Want de samenleving van 2040 maken we samen.

Lees meer over het waarom en hoe van de omgevingsvisie in Hoofdstuk 1 Inleiding.

Voordat we aan de slag zijn gegaan met de omgevingsvisie, hebben we gekeken voor welke uitdagingen we staan. Denk bijvoorbeeld aan demografische ontwikkelingen (mensen worden ouder) en de vraag naar woningen. Of de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte, wateroverlast en het afgenomen aantal soorten planten en dieren. Maar ook vraagstukken rondom economie, energie, armoede, leefbaarheid en bereikbaarheid. Tegelijk zijn er veel dingen in Zutphen en Warnsveld die we willen houden. Bijvoorbeeld onze cultuurhistorie, de vele winkels en horeca, het zorgaanbod en sport-, cultuur- en andere voorzieningen. Maar ook de bedrijvigheid en het groene landschap rondom de stad.

Lees meer over de uitdagingen in de Atlas van Zutphen en over de kwaliteiten van Zutphen en Warnsveld in Hoofdstuk 2 Onze gemeente Zutphen.

Het toekomstverhaal van gemeente Zutphen in 2040…

Zutphen is in 2040 een sterke gemeente aan de IJssel en in het landschap. Een groene gemeente die bestaat uit de compacte en dichtbebouwde stad Zutphen en het vitale dorp Warnsveld. Waar de mens centraal staat en we naar elkaar omkijken. Met onze woningen, voorzieningen en ons mobiliteitsnetwerk spelen we een belangrijke rol voor de schaalsprong die de hele regio heeft gemaakt. Zutphen biedt ruimte voor aantrekkelijk wonen, werken en ontspannen. Dit doen we met een eigentijds antwoord op de grote ruimtelijke opgaven en transities. Terwijl we voortbouwen op en recht doen aan onze rijke cultuurhistorie.

Lees meer over het toekomstverhaal in Hoofdstuk 3 Toekomstverhaal Zutphen. Of kijk op de Visiekaart hoe die toekomst eruitziet!

… deze doelen horen daarbij

Hoe we dit toekomstbeeld bereiken? Drie ambities staan centraal: Zutphen bloeit, Zutphen onderneemt en beleven in Zutphen. We gaan voor een gezonde, diervriendelijke stadse en dorpse leefomgeving met een sterke sociale verbondenheid. Voor een vitale, duurzame en slim verbonden economie. En voor een eigentijdse historische Hanzestad in een groen-blauwe jas.

  • Zutphen bloeit...

    ...op sociaal én op fysiek gebied. We werken aan een sterke sociale basis in een gezonde leefomgeving. Dit vraagt om een sterk voorzieningenniveau, voldoende woningen en werkgelegenheid en goede verbindingen met de regio. De bloei van Zutphen bereiken we door te groeien. Dat doen we met veel nieuwe en betaalbare woningen. Voor diverse doelgroepen, met jongvolwassenen en ouderen in het bijzonder. We zoeken ruimte voor nieuwe woningen in de bestaande stad en aan de randen van de bebouwde kom. Op sommige plekken gaan we voor dichtere en hogere bebouwing die past bij Zutphen en het unieke stadssilhouet. We investeren in woonplekken met ruimte voor natuur en klimaatadaptatie. Denk aan bomen en struiken, groene daken, wadi’s en vijvers. De koop- en huurwoningen die er al zijn, worden beter en duurzamer.

    Er komen genoeg voorzieningen in wijkharten door de hele gemeente. Alles wat je dagelijks nodig hebt, is bereikbaar binnen 15 minuten lopen of fietsen. In de openbare ruimte investeren we in collectieve voorzieningen waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast zetten we in op een sterke sociale basis voor iedereen. En een veilige, gezonde en groene leefomgeving, die uitnodigt om te bewegen.

  • Zutphen onderneemt...

    ...voor goed wonen én werken. We houden een divers aanbod van bedrijven. Op De Mars en de Revelhorst komt extra ruimte voor bedrijvigheid en worden locaties toekomstbestendig. Dit gebeurt met aandacht voor milieubelasting, de fysieke veiligheid en gezondheid van omwonenden. Op deze twee bedrijventerreinen is ruimte voor innovatieve en circulaire bedrijven. Voor kleinere bedrijventerreinen zoals Lage Weide en de Stoven verkennen we hoe deze kunnen veranderen in een gemengd gebied met ruimte voor wonen, werken, onderwijs, voorzieningen, sport en recreëren.

    We zetten in op sterke verbindingen en samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke instellingen. En we investeren in goede regionale bereikbaarheid over weg, spoor en water. Natuurlijk kijken we hierbij naar schonere vormen van vervoer. We gaan op weg naar een CO2-neutrale gemeente. Dit betekent: duurzame warmtebronnen en duurzame, innovatieve energieopwek en -opslag die we zorgvuldig inpassen.

  • Beleven in Zutphen...

    ...kan op veel manieren. We versterken en benutten onze cultuurhistorische kwaliteiten als middeleeuwse stad. We zorgen voor een sterk en divers cultuuraanbod. Daarnaast zetten we in op recreatie in het landschap om ons heen. Verder zorgen we voor een gezonde balans tussen een levendige en leefbare binnenstad om te bezoeken, in te werken en te wonen.

    We werken aan een sterke en gezonde natuur en vangen de gevolgen van klimaatverandering op. In de hele gemeente investeren we in ruimte voor water en groen. Bestaande en nieuwe groenstructuren (zoals parken, bermen, bomen en groene erven) en watergangen (zoals rivieren, sloten en greppels) vormen hierbij een netwerk van ‘groen-blauwe longen’. Dit netwerk verbindt het landelijk gebied met stad en dorp. Ook in het landelijk gebied zoeken we een goede balans in functies. Die sluiten aan bij de eigenschappen van het landschap: van landgoederen en natuur, agrarische en groene stadsrand tot IJsselzone. We zorgen dat agrarische bedrijven de stap kunnen maken naar duurzame landbouw.

"Gezondheid en veiligheid zijn onmisbaar voor een mooie toekomst. Wat we ook doen, deze randvoorwaarden houden we steeds in de gaten."

Lees meer over de ambities in Hoofdstuk 4 Drie kernambities voor Zutphen.

…en zo ziet dat eruit!

Niet alles kan overal. Er zijn verschillende soorten gebieden in de gemeente Zutphen. We vertalen onze ambities in ruimtelijke keuzes per gebied. Zo krijgt elk gebied een eigen aanpak en ontwikkeling. Dit doen we voor:

Lees meer over de keuzes per gebied in Hoofdstuk 5 Zes gebiedsgerichte uitwerkingen.

Samen werken aan de toekomst

De toekomstvisie van Zutphen heeft de gemeente gemaakt met inwoners, organisaties, ondernemers en instellingen. En met de provincie Gelderland en partners in de regio. Het uitvoeren doen we ook graag samen.

De gemeente wil vooral ruimte bieden aan initiatieven van inwoners, bedrijven en instellingen. We zorgen ervoor dat deze aansluiten bij de visie. We denken hierbij vanuit mogelijkheden, vertrouwen en verbinding. Met als uitgangspunt: ja, mits.

De ruimtelijke en maatschappelijke opgaven waar we voor staan, houden zich niet aan gemeentegrenzen. Daarom is regionale samenwerking heel belangrijk. Bijvoorbeeld als het gaat om de energietransitie, het landelijk gebied en wonen. De gemeente brengt hierbij de belangen in van inwoners, bedrijven en organisaties. Ook bundelen we onze krachten met de provincie. Zo werken we samen aan slimme oplossingen voor complexe, gebiedsoverstijgende opgaven.

Tot slot: de wereld om ons heen is altijd in beweging. We nemen de omgevingsvisie daarom regelmatig opnieuw onder de loep. Zodat we flexibel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen.

Lees meer over de uitvoering van de omgevingsvisie in Hoofdstuk 6 Uitvoering.

Let op: De omgevingsvisie gaat over het gehele grondgebied van de gemeente Zutphen. Wanneer we in dit document Zutphen schrijven, bedoelen we de hele gemeente. Wanneer het gaat over de stad Zutphen, dan vermelden we dit expliciet. Alle hoofdstukken in deze omgevingsvisie zijn afzonderlijk van elkaar te lezen. U kunt daarom dubbelingen tegenkomen.

1 Inleiding

Algemeen

Het jaar 2040 lijkt misschien nog ver weg. Toch is het belangrijk dat we nu al plannen maken voor de omgeving waarin we dan wonen, werken en onze vrije tijd besteden. In de omgevingsvisie schetsen we de koers richting de toekomst van onze gemeente in 2040. Hoe willen we dat onze leefomgeving er straks uitziet? Welke keuzes moeten we daarvoor maken? Hoe werken we hier met elkaar aan? Dit alles beschrijven we in deze omgevingsvisie. De omgevingsvisie geeft hiermee richting aan ontwikkelingen, initiatieven en beleid van onze gemeente voor de komende jaren.

Werken aan een toekomstbestendige leefomgeving doe je samen. De gemeente heeft deze omgevingsvisie dan ook gemaakt samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke (keten)partners en het gemeentebestuur. We nodigen al deze partijen en andere initiatiefnemers en samenwerkingspartners uit Zutphen en Warnsveld uit om samen met ons de uitgestippelde koers in gang te zetten. Samen zetten we ons in om de unieke kwaliteiten van onze gemeente te beschermen. Tegelijkertijd spelen we vooruitstrevend en tijdig in op verschillende ontwikkelingen en vraagstukken die op onze leefomgeving afkomen. Hierin zijn de afgelopen jaren al grote stappen gezet. Daar zijn we trots op! De energie in de samenwerking houden we graag vast - om ook richting 2040 te zorgen voor een gemeente waarin het fijn wonen, werken, ondernemen, ontmoeten en verblijven is.

afbeelding binnen de regeling

1.1 Grote opgaven vragen om een integrale visie op de leefomgeving

Aan de IJssel en in het beekdal van de Berkel ligt de gemeente Zutphen. De gemeente bestaat uit de stad Zutphen, het dorp Warnsveld en het omringende landelijk gebied. Gelegen op de scheidslijn van de Veluwe en de Achterhoek kent de gemeente een balans van landelijke rust en stadse dynamiek, met een zichtbare rijke geschiedenis. Voor veel mensen is de gemeente Zutphen een fijne plek om te wonen, werken en recreëren.

We willen zorgen dat de gemeente Zutphen ook in de toekomst een prettige, gezonde en veilige plek is om te leven. Dat vraagt om aandacht voor de opgaven die op onze leefomgeving afkomen. Met onze inwoners en partners staat de gemeente Zutphen voor de uitdaging samen vorm te geven aan een aantal grote maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen. Denk aan sociaal-economische vraagstukken, leefbaarheidsopgaven, de vraag naar voldoende geschikte woningen voor verschillende doelgroepen en demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing. Maar ook de transitie van het landelijk gebied en de noodzaak om te anticiperen op gevolgen van klimaatverandering zoals droogte, wateroverlast en de terugloop van biodiversiteit en waterkwaliteit. Tegelijkertijd gaat het over de wens om cultuurhistorische kwaliteiten en het voorzieningenniveau te bewaken, om vraagstukken op het gebied van bereikbaarheid en om opgaven die samenhangen met de energietransitie.

De verschillende (ruimtelijke) ontwikkelingen die op ons afkomen roepen vragen op. Tegelijk brengen ze kansen met zich mee. De gemeente Zutphen wil zo goed mogelijk inspelen op de uitdagingen en kansen benutten. We werken hier samen met onze inwoners en andere partners al jaren hard aan. Op verschillende thema’s is er in het verleden al veel sectoraal beleid ontwikkeld. Maar we zien dat dit niet genoeg is. De complexiteit van de verschillende opgaven vraagt om een meer integrale en samenhangende blik op de toekomstige leefomgeving van de gemeente Zutphen. Met deze omgevingsvisie zijn we hiermee aan de gang gegaan. We hebben ons actuele beleid voor de fysieke leefomgeving, samen met de nodige aanvullingen en aanscherpingen, gebundeld tot één integraal, samenhangend en overkoepelend toekomstverhaal.

In samenwerking met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, (keten)partners en de politiek hebben we deze visie opgesteld. Daarbij hebben we ook nadrukkelijk rekening gehouden met de regionale, provinciale en nationale context. Want de vraagstukken die nu én morgen spelen, overstijgen in veel gevallen onze gemeentegrenzen.

De omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid van de gemeente voor de komende jaren. In de omgevingsvisie beschrijven we hoe we hier op hoofdlijnen uitvoering aan willen geven. Met de visie willen we onze samenleving en initiatiefnemers uitnodigen, inspireren en duidelijke ruimtelijke kaders meegeven. De omgevingsvisie vormt hiermee onze stip op de horizon voor het jaar 2040 en biedt richting om samen naar de gewenste koers toe te werken.

Met het jaar 2040 als basis kijkt de omgevingsvisie ver vooruit. Tegelijkertijd is de omgevingsvisie tot stand gekomen in de context van nu, terwijl de opgaven die aan bod komen vaak ook flink in beweging zijn. De toekomst is nu eenmaal onzeker en we kunnen niet voorspellen hoe de wereld er over vijftien jaar uitziet. Dit vraagt om flexibiliteit. De omgevingsvisie is daarom ook geen blauwdruk, maar een dynamisch instrument. Als het nodig is, kunnen we de komende jaren, samen met de samenleving en onze partners, doel en ambities bijstellen.

1.2 Wat is een omgevingsvisie?

De omgevingsvisie is een beleidsinstrument voor gemeenten en komt voort uit de Omgevingswet. Deze wet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Het is een nieuw stelsel met landelijke regels over onderwerpen zoals ruimte, wonen, verkeer en vervoer, milieu, landschap, natuur en water. Dit stelsel integreert zo’n 26 wetten en ruim honderd regelingen over de fysieke leefomgeving tot één wet. Maar veel belangrijker nog: de wet biedt lokale overheden meer afwegingsruimte in regels en beleid. En dus meer mogelijkheden om in overleg te gaan over plannen en initiatieven.

De Omgevingswet verplicht elke gemeente één omgevingsvisie op te stellen voor het gehele eigen grondgebied. Een belangrijk verschil met de structuurvisie, de voorganger van de omgevingsvisie, is de integraliteit en de breedte. Zo gaat de omgevingsvisie bijvoorbeeld ook in op het thema gezondheid en zijn sociale en economische ontwikkelingen duidelijk in de visie geïntegreerd. Daarnaast is de omgevingsvisie een dynamisch instrument. Dit maakt het mogelijk om de omgevingsvisie bij te stellen als dit nodig is, terwijl de structuurvisie iedere 10 jaar wordt herzien.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1 De opbouw en onderdelen van deze omgevingsvisie.

Als gemeente Zutphen worden we uitgedaagd om grondig na te denken over onze toekomst en de vormgeving van het gemeentelijk omgevingsbeleid. En over hoe we willen (samen)werken met initiatiefnemers, inwoners, partners (in de keten), bestuur, politiek en onze eigen organisatie. In het verlengde daarvan denken we na over onze rol als beleidsmaker, vergunningverlener, toezichthouder en procesbegeleider. Nu er meer afwegingsruimte komt in regelgeving en beleid, wordt het steeds belangrijker om de juiste ambities en doelstellingen te formuleren, kaders te stellen en het overleg daarover goed te organiseren. De belangrijkste verandering die de Omgevingswet beoogt, is dan ook een andere werkwijze en een nieuwe mentaliteit: van een ‘nee-tenzij’-houding naar een ‘ja-mits’-houding.

Met deze omgevingsvisie willen we inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties én de gemeentelijke organisatie houvast bieden bij het ontwikkelen en uitvoeren van plannen voor wonen, werken en recreatie in de gemeente Zutphen. De ontwikkelingen en opgaven die in onze omgevingsvisie beantwoord moeten worden, spelen op verschillende schaalniveaus. We moeten dus buiten onze gemeentegrenzen kijken naar de r egionale, provinciale en nationale context: wat speelt er en op welke manier raakt dit de Zutphense leefomgeving? De keuzes die we maken moeten aansluiten bij ambities en beslissingen op hoger schaalniveau (nationaal, provinciaal en regionaal). Wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen bepalen de bewegingsruimte waarbinnen de omgevingsvisie voor de gemeente Zutphen vorm krijgt.

De omgevingsvisie geeft antwoord op lokale opgaven, terwijl we tegelijkertijd aandacht hebben voor een goede borging van ontwikkelingen en richtlijnen op hogere schaalniveaus.

Binnen onze gemeentelijke organisatie en in samenwerking met inwoners en partners werken we continu aan het formuleren van antwoorden op opgaven op verschillende thema’s en voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente. Eerder geformuleerde ambities uit lokale visiedocumenten vormen het vertrekpunt voor het integrale toekomstbeeld dat deze omgevingsvisie presenteert. Tegelijkertijd is de omgevingsvisie een dynamisch instrument. Dit maakt het mogelijk om de komende jaren regelmatig doelen en ambities bij te stellen wanneer dit nodig is. Zie hiervoor Hoofdstuk 6 Uitvoering.



afbeelding binnen de regeling

Figuur 2 Infographic samenhang beleid

1.3 Hoe en met wie maken we deze omgevingsvisie?

We beschouwen de omgevingsvisie als een document van ons allemaal. Daarom hebben we tijdens het ontwikkelproces van de omgevingsvisie nagedacht en samengewerkt met inwoners, ondernemers, ketenpartners, maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties, alle ambtelijke afdelingen en de politiek. Dit deden we in de vorm van interactieve werkateliers, consultatierondes, online vragenlijst en straatgesprekken. In drie fasen hebben we stap voor stap naar de omgevingsvisie voor de gemeente Zutphen toegewerkt:

  • a.

    Verkennen: De eerste fase stond in het teken van het in beeld brengen van de kwaliteiten van de gemeente, het duiden van de belangrijkste trends en ontwikkelingen die op ons afkomen en voor welke kansen en opgaven deze zorgen. Dit gebeurde aan de hand van een bureaustudie: een inventarisatie van het huidige gemeentelijke beleid. De informatie werd aangevuld en aangescherpt met gesprekken en werksessies met de samenleving, ketenpartners, maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties, ambtenaren en het gemeentebestuur. Ook is in deze fase een online vragenlijst via Zutphen Spreekt uitgezet. Inwoners en ondernemers konden hierin de kwaliteiten van de gemeente aangeven, welke uitdagingen zij zien voor de leefomgeving en wat hun visie op de toekomst is. De resultaten staan in de Atlas Zutphen 2040. De Atlas Zutphen 2040 vormt een nulmeting. In deze omgevingsvisie zijn de belangrijkste kansen en opgaven vertaald naar die integrale, strategische opgaven die in hoofdstuk 4 staan.

  • b.

    Koers bepalen: In de tweede fase hebben we het gesprek gevoerd over de gewenste ontwikkelrichting van onze wijken, het dorp Warnsveld, de werklocaties en het landelijk gebied. Dit aan de hand van drie ontwikkelscenario’s. De scenario’s gaven een verbeelding en beschrijving van drie verschillende toekomstmogelijkheden voor de gemeente Zutphen. De scenario’s waren: (1) Wonen in sterke wijken en dorpen, (2) Werkstad Zutphen en (3) Hanzestad in een groen-blauwe jas. De ontwikkelscenario’s vormden het gespreksmiddel en brachten in beeld welke invloed verschillende keuzes hebben op onze omgeving. Het doel was niet om één scenario te kiezen, maar om met elkaar wenselijke en onwenselijke ontwikkelingen uit de toekomstbeelden te duiden. Opnieuw is gesproken met samenleving, ketenpartners, maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties, ambtenaren en het gemeentebestuur. De drie ontwikkelscenario’s zijn daarnaast ook toegepast in straatgesprekken op diverse plekken in de gemeente en een nieuwe online vragenlijst via Zutphen Spreekt. Met de opbrengsten van deze gesprekken hebben we de notitie Koers Zutphen 2040 opgesteld. Hierin staan de drie kernambities en bijbehorend toekomstbeeld voor de gemeente Zutphen in 2040.

  • c.

    Ontwikkelen omgevingsvisie: In de derde fase hebben we de uiteindelijke omgevingsvisie opgesteld. Het gewenste toekomstbeeld en de drie kernambities uit de notitie voor Zutphen in 2040 zijn verder aangevuld met een thematische en gebiedsgerichte uitwerking van de gemaakte keuzes en een uitvoeringsparagraaf. Ook in deze laatste fase waren er verschillende werksessies met samenleving, ketenpartners, maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties, ambtenaren en het gemeentebestuur. Hierin hebben we samen de gemaakte keuzes aangescherpt. Daarnaast zijn op verschillende plekken in de gemeente gesprekken gevoerd met de samenleving over de drie kernambities en de bijbehorende vertaling naar gebiedsgerichte keuzes.

Participatie: samen nadenken over de leefomgeving van de toekomst

De omgevingsvisie daagt de gemeente, inwoners, ondernemers en organisaties uit om samen te werken aan de leefomgeving van de toekomst. Het streven is om te komen tot een gedeelde en breed gedragen visie. In de totstandkoming van deze omgevingsvisie hebben we daarom op verschillende momenten inzichten, perspectieven en verhalen met elkaar gedeeld.

Met verschillende participatievormen hebben we ingezet op het betrekken van een brede groep aan inwoners, ondernemers en organisaties. We hebben zorgvuldig aandacht besteed aan het betrekken van specifieke doelgroepen zoals jongeren, zorg- en welzijnsorganisaties en ondernemers. Hierbij zetten we in op toegankelijke en laagdrempelige participatie. Bijvoorbeeld door op verschillende locaties in de gemeente aanwezig te zijn en de digitale informatievoorziening goed op orde te hebben.

Belangrijke momenten in het participatieproces waren:

  • Ambtelijke werkateliers: in elke fase van het proces hebben ambtenaren van verschillende beleidsvelden hun inhoudelijke bijdrage geleverd tijdens de werkateliers. Hier stond de integrale blik op de leefomgeving altijd centraal. Ook hebben verschillende ambtenaren via digitale consultatierondes gereageerd en meegeschreven aan de verschillende tussenproducten en de uiteindelijke omgevingsvisie.

  • Avonden van Zutphen en Warnsveld en andere informatieavonden: in alle drie de fasen van het proces om tot de omgevingsvisie te komen, gingen inwoners, ondernemers en organisaties met elkaar in gesprek over hun visie op de leefomgeving. Op gemeentebreed niveau troffen de partijen elkaar in het wijkcentrum Waterkracht voor de Avonden van Zutphen en Warnsveld. Daarnaast waren er voor enkele doelgroepen aparte informatiebijeenkomsten. Tijdens alle bijeenkomsten kregen deelnemers de gelegenheid om hun dromen, vragen, zorgen en ambities te delen. Aan de hand van deze input zijn keuzes in de visie bijgesteld of aangescherpt.

  • Werkateliers met stakeholders (ketenpartners, maatschappelijke organisaties en belangenorganisaties): de keuzes die we in deze omgevingsvisie maken, hebben niet alleen invloed op de gemeente Zutphen. Ze hebben ook gevolgen voor de regio, de provincie en lokale (maatschappelijke) partners van de gemeente. Daarom hebben we in elke fase van het proces werkateliers gehouden met stakeholders. Ook zij leverden een belangrijke bijdrage met hun input op de tussentijdse producten.

    Naast deze integrale werkateliers zijn nog veel meer stakeholders en partners van de gemeente op diverse andere momenten in het proces betrokken bij de totstandkoming van deze omgevingsvisie. Zo is afgestemd met de buurgemeenten, de Erfgoed Adviesraad als adviescommissie van het college van B&W, de culturele basisinstellingen en zorg- en welzijnspartners.

  • Jongerenavond in de bioscoop: vaak komen er op traditionele inwonersavonden weinig jonge inwoners af. Terwijl jongeren juist dé doelgroep zijn die we willen spreken over de toekomst van de gemeente. Op initiatief van de Jongerenraad, Cinemajestic en Kansrijk Jongerenwerk b.v. werd speciaal voor de Zutphense jongeren een avond georganiseerd in de bioscoop. Aan de hand van stellingen over bijvoorbeeld wonen, mobiliteit en natuur dacht een groep van ruim 160 jongeren mee over de toekomst van de gemeente. Als dank voor hun waardevolle input konden ze na afloop gratis een film kijken.

  • Digitale vragenlijsten en straatgesprekken: in de eerste fase hebben we inwoners bevraagd op kwaliteiten, opgaven en dromen die ze voor de gemeente Zutphen zien. Ook vroegen we inwoners om foto’s van een mooie plek of kwaliteit van de gemeente. In totaal vulden 591 inwoners de vragenlijst in en hebben 283 inwoners een foto ingestuurd. In fase 2 hebben we opnieuw een digitale enquête gehouden, deze keer met stellingen over de drie ontwikkelscenario’s. In totaal vulden 903 inwoners deze tweede vragenlijst in. Een deel hiervan via straatgesprekken op verschillende locaties in de gemeente.

  • Raads- en collegesessies: gedurende het proces zijn de raad en het college van Zutphen op regelmatige basis geïnformeerd en betrokken. Zij werden tijdig geïnformeerd en geconsulteerd tijdens gezamenlijke raads- en collegebijeenkomsten.

De resultaten van het participatietraject bij het opstellen van deze omgevingsvisie zijn te vinden in de Nota van participatie.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Figuur 3 Impressie van de verschillende participatiemomenten die georganiseerd zijn in het kader van de omgevingsvisie

2 Onze gemeente Zutphen

Algemeen

De bestaande kwaliteiten van de gemeente Zutphen zijn een belangrijke onderlegger voor het gesprek over de toekomst. Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteiten van onze gemeente. Deze kwaliteiten beschouwen we als fundament voor onze visie op de leefomgeving van de toekomst. Ze bieden een goede basis voor de keuzes die we maken in onze (ruimtelijke) ontwikkeling.

afbeelding binnen de regeling

2.1 Kenschets van de gemeente Zutphen

De gemeente Zutphen bestaat uit de stad Zutphen, het dorp Warnsveld en de buurtschappen Warken en Bronsbergen. De verschillende wijken van de stad hebben ieder hun eigen karakter: Centrum en Noorderhaven, Noordveen, Waterkwartier, Zuidwijken, Leesten en De Hoven. Daarnaast zijn er vier bedrijventerreinen: De Mars, Revelhorst, De Stoven en Lage Weide.

ERFGOED ALS VERTREKPUNT VOOR DE TOEKOMST: EEN ZICHTBARE, RIJKE EN BELEEFBARE GESCHIEDENIS

De gemeente Zutphen ademt historie. Het erfgoed in de gemeente vertelt het verhaal van de ontwikkeling van de gemeente. Het is bepalend voor de inrichting en het gebruik in de toekomst. Zutphen is een van de oudste stedelijke nederzettingen van ons land. Strategisch gelegen op een hoog rivierduin, omgeven door Berkel- en IJsselwater, ontstond de plaats al 1700 jaar geleden als machtscentrum. Diverse belangrijke families en zelfs koningen van het Heilige Roomse Rijk hadden er een machtsbasis. Vanuit een palts (een soort paleis) op het ‘s Gravenhof oefenden zij bestuurlijke en politieke invloed uit. De stad werd de kiemcel van het vorstendom Gelre & Zutphen en de latere provincie Gelderland. Rond het jaar 1195 kreeg Zutphen als eerste Gelderse stad stadsrechten. Hiermee werd ze de moederstad van de Gelderse steden. Bestuur en rechtspraak behoren tot het DNA van de stad.

HANZESTAD

Vanaf 1200 ontwikkelde Zutphen zich als succesvolle handelsstad met vrachtvaart naar de steden aan de kusten van de Noord- en Oostzee. Zutphen was een van de eerste leden van het Hanzeverbond. De bloeitijd van Zutphen lag in de late middeleeuwen, tussen 1200 en 1550. Uit die tijd is zeer veel bewaard gebleven. Zoals het middeleeuwse stratenplan, dat deels teruggaat tot de tijd van de Vikingen (rond 900 na Chr. de ringwalburg), de stadsommuring, poorten en torens. Maar ook kerken, hofjes en honderden middeleeuwse huizen, een uniek ensemble binnen een beschermd stadsgezicht. De periode van Zutphen als vestingstad (1600-1874) liet sporen na in de vorm van grachten en parken rond het centrum.

TORENSTAD

Zutphen staat bekend als ‘torenstad aan de IJssel’. De stad is al vanuit de verte en alle windrichtingen te herkennen aan het unieke silhouet van de Walburgiskerk, de Broederenkerk, de Nieuwstadskerk, de Wijnhuistoren en de Drogenapstoren. Het historische stadssilhouet is vanuit het zuidwesten en westen vrijwel onaangetast. Inwoners waarderen de historische kenmerken en de sfeervolle binnenstad zeer. Ook op bezoekers vanuit de regio en daarbuiten hebben deze kenmerken een grote aantrekkingskracht.

Ook in het dorp Warnsveld is een rijk aanbod aan cultuurhistorische elementen te vinden. Zoals de historische dorpskern, de Sint-Martinuskerk, de 19e-eeuwse villa's en molens. In het nabije landelijk gebied bevinden zich diverse statige landgoederen zoals het Meijerink, ‘t Waliën en Huis ‘t Velde.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 4 Impressie van het DNA van de gemeente Zutphen: foto's ingezonden door deelnemers van de vragenlijst 'Zutphen Spreekt'.

INITIATIEFRIJKE EN ZORGZAME SAMENLEVING

De gemeente Zutphen kenmerkt zich door een diverse samenleving. De verschillende wijken hebben allemaal hun eigen samenstelling, geschiedenis en karakter. Inwoners zijn over het algemeen betrokken bij maatschappelijke opgaven en herkenbaar als gastvrije, creatieve en initiatiefrijke mensen. De gemeente kent dan ook een lange traditie van inwonersparticipatie. De gemeente heeft een rijk verenigingsleven en er is een uiteenlopend aanbod aan cultuur, sport en evenementen. In de Zutphense samenleving zorgt men voor elkaar. Het welzijn van de inwoners staat hoog in het vaandel. Deze zorgzaamheid is zichtbaar in de inzet van maatschappelijke organisaties, diverse inwonersinitiatieven en in de aanwezigheid van tal van welzijns- en zorginstellingen met een lokale, regionale en ook landelijke clientèle. Zutphen staat ook wel bekend als antroposofische stad, met diverse winkels, (onderwijs)instellingen en voorzieningen met een antroposofische grondslag.

GROEN STAD EN DORP IN EEN GROEN-BLAUWE JAS

De gemeente Zutphen is een groene, bos- en waterrijke gemeente. Dit is voor inwoners van belangrijke waarde.[1] Het stedelijk gebied van de gemeente Zutphen kan niet los worden gezien van het omringende landelijk gebied. De gemeente Zutphen kent een bijzondere landschappelijke ligging aan de rivier de IJssel, in het beekdal van de Berkel en de Vierakkerse Laak, als uitloper van de Veluwe en als poort naar de Achterhoek. Het afwisselende rivierenlandschap omvat uiterwaarden, kronkelwaarden, oeverwallen en rivierduinen. Het watersysteem is een dragend element in de fysieke leefomgeving. Vanuit het verleden diende het water als voedingsbron voor de verdedigingswerken rondom de stad. Ook in de huidige groenstructuur speelt het een belangrijke rol als verbinding voor mens en natuur. Het landschap in het oostelijk deel van de gemeente kent een meer agrarisch landschap met beekdalen, broeklanden, kampen en essen en het landgoederenlandschap met bossen. Het landelijk gebied is een levendig en dynamisch gebied dat veel verschillende vormen van gebruik kent.



De vesting is de grens van de oude binnenstad. In het verleden beschermde de vesting Zutphen vooral tegen vijanden. De vesting is nu een groen gebied met historische bouwwerken en water, dat ruimte biedt voor ontspanning en koele plekken in de stad. In de binnenstad zijn diverse vormen van stadsnatuur te vinden. Denk aan groene hofjes, door inwoners aangelegde geveltuintjes en de vestinggordel die een groen lint rondom de binnenstad vormt. Warnsveld staat bekend om zijn groene en bosrijke omgeving. Ook rond de woonwijken in de stad Zutphen is veel groen en natuur, aangevuld met de Berkel en de IJssel op steenworp afstand.

[1] Dit is een van de uitkomsten uit de enquête ‘Zutphen spreekt’ die is afgenomen onder inwoners van de gemeente Zutphen.

REGIONALE CENTRUM POSITIE ÉN DAGELIJKSE VOORZIENINGEN NABIJ

Niet alleen natuur en groen zijn altijd dichtbij, ook belangrijke voorzieningen zijn voor inwoners altijd in de buurt. In het stadscentrum is een uitgebreid aanbod aan winkels en horeca in een monumentale omgeving. De binnenstad trekt daarmee naast inwoners ook mensen van buiten naar de gemeente. Ditzelfde geldt voor het detailhandelaanbod op de woonboulevard ten noorden van het station. Verspreid over de buurten van Zutphen en Warnsveld zijn daarnaast kleinschalige clusters van detailhandel (voornamelijk voor dagelijkse boodschappen), diverse ontmoetingsplekken en sportvoorzieningen. Daarnaast kent de gemeente een sterk en gevarieerd onderwijsaanbod, van primair en voortgezet onderwijs tot mbo. Ook op cultureel gebied heeft de gemeente een uniek, hoogwaardig en divers aanbod, met podiumkunsten, film, muziek, letteren, amateurkunst, kunsteducatie en beeldende kunst.

De gemeente Zutphen bedient met een deel van haar voorzieningen de omliggende regio en bekleedt hierdoor een centrumpositie. Naast het detailhandel en horeca-aanbod in de binnenstad en op de woonboulevard, betreft dit voorzieningen zoals het Gelre ziekenhuis, de GGD, GGNet, het voortgezet onderwijs, Aventus (mbo opleidingen), de Rechtbank Zutphen en de diverse culturele voorzieningen.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 5 Impressie van het DNA van de gemeente Zutphen: foto's ingezonden door deelnemers van de vragenlijst 'Zutphen Spreekt'.

RUIMTE VOOR ONDERNEMERSCHAP EN INNOVATIE

Op economisch gebied zijn de gezondheidszorg, de maakindustrie en groot- en detailhandel de belangrijkste sectoren in Zutphen. Veel inwoners werken in de collectieve dienstverlening (waaronder de zorgsector), de zakelijke dienstverlening en de handel. Deze laatste twee sectoren zijn bijvoorbeeld in de binnenstad te vinden, met onder andere kantoren, de rechtbank, detailhandel en horeca. Het Gelre Ziekenhuis in Zutphen en GGNet zijn in Zutphen twee belangrijke werkgevers in de zorgsector.

De maakindustrie is vooral te vinden op bedrijventerrein De Mars. Dit bedrijventerrein biedt ruimte voor bedrijvigheid in zwaardere milieucategorieën en huisvest een aantal grote bedrijven in de industriële en circulaire sector. De Mars heeft een eigen haven en er zijn enkele vestigingen uit de grootschalige detailhandel. De Mars is een van de grootste bedrijventerreinen in de regio, en zorgt voor veel directe en indirecte banen voor inwoners van Zutphen en de regio. Dit bedrijventerrein heeft hiermee een bijzondere positie. Naast De Mars zijn er nog drie andere bedrijventerreinen voor kleine en middelgrote bedrijven: De Stoven, De Lage Weide en De Revelhorst. In het landelijk gebied is daarnaast nog een heel aantal agrarische bedrijven gevestigd.

afbeelding binnen de regeling

2.2 Zutphen in de regio

Als gemeente kijken we niet alleen naar onszelf. Vanuit onze geschiedenis als Hanzestad hebben we van oudsher onze ogen naar buiten gericht. Onze gemeente bevindt zich op de scheidslijn van de Veluwe en de Achterhoek en vormt een aantrekkelijke entree van de diverse natuurgebieden. De uiterwaarden maken deel uit van de 162 Natura 2000 gebieden in Nederland. Ook maakt het oostelijk deel van het landelijk gebied deel uit van het Nationaal Landschap De Graafschap.

Rondom Zutphen komen verschillende wegen, spoorlijnen en waterwegen samen. Dit maakt Zutphen een gemeente in de luwte van alle infrastructurele assen om haar heen. De ontsluiting naar de snelweg loopt via provinciale wegen. Per spoor is Zutphen verbonden met Apeldoorn en Deventer, de regio Arnhem-Nijmegen, de Achterhoek en Twente. Over het water heeft Zutphen met het Twentekanaal een directe verbinding met steden als Almelo, Hengelo en Enschede. Ook Deventer is door de rivier de IJssel met Zutphen verbonden.

Op het gebied van intergemeentelijke samenwerkingen maakt de gemeente Zutphen deel uit van de (WGR) regio Stedendriehoek, samen met buurgemeenten Voorst, Brummen en Lochem en de gemeenten Apeldoorn, Deventer, Epe en Heerde. In de regio Stedendriehoek werken overheden, ondernemers en onderwijs samen op vlakken zoals woningbouw, duurzaamheid, brede welvaart, economie, mobiliteit en innovatie. Daarnaast werkt de gemeente samen met Achterhoekse gemeenten op het gebied van water, omgang met klimaatverandering en toerisme. Ook werken we samen met andere Gelderse gemeenten in de regio Noord- en Oost-Gelderland (‘van Harderwijk tot Winterswijk’), als samenwerkingsregio voor de GGD en de Veiligheidsregio.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 6 Ligging van gemeente Zutphen in de regio

Onze toekomst bepalen we niet alleen. Initiatieven van en voor de Zutphense samenleving zijn ook gebonden aan kaders en regelgeving van hogere overheden als Rijk en provincie. Bij het opstellen van deze omgevingsvisie is dan ook rekening gehouden met beleid en visies van deze andere overheden en partners in de regio.

RIJK

Met de Contourennotitie (2023) schetst het rijk de eerste inhoudelijke richting voor een rechtvaardige verdeling van de ruimte. De notitie benoemt drie “bewegingen”:

  • naar een evenwicht tussen landbouw en natuur in heel Nederland: voor een toekomstbestendige landbouw en herstel van de biodiversiteit;

  • naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving: voor schonere energie, duurzamere vervoersstromen en het samenbrengen van vraag en aanbod;

  • naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland: toekomstperspectief voor alle gebieden.

De Contourennotitie beschrijft voor het rechtvaardig verdelen van de ruimte drie leidende principes:

  • keuzes moeten niet leiden tot het afschuiven van problemen. Niet naar volgende generaties. Niet naar andere gebieden. Lasten en lusten moeten eerlijk worden verdeeld;

  • verder moet recht worden gedaan aan de schaarse en waardevolle ruimte. Waar het kan moeten functies slim en met kwaliteit gecombineerd worden;

  • er moet recht worden gedaan aan de eigenheid van de regio’s: we beschermen en benutten wat er is en werken aan lokaal passende oplossingen.

Tot slot realiseren we ons dat gesteldheid van ons water- en bodemsysteem meer dan ooit bepalend is voor wat kan. Water en bodem worden daarom ‘sturend’ bij de te maken keuzes.

De Contourennotitie spreekt ook voor de regio Stedendriehoek over een brede schaalsprong. De regio kan ruimte bieden aan meer verstedelijking. Denk aan grootschalige woningbouw en bijbehorende voorzieningen, versterking van het mobiliteitsnetwerk, economische ontwikkeling en groen in en om de stad.

PROVINCIE GELDERLAND

De gemeente Zutphen maakt deel uit van de provincie Gelderland. De provinciale omgevingsvisie is dan ook een kaderstellend document. Gelderland heeft in haar provinciale omgevingsvisie doelen en speerpunten geformuleerd op zeven kernambities:

  • energietransitie: van fossiel naar duurzaam;

  • klimaatadaptatie: omgaan met veranderende weersomstandigheden;

  • circulaire economie: minder afval en meer kringloop, recycling en hergebruik zijn nodig om Gelderland schoon en groen te houden;

  • biodiversiteit: werken met de natuur staat voorop vanuit robuuste verbindingen;

  • bereikbaarheid: slim maatwerk en nieuwe vormen van mobiliteit zijn nodig om elkaar te kunnen blijven bereiken en ontmoeten (duurzame mobiliteit);

  • vestigingsklimaat: de aantrekkingskracht van de Gelderse regio’s moet mensen blijvend binden aan Gelderland;

  • woon- en leefomgeving: dynamisch, divers en duurzaam. Bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied is het vertrekpunt. Met als doel: leegstand voorkomen, het landschap open en groen houden en het voorzieningenniveau op peil houden.

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), de Contourennotitie en Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende omgevingsverordening vormen een kader voor de ambities en opgaven van de gemeente Zutphen. Waar nodig zijn ze verwerkt in deze Omgevingsvisie gemeente Zutphen.

Zutphen maakt deel uit van de regio Stedendriehoek. In de regio Stedendriehoek maken de acht gemeenten afspraken over regionale samenwerking. Dit gebeurt via de Strategische agenda en daarmee samenhangend met de Regionale Uitvoeringsagenda. Beide agenda’s geven een doorkijk tot 2030.

We werken in de regio samen aan verschillende programma’s. Zoals slimme groene verstedelijking, vitaal landelijk gebied, regionale economie van de toekomst, mobiliteit en gebiedsontwikkeling. Samen met de provincie is gewerkt aan een Regio Arrangement Stedendriehoek (2023). Hierin staan vijf opgaven: Verstedelijking in balans (onderzoek naar regionale schaalsprong en verdichtingsopgaven), ontwikkeling corridors A1/A50, bevaarbaarheid IJssel, vitaal landelijk gebied en de Veluwe. Van deze opgaven nemen we alleen het vraagstuk binnenstedelijke verdichting direct mee in deze omgevingsvisie. De andere opgaven vragen om meer regionale ruimtelijke afstemming. Toch is het belangrijk om te benoemen dat er toekomstontwikkelingen voor de regio en daarmee ook voor de gemeente Zutphen worden onderzocht.

3 Toekomstverhaal Zutphen

Ons toekomstverhaal

Voor ons toekomstverhaal kijken we vooruit in de tijd. De gemeente Zutphen heeft zich in 2040 ontwikkeld tot een sterke stedelijke gemeente in een groene omgeving, gelegen aan de IJssel met een compacte en dichtbebouwde stad Zutphen en vitaal dorp Warnsveld. We spelen als gemeente een rol van betekenis in de regio als verbinder van de landschappen om ons heen én door een substantiële bijdrage te leveren aan de brede schaalsprong met woningbouw, werkgelegenheid, voorzieningen en versterking van het mobiliteitsnetwerk. In alle ontwikkelingen in onze gemeente staat de mens centraal en kijken we naar elkaar om. We bieden ruimte aan aantrekkelijk wonen, werken en ontspannen in een gezonde leefomgeving. Dat doen we door op een eigentijdse manier antwoord te geven op de grote ruimtelijke opgaven en transities, terwijl we voortbouwen op ons cultuurhistorisch fundament.

Hoe dit er precies uit komt te zien beschrijven we in dit hoofdstuk: ons toekomstverhaal. Het toekomstverhaal is geschreven vanuit ons streefbeeld in 2040. De dikgedrukte woorden zijn terug te vinden op de bijbehorende kaart van deze omgevingsvisie (zie Visiekaart).

afbeelding binnen de regeling

In het gehele stedelijk gebied in onze gemeente woon je - jong én oud - in 2040 in de buurt van voorzieningen, winkels, openbaar vervoer en groen. Dit is belangrijk voor de leefbaarheid voor alle inwoners van onze gemeente. Ook werk is goed bereikbaar en lopen en fietsen is aantrekkelijk. Hierop hebben we de afgelopen jaren onze openbare ruimte en ons mobiliteitssysteem ingericht. We gaan uit van de 15-minutenstad. In dit concept zijn alle dingen die belangrijk zijn in het dagelijks leven te voet of per fiets bereikbaar binnen 15 minuten van huis: onderwijs, zorg, werk, winkels, OV, sport, ontspanning en groen.[2] We zorgen hierbij vanzelfsprekend voor aanpassingen in de infrastructuur en openbare ruimte voor mindervalide mensen. De voorzieningen zijn zoveel mogelijk geclusterd in onze wijkharten. Deze bieden een stevige basis voor onze sociale infrastructuur. Ook de aanwezigheid van collectieve voorzieningen zoals openbaar groen, openbare recreatiemogelijkheden en deelgebruik onderscheidt ons en zorgt voor leefbare en verbonden buurten. Daarnaast hebben we een divers sportaanbod en een sterk verenigingsleven voor sport en cultuur, met een aanbod dat onze inwoners uitnodigt om elkaar te ontmoeten. Ook in de openbare ruimte investeerden we in aantrekkelijke ontmoetingsplekken en activiteiten voor jong en oud. De fiets neemt als gezond vervoersmiddel een belangrijke plek in. Aantrekkelijke doorfietsroutes, de zogenaamde rode lopers, verbinden wijken met elkaar en de binnenstad van Zutphen. Met de ontwikkeling van noord-zuidverbindingen verminderen we de barrièrewerking van het spoor. De vernieuwde stationsomgeving en bijbehorende verbinding dienen als verbindende schakel tussen noord en zuid. Deze fietsverbindingen zijn (sociaal- en verkeers)veilige routes die door vorm en inrichting bijdragen aan efficiënte en duurzame mobiliteit. Tegelijkertijd stimuleren ze beweging en voegen ze extra groen toe in het stedelijk gebied. Via de rode lopers verplaatsen zowel inwoners als bezoekers zich op een snelle manier door ons compacte stedelijk gebied.

[2] De 15 minutenstad hoe doe je dat? (Rebel, Fietsersbond, Wandelnet, 2023)

“Groen-blauwe longen bieden een plek om te ontspannen, te spelen en bewegen, elkaar te ontmoeten en vooral om in de buitenlucht te zijn”

In de gemeente Zutphen kiezen we voor een groene en gezonde leefomgeving met natuur dichtbij. Dit geldt op schaal van de regio, met de IJsselvallei, de Veluwe en het Achterhoekse Coulisselandschap om de hoek, maar ook in onze directe leefomgeving. In 2040 zorgen de groen-blauwe longe voor een stevige verbinding van het stedelijk gebied met het landschap om ons heen. Zo kunnen planten en dieren zich makkelijk verplaatsen. Tegelijkertijd zorgen ze voor groene verbindingen binnen het stedelijk gebied zelf. Deze groene verbindingen worden ook gebruikt voor de fiets- en wandelverbindingen binnen onze stad en dorp. Ze dragen daarmee bij aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van Zutphen en Warnsveld. De parken, het watersysteem met onder andere de IJssel en de Berkel en de brede groenstructuren zijn onze ‘groen-blauwe longen’. Ze bieden een plek voor inwoners en bezoekers om te ontspannen, te spelen en bewegen, elkaar te ontmoeten en vooral in de buitenlucht te zijn. Verder bieden ze ruimte voor klimaatadaptatie, verbeteren van waterkwaliteit en het vergroten van de biodiversiteit. Ook rondom de rivieren is volop ruimte voor klimaatadaptatie en een robuust watersysteem: onder meer in de uiterwaarden van de IJssel en binnen het landelijk gebied waar ruimte is voor meandering van de Berkel. Deze groen-blauwe structuur is doorgezet in de wijken, buurten en woonstraten als groen-blauwe dooradering voor stadsnatuur, gezondheid en klimaatadaptieve maatregelen.

In 2040 heeft Zutphen een schaalsprong gemaakt. De gemeente is gegroeid. Onze diverse, aantrekkelijke en duurzame woonmilieus verspreid over de hele gemeente, boden de afgelopen jaren volop ruimte aan onder meer jongvolwassenen en ouderen in onze gemeente. Ook hadden ze een grote aantrekkingskracht op huishoudens die zich graag in Zutphen wilden vestigen. Deze schaalsprong hebben we bereikt in samenwerking met de regio Stedendriehoek, provincie Gelderland en het Rijk. We hebben samen met de gemeenten Voorst, Brummen en Lochem over onze grenzen heen gekeken en ook omliggende kernen betrokken bij de kwalitatieve en kwantitatieve opgave. Naast de bouw van nieuwe woningen hebben we hard gewerkt om onze bestaande woningvoorraad toekomstbestendig te maken. We hebben gezorgd voor meer en vooral ook betaalbare woningen. Zo wisten vooral jongvolwassenen hun plek in de gemeente Zutphen te vinden. Hierbij hebben we ook de wijken weer in evenwicht gebracht. Met een goede balans in samenstelling van de woningvoorraad, inkomens-, leeftijds- en zorgdoelgroepen en leefstijlen.

“In alle ontwikkelingen in onze gemeente staat de mens centraal en kijken we naar elkaar om”

Tegelijk met de schaalsprong wilden we ook die compacte stad blijven die Zutphen al decennialang is. We keken daarom naar verdichting op plekken als de binnenstad, de stationsomgeving en het Waterkwartier en uitbreiding met woningbouw aan de stadsranden, zoals Noordveen en De Hoven. De verdichting is uitgevoerd met architectuur en hoogbouw op doordachte plekken, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit en het unieke stadssilhouet van Zutphen. Deze toevoegingen zetten het stadsgezicht van Zutphen landelijk op de kaart als ‘Torenstad 2.0’. Hierbij zochten we naar nieuwe duurzame, groene en gezonde woonconcepten. Ook keken we naar gestapelde bouw op plekken waar dit een waardevolle bijdrage aan de woonomgeving kon bieden. Dit deden we zo veel mogelijk vanuit de randvoorwaarden die horen bij klimaatadaptief (bodem en water sturend), natuurinclusief en energieneutraal bouwen. Naast onze ambitieuze nieuwbouwprojecten hebben we bestaande woonwijken aangepakt. Hier is een grote slag gemaakt in verbetering van kwaliteit van de woningen, de energietransitie, groen-blauwe dooradering en vergroening. Om een zo hoog mogelijke kwaliteit na te streven en alle belangen goed te wegen, hadden we hierin als gemeente een sturende rol. Tegelijkertijd zochten we samenwerking met woningcorporaties, marktpartijen, belangenorganisaties en inwoners om deze grote uitdaging aan te gaan.

Wie zich in 2040 begeeft op de bedrijventerreinen De Mars en Revelhorst, ziet dat deze zich hebben ontwikkeld tot duurzame, schone, gezonde en innovatieve werklocaties met steeds meer circulaire bedrijfsvoering. Deze locaties werden de afgelopen jaren ook steeds beter bereikbaar via mobiliteitsknooppunten en regionale (snel)fietsroutes. Ook verkenden we mogelijkheden voor een betere verbinding met de westkant van de IJssel en mogelijke alternatieven die zorgen voor een goede bereikbaarheid van Zutphen en goede landschappelijke inpassing. We boden ruimte voor bedrijvigheid door uitbreiding van werklocaties bij de Revelhorst en Eefde-West. Ons cluster circulaire en zware bedrijvigheid op De Mars heeft zijn regionale positie versterkt en vergroot. De bedrijven werken nauw samen met overheden en kennisinstellingen om toekomstbestendig te worden. Ze sturen op verdere vermindering van de milieukundige en gezondheidsimpact. Ze stimuleren het vergroten van circulair denken en doen. Verschillende bedrijven hebben samen geïnvesteerd in het robuust maken van het energienetwerk. Zo worden reststromen omgezet in nieuwe grondstoffen en energielevering voor huishoudens. We creëerden een aantrekkelijk ondernemersklimaat dat past bij de randvoorwaarden die wij stellen aan het type bedrijvigheid in onze gemeente. En bij de veilige en gezonde leefomgeving die wij nastreven. Naast deze bedrijventerreinen hebben we de afgelopen jaren op diverse plekken in de gemeente geïnvesteerd in gemengde milieus. Hier gaan wonen, werken, onderwijs en recreëren perfect samen. Verspreid over de gemeente bevindt zich een onderscheidend en divers aanbod aan onderwijs, afgestemd op de behoeften van de arbeidsmarkt. Dankzij aantrekkelijke huisvesting en goede bereikbaarheid voorziet dit aanbod in de vraag van inwoners en daarbuiten. Ook investeerden we in het behouden van onze regionale zorgfunctie. We vinden het van groot belang om ruimte te blijven bieden aan diverse bedrijvigheid: van maakindustrie, detailhandel, diensten en zorg tot toerisme en recreatie. Zo zorgen we voor werkgelegenheid voor een deel van onze inwoners. Dit is belangrijk voor sociaal-economische stabiliteit en meer bestaanszekerheid.

De stad Zutphen heeft in 2040 zijn centrale positie binnen de regio fors versterkt. De afgelopen jaren is ingezet op het onderhouden, verbeteren en vernieuwen van de centrumkracht van Zutphen, zoals die in het verleden bestond. Er is blijvend geïnvesteerd in regionale voorzieningen op het gebied van cultuur, zorg, horeca, detailhandel, rechtspraak en onderwijs, gekoppeld aan een goede bereikbaarheid binnen de regio. Dit is bijvoorbeeld goed te zien in de vernieuwde stationsomgeving. Hier mengen functie als wonen, werken, leren en verblijven in een hoogstedelijk milieu met diverse, vernieuwende architectuur en hoogteaccenten. De binnenstad van Zutphen is een bijzonder en aantrekkelijk gebied waar zorgvuldig voortgebouwd is op de cultuurhistorische waarden. Het beschermde stadsgezicht met vele monumenten biedt ruimte aan moderne stedelijke dynamiek, afgewisseld met rust en bezinning in de hofjes, pleintjes en verborgen straatjes. De binnenstad is autoluw geworden. Dit dankzij een netwerk van goed bereikbare parkeervoorzieningen op strategische locaties in en rond de binnenstad, een slimme stadsdistributie en goede afspraken met bewoners en bedrijven. Om dit te bereiken houden we vast aan de koers richting een autoluwe binnenstad zoals geformuleerd in de mobiliteitsvisie binnenstad (2018) en de Kaderstellende notitie programma binnenstad (2023). Voor de realisatie wordt een gedegen participatieproces georganiseerd, gericht op zowel bewoners als ondernemers waarbij gezocht wordt naar overeenstemming over de totale parkeercapaciteit in en rond de binnenstad, waarbij rekening wordt gehouden met voldoende parkeerruimte voor bezoekers en mindervaliden, met name aan de randen van het centrum. De fiets speelt een centrale rol in het mobiliteitsbeleid van Zutphen. We stimuleren fietsgebruik actief en zorgen daarbij voor voldoende, toegankelijke en veilige fietsparkeervoorzieningen op logische en drukbezochte locaties, zoals in de binnenstad, scholen en winkelgebieden. Daarbij wordt ook ingezet op de ontwikkeling van bewaakte fietsenstallingen. Fietsparkeren wordt integraal meegenomen bij herinrichting van de openbare ruimte en gebiedsontwikkeling. Door de aanwezigheid van aantrekkelijke horeca, overnachtingsmogelijkheden, detailhandel en slimme mobiliteitsoplossingen kent onze openbare ruimte een hoogwaardige verblijfskwaliteit. De balans tussen stedelijke dynamiek én ruimte voor rust en bezinning zet Zutphen en Warnsveld ook in 2040 op de kaart in de regio. Ons cultuuraanbod is uitnodigend en goed bereikbaar voor inwoners en bezoekers van buiten de gemeente. De binnenstad is bij uitstek een plek waar je cultuur kunt beleven. Maar ook daarbuiten vindt cultuur overal in Zutphen en Warnsveld plaats. De historische binnenstad en de Hanzehof zijn goed met elkaar verbonden in een cultuurcorridor.

Cultuurhistorie is ook in 2040 één van de belangrijkste dragers van eigenheid, omgevingskwaliteit, zelfbewustzijn, leefbaarheid en economische en toeristische aantrekkingskracht in de gemeente. Onze erfgoedwaarden zijn een intrinsiek onderdeel van de Zutphense identiteit. Ze vormen daarmee één van de belangrijke pijlers waarop we voortborduren en een ijkpunt voor toekomstige ontwikkelingen. Wie in 2040 in de gemeente Zutphen rondloopt, ziet dat we de afgelopen jaren ons erfgoed en de historische structuren hebben ontwikkeld en zichtbaar gemaakt. Ze zijn ingezet als basis voor logische ruimtelijke ontwikkelingen. Zo hebben we voor monumentale gebouwen en de groen-blauwe verdedigingswerken steeds gezocht naar de meest optimale manier om de historie zichtbaar te houden en tegelijk - door modernisering en verduurzaming - zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de gebruikerswensen van de 21e eeuw.

Zutphen, Warnsveld en het landelijk gebied kennen een lange ontstaansgeschiedenis en herbergen ook in 2040 bijzondere cultuurhistorische waarden. Lang werden de natuur en het landschap buiten de stad gehouden, maar sinds het verdwijnen van de stadsmuren zijn stedelijk en landelijk gebied steeds meer met elkaar verweven. Deze verweving is in 2040 geoptimaliseerd. Het landelijk gebied omringt als een groen-blauwe jas het stedelijk weefsel en zorgt voor een gezonde leefomgeving. De natuur en het water van de IJssel, de Berkel en de Vierakkerse Laak zijn voor iedereen binnen handbereik. In 2040 is het landelijk gebied dynamisch en getransformeerd naar een duurzaam, klimaatadaptief gebied. Een gebied dat ruimte biedt aan natuurontwikkeling, water, duurzame energie, agrarische activiteiten, wonen, zorg en kleinschalige ondernemers. Tegelijkertijd vormt het landelijk gebied in 2040 meer dan ooit een belangrijk uitloopgebied voor recreërende inwoners en bezoekers. Het landschap en de identiteit van de ondergrond bepalen hoe wij het landelijk gebied gebruiken. Dit hebben we vastgelegd in heldere landschapszones. Dankzij deze zones is het duidelijk welke ontwikkelingen en initiatieven we op welke plek aanmoedigen. Om zo in balans met de natuur en alle ruimtevragende opgaven ook in het landelijk gebied aantrekkelijk en gezond te kunnen wonen, werken en recreëren.

De groen-blauwe longen, rode lopers, 15-minuten stad en onze wijkharten dragen samen bij aan een gezonde leefomgeving, een lager energieverbruik, minder uitstoot van CO2, meer sociale verbondenheid en meer sociale veiligheid. Extra aandacht en zorg voor onze cultuur- en landschapshistorie biedt een blijvend diepgeworteld fundament dat houvast geeft aan al onze toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Samen met de uitgangspunten van unieke woonmilieus in een compacte stad, duurzame werklocaties en een sterk mobiliteitsnetwerk zorgen ze voor een prettig leefklimaat en een goed functionerende samenleving. Zo geven we samen vorm aan de toekomstbestendige, sterke en aantrekkelijke gemeente aan de IJssel die we voor ál onze inwoners en bezoekers willen zijn.

Structurerende principes

Het toekomstverhaal van de omgevingsvisie van Zutphen kenmerkt zich door vijf structurerende basisprincipes. Hoewel de visie in de verschillende gebieden van de gemeente op een andere manier tot uiting komt, zijn deze vijf structurerende basisprincipes altijd in een bepaalde mate terug te vinden. De structurerende basisprincipes zijn gelijkwaardig. Ze staan hier benoemd in willekeurige volgorde.

I. Compacte stad

Zutphen kenmerkt zich al decennialang als compacte stad. We zetten in op het versterken van dit ruimtelijke concept. Met als doel: het behouden en versterken van de landschappelijke kwaliteiten van het landelijk gebied, het beperken van verkeersstromen en het nabij houden van voorzieningen voor inwoners. Op bepaalde plekken binnen het stedelijk gebied zetten we in op verdichting. We kiezen vaker voor hoogteaccenten. Dit om te voorkomen dat verdichten ten koste gaat van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Volgens het principe van de 15-minuten stad zorgen we dat alle dingen die belangrijk zijn in het dagelijks leven goed toegankelijk zijn. Onderwijs, zorg, werk, winkels, OV, sport, ontspanning en groen zijn te voet of met de fiets bereikbaar binnen 15 minuten van huis. Onderdeel van de compacte stad zijn de rode lopers: aantrekkelijke routes voor langzaam verkeer die de wijkharten (voorzieningenclusters) en wijken met elkaar en de binnenstad van Zutphen verbinden.

afbeelding binnen de regeling

II. Centrumpositie

Zutphen speelt van oudsher een rol van betekenis in de regio. De gemeente bedient met een deel van haar voorzieningen de omliggende regio en bekleedt hierdoor een centrumpositie. Naast het detailhandel en horeca-aanbod in de binnenstad en op de woonboulevard, gaat het om voorzieningen zoals het Gelre ziekenhuis, GGNet, het voortgezet onderwijs, Aventus, de Rechtbank Zutphen en de diverse culturele voorzieningen. We blijven als gemeente investeren in regionale voorzieningen, bedrijvigheid en de sterke positie van de binnenstad. Ook zetten we in op het versterken van de monumentale Hanzestad. En we verkennen mogelijkheden voor extra verblijfsrecreatie in de gehele gemeente. Zutphen vormt daarnaast één van de stedelijke kernen in de Regio Stedendriehoek en speelt een belangrijke rol voor het westelijk deel van de Achterhoek. Mensen wonen, werken, verblijven en recreëren in dit hele gebied. Regelmatige verplaatsingen tussen de verschillende kernen in deze regio vragen aandacht voor onder andere mobiliteit en infrastructuur.

afbeelding binnen de regeling

III. Schaalsprong

Om de gemeente Zutphen leefbaar en aantrekkelijk te houden, is de aanwezigheid van voorzieningen belangrijk. Om het huidig sterke en sociaal voorzieningenniveau te behouden, zijn ook in de toekomst voldoende gebruikers van de voorzieningen nodig. Een groei van het aantal gebruikers en daarmee het aantal inwoners van de gemeente (‘schaalsprong’) zien we dan ook als randvoorwaardelijk om het voorzieningenniveau in de toekomst te behouden. Een groei van het aantal inwoners vraagt om voldoende woningen (inbreiding en uitleglocaties), maar ook om voldoende werkgelegenheid (benutting beschikbare ruimte en uitbreiding) en bijbehorende infrastructuur (mobiliteitsknooppunten, regionale infrastructuur en elektriciteitsnetwerk). Voor het realiseren van voldoende woningen richten wij ons op woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding). Niet de volledige opgave kan binnen bestaand stedelijk gebied worden opgevangen. We wijzen daarom ook enkele uitbreidingslocaties aan die direct grenzen aan het bestaand stedelijk gebied (compacte stad). Deze woningbouwlocaties worden op kwalitatief passende wijze ingevuld met voldoende ruimte voor groen-blauwe elementen. Om voldoende werkgelegenheid te bieden aan het groeiend aantal inwoners kiezen we voor uitbreiding rond de bedrijventerreinen De Mars en de Revelhorst, en voor betere benutting van de beschikbare ruimte. Daarnaast zetten we in op clustervorming om aantrekkelijk te blijven voor onze onderwijsinstellingen. Om de schaalsprong mogelijk te maken, ontsluiten we onze gemeente optimaal door onder meer mobiliteitsknooppunten en goede infrastructurele aansluitingen binnen de regio. Ook zoeken we naar (technologische) mogelijkheden voor de benodigde energietransitie in de bebouwde omgeving en verzwaring van het elektriciteitsnetwerk.

afbeelding binnen de regeling

IV. Groen-blauwe longen

De groen-blauwe longen zorgen als ruimtelijke dragers voor een stevige verbinding tussen het groen en water in het landelijk gebied en de groenstructuren in stad en dorp. De groene zones gaan daarbij samen met de IJssel, de beken en laken, waterpartijen, vestinggordels en verdedigingslinies. Ze maken deel uit van het bredere watersysteem, onder meer gekoppeld aan de Berkel en de Vierakkerse Laak. Bij ruimtelijke ontwikkelingen versterken we aanwezige groen-blauwe structuren, maar voegen we ook nieuwe groene en blauwe elementen toe. Op deze manier komt er meer groen en water in bebouwd gebied. Deze groen-blauwe longen bieden letterlijk ademruimte in een gezonde leefomgeving: ruimte voor bewegen, ontspannen, ontmoeten en stadslandbouw. Want een groeiende bevolking vraagt om voldoende groene zones in en om het stedelijk gebied. De groen-blauwe longen zorgen voor klimaatadaptieve gebieden in het stedelijk gebied, bieden ruimte voor het verbeteren van de waterkwaliteit en dragen bij aan meer biodiversiteit. De haarvaten vanuit deze groen-blauwe longen reiken tot in de wijken, buurten en woonstraten.

afbeelding binnen de regeling

V. Landelijk gebied op maat

We zetten in op een landelijk gebied op maat. Met een goede balans tussen de verschillende functies die aansluiten bij de eigenschappen van het landschap. Hierin houden we vast aan de gebiedsindeling uit de Visie Landelijk gebied van 2015 (landgoederen- en natuurzone, agrarische zone, groene stadsrandzone en IJsselzone). Het landelijk gebied direct rondom de stad is voor stadsbewoners aantrekkelijk om in te recreëren, dichtbij huis. In dit gebied is agrarisch gebruik verweven met verstedelijking, woon-werkfuncties en inwonersinitiatieven. Buiten deze groene stadszone ligt de agrarische zone. Deze wordt grotendeels agrarisch benut en biedt een basis voor goed functionerende, economisch rendabele en natuurinclusieve bedrijven met aandacht voor de gezondheid van omwonenden. Aan de buitenranden kent het landelijk gebied agrarisch gebruik, verweven met natuur en kleinschalige recreatie.

De visie op het landelijk gebied wordt in 2025 geactualiseerd.

afbeelding binnen de regeling

Visiekaart

afbeelding binnen de regeling

4 Drie kernambities voor Zutphen

Algemeen

De gemeente Zutphen in 2040 is een aantrekkelijke en gezonde gemeente, met een sterke stad en wijken, een vitaal dorp Warnsveld en een verbindend en beleefbaar landschap. We benutten ons erfgoed als uitgangspunt en inspiratie voor toekomstige ontwikkelingen en bouwen voort op onze zorgzame samenleving. In 2040 blinkt Zutphen uit in stedelijk wonen in een compacte stad, waar de menselijke maat centraal staat. Een plek met zichtbaar veel cultuurhistorie en groen, waar de bezoeker zich altijd welkom voelt.

Om dit beeld in 2040 te bereiken maken we een aantal keuzes. Want we moeten zorgvuldig met onze ruimte omgaan. Dat blijkt wel uit de complexe opgaven en transities van nu en in de toekomst, onder andere op het gebied van wonen, duurzaamheid, voorzieningen, gezondheid, klimaat, landbouw en economie. Deze verschillende opgaven zijn nauw verbonden en beïnvloeden elkaar. Duidelijk is dat afzonderlijke ruimteclaims niet zomaar eenvoudig naast elkaar in te passen zijn binnen de gemeentegrenzen. We moeten op zoek gaan naar slimme verbindingen. Bij nieuwe ontwikkelingen kiezen we voor meervoudig ruimtegebruik. Ook bouwen we zo veel mogelijk voort op de kenmerken en kwaliteiten van onze omgeving. Zo hanteren we de kwaliteit van het bodem- en watersysteem als sturend uitgangspunt. Daarnaast zetten we ons cultuurhistorisch erfgoed in als inspiratie en houvast voor toekomstige ontwikkelingen.

De keuzes die we maken beschrijven we in drie integrale kernambities. Deze vormen het fundament voor de omgevingsvisie van de gemeente Zutphen:

  • a.

    Zutphen bloeit: een gezonde, diervriendelijke stadse en dorpse leefomgeving met een sterke sociale verbondenheid

  • b.

    Zutphen onderneemt: een vitale en duurzame economie die slim verbonden is

  • c.

    Beleven in Zutphen: Historische Hanzestad van de 21e eeuw in een groen-blauwe

Werken aan een toekomstbestendig Zutphen kan niet zonder de thema’s gezondheid en (fysieke) veiligheid. Sterker nog, richting 2040 vormen ze de basis en randvoorwaarden waar vanuit we als gemeente denken en handelen. Op het gebied van veiligheid hebben we aandacht voor thema’s zoals brandveiligheid, omgevingsveiligheid, risicobeheersing en crisisbeheersing. Daarbij gaat het onder andere over het anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Samen met onze ketenpartners werken we aan een leefomgeving die bijdraagt aan een goede kwaliteit van leven. Waarin de samenleving bekend is met de eventuele risico’s en weet hoe te handelen. Voor een gezonde leefomgeving stellen bestaande wet- en regelgeving eisen en normen aan geur, geluid, water, bodem, licht- en luchtkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hieraan voldoen. Bij de inrichting van onze leefomgeving kiezen we voor ontwikkelingen die een gezonde en veilige leefomgeving versterken en gezondheidsschade en veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk voorkomen. Ook houden we rekening met aanvullende (lokale) regelgeving op het gebied van gezondheidsbescherming en omgevingsveiligheid, als nieuwe landelijke juridische mogelijkheden en/of wetenschappelijke inzichten daartoe aanleiding geven.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 7 Impressie van het DNA van de gemeente Zutphen: foto’s ingezondendoor deelnemers van de vragenlijst ‘Zutphen Spreekt’.

4.1 Zutphen bloeit: een gezonde, diervriendelijke stadse en dorpse leefomgeving met een sterke sociale verbondenheid

afbeelding binnen de regeling

DEZE KERNAMBITIE IN HET KORT :

  • Sterke sociale basis voor alle inwoners. Stimuleren van een leefbare, sociaal verbonden en inclusieve samenleving door versterking van de sociale infrastructuur en een oriëntatie op collectieve voorzieningen.

  • Voldoende voorzieningen verspreid over de gemeente in wijkharten.

  • Groei van het aantal inwoners in 2040 om het voorzieningenniveau in de gemeente Zutphen op peil te houden, te bereiken door een forse toevoeging van woningen voor diverse doelgroepen, met aandacht voor betaalbaarheid en specifieke doelgroepen zoals jongvolwassenen en ouderen.

  • Nieuwe locaties voor woningen in het verstedelijkt gebied (inbreiding) met verdichting en ruimte voor hoogteaccenten passend bij de Zutphense schaal en het stadssilhouet (Torenstad 2.0).

  • Investeren in natuurinclusieve en klimaatadaptieve woonmilieus, waarbij bodem- en watersysteem sturend zijn.

  • Op weg naar een toekomstbestendige bestaande woningvoorraad: kwaliteitsverbetering en verduurzaming voor de koop- en huursector.

  • Versterken lokale bereikbaarheid vanuit het principe ‘15-minuten stad’: goed verbonden doorfietsroutes (rode lopers), mobiliteitsknooppunten en ruimer aanbod aan deelvervoer.

  • Investeren in een veilige, gezonde, groene en beweegvriendelijke leefomgeving die de mentale en fysieke gezondheid van inwoners bevordert.

ONZE AMBITIES RICHTING 2040:

  • In Zutphen helpen we elkaar. We kiezen voor een leefomgeving die bijdraagt aan een sterke sociale basis voor alle inwoners. We willen niet alleen investeren in de zichtbare fysieke leefomgeving (stapelen van stenen), maar ook inzetten op de sociale leefomgeving (sociale basis). Deze ‘sociale basis’ bestaat uit een netwerk van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, families) aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen. Dankzij dit netwerk kunnen inwoners participeren in sociale relaties op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert.[3]

[3] 'Sterke Beleidsinterventies, Sterke Sociale Basis’ Movisie, 2021

  • We vinden het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot een compleet palet aan voorzieningen. Voorzieningen moeten voor al onze inwoners nabij en laagdrempelig zijn. Hierbij kiezen we voor een samenspel in spreiding en gebruik van voorzieningen in stads- en wijkharten:

    • Het dynamisch stadshart van Zutphen biedt een compleet en hoogwaardig voorzieningenniveau met diverse (regionale) culturele- en onderwijsvoorzieningen, commerciële functies, horeca, huiskamervoorzieningen en eventueel werkplekken.

    • Elke wijk heeft een wijkhart met een passend niveau aan voorzieningen. In principe is in elk wijkhart een ontmoetingsplek en een zorgpunt [4], aangevuld met dagelijkse voorzieningen zoals cultuur, detailhandel, dienstverlening, primair onderwijs, andere zorg- en welzijnsfuncties, sport, (vraaggestuurd) openbaar vervoer en eventueel werk. Met wijkhart bedoelen we de fysieke plekken die onderdeel zijn van de sociale infrastructuur zoals bibliotheken, scholen, winkels, parken, horeca, moestuinen, sportclubs, cultuur, bewonersinitiatieven en religieuze gebouwen. Maar ook bijvoorbeeld openbaar vervoer. In de grotere wijkharten is aanvullend wat detailhandel zoals een supermarkt, drogist, bakker en/of (woon-)werklocaties. Hiermee stimuleren we een bloeiende buurteconomie. De wijkharten zijn te vinden in De Hoven, Noorderhaven, Noordveen, Warnsveld, Waterkwartier, Zuidwijken en Leesten. We kiezen ervoor om bestaande wijkharten te versterken en wijkharten toe tevoegen op plekken waar veel nieuwe woningen worden gebouwd. Hierbij hebben we specifiek aandacht voor de nabijheid van woningen voor oudere en/of mindervalide inwoners.

[4] Huisarts, apotheek, (mentaal) gezondheidscentrum, buurtzorghuis, etc.

  • De inrichting van de omgeving om ons heen kan mensen helpen om gezonde keuzes te maken. Bij de ontwikkeling van de leefomgeving richten we ons daarom op het bijdragen aan alle aspecten van positieve gezondheid [5] . Hierbij zien we gezondheid als het vermogen van mensen om zich aan te passen en zelf regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.

[5] De benadering positieve gezondheid gaat uit van 6 dimensies van gezondheid, te weten: dagelijks functioneren, lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven en meedoen.

  • We erkennen dat iedere wijk in de gemeente Zutphen anders is. Per wijk bekijken we gebiedsgericht welke ingrediënten nodig zijn[6] voor sterke sociale infrastructuur. We zetten in ieder geval in op de volgende onderdelen:

    • We hebben uitnodigende en goed bereikbare sport- en cultuurvoorzieningen. We hebben een diversiteit aan culturele en sportverenigingen, die binnen de gemeente een belangrijke bijdrage leveren op het gebied van positieve gezondheid en sociale verbondenheid. Door cultuur en sport leer je vaardigheden waardoor je instaat bent om te gaan met de complexiteit van het leven, samen sterker te staan en netwerk te vormen. Daarom investeren we hierin. Onze verenigingen hebben een sterke organisatiekracht en zijn nauw verweven met de lokale gemeenschap. De gesubsidieerde cultuur- en sportorganisaties werken nauw samen met de verenigingen. We zetten steeds meer in op multifunctionele sportaccommodaties en verbreding van de bestemming.

    • Samen met zorg- en welzijnspartners stimuleert de gemeente Zutphen inwoners, jong en oud, om sociale verbondenheid met elkaar te organiseren. Voor én achter de voordeur.

    • We stimuleren talentontwikkeling en vinden het belangrijk dat inwoners worden uitgenodigd om kennis en vaardigheden op te doen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, financiën en digitale vaardigheden. Maar ook om het ontwikkelen van talenten door middel van kunst, cultuur, sport of onderwijs.

    • Voorzieningen en wijkharten zijn belangrijke ontmoetingsplekken. Om deze te behouden en versterken, zijn vrijwilligers onmisbaar. Als gemeente ondersteunen we hen. Hierbij is het essentieel dat het aanbod van ontmoetingsplekken aansluit bij de veranderende bevolkingssamenstelling in de buurten en de veranderende behoeften. Dit betekent onder andere dat ontmoetingsplekken elkaar in sommige gevallen aanvullen. De invulling van ontmoetingsplekken vindt plaats in nauwe samenspraak met inwoners en maatschappelijke organisaties uit de buurten.

    • Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen streven we naar een inrichting van de openbare ruimte die spontane en informele ontmoeting stimuleert. Dit geldt ook bij het inrichten van de overgang van openbare ruimte naar privéruimten. We zetten onder andere in op collectieve voorzieningen zoals collectief groen in bijvoorbeeld de vorm van (buurt)tuinen, gezamenlijke activiteiten in volkstuinencomplexen en openbare recreatiemogelijkheden. Zo kunnen inwoners elkaar in hun dagelijks leven tegenkomen, zonder dat ze de moeite moeten nemen om naar een voorziening te gaan. Dit doen we om sociale verbinding, zelfredzaamheid en het ontstaan van gezamenlijkheid te stimuleren binnen onze woonbuurten.

    • Door toenemende vergrijzing en extramuralisering van de zorg zal in de toekomst vaker een beroep worden gedaan op mantelzorg. Tegelijkertijd zien we een afname van het potentieel aantal mantelzorgers en van beschikbare vrijwilligers. Veel mantelzorgers zijn zelf ook steeds meer senior. De mantelzorg kan een zware belasting geven. Als gemeente ondersteunen we mantelzorgers door hen tijdelijk of gedeeltelijk te ontlasten en het bieden van mantelzorg zo veel mogelijk te faciliteren.

    • De gemeente heeft volop aandacht voor inclusiviteit en diversiteit in de samenleving. We willen dat alle Zutphenaren de kans hebben om mee te doen in de samenleving en zich verbonden voelen met elkaar en hun leefomgeving.

    • De gemeente Zutphen kent een lange traditie van inwonersparticipatie. Initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving waarderen we en faciliteren en stimuleren we daarom graag. Cultuur kan bij uitstek mensen verbinden, eenzaamheid bestrijden en bijdragen aan het wij-gevoel in de wijken. We geven inwoners de ruimte om eigen projecten/initiatieven op het gebied van cultuur te ontwikkelen. Hiervoor kan kunst in de openbare ruimte een heel geschikt middel zijn. Ons uitgangspunt voor inwonersinitiatieven is ‘ja, mits’.

[6] Via o.a. een sociale wijkanalyse

afbeelding binnen de regeling

Figuur 8 Positieve gezondheid. Een ruimtelijke vertaling. De figuur toontwelke ruimtelijke factoren bijdragen aan positieve gezondheid. Het modelinspireert en geeft richting bij het creëren van een leefomgeving die positievegezondheid bevordert (Stichting Institute for Positive Health).

  • Voor een toekomstbestendig voorzieningenaanbod zijn extra inwoners en daarmee ook extra woningen nodig. De gemeente maakt dan ook een schaalsprong. Hierbij kiezen we voor groeien met kwaliteit en verkennen in regionaal verband hoe deze groei vorm krijgt.Dit doen we met name om de slagingskansen van starters en jongvolwassenen te vergroten, in te spelen op de toenemende woonvraag van ouderen, doorstroming te faciliteren én om woningen te bieden aan huishoudens die in Zutphen willen komen wonen en werken. Ook maken we de schaalsprong om het (financiële) draagvlak van onze voorzieningen te vergroten en zo ook onze centrumpositie binnen de regio te behouden. In de woningmarktanalyse van 2023 is onderzocht wat het effect van verschillende groeiscenario’s (basis, trend en schaalsprong, zie bijlage 1) is op het voorzieningenniveau van de gemeente Zutphen. Hierin wordt geconcludeerd dat zonder substantiële toestroom van jonge gezinnen van buitenaf, Zutphen en Warnsveld sterk zullen vergrijzen. Bij het ontbreken van voldoende kinderen en jongeren zullen voorzieningen als onderwijs (onvoldoende leerlingen voor primair en voortgezet onderwijs) en verenigingen (te weinig leden) in aantal terug lopen. Ook is een schaalsprong nodig (ca. +5.400 woningen) om voldoende draagvlak te houden voor bijzonder winkelaanbod en cultuurvoorzieningen.[7]

[7] Zie: https://www.companen.nl/wp-content/uploads/2024/06/301.103-Gemeente-Zutphen-Woningmarktanalyse-2023-definitief.pdf

afbeelding binnen de regeling

Figuur 9 Huishoudensprognose Schaalsprong 2023-2024 (Gelderse variant Primos trend, bewerkting Companen, 2024)

  • Tot 2030 voegen we 2.340 woningen toe aan onze woningvoorraad en tot 2040 voegen we ongeveer 2.700 woningen toe. Hierbij ligt het accent voor de korte termijn (tot 2030) op woningen in het betaalbare segment zodat voor een zo groot mogelijke groep mensen een woning in de gemeente Zutphen bereikbaar wordt.[8] We zijn ons ervan bewust dat het toevoegen (en behouden) van betaalbare woningen in de praktijk een uitdaging is. We onderzoeken in de uitwerking van deze visie aan welke knoppen we kunnen draaien om hierop te sturen. Daarbij bieden we ruimte voor een breed aanbod aan woningsoorten, met als uitgangspunt dat aanbod nauw aansluit op de vraag. Tegelijkertijd kijken we (met name voor de periode na 2030) naar een breder palet prijsklassen en woonmilieus om een zo divers en aantrekkelijk mogelijke woningmarkt te blijven. Bij dit proces werken wij nauwlettend aan het weer in evenwicht brengen van wijken waar de samenstelling van de woningvoorraad, inkomensgroepen, zorgdoelgroepen en leefstijlen uit balans is. Met de direct omliggende gemeenten overleggen we over het toevoegen van extra woningen bij Eefde, Empe - Voorst en rondom De Hoven.

[8] De definitie van ‘betaalbaar’ wordt indien nodig geïndexeerd en leggen we vast in ons lokale woonbeleid; Omgevingsprogramma Wonen c.q. Volkshuisvestingsprogramma.

  • Met de compacte stad als uitgangspunt voor woningbouw benutten we zoveel mogelijk de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied (inbreiding) en zoeken aanvullend de mogelijkheden die direct aansluiten aan de bebouwde gebieden (uitleglocaties). Binnen het bestaand stedelijk gebied zetten we in op verdichting: de stationsomgeving, binnenstad, de Bufferzone, Waterkwartier (oa. Zeeheldenbuurt), De Stoven, Noordveen, Zuidwijken-De Brink en enkele zoeklocaties in Warnsveld (waaronder Lage Weide). We zetten in op het ontwikkelen van kleinere woonruimtes en kavels en stimuleren geclusterde en collectieve woonvormen. We verkennen hoe we de bestaande woningvoorraad en ander vastgoed optimaal kunnen benutten voor nieuwe woningen. Bijvoorbeeld door optoppen, woningsplitsing, transformatie, slimme verkaveling en meervoudig ruimtegebruik. We kiezen voor een torenstad 2.0 met hoogbouw die past bij de Zutphense schaal[9], de cultuurhistorische uitstraling en het stadssilhouet. Hierbij zetten we in op een zorgvuldige afweging in ruimtelijke kwaliteit en onderzoeken we plekken waar hoogteaccenten mogelijk zijn en tot zijn recht komen. We betrekken inwoners hierbij en stellen de kwaliteit van de woon- en leefomgeving centraal. Met het oog op klimaatverandering, gezondheid en het versterken van de biodiversiteit kiezen we voor het toevoegen van groen in bebouwd gebied.

[9] Deze Zutphense schaal wordt nog nader gespecificeerd in een kader hoogbouw.

  • Op uitleglocaties kiezen we voor het aantrekkelijk afronden van het verstedelijkt gebied. Denk aan De Hoven-Noord, De Hoven op de grens met Brummen en het gebied ten noordoosten van het Kerkpad tot aan de voorsterallee als kleinschalig woongebied versmolten in het groen. Tegelijkertijd bieden we extra ruimte aan groen en is er ruimte voor aanvullende (nieuwe) woonmilieus. De natuurwaarden en cultuurhistorische waarden van het landschap zijn vooraf in kaart gebracht. Ze dienen als betrouwbare en inspirerende uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling. We geven onze uitleglocaties zó vorm dat ze passen bij onze uitgangspunten van de compacte stad en bodem- en watersystemen sturend zijn. We bouwen zo veel mogelijk duurzaam en circulair en meervoudig ruimtegebruik is het uitgangspunt. Dat wil zeggen dat bestaande kenmerkende natuurwaarden worden versterkt en er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Zo ontstaat een betere leefomgeving voor mens en dier, bijvoorbeeld door groene daken en gevels, bomen op balkons en wadi’s. Maar ook door wat meer alledaagse aanpassingen zoals het planten van bomen, bosjes, struiken en hagen als nest- en schuilgelegenheden voor dieren.[10] We zijn ons ervan bewust dat deze uitgangspunten een uitdaging kunnen zijn met het realiseren van onze ambitie voor meer woningen in het betaalbare segment. We zetten ons in om hierin een goede balans te vinden.

[10] Natuurinclusief bouwen (WUR, 2022)

  • Naast onze ambitieuze nieuwbouwprojecten gaan we aan de slag met de bestaande wijken. Dit doen we in samenwerking met onze woonpartners. Er ligt een urgente opgave in kwaliteitsverbetering en verduurzaming. Daarom zetten we in op het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad, zowel koop- als huurwoningen. In de energietransitie kiezen we voor een gebiedsgerichte aanpak en beginnen met de buurten Helbergen, Zeeheldenbuurt, Voorsterallee-kwartier, Looërenk & Woud en Overkamp. De doelstelling voor de gemeente is om in 2050 van het gas af te zijn. In navolging van het warmtetransitieplan werken we er naartoe dat in grote delen van de gemeente in 2040 een besluit is genomen over het afsluiten van aardgas. Voor de historische binnenstad en het landelijk gebied is tegen die tijd gestart met een haalbaarheidsonderzoek naar alternatieve warmtebronnen. Naast investeringen in duurzaamheid betreft dit ook het faciliteren van aanpassingen naar levensloopbestendige woningen. Woningen dus die voor meerdere levensfasen geschikt zijn en een antwoord kunnen bieden op demografische trends zoals vergrijzing.

  • Bij het toevoegen van woningen bouwen we zo duurzaam en circulair mogelijk. En we kiezen voor het versterken van de identiteit en kwaliteiten van de omgeving. We volgen hierin in beginsel de wettelijke landelijke richtlijnen en Het Nieuwe Normaal (de standaard voor circulair bouwen). Waar mogelijk kiezen we voor herbestemming boven sloop. Dit met het oog op het benutten en doorontwikkelen van aanwezige erfgoedwaarden.

  • Onze wijkharten in Zutphen en Warnsveld zijn onderdeel van de ‘15-minuten stad’. Dit concept gaat ervan uit dat alle dingen die belangrijk zijn in het dagelijks leven te voet of per fiets (of scootmobiel) bereikbaar zijn binnen 15 minuten van huis: onderwijs, zorg, werk, winkels, OV, ontspanning, maar ook openbaar groen. Dit doen we op de volgende manieren:

    • Waar mogelijk wordt een wijkhart gekoppeld aan een (kleinschalig) mobiliteitsknooppunt. Hiermee verbinden we voorzieningen aan deelmobiliteit om gebruik te maken van (vraaggestuurd) openbaar vervoer.

    • We bieden veel ruimte voor langzaam verkeer. Bij inbreiding, transformatie en uitbreiding van ons stedelijk gebied streven we ernaar dat langzaam verkeer prioriteit krijgt in de inrichting van de openbare ruimte en infrastructuur. Daarbij gaat het niet alleen om fietsers en voetgangers, maar ook om inwoners met een rollator, rolstoel en/of scootmobiel.

    • Volgens het STO(M)P principe [11] stimuleren we wandelen, fietsen en het openbaar vervoer. Met dit ordeningsprincipe kunnen slimme mobiliteitsoplossingen een integraal onderdeel uitmaken van onze gebiedsontwikkeling en zetten we de mens centraal.

    • In ons mobiliteitssysteem speelt de fiets een belangrijke rol. In het bestaand stedelijk gebied kiezen we voor de ontwikkeling van veilige ‘doorfietsroutes’ zonder beperkingen tussen de woongebieden, het centrum van Zutphen én het landelijk gebied. We noemen deze rode lopers. Hiermee slaan we twee vliegen in één klap. Naast een snelle verbinding dragen deze fietsverbindingen bij aan een gezonde leefomgeving door het stimuleren van beweging. Rode lopers zijn in principe onderdeel van de ‘groen-blauwe longen’ en vormen prettige routes in een groene structuur. We willen de rode lopers zo veel mogelijk laten aansluiten bij historische routes/zichtlijnen etc.

    • We faciliteren initiatieven op het gebied van collectief en kleinschalig vervoer. Zo komt er een diversiteit aan vervoersopties voor elke inwoner in de gemeente Zutphen. Hiermee maken we betaalbaar vervoer voor alle doelgroepen mogelijk.

    • In nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom (toekomstige) mobiliteitsknooppunten brengen we de parkeernorm omlaag. Ook bij nieuwe gebiedsontwikkelingen elders in de gemeente verkennen we de mogelijkheden van een lagere parkeernorm. Dit vanuit het beoogde gebruik van meer deelvervoer.

    • Bij de keuze voor de auto als vervoermiddel stimuleren we deelconcepten en elektrisch rijden door voldoende laadmogelijkheden binnen de gemeente aan te bieden.

[11] De definitie STO(M)P staat voor stappen, trappen, openbaar vervoer, mobility as a service en privé auto.

  • In ons woning- en voorzieningenaanbod hebben we extra aandacht voor jongvolwassenen, ouderen en inwoners met een zorg- en ondersteuningsvraag. Met het oog op de leefbaarheid en veerkracht in woonwijken zetten we in op een mix van verschillende doelgroepen in de wijken. Nieuwe woningen worden toegevoegd nabij belangrijke basisvoorzieningen en mobiliteitsknooppunten.

    • We hebben in het bijzonder aandacht voor een laagdrempelig voorzieningenaanbod voor jongeren. Denk aan uitgaansgelegenheden, specifiek sport- en cultuuraanbod, evenementen en ontmoetingsplaatsen voor jongeren. Op het gebied van uitgaan hebben we in het bijzonder aandacht voor het bewaken van de balans tussen beleving en leefbaarheid.

    • Eenzaamheid onder inwoners willen we zo veel mogelijk tegengaan met voldoende ontmoetingsmogelijkheden zoals parken en speelplaatsen, een toegankelijke inrichting van de openbare ruimte en geclusterde en/of collectieve woonvormen.

    • We zetten in op een dementievriendelijke leefomgeving. Zodat mensen met dementie op een prettige wijze en met kwaliteit van leven zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen en op een zinvolle wijze mee (blijven) doen aan de samenleving.

    • We stimuleren dat mantelzorgers dichtbij zorg kunnen verlenen. We houden daar rekening mee, bijvoorbeeld in het beleid rondom het plaatsen van mantelzorgwoningen. Daarbij is het uitgangspunt dat mantelzorg tijdelijk is.

    • Brede toegankelijkheid is een integraal onderdeel van een inclusieve en toekomstbestendige leefomgeving. Dit betekent dat we uitgaan van de principes ‘design for all’ en het betrekken van ervaringsdeskundigen, met als ambitie dat Zutphen in 2040 voor iedereen toegankelijk is — ongeacht beperking of levensfase.

  • We erkennen de waarde van de woonwagencultuur als immaterieel cultureel erfgoed. Om de woonwagencultuur in stand te houden, zetten we in op maatwerk, betere informatievoorzieningen en hulp bij initiatieven voor meer standplaatsen. We verwerken dit concreet in beleid dat uit de omgevingsvisie voortvloeit.

  • We gaan voor een veilige en gezonde leefomgeving en richten de omgeving beweegvriendelijk in. Want een gezonde leefomgeving maakt gezonde keuzes makkelijker. Hierbij is versterking van een beweegvriendelijke omgeving van groot belang. Steeds meer mensen kiezen ervoor om in de openbare ruimte te sporten en te bewegen. Ook vinden we het belangrijk om kinderen uit te dagen om (samen) buiten te spelen. Om dit mogelijk te maken, moeten we bestaande (sport)parken meer benutten voor recreatieve doeleinden. Daarnaast is een uitnodigende en inspirerende inrichting van de openbare ruimte cruciaal om lichaamsbeweging te bevorderen en het verblijven aantrekkelijk te maken. Ruimtelijke ordening speelt hierin een essentiële rol. We bieden mogelijkheden om te bewegen, spelen, ontmoeten en ontspannen in de openbare ruimte. Dit draagt bij aan een gezonde leefstijl en gezond gedrag. We bieden toegankelijke en bereikbare voorzieningen en hebben hierbij aandacht voor mensen met een verminderde mobiliteit (toegankelijke paden, rustpunten in openbare ruimte etc.). Waar mogelijk willen wij de vestiging van bedrijven die passen bij een gezond leefklimaat en leefstijl voorrang geven boven bedrijven die bijdragen aan een ongezonde leefstijl. Daarnaast beschermen we de gezondheid van onze inwoners door ons in te zetten voor de aanwezigheid van natuur, het verbeteren van de milieukwaliteit (verbeteren lucht-, water- en bodemkwaliteit en beperken geur- en geluidsoverlast), de borging van omgevingsveiligheid en het tegengaan van hitte- en wateroverlast.

  • Een gezonde leefomgeving betekent ook dat we volop ruimte bieden aan klimaatadaptatie door groen-blauwe dooradering in de wijken. Met het oog op verkoeling en wateropvang vergroten we het aantal bomen in onze gemeente. We faciliteren inwoners en bedrijven om op particulier terrein klimaatadaptieve maatregelen toe te passen, zoals het ontstenen en vergroenen van tuinen. Dit doen we waar mogelijk ook in de (herinrichting van de) openbare ruimte: groen is de norm en alleen functionele verharding wordt toegepast. In de volgorde van aanpak ligt de prioriteit bij gebieden waar het stedelijk hitte-eilandeffect en/of de wateroverlast momenteel het grootst is.

CONTEXT, OPGAVEN EN KANSEN :

  • De komende jaren zet de vergrijzing van de bevolking in de gemeente Zutphen verder door. Oudere inwoners blijven in de regel langer zelfstandig thuis wonen en het aandeel kleinere huishoudens (een- tot tweepersoons) stijgt. Tegelijkertijd neemt het tekort aan reguliere ouderenzorg toe en stijgt door de vergrijzing ook het aantal inwoners met dementie. Dergelijke ontwikkelingen bepalen de vraag naar het type woningen en stellen eisen aan de inrichting van de leefomgeving. Om het uitgangspunt van gezond oud worden in de gemeente Zutphen te bestendigen, ligt er een opgave in de aanwezigheid van voldoende (zorg)personeel.

  • Voor het leefbaar en aantrekkelijk houden van de gemeente is het behouden van een goed voorzieningenniveau belangrijk. Deze opgave hangt samen met voldoende (financieel) draagvlak. De groei van het aantal inwoners is een randvoorwaarde om de positie van de gemeente als (regionaal) voorzieningencluster te verstevigen. Met het oog op demografische ontwikkelingen (vergrijzing) is het belangrijk om jonge huishoudens aan te trekken om zo het sociaal-economische evenwicht te versterken.

  • Zowel landelijk, regionaal als lokaal is er momenteel een grote druk op de woningmarkt. Met name voor starters, lage- en middeninkomens en ouderen is het in de gemeente Zutphen en de regio Stedendriehoek moeilijk om een passende woning te vinden. Een belangrijke opgave in de omgevingsvisie is dan ook het zorgen voor een gebalanceerde woningmarkt, met voldoende woningen voor álle doelgroepen. Het op gang brengen van de verhuisketen en het bevorderen van doorstroming dragen bij aan het creëren van voldoende, passend aanbod.

  • Een groot deel van de woningen dat nodig is in de gemeente Zutphen staat er momenteel al. De woonbehoefte van de toekomst zal dus grotendeels landen in de bestaande woningvoorraad. Een deel van de huidige woningvoorraad is verouderd en vraagt hierdoor om een (energetische) kwaliteitsslag. De warmtetransitie vraagt om een duurzame warmteoplossing voor de verwarming van gebouwen in de toekomst. Voor het verduurzamen van de bestaande woningen en het ontwikkelen van nieuwe woongebieden, is verzwaring van het energienetwerk een belangrijke randvoorwaarde.

  • Kijkend naar de ervaren gezondheid en het aanbod van sportfaciliteiten in de gemeente, biedt Zutphen een goede uitgangspositie als gezonde leefomgeving. Toch spelen er ook opgaven op het gebied van fysieke en mentale gezondheid. Zo heeft een relatief groot deel van de inwoners gevoelens van eenzaamheid. Om eenzaamheid tegen te gaan en sociale cohesie te bevorderen, ligt er een opgave voor het versterken van de sociale infrastructuur (plekken die ontmoeting stimuleren) binnen het weefsel van de gehele buurt. Daarbij liggen er kansen in het stimuleren en faciliteren van nieuwe en bestaande bewonersinitiatieven.

  • Verenigingen en sportvoorzieningen zijn van grote waarde voor een vitale, sociale en gezonde gemeente. Ze dragen bij aan ontmoeting, participatie, zingeving en plezier voor jong en oud. Bij uitbreiding van het aantal inwoners neemt ook de druk op voorzieningen toe. Daarom wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met het behouden, verbeteren of toevoegen van voorzieningen voor verenigingen en sport. We anticiperen op toekomstige vraag, in samenspraak met verenigingen, buurten en partners in gezondheid, welzijn en participatie.Dit kader schetst op hoofdlijnen de belangrijkste context van opgaven en kansen voor deze kernambitie. In de Atlas Zutphen 2040 staat een uitgebreidere uiteenzetting van de trends, opgaven en kansen die de toekomst van de gemeente Zutphen beïnvloeden.

Dit schetst op hoofdlijnen de belangrijkste context van opgaven en kansen voor deze kernambitie. In de Atlas Zutphen 2040 staat een uitgebreidere uiteenzetting van de trends, opgaven en kansen die de toekomst van de gemeente Zutphen beïnvloeden.

4.2 Zutphen onderneemt: een vitale en duurzame economie die slim verbonden is

afbeelding binnen de regeling

DEZE KERNAMBITIE IN HET KORT :

  • Goed wonen én werken in de gemeente: behoud van een divers aanbod aan bedrijvigheid met aandacht voor milieubelasting, de fysieke veiligheid, gezondheid, toekomstbestendigheid, voldoende werkgelegenheid en maatschappelijke meerwaarde.

  • Extra ruimte voor bedrijvigheid op De Mars en Revelhorst door transformatie, verduurzaming en geleidelijke uitbreiding, rekening houdend met de milieubelasting, fysieke veiligheid en gezondheid van omwonenden.

  • Toekomstbestendige doorontwikkeling van De Mars en Revelhorst, waar innovatieve en circulaire bedrijfsvoering gefaciliteerd wordt.Verkenning ‘verkleuring’ kleine werklocaties (zoals Lage Weide en de Stoven) naar een gemengd gebied met ruimte voor wonen, werken, onderwijs, voorzieningen, sport en recreëren.Inzet op clustervorming, waar gemeente, onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen rond thema’s structureel en nauw samenwerken.

  • Investeren in goede regionale bereikbaarheid per weg, spoor en water, inclusief het ondersteunen van de transitie naar schonere vormen van mobiliteit.

  • Op weg naar een CO2-neutrale gemeente: gebruik van duurzame warmtebronnen en zorgvuldige inpassing van duurzame energieopwek en -opslag, met ruimte voor innovatie.

ONZE AMBITIES RICHTING 2040:

  • We koesteren het diverse aanbod aan bedrijvigheid in de gemeente Zutphen. We faciliteren bedrijven die passen bij de kwaliteiten die we als aantrekkelijke en sterke woongemeente willen bieden. Hiermee zorgen we dat je in Zutphen goed kan werken én wonen. We bieden ruimte voor bedrijven die voorop lopen in duurzaamheid, bijdragen aan de circulaire economie en zorgen voor relatief veel werkgelegenheid. Verder vinden we het belangrijk dat bedrijven in onze gemeente een maatschappelijke meerwaarde leveren aan de samenleving en passen in een gezonde en veilige leefomgeving. Hoe we dit beleid en bijbehorende randvoorwaarden precies gaan invullen, hangt mede af van de behoefte en het toekomstperspectief van ondernemers. Dit onderzoeken we. Vervolgens werken we ons beleid voor werklocaties nader uit in een omgevingsprogramma.

  • Bedrijventerreinen zijn van belang voor een gezonde economie en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ook dragen ze bij aan voldoende arbeidsplaatsen binnen de gemeentegrenzen. Om dit in de toekomst zo te houden, is extra ruimte nodig. Naast het bestaande tekort aan passende bedrijfsterreinen, vraagt ook de transformatie van binnenstedelijke bedrijfsterreinen om extra ruimte. Tegelijkertijd gaat de groei van inwoners gepaard met een toenemende vraag naar ruimte om te werken. We willen hier binnen de gemeentegrenzen ruimte aan bieden. We kiezen hoofdzakelijk voor extra ruimte voor bedrijvigheid op en grenzend aan de bestaande werklocaties De Mars en De Revelhorst. Dit doen we door transformatie en geleidelijke uitbreiding (Revelhorst en Eefde-West). Hoe deze uitbreiding vorm krijgt, wordt de komende jaren verder verkend. Ons uitgangspunt bij deze nieuwe ontwikkelingen is het bodem- en watersysteem als sturend principe. Ook houden we rekening met bestaande natuurlijke en landschappelijke elementen. De gebieden die op de kaart benoemd zijn als “ruimte voor nieuwe bedrijvigheid” geven dan ook ruimte voor de beschreven mix van bedrijven en natuurlijke en landschappelijke elementen. We laten de gezondheid en fysieke veiligheid voor omwonenden zwaar meewegen.

  • We streven op onze werklocaties naar economische clustervorming. Hiermee bouwen we aan goede randvoorwaarden voor de (regionale) samenwerking met onderwijsinstellingen en geven we een impuls aan innovatie, circulaire bedrijfsvoering en optimale kennisuitwisseling.

  • We verkennen de komende jaren de toekomst van kleine bedrijventerreinen/werklocaties zoals Lage Weide en de Stoven. We zoeken hier naar mogelijke ‘verkleuring’ van de bestemming en zien mogelijkheden voor een mix van functies. Bijvoorbeeld richting ‘woon-werklocaties’ of publieksgerichte bedrijvigheid en detailhandel, wonen, recreatie. Dit biedt ook ruimte voor verplaatsing van bedrijvigheid. Ook in de Bufferzone De Mars zetten we in op economische benutting. We onderzoeken of en hoe we werken met wonen kunnen combineren in de ontwikkeling naar een gemengd stedelijk gebied en het toevoegen van nieuwe werkgelegenheid. Hierbij wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met bestaande belangen. Ook benutten we het karakter van het treinstation als mobiliteitsknooppunt en ontwikkelen we het stationsgebied als gemengd gebied waar wonen, werken en recreëren samenkomen. De ontwikkeling van deze gebieden vraagt om een integrale aanpak waarbij de opgaven in samenhang worden bekeken.

  • In de gemeente Zutphen zijn veel grote werkgevers in de zorg en maatschappelijke dienstverlening die landelijk of bovenregionaal opereren, zoals GGNET, Tactus, het COA en twee penitentiaire inrichtingen. Daarnaast zijn er enkele zorginstellingen die een regionale betekenis hebben, zoals het Gelre Ziekenhuis. We zijn ons bewust van de functie die Zutphen met deze vestigingen inneemt. We waarderen de economische potentie van deze clusters en doen onderzoeken naar mogelijkheden voor versterking van de economische positie. Dit doen we in samenwerking met onderwijsinstellingen en partners in de regio. Een zo volwaardig mogelijk ziekenhuis beschouwen we als onderdeel van ons voorzieningenniveau. Bij het verkennen van de economische potentie sluiten we aan op de gewenste karakteristieken van de zorgverlening in Zutphen. Als gemeente stimuleren we behoud en uitbreiding van zorg die voor onze inwoners van groot belang is, zoals het ziekenhuis en ouderenzorg. Met het oog op demografische ontwikkelingen (vergrijzing) is dringend meer zorgaanbod in de wijk nodig. We zijn terughoudend als het gaat om uitbreiding van de zorg voor de zeer zware en/of (forensische) doelgroepen met een (boven)regionale functie.

  • Zutphen heeft belang bij de aanwezigheid van mbo-onderwijsfuncties en er is ruime keuze in aanbod van primair en voortgezet onderwijs. We blijven investeren in een sterk en onderscheidend onderwijsaanbod, met goed bereikbare locaties en aantrekkelijke huisvesting. Het onderwijs moderniseert en de vraag naar mbo-geschoold personeel is de komende decennia omvangrijk. Onderwijs werkt steeds vaker praktijkgebonden. Veel in Zutphen gevestigde bedrijven werken samen met kennis- en onderwijsinstellingen, zoals met het voortgezet onderwijs (bijvoorbeeld Technasium), ROC-Aventus, de Techniekfabriek en de Schildersvakschool. En met instellingen van buiten Zutphen, zoals de HAN en TU-Delft. Als overheid faciliteren we nieuwe verbindingen tussen onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen die de Zutphense sociaal-economische structuur en ambities ondersteunen. De aandacht gaat daarbij uit naar verschillende thema’s, bijvoorbeeld op het gebied van educatie en onderzoek rondom het aanwezige erfgoed. We zetten in op het behoud en versterken van het onderwijsaanbod en de werkgelegenheid en werkervaringsplekken op zowel praktisch (vmbo) als theoretisch (mbo en hbo) niveau. We verstevigen de structurele samenwerking in de regio Stedendriehoek en waar nodig daarbuiten. In samenwerking met onderwijsinstellingen uit de regio verkennen we mogelijkheden op het gebied van hoger beroepsonderwijs en meer kennisintensieve bedrijvigheid, gekoppeld aan de versterking van kennisintensieve clusters. Voor deze samenwerking bieden we in en nabij de stationsomgeving ruimte. Voor (jonge) gezinnen is keuze in en nabijheid van onderwijsaanbod een belangrijke vestigingsvoorwaarde om voor Zutphen te kiezen als woonplaats.

  • De bereikbaarheid van de gemeente Zutphen, over weg, spoor en water, speelt een belangrijke rol in het maken van een schaalsprong. We versterken ons mobiliteitsnetwerk en vergroten daarmee de bereikbaarheid. Dit draagt bij aan een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, maar ook een aantrekkelijk woonklimaat:

    • We zien kansen om het treinstation van Zutphen en het knooppunt N314/N348/Ziekenhuis van Zutphen te ontwikkelen tot multimodale knooppunten waar trein (geldt alleen voor knooppunt treinstation), auto, bus en fiets samenkomen. Met deze ‘overstaphubs’ verbeteren we de regionale bereikbaarheid van de gemeente. De komende jaren verkennen we hoe we dit vorm gaan geven.

    • In het bijzonder hebben we aandacht voor de ontwikkeling van veilige (snel)fietsroutes, die een aantrekkelijk en duurzaam alternatief voor de auto moeten vormen. Binnen onze gemeentegrenzen zetten we ons in voor de ontwikkeling en versterking van rode lopers: aantrekkelijke en veilige fietspaden tussen de woonwijken, het centrum en werklocaties.

    • Op regionale schaal zoeken we de samenwerking op met buurgemeenten en de provincie om te komen tot een sterk netwerk aan regionale (snel)fietsroutes. Op korte termijn investeren we in de realisatie van de F348 (Deventer - Zutphen), op lange termijn zien we kansen voor dergelijke regionale fietsverbindingen richting Apeldoorn, Brummen, Eerbeek, Lochem en Vorden. Deze regionale fietsverbindingen hebben een belangrijke functie voor woon-werkverkeer, maar bieden ook potentie als recreatieve verbindingen. We waken hierbij voor behoud van landschappelijk belangrijke flora en fauna.

    • We zetten in op een goede ontsluiting van de binnenstad, meer verkeersveiligheid, een goede verbinding tussen stad en ommeland en tussen Zutphen en de regio. Hiervoor verkennen we in regionaal en intergemeentelijk verband de mogelijkheden voor een derde brug over de IJssel. We kijken daarbij vooruit naar de langere termijn. Vanzelfsprekend zullen we alle scenario’s en alternatieven voor een derde brug gedegen onderzoeken, inclusief de optie geen brug. Aandachtspunten in deze scenario’s zijn goede landschappelijke inpassing en randvoorwaarden voor herwaardering van de Oude IJsselbrug.

    • Binnen de gemeente werken we toe naar toekomstbestendige lokale wegen. Met het actualiseren van het verkeerscirculatieplan houden we ons bestaande lokale wegennetwerk en de verkeersstromen tegen het licht om gericht met knelpunten aan de slag te gaan.

    • We stellen randvoorwaarden voor ondernemers op om de autoluwe binnenstad te kunnen realiseren met behoud van bedrijvigheid. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om bevoorrading, logistiek, bereikbaarheid voor klanten van de binnenstad en afval ophalen.

    • We willen de overgang naar het gebruik van duurzaam en schoon vervoer zo goed mogelijk faciliteren. In de woonwijken en nabij de voorzieningen zorgen we voor voldoende laadplekken voor auto’s en fietsen. Op de werklocaties zoeken we samen met het bedrijfsleven naar mogelijkheden voor snellaadpunten.

    • We zetten ons in voor een goede bevaarbaarheid en doorvaarbaarheid van de IJssel voor de scheepvaart. In het bijzonder hebben we hierbij aandacht voor het onderhouden van de Oude IJsselbrug, die momenteel voornamelijk bij hoogwater een bottleneck vormt. Hierbij nemen we onze verantwoordelijkheid in de regio en ten aanzien van provincie en Rijk.

    • We hebben aandacht voor fietsveiligheid waarbij we onder meer inzetten op brede fietspaden, goede verlichting en veilige oversteekpunten.

  • De verduurzaming van onze werklocaties zien we als een belangrijke opgave waar we niet omheen kunnen. Bij vraagstukken rondom de (economische) ontwikkeling van deze gebieden streven we naar een goed evenwicht tussen economie en de (milieu)druk op mens en omgeving. Daarbij kijken we naar wat ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, klimaat, gezondheid en leefbaarheid.We stimuleren en faciliteren verduurzaming en anticiperen in samenwerking met het bedrijfsleven op innovatieve technieken in relatie tot duurzame energie.We faciliteren de realisatie van een smart energy hub op industrieterreinen, te starten met De Mars. De energie die in het gebied wordt opgewekt of aanwezig is, wordt zo veel mogelijk lokaal benut of opgeslagen.In 2040 liggen alle geschikte daken op bedrijventerreinen vol met zonnepanelen. Alle lokale opweklocaties zijn in balans met de lokale vraag.We stimuleren vergroening van particuliere terreinen en richten gebouwen en de openbare ruimte klimaatadaptief in. Zo maken we werklocaties aantrekkelijker voor werknemers, voorkomen we wateroverlast en versterken we de biodiversiteit.We werken samen met bedrijven aan een veilige inrichting van de openbare ruimte, onder andere op het gebied van verkeersveiligheid, doorstroming en parkeren. Ook zorgen we voor voldoende en veilige parkeergelegenheid voor vrachtverkeer.Hiernaast beschikt De Mars over restwarmte. We verkennen de mogelijkheden om die in te zetten voor een warmtenet in Noordveen.

  • Bij al onze nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dragen we bij aan het behalen van onze klimaat- en energiedoelen. In lijn met nationale doelen en de afspraken uit het Klimaatakkoord, streeft de gemeente Zutphen ernaar om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Om hiertoe te komen zetten we in op energiebesparing, duurzame warmte en duurzame opwek. In de gebouwde omgeving faciliteren we verduurzaming in lijn met de doelen en aanpak uit onze warmtetransitie. Nieuwbouw van woningen, maar ook andere panden, moet ten minste energieneutraal zijn en waar mogelijk zelfs energieleverend.

afbeelding binnen de regeling
  • Als gemeente werken we in de gebouwde omgeving aan de transitie van het gebruik van aardgas naar alternatieve duurzame warmtebronnen. In 2050 moeten alle gebouwen in onze gemeente aardgasvrij zijn. Dit stimuleren we op de volgende manieren[12]:

    • het beperken van de energievraag door goede isolatie en zuinige apparaten;

    • zorgen dat er voldoende alternatieve warmtebronnen beschikbaar komen;

    • het ondersteunen van collectieve initiatieven voor de warmtetransitie;

    • blijven volgen van technische ontwikkelingen voor nieuwe warmtebronnen;

    • benutten van de aanwezige restwarmte op bedrijventerrein De Mars, warmte uit afval- en rioolwater en thermische energie uit het aanwezige oppervlaktewater. We willen deze warmte benutten voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. De beschikbare warmte is een stabiele basis voor een warmtenet.

[12] zie ook Transitievisie Warmte 2021

  • In de regio Stedendriehoek werken we samen aan het opwekken van hernieuwbare energie. In 2021 hebben we afgesproken om als regiogemeenten samen 1,07 TWh op te wekken. We kiezen ervoor binnen onze gemeentegrenzen energieopwek zoveel mogelijk samen te brengen met energieverbruik, bijvoorbeeld rondom bedrijventerreinen. Het opwekken van duurzame energie gaat altijd gepaard met aandacht voor de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en de gezondheid van omwonenden.

    • Op het gebied van zonne-energie heeft opwek zo dicht mogelijk bij het gebruik in eerste instantie de voorkeur. We volgen de zonneladder en stimuleren en faciliteren woningeigenaren en bedrijven om zon op dak te realiseren. Binnen de bestaande kaders zoeken we naar mogelijkheden en creatieve oplossingen voor het plaatsen van zonnepanelen op monumentale panden en binnen het beschermd stads- en dorpsgezicht. Vanzelfsprekend hebben we altijd oog voor een goede inpassing: energieopwek moet de uitstraling van de karakteristieke panden en beschermde dorps- en stadsgezichten in onze gemeente niet onevenredig aantasten. We zetten in op innovatie en een goede samenwerking met pandeigenaren.

    • Naast het stimuleren van zon op dak in de bebouwde kom, kiezen we voor grootschalige opwek van elektriciteit op land. Dit om binnen de gemeentegrenzen voldoende duurzame energie op te wekken voor het eigen gebruik in de gemeente. Ook hierbij is goede inpassing het uitgangspunt. Duurzame energieopwek in het landelijk gebied moet aansluiten bij de maat en schaal van het landschap, conform het lokaal afwegingskader zon op land. Met het afwegingskader sturen we op energieopwek waarbij inwoners en belanghebbenden tijdig betrokken worden en zo veel mogelijk kunnen profiteren van de opbrengsten (baten vloeien terug in de samenleving). De Overmarsch en het Zutphens Broekgebied zijn zoekgebieden voor grootschalige opwek van zonne-energie.

    • In 2040 wekken we nog steeds duurzame energie op met windmolens op bedrijventerrein De Mars. Ook bij de plaatsing van windmolens vinden we het van groot belang dat de energieopwek aansluit bij de kwaliteiten en kenmerken van het landschap. Hiervoor stellen we een lokaal afwegingskader windenergie op voor grootschalige windmolens. Bij de beoordeling van initiatieven van grootschalige windmolens hebben we aandacht voor de gevolgen voor de flora en fauna (met name vogels) en voor gezondheidseffecten en veiligheidsrisico's voor omwonenden en werknemers.

    • We zijn voorstander van collectieve alternatieven voor aardgas, zoals een warmtenet, omdat de impact op de leefomgeving hierbij lager is. Als gemeente hebben we de verantwoordelijkheid om voor collectieve initiatieven ruimte beschikbaar te stellen. Hierbij streven we naar zorgvuldige inpassing van te plaatsen collectieve voorzieningen in de openbare ruimte.

  • We zijn ons ervan bewust dat de forse opgave in het opwekken van duurzame energie een groot beslag doet op het (over)belaste elektriciteitsnetwerk. Dit heeft direct effect op het ondernemers- en vestigingsklimaat en op de uitvoering van het woningbouwprogramma. Als gemeente voelen we ons verantwoordelijk om binnen deze opgave partijen te faciliteren met juiste informatie en communicatie. Ook verkennen we of en hoe we ruimte kunnen bieden voor technologische mogelijkheden voor opslag van elektriciteit (zoals batterijen en smart energy hubs) en het lokaal versterken van het netwerk. Daarnaast zorgen we ervoor dat in alle buurten ruimte voor middenspanningsruimtes beschikbaar is, zodat het elektriciteitsnetwerk verzwaard kan worden. Bij het inpassen van duurzame energieopwek en energieopslag hebben we aandacht voor eventuele (fysieke) veiligheidsrisico's.

  • We zien kansen en opgaven in het gebruik van waterstof als energiedrager in de industrie. Voor de verwarming van woningen in de binnenstad zal groene waterstof op de korte en middellange termijn nog niet beschikbaar zijn. We verkennen voor de binnenstad welke alternatieve mogelijkheden er zijn. Hierbij zetten we in op het energetisch verbeteren van het bestaande historische vastgoed.

CONTEXT, OPGAVEN EN KANSEN :

  • De ruimte voor bedrijvigheid binnen de gemeente is op dit moment schaars. Bedrijven die willen uitbreiden of verhuizen kunnen geen andere locaties vinden, en ook nieuwe vestiging is beperkt mogelijk. De aanwezigheid van voldoende economische activiteit is een belangrijke pijler in het versterken van de sociaal-economische structuur in de gemeente Zutphen: het gaat daarbij om voldoende werkgelegenheid binnen de gemeentegrenzen, maar ook om een goede basis voor onderwijsinstellingen. Daarbij ligt een opgave in het verkennen van inbreidings- en uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijventerreinen. Veiligheids-, milieu- en gezondheidsrisico’s die (zwaardere) bedrijvigheid met zich meebrengen, zijn daarbij een aandachtspunt. Dat geldt ook op plekken waar onderzocht wordt of een gemengd stedelijk milieu mogelijk is.

  • Vergrijzing heeft impact op de ontwikkeling van de beroepsbevolking binnen de gemeente. Voor het bedrijfsleven is de aanwezigheid van voldoende (potentiële) arbeidskrachten van belang. Voldoende en passende woningen, woonmilieus en werkplekken zijn belangrijke randvoorwaarden om (jonge) arbeidskrachten in de gemeente te behouden en aan te trekken. Ook het versterken van de relatie tussen de Zutphense arbeidsmarkt en onderwijsinstellingen biedt hierin mogelijkheden.

  • Met het oog op de behoefte aan verstedelijking ligt een duidelijke opgave in de ontsluiting van de gemeente, op regionaal en lokaal schaalniveau. Een schaalsprong in het aantal inwoners gaat gepaard met een intensiever weggebruik en zet de bestaande infrastructuur onder druk. Onder andere de bereikbaarheid van werklocaties voor woon-werkverkeer en transport vormt een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast speelt ook de opgave om de mobiliteit te verduurzamen.

  • Het toekomstbestendig maken van werklocaties vraagt om extra inzet. In lijn met het Klimaatakkoord heeft de gemeente Zutphen forse opgaven op het gebied van energie en klimaat. Daarbij gaat het om het opwekken van voldoende duurzame energie én om het terugdringen van het energieverbruik in de gemeente. Binnen duurzame energieopwek spelen zonne- en windenergie een belangrijke rol, maar er wordt ook nagedacht over alternatieve energiedragers zoals waterstof. De ambities voor energieopwek vragen om een verzwaring van het elektriciteitsnet. Het terugdringen van het energieverbruik is een centrale opgave in de energietransitie. In de binnenstad met haar vele historische panden is de verduurzaming van gebouwen een kostbaar vraagstuk. Dat vraagt om innovatieve oplossingen en maatwerk.

Dit kader schetst op hoofdlijnen de belangrijkste context van opgaven en kansen voor deze kernambitie. In de Atlas Zutphen 2040 staat een uitgebreidere uiteenzetting van de trends, opgaven en kansen die de toekomst van de gemeente Zutphen beïnvloeden.

afbeelding binnen de regeling

4.3 Beleven in Zutphen: historische hanzestad van de 21e eeuw in een groen-blauwe jas

afbeelding binnen de regeling

DEZE KERNAMBITIE IN HET KORT :

  • Cultuurhistorische kwaliteiten en erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken en inzetten als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen.

  • Inzet op beleefbaarheid en recreatieve potentie van ons landschap, de culturele voorzieningen en onze cultuurhistorie, met ruimte voor dag- en verblijfsrecreatie verspreid over de gemeente.

  • Investeren in een leefbare en beleefbare binnenstad met een gezonde mix van functies.

  • Creëren van een sterk en divers cultuuraanbod voor inwoners en bezoekers.

  • Ruimte bieden om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen met investeringen in een robuust watersysteem en een stevige groenstructuur.

  • Groen-blauwe longen als nieuwe verbindingen tussen woonomgeving en landelijk gebied, die bijdragen aan gezondheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit.

  • Landschap en bodem- en watersysteem als sturende elementen voor nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied.

  • Goede balans in de verschillende functies in het landelijk gebied aansluitend bij de eigenschappen van het landschap: landgoederen- en natuurzone, agrarische zone, groene stadsrandzone en IJsselzone.

  • Toewerken naar een toekomstbestendig en vitaal landelijk gebied en het faciliteren van de transitie in de agrarische sector.

ONZE AMBITIES RICHTING 2040:

  • Inwoners van Zutphen waarderen de aanwezigheid van de historische elementen in de leefomgeving. Ons erfgoed en de historische structuren vertellen het verhaal van onze gemeente. We maken deze zo veel mogelijk zichtbaar en benutten ze als basis voor nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen. Denk aan het IJsselfront - het karakteristieke beeld van Zutphen vanaf de IJssel - maar ook de (groen-blauwe) vestigingsstructuur, vele torens, landgoederen, historische pakhuizen, koopmanshuizen, kerken, hofjes en stegen. Ook gaat het om erfgoedwaarden buiten de binnenstad, zoals het beschermd dorpsgezicht van Warnsveld, landschapsstructuren in het landelijk gebied, het industrieel erfgoed van De Mars en de kenmerkende wederopbouwarchitectuur en Post 65-erfgoed[13] in de woonwijken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen vormen het historisch erfgoed en bijbehorende waarden een belangrijk uitgangspunt. De wijze waarop we erfgoedwaarden in nieuwe ontwikkelingen meenemen, zal verschillen afhankelijk van de gebiedsspecifieke context. Soms zal dit restaureren zijn, een andere keer conserveren of doorontwikkelen.

[13] Karakteristieke elementen op onder andere het gebied van landschap, stedenbouw en architectuur uit de periode 1965 - 1990

  • Het versterken van historisch erfgoed betekent soms ook verduurzaming en eventueel herbestemming van panden zodat deze klaar zijn voor de toekomst. We ontwikkelen hiervoor nieuw beleid. Dit doen we samen met inwoners, ondernemers en organisaties, en op een passende en innovatieve manier. Hierbij hebben we altijd aandacht voor een balans tussen toegankelijkheid, klimaatadaptatie en doorontwikkeling van historische kwaliteiten. We maken werk met werk: het verduurzamen en versterken van ons erfgoed zorgt voor nieuwe werkgelegenheid binnen onze gemeente, voor het blijven benutten van ambacht en vakmanschap, kennisontwikkeling en het aanjagen van innovatie.

  • Vanuit de geschiedenis van Zutphen als handelsstad is ambacht onderdeel van ons karakter. We zijn hier trots op en dragen dit graag uit: Zutphen is een gemeente waar creatie centraal staat. We hebben aandacht voor de aanwezige creatieve makers en ambachten. We stellen broedplaatsen en creatieve plekken beschikbaar, waar traditionele ambacht en meer hedendaagse creatieve productie mogelijk is en waar synergie kan ontstaan. We onderzoeken op welke wijze we deze ambachtelijke en creatieve sector kunnen verstevigen. Hierbij zien we kansen in het leggen van verbindingen tussen onderwijs en praktijk plekken in het bedrijfsleven.

  • Als gemeente zien we recreatieve potentie in de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten die onze gemeente kent. De rijke historie van de binnenstad en het ommeland, samen met zichtbare kwaliteiten zoals de Berkel en de IJssel, de stadsmuren, de verschillende torens en de landgoederen hebben een aantrekkingskracht op bezoekers uit de regio en daarbuiten. We kiezen voor het benutten van deze recreatieve potentie als economisch verdienmodel voor dag- en verblijfstoerisme. Dit doen we door samen met partners in te zetten op: het vergroten van cultureel aanbod, het verbeteren van de openbare ruimte en het aanbieden van hoogwaardige en aantrekkelijke horeca en evenementen verspreid over het jaar. Ook zetten we in op het versterken van het aanbod aan overnachtingsmogelijkheden in of nabij de binnenstad en het benutten van de recreatieve kansen. Met deze investeringen gaan we voor een levendige, bruisende en toeristisch aantrekkelijke binnenstad én zichtbaarheid van aanwezige kwaliteiten daarbuiten.

  • Met de omliggende gemeenten stemmen we af over het aanbod aan recreatieve mogelijkheden. Daarbij ligt de focus op de specifieke rol van bezoek aan onze historische en bruisende binnenstad. Het gaat om de regionale centrumfunctie van Zutphen voor het achterland, maar ook om dagrecreatie en meerdaags toerisme voor bezoekers van buiten de regio. Aandachtspunten zijn onder andere bereikbaarheid (recreatieve fiets- en vaarroutes), toegevoegde waarde (stedelijke en slechtweer-activiteiten) en (kleinschalige) horeca. Ook het beschermen van de ruimtelijke kwaliteiten vormt een belangrijk uitgangspunt. In het landelijk gebied zien we daarom geen ruimte voor de ontwikkeling van grootschalige activiteiten. Een uitzondering hierop zijn de (bestaande) zoekgebieden voor het opwekken van duurzame energie.

  • We zorgen ervoor dat de binnenstad prettig blijft voor inwoners en toeristen. Om de leefbaarheid en belevingswaarde te vergroten zoeken we naar een goede balans in ruimte voor functies als wonen, werken, winkels, voorzieningen, cultureel erfgoed, mobiliteit, klimaatadaptatie en energietransitie. De binnenstad behouden en versterken we als een plek om cultuur te beleven. Onder meer werken we toe naar een autoluwe binnenstad. Dat kunnen we bijvoorbeeld doen door verkeersstromen om de binnenstad heen te leiden en parkeermogelijkheden aan de randen van de binnenstad te faciliteren. Maar ook door de stationsomgeving verder te ontwikkelen en mogelijkheden voor een derde brug over de IJssel te verkennen. We zijn ons ervan bewust dat de binnenstad ook voor hulpdiensten en voor minder valide inwoners goed bereikbaar moet blijven. Hiervoor zoeken we passende oplossingen.

  • Als gemeente investeren we in een bruisend, divers, toegankelijk en uitnodigend cultuuraanbod passend bij de bezoekers en inwoners. Het bestaande cultuuraanbod willen we in stand houden en uitbreiden. Zo groeit het aanbod mee met het aantal inwoners en bezoekers en vindt cultuur plaats in heel de gemeente. We zetten in op het versterken van het karakter van Zutphen als cultuurstad in de regio met een eigen signatuur. Waar cultuur vanzelfsprekend onderdeel is in de samenleving en een belangrijke bijdrage levert aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. De invulling en profilering als cultuurstad gaan we verkennen en nader omschrijven. De vernieuwing van de Hanzehof biedt ruimte voor een eigentijds cultureel en maatschappelijk cluster dat goed bereikbaar is voor inwoners en bezoekers. Met de ontwikkeling van een cultuurcorridor realiseren we een uitnodigende en herkenbare verbinding tussen de Hanzehof en de binnenstad. We zetten in op het in goede banen leiden van bezoekersstromen door slimme ontsluitingsstructuren, een autoluwe binnenstad en promotie van parkeergelegenheid aan de randen, bewegwijzering en aantrekkelijke rode lopers en wandelroutes richting en door de binnenstad.

  • Het profiel van onze gemeente kenmerkt zich door de aanwezigheid van stromend water van de IJssel en de Berkel. Dit willen we de komende jaren versterken. De IJssel, de Berkel en het Bronsbergermeer bieden volop kwaliteiten voor onze inwoners en bezoekers. We benutten de recreatieve potentie van de IJsselkade als ruimte voor verblijf en ontmoeting, en onderzoeken hoe we de ruimtelijke kwaliteit van de IJssel aan de zijde van de Hoven kunnen benutten. Ruimte voor natuur, waterveiligheid en het verbeteren van de waterkwaliteit staan hierbij voorop.

  • We dragen zorg voor de waterveiligheid en waterbeschikbaarheid in de gemeente. In samenwerking met Rijkswaterstaat, de waterschappen en gebruikers werken we aan het oplossen van bestaande en voorziene knelpunten in de watertoevoer en investeren we in dijkversterking. Daarnaast zetten we onze wettelijke zorgplichten op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater in voor voldoende berging en afvoercapaciteit. We kiezen voor het maximaal benutten en ondergronds bergen van regenwater, voordat wordt overgegaan tot het afvoeren van water. Nieuwe plannen moeten bijdragen aan het vasthouden van voldoende (schoon) water voor bomen, planten en dieren. Ook betekent dit dat het grondgebruik volgend is aan de condities van ons bodem- en watersysteem. Hiermee werken we als gemeente aan klimaatbestendigheid, gezondheid en veiligheid in onze leefomgeving.

  • Een schaalsprong op het gebied van woningen en bedrijven zorgt voor een toename van afvalwater. Deze ontwikkeling, in combinatie met scherpere wettelijke eisen voor stedelijk afvalwater, vraagt om extra aandacht voor de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Samen met de waterschappen en de omgevingsdienst zetten we in op het verminderen van regenwater naar de zuivering, het afvlakken van aanvoerpieken en het reduceren van emissies van stoffen uit de afvalwaterketen.

  • De verschillende landschappen in onze gemeente vormen het leefgebied van inwoners, maar ook van dieren, planten en bomen. Voor een gezond leefklimaat voor mens en dier, werken we zowel in het bebouwd gebied als daarbuiten aan een sterke en gezonde natuur. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vormen behoud en versterking van bestaande natuurlijke kwaliteiten een belangrijk uitgangspunt. Dit uit zich onder andere in bescherming en ontwikkeling van onze natuurgebieden (Natura2000, Gelders Natuurnetwerk). Hierbij hebben we vanzelfsprekend ook aandacht voor een robuust natuurnetwerk op grotere schaal: met investeringen in natuurontwikkeling dragen we bij aan ’stepping stones’ tussen de Veluwe, de Achterhoek, de Gelderse Poort en de IJsseldelta.

  • Als gemeente zetten we in op het behoud en vergroten van de biodiversiteit. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en beheertaken, zowel in de gebouwde omgeving als in het landelijk gebied, stimuleren we actief maatregelen met een positief effect op de biodiversiteit. Dat doen we onder andere door:

    • herstel van groen-blauwe dooradering van het landelijk gebied, passend bij de cultuurhistorische landschapsstructuren door stimuleren van de aanleg van groene erven, lijnelementen in de vorm van singels, struweelranden, ruigtestroken, greppels en sloten.

    • versterken van groen-blauwe dooradering in de wijken en buurten door het stimuleren van de aanplant van bijvoorbeeld bomen en struiken.

    • optimaliseren van de omstandigheden voor flora en fauna in de openbare ruimte door te zorgen voor voldoende voedsel, bescherming en verbinding. Concreet maken we daarbij gebruik van onze bermen, watergangen, sloten, landschapselementen zoals bomen. Op basis van de competenties van een gebied worden gebiedsgerichte maatregelen getroffen.

  • Groen-blauwe longen: we verbinden de groen-blauwe kwaliteiten van het landelijk gebied met de binnenstedelijke groenstructuren. Deze groen-blauwe longen bieden ruimte voor bewegen, ontspannen, stadslandbouw en ontmoeten. Ze zijn vanzelfsprekend klimaatadaptief, zetten fors in op het verbeteren van de waterkwaliteit en dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit. We zetten in op zoekgebieden voor aanvullende groen-blauwe structuren zodat op gemeenteniveau een volledig netwerk ontstaat. Deze zogenoemde groen-blauwe longen doen dienst als ademruimte in de stad en zorgen voor een verbinding van Warnsveld, de wijken en binnenstadsrand van Zutphen. Bij het toevoegen van groenstructuren heeft collectief groen, waar iedereen van kan genieten, voorrang op particulier groen.

  • De gemeente Zutphen erkent de cultuurhistorische en maatschappelijke waarde van volkstuinen binnen haar grondgebied. Volkstuinen worden beschouwd als essentieel onderdeel van het groene erfgoed en dragen bij aan sociale cohesie, biodiversiteit en ecologische duurzaamheid. De gemeente zet zich actief in voor het behoud van locaties en de bescherming van bestaande volkstuinen en stimuleert de ontwikkeling van nieuwe volkstuininitiatieven waar mogelijk. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen wordt expliciet rekening gehouden met het behoud van bestaande volkstuinen. Eventuele herontwikkeling of herbestemming van gronden met volkstuinen vindt slechts plaats na zorgvuldige belangenafweging, in samenspraak met de vereniging, waarbij alternatieve locaties of compensatiemaatregelen worden overwogen.

  • De balans tussen de verschillende functies in het landelijk gebied van de gemeente sluit aan bij de eigenschappen van ons landschap die een belangrijke drager vormen voor ontwikkelingen. Hierin houden we vast aan de gebiedsindeling bestaande uit de landgoederen- en natuurzone, agrarische zone, groene stadsrandzone en IJsselzone.[14]

    • Aan de buitenranden van de gemeente Zutphen aan de oost- en westzijde, verbonden met de buurgemeenten, kent het landelijk gebied agrarisch gebruik dat verweven is met natuur (bos- en landgoederen, kampen en essenlandschap enerzijds en kronkelwaarden anderzijds) en kleinschalige recreatie.

    • Direct rondom het stedelijke gebied van Zutphen onderscheiden we een zone met een mozaïek van landgoederen, stads- en moestuinen, (natuur)speel- en recreatieplekken, klompenpaden, afwisselende agrarische activiteiten, bed & breakfasts, theetuinen, etcetera, ingebed in een groen, lommerrijk en afwisselend landschap. Een landelijk gebied waar het voor de stadsbewoners aantrekkelijk is om te recreëren, dichtbij huis. Maar ook een gebied waarin het agrarisch gebruik veel meer verweven is met verstedelijking en woon-werkfuncties en inwonersinitiatieven op het gebied van kleinschalige landbouw.

    • Buiten deze groene stadszone ligt de agrarische zone. Het gebied wordt grotendeels agrarisch benut en biedt de basis voor goed functionerende, economisch rendabele en natuurinclusieve bedrijven. We hechten er daarbij wel belang aan dat de gezondheid van omwonenden niet geschaad wordt door de activiteiten van de agrarische bedrijven. In het landelijk gebied bieden we geen ruimte aan de ontwikkeling van grootschalige activiteiten, met uitzondering van ruimte voor duurzame energieopwek in de aangewezen zoekgebieden.

    • De nieuwe visie voor het landelijk gebied zet sterker in op het vergroten van de natuur in en rondom het agrarisch gebied.

[14] Afkomstig uit de Visie landelijk gebied Zutphen (2015)

  • Met het oog op de toekomstbestendigheid van het landelijk gebied faciliteren we als gemeente de huidige landbouwtransitie zo optimaal mogelijk. De focus ligt hierbij op het stimuleren van innovatieve, duurzame en natuurinclusieve vormen van landbouw, passend bij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. Bij initiatieven voor uitbreiding of wijziging van agrarische bedrijven wegen we het effect van de ontwikkeling op de directe omgeving, onder andere op het gebied van gezondheid, integraal af. Waar nodig denken we samen met agrariërs na over alternatieve vormen van bedrijfsvoering.

  • Agrariër als mede-landschapsbeheerder: we zien agrariërs als belangrijke landschapsbeheerders en willen samen met hen inzetten op het versterken van het natuurlijke systeem met agrarisch natuur-, bodem- en waterbeheer.

  • De gemeente Zutphen erkent de cultuurhistorische en functionele waarde van windmolens binnen haar grondgebied. Ter bescherming van deze waarde wordt de molenbiotoop gerespecteerd als beleidsmatig kader. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen wordt binnen een straal van 400 meter rondom een bestaande molen rekening gehouden met de windvang, zichtbaarheid en beleving van de molen. Nieuwe bebouwing of beplanting die de werking of het aanzicht van de molen schaadt, wordt zoveel mogelijk voorkomen. Hierbij zet de gemeente zich actief in om bestaande molens en hun biotoop te beschermen via het instrumentarium binnen de Omgevingswet. Bij bouwplannen of wijzigingen in de omgeving van molens wordt de molenbiotoop meegenomen in de ruimtelijke afweging, conform landelijke en provinciale richtlijnen.

CONTEXT, OPGAVEN EN KANSEN :

  • De natuur en de bijzondere landschappelijke ligging aan de rivier de IJssel en in het beekdal van de Berkel vormen voor inwoners en ondernemers belangrijke kwaliteiten van de gemeente.[15] Het afwisselende rivierenlandschap, de landgoederen en de aanwezigheid van groen en water in de stad en het dorp kenmerken de Zutphense leefomgeving. Tegelijkertijd staan de natuur en het landschap onder druk. Zo kampt het landelijk gebied met droogte en biodiversiteitsverlies. Dit is ook op Zutphense schaal voelbaar. Om de kwaliteit en aantrekkingskracht van het landschap te beschermen, zijn investeringen in behoud en versterking van de bestaande natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van belang.

[15] Dit is een van de uitkomsten uit de enquête ‘Zutphen spreekt’ die is afgenomen onder inwoners van de gemeente Zutphen.

  • De stad Zutphen, het dorp Warnsveld en het landelijk gebied zijn rijk aan cultuurhistorie: de vestigingwerken, torens, kerken en hofjes zijn kenmerkend voor de gemeente. Inwoners zijn trots op het historisch erfgoed dat de gemeente kenmerkt en zien deze kwaliteit graag behouden. In sommige gevallen staat behoud van cultuurhistorische kwaliteiten op gespannen voet met andere thema’s zoals klimaatadaptatie, verduurzaming, de groeiende vraag naar woonruimte of een groei van het aantal bezoekers. Er ligt een opgave om juist op zoek te gaan naar koppelkansen en daarbij te investeren in de beleefbaarheid van het erfgoed.

  • Het landschap en het stedelijk gebied van de gemeente Zutphen is aan klimaatverandering onderhevig. De kans op wateroverlast neemt toe doordat piekbuien in de toekomst vaker en heviger zullen voorkomen. Ook hoogwater van de IJssel brengt een overstromingsrisico met zich mee. Tegelijkertijd zullen periodes van droogte vaker voorkomen, met nadelige effecten op onder andere de waterkwaliteit, natuur en akkers en gewassen. Tijdens warme zomers zijn bepaalde doelgroepen zoals kinderen en senioren extra kwetsbaar voor hittestress. De omgang met de extremere weersomstandigheden vergt aanpassingen in het grondgebruik en van de openbare ruimte en bebouwing. Dit geldt zowel voor de woonomgeving en werklocaties als in het landelijk gebied. In het bijzonder is daarbij aandacht nodig voor het toewerken naar een robuust watersysteem.

  • De historische binnenstad van Zutphen trekt jaarlijks veel bezoekers. Momenteel kent de gemeente een vrij beperkt aanbod voor verblijfsrecreatie, dat voornamelijk in de stad geclusterd is. Door een groeiend inwonertal en een toename van bezoekers neemt de recreatieve druk in de gemeente Zutphen in de toekomst toe. Dit biedt kansen om de rol van recreatie als verdienmodel te verstevigen. Belangrijk aandachtspunt daarbij is een gezonde spreiding over de gemeente en aandacht voor de balans tussen recreatiemogelijkheden en het beschermen van de leefbaarheid en van aanwezige waardevolle cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten.

  • Er spelen veel ontwikkelingen in het landelijk gebied. De Rijksoverheid wil vóór 2030 de natuur versterken, de waterkwaliteit verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. Onder meer de stikstofuitstoot in de buurt van beschermde natuurgebieden, zoals de uiterwaarden, moet fors omlaag. Vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) moet de gemeente samen met de provincie, waterschappen, regiogemeenten, maatschappelijke partners, grondeigenaren en grondgebruikers op zoek naar oplossingen per gebied. Daarbij is gelijktijdig aandacht nodig voor andere ruimteclaims die in het landelijk gebied spelen. Bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, het inpassen van de energietransitie, de omgang met vrijkomende agrarische bebouwing, het bewaken van de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten en een toenemende recreatiedruk. We staan hier voor een gebiedsgerichte aanpak waarin natuurherstel samen met het stikstof-, klimaat-, landbouw- en woningbeleid wordt opgepakt.

Dit kader schetst op hoofdlijnen de belangrijkste context van opgaven en kansen voor deze kernambitie. In de Atlas Zutphen 2040 staat een uitgebreidere uiteenzetting van de trends, opgaven en kansen die de toekomst van de gemeente Zutphen beïnvloeden.

5 Zes gebiedsgerichte uitwerkingen

Algemeen

Zutphen is een veelzijdige gemeente met een variëteit aan gebieden. In dit hoofdstuk worden de drie kernambities voor Zutphen in 2040 vertaald naar ruimtelijke keuzes voor de verschillende type gebieden binnen de gemeente.

We onderscheiden zes deelgebieden:

afbeelding binnen de regeling

5.1 Binnenstad

Als hart van Zutphen biedt de Binnenstad een uiteenlopende (regionale) culturele- en onderwijsvoorzieningen, dienstverlening, commerciële functies en horeca. Ook bevindt zich verspreid over de binnenstad een aanbod aan woningen: van monumentale panden en herenhuizen tot appartementen en woningen boven winkels. Deze variatie aan functies geeft de binnenstad van Zutphen een stedelijke dynamiek. Tegelijkertijd is de binnenstad rijk aan historie en erfgoed. De cultuurhistorische en monumentale kwaliteiten van Zutphen zijn op veel plekken volop zichtbaar en beleefbaar. Het is de uitdaging dit erfgoed en de historische structuren te benutten als basis voor de (ruimtelijke) ontwikkeling van een dynamische en levendige binnenstad.

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 :

  • a.

    De binnenstad van Zutphen vormt een aantrekkelijk, levendig en dynamisch stadshart met een hoge kwaliteit aan stedelijke voorzieningen zoals winkels, culturele voorzieningen, woningen en horeca. De binnenstad is een plek om cultuur te beleven en te maken.

  • b.

    We erkennen de belangrijke functie die de binnenstad heeft voor jongeren. Daarom zetten we hierin op het versterken en waar mogelijk toevoegen van uitgaansgelegenheden, evenementen en ontmoetingsplaatsen voor jongeren. Hierbij hebben we in het bijzonder aandacht voor het bewaken van de balans tussen beleving en leefbaarheid.

  • c.

    Op locaties in en aan de randen van de binnenstad (zoals Houtwal, Klein Vaticaan en Polsbroek) verkennen we de mogelijkheden voor het toevoegen van extra woningen door verdichting en transformatie. Daarnaast bieden we maatwerk voor het creëren van extra wooneenheden in bestaande gebouwen in de binnenstad. Onder andere blijven we inzetten op wonen in aanloopstraten naar het centrum en wonen boven winkels. We onderzoeken de mogelijkheden om de parkeernorm voor nieuwe woningen omlaag te brengen. Bij woningbouwontwikkelingen en verdichting hebben we veel aandacht voor het behouden van een goede balans in een leefbare binnenstad. We zijn ons ervan bewust dat meer woningen ook zorgen voor meer inwoners en verkeersstromen. We zorgen voor een goed evenwicht tussen inwoners, bezoekers en verkeer, maar ook tussen stenen en groen en blauwe structuren. We zoeken oplossingen die zowel gaan over beleven, levendigheid als leefbaarheid.

  • d.

    Vanwege het bijzondere cultuurhistorische karakter is de binnenstad van Zutphen aangewezen als beschermd stadsgezicht. Voor bouwen, verbouwen of slopen in een beschermd stads- en dorpsgezicht gelden andere regels dan voor bouw- of verbouwplannen in gebieden zonder deze aanwijzing. In de ruimtelijke ontwikkeling van de binnenstad houden we rekening met de uitgangspunten van het beschermd stadsgezicht om zo de cultuurhistorische identiteit te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen.

  • e.

    Ook voor de binnenstad streven we naar een veilige en gezonde leefomgeving. We hebben aandacht voor de fysieke omgevingsveiligheid, maar investeren ook in sociale veiligheid en het tegengaan van overlast. Dit doen we samen met inwoners en ondernemers. Op het gebied van gezondheid willen we waar mogelijk bedrijven die bijdragen aan een gezonde leefstijl voorrang geven boven bedrijven die bijdragen aan een ongezonde leefstijl. In de komende jaren onderzoeken we de mogelijkheden die hiertoe zijn of ontstaan.

  • f.

    We vinden het van belang dat de voorzieningen in met name de binnenstad en de stationsomgeving voor alle inwoners bereikbaar en toegankelijk zijn. De ontwikkeling van rode lopers zorgt voor sterke verbindingen tussen en -waar nodig- door de woonwijken, werklocaties en het hart van de stad. In de binnenstad zelf hebben we aandacht voor fysieke toegankelijkheid. Denk bijvoorbeeld aan rolstoelvriendelijkheid, bereikbaarheid voor hulpdiensten en verkeersveiligheid.

  • g.

    In de historische binnenstad zien wij in de toekomst beperkte ruimte voor de auto. Met het oog op leefbaarheid en belevingswaarde koersen we op een autoluwe binnenstad. We onderzoeken onder meer de nodige parkeergelegenheden aan de randen van de binnenstad. En we bieden een aantrekkelijk alternatief voor het autogebruik door sterke verbindingen en faciliteiten voor langzaam verkeer (bijvoorbeeld de rode lopers). We hebben oog voor het behoud van noodzakelijke autoverbindingen en zorgen samen met ondernemers en andere betrokken partijen voor de randvoorwaarden voor behoud van bedrijvigheid. Tegelijkertijd voorzien we ook ruimte buiten de binnenstad voor bedrijvigheid die niet goed aansluit bij het autoluwe karakter van de binnenstad, bijvoorbeeld op plekken in gemengde milieus (wonen, werken, recreatie).

  • h.

    We zetten in op het versterken van Zutphen als compacte stad en kiezen voor het mengen van ruimtelijke functies. We zien de binnenstad van Zutphen, de stationsomgeving en Noorderhaven als gebieden met ieder een eigen identiteit, die elkaar door goede fysieke verbindingen en programmering aanvullen. Hier kunnen inwoners en bezoekers voorzieningen en kwaliteiten in deze gebieden benutten. We zetten in op een natuurlijke en aantrekkelijke noord-zuidverbinding in de vorm van wandel- en fietsroutes. Zo vormt het spoor minder een barrière in het hart van de stad. Ook verkennen we het verplaatsen van verkeersstromen door het verleggen van de binnenstadsring.

  • i.

    De cultuurhistorische kwaliteit van het erfgoed en de historische structuren in de binnenstad van Zutphen vormen een basis voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De historie van de stad moet voor inwoners en bezoekers zichtbaar en beleefbaar zijn om ze ook voor de toekomst te behouden. We zetten hierbij in op het benutten en versterken van het gebouwde culturele erfgoed zoals de stadsmuur, bastions en grachten, linies en het rivierfront.

  • j.

    We kiezen voor een hoogwaardige verblijfskwaliteit met bijpassende verblijfs- en ontmoetingsplekken zoals horecagelegenheden, detailhandel en passende overnachtingsmogelijkheden. Hierbij bewaken we het behoud van draagvlak voor meer specialistische winkels en voorzieningen die het karakter van Zutphen kenmerken. Bijvoorbeeld op het gebied van ambacht, biologische waren, esoterie en lokale producten uit het landelijk gebied.

  • k.

    We investeren in sterke verbindingen naar de binnenstad van hoge ruimtelijke kwaliteit. In het bijzonder gaat onze aandacht uit naar het opwaarderen van de entreegebieden Stationsstraat en de Houtwal.

  • l.

    We benutten de recreatieve potentie van de IJsselkade (rivierfront) en de Berkel als plekken waar inwoners en bezoekers van de binnenstad kunnen ontspannen en elkaar ontmoeten. De IJsselkade biedt bescherming tegen hoogwater, maar zien we ook als een verkoelende uitloop van de stad. Met een goede routing vanuit de binnenstad wordt het water beter beleefbaar gemaakt.

  • m.

    De binnenstad moet een aantrekkelijke plek zijn voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Door vergroening werken we aan het versterken van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en het verminderen van hittestress. In het bijzonder hebben we aandacht voor het benutten en versterken van de kwaliteiten van de oude vesting (de grens van de oude binnenstad) op het gebied van groen- en waterbeleving, beweging, ontspanning en ontmoeting.

  • n.

    Groen-blauwe longen verbinden het landelijk gebied met binnenstedelijke groenstructuren. De verschillende historische vestinggordels in de binnenstad zijn onderdeel van deze ‘groene inprikkers’. De vesting en de groene inprikkers komen bij elkaar bij de historische entrees van de binnenstad en bijbehorende historische wegen en bruggen.[16] We zetten in op herstel van de vestinggordels en de verdedigingslinies en verbinden de parken (Boompjeswal, Vogelpark) rond de binnenstad door het vergroenen van bijvoorbeeld de Paardenwal, de Berkelzone en de Martinetsingel. We verbinden deze parken zoveel mogelijk met andere groenstructuren, zoals het Emerpark.

[16] Zie ook binnenstadsvisie Zutphen (2012)

afbeelding binnen de regeling

Figuur 10 Impressie van het DNA van de gemeente Zutphen: foto's ingezonden door deelnemers van de vragenlijst 'Zutphen Spreekt'.

5.2 Stationsomgeving

De Stationsomgeving vormt een belangrijke schakel tussen de binnenstad en het noorden van Zutphen. De zone kenmerkt zich door een combinatie van historische en moderne elementen en heeft veel potentie om zich te ontwikkelen tot dynamische omgeving. Op het gebied van onderwijs kent de zone met de aanwezigheid van Aventus, de Techniekfabriek en het Kompaan College een belangrijke maatschappelijke functie. Het treinstation en het naastgelegen busstation maken het gebied een belangrijk mobiliteitsknooppunt. Voor bezoekers van buiten de gemeente vormt de stationsomgeving het visitekaartje van Zutphen. De stationsomgeving omvat de beide zijden van het station, het gebied ten zuiden van het spoor tot en met de Hanzehof, de wijk Noorderhaven, de Kleine Linie en het gebied rond het Baudartius-gebouw.

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 :

  • a.

    In de stationsomgeving van Zutphen, het gebied langs het spoor tot aan de Hanzehof en rondom het station van Zutphen zetten we in op een intensivering van wonen én werken. Hier zien we kansen voor het versterken van de stedelijke economie, waarbij de interactie tussen bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, cultuur, inwoners en bezoekers centraal staat. Met het station als OV-knooppunt dichtbij biedt de stationsomgeving kansen voor vestiging van de dienstensector in een gemengd stedelijk milieu (wonen, werken, recreëren).

  • b.

    We bieden in de stationsomgeving ruimte aan de woonopgave door verdichting en transformatie. Jongeren die in de gemeente willen blijven wonen en studenten zijn hierbij een belangrijke doelgroep. We kiezen voor gemengde woonmilieus waar wonen gecombineerd wordt met werken, leren en verblijven. In deze gemengde woonmilieus is ruimte voor stedelijke, vernieuwende architectuur en hoogteaccenten in bebouwing. Vanwege de goede bereikbaarheid van de stationsomgeving verkennen we de mogelijkheden om in deze zone lagere parkeernormen te hanteren.

  • c.

    In de stationsomgeving faciliteren we de ontwikkeling van een mobiliteitsknooppunt door de intensiteit aan functies rondom het station te vergroten. Ook zetten we in op een makkelijker gebruik van verschillende modaliteiten (overstap trein, bus, fiets, (deel)auto) en een goede bereikbaarheid vanuit het omliggende landelijk gebied.

  • d.

    We willen de ervaren barrière verminderen tussen Noorderhaven en de binnenstad. Onder andere met het oog op hierop zetten we in op het verleggen van de centrumring door de Marstunnel naar De Mars en het verminderen van autoverkeer op het stationsplein en de IJsselkade.

  • e.

    Investeringen in het verblijfsklimaat versterken het imago van de stationsomgeving als regionale plek om elkaar te ontmoeten en samen te werken. Hierbij verkennen we de mogelijkheden voor het opwaarderen van de kwaliteit van de openbare ruimte op het Stationsplein en de Stationsstraat. Ook bieden we ruimte voor flexibele werkplekken die bijdragen aan het dynamische karakter.

  • f.

    In de stationsomgeving ontmoeten onderwijs en bedrijvigheid elkaar en is er ruimte om de dwarsverbanden op te zoeken en te innoveren. De stationsomgeving wordt een levendige en fysieke uitwisselingsplek waar ondernemers, leerlingen, studenten, mbo-onderwijsinstellingen en overheden elkaar kunnen treffen en samenwerken. Zo faciliteren we een innovatiemilieu waar ondernemers in onder meer de maakindustrie, creatieve industrie en dienstensector profijt van hebben.

  • g.

    Vanwege de gunstige ligging van de stationsomgeving zien we kansen voor het doorontwikkelen en versterken van het aanwezige cultuuraanbod. De vernieuwing van de Hanzehof biedt aanknopingspunten voor een eigentijds cultureel en maatschappelijk cluster. We verkennen de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een cultuurcorridor die als aantrekkelijke en herkenbare route een verbinding slaat tussen de binnenstad en de Hanzehof.

  • h.

    Bij ruimtelijke ontwikkelingen rondom de spoorlijn hebben we aandacht voor de gevoeligheid van nieuwe functies op het gebied van fysieke veiligheid en geluidsoverlast van treinverkeer. Zo houden we rekening met bestaande risicocontouren voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook houden we de ontwikkelingen rondom intensivering van het goederenvervoer nauwlettend in de gaten.

5.3 Bestaande en nieuwe woonwijken

De gemeente Zutphen heeft verschillende woonwijken - met elk hun eigen ontstaansgeschiedenis, identiteit en eigenheid.

Deze paragraaf (Bestaande en nieuwe woonwijken) beschrijft de gebiedsspecifieke keuzes voor de Zutphense woonwijken en nieuwe woonlocaties. De gebiedsgerichte uitgangspunten voor Warnsveld zijn terug te vinden in paragraaf 5.4 Warnsveld.

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 :

  • a.

    De schaalsprong die we als gemeente willen maken, vertaalt zich onder meer in het vergroten van het woningaanbod in bestaande en toekomstige wijken. Bij inbreiding, transformatie en uitbreiding zetten we ons in om met woningbouw een bredere meerwaarde voor de samenleving te genereren. Daarbij gaat het om het verduurzamen van woningen of vastgoed, het verbeteren of toevoegen van groene kwaliteit, het vergroten van de klimaatbestendigheid in de wijken. Om deze hoge ambitie ook echt te realiseren, maken we gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma’s.

  • b.

    De verstedelijkingsopgave krijgt vorm door gerichte inbreiding in bestaande wijken zoals Waterkwartier, De Stoven, Noordveen, Zuidwijken-De Brink. Hierbij denken we aan herstructurering, woningsplitsing, transformatie van woningen. We zetten in op het benutten van koppelkansen met de aanpak van de energietransitie, opgave voor CO2-reductie en met het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Inbreidingsprojecten pakken we op in samenwerking met de bewoners. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving staat hierbij centraal. We zetten in op wijken met een gedifferentieerd woningaanbod met een mix aan doelgroepen en prijsklassen. We streven naar woningbouwoplossingen waarmee inwoners in hun eigen buurt of wijk kunnen blijven wonen.

  • c.

    We zetten in op diverse uitbreidingslocaties tot 2040 die goed aansluiten op het bestaande stedelijke weefsel: De Hoven (Noord en op de grens met Brummen). We verkennen mogelijke kansen om in het gebied tussen de Vordenseweg, de Lochemseweg en de Leestense Rondweg na 2040[17] op kleine schaal en in lage dichtheden ruimte te bieden aan ‘wonen in het groen’. Het landschap is hier evenals bodem- en watersystemen leidend. Ook verkennen we mogelijkheden voor woningbouw aan de zuidkant van De Hoven. Met de direct omliggende gemeenten overleggen we over het toevoegen van extra woningen.

  • d.

    We zetten in op het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad, zowel koop- als huurwoningen. We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak en beginnen met de buurten Helbergen, Zeeheldenbuurt, Voorsterallee-kwartier, Looërenk & Woud en Overkamp. In 2040 is er in alle woonwijken een besluit genomen over alternatieven voor aardgas, zodat we in 2050 als gemeente van het gas af zijn. Hierbij volgen we een uitwerking passend bij de wijk zoals vastgelegd in het warmtetransitieplan. Met het oog op klimaatverandering kiezen we voor het toevoegen van groen in de bestaande woonwijken voor verkoeling en het voorkomen van wateroverlast.

  • e.

    Ons streven is dat elke wijk in 2040 een wijkhart heeft met een ontmoetingsplek en een zorgpunt. Hiermee werken we aan het verstevigen van onze sociale infrastructuur. Met het oog op de toenemende vergrijzing is deze van groot belang voor het welzijn van onze inwoners. In bepaalde wijken versterken we bestaande wijkharten. In wijken waar veel nieuwe woningen worden toegevoegd, faciliteren we de ontwikkeling van een nieuw wijkhart. Voor elke woonwijk vormen de bestaande sociale (infra)structuren en de aanwezige sociaal-maatschappelijke opgaven de basis voor het wijkhart. De invulling van het wijkhart wordt verder bepaald in samenspraak met de inwoners en met aandacht voor de maatschappelijke opgaven, aanwezige doelgroepen en de wisselwerking met functies elders in de gemeente.

  • f.

    We hebben oog voor leefbaarheidsopgaven in wijken zoals het Waterkwartier en de Zuidwijken. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid. De ontwikkeling van de wijkharten rondom Waterkracht en De Brink bieden tevens kansen voor verdichting en inbreiding. Zo koppelen we het realiseren van wijkharten en het verbeteren van de leefbaarheid aan onze woningbouwambities en investeren we in de naoorlogse en jaren ‘80 wijken in onze gemeente.

  • g.

    In de woonwijken zetten we in op een optimale bereikbaarheid van het wijkhart. Vanuit het principe van de ‘15-minuten stad’ worden wijkharten gekoppeld aan een (kleinschalig) mobiliteitsknooppunt dat (vraaggestuurd) openbaar vervoer dichtbij de inwoners brengt. Rode lopers vormen binnen het verstedelijkt gebied een netwerk van veilige en aantrekkelijke doorfietsroutes naar de binnenstad en andere delen van de gemeente.

  • h.

    Als gemeente faciliteren we elektrische mobiliteit. We zetten daartoe in de woonwijken ook in op een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als de fiets.

  • i.

    We werken aan een gezonde leefomgeving en richten deze omgeving beweegvriendelijk in. We bieden ruimte voor groen-blauwe dooradering in de woonwijken, die ervoor zorgt dat de woonomgeving klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht. De groen-blauwe longen tussen de woonwijken hebben naast klimaatadaptatie en natuurontwikkeling een functie op het gebied van onder andere ontmoeting, ontspanning of sport en spel. De aanwezigheid van rode lopers binnen deze groen-blauwe longen stimuleert inwoners in wijken om vaker te kiezen voor fietsen en wandelen.

  • j.

    In navolging van de recente ontwikkelingen in het Emerpark (ecologisch stadspark) zien we kansen om de beleving van groen en water te versterken in de zone langs de Berkel en de N348. De directe omgeving van de Berkel kent verschillende karakteristieken. Dit vraagt om een gebiedsgerichte aanpak waarin de Berkel als groen-blauwe long wordt ingericht met aandacht voor de kwaliteiten van de omgeving. Voor de zone langs de Den Elterweg, als zoekgebied voor een stadsklimaatpark, liggen kansen om water en natuur meer ruimte te geven. We willen van het Emerpark een groot en samenhangend stadspark maken met kwaliteit en grotere beleefwaarde. We verkennen of we het stadsklimaatpark fysiek kunnen verbinden met het Emerpark en hoe we de Den Elterweg hierin kunnen integreren.

  • k.

    Bij nieuwe ontwikkelingen stellen we een veilige en gezonde leefomgeving voor al onze inwoners als randvoorwaarde. Hierop volgen we de geldende normen op het gebied van luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid.

  • l.

    Het bodem- en watersysteem is sturend bij het bepalen van de mogelijkheden bij het toewijzen van toekomstige locaties voor woningbouw. We geven onze uitleglocaties zó vorm dat ze blijven passen bij onze uitgangspunten van de compacte stad en we zo veel mogelijk duurzaam en circulair bouwen.

  • m.

    Het water in de Zutphense woonwijken is sterk afhankelijk van aanvoer van het water vanuit de Berkel. Tijdens droge perioden is er geen of beperkte inlaat van water, waardoor er onvoldoende water is om de waterstanden in de woonwijken te handhaven. Met name in de wijken Leesten en Zuidwijken ontstaan daarbij knelpunten. Denk aan een verminderde kwaliteit van het oppervlaktewater (met risico’s voor het waterleven en de volksgezondheid). We kiezen voor gerichte herinrichting van watergangen en het benutten van mogelijkheden voor afkoppeling, bijvoorbeeld het loskoppelen van de afvoer van regenwater van het riool. Zo investeren we in het verbeteren van de waterkwaliteit en -kwantiteit in de woonwijken.[18]

[17] Zie amendement 2025-A0009

[18] Voorkeursscenario Zutphen Stroomt Waterschap Rijn en IJssel (2020)

afbeelding binnen de regeling

5.4 Warnsveld

Het dorp Warnsveld, aan de oostkant van de gemeente Zutphen, staat bekend als een pittoresk dorp omringd door bosrijke natuur. Hoewel Warnsveld grotendeels vergroeid is met Zutphen, heeft het toch zijn eigenheid weten te behouden. Warnsveld kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de vroege middeleeuwen. Sporen van deze geschiedenis zijn terug te vinden in de historische dorpskern. Daarnaast bevinden zich in Warnsveld ook modernere elementen, zoals het winkelcentrum De Dreiumme. Warnsveld kenmerkt zich door een grote sociale verbondenheid en heeft een actief verenigingsleven. In de omgeving van Warnsveld is het agrarische karakter van het dorp zichtbaar en is de cultuurhistorie van het landschap beleefbaar op diverse landgoederen.

afbeelding binnen de regeling

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 :

  • a.

    We faciliteren kleinschalige woningbouw om te voorzien in de lokale woonbehoefte. We zien daarbij hoofdzakelijk kansen voor inbreiding en transformatie. In het bijzonder zetten we in op de transformatie van werklocatie Lage Weide naar een gemengd gebied met ruimte voor werken, wonen en onderwijs. En op inbreiding van woningen nabij voorzieningencluster De Dreiumme.

  • b.

    Ons uitgangspunt is dat woningbouw moet bijdragen aan een grotere diversiteit van de woningvoorraad. We zetten met name in op het ontwikkelen van betaalbare woningen voor starters. Met het toevoegen van woningen voor ouderen nabij de aanwezige voorzieningen stimuleren we de doorstroming op de woningmarkt. In het bijzonder hebben we aandacht voor geschikte woningen voor inwoners met een zorgvraag in Warnsveld.

  • c.

    We zetten in op het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad, zowel koop- als huurwoningen. Ook voeren we in Warnsveld het gesprek over alternatieven voor aardgas. Hierbij volgen we een uitwerking passend bij Warnsveld zoals vastgelegd in het warmtetransitieplan. Met het oog op klimaatverandering kiezen we voor het toevoegen van groen in de bestaande woonwijken voor verkoeling en het voorkomen van wateroverlast.

  • d.

    Vanwege het bijzondere cultuurhistorische karakter is Warnsveld aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Voor bouwen, verbouwen of slopen in een beschermd stads- en dorpsgezicht gelden andere regels dan voor bouw- of verbouwplannen in gebieden zonder deze aanwijzing. In de ruimtelijke ontwikkeling van Warnsveld houden we rekening met de uitgangspunten van het beschermd dorpsgezicht om zo de cultuurhistorische identiteit te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen.

  • e.

    Ook in Warnsveld investeren we in het op peil houden en versterken van het aanbod aan basisvoorzieningen. De Dreiumme is voor het dorp een kansrijk wijkhart. In samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken we aan de instandhouding en versterking van deze plek als ontmoetingshart. Hiernaast willen we ook het culturele leven in Warnsveld instandhouden en verrijken.

  • f.

    Met de aanwezigheid van (vraaggestuurd) openbaar vervoer en de ontwikkeling van uitnodigende rode lopers faciliteren we de bereikbaarheid van De Dreiumme als (kleinschalig) voorzieningencluster voor alle inwoners van Warnsveld. De rode lopers zorgen ook voor een optimale verbinding voor langzaam verkeer met de binnenstad van Zutphen.

  • g.

    Op werklocatie Lage Weide zetten we stappen in de transitie naar gemengd gebied met wonen, werken en voldoende ruimte voor vergroening. Samen met ondernemers en maatschappelijke organisaties verkennen we de mogelijkheden voor het toevoegen van (natuurinclusieve) woningbouw. Dit in combinatie met het behoud van publieksgerichte bedrijvigheid en onderwijs.

  • h.

    De aanwezigheid van groen en de Berkel, de rijke cultuurhistorie en het dorpse karakter maken Warnsveld uniek binnen de gemeente Zutphen. De landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten vormen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een belangrijk uitgangspunt. Dit betekent dat we oog hebben voor het behoud van het dorpse karakter en zoeken naar aansluiting bij de maat en schaal van het dorp.

  • i.

    Met de verbinding van bestaande groenstructuren door groen-blauwe longen investeren we in een leefbare en gezonde woonomgeving. Deze groen-blauwe longen leveren een positieve bijdrage aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Ook benutten we zo het recreatief potentieel van de Berkel en de groenrijke omgeving voor inwoners en bezoekers van Warnsveld.

  • j.

    Inwoners van het dorp Warnsveld ervaren, net als in enkele andere gebieden binnen de gemeente, problemen met betrekking tot de waterkwaliteit. Met herinrichting van watergangen en het vergroten van de wateraanvoer vanuit het Twentekanaal werken we toe naar een robuust watersysteem met goede waterkwaliteit.[19]

[19] Voorkeursscenario Zutphen Stroomt Waterschap Rijn en IJssel (2020)

afbeelding binnen de regeling

5.5 Werklocaties

Ongeveer de helft van de Zutphense werkgelegenheid bevindt zich op de Werklocaties, ofwel de bedrijventerreinen en de binnenstad. Ongeveer een vierde van de werkgelegenheid (zzp’ers) is verspreid door Zutphen te vinden. De zorgsector, goed voor 25% van de werkgelegenheid, bevindt zich grotendeels buiten de werklocaties en heeft een aantal concentraties.

De werklocaties in de gemeente Zutphen vormen een belangrijke schakel in de lokale en regionale economie. In totaal telt de gemeente Zutphen momenteel vier bedrijventerreinen: De Mars, De Revelhorst, De Lage Weide en De Stoven. Elk van deze bedrijventerreinen kent zijn eigen economisch zwaartepunt. Bedrijventerrein De Mars is één van de grootste bedrijventerreinen met de zwaarste milieucategorie in de regio en heeft een eigen haven, industrie en grootschalige detailhandel.

Hoewel de binnenstad van Zutphen ook een belangrijke werklocatie in onze gemeente vormt, komt deze niet aan de orde in dit onderdeel. De gebiedsgerichte uitgangspunten voor de binnenstad zijn terug te vinden in paragraaf 5.1 Binnenstad

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 WERKLOCATIES ALGEMEEN:

  • a.

    We zetten in op clustervorming en faciliteren en initiëren samenwerking tussen onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen die hieruit voortvloeit. Hierbij gaan we voor innovatie, het behouden en versterken van het onderwijsaanbod en werkgelegenheid en het aanbieden van werkervaringsplekken, van praktijkonderwijs tot en met hbo-niveau.

  • b.

    Als gemeente zorgen we ervoor dat de randvoorwaarden voor toekomstbestendige bedrijvigheid op orde zijn. Zo ondersteunen en faciliteren we de beweging naar innovatie, circulaire bedrijfsvoering en de energietransitie bij ondernemers.

  • c.

    We zetten in op verdere ontwikkeling van De Mars en Revelhorst door inbreiding, transformatie en geleidelijke uitbreiding. Binnen onze gemeente is De Mars het bedrijventerrein waar (regionale) bedrijvigheid zich concentreert met ruimte voor zwaardere milieucategorieën en grootschalige detailhandel. Binnen de doorontwikkeling kunnen we aanvullende voorwaarden op het gebied van gezondheid stellen om mogelijke negatieve gezondheidseffecten voor omwonenden te voorkomen.

  • d.

    Op de overige bedrijventerreinen binnen de gemeente onderzoeken we samen met de aanwezige ondernemers de mogelijkheden voor een verkleuring naar publieksvriendelijke bedrijvigheid. Dit met het oog op aangrenzende woningbouwambities. We spannen ons in om het principe: het juiste bedrijf op de juiste plek samen met het bedrijfsleven te bestendigen.

  • e.

    Bij herstructurering en transformatie van werklocaties benutten we het momentum om gelijktijdig investeringen te doen in andere maatschappelijke opgaven. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie, gezondheid en de energietransitie. We maken werk met werk en streven ernaar om herstructurering en transformatie te combineren met een impuls aan de ruimtelijke kwaliteit.

  • f.

    We zetten stevig in op verduurzaming van de bedrijventerreinen in de gemeente. Als partner van bedrijven in de energietransitie willen we voldoende ruimte faciliteren voor energieopslag en duurzame energiebronnen. Ook onderzoeken we hoe we ruimte kunnen bieden aan innovatie op het gebied van circulariteit.Met het oog op de transitie naar duurzame mobiliteit gaan we voor een toereikende laadinfrastructuur op de werklocaties, zowel voor de auto, vrachtauto als voor de fiets.

  • g.

    Met de ontwikkeling van twee mobiliteitsknooppunten met een aanbod aan deelmobiliteit, regionale (snel)fietsroutes en lokale rode lopers stimuleren we werknemers om te kiezen voor het OV of de fiets als alternatief voor de personenauto.

  • h.

    Op de verschillende werklocaties investeren we in samenwerking met ondernemers in vergroening van de openbare ruimte en daarmee in de verblijfskwaliteit. Hiermee anticiperen we op de gevolgen van klimaatverandering en zorgen we voor een fijne werkomgeving.

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 DE MARS :

De lokale en regionale functie van De Mars verstevigen we via de volgende ontwikkelrichtingen:

  • a.

    We koesteren de positionering van De Mars in de regio op het gebied van maakindustrie. Met aanwezigheid van bedrijvigheid met zwaardere milieucategorieën kent De Mars een duidelijk profiel en levert het bedrijventerrein veel banen op binnen de gemeente. De maakindustrie zorgt ook voor een minder conjunctuurgevoelige basis voor de Zutphense economie en biedt relatief veel werkgelegenheid aan mensen met een vmbo- of mbo-opleiding.

  • b.

    Bij het toevoegen van bedrijvigheid zoeken we samen met het bedrijfsleven en adviserende organisaties zoals de GGD, de omgevingsdienst, de veiligheidsregio en de waterschappen naar een goede balans tussen het beschermen van de benodigde milieuruimte voor bedrijven en het zoveel mogelijk beperken van de milieubelasting, fysieke veiligheidsrisico’s en gezondheidseffecten op de omgeving met nieuwe technieken. We kijken daarbij ook naar vermindering van de belasting van bedrijfsafvalwater op het watersysteem. Tegelijkertijd inventariseren we waar bedrijven qua milieuzonering niet op de juiste locatie zitten en welke fysieke schuifruimte er binnen de gemeente is.

  • c.

    De beschikbare ruimte voor extra bedrijvigheid op De Mars is schaars. We verkennen in afstemming met het bedrijfsleven de benodigde extra ruimte en zetten in op een meersporenaanpak van inbreiding, transformatie en geleidelijke uitbreiding naar Eefde-West. Hoe deze uitbreiding precies vorm krijgt, wordt de komende jaren verder verkend. Bij inbreiding, transformatie en uitbreiding zijn optimaal ruimtegebruik en het toekomstbestendig maken van het terrein randvoorwaarden.

  • d.

    Via diverse sporen zetten we in op verduurzaming van De Mars. We ondersteunen bedrijven in de zoektocht naar verduurzaming van hun energiegebruik. Het winnen van zonne-energie op geschikte bedrijfsdaken is daarbij een eerste stap. Maar we staan ook open voor alternatieve vormen zoals waterstof. Daarnaast verkennen we samen met het bedrijfsleven hoe we de aanwezige restwarmtebronnen optimaal kunnen benutten voor verduurzaming van de gebouwde omgeving. Met de ontwikkeling en inpassing van een smart energy hub zorgen we ervoor dat energie die in het gebied wordt opgewekt of aanwezig is, ook lokaal benut kan worden. Bij het verkennen van zulke nieuwe mogelijkheden van duurzame energieopwek en -opslag hebben we nadrukkelijk aandacht voor het beperken van eventuele risico’s voor fysieke veiligheid.

  • e.

    Als gemeente spannen we ons in voor een verbeterde regionale bereikbaarheid van De Mars. Samen met het bedrijfsleven zetten we in op:

    • 1.

      het in regionaal en intergemeentelijk verband verkennen van de mogelijkheden voor een derde brug over de IJssel. We kijken daarbij vooruit naar de langere termijn. Vanzelfsprekend zullen we alle scenario’s en alternatieven voor een derde brug gedegen onderzoeken, inclusief de optie geen brug. Aandachtspunten in deze scenario’s zijn goede landschappelijke inpassing en randvoorwaarden voor herwaardering van de Oude IJsselbrug;

    • 2.

      de doorontwikkeling van het treinstation als mobiliteitsknooppunt;

    • 3.

      de ontwikkeling van (snel)fietsroutes, die naast een betere bereikbaarheid ook gezonde keuzes stimuleren voor woon-werkverkeer;

    • 4.

      onderhoud aan de Oude IJsselbrug voor bevaarbaarheid en doorvaarbaarheid van de IJssel;

    • 5.

      de realisatie van de randvoorwaarden voor verduurzaming van de mobiliteit voor vrachtverkeer.

  • f.

    De toename van bedrijvigheid heeft gevolgen voor de vervoersstromen op De Mars. We investeren in nodige ingrepen op het gebied van verkeerscirculatie en doorstroming van De Mars. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid verkennen we de mogelijkheid voor een betere scheiding van verkeersstromen en de realisatie van wandelpaden, met name voor de verbinding met het station.

  • g.

    We verkennen samen met ondernemers hoe de Industriehaven optimaal gebruikt kan worden. We toetsen de economische en maatschappelijke haalbaarheid en meerwaarde van mogelijke ingrepen. Vanzelfsprekend onderzoeken we de gevolgen van de groei van vrachtverkeer op milieukundig vlak en voor het gebruik van de wegen en de openbare ruimte van De Mars.

  • h.

    Met het oog op een prettige verblijfskwaliteit, ook tijdens bijvoorbeeld hitte, werken we aan vergroening en verkoeling van De Mars. Samen met het bedrijfsleven en partners treffen we maatregelen in de openbare ruimte en op het eigen terrein, zoals het aanplanten van groen.

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 DE REVELHORST:

De economische potentie van de Revelhorst verstevigen we via de volgende ontwikkelrichtingen:

  • a.

    Het bedrijventerrein De Revelhorst biedt potentie voor intensivering van zijn economische functie door het concentreren van bedrijvigheid. In het bijzonder zien we daarbij kansen voor het concentreren van bedrijvigheid in de (maak)industrie. In afstemming met het bedrijfsleven onderzoeken we de benodigde extra ruimte en kiezen we voor inbreiding, transformatie en geleidelijke uitbreiding in oostelijke en zuidelijke richting. Bij inbreiding en transformatie zijn optimaal ruimtegebruik en toekomstbestendigheid uitgangspunten. Ook op de Revelhorst zetten we ons in om milieubelasting en negatieve gezondheidseffecten zoveel mogelijk te beperken.

  • b.

    Bij het onderzoeken van mogelijkheden voor uitbreiding in oostelijke en zuidelijke richting zoeken we naar koppelkansen met de zone Zutphen-Emmerikseweg (ZE) in buurgemeente Bronckhorst. Uitgangspunt is het behoud van voldoende groene ruimte als verbinding tussen de IJssel en het broekgebied op de grens van Zutphen en Bronckhorst.

  • c.

    Met de ontwikkeling van een mobiliteitsknooppunt rondom het knooppunt N314/N348 investeren we in de bereikbaarheid van de Revelhorst. Bij het mobiliteitsknooppunt vind je een divers aanbod aan modaliteiten (bus, fiets, (deel)auto). Een rode loper vormt een betere verbinding voor langzaam verkeer tussen het bedrijventerrein en de woonwijken.

  • d.

    In samenwerking met het bedrijfsleven investeren we in het treffen van klimaatadaptieve maatregelen op De Revelhorst. We stimuleren vergroening van de openbare ruimte en het eigen terrein en werken daarmee samen aan een prettige verblijfskwaliteit voor werknemers en bezoekers.

  • e.

    Op het gebied van verduurzaming zijn we voorstander van het zoveel mogelijk samenbrengen van duurzame opwek, opslag en verbruik. Voor de opwek van duurzame energie vormt zon-op-dak op de Revelhorst het uitgangspunt. Om een antwoord te bieden op de knelpunten in elektriciteitsvoorziening en belasting van het net, verkennen we ook hier met het bedrijfsleven mogelijkheden voor de ontwikkeling van een smart energy hub.

GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040 GEMENGDE GEBIEDEN:

Op verschillende kleine werklocaties in de gemeente zien we potentie voor transformatie (‘verkleuring’) naar een mix van gebruiksfuncties. In eerste instantie verkennen we de mogelijkheden van verkleuring voor de bedrijventerreinen Lage Weide en De Stoven, en voor het grensgebied tussen De Mars (zuid) en Noorderhaven. Daarbij zien we de volgende ontwikkelrichtingen:

  • a.

    Op de kleine werklocaties zien we kansen voor de transitie naar een gemengd gebied waar publieksvriendelijke bedrijvigheid gecombineerd kan worden met woningen en (kleinschalige) detailhandel. In samenwerking met het aanwezige bedrijfsleven inventariseren we de mogelijkheden om deze ‘verkleuring’ in gang te zetten. Kijkend naar de milieuruimte van de bestaande bedrijvigheid op de locaties, is een groot deel in de basis goed te combineren met andere functies zoals wonen. Op geschikte locaties staan we positief tegenover initiatieven voor menging van functies op kavelniveau. Tegelijkertijd zijn we bereid ondernemers te ondersteunen bij het verkennen van verplaatsing van bedrijvigheid naar De Mars en/of de Revelhorst.

  • b.

    In navolging van onze ambitie voor compacte verstedelijking kiezen we voor functioneel ruimtegebruik in deze gebieden. Dat betekent onder andere meerlaags bouwen met slim gebruik van plinten en het faciliteren van wonen boven winkels of andere bedrijven. De openbare ruimte biedt ruimte voor ontmoeting in een groene omgeving, in aansluiting op de groen-blauwe longen.

  • c.

    Op het gebied van mobiliteit worden de gemengde gebieden multimodaal ontsloten. De aanwezigheid van rode lopers faciliteert de keuze voor wandelen of fietsen. Met de nabijheid van een mobiliteitsknooppunt is ook de verbinding met het openbaar vervoer in orde.

5.6 Landelijk gebied

Het Landelijk gebied in de gemeente Zutphen kent een lange ontstaansgeschiedenis en herbergt nog steeds bijzondere cultuurhistorische waarden. Het oude landschap is gevormd door de rivieren de Berkel en de IJssel. Al vroeg werd het gebied bewoond op de hogere delen langs de rivieren en de hogere gronden in de overige delen van het landschap. De rivieren waren belangrijk voor de handel en Zutphen groeide uit tot een belangrijke Hanzestad. Het landschap in het oostelijk deel van de gemeente kent een meer agrarisch landschap met landgoederen, kampen en essen. Het landschap is dynamisch en verandert mee met de veranderende behoefte en vraag. Tegenwoordig kent het landelijk gebied rondom Zutphen en Warnsveld een gevarieerd gebruik van agrarische bedrijvigheid, recreatie, andere vormen van ondernemerschap, natuurbehoud, cultuurhistorie en incidentele bewoning. Het landelijk gebied vormt nu ook een belangrijk uitloopgebied voor recreërende bewoners van de stad en de regio. Door een groei van het inwoneraantal zal het belang van het landelijk gebied als uitloopgebied alleen maar toenemen.

afbeelding binnen de regeling

Het landelijk gebied ondergaat momenteel een aantal grote veranderingen. Hoewel het relatief beperkt agrarisch wordt gebruikt, zal de transitie die de agrarische sector doormaakt bepalend zijn voor de ontwikkeling van het landelijk gebied. De agrarische sector in Nederland staat voor een transitie naar een meer duurzame en klimaatrobuuste bedrijfsvoering. Daarnaast nam de afgelopen jaren het aantal bedrijven - in lijn met de landelijke trend - gestaag af. Het gebrek aan opvolging speelt daar een rol in, maar ook de onzekerheid en onduidelijkheid rond het (economische) toekomstperspectief van agrariërs. Het is daarom een belangrijke opgave om de landschappelijke kwaliteit van het landelijk gebied te behouden, door te zoeken naar een goede, structurele en duurzame invulling van de vrijkomende agrarische gronden en bebouwing.

In 2015 stelde de gemeenteraad van Zutphen de ‘Visie landelijk gebied Zutphen’ vast. De uitgangspunten zijn de basis voor de uitwerking van het landelijk gebied in deze omgevingsvisie. De visie op het landelijk gebied wordt in het verlengde van de omgevingsvisie op een aantal thema's geactualiseerd: landbouw, klimaat (waterbeschikbaarheid en -kwaliteit), cultuurhistorie/erfgoed en biodiversiteit.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 11 Impressie van het DNA van de gemeente Zutphen: foto’s ingezonden door deelnemers van de vragenlijst ‘Zutphen Spreekt’.

Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040:

  • a.

    De landschappelijke kwaliteiten en karakteristieken van het landelijk gebied hanteren we als uitgangspunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. We zorgen voor een vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied waar alle gebruikers werken binnen de draagkracht van natuur, klimaat, water en bodem. Hierin houden we vast aan de gebiedsindeling bestaande uit de landgoederen- en natuurzone, agrarische zone, groene stadsrandzone en IJsselzone (zie voor de beschrijving van deze zones paragraaf 4.3 Beleven in Zutphen: historische hanzestad van de 21e eeuw in een groen-blauwe jas).

  • b.

    We zetten ons in voor transitie en ontwikkeling naar een toekomstbestendige agrarische sector die de positie in onze samenleving behoudt via de provinciale en regionale processen rondom het landelijk gebied. Hierover is nog veel onzeker en onduidelijk. We koesteren agrarische bedrijvigheid vanuit economisch, landschappelijk en recreatief belang. Hierbij faciliteren we bestaande agrariërs in hun transitie naar toekomstbestendige landbouw en bieden we daarbij waar mogelijk ruimte voor innovatieve, duurzame en natuurinclusieve vormen van landbouw. Hierbij zijn de kenmerken van bodem- en watersystemen leidend. We dragen de gezamenlijke verantwoordelijkheid dat de kwantiteit en kwaliteit van de drinkwatervoorraad op peil blijft (agrarisch natuur- en waterbeheer).

  • c.

    We zetten in op het benutten van kansen van vrijkomende agrarische bebouwing. Bij agrarische bedrijfsbeëindiging zoeken we samen met de agrariër actief naar een passende en duurzame invulling van de vrijkomende agrarische bebouwing en gronden. We zien kansen om op deze manier ons landelijk gebied te verrijken door een nieuwe invulling met kleinschalige recreatie en bedrijvigheid, duurzaam lokaal geproduceerd voedsel, duurzame energie opwek, wonen en zorg. Ook het slopen van opstal behoort tot de mogelijkheden. Hierbij zien we kansen voor het (her)gebruiken van sloopmaterialen bij nieuwe andere ontwikkelingen.

  • d.

    In ons landelijk gebied bieden we géén ruimte voor nieuwe grootschalige activiteiten die een negatieve impact hebben op hun omgeving vanuit gezondheids- dan wel milieukundig perspectief.

  • e.

    We kiezen voor concentratie van de bestaande kassencomplexen bij De Hoven, met een verbetering van de landschappelijke, economische en sociale kwaliteit. Hierbij houden we rekening met de impact van deze bedrijvigheid op de aanwezige flora en fauna.

  • f.

    We bieden ruimte aan nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven en ondersteunen initiatieven die landbouw koppelen aan kleinschalige (verblijfs)recreatie, duurzaamheid en natuurontwikkeling.

  • g.

    We versterken de dragers en verbindingen in ons landelijk gebied. De verschillende landschappelijke zones rondom Zutphen worden onderling verbonden door verschillende dragers in het landschap. Het gaat dan om wegen, rivieren en beken. De IJssel, Berkel en de Vierakkersche Laak vormen ruimtelijk en ecologisch belangrijke dragers van het landelijk gebied van Zutphen. Zij verbinden de stad met het landelijk gebied en worden de komende jaren versterkt door de aanleg van groen-blauwe longen. Deze hebben ook een betekenis als ecologische verbinding voor flora en fauna.

  • h.

    Met groen-blauwe longen leggen we uitnodigende verbindingen (recreatieve routes) tussen het verstedelijkt gebied en het landelijk gebied. Onderdeel van de groen-blauwe longen zijn de Zutphense rode lopers. Deze verbinden het landelijk gebied met de wijken en binnenstad.

  • i.

    De afgelopen decennia kon vanuit het Twentekanaal via de Berkel de stad Zutphen en het omliggende landelijke gebied van water worden voorzien. Hierdoor is droogval minder vaak voorgekomen. Met de verwachte klimaatverandering zal de behoefte aan water toenemen en een zware wissel trekken op het huidige watersysteem. Voor het landelijk gebied zetten we in op het verkleinen van de wateraanvoer door in het gebied zelf het water beter vast te houden. Dit betekent verondieping en herprofilering van watergangen waarbij wordt ingezet op het herstel van natte natuur in dit gebied. Dit biedt kansen voor natuurontwikkeling en kan ook de landbouw dienen.[19]

  • j.

    Binnen de groen-blauwe longen in het landelijk gebied investeren we in het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Zo wordt ruimte geboden voor meandering van de Berkel. Naast versterking van de waterkwaliteit zorgt de toevoeging van landschapselementen rondom beken voor betere condities voor flora en fauna.

  • k.

    We blijven werken aan weerbaarheid tegen droogte in het landelijk gebied en zetten daarbij onze samenwerking in de Achterhoek voort. Samen met onze partners sturen we op uitvoering van concrete maatregelen en ontwikkelen we handelingsperspectieven die aansluiten bij kenmerken van het gebied. Daarbij proberen we droogte-aanpak zoveel mogelijk te combineren met andere opgaven.

  • l.

    We zetten in op het beschermen van onze natuurgebieden (Natura 2000, Gelders Natuurnetwerk). We willen de natuurwaarden versterken en hebben hierbij in het bijzonder aandacht voor de bossen van het Warkense Veld, ’t Starink, in de Broeklanden, de natte natuurgebieden zoals de IJssel met haar uiterwaarden en de bijbehorende rivierdynamiek, de oude meander van de IJssel richting Empe, het beekdal van de Berkel en de omgeving van de Onderlaatsche Laak. Dit zal de nodige inspanning vragen om zorg te dragen voor rustgebieden enerzijds en ruimte voor recreatie anderzijds.

  • m.

    We benutten de recreatieve potentie van ons landelijk gebied en versterken de beleefbaarheid van de aanwezige landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten voor inwoners en bezoekers. In overleg met omliggende gemeenten bieden we ruimte aan initiatieven die het recreatieve aanbod van het landelijk gebied van Zutphen vergroten en versterken, en passen bij het karakter en de fijnmazigheid van het landschap.

  • n.

    In het landelijk gebied bieden we ruimte voor duurzame energieopwek die aansluit bij de maat en schaal van het landschap. Het afwegingskader zon op land en het omgevingsplan landelijk gebied vormen het uitgangspunt voor nieuwe energie-initiatieven in onze gemeente. Op de korte termijn verkennen we de potentie van Het Overmarsch en Zutphens Broekgebied als locaties voor collectieve opwek van zonne-energie.

  • o.

    In al onze ontwikkelingen in het landelijk gebied voldoen we aan de milieueisen voor lucht-, licht-, geluid, omgevingsveiligheid, bodem- en waterkwaliteit. Bij initiatieven voor uitbreiding of wijziging van agrarische bedrijven wordt het effect van de ontwikkeling op de directe omgeving integraal afgewogen. Daarbij hebben we aandacht voor de mogelijke gezondheidseffecten die ontwikkelingen met zich meebrengen. Dit kan in de komende jaren tot aanvullende eisen leiden.

[20] Voorkeursscenario Zutphen Stroomt Waterschap Rijn en IJssel (2020)

afbeelding binnen de regeling

Figuur 12 Impressie van het DNA van de gemeente Zutphen: foto's ingezonden door deelnemers van de vragenlijst 'Zutphen Spreekt'.

6 Uitvoering

Algemeen

Met deze omgevingsvisie zetten we samen met inwoners,ondernemers, partners en organisaties koers naar detoekomstige leefomgeving van de gemeente Zutphen. Wehebben in beeld gebracht welke kansen en opgaven we zienvoor 2040, en hoe we hier nu en in de toekomst op willenanticiperen. Het uitvoeren van onze visie kunnen we nietalleen. In dit hoofdstuk beschrijven we onze rol als gemeenteen formuleren we de uitgangspunten voor samenwerking metandere partijen. Ook gaan we in op het instrumentarium vande Omgevingswet, de afspraken die we maken overmonitoring en evaluatie en de financiering van de ambities.

afbeelding binnen de regeling

6.1 Samenwerking

Deze visie voor de gemeente Zutphen in 2040 hebben we opgesteld met uitgebreide participatie met de samenleving. De uitwerking doen we ook graag samen. Met de omgevingsvisie nodigen we de samenleving en onze partners uit om samen de geschetste ambities tot uitvoering te brengen. Veel ontwikkelingen starten met een initiatief van inwoners, bedrijven en instellingen. Als gemeente willen wij ruimte bieden voor initiatiefnemers die investeren in een toekomstbestendige leefomgeving en verantwoordelijkheid nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling.

Als gemeente dragen wij de verantwoordelijkheid om ruimte te bieden aan initiatieven. Daarbij nemen wij regie op aansluiting bij de omgevingsvisie. De omgevingsvisie vormt dus het afwegingskader. Dit kan betekenen dat we kritisch zijn op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdragen aan de gestelde doelen, maar ook dat we initiatieven die goed passen binnen onze visie extra kracht bij willen zetten. Hierbij denken en handelen we vanuit mogelijkheden en verbinding. Het uitgangspunt voor onze houding is dan ook ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. De criteria voor onze ‘mits’ werken we op basis van deze visie nader uit binnen het instrumentarium van de Omgevingswet (paragraaf 6.2 Instrumenten voor de uitvoering).

DE OMGEVINGSVISIE ALS AFWEGINGSKADER VOOR INITIATIEVEN

De omgevingsvisie geeft overzicht en inzicht in de vele uitdagingen en opgaven waar we in de gemeente Zutphen voor staan. Het vormt een uitnodiging aan iedere inwoner, ondernemer en organisaties om hierover mee te denken en de ambities samen te brengen met eigen acties en keuzes.

De omgevingsvisie verduidelijkt welke thema’s we meewegen in ons gemeentelijk beleid en onze beslissingen. Op de besluitvorming over initiatieven die zijn voorzien in de voormalige regelgeving onder de Wro, zoals de bestemmingsplannen, heeft deze visie geen directe gevolgen. We bieden ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en nodigen initiatiefnemers uit om met hun ruimtelijke ontwikkelingen actief bij te dragen aan de gestelde doelen. Hierbij staan de kenmerken en identiteit van onze gemeente altijd voorop. Bij een initiatief of ontwikkeling stellen we onszelf en de initiatiefnemer de volgende drie vragen:

  • a.

    Draagt de ontwikkeling of het initiatief bij aan de doelen van de kernambities en sluit het aan op de gebiedsgerichte uitwerkingen en in welke mate?

  • b.

    Is er sprake van een negatieve en/of positieve impact op de kwaliteiten van de leefomgeving, zoals verwoord in deze omgevingsvisie?

  • c.

    In welke mate wordt het initiatief of de ontwikkeling gedragen door de directe omgeving en wat zijn daarvoor de redenen?

afbeelding binnen de regeling

SAMENWERKING IN DE REGIO

Veel van de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven die op ons afkomen overstijgen onze gemeentegrenzen. Regionale afstemming en samenwerking is daarom van groot belang. Dit is niet nieuw voor Zutphen. Zo is de gemeente onderdeel van de regio Stedendriehoek, een samenwerkingsverband van overheden, ondernemers en onderwijs uit de regio. In de regio spelen diverse belangrijke regionale ontwikkelingen, zoals op het gebied van verstedelijking. Ook werken we al jaren samen met buurgemeenten en andere regionale partners, zoals de GGD, de waterschappen, de veiligheidsregio en de omgevingsdienst. Als gemeente sturen we actief mee in het integraal oppakken van opgaven en kansen. In de toekomst zal deze regionale samenwerking naar verwachting verder toenemen, bijvoorbeeld in de doorvertaling van regionale visies en programma’s. Denk aan een verstedelijkingsagenda, de Regionale Energiestrategie en thema’s zoals vitaal landelijk gebied en wonen. We zijn niet alleen gericht op de regio Stedendriehoek, maar zoeken we ook samenwerking op in de regio Achterhoek. Als gemeente brengen we in regionale samenwerkingsprocessen actief de belangen van onze inwoners, bedrijven en organisaties in.

SAMENWERKING MET DE PROVINCIE GELDERLAND

Met de invoering van de Omgevingswet intensiveert de samenwerking tussen gemeenten en provincies. De vernieuwing ligt met name in de toepassing van de wet in de omgangsvormen tussen (samenwerkende) gemeenten en provincies. We vinden het van groot belang om bij de totstandkoming van beleid en regelgeving van andere overheden vroegtijdig mee te kunnen denken als gemeente. Dit om problemen bij lokale toepassing van hogere regelgeving te voorkomen. Bij conflicterende visies van andere overheden wordt vroegtijdig het gesprek aangegaan. Tegelijkertijd hebben we als gemeente de rol om bij te dragen aan ontwikkelingen ‘van bovenaf’. We kunnen hier naar de lokale context invulling aan geven. We zien meerwaarde in nauwe samenwerking en afstemming met de provincie Gelderland, waarbij we onze krachten bundelen als het gaat om het vinden van slimme oplossingen voor complexe, gebiedsoverstijgende opgaven.

REGIE WAAR NODIG OF GEWENST

De gemeente Zutphen werkt - zoals we gewend zijn - samen met inwoners, organisaties en andere overheden aan onze fysieke leefomgeving. Hierbij ontlenen wij als bestuursorgaan altijd ons bestaansrecht aan het democratisch proces. De betrokkenheid van inwoners, ondernemers en organisaties bij de leefomgeving waarderen wij en stimuleren we maximaal. We zien deze partijen als medeverantwoordelijk in het zorg dragen voor onze leefomgeving. Daarom bieden we ruimte voor initiatieven van onderop. Tegelijkertijd dragen wij als overheid de verantwoordelijkheid voor het algemeen belang. Wanneer maatschappelijke partijen niet in staat blijken een oplossing te vinden voor opgaven, vraagt dit van ons als gemeente een meer sturende of regisserende rol. Ook zien we op bepaalde onderwerpen een belangrijke taak weggelegd voor de gemeente als hoeder van het zwakkere belang. Wij hebben de plicht dit te beschermen. Denk bijvoorbeeld aan grote opgaven als klimaatadaptatie, de gezonde en inclusieve samenleving en de energietransitie. Zo kennen we als gemeente meerdere rollen, afhankelijk van de onderwerpen en opgaven. In de basis stellen we onszelf op als samenwerkingspartner en facilitator, maar als het nodig is nemen we ook de regie. We werken onze rolneming voor de verschillende opgaven en/of gebieden uit in de omgevingsprogramma's (zie paragraaf 6.2 Instrumenten voor de uitvoering).

afbeelding binnen de regeling

6.2 Instrumenten voor de uitvoering

We leven in een wereld die voortdurend in beweging is. Verschillende ontwikkelingen op sociaal, ecologisch, economisch en maatschappelijk vlak volgen elkaar in rap tempo op. Ontwikkelingen en nieuwe inzichten uit maatschappij, de markt en/of wijzigingen in de gemeentelijke organisatie kunnen vragen om aanpassingen of actualisatie van de geformuleerde opgaven, ambities en/of keuzes. Om tijdig in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden is enige flexibiliteit vereist. Deze omgevingsvisie zien wij als dan ook als een dynamisch document.

HERIJKING OMGEVINGSVISIE IEDERE VIER JAAR

De omgevingsvisie is uitsluitend zelfbindend voor de gemeente. Aan de omgevingsvisie kunnen inwoners en ondernemers geen rechten ontlenen en de omgevingsvisie bevat dus geen regels voor burgers, bedrijven of andere overheden.

Om onze omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden, kiezen we ervoor om deze periodiek te herzien. Het tempo waarin we de visie aanpassen hangt af van de ervaringen die we opdoen met andere instrumenten en de monitoring van onze doelen. En van de staat van onze fysieke leefomgeving. We herijken de omgevingsvisie in ieder geval elke vier jaar en starten hiermee in 2028. Daarnaast is het mogelijk om de visie eerder te herijken, als ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving hier aanleiding toe geven.

De omgevingsvisie maakt onderdeel uit van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze beleidscyclus biedt structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen volgens een logisch proces: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. De omgevingsvisie vormt het startpunt van de cyclus. In de Omgevingswet zijn voor onze gemeente drie andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol: het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. We lichten deze instrumenten hieronder nader toe.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 13 Samenhang omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan

OMGEVINGSPROGRAMMA’S

In een omgevingsprogramma worden de in de omgevingsvisie vastgelegde ambities en keuzes nader uitgewerkt voor specifieke thema’s of gebieden. Het programma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de globale beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete maatregelen. Er staat ook in welke middelen nodig zijn om het doel te behalen en op welke manier we als gemeente gaan sturen (sturingsfilosofie). Daarbij gaat het om aspecten zoals financiering en benodigde ruimtelijke en juridische instrumenten.

Het invullen en uitwerken van deze omgevingsprogramma’s kan de gemeente niet alleen. Hierbij zullen (op onderdelen) inwoners en andere partijen nauw betrokken zijn. Heldere communicatie en gedeelde verantwoordelijkheid zijn hierbij onze uitgangspunten. Het realiseren van het hoge ambitieniveau in deze omgevingsvisie staat of valt met tijdige en transparante communicatie tussen gemeente, inwoners en andere partijen. We staan dan ook voor een samenwerking waarbij ieders rol duidelijk is en we elkaar serieus nemen. We gaan hierbij uit van een gedeelde verantwoordelijkheid. We leren van en hebben respect voor elkaar en zijn bereidwillig tot het sluiten van compromissen. Met deze intentie werken we als gemeente al jaren. Zo zullen we ook de processen rondom de omgevingsprogramma’s inrichten.

Het college van burgemeester en wethouders stelt de omgevingsprogramma’s vast. Dit heeft de wetgever zo expliciet vastgelegd om de gemeenteraden te ontlasten en ze te helpen om op hoofdlijnen te sturen. Uiteraard betrekt het college de gemeenteraad bij het opstellen van programma’s en komt zij jaarlijks via de programmabegroting en verantwoording terug bij de gemeenteraad met een update.

Naast wettelijk verplichte omgevingsprogramma’s, zoals het Volkshuisvestingsprogramma en het Warmteprogramma, denken we voor de uitvoering van de omgevingsvisie vooralsnog aan de volgende programma’s:

  • Programma Erfgoed

  • Programma Economie (bedrijventerreinen, horeca, werklocaties)

  • Programma Ruimte (stedelijk gebied, landelijk gebied)

OMGEVINGSPLAN

De juridische verankering van deze omgevingsvisie vindt plaats in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is de opvolger van de voormalige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen. Dit omgevingsplan vertaalt de ambities uit beleid naar concrete regels en voorschriften. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied.

De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om voor bepaalde onderwerpen omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan. Met de omgevingswaarden kunnen in bepaalde gebieden of op bepaalde thema’s strengere eisen worden gesteld dan de in rijks- of provinciaal beleid vastgelegde waarden. Deze omgevingswaarden bieden de mogelijkheid om differentiatie in doelen aan te brengen voor verschillende gebieden/thema’s. In tegenstelling tot de omgevingsvisie is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers.

OMGEVINGSVERGUNNING

Initiatiefnemers die activiteiten wensen te verrichten in de fysieke leefomgeving hebben in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig. In het gemeentelijke omgevingsplan is vastgelegd voor welke activiteiten een omgevingsvergunning vereist is.

6.3 Monitoring

Met de vaststelling van deze omgevingsvisie zetten we als gemeente een duidelijke koers uit richting 2040. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat nieuwe inzichten en ontwikkelingen in de samenleving ons vragen om alert te blijven op de toepasselijkheid van ons beleid. Ook vraagt de Omgevingswet ons om scherp te zijn op onze rol als gemeente binnen de uitvoering van de wet. Daarbij gaat het om het monitoren van de kwaliteit van onze leefomgeving, toezien op naleving van vastgelegde regels en het tijdig evalueren van beleidsdoelen en inzet van instrumenten. Binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet komen deze onderdelen aan bod in het onderdeel terugkoppeling.

MONITORING EN EVALUATIE

Het dynamische karakter van de omgevingsvisie stelt de gemeente in staat flexibel te reageren op ontwikkelingen en nieuwe inzichten. Monitoring en evaluatie vormen een belangrijke pijler in het doelgericht uitvoeren van de Omgevingswet.

MONITORING OP OMGEVINGSPROGRAMMANIVEAU

Het monitoren en evalueren van de gestelde beleidsdoelen vindt plaats op het niveau van omgevingsprogramma’s. In de programma’s zullen we de doelen, de realisatie met tijdspad en de monitoring concreter uitwerken voor bepaalde thema’s en/of gebieden.

BIJSTELLEN VAN DE OMGEVINGSVISIE

In de toekomst kan blijken dat bepaalde ontwikkelingen ertoe leiden dat onderdelen van de omgevingsvisie onvoldoende uitwerking kennen of onvoldoende te handhaven zijn. Bijvoorbeeld omdat doelen nauwelijks gerealiseerd worden en/of de omgevingsprogramma’s niet genoeg aansluiting vinden bij de vragen en verwachtingen vanuit de samenleving. Ook kan de ontwikkeling van nieuw nationaal, provinciaal en/of lokaal beleid betekenen dat we de huidige omgevingsvisie op onderdelen moeten aanpassen of aanscherpen.

Wanneer er sprake is van ingrijpende aanpassingen, dan kunnen wij als gemeente de omgevingsvisie bijstellen. Hierbij betrekken we de samenleving actief. De wijze waarop we dit doen wordt vooraf met de gemeenteraad van Zutphen afgestemd. De gemeenteraad stelt uiteindelijk een (herijkte) omgevingsvisie vast.

TOEZICHT EN HANDHAVING

Als gemeente zijn wij verantwoordelijk om de staat van de fysieke leefomgeving te volgen en waar nodig te waarborgen. Ook moeten wij toezien op het naleven van regels en voorschriften. In de praktijk komt het erop neer dat wij toezicht houden op de vergunningen die verleend worden op grond van het omgevingsplan. Ook zien we toe op naleving van de algemene regels in het omgevingsplan en in onze programma’s.

afbeelding binnen de regeling

6.4 Financiering

De omvang van de gemeentelijke opgaven en ambities is groot. Voor veel van deze ambities ligt de verantwoording en het initiatief bij de gemeente, bijvoorbeeld voor de bereikbaarheid, de inrichting van de openbare ruimte en het voorzien in voldoende voorzieningen zoals scholen en groen. Het geheel van het aanpassen van onze leefomgeving aan de veranderende eisen vanuit demografie en klimaat is kostbaar.

De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen die toerekenbaar zijn aan een ontwikkeling proportioneel te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aanleg van openbare voorzieningen in het ontwikkelde gebied. De Omgevingswet biedt daarbij een wettelijke grondslag voor een (anterieure) overeenkomst tussen de gemeente en een initiatiefnemer. Kostendragers zijn onder meer woningbouwprojecten, realisatie van bedrijventerreinen, kantoren en maatschappelijke voorzieningen.

In deze omgevingsvisie hebben we als gemeente Zutphen stevige ambities en zien we grootschalige ontwikkelingen op ons afkomen. Hiermee gaan forse investeringen gepaard. Een deel van deze investeringen is toe te rekenen aan specifieke delen van het omgevingsplan en is rechtstreeks verhaalbaar en een deel van de kosten wordt veroorzaakt door meerdere plannen en zal breder worden verhaald, bijvoorbeeld binnen specifieke programma’s. Een deel van de investeringen is niet zomaar langs de lat van profijt, toerekenbaarheid, proportionaliteit te leggen, maar is wel van toegevoegde waarde voor iedereen op het grondgebied van de gemeente Zutphen.

Naast het verplichte kostenverhaal biedt de Omgevingswet de gemeente ook de mogelijkheid om zogenaamde financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied te vragen. Deze financiële bijdragen kunnen op grond van artikel 13.22 Omgevingswet worden overeengekomen in een overeenkomst of op grond van artikel 13.23 Omgevingswet worden opgenomen in het Omgevingsplan. In de artikelen 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor bij overeenkomst een financiële bijdrage kan worden gevraagd en in artikel 8.13 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor in een omgevingsplan een financiële bijdrage kan worden opgenomen.

Hoe we in de gemeente Zutphen omgaan met de financiële bijdrage aan zogenaamde ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ werken we uit in een nota Kostenverhaal, onderdeel van de Nota Grondbeleid die in de komende periode wordt geactualiseerd. Met de Nota Kostenverhaal wordt vastgelegd wat de uitgangspunten voor kostenverhaal zijn en de wijze waarop de kosten verhaald worden op initiatiefnemers van activiteiten en op welke wijze de gemeente financiële bijdragen gaat vragen. De Nota Kostenverhaal zal de status van programma krijgen, één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingswet bepaalt dat zowel een omgevingsvisie als een programma de juridische basis kunnen vormen voor kostenverhaal. Zolang de Nota Kostenverhaal niet gereed is, vormt deze Omgevingsvisie gemeente Zutphen en onze Nota Grondbeleid de juridische basis.

INVESTERINGEN ALS HEFBOOM

De ambities uit deze omgevingsvisie – op het gebied van leefkwaliteit, duurzaamheid, cultuur en erfgoed – vragen om een actieve en toekomstgerichte inzet van middelen. De gemeente Zutphen erkent dat het realiseren van deze doelen meer vergt dan beleidsruimte of regie alleen. Sommige maatschappelijke opgaven – zoals het versterken van het culturele aanbod, het borgen van ons erfgoed en het realiseren van voldoende opwekcapaciteit binnen de energietransitie – zijn niet altijd goed toe te rekenen aan individuele projecten, maar zijn wél van groot strategisch belang voor de leefkwaliteit en toekomstbestendigheid van Zutphen.Naast kostenverhaal en financiële bijdragen van initiatiefnemers vraagt het realiseren van deze ambities ook om gerichte investeringen vanuit de gemeente zelf. Daarom legt de gemeente Zutphen in het vervolgtraject van het Omgevingsprogramma en het financieel beleid nadrukkelijk het accent op strategisch investeren. In het bijzonder geldt dit voor:

  • het versterken en benutten van het cultureel aanbod en erfgoed als dragers van identiteit,verbondenheid en aantrekkingskracht;

  • het versnellen van de energietransitie, met name aan de opwekkant, waaronder ruimte voor hernieuwbare energie, aanpassing van infrastructuur en ondersteuning van lokale energie-initiatieven.Zutphen kiest hiermee voor een koers waarin investeren in toekomstwaarde centraal staat, passend bij de rol die de gemeente wil vervullen in de regio en in de samenleving van morgen.

Motivering

Naar boven