Gemeenteblad van Middelburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 81922 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 81922 | beleidsregel |
Regeling briefadres gemeente Middelburg 2026
De persoonsgegevens van de inwoners van Middelburg zijn opgenomen in de Basisregistratie personen (BRP). Het gaat bijvoorbeeld om gegevens over de naam, de nationaliteit en het adres. Een in de BRP opgenomen inwoner van de gemeente kan zijn ingeschreven op een woon- of briefadres. Inschrijving op een woonadres staat altijd voorop. Pas als een inwoner géén woonadres heeft, kan inschrijving op een briefadres plaatsvinden. In de Regeling briefadres gemeente Middelburg 2026 zijn regels opgenomen die een verduidelijking geven voor wie een briefadres is bedoeld, welke voorwaarden aan de inschrijving op een briefadres worden gesteld en hoe een aanvraag wordt beoordeeld. Ook is naar aanleiding van gewijzigde wetgeving de inschrijving op een gemeentelijk briefadres toegevoegd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg, gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), de artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire BRP en briefadres (2016-0000656211) van de minister van BZK van 18 oktober 2016;
Besluit vast te stellen de navolgende Regeling briefadres gemeente Middelburg 2026;
In deze regeling wordt verstaan onder:
het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een briefadres, indien:
Voor het aflopen van de termijn die de gemeente aan het briefadres heeft toegekend (zie artikel 6 van deze regeling) wordt de huidige woonsituatie van betrokkenen onderzocht. Indien er geen termijn is toegekend aan het briefadres controleert het college eenmaal per zes maanden of de briefadresnemer nog voldoet aan de voorwaarden voor inschrijving op een briefadres. In de situatie bedoeld als in artikel 2, eerste lid onder c vind er jaarlijks een controle plaats of de briefadresnemer nog voldoet aan de voorwaarden voor inschrijving op een briefadres.
Indien de briefadresnemer niet de gewenste informatie verstrekt of niet bereikbaar is op het briefadres waarop hij is ingeschreven in de BRP, kan dit leiden tot een adresonderzoek. In een voorkomend geval kan het college de briefadresnemer ambtshalve uitschrijven wegens vertrek uit Nederland op grond van artikel 2.22 Wet BRP.
Artikel 9 Gemeentelijk briefadres
Het college kan een in de gemeente Middelburg aangetroffen persoon die niet is ingeschreven in de BRP, die aantoonbaar niet over een woonadres beschikt en geen gebruik maakt van een particulier briefadres op het briefadres van een instelling als bedoeld in artikel 2.40 en 2.41 van de Wet BRP, ambtshalve inschrijven op een briefadres van de gemeente. Artikel 3, tweede derde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.
Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onredelijkheid, kan het college gemotiveerd afwijken van het bepaalde in deze regeling.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2026.
de secretaris, de burgemeester,
mr. G. Kolhorn, mr. Y.P. van Mastrigt
Toelichting behorende bij de Regeling briefadres gemeente Middelburg 2026
Mensen moeten in de BRP op een woon- of briefadres worden ingeschreven, mits zij voldoen aan de criteria genoemd in artikel 2.4 en 2.19 van de Wet BRP. De inschrijving op een woonadres staat daarbij voorop. Pas als iemand géén woonadres heeft, kan inschrijving op een briefadres plaatsvinden. Uitzondering zijn de gevallen genoemd in artikel 2.40 en 2.41 van de Wet BRP.
In de gemeente Middelburg komt het voor dat mensen voor langere tijd staan ingeschreven op een briefadres. Het briefadres is bedoeld voor de bijzondere situatie waarin een inwoner tijdelijk geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en daarom niet rechtstreeks bereikbaar is voor overheidsinstanties en derden. Het briefadres is bedoeld voor tijdelijk gebruik, terwijl het vaak voorkomt dat men voor langere tijd op een briefadres staat ingeschreven in de BRP. Dit kan leiden tot onjuiste gegevens in de BRP en tot fraude.
Om een goede kwaliteit van de Basisregistratie persoonsgegevens te behouden en om misbruik met briefadressen te voorkomen, is behoefte aan regels. De Regeling briefadres gemeente Middelburg 2026 geeft criteria aan de hand waarvan de medewerker Publiekszaken eenduidig kan vaststellen of het verzoek van een burger tot inschrijving op een briefadres kan worden gehonoreerd dan wel dat het verzoek moet worden geweigerd. Dit schept duidelijkheid voor de burger en verkleint de kans op willekeurige toepassing van regels.
Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruik maken van de maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang) kunnen met een briefadres worden ingeschreven bij één van de opvanginstellingen. Personen die niet beschikken over een woonadres en geen gebruik maken van de maatschappelijke opvang (mensen met een zwervend bestaan), zijn verplicht een briefadres te kiezen.
Dit artikel is van toepassing als de oude woning is verkocht en de nieuwe woning nog niet is opgeleverd en er is tijdelijk geen vast woonadres. Er is dus sprake van een nieuw adres en in de tussentijd is geen sprake van een vast woonadres.
Personen die vallen onder de categorie ‘ambulant beroep’ zoals kermismedewerkers die (met hun gezin) met de kermisattractie meereizen. Personen die tot deze categorie behoren komen in aanmerking voor een briefadres, mits zij geen woonadres hebben.
Bij vertrek naar het buitenland voor een periode korter dan acht maanden in de periode van een jaar, kan een persoon kiezen voor inschrijving op een briefadres bij een particulier. De persoon is verplicht om vertrekaangifte te doen bij een verblijf in het buitenland langer dan acht maanden in de periode van een jaar.
Beroepshalve varende mensen op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft, zijn niet verplicht vertrekaangifte te doen. Voorwaarde is dat het verblijf buiten Nederland niet langer duurt dan twee jaar en men een adres in Nederland heeft. Meestal zal dit een briefadres zijn.
Personen die verblijven in een opvanghuis voor mannen en vrouwen kunnen met een briefadres worden ingeschreven op het kantooradres van de desbetreffende instelling.
Degene die zijn woonadres heeft in een instelling kan in afwijking van artikel 2.38, eerste lid en artikel 2.39, eerste lid van de Wet BRP, in plaats van inschrijving op zijn woonadres, een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, derde lid van de Wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. Het college is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, vierde lid van de Wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te wijzen.
Op basis van artikel 2.41 van de Wet BRP kan de burgemeester om veiligheidsredenen bepalen dat het opnemen van een woonadres niet wenselijk is. Buiten de in artikel 2, onderdeel d genoemde blijf-van-mijn-lijfhuizen, kunnen dit ook andere woonvormen zijn belast met de opvang bij huiselijk geweld.
Indien er sprake is van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen kan er in sommige gevallen een briefadres worden afgegeven op het adres van de gemeente Middelburg of Emergis. Dit wordt uiteindelijk beoordeeld door de gemeente. Bij sociaal-maatschappelijke problematiek kan gedacht worden aan psychische problematiek gecombineerd met problemen zoals schulden, dakloosheid en werkloosheid. Het is een maatwerkoplossing die erop gericht is om de persoon de kans te geven zijn leven ‘weer op de rit’ te krijgen. De persoon stemt in met of al voldoet aan de voorwaarden van het hulpverleningstraject van Emergis of Vizita.
Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar men het laatst een woonadres had of waar tijdelijk verblijf wordt gehouden. De aangifte wordt altijd gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. In het geval dat een persoon ingevolge artikel 9 van de regeling wordt ingeschreven op een gemeentelijk briefadres, moet deze persoon verblijf houden binnen de grenzen van de gemeente Middelburg.
Artikel 3, tweede, derde, vierde en vijfde lid:
Bij de aangifte van een briefadres dient een volledig ingevulde vragenlijst met bewijsstukken te worden overgelegd. De vragenlijst is nodig om tot een beoordeling te komen of inschrijving op een briefadres gerechtvaardigd is. In de praktijk blijkt vaak dat een aangever toch de beschikking heeft over een woonadres en dan kan inschrijving op een briefadres niet plaatsvinden.
Het betreft hier een (niet-limitatieve) opsomming van weigeringsgronden voor de aangifte briefadres.
Er dient aangifte van vertrek uit Nederland gedaan te worden als de persoon langer buiten Nederland verblijft dan een periode van twee derde deel van een jaar. In dat geval kan niet gekozen worden voor een briefadres. Hierop is één uitzondering in het geval de persoon beroepshalve op een schip vaart. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2, lid 1, sub e van deze regeling.
Met de hierin vermelde weigeringsgrond wordt bedoeld dat een briefadres alleen verleend kan worden op een woonadres waar nog geen of slechts één briefadres is geregistreerd. Hierbij geldt een briefadres verleend aan een gezinshuishouden als één briefadres. Dit betekent dat er maximaal of twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens of één alleenstaande en één gezinshuishouden een briefadres kunnen hebben op één adres.
Er mag volgens de Wet BRP geen termijn aan de duur van een briefadres worden gesteld, tenzij het een briefadres betreft wegens tijdelijk verblijf in het buitenland. Wel kunnen er afspraken worden gemaakt met de briefadreshouder, o.a. over een controletermijn, contactmomenten en bereikbaarheid. De controletermijnen zijn opgenomen artikel 8 van deze regeling.
Om het tijdelijke karakter te bevestigen is besloten om een briefadres voor een periode van drie maanden te verlenen. Na het verloop van deze periode kan de burger worden opgeroepen voor het geven van inlichtingen of het doen van aangifte van verhuizing naar het adres waar hij feitelijk verblijft. Deze periode van drie maanden is bewust gekozen om op deze manier in ieder geval na drie maanden een contactmoment te hebben met de briefadreshouder, om zo te zorgen dat hij/zij snel een woonadres heeft.
De Wet BRP verplicht een ingezetene om aangifte te doen van zijn nieuwe adres. Zodra hij weer beschikt over een woonadres of over een ander briefadres, moet hij hiervan aangifte doen. Hij mag hier niet mee wachten totdat de maximale termijn van het briefadres is verstreken. Als aangifte wordt gedaan van een nieuw briefadres, dan wordt dit uiteraard weer getoetst aan de voorwaarden uit deze regeling.
Het college controleert na de aangegeven periode of de op een briefadres ingeschreven persoon nog voldoet aan de voorwaarden van dat briefadres. Zo kan bij onderzoek blijken dat de persoon inmiddels een woonadres heeft waarop hij in de BRP moet worden ingeschreven. De periodieke controle van briefadresnemers geldt ook voor personen die op een gemeentelijk briefadres zijn ingeschreven. De briefadresnemer is verplicht om alle informatie te verstrekken die nodig is voor de bijhouding van de BRP. De briefadresnemer verschijnt op verzoek in persoon.
Om te voorkomen dat een persoon ten onrechte in de BRP blijft ingeschreven met een briefadres als hij feitelijk een woonadres heeft, vindt er na het verstrijken van de periode een herbeoordeling plaats.
Artikel 7, tweede en derde lid:
Zowel de briefadresgever als de briefadresnemer zijn verplicht inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de bijhouding van het briefadres in de BRP.
Als de briefadresnemer verzuimt om de gevraagde informatie over het gebruik van het briefadres te verstrekken, kan het college een adresonderzoek starten. Als in de fase van het adresonderzoek geen gegevens kunnen worden achterhaald over het briefadres of een ander adres waarop de briefadresnemer kan worden ingeschreven in de BRP, kan de briefadresnemer op basis van artikel 2.22 van de Wet BRP worden uitgeschreven uit de BRP.
Als de briefadresnemer een ander woon- of briefadres heeft dan het van hem in de BRP opgenomen briefadres, moet hij binnen de in artikel 2.39 van de Wet BRP gestelde termijn hiervan verhuisaangifte doen bij de gemeente waar het nieuwe adres zich bevindt.
Het college beslist of een rechtspersoon wordt aangewezen als briefadresgever.
Op 1 januari 2022 is artikel 2.23 van de Wet BRP gewijzigd. De wijziging houdt in dat er voor het college een verplichting bestaat om een persoon ambtshalve in de BRP in te schrijven als deze wordt aangetroffen in de gemeente en nog niet is ingeschreven in de BRP. Inschrijving op een woonadres staat daarbij voorop. Heeft de persoon geen woonadres en kan geen inschrijving plaatsvinden op een particulier briefadres of een briefadres van een maatschappelijke instelling, dan moet de gemeente zelf zorgen voor een briefadres. Zo nodig is dat een adres van de gemeente (gemeentelijk briefadres).
Bij inschrijving op een adres van de gemeente worden en afspraken gemaakt tussen de briefadresgever (de gemeente) en de briefadresnemer. De voorwaarden staan vermeld in artikel 10 van deze regeling. Bij het niet nakomen van de voorwaarden wordt de toestemming van de gemeente als briefadresgever ingetrokken en zal de briefadresnemer in onderzoek worden geplaatst. Als in de fase van het adresonderzoek geen ander adres bekend wordt waarop de briefadresnemer kan worden ingeschreven in de BRP, kan de briefadresnemer op basis van artikel 2.22 van de Wet BRP worden uitgeschreven uit de BRP.
In uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijken van deze regeling. Zo is het mogelijk om een gemeentelijk briefadres toe te kennen als een woonadres ontbreekt en voor de persoon in kwestie geen particulier briefadres of briefadres bij een maatschappelijke instelling kan worden gevonden. De beoordeling of gebruik kan worden gemaakt van de hardheidsclausule ligt uitsluitend bij het college. Er zijn geen regels op te stellen waaraan uitzonderingsgevallen moeten voldoen. Per geval moet daarom worden bekeken of de hardheidsclausule door het college kan worden toegepast.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-81922.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.