Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen;

gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2024:

 

besluit:

1. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2026 vast te stellen.

2. De inwerkingtreding van dit Besluit in te laten gaan op de dag na bekendmaking.

3. Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2023 in te trekken.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2024 en de Awb (Algemene wet bestuursrecht) zijn van toepassing op dit Besluit.

Hoofdstuk 2 Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen

Artikel 2.1 De eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen

  • 1.

    De gemeente Dongen vraagt voor alle maatwerkvoorzieningen, waarvoor dit binnen het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning is toegestaan, een eigen bijdrage in de kosten volgens het abonnementstarief die op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (Staatsblad 2019-319) is toegestaan, tenzij in het vervolg van dit Besluit hiervan wordt afgeweken.

  • 2.

    Deze eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen wordt vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het Centraal Administratiekantoor conform artikel 2.1.4 lid 3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 2.2 Omvang van de eigen bijdrage

  • 1.

    De totale omvang van de eigen bijdrages voor maatschappelijke ondersteuning, met uitzondering van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, is gelijk aan de totale kostprijs tot aan ten hoogste € 21,80 per maand.

  • 2.

    De omvang van de eigen bijdrage voor beschermd wonen wordt overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaald.

Artikel 2.3 Beperkingen

  • 1.

    De eigen bijdrage in de kosten mag nooit meer bedragen dan de kostprijs van de voorziening of dienstverlening in natura, respectievelijk het bedrag van het pgb of de maandhuur die de gemeente voor de verstrekte voorziening betaalt.

  • 2.

    Er wordt geen eigen bijdrage meer gevraagd als degene aan wie de voorziening is verstrekt

    • a.

      is overleden;

    • b.

      is verhuisd en daardoor geen gebruik meer kan maken van de verstrekte woonvoorziening;

    • c.

      te kennen heeft gegeven geen gebruik meer te willen maken van een andere dan de onder b genoemde voorziening en er ook feitelijk geen gebruik van maakt.

  • 3.

    Een eigen bijdrage in de kosten van een voorziening of dienstverlening wordt niet opgelegd als de voorziening bestaat uit een algemene voorziening.

  • 4.

    Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd als de verstrekte voorziening bestaat uit de Regiotaxi (collectief vraagafhankelijk vervoer) en bij weekendvervoer als bedoeld in artikel 5.4 respectievelijk 5.6 van dit Besluit.

Let wel: De Wmo-gerechtigde die met de Regiotaxi reist, is echter wel een betaling verschuldigd overeenkomstig hetgeen bepaald is in bijlage 4 bij dit Besluit.

  • 5.

    Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd als de verstrekte voorziening (hulpmiddel of aanpassing) bestaat uit een gemeenschappelijke voorziening. Onder een gemeenschappelijke voorziening wordt verstaan een (woon)voorziening in/aan een gemeenschappelijke ruimte, die niet alleen wordt gebruikt door de persoon tot wie de toekenningsbeschikking zich richt. Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing op begeleiding groep, beschermd wonen of maatschappelijke opvang.

  • 6.

    Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor de voorziening (ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige) dagbesteding.

 

Hoofdstuk 3 Verstrekkingsvormen en typen maatwerkvoorzieningen

 

In de Wmo is vastgelegd dat een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt in natura of als persoonsgebonden budget.

Artikel 3.1 Voorziening in natura

  • 1.

    Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd of sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld.

  • 2.

    Indien sprake is van een overeenkomst zoals bedoeld onder 1, is de verkrijger gehouden de voorwaarden in acht te nemen, die gelden op grond van de bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst die is gesloten tussen de leverancier en de aanvrager resp. de gemeente en de aanvrager.

  • 3.

    Bij de verstrekking in natura, in de vorm van collectief vervoer (Regiotaxi) moet de gerechtigde zich houden aan de voorwaarden en regels die voor dit vervoerssysteem gelden en die hem door de gemeente of namens de gemeente door het Servicepunt Regiotaxi worden meegedeeld (zie o.a. bijlage 4 bij dit Besluit).

Artikel 3.2 Pgb vaardigheden

  • 1.

    Het college beoordeelt of de cliënt die een pgb aanvraagt voldoende in staat is de aan een pgb verbonden taken uit te voeren. Het college kan besluiten dat de aanvrager van een pgb niet in staat wordt geacht om de pgb-taken uit te voeren, als er sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:

    • a.

      de cliënt is handelingsonbekwaam en krijgt onvoldoende hulp van een vertegenwoordiger uit zijn sociale netwerk of van zijn bewindvoerder, mentor of curator;

    • b.

      de cliënt heeft onvoldoende inzicht in de eigen situatie, bijvoorbeeld als gevolg van een verstandelijke beperking, psychische problemen of psychiatrische aandoening;

    • c.

      de cliënt is de Nederlandse taal in woord en geschrift onvoldoende machtig;

    • d.

      de cliënt heeft ernstige verslavingsproblematiek;

    • e.

      de cliënt heeft problematische schulden;

    • f.

      de cliënt heeft een zodanig progressief ziektebeeld dat de verwachting is dat hij op termijn het budgethouderschap niet meer goed kan invullen;

    • g.

      de cliënt heeft in de drie jaren voorafgaand aan de datum van melding een pgb ontvangen maar daarbij niet aan de voorwaarden voldaan.

  • 2.

    Onder de aan het pgb verbonden taken, zoals bedoeld in lid 1, vallen onder andere het beheren van het pgb, het behartigen van de belangen, het inkopen van passende ondersteuning, het opstellen van het budget- en plan van aanpak en het bewaken van de kwaliteit van de in te zetten ondersteuning.

  • 3.

    Als de cliënt een pgb vertegenwoordiger heeft of heeft gemachtigd om zijn belangen voor het pgb te behartigen en deze wel in staat is om de pgb-taken uit te voeren, dan kan er afgeweken worden van de bepalingen uit lid 1.

Artikel 3.3 Persoonsgebonden budget voor diensten

  • 1.

    Als de cliënt een pgb vertegenwoordiger heeft gemachtigd om zijn belangen voor het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren dan mag, om belangenverstrengeling te voorkomen, deze vertegenwoordiger niet de uitvoerder als professioneel zorgaanbieder zijn van de diensten die met het pgb worden ingekocht. Voor informele zorgverleners, met uitzondering van een Particuliere dienstverlener vallend onder de Regeling Dienstverlening aan Huis, geldt dat deze wel vertegenwoordiger én uitvoerder van de zorg mogen zijn.

  • 2.

    Verantwoording en uitbetaling van het persoonsgebonden budget voor diensten vindt plaats via de Sociale Verzekeringsbank. Het betreft een bruto pgb. Dit betekent dat de cliënt zelf nog de verschuldigde eigen bijdrage moet afdragen aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

  • 3.

    Het is verplicht om de modelzorgovereenkomsten van de Sociale Verzekeringsbank te gebruiken.

  • 4.

    Het is niet toegestaan om bemiddelingskosten en administratiekosten te betalen uit het persoonsgebonden budget.

  • 5.

    Het is niet toegestaan om een vrij besteedbaar bedrag uit te laten betalen uit het persoonsgebonden budget.

  • 6.

    Alle vastgestelde tarieven zijn inclusief reiskosten en eenmalige uitkeringen. Het budget zal nooit worden verhoogd om deze kosten te kunnen betalen.

  • 7.

    Het is niet toegestaan om een vast maandtarief af te spreken met de zorgverlener. Nieuwe zorgovereenkomsten die aan de SVB worden ingestuurd worden door de gemeente afgekeurd.

Artikel 3.4 Persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en vervoers- of woonvoorzieningen

  • 1.

    Het pgb voor een materiële maatwerkvoorziening wordt zo vastgesteld dat de aanvrager daarmee een maatwerkvoorziening kan kopen die gelijkwaardig is aan een voorziening in natura. Tenzij in dit Besluit anders is aangegeven, bedraagt het persoonsgebonden budget maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie.

  • 2.

    Wanneer een goedkopere voorziening wordt aangeschaft, wordt het pgb beperkt tot aankoopprijs van de gekochte voorziening.

  • 3.

    De uitbetaling van het persoonsgebonden budget vindt plaats nadat de voorziening is geleverd of de aanpassing is uitgevoerd en de factuur is aangeboden aan de gemeente. De betaling vindt rechtstreeks plaats aan de leverancier van de voorziening.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid kan het college uit praktische overwegingen een bedrag aan de cliënt vergoeden, mits de offerte vooraf door het college is goedgekeurd en de cliënt de daaropvolgende factuur eerst zelf heeft betaald.

  • 5.

    Van de aanvrager wordt verwacht dat hij zorgvuldig met de voorziening omgaat en onnodige schade en slijtage voorkomt.

  • 6.

    De aanvrager moet zelf zorg dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan.

  • 7.

    Een voorziening die de aanvrager met een persoonsgebonden budget heeft aangeschaft, moet worden ingeleverd bij - of terugbetaald aan de gemeente, als er tussentijds geen recht meer op bestaat.

  • 8.

    Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, door het college worden opgehaald en voor herverstrekking beschikbaar worden gesteld.

Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen voor wonen in een geschikt huis

Artikel 4.1 Maatwerkvoorziening verhuis- en herinrichtingskosten

Een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten bedraagt

€ 2.500,-.

Artikel 4.2 Het primaat van verhuizen

  • 1.

    In de verordening is het primaat van verhuizing opgenomen. Dit primaat wordt niet toegepast indien de noodzakelijke aanpassingskosten lager zijn dan € 7.252,00.

  • 2.

    Als de kosten van de woningaanpassing hoger zijn dan de primaatgrens, kan de cliënt er voor kiezen niet te verhuizen, maar de woning met inzet van eigen middelen aan te passen. Hij ontvangt dan een persoonsgebonden budget dat nooit hoger is dan het bedrag van de toepasselijke primaatgrens.

  • 3.

    Het in het tweede lid bedoelde persoonsgebonden budget wordt uitsluitend verstrekt nadat het college de offerte vooraf heeft goedgekeurd en de cliënt de daaropvolgende factuur zelf heeft voldaan.

  • 4.

    De gewenste woningaanpassingen komen slechts in aanmerking voor een persoonsgebonden budget, als bedoeld in het tweede lid, indien deze, naar het oordeel van het college, wat betreft kwaliteit en beoogd resultaat gelijkwaardig is aan een natura-voorziening.

Artikel 4.3 Hoogte vergoeding in natura of als persoonsgebonden budget

  • 1.

    De vergoeding in natura of als persoonsgebonden budget voor bouwkundige – of woontechnische woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van een door het college goedgekeurde offerte op basis van de kosten van de goedkoopst compenserende voorziening.

  • 2.

    Het persoonsgebonden budget voor overige woonvoorzieningen bedraagt maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie.

  • 3.

    Bij het opstellen van de kostenberekening en bij de beoordeling van de offerte wordt rekening gehouden met hetgeen bepaald is in:

    • a.

      Bijlage 1 bij dit besluit: Overzicht subsidiabele kostenposten woningaanpassingen;

    • b.

      Bijlage 2 bij dit besluit: Extra bouw en grondkosten.

Artikel 4.4 Woningsanering en rolstoelvloerbedekking

  • 1.

    Voor voorzieningen in verband met woningsanering, die noodzakelijk zijn in verband met COPD en/of allergische aandoeningen, of de vervanging van tapijt dat niet geschikt is voor rolstoelgebruik, worden de maximale vergoedingsbedragen berekend. De maximale vergoedingsbedragen zijn gebaseerd op de richtprijzen uit de Nibud-Prijzengids, omgerekend naar normbedragen per vierkante meter raam- of vloeroppervlak. De volgende normbedragen worden gehanteerd.

    • a.

      Voor gordijnen en vloerbedekking worden de volgende normbedragen per vierkante meter gehanteerd:

      Overgordijnen woonkamer en slaapkamer € 38,07 per m2 raamoppervlak

      Vitrage woon- en slaapkamer € 25,94 per m2 raamoppervlak

      Vloerbedekking woonkamer € 21,30 per m2 vloeroppervlak

      Vloerbedekking slaapkamer € 19,02 per m2 vloeroppervlak

    • b.

      Bij het bepalen van de vergoeding wordt rekening gehouden met afschrijving van de te vervangen gordijnen, vitrage en vloerbedekking in een periode van 8 jaar, op de volgende wijze:

      Leeftijd tot 2 jaar: vergoeding van 100 % van het normbedrag;

      Leeftijd tot 4 jaar: vergoeding van 75 % van het normbedrag;

      Leeftijd tot 6 jaar: vergoeding van 50 % van het normbedrag;

      Leeftijd tot 8 jaar: vergoeding van 25 % van het normbedrag;

      Ouder dan 8 jaar: geen vergoeding meer omdat de artikelen zijn afgeschreven

  • 2.

    Een financiële tegemoetkoming voor de kosten van rolstoelvloerbedekking wordt alleen verstrekt bij de initiële verstrekking van een rolstoel.

Artikel 4.5 Kosten van tijdelijke huisvesting

  • 1.

    Het college kan een vergoeding verstrekken voor de meerkosten van tijdelijke huisvesting die door de belanghebbende met beperkingen moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de nog te betrekken woonruimte.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde vergoeding omvat de werkelijke kosten met een maximum van zes maanden tot een maximumbedrag per maand, als hierna aangegeven:

    • a.

      Voor tijdelijke huisvesting in een zelfstandige woonruimte € 554,18 per maand;

    • b.

      Voor tijdelijke huisvesting in een niet zelfstandige woonruimte € 282,20 per maand.

Artikel 4.6 Kosten van huurderving

  • 1.

    In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor meer dan € 7.252,00 is aangepast op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of zijn voorgangers, kan het college een tegemoetkoming in de kosten verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal 6 maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor vergoeding in aanmerking komt.

  • 2.

    De in dit artikel bedoelde vergoeding van de kosten van huurderving omvat de werkelijke kosten van kale huur, vermeerderd met de subsidiabele servicekosten, tot een maximum dat overeenkomt met de maximumhuurgrens per maand als bedoeld bij de huurtoeslag.

Artikel 4.7 Kosten onderhoud, keuring en reparatie

  • 1.

    De kosten van onderhoud, keuring en reparatie worden in natura verstrekt indien daartoe afspraken zijn gemaakt met leveranciers, installateurs en onderhoudsbedrijven.

  • 2.

    Indien de in het eerste lid bedoelde afspraken ontbreken, wordt de hoogte van de financiële tegemoetkoming vastgesteld op basis van de bedragen opgenomen in bijlage 3 bij dit Besluit.

Artikel 4.8 Financiële tegemoetkoming bezoekbaar maken van een woonruimte

Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken van een woning bedraagt € 5.202,-.

Artikel 4.9 Uitbetaling financiële tegemoetkoming

  • 1.

    De financiële tegemoetkoming in de kosten wordt uitbetaald aan de eigenaar van de woonruimte als het gaat om:

    • a.

      bouwkundige of woontechnische woonvoorziening

    • b.

      huurderving

    • c.

      verwijderen van voorzieningen.

  • 2.

    De financiële tegemoetkoming in de kosten wordt uitbetaald aan de aanvrager van de

    • a.

      woonvoorziening als het gaat om:

    • b.

      verhuis- en herinrichtingskosten

    • c.

      tijdelijke huisvesting

    • d.

      onderhoud, keuring en reparatie.

  • 3.

    De gereedmelding is een verzoek tot vaststelling en uitbetaling van de financiële tegemoetkoming. In de regel gebeurt dit via het overleggen van de nota. De gereedmelding vindt plaats door de persoon aan wie de financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald.

Artikel 4.10 Terugbetaling bij verkoop

  • 1.

    De eigenaar-bewoner, die een woonvoorziening heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereed melding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient volgens het in lid 4 vastgelegde afschrijvingsschema te worden terugbetaald.

  • 2.

    De verplichting als bedoeld in lid 1 is van toepassing als de woonvoorziening gerealiseerd is in de vorm van uitbreiding van de woning door een aan- op- of bijbouw al dan niet gepaard gaande met verwerving van de voor de bouw benodigde grond.

  • 3.

    De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een beëdigd taxateur, aan te wijzen door de woningeigenaar.

  • 4.

    De restitutie als bedoeld in lid 1 bedraagt:

    • voor het eerste jaar na gereed melding 100% van de meerwaarde;

    • voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde;

    • voor het derde jaar 60% van de meerwaarde;

    • voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde;

    • en voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde;

  • 5.

    maar nooit meer dan het bedrag dat ten laste van de gemeente is gekomen in verband met de getroffen voorzieningen.

  • 6.

    Op het te restitueren bedrag worden de kosten van de taxatie in mindering gebracht.

Hoofdstuk 5 Maatwerkvoorzieningen voor het lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Artikel 5.1 Verstrekkingsvormen

Een maatwerkvoorziening voor het lokaal verplaatsen per vervoermiddel kan verstrekt worden via

Zorg in Natura of een persoonsgebonden budget.

Artikel 5.2 Vervoersvoorziening in natura

  • 1.

    Een vervoersvoorziening in natura wordt in opdracht van het college verstrekt door de leverancier of wordt door het college van de leverancier gekocht.

  • 2.

    Indien het college de vervoersvoorziening koopt, treedt het college op als verstrekker van de vervoersvoorziening.

  • 3.

    De leverancier is eigenaar van de vervoersvoorziening en verstrekt deze voorziening in bruikleen aan de persoon met beperkingen. De persoon met beperkingen en de leverancier sluiten daartoe een bruikleenovereenkomst.

Artikel 5.3 Scootmobiel/fietstraining

Indien een scootmobiel- of fietstraining naar het oordeel van het college noodzakelijk is, kunnen de kosten van maximaal 6 lessen voor vergoeding in aanmerking komen.

Artikel 5.4 Collectief vraagafhankelijk vervoer (Regiovervoer)

Met het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) wordt bedoeld het Regiovervoer Midden-Brabant, dat wordt uitgevoerd volgens de bepalingen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2024, de bepalingen als genoemd in bijlage 4 van dit besluit en het Vervoerreglement van Regiovervoer Midden-Brabant.

Artikel 5.5 Persoonsgebonden budget voor vervoerskosten

  • 1.

    Een persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening bedraagt maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie.

  • 2.

    In situaties waarin het voor een cliënt niet mogelijk is om gebruik te maken van het Regiovervoer kan een financiële tegemoetkoming voor aantoonbare meerkosten wordt verstrekt:

    • a.

      voor het gebruik van een taxi, niet zijnde een taxi van het collectief vraagafhankelijk vervoer, bedraagt maximaal € 1.034,- per jaar.

    • b.

      voor het gebruik van een rolstoeltaxi, niet zijnde een taxi van het collectief vraagafhankelijk vervoer, bedraagt maximaal € 1.554.- per jaar.

    • c.

      voor het gebruik van een (eigen) auto, bedraagt maximaal € 1.034,- per jaar.

    • d.

      voor de gebruikskosten van een bruikleenauto, bedraagt maximaal € 670.- per jaar.

  • 3.

    Een vergoeding voor de kosten van autoaanpassing wordt maximaal 1x per 7 jaar toegekend, de aan te passen auto mag niet ouder zijn dan 3 jaar en moet voldoende verzekerd zijn.

  • 4.

    Indien er, binnen een leefeenheid, meerdere personen met beperkingen zijn, die in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening, wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget voor deze vervoersvoorziening afgestemd op de mate waarin de vervoersbehoeften van de personen met beperkingen samenvallen.

Artikel 5.6 Weekendvervoer

  • 1.

    Onder weekendvervoer wordt verstaan het vervoer vanuit de Wlz--instelling waar de belanghebbende woont naar het adres waar de te bezoeken relatie woonachtig is, en vice versa.

  • 2.

    Het weekendvervoer wordt uitgevoerd overeenkomstig de regels die zijn opgenomen in bijlage 5 bij dit besluit.

  • 3.

    Het vervoer vanuit het woonadres van de relatie waar de belanghebbende met het weekendvervoer naar toe reist, valt niet onder het weekendvervoer.

  • 4.

    De kilometerprijs bedraagt € 0,23 per kilometer.

Hoofdstuk 6 Maatwerkvoorzieningen voor het verplaatsen in en om de woning en deelname aan sociale activiteiten door middel van aangepast sporten

Artikel 6.1 Verstrekkingsvormen

Een maatwerkvoorziening voor het verplaatsen in en om de woning kan verstrekt worden via Zorg in Natura of middels een persoonsgebonden budget. Dit betreft met name rolstoelvoorzieningen.

Artikel 6.2 Voorziening in Natura rolstoelvoorziening

  • 1.

    Verstrekking van rolstoelvoorzieningen in natura vindt in bruikleen plaats.

  • 2.

    De leverancier is eigenaar van de rolstoelvoorziening en verstrekt deze voorziening in bruikleen aan de persoon met beperkingen. De persoon met beperkingen en de leverancier sluiten daartoe een bruikleenovereenkomst.

Artikel 6.3 Persoonsgebonden budget rolstoelvoorziening

  • 1.

    Het persoonsgebonden budget te besteden aan een rolstoelvoorziening bedraagt maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening (zie bijlage 9).

  • 2.

    Indien nodig wordt het persoonsgebonden budget verhoogd met een bedrag voor onderhoud, reparatie en eventueel verplichte verzekering.

  • 3.

    Het persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor een periode van de economische/technische levensduur 7 jaar van de voorziening. Binnen deze periode wordt, zolang de beperking(en)van de aanvrager dit niet noodzakelijk maakt (maken), voor dezelfde voorziening niet tweemaal een persoonsgebonden budget verstrekt.

  • 4.

    Uitbetaling van het persoonsgebonden budget vindt plaats na het overleggen van de nota('s) waaruit blijkt dat een voorziening is gekocht c.q. aangebracht conform het programma van eisen (pve).

  • 5.

    Het college behoudt zich het recht voor om een voorziening die aangeschaft is met het persoonsgebonden budget en niet langer door de aanvrager wordt gebruikt in te nemen en voor herverstrekkingsdoeleinden in te zetten. Inname betreft ook de door de aanvrager (op eigen kosten) aangebrachte opties.

Artikel 6.4 Rolstoeltraining

Indien een rolstoeltraining naar het oordeel van het college noodzakelijk is, kunnen de kosten van maximaal 6 lessen voor vergoeding in aanmerking komen.

Artikel 6.5 Sportvoorziening

  • 1.

    Een cliënt kan in aanmerking komen voor een sportvoorziening.

  • 2.

    De hoogte van een financiële tegemoetkoming voor de aanschaf en het onderhoud van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.471,00.

  • 3.

    Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt maximaal eens in de drie jaar verstrekt, als hiertoe een noodzaak is vastgesteld.

Hoofdstuk 7 Maatwerkvoorzieningen voor een schoon en leefbaar huis

Artikel 7.1 Maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden

  • 1.

    De maatwerkvoorziening Hulp bij het Huishouden kan verstrekt worden via Zorg in Natura of een persoonsgebonden budget.

  • 2.

    De omvang wordt vastgesteld aan de hand van het normenkader, opgenomen in de geldende beleidsregels.

Artikel 7.2 Zorg in natura

Als een cliënt in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening Hulp bij het Huishouden, dan kan hij een keuze maken tussen de door de gemeente gecontracteerde aanbieders.

Artikel 7.3 Persoonsgebonden budget voor Hulp bij het huishouden

  • 1.

    Er kan alleen een persoonsgebonden budget worden toegekend voor hulp bij het huishouden als de zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 6 bij dit Besluit. Voldoet de beoogde zorgaanbieder niet aan de kwaliteitseisen dan wordt het persoonsgebonden budget niet verstrekt. De cliënt kan dan kiezen voor een andere pgb aanbieder of voor zorg in natura.

  • 2.

    De kwaliteitseisen zoals beschreven in de bijlage 6 zijn niet van toepassing op informele zorgverleners.

  • 3.

    Cliënten die in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening kunnen kiezen om zelf ondersteuning in te kopen via een persoonsgebonden budget. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald op basis van het aantal benodigde uren/minuten vermenigvuldigd met het geldende tarief.

  • 4.

    De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning gaat uit van een normering zoals vastgelegd in de geldende Beleidsregels.

  • 5.

    Het is aan de cliënt om samen met de zorgverlener afspraken te maken over het tarief per uur. De hoogte van het tarief hoeft niet te corresponderen met het tarief zoals verder in dit artikel beschreven.

  • 6.

    Het is toegestaan om een lager tarief met de zorgverlener af te spreken mits dit tarief niet lager is dan het geldende minimumloon.

  • 7.

    Het tarief voor het persoonsgebonden budget is €36,72 per uur voor formele zorgverleners conform artikel 15 vierder lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2024.

  • 8.

    Het tarief voor informele zorgverleners is tot en met 20-6-2026 €24,35 inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde verlofuren. Per 1-7-2026 is dit €25,20. Dit is conform artikel 15 vijfde lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2024.

  • 9.

    Om in aanmerking te kunnen komen voor een persoonsgebonden budget moet er sprake zijn van boven gebruikelijke zorg.

Hoofdstuk 8 Maatwerkvoorzieningen voor begeleiding (individueel), dagopvang, kortdurend verblijf en ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD)

Artikel 8.1 Verstrekkingsvormen

Een maatwerkvoorziening voor begeleiding individueel, dagbesteding, kortdurend verblijf en/of persoonlijke verzorging kan verstrekt worden via Zorg in Natura of middels een persoonsgebonden budget.

Artikel 8.2 Zorg in Natura

Het college beoordeelt of er een noodzaak bestaat voor een voorziening in de vorm van begeleiding individueel, dagopvang, kortdurend verblijf, persoonlijke verzorging en/of ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD). Siem (samenwerkingsverband van zorgaanbieders) en/of Kikmaat als het om OAD gaat, bepaalt samen met de cliënt de aard en omvang van de voorziening. Dit wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan dat tevens dient als beschikking.

Artikel 8.3 Kwaliteitseisen

  • 1.

    Er kan alleen een persoonsgebonden budget worden toegekend voor begeleiding indien de zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 8 bij dit Besluit. Voldoet de beoogde zorgaanbieder niet aan de kwaliteitseisen dan wordt het persoonsgebonden budget niet verstrekt. De cliënt kan dan kiezen voor een andere pgb aanbieder of voor zorg in natura.

  • 2.

    De kwaliteitseisen zoals beschreven in lid 1 zijn niet van toepassing op informele zorgverleners.

Artikel 8.4 Tarieven persoonsgebonden budget

De in dit hoofdstuk genoemde formele en informele pgb-tarieven volgen uit het pgb-percentage dat is vastgelegd in de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen.

  • 1.

    Begeleiding

    • a.

      € 72,95 per uur indien geleverd door een professionele zorgverlener.

    • b.

      € 26,02 per uur indien geleverd door een informeel zorgverlener. Per 1-7-2026 is dit €26,94 per uur.

  • 2.

    Dagopvang en dagbesteding

    • a.

      € 32,80 per dagdeel indien geleverd door een professionele zorgverlener.

    • b.

      € 13,01 per dagdeel indien geleverd door een informeel zorgverlener. Per 1-7-2026 is dit €13,47 per dagdeel.

    • c.

      De tarieven genoemd onder a en b worden verhoogd met een bedrag van € 10,41 per dag als is vastgesteld dat vervoer van en naar de locatie van de dagopvang noodzakelijk is.

    • d.

      De tarieven genoemd onder a en b worden verhoogd met een bedrag van € 39,55 per dag als is vastgesteld dat rolstoelvervoer van en naar de locatie van de dagopvang noodzakelijk is.

  • 3.

    Kortdurend verblijf (logeeropvang op locatie met overnachting)

    • a.

      € 110,49 per etmaal (intensiteit 1 gemiddeld 5 uur begeleiding)

    • b.

      € 145,89 per etmaal (Intensiteit 2 gemiddeld 9 uur begeleiding)

    • c.

      € 181,30 per etmaal (Intensiteit 3 gemiddeld 13 uur begeleiding)

De bovenstaande tarieven zijn gebaseerd op opvang in een groep en gebaseerd op de daadwerkelijke aanwezigheid van begeleiding gedurende het verblijf.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2026. Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Hiermee komt het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2023 te vervallen.

 

 

 

 

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen d.d. 3 februari 2026.

Bijlage 1 Overzicht subsidiabele kostenposten woningaanpassingen

 

De aanneemsom (hierin begrepen de loon en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening.

5 % algemene kosten over lonen en materiaal, 5 % winst, en 5 % risico.

het architectenhonorarium, echter uitsluitend in de gevallen waarin het inschakelen van een architect naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is (het betreft dan veelal een ingrijpende woningaanpassing, zoals een aanbouw).De vergoeding voor het honorarium wordt gesteld op 10 procent van de aanneemsom, overeenkomstig de Standaard Regeling 1997 (SR 1997) van de Bond van Nederlandse Architecten, tenzij het honorarium ingevolge artikel 51 lid 1 van De Nieuwe Regeling (DNR 2004) behorende bij SR 1997 schriftelijk is vastgesteld op een lager bedrag, en dat de vergoeding voor het honorarium in dit laatste geval gelijk is aan het (lagere) bedrag zoals dat ingevolge artikel 51 lid 1 DNR 2004 schriftelijk is vastgesteld.

De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening.

De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;

Renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden, tot de datum van gereed melding, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen.

De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk (zie Bijlage 2 sub 1a). Indien noodzakelijk worden de hiervoor te maken extra notariskosten vergoed.

De door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien konden worden.

De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing.

De kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening.

De kosten van bodemonderzoek indien dit noodzakelijk is en voor zover dit dient plaats te vinden voor rekening van degene die recht heeft op de financiële tegemoetkoming in de kosten van woninguitbreiding of sanering.

Bij het bepalen van het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming ten behoeve van het aanpassen van een woning die eigendom is van de aanvrager, wordt een korting van 15% toegepast op de door het college opgestelde kostenberekening dan wel op de door het college geaccepteerde offerte.

 

Bijlage 2 Extra bouw en grondkosten

Bouwkosten

Op grond van de verordening is het mogelijk om een persoonsgebonden budget te krijgen voor de kosten van het aanbouwen of uitbreiden van een vertrek bij een bestaande woning of de extra bouwkosten bij een nieuw te bouwen woning. Voor de berekening van de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt als richtlijn genomen het aantal extra m2 dat volgens tabel 1 voor vergoeding in aanmerking komt, vermenigvuldigd met de verdiepingshoogte, met een maximum van 3.00 m.

 

De uitkomst van deze vermenigvuldiging in kubieke meters wordt vermenigvuldigd met de kubieke meterprijs ad € 446,15 dit bedrag is inclusief BTW.

 

Wanneer het woonoppervlak van de nieuw te bouwen woning groter is dan 75 m2 vermeerderd met het maximum aantal m2 dat noodzakelijk is volgens het programma van eisen (zie kolom 2 van tabel 1), wordt geen persoonsgebonden budget in de bouwkosten verstrekt.

 

Grondkosten

Op grond van de verordening is het mogelijk om een persoonsgebonden budget te krijgen voor het verwerven van extra grond ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een bepaald vertrek indien dit op grond van ergonomische beperkingen noodzakelijk is.

Een persoonsgebonden budget voor de extra grondkosten wordt bij een bestaande woning alleen verstrekt, indien uitbreiding of aanbouw op eigen grond niet mogelijk is. Bij een nieuw te bouwen woning waarvoor de perceeloppervlakte groter is dan 250 m2 behoeft geen extra grond te worden verworven en wordt geen persoonsgebonden budget verleend.

 

 

Tabel 1

Soort vertrek Aantal m 2 waarvoor Aantal m 2 waarvoor

ten hoogste financiële ten hoogste financiële

tegemoetkoming wordt tegemoetkoming wordt

verleend in geval van verleend in geval van

aanbouw van een ver uitbreiding van een

trek reeds aanwezig vertrek

 

Woonkamer 30 m2 6 m2

Keuken 10 m2 4 m2

Eenpersoons. slaapkamer. 10 m2 4 m2

Tweepersoons slaapkamer 18 m2 4 m2

Toiletruimte 2 m2 1 m2

Badkamer

Wastafelruimte 2 m2 1 m2

Doucheruimte 3 m2 2 m2

Entree/gang/hal 5 m2 2 m2

Berging 6 m2 4 m2

 

3. Kosten pad- en terrasverharding

Indien de aanleg van een verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, of tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort noodzakelijk is, kan in de kosten daarvan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Dit geldt zowel bij de aanleg van een nieuw pad als bij de aanpassing van een bestaand pad. Voor de financiële tegemoetkoming geldt een maximumoppervlakte van 20 m2.

 

Indien de aanleg van een verhard terras, direct aansluitend aan de woonruimte, of de aanpassing van een bestaand terras noodzakelijk is, kan in de kosten daarvan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Voor de financiële tegemoetkoming geldt een maximumoppervlakte van 6 m2.

 

Bijlage 3 Kosten van onderhoud, keuring en reparatie woonvoorzieningen

 

In artikel 4.7 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2026 is geregeld dat de kosten van onderhoud keuring en reparatie van woonvoorzieningen worden vergoed overeenkomstig deze bijlage.

 

  • 1.

    De tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie geldt voor de volgende voorzieningen:

    • a.

      de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;

    • b.

      elektromechanisch openings- en sluitingsmechanisme van deuren;

    • c.

      stoelliften, rolstoel of sta plateauliften, woonhuisliften, hefplateauliften, balansliften.

  • 2.

    Ten aanzien van de onder a. en b. genoemde voorzieningen komen de werkelijk gemaakte kosten in aanmerking voor vergoeding.

  • 3.

    Ten aanzien van de onder c. genoemde voorzieningen komen de werkelijk gemaakte kosten in aanmerking voor vergoeding met de hieronder vermelde frequentie.

 

Keuring Begin Frequentie

van liften keuring periodieke

Stoellift ja 1 x per 4 jr. Rolstoelplateaulift ja 1 x per 4 jr.

Sta plateaulift ja 1 x per 4 jr.

Woonhuislift ja 1 x per 1,5 jr.

Hefplateaulift ja 1 x per 1,5 jr.

Balanslift ja 1 x per 1,5 jr.

 

Onderhoud van Frequentie periodiekonderhoud

Stoellift 1 x per jaar

Rolstoelplateaulift 1 x per jaar

Staplateaulift 1 x per jaar

Woonhuislift 2 x per jaar

Hefplateaulift 2 x per jaar

Balanslift 1 x per jaar.

 

Bijlage 4 Het Collectief Vraagafhankelijk vervoer (Regiovervoer Midden Brabant)

 

  • 1.

    Aan de persoon die in aanmerking komt voor het CVV, wordt een Wmo-vervoerspas verstrekt, op vertoon waarvan de rechthebbende gebruik kan maken van het Regiovervoer tegen betaling van de voor de betreffende rit geldende opstaptarief en prijs per kilometer.

  • 2.

    Voor de tarifering van het CVV wordt net als bij het openbaar busvervoer een tarief per kilometer gehanteerd, plus een opstaptarief per rit.

  • 3.

    Het vervoer wordt naar afstand onderscheiden in regionaal vervoer binnen een gebied van maximaal 25 kilometer vanaf het woonadres, en bovenregionaal vervoer over een afstand van meer dan 25 kilometer vanaf het woonadres.

  • 4.

    Binnen de regio kan op vertoon van de Wmo-vervoerspas gebruik worden gemaakt van het Regiovervoer tegen het Wmo tarief tot maximaal 1500 kilometer per kalenderjaar. Aan de Wmo-gerechtigde die aantoont dat hij meer dan 1500 kilometer per (kalender)jaar reist vanwege mantelzorg of vrijwilligerswerk, kan de gemeente extra kilometers verstrekken zodat hij die werkzaamheden kan blijven verrichten.

  • 5.

    De eigen betaling per Wmo-rit bedraagt € 1,16 vermeerderd met € 0,202 per kilometer binnen het gebied van 25 kilometer. Deze eigen betaling dient per rit elektronisch te worden voldaan aan de chauffeur of op rekening.

  • 6.

    Tijdens de ochtendspits op maandag tot en met vrijdag tussen 7:00 uur en 9:00 uur gelden aangepaste tarieven per Wmo-rit, namelijk: € 4,19 instaptarief en € 0,63 per kilometer. Deze eigen betaling dient per rit elektronisch te worden voldaan aan de chauffeur of op rekening.

  • 7.

    De Wmo-gerechtigde kan zich door één sociaal begeleider laten vergezellen. De begeleider betaalt dezelfde eigen bijdrage als de Wmo-pashouder. Deze eigen betaling dient per taxirit elektronisch te worden voldaan aan de chauffeur of op rekening. Als de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is, is de begeleider geen betaling verschuldigd. Een Wmo-gerechtigde voor wie naar het oordeel van het college medische begeleiding noodzakelijk is, kan alleen als hij vergezeld is van een medisch begeleider reizen tegen het Wmo-tarief. Om als begeleider te kunnen worden aangemerkt moet de begeleidende persoon 12 jaar of ouder zijn.

  • 8.

    Elke betalende volwassen reiziger mag 3 kinderen tot 12 jaar meenemen tegen hetzelfde tarief.

  • 9.

    Voor vervoer dat niet valt binnen de reikwijdte van de Wmo, zoals:

    • vervoerskosten die vergoed worden door de Zvw,

    • leerlingenvervoer,

    • Wlz-vervoer,

    • vervoer naar dagopvang en kortdurend verblijf waarvoor een andere vergoeding wordt verstrekt,

    • woon-werkverkeer,

    • kunnen Wmo-gerechtigden en (sociaal) begeleiders niet reizen tegen de hierboven genoemde tarieven. Zij kunnen gebruik maken van Bravoflex, eventueel in combinatie met het openbaar vervoer.

  • 10.

    Bravoflex is een flexibele vervoersdienst op afroep die het openbaar vervoer aanvult door mensen te vervoeren zonder vaste route of dienstregeling. Het doel is om gebieden beter aan het reguliere OV te koppelen. Een reiziger reserveert de rit minimaal 1 uur van tevoren via de Bravoflex-app of telefonisch. De reiziger kiest zelf de Bravoflex-halte in de buurt en de overstaphalte of eindbestemming.

    Bravoflex rijdt overdag, in de avond, in het weekend en op feestdagen.

  • 11.

    Tarieven Bravoflex:

    • €2,00 per rit als er geen reguliere bus of buurtbus rijdt rond de gewenste tijd (30 minuten vóór tot 30 minuten na de gewenste tijd)

      - €5,00 per rit als er wel een reguliere bus of buurtbus rijdt rond de gewenste tijd (binnen 30 minuten)

    • Je betaalt je rit direct via de app of met pin bij de chauffeur.

    • Kinderen tot en met 11 jaar reizen gratis mee met een betalende volwassene.

  • 12.

    Bravoflex Haltetaxi is een vorm van flexibele, op-afroep-vervoer binnen het Bravoflex-systeem waarmee de reiziger direct van de ene Bravoflex-halte naar een andere halte kan reizen zonder eerst naar een overstaphalte te gaan. De reiziger betaalt een instaptarief van € 5,80 vermeerderd met € 1,00 per kilometer.

Bijlage 5 Weekendvervoer

Financiële tegemoetkoming:

  • 1.

    Het aantal bezoeken wordt in overleg met de cliënt en/of diens vertegenwoordiger bepaald. Per kalenderjaar wordt voor maximaal 26 bezoeken vervoer verstrekt.

  • 2.

    Per weekend worden voor maximaal 2 ritten van de instelling naar het te bezoeken adres bovenregionale kilometers verstrekt.

  • 3.

    De gemeente bepaalt de afstand van de instelling naar het te bezoeken adres met behulp van een door de gemeente te kiezen reisplanner.

  • 4.

    Vervoer vanuit het woonadres van de relatie waar de cliënt gedurende het weekend verblijft wordt niet vergoed.

  • 5.

    Voor vergoeding komen alleen in aanmerking kilometers die binnen Nederland worden gereden.

  • 6.

    De vergoeding per kalenderjaar is beperkt tot maximaal het bedrag dat verstrekt wordt op grond van artikel 5.6 van het Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2026 voor 'gebruik van (eigen) auto'.

  • 7.

    Voor het bepalen van het aantal retourritten dat in een bepaald jaar voor vergoeding in aanmerking komt, geldt als uitgangspunt het aantal ritten dat het daaraan voorafgaande kalenderjaar is gemaakt.

  • 8.

    Als de client aantoont dat ten gevolge van medische redenen een of meer malen het weekendbezoek geen doorgang kon vinden, dan wordt daar bij het bepalen van het aantal ritten voor het nieuwe jaar rekening mee gehouden. Kunnen de gemaakte ritten van het voorgaande kalenderjaar niet als uitgangspunt worden genomen, omdat in dat jaar nog geen sprake was van behoefte aan de voorziening, dan wordt uitgegaan van de opgave van de cliënt.

  • 9.

    De tegemoetkoming wordt door de gemeente bevoorschot. De client moet aan het eind van elk kalenderjaar met een namens de instelling getekende verklaring aantonen hoeveel maal daadwerkelijk vervoer naar het weekendadres heeft plaatsgevonden.

  • 10.

    Blijft dit aantal daadwerkelijk gereden ritten onder het aantal waarvoor een vergoeding is verstrekt, dan wordt het te veel verstrekte in mindering gebracht op de vergoeding van het eerstvolgende kalenderjaar. Is verrekening niet mogelijk, dan kunnen burgemeester en wethouders overgaan tot terugvordering van het ten onrechte verstrekte bedrag. Is het aantal daadwerkelijk gereden ritten groter dan het aantal waarvoor vergoeding is verstrekt, dan vindt nabetaling plaats.

 

Begeleiding

  • 1.

    Als degene die in aanmerking komt voor weekendvervoer met het collectief aanvullend vervoer reist en hij bij dat vervoer moet worden begeleid, kan de cliënt een persoonsgebonden budget krijgen in de kosten die de begeleider moet maken om de begeleiding op zich te kunnen nemen.

  • 2.

    Het aantal ritten waarvoor het persoonsgebonden budget wordt gegeven is maximaal gelijk aan het aantal ritten waarvoor de cliënt op grond van de regels voor weekendvervoer bovenregionale kilometers ontvangt.

  • 3.

    De gemeente bepaalt de afstand van de instelling naar het te bezoeken adres met behulp van een door de gemeente te kiezen reisplanner.

  • 4.

    Voor vergoeding komen alleen in aanmerking kilometers die binnen Nederland worden gereden.

  • 5.

    De kilometerprijs bedraagt € 0,23 per kilometer.

Bijlage 6 Kwaliteitseisen pgb zorgaanbieder Hulp bij het huishouden

Om in aanmerking te kunnen komen voor een persoonsgebonden budget voor Hulp bij het Huishouden zoals opgenomen in hoofdstuk 6 van dit besluit, dient de zorgaanbieder aan de onderstaande kwaliteitseisen te voldoen

De pgb-zorgverlener:

  • 1.

    Maakt met de client afspraken over welke huishoudelijke taken binnen de beschikte tijd worden uitgevoerd en legt deze vast.

  • 2.

    Maakt afspraken met de cliënt over de wederzijdse bereikbaarheid

  • 3.

    Draagt zorg voor continuïteit op het gebied van personele inzet en voldoende ondersteuning.

  • 4.

    De opdrachtnemer draagt zorg voor de fysieke en sociale veiligheid van haar cliënten en personeel tijdens de uitvoering van de huishoudelijke hulp.

  • 5.

    Zorgt ervoor dat de inhoud van de meldcode Huiselijk geweld en (kinder)mishandeling voldoet aan de wettelijk gestelde eisen.

  • 6.

    Draagt er zorg voor dat medewerkers op de hoogte zijn van de meldcode en weten hoe zij hiernaar moeten handelen.

  • 7.

    De medewerkers die voor hem/haar werkzaam zijn, verstrekken bij en naar aanleiding van een melding aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens, waaronder begrepen persoonsgegevens, gegevens betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens (als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming) voor zover deze voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn.

  • 8.

    Is bekend met en handelt conform de Nederlandse wet- en regelgeving, richtlijnen, verdragen en de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2024.

  • 9.

    Is in staat om Huishoudelijke Hulp te bieden met voldoende medewerkers die de ervaring en vaardigheden hebben om een hoge standaard van dienstverlening te leveren.

  • 10.

    Wordt niet onderzocht (lopend onderzoek) door toezichthouders Wmo en Jeugdwet of de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Tevens mag er geen sprake zijn van een justitiële maatregel. Indien er sprake is van een lopend onderzoek dient toestemming voor het leveren van zorg te worden overlegd bij de aanvraag voor het pgb.

  • 11.

    Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten bestaan uit het bieden van huishoudelijke hulp.

  • 12.

    Een vastgestelde klachtenregeling en garandeert een onafhankelijke afhandeling van klachten binnen twee weken.

  • 13.

    Informeert cliënten over zijn klachtenprocedure en publiceert deze op zijn site.

  • 14.

    Zorgt ervoor dat hij/zij en/of de aangewezen medewerker ervaring heeft met huishoudelijke werkzaamheden, beschikt over goede mondelinge uitdrukkingsvaardigheden in de Nederlandse taal, een dienstbare instelling heeft en sociaal vaardig is.

  • 15.

    Beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag voor alle personeelsleden (ook vrijwilligers en stagairs) die in contact komen met cliënten die niet ouder is dan 3 jaar.

  • 16.

    Voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, cliëntdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming.

Bijlage 7 Kwaliteitseisen zorgverlening

Kwaliteitseisen ten aanzien van de zorgverlening algemeen

Deze bijlage behoort bij artikel 15 lid 6 en 7 van de verordening en heeft betrekking op alle zorgverleners die zorg verlenen in de vorm van begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf.

 

Een zorgverlener:

biedt hulp die veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verleend.

werkt actief en integraal samen met andere hulpverleners en aanbieders in het belang van de cliënt.

werkt aantoonbaar (met een plan) aan de doelen van het ondersteuningsplan.

moet, als dat wordt gevraagd, een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overhandigen.

is niet bekend vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleiding of fraude.

 

Kwaliteitseisen ten aanzien van professionele zorgverleners

Deze bijlage behoort bij artikel 15 lid 6 en 7 van de verordening heeft betrekking op professionele zorgverleners voor het verlenen van zorg voor Begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf.

Naast de eisen zoals hierboven genoemd, moet een professionele zorgverlener ook voldoen aan onderstaande eisen om in aanmerking te komen voor het tarief van de professionele zorgverlener.

Inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

De medewerkers/zorgverleners beschikken over ervaringen, kwalificaties en/of opleidingen die passend zijn bij de te verrichten activiteiten, complexiteit en aard van de problematiek(en) van de cliënt.

Dit kan blijken uit een registratie bij het registerplein voor een van de relevante beroepen of als voldaan wordt aan de eisen die vanuit dit beroepenregister gesteld worden aan opleiding en gedrag.

Dit kan ook blijken uit een diploma van een relevante opleiding die is erkend door het Centraal Register Beroepsopleidingen (Crebo).

Medewerkers ontvangen een salaris dat overeenkomstig is met de betreffende ondersteuning die wordt geboden.

Eigenaar en medewerkers zijn geen eerste- of tweedegraads familie van de cliënt.

Een professionele zorgverlener beschikt over een locatie waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven, als (tijdelijk) verblijf aan de orde is.

Een professionele zorgverlener heeft een meldplicht bij calamiteiten en geweld (artikel 3.4. lid 1 Wmo 2015). De calamiteit of geweldsincident dient binnen 3 dagen gemeld

te worden via www.ggdhvb.nl/toezichtWmo.

Een professionele zorgverlener werkt volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Een professionele zorgverlener werkt met een systematische kwaliteitsbewaking. Bijvoorbeeld ISO 9001, EN 15224, HKZ, Kiwa (ZZP en kleine ondernemers), Prezo of vergelijkbaar.

Bijlage 8 Kwaliteitseisen pgb zorgaanbieder begeleiding (indivivdueel), dagopvang, kortdurend verblijf en dagbesteding (OAD)

De pgb-zorgverlener:

  • 1.

    Zorgt voor een ondersteuningsplan waaruit blijkt welke kansen/mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften de cliënt heeft en welke voorziening er wordt geboden.

  • 2.

    Zorgt ervoor dat de voorziening passend is bij de doelen van de cliënt op basis waarvan de maatwerkvoorziening is afgegeven.

  • 3.

    Legt de beoogde doelen (of subdoelen) met de cliënt vast met daarbij de wijze waarop deze doelen behaald worden en binnen welke termijn.

  • 4.

    Evalueert tussentijds op basis van het ondersteuningsplan de verleende ondersteuning en stelt de deze waar nodig bij. Indien een evaluatie leidt tot bijstelling wordt dit vastgelegd is het ondersteuningsplan.

  • 5.

    Maakt afspraken met de cliënt over de bereikbaarheid.

  • 6.

    Draagt zorg voor continuïteit op het gebied van personele inzet en voldoende ondersteuning.

  • 7.

    Zorgt ervoor dat de medewerkers de cliënten passend en correct bejegenen.

  • 8.

    Brengt de fysieke en sociale veiligheid van cliënten in kaart en houdt daarmee rekening bij de geboden voorziening.

  • 9.

    Zorgt ervoor dat de inhoud van de meldcode Huiselijk geweld en (kinder)mishandeling voldoet aan de wettelijk gestelde eisen.

  • 10.

    Draagt er zorg voor dat medewerkers op de hoogte zijn van de meldcode en weten hoe zij hier naar moeten handelen

  • 11.

    Houdt zich aan het meest recente protocol toezicht en onderzoek van calamiteiten en geweldsincidenten.

  • 12.

    Is verplicht het bij de toezichthouder te melden wanneer zich een calamiteit heeft voorgedaan of wanneer er sprake was van geweld bij de verstrekking van een voorziening (artikel 3.4. lid 1 Wmo 2015). De calamiteit of geweldsincident dient binnen 3 dagen gemeld te worden via www.ggdhvb.nl/toezichtWmo.

  • 13.

    Verstrekt bij en naar aanleiding van een melding aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens die voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn. Hieronder ook begrepen de persoonsgegevens, gegevens betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens (als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming).

  • 14.

    Is bekend met en handelt conform de Nederlandse wet- en regelgeving, richtlijnen, verdragen en de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen.

  • 15.

    Wordt niet onderzocht (lopend onderzoek) door toezichthouders Wmo en Jeugdwet of de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Tevens mag er geen sprake zijn van een justitiële maatregel. Indien er sprake is van een lopend onderzoek dient toestemming voor het leveren van zorg te worden overlegd bij de aanvraag voor het pgb.

  • 16.

    Meldt bij de cliënt en het college indien hij in de afgelopen 5 jaar een maatregel opgelegd heeft gekregen door een instantie.

  • 17.

    Staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten bij de inschrijving overeenkomen met de te verlenen ondersteuning die past binnen de kaders van de te verlenen ondersteuning.

  • 18.

    Treft een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de zorgverlener die voor de gebruikers van belang zijn.

  • 19.

    Heeft een toegankelijke klachtenregeling die onafhankelijke afhandeling van klachten garandeert.

  • 20.

    Zorgt ervoor dat de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger en de mantelzorger op de hoogte zijn van de klachtenregeling, neemt eventuele klachten in behandeling en handelt deze tijdig en passend af.

  • 21.

    Zorgt ervoor dat hij/zij en/of de aangewezen medewerker vakbekwaam is, dat wil zeggen dat hij/zij beschikt over ervaringen en kwalificaties en/of opleidingen die passend zijn bij de te verrichten activiteiten, complexiteit en aard van de problematiek van de cliënt.

  • 22.

    Zorgt ervoor dat hij/zij c.q. de medewerkers zich houden aan de voor hen geldende beroepscode.

  • 23.

    Zorgt ervoor dat indien vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen en/of stagiairs worden ingezet zij een aanvulling zijn en begeleid worden door het gekwalificeerde personeelsbestand.

  • 24.

    Beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag voor alle personeelsleden (ook vrijwilligers en stagairs) die in contact komen met cliënten. Bij indiensttreding/aanvang van de werkzaamheden mag de VOG niet ouder zijn dan drie maanden. Deze dient elke vijf jaar te worden vernieuwd.

  • 25.

    Draagt zorgt voor dat medewerkers hun taalgebruik afstemmen op de cliënt. De zorgverlener beheerst minstens de Nederlandse taal in woord en geschrift. Minimaal op het Europees Referentiekader niveau A2.

  • 26.

    Zorgt ervoor dat door de cliënt en cliëntvertegenwoordiger geaccordeerde verslagen van evaluatiegesprekken worden vastgelegd en bewaard gedurende de wettelijke termijn voor zorgdossiers (15 jaar na begeleiding).

  • 27.

    Hanteert de Governance Code Zorg 2022. Als cliënt of gemeente hierom vraagt, licht de aanbieder toe hoe de Governance Code wordt toegepast in de organisatie.

  • 28.

    Voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, cliëntdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming;

  • 29.

    Geeft desgevraagd de gemeente volledig inzicht in de boekhouding en bedrijfsvoering, inclusief gelieerde ondernemingen of instellingen (waar via eigendom of zeggenschap een zakelijke relatie mee bestaat).

Bijlage 9 Berekening voor pgb hulpmiddelen

Zie onderstaande tabel voor de tarieven.

 

Rekenvoorbeeld:

Categorie huurprijs (zorg in natura) inclusief BTW per maand x 12 maanden x 7 jaar = pgb bedrag.

 

Voorbeeld

Een categorie 11H01 huurprijs € 12,86 x 12 x 7 = € 1.080,24 inclusief BTW.

 

De pgb-bedragen zijn inclusief de kosten voor verzekering (bij gemotoriseerde voertuigen), all-in onderhoud en reparaties.

 

In geval van een beschikbare occasion worden de afschrijftermijnen als uitgangspunt genomen. De leeftijd van het hulpmiddel in maanden is bekend en de nog resterende maanden, uitgaande van de termijnen kunnen worden berekend. Na afloop van de afschrijftermijn heeft het hulpmiddel een restwaarde van 5% van de netto aanschafprijs excl. btw.

 

Als een hulpmiddel na de economische afschrijvingstermijn nog technisch bruikbaar is, wordt het pgb voor onderhoud en reparatie vastgesteld op basis van een offerte van de leverancier, zolang reparatie economisch rendabel is.

 

Categorie indeling Midden -Brabant

Huurprijs per maand 2026 excl. btw

btw

Huurprijs per maand 2026 incl. btw

11H01 Rolstoelen incidenteel gebruik

12,86

L

14,02

11H10 Rolstoelen semi permanent standaard/complex volwassenen

45,02

L

49,07

11H11 Rolstoelen semi permanent standaard/complex kinderen

77,16

L

84,10

11H12 Kantel rolstoel permanent standaard/complex volwassen

83,59

L

91,11

11H13 Kantel rolstoel permanent standaard/complex kinderen

122,17

L

133,17

13H50 Tilliften actief standaard/complex

115,73

H

140,03

13H51 Tilliften passief standaard/complex

115,73

H

140,03

11H20 Actieve rolstoelen standaard/complex

77,16

L

84,10

11H21 Actieve rolstoelen standaard/complex kinderen

102,87

L

112,13

11H60 Elektrische rolstoelen standaard/complex volwassenen

366,47

L

399,45

11H62 Elektrische rolstoel standaard/complex, kinderen

424,33

L

462,52

12H30 Scootmobiel, meeneembaar, verkleinbaar

54,65

L

59,57

12H31 Scootmobiel standaard

75,24

L

82,01

12H32 Scootmobiel, complex extra geveerd

93,24

L

101,63

12H01 Driewiel / duo-fietsen eenvoudig (laag btw)

60,43

L

65,87

12H02 Driewiel / duo-fietsen met hulpmotor (laag btw)

90,01

L

98,11

12H10 Tweewiel / duo-fietsen eenvoudig (hoog btw)

60,43

H

73,12

12H11 Tweewiel / duo-fietsen met hulpmotor (hoog btw)

90,01

H

108,91

13H01 Douche- en toiletstoelen verrijdbaar

28,29

L

30,84

13H02 Douche-en toiletstoelen, complex (kantel)

96,45

L

105,13

11H30 Hoepelondersteuning / joystick

122,17

L

126,15

11H31 Duwondersteuning

77,16

L

84,10

12H60 Aankoppelbaar fietsdeel standaard/complex

115,73

L

126,15

11H32 Buggy's voor kinderen

41,79

L

45,55

11H33 Kinderduwwandelwagens

96,45

L

105,13

13H99 Overig woonvoorzieningen

offerte

 

 

12H99 Overig vervoersvoorzieningen

offerte

 

 

11H99 Overig rolstoelvoorzieningen

offerte

 

 

 

Bijlage 10 Algemeen gebruikelijke en algemene voorzieningen

Evenals onder de Wet voorzieningen gehandicapten het geval was, is het ook onder de Wet maatschappelijke ondersteuning niet de bedoeling dat de gemeentelijke overheid voorzieningen verstrekt, waarover de aanvrager, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn handicap of beperking, zou kunnen beschikken. Deze voorzieningen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd. Wat in een concrete situatie als algemeen gebruikelijk te beschouwen is, hangt af van de geldende maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. Het begrip 'algemeen gebruikelijk' is geconcretiseerd in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Het begrip heeft vaak voor verwarring gezorgd, omdat algemeen gebruikelijke voorzieningen soms wel specifiek voor een handicap worden aangeschaft, maar vanwege hun algemeen gebruikelijke karakter toch niet vergoed worden. Om duidelijk te maken wat in de wet verstaan wordt onder dit begrip is de nadere begripsomschrijving vanuit de jurisprudentie in het besluit opgenomen. De CRvB geeft aan dat een voorziening algemeen gebruikelijk is als deze:

niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;

daadwerkelijk beschikbaar is;

een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en;

financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.

Op basis van het laatste criterium moet de gemeente toetsen of de voorziening financieel gedragen kan worden door iemand met een minimuminkomen, ongeacht of de betreffende cliënt zelf een minimuminkomen heeft.

 

Het is mogelijk dat een deel van de problemen van de burger, of misschien wel alle, opgelost kunnen worden door één of meer algemeen gebruikelijke voorzieningen. Als een douchebeugel en een antislipmat afdoende zijn ter voorkoming van valpartijen in de douchecel, moet dat zeker aan de orde komen. Feitelijk ligt dit in de lijn van de inzet van de eigen kracht. Volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep gaat het hierbij om voorzieningen die niet speciaal bedoeld zijn voor mensen met een handicap (zodat de voorziening ook op grote schaal door niet-gehandicapten wordt gebruikt), die gewoon in een normale winkel te koop zijn en die qua prijs niet (aanzienlijk) duurder zijn dan vergelijkbare producten. Als het gaat om de vervanging van een zaak die (nog lang) niet is afgeschreven en als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door onvermijdbare kosten op grond van de handicap onder de bijstandsnorm komt, moet er wellicht een uitzondering op deze hoofdregel gemaakt worden.

 

De volgende voorzieningen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd en komen in principe niet vergoeding in aanmerking:

 

Woonvoorzieningen

- Verhoogd toilet (zowel +6 als +10)

- Hangtoilet

- Losse toiletverhoger (zowel +6 als +10)

- Inductiekookplaten – keramische kookplaten

- Aanrechtblad

- Drempelhulpen

- Douchezitje (in elke uitvoering)

- Elektrische bediening van zonwering

- Dakkapellen

- Douchecabine

- Centrale verwarming en thermostatische radiatorkranen;

- Douchekop op glijstang

- Luchtbevochtigers en ontvochtigers

- Eengreepsmengkranen

- Thermostatische mengkranen

- Vervanging keukenapparatuur

- Antisliptegels bij nieuwbouw of renovatie

- Beugels/stangen voor raambediening van hoge ramen

- Wasdroger/condens droger

- Automatische deuropeners voor garagedeuren

- Automatische deuropeners in woon-zorgcomplex

- Meterkast met meerdere groepen

- Babyfoon/intercom

- Zonwering

- Elektriciteit in berging of schuur

- Mobiele telefoon

- Losse airco-units

- Kinderen die voor het eerst zelfstandig gaan wonen komen niet voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking: de verhuis- en inrichtingskosten worden aangemerkt als algemeen gebruikelijke kosten;

 

Vervoersvoorzieningen

- Tandems (ook met hulpmotor)

- Fiets met hulpmotor

- Elektrische fiets

- Spartamet

- Kosten halen rijbewijs,

- Kosten APK

- Airconditioning in de auto

- Automatische transmissie in de auto

- Blindering in de auto (folie)

- Elektrische raambediening in de auto

- Trekhaken en aanhangers

 

 

Algemene voorzieningen

De definitie van het begrip algemene voorziening kan als volgt worden gelezen: Een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt.

 

Algemeen gebruikelijke en Algemene voorzieningen komen voor rekening van de aanvrager.

 

Naar boven