Gemeenteblad van Ede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2026, 82200 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2026, 82200 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van de gemeenteraad tot wijziging van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 en enkele regelingen die daarmee verband houden
De Algemene subsidieverordening wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1 wordt de definitie van de begrippen de-minimissteun en Europees steunkader als volgt gewijzigd:
De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van:
zoals deze verordeningen na eventuele wijziging luiden op het moment waarop de steun wordt verstrekt.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld waaronder in ieder geval:
de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1);
zoals deze verordeningen na eventuele wijziging luiden op het moment waarop de steun wordt verstrekt.
Artikel 2 komt als volgt te luiden:
Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).
Er wordt een nieuw artikel 18 ingevoegd, onder vernummering van de bestaande artikelen 18 en 19 tot 19 en 20:
Artikel 18. Onderhandse subsidieverlening
Burgemeester en wethouders kunnen rechtstreeks een subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet van maximaal € 50.000 verlenen aan één subsidieontvanger als:
De Verordening leningen en garanties Ede 2021 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 11 komt als volgt te luiden:
Artikel 11 Looptijd en rente lening
Burgemeester en wethouders kunnen van het eerste lid gemotiveerd afwijken, voor zover daarmee niet in strijd met wettelijke voorschriften wordt gehandeld. In dat geval wordt minimaal het rentepercentage in rekening gebracht dat de gemeente betaalt voor een vergelijkbare lening op de dag van het collegebesluit tot verstrekking van de lening, vermeerderd met 0,25%. Als de rente die de gemeente betaalt negatief is, wordt een vergoeding van 0,25% in rekening gebracht.
In afwijking van het eerste lid wordt voor leningen die worden verstrekt aan scholen voor de gevraagde eigen bijdrage van 10% voor de kwaliteitsverbetering van de onderwijsaccommodaties uitsluitend het rentepercentage in rekening gebracht dat de gemeente betaalt voor een vergelijkbare lening op de dag van het collegebesluit tot verstrekking van de lening.
Het Delegatiebesluit Ede wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1 komt als volgt te luiden:
Artikel 1. Delegatie bevoegdheden college van burgemeester en wethouders
De navolgende bevoegdheden van de raad worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders:
de bevoegdheid om zienswijzen in te dienen zoals bedoeld in artikel 35, derde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, omtrent de ontwerpbegroting en omtrent wijzigingen van de begroting van gemeenschappelijke regeling Regio De Vallei, indien de door de gemeenschappelijke regeling gevraagde bijdrage minder is dan of overeenstemt met het daarvoor gereserveerde bedrag in de programmabegroting gemeente Ede en overeenstemt met het beleid zoals dat is vastgelegd in de programmabegroting gemeente Ede; en
Vastgesteld in de openbare vergadering van 12 februari 2025, zaaknummer 503685,
De raad voornoemd,
M. Jongenburger
de plv. griffier,
mr. L.J. Verhulst
de voorzitter.
Hierna worden de wijzigingen als gevolg van dit besluit kort toegelicht.
Artikel I, onderdeel A (artikel 1 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017)
De verwijzingen in dit artikel naar verschillende Europese verordeningen worden aangepast. Dit vanwege onder meer het vaststellen van een nieuwe algemene de-minimisverordening en wijziging van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. De verwijzingen hebben een dynamisch karakter: dat wil zeggen dat steeds wordt verwezen naar de betreffende Europese regels zoals die luiden op het moment van steunverlening.
Artikel I, onderdeel B (artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017)
Door de wijziging in dit artikel zijn de artikelen 6 tot en met 17 van de Algemene subsidieverordening voortaan standaard van overeenkomstige toepassing op subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, tenzij in de verleningsbeschikking anders is bepaald. Dit betreft begrotingssubsidies (artikel 4:23, derde lid, onder c) en incidentele subsidies (artikel 4:23, derde lid, onder d). De overige artikelen van deze Algemene subsidieverordening lenen zich naar hun aard niet voor toepassing op subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag is vereist.
Artikel I, onderdeel C (artikel 18 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017)
Het uitgangspunt is dat subsidies op grond van een wettelijk voorschrift worden verstrekt (artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht). In een uitspraak van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2310 (Geobox) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Raad van State) bepaald dat bij subsidies die worden verleend op basis van een wettelijke voorschrift sprake kan zijn van schaarse rechten. Dit geldt in het bijzonder als sprake is van een subsidieplafond. Bij het verdelen van schaarse subsidiemiddelen geldt een rechtsnorm die ertoe strekt dat door het bestuur op enige wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare subsidiemiddelen mee te dingen.
In een uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3399 (Peel en Maas) heeft de Raad van State bepaald dat ook bij subsidies die zijn gebaseerd op de begroting (begrotingssubsidies) een verplichting geldt om mededingingsruimte te bieden. Daarnaast overweegt de Raad van State in de betreffende uitspraak expliciet dat bij wettelijk voorschrift dat voorziet in de mogelijkheid om subsidie te verlenen de verplichting om mededingingsruimte kan worden beperkt. Deze beperking kan niet zover gaan dat iedere mededingingsruimte is uitgesloten. Uit het wettelijk voorschrift, of in ieder geval de geschiedenis van de totstandkoming daarvan, moet blijken dat het belang van het bieden van mededingingsruimte is meegewogen.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om een dergelijke beperking op het bieden van mededingingsruimte in te voeren. Deze gaat gelden voor subsidies tot een maximumbedrag van € 50.000. Deze mededingingsbeperking is geïnspireerd door het aanbestedingsrecht en de voorschriften die daarvoor gelden op basis van de Gids Proportionaliteit. In de Gids Proportionaliteit is beschreven dat aanbestedingsprocedures en de transactiekosten die deze procedures met zich meebrengen niet altijd in verhouding staan tot het doel dat met het toepassen van een dergelijke procedure wordt nagestreefd. Het is van belang per opdracht te bezien, welke procedure het meest geschikt en proportioneel is. Bij de keuze voor een aanbestedingsprocedure spelen onder meer de volgende factoren een rol:
Gemeente Ede heeft - net als veel andere overheidsorganisaties - op basis van deze voorschriften inkoopbeleid vastgesteld. Hierin is onder meer bepaald dat voor inkoopdrachten tot € 50.000 onderhandse opdrachtverlening het uitgangspunt is. Dit geldt gelet op de beperkte omvang van de opdracht in relatie tot onder meer de transactiekosten voor de aanbestedende dienst en de inschrijvers.
Om dezelfde redenen acht het college het wenselijk voor te stellen om een beperking in de Algemene subsidieverordening op te nemen van de verplichting om mededingingsruimte te bieden bij kleine subsidies. Het maximale bedrag stellen wij vast op € 50.000. Hiermee sluiten we aan op een al langer gehanteerde grens in de Algemene subsidieverordening voor ‘grote’ subsidies waarvoor meer uitgebreide verantwoordingseisen gelden.
Het rechtstreeks verlenen van subsidie is alleen mogelijk in situaties waarin het ondoelmatig zou zijn om subsidie te verlenen voor dezelfde activiteit aan meerdere subsidieontvangers in Ede. De gemeente heeft bijvoorbeeld een subsidie voor sportevenementen. Alle aanvragen die voldoen aan de beschreven criteria komen daar in aanmerking voor subsidie (tot aan het subsidieplafond). In dat geval is onderhandse subsidieverlening niet aan de orde. Een voorbeeld is waarin onderhandse subsidieverlening wel passen is, is bij de ondersteuning van financieel minderdraagkrachtige inwoners bij menstruatiearmoede. Het zou niet doelmatig zijn om dit via meerdere organisaties te laten plaatsvinden. Het gemeentebestuur zou dan immers meerdere malen moeten bijdragen aan de vaste kosten voor de organisatie (huisvesting, administratie e.d.).
Soms wil het gemeentebestuur stimuleren dat een bepaalde activiteit wordt uitgevoerd. Maar maakt het weinig uit welke organisatie de subsidie ontvangt of op welke wijze de activiteiten worden uitgevoerd. Ook in dat geval ligt onderhandse subsidieverlening niet voor de hand. Dan kan worden gekozen voor een andere verdeelmethode zoals eerst komt, eerst maalt of loting (in combinatie met subsidievereisten). De mogelijkheid van onderhandse subsidieverlening is bedoeld voor situaties waarin beoordeling op basis van onderlinge vergelijking niet wenselijk is vanwege de daarmee samenhangende administratieve lasten in vergelijking tot de beperkte omvang van de subsidie. In het hiervoor gegeven voorbeeld van menstruatiearmoede is het wenselijk om te bezien of de subsidieontvanger financieel voldoende solide is en het aantal uitgiftepunten een redelijke dekking biedt voor de gemeente. Onderhandse subsidieverlening is dan meer gewenst dan een andere verdeelmethode.
Het gemeentebestuur heeft bij het instellen van deze mededingingsbeperking oog voor de administratieve lasten aan de kant van zowel de gemeente als de potentiële subsidieontvanger. Het gemeentebestuur acht het niet wenselijk dat waardevolle lokale initiatieven op het terrein van bijvoorbeeld sport, cultuur, armoedebestrijding of sociale cohesie helemaal niet meer direct financieel ondersteund kunnen worden. Als in al dat soort gevallen telkens een subsidietender zou moeten plaatsvinden zou dat een extra drempel vormen voor lokale initiatieven. Dat vindt het college niet wenselijk: wij willen burgerparticipatie en bijdragen door inwoners aan maatschappelijke doelen stimuleren.
De gevolgen van de mededingingsbeperking zijn bovendien naar verwachting in omvang beperkt. Ter onderbouwing van dit punt wijst het college op het volgende. In 2024 verleende de gemeente Ede voor ruim € 50 miljoen aan subsidies (bron: Subsidieregister Ede 2024). Hiervan had circa € 740.000 betrekking op incidentele of begrotingssubsidies tot een bedrag van maximaal € 50.000 (circa 1,5% van het totale subsidiebedrag). Voor deze categorie is het de verwachting dat deze onder de reikwijdte gaan vallen van de mededingingsbeperking in deze verordening.
Artikel II (artikel 11 van de Verordeningen leningen en garanties Ede 2021)
In de Verordeningen leningen en garanties Ede 2021 stond dat bij het verstrekken van een lening door de gemeente voor de eigen bijdrage van 10% voor de kwaliteitsverbetering van onderwijsaccommodaties geen rente verschuldigd was. Echter bij het verstrekken van een garantie was aan de geldlener wel een marktconforme rente verschuldigd. Dit verschil tussen beide instrumenten (garantie en lening) is niet gewenst. Daarom wordt de verordening gewijzigd in die zin dat ook bij een lening de rente die de gemeente Ede zelf zou moeten betalen ook wordt doorbelast.
Artikel III (artikel 1 van het Delegatiebesluit Ede)
In het Delegatiebesluit wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om besluiten te nemen over subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag is vereist (nieuw onderdeel a). Dit zijn begrotingssubsidies en incidentele subsidies. Deze wijziging sluit aan bij de bestaande praktijk. Het budgetrecht van de raad blijft onverkort gelden. Dit wil zeggen dat subsidieverlening alleen rechtmatig is indien daarvoor in dekking is voorzien in de begroting (zie artikel 10 van de Financiële beheersverordening 2017 gemeente Ede).
Daarnaast wordt opnieuw de bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders gedelegeerd om de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit te benoemen. Deze bevoegdheid was vervallen bij de invoering van de Omgevingswet (omdat de destijds ingestelde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ophield te bestaan).
Overige wijzigingen in het artikel zijn van redactionele aard.
Artikel IV (bijlage 1 van Mandaatbesluit raad Ede 2023)
Aan de griffier wordt de bevoegdheid gemandateerd om subsidies te verlenen op grond van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Ede. De subsidievaststelling blijft voorbehouden aan de Commissie Financiële Controle (bestaande uit de fractievoorzitters).
In de regeling is bepaald dat deze in werking treedt op de achtste dag na die van bekendmaking. Voor onderdeel C wordt expliciet benadrukt dat de nieuwe regeling geldt voor alle leningen die vanaf deze datum worden verstrekt. De verwachting is dat er geen nieuwe leningen worden verstrekt voordat de wijziging in werking treedt. Het gemeentebestuur heeft in oktober 2024 een verzoek van een school ontvangen om financiering te verstrekken voor de eigen bijdrage. Er zijn echter nog geen concrete afspraken gemaakt over daaraan verbonden voorwaarden, waaronder de in rekening te brengen kosten. Er is daarmee geen sprake van gewekt vertrouwen c.q. een wijziging die in strijd is met de rechtszekerheid. Immers bij verstrekking van financiering in de vorm van een garantie zou de betreffende school ook zelf de rentelasten moeten dragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-82200.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.