Gemeenteblad van Vijfheerenlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 80104 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 80104 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan ‘Woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen, Hoef en Haag' wordt ter inzage gelegd voor zienswijzen gedurende zes weken.
Het ontwerpbesluit betreft de wijzigingen die zijn weergegeven in 'bijlage A'.
A
Afdeling 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Begrippen in dit omgevingsplan hebben de betekenis die daarin is toegekend in de bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Omgevingsbesluit, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving en bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Bijlage
BIJLAGE I bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.
Bij de toepassing van dit omgevingsplan, met uitzondering van hoofdstuk 22, worden de meet- en rekenbepalingen in acht genomen die zijn opgenomen in Bijlage met Meet en rekenbepalingen.
B
Het opschrift van artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
C
Het opschrift van artikel 1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
D
Na artikel 3.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Er is een Omgevingsplangebied dat alle locaties omvat waarvoor dit omgevingsplan in de plaats is getreden van het bestemmingsplan.
E
Subparagraaf 3.2.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Er zijn beeldbepalende pandenbeeldbepalend panden. Dit zijn de panden gelegen in het gebied Aanwijzing - beeldbepalende panden.
Er zijn gemeentelijke monumentengemeentelijk monumenten of archeologische monumenten die van bijzonder belang zijn voor de gemeente vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Deze monumenten zijn gelegen in het gebied Aanwijzing - gemeentelijke monumenten.
F
Het opschrift van artikel 3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Afdeling 3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
In deze paragraaf worden locaties, gebieden of objecten aangewezen, voor zover die aanwijzing uitsluitend nodig is om toepassing te kunnen geven aan regels van het Rijk, de provincie of het waterschap.
Er is een brandvoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving waar voor een bouwwerk de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt.
Er is een explosievoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving waar voor een bouwwerk de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt.
Er is een bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De contour is de grens van het gebied Aanwijzing-bebouwingscontour houtkap.
Er is een bebouwingscontour jacht als bedoeld in artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De contour is de grens van het gebied Aanwijzing-bebouwingscontour jacht.
H
Artikel 4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraafsubParagraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 gelden niet voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
Voor zover regels in dit hoofdstuk voor een bepaalde locatie met elkaar in strijd zijn, gaat de meest beperkende regeling voor, tenzij uit de regels uitdrukkelijk iets anders blijkt.
I
Artikel 4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het gebruiken van de fysieke leefomgeving wordt voldaan aan deze paragraaf (paragraaf 4.2.1 Inleidende bepalingen) en aan de volgende regels, voor zover die op de desbetreffende locatie van toepassing zijn:
Paragraaf 4.2.2 Algemene regels over het gebruiken van gronden;
Paragraaf 4.2.3 Algemene regels over het gebruiken van bouwwerken;
paragraaf 4.2.4 Specifieke regels over functies;
paragraaf 4.2.5 Verboden gebruiksactiviteiten;
paragraaf 4.2.6 Meldingsplichtige gebruiksactiviteiten;
Paragraaf 4.2.7 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten.
J
Na artikel 4.3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
K
Het opschrift van artikel 4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
L
Het opschrift van artikel 4.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
M
Na artikel 4.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
N
Paragraaf 4.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het gebied Gebruik-kwetsbare objecten-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties.
In het gebied Gebruik-zeer kwetsbaar gebouw-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor een zeer kwetsbaar gebouw.
Behalve de activiteiten bedoeld in paragraaf 4.2.4 zijn op een locatie overige functies toegelaten, als deze ondergeschikt of ondersteunend zijn aan de toegelaten activiteiten.
pm
Het tweede lid geldt niet voor zover een functie op een locatie uitdrukkelijk is uitgesloten op grond van paragraaf 4.2.4 of het gebruik van gronden voor die functie vergunningplichtig is op grond van paragraaf 4.2.7.
Als op grond van artikel 4.12 of paragraaf 4.2.4 water is toegelaten op een locatie, zijn daar ook daarbij behorende voorzieningen toegelaten, zoals keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en steigers.
Het eerste lid geldt niet voor zover een voorziening op een locatie uitdrukkelijk is uitgesloten op grond van paragraaf 4.2.4.
O
Paragraaf 4.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
P
Paragraaf 4.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Locaties en daarop aanwezige bouwwerken mogen alleen zonder omgevingsvergunning worden gebruikt voor de functies die daar zijn toegelaten in deze paragraaf.
In het gebied Gebruik-apotheek-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een apotheek.
In het gebied Gebruik-atelier en galerie-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor ateliers en galeries.
In het gebied Gebruik-atelier-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor ateliers.
In het gebied Gebruik-galerie-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor galeries.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 Z-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit ten hoogste categorie 1 van de Bedrijvenlijst Z die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 Bg-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit ten hoogste categorie 1 van de Bedrijvenlijst BG die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 en 2 HH-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit ten hoogste categorie 1 en 2 van de Bedrijvenlijst HH die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 LO-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit uitsluitend categorie 1 van de Bedrijvenlijst LO die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 en 2 LW kleinschalig-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kleinschalige bedrijven uit ten hoogste categorie 1 en 2 van de Bedrijvenlijst die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 en 2 KV-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit ten hoogste categorie 1 en 2 van de Bedrijvenlijst KV die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 en 2 KZ-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit ten hoogste categorie 1 en 2 van de Bedrijvenlijst die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-1bedrijf-cat. 1 en 2 KV-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een bedrijf uit ten hoogste categorie 1 en 2 van de Bedrijvenlijst KV die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijfsactiviteiten-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten.
In het gebied Gebruik-bedrijf-commandotoren sluis-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een commandotoren voor de bediening van een sluis.
In het gebied Gebruik-bedrijf-autobedrijf carrosserie-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een autobedrijf met carrosseriebedrijf.
In het gebied Gebruik-bedrijf-aannemersbedrijf waterbouw-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een aannemersbedrijf uit ten hoogste categorie 3.2 van de Bedrijvenlijst HH die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bedrijf-detailhandel-ondergeschikt-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor het uitoefenen van detailhandel voor zover dit een normaal en ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening van bedrijven die op een locatie zijn toegelaten.
In het gebied Gebruik-bedrijf-bedrijfswoning-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijfswoningen.
In het gebied Gebruik-bedrijf-aantal per bouwvlak-1-toegelaten is binnen een bouwvlak één bedrijf toegelaten.
Het is toegelaten gronden te gebruiken voor kantoorruimte ten dienste van het ter plaatse aanwezige bedrijf tot een maximum percentage van de brutovloeroppervlakte zoals aangegeven met de omgevingsnorm Gebruik-bedrijf-bvo kantoorruimte-toegelaten-norm. Als geen percentage is aangegeven, geldt in het gebied Gebruik-bedrijf-kantoorruimte-toegelaten geen maximum.
In het gebied Gebruik-bedrijf-kantoor-400m2-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kantoorruimte ten dienste van het ter plaatse aanwezige bedrijf tot een maximum van 400 m2 per bedrijf.
In het gebied Gebruik-bedrijf-zelfstandig kantoor-verbod is het verboden gebouwen te gebruiken als zelfstandige kantoorruimte, die niet ten dienste staat van een op die locatie toegelaten bedrijf.
In het gebied Gebruik-bedrijf-detailhandel niet productiegebonden-verbod is het gebruik van gronden voor detailhandel verboden, met uitzondering van productiegebonden detailhandel.
In het gebied Gebruik-bedrijf-horeca en detailhandel-verbod is bij het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten geen detailhandel en/of (ondergeschikte) horeca toegelaten.
In het gebied Gebruik-bedrijf-mer-plichtig-verbod is het gebruik van gronden verboden voor activiteiten die zijn genoemd zijn in bijlage V bij het Omgevingsbesluit (projecten waarvoor een mer(beoordelings)plicht geldt.
In het gebied Gebruik-bedrijf-lawaaimaker-verbod is het gebruik van gronden verboden voor activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
In het gebied Gebruik-bedrijf-risicobron-verbod is het gebruik van gronden verboden voor activiteiten waarop paragraaf 5.1.2 en bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing zijn (risicoveroorzakende activiteiten).
In het gebied Gebruik-bedrijf-bedrijfsvo-825-toegelaten is het totale bedrijfsvloeroppervlak voor bedrijfsactiviteiten niet meer dan 825 m2.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 en 2 LW-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit ten hoogste categorie 1 en 2 van de Bedrijvenlijst LW die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
Het aantal bedrijfswoningen per locatie is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Gebruik-bedrijf-aantal bedrijfswoningen-toegelaten-norm. Als geen aantal is aangegeven is één bedrijfswoning is toegelaten.
In het gebied Gebruik-bedrijf-cat. 1 en 2 LW-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijven uit ten hoogste categorie 1 en 2 van de Bedrijvenlijst die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-bed & breakfast-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bed & breakfast.
In het gebied Gebruik-bed & breakfast-voorwaarden-toegelaten-1 is bij het uitoefenen van een bed & breakfast Artikel 4.26 van overeenkomstige toepassing voor zover dat in hetzelfde gebied van toepassing is.
In het gebied Gebruik-bed & breakfast-buiten hoofdgebouw-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor bed & breakfast anders dan in een hoofdgebouw.
In het gebied Gebruik-bed & breakfast-voorwaarden-toegelaten-2 gelden voor bed & breakfast de volgende voorwaarden:
het gebruik voor bed & breakfast is een ondergeschikte activiteit bij een (bedrijfs-)woning;
de activiteiten worden uitgeoefend door de bewoner(s) van het pand; zij staan op dat adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) en zijn aanwezig tijdens het nachtverblijf;
de bed & breakfast kamers maken deel uit van het hoofd(woon)verblijf of daarbij behorende bijbehorende bouwwerken;
de bed & breakfast bestaat uit maximaal 3 slaapverblijven voor in totaal maximaal 6 personen;
voor de bed & breakfast mag maximaal 30 m2 per kamer worden gebruikt; dit is inclusief de benodigde ruimte voor bijbehorende voorzieningen zoals sanitair;
de bed & breakfast wordt gebruikt voor een wisselend publiek dat voor een korte periode, maar ten hoogste 14 aaneengesloten nachten verblijft;
bij de bed & breakfast mag geen horeca (alleen ontbijt) of detailhandel plaatsvinden;
de benodigde parkeerplaatsen (te bepalen op grond van het Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren van de gemeente Vijfheerenlanden, dat op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel is van dit omgevingsplan) worden gerealiseerd op eigen terrein;
het gebruik heeft geen nadelige invloed op de afwikkeling van het verkeer;
er wordt een nachtregister bijgehouden;
onder een B&B wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van (tijdelijke of seizoensgebonden) werkzaamheden en/of arbeid of permanente bewoning. Bij controle moet een nachtregister aan de gemeente kunnen worden overgelegd.
In het gebied Gebruik-bed & breakfast-voorwaarden-toegelaten-3 gelden voor bed & breakfast de volgende voorwaarden:
[gereserveerd]
In het gebied Gebruik-begraafplaats-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor begraafplaatsen.
Voor een eigen urnennis op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen gelden de volgende voorwaarden:
in een urnennis mogen sierurnen worden geplaatst;
bloemen worden alleen in de daarvoor bestemde vaasjes geplaatst, voor of in de buurt van de muur;
een urnennis mag worden afgesloten met een afdekplaat voor zover hiervoor een vergunning is verleend als bedoeld in Artikel 4.26artikel 4.130.
Voor overige grafbedekking in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen gelden de volgende voorwaarden:
op een voor het graf beschikbare ruimte mogen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst; het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen;
potten, vazen of andere voorwerpen die buiten de voor het graf beschikbare oppervlakte zijn geplaatst, kunnen van gemeentewege verwijderd worden zonder dat de gemeente enige vergoeding verplicht is;
verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is;
alle sporen van afval, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan de grafbedekking, moeten van de begraafplaats meegenomen worden;
urnen die op een graf worden geplaatst moeten nagelvast vastgezet worden;
de afmetingen van de urn voldoen aan de afmetingen opgenomen in de tabel afmetingen gedenktekens die is opgenomen als bijlage III;
het aanbrengen van kettingen en hekwerken is niet toegestaan.
Voor beplanting op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen gelden de volgende voorwaarden:
de oppervlakte van een particulier of algemeen graf mag door de rechthebbende of de gebruiker van het graf worden beplant met gewassen die de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of die door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden;
de hoogte van deze gewassen overschrijdt de voor het gedenkteken toegestane hoogte op het graf niet;
gewassen buiten de onder a beschreven ruimte worden van gemeentewege verwijderd zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Dit geldt ook voor afgestorven beplanting.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-toegelaten is het toegelaten de gronden te gebruiken voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis niet publieksgericht-toegelaten is het toegelaten de gronden te gebruiken voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis dat niet op het publiek is gericht.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis- cat. 1 HH-toegestaan is het toegelaten de gronden te gebruiken voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis van uitsluitend categorie 1 van de Bedrijvenlijst HH die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis- cat. 1 KV-toegestaan is het toegelaten de gronden te gebruiken voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis van uitsluitend categorie 1 van de Lijst met bedrijfsactiviteiten KV aan huis die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-cat. 1 LO-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een beroep of bedrijf aan huis van uitsluitend categorie 1 van de Bedrijvenlijst LO die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-detailhandel en horeca niet ondergeschikt-verbod zijn bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis de volgende activiteiten niet toegelaten:
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-detailhandel-verbod is bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis geen detailhandel toegelaten.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-groothandel-verbod is bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf geen groothandel toegelaten.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-horeca-verbod is bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf geen horeca toegelaten.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-bestaande horeca en detailhandel-toegelaten zijn bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis ook activiteiten met betrekking tot horeca en detailhandel toegelaten, als deze activiteiten al legaal werden uitgeoefend op het moment dat dit omgevingsplan van kracht werd.
Bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis gelden de volgende voorwaarden:
niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen wordt gebruikt voor beroep of bedrijf aan huis;
het vloeroppervlakte dat wordt gebruikt voor beroep of bedrijf aan huis is maximaal het aantal vierkante meter dat is aangegeven met de omgevingsnorm Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-vloeroppervlakte-toegelaten-norm;
het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend door de bewoner(s);
het gebruik heeft geen invloed op de normale afwikkeling van het verkeer;
er vindt geen buitenopslag plaats;
er vinden geen reparatiewerkzaamheden plaats voor particulieren van motoren, motorvoertuigen, vaartuigen, caravans, landbouwvoertuigen of bromfietsen;
de activiteit doet geen afbreuk aan het woonkarakter van de omgeving;
er wordt voldaan aan de overige regels in dit omgevingsplan die van toepassing zijn op de beroeps- en bedrijfsactiviteit en/of op de desbetreffende locatie.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-webwinkel-toegelaten is het gebruik van ruimten ten behoeve van een webwinkel toegelaten waarbij, in aanvulling op het vierde en achtste lid, de volgende activiteiten niet zijn toegelaten:
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-type activiteit-toegelaten-1 zijn bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis alleen de volgende typen activiteiten toegelaten:
het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten;
het beroepsmatig, anders dan bedrijfsmatig, verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen beroep.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-type activiteit-toegelaten-2 zijn bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis alleen de volgende typen activiteiten toegelaten:
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-bedrijfsvo-825-toegelaten is het totale bedrijfsvloeroppervlak voor een beroep of bedrijf aan huis niet meer dan 825 m2.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-oppervlakte afwijkend-toegelaten is het toegelaten alle gronden in het gebied, inclusief alle verdiepingsvloeren, te gebruiken voor een beroep of bedrijf aan huis.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-werkplaats-vergunningplicht is een werkplaats bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf uitsluitend toegelaten met een vergunning als bedoeld in artikel 4.140.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis-begane grond-toegelaten is het toegelaten de gronden te gebruiken voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis, uitsluitend op de begane grond.
In het gebied Gebruik-bibliotheek-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bibliotheken.
In het gebied Gebruik-brandweerkazerne-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor brandweerkazernes.
In het gebied Gebruik-buitenschoolse opvang-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor buitenschoolse opvang.
In het gebied Gebruik-dagrecreatie-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor dagrecreatie.
In het gebied Gebruik-dagrecreatie-aquarium-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor recreatie in de vorm van een aquarium.
In het gebied Gebruik-dagrecreatie-parkeerterrein-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor parkeervoorzieningen voor gemotoriseerd verkeer.
In het gebied Gebruik-dagrecreatie-lawaaisport-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor lawaaisport.
In het gebied Gebruik-dagrecreatie-extensief-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor extensieve dagrecreatie voor zover de eigenaar hiervoor toestemming verleent.
In het gebied Gebruik-detailhandel-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor detailhandel.
In het gebied Gebruik-detailhandel-volumineus-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor detailhandel in volumineuze goederen.
In het gebied Gebruik-detailhandel-bedrijfswoning-1-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een bedrijfswoning.
In het gebied Gebruik-detailhandel-bedrijfswoning-bestaand-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijfswoningen die feitelijk en legaal aanwezig waren op 28 juli 2017.
In het gebied Gebruik-detailhandel-begane grond-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor detailhandel, uitsluitend op de begane grond.
In het gebied Gebruik-detailhandel-supermarkt-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor detailhandel in de vorm van een supermarkt.
In het gebied Gebruik-detailhandel-perifeer-verbod is het gebruik van gronden voor perifere detailhandel verboden.
In het gebied Gebruik-detailhandel-bvo-1000m2toegelaten is het bruto vloeroppervlakte aan detailhandel, niet zijnde een supermarkt, maximaal 1.000 m2.
In het gebied Gebruik-detailhandel-supermarkt-bvo-2000m2-toegelaten is het bruto vloeroppervlakte aan supermarkten maximaal 2.000 m2.
In het gebied Gebruik-detailhandel-motorbrandstoffen-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor verkoop van motorbrandstoffen.
In het gebied Gebruik-detailhandel-volumineus en grootschalig-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor detailhandel in volumineuze goederen en grootschalige detailhandel.
In het gebied Gebruik-detailhandel-tuincentrum-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een tuincentrum.
In het gebied Gebruik-detailhandel-ondergeschikt-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor detailhandel, uitsluitend ondersteunend en ondergeschikt aan andere functies die op grond van deze paragraaf op de locatie zijn toegelaten, met een maximale bruto vloeroppervlakte van 50 m2.
In het gebied Gebruik-detailhandel-fotostudio-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een fotostudio.
In het gebied Gebruik-detailhandel-ondergeschikt-toegelaten-1 is het toegelaten gronden te gebruiken voor detailhandel, uitsluitend voor producten gerelateerd aan de activiteiten, bedoeld in Artikel 4.62.
In het gebied Gebruik-dienstverlening-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor dienstverlening.
In het gebied Gebruik-dienstverlening-begane grond-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor dienstverlening, uitsluitend op de begane grond.
In het gebied Gebruik-dienstverlening publieksgericht met balie-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor dienstverlening die op het publiek is gericht, met een baliefunctie.
In het gebied Gebruik-dienstverlening-cat. 1 LO-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor dienstverlening uit uitsluitend categorie 1 van de Bedrijvenlijst die is opgenomen in bijlage pm bij deze regels.
In het gebied Gebruik-dienstverlening-ondergeschikt-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor dienstverlening, ondergeschikt aan de activiteiten, bedoeld in Artikel 4.53.
In het gebied Gebruik-dienstverlening-makelaar-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een makelaarskantoor en hypotheekadviseur.
In het gebied Gebruik-dienstverlening-bedrijfsvo-825-toegelaten is het totale bedrijfsvloeroppervlak voor publiekgerichte dienstverlening niet meer dan 825 m2.
In het gebied Gebruik-dierenasiel-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een dierenasiel.
In het gebied Gebruik-dierenkliniek-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een dierenkliniek.
In het gebied Gebruik-duiventil-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een duiventil.
In het gebied Gebruik-evenement-kleinschalig-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kleinschalige evenementen met een maximum van 3 per jaar (per locatie) en een duur van ten hoogste 24 uur per evenement.
In het gebied Gebruik-garage-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een garage.
In het gebied Gebruik-garagebox woningen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor garageboxen ten behoeve van woningen.
In het gebied Gebruik-garagebox-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een garagebox.
In het gebied Gebruik-berging-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bergingen.
In het gebied Gebruik-gasleiding-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een gasleiding met de daarbij behorende beschermingszone.
In het gebied Gebruik-geluidscherm-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een geluidscherm.
In het gebied Gebruik-gemaal-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een gemaal.
In het gebied Gebruik-groen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
In het gebied Gebruik-horeca-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. V1-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie V1 zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten KV in bijlage IV.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. L1-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie L1 zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten in bijlage pm.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. Z1a-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie Z1a zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten KZ in bijlage IV.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. Z1b-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in ten hoogste categorie Z1b zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten KZ in bijlage IV.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. Z1a Z1b Z1d Z2a-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie Z1a, Z1b, Z1d en Z2a zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten KZ in bijlage IV.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. L1 L2-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie L1 en L2 zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten in bijlage pm.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. Z1a Z1c Z1e Z2b-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie Z1a, Z1c en Z1e en Z2a en Z2b, uitgezonderd een hotel.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. L6-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie L6, voor zover niet voor het publiek openbaar toegankelijk (partycentrum).
In het gebied Gebruik-horeca-ondergeschikt-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten, uitsluitend ondersteunend en ondergeschikt aan andere functies die op grond van deze paragraaf op de locatie zijn toegelaten, met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 50 m2.
De bruto vloeroppervlakte van horeca-activiteiten is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Gebruik-horeca-bvo-toegelaten-norm.
In het gebied Gebruik-horeca-erotische vermaakfunctie-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor een erotisch getinte vermaakfunctie.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. Z1 kleinschalig-vergunningplicht is het toegelaten gronden te gebruiken voor een kleinschalige horecavoorziening, anders dan een hotel, uit categorie Z1 zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten HH in bijlage IV, uitsluitend voor zover een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4.147.
In het gebied Gebruik-horeca-cat. L1 L2-ondergeschikt aan museum-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie L1 en L2 zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten in bijlage pm, met een terras, uitsluitend ondergeschikt aan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.64.
In het gebied Gebruik-horeca-ondergeschikt aan aquarium-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca, uitsluitend ondergeschikt aan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.33, tweede lid.
In het gebied Gebruik-horeca-ondergeschikt aan sport-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten, uitsluitend ondersteunend en ondergeschikt aan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.80, eerste lid.
In het gebied Gebruik-horeca-cat Z1a-ondergeschikt aan museum-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca activiteiten in categorie Z1a zoals opgenomen in de Lijst met horeca-activiteiten V in bijlage IV, uitsluitend ondersteunend en ondergeschikt aan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.64.
In het gebied Gebruik-horeca-ondergeschikt aan sport-toegelaten-1 is het toegelaten gronden te gebruiken voor horeca in de vorm van een kantine, uitsluitend ondersteunend en ondergeschikt aan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.80.
In het gebied Gebruik-ijsbaan-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken ten behoeve van een ijsbaan.
In het gebied Gebruik-jachthaven-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een jachthaven met een bijbehorende botenloods en een clubgebouw annex havenkantoor.
In het gebied Gebruik-jongerenontmoetingsplek-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken ten behoeve van een jongerenontmoetingsplek.
In het gebied Gebruik-kiosk-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een kiosk.
In het gebied Gebruik-kantoor-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kantoren.
In het gebied Gebruik-kantoor-1-toegelaten is het toegelaten de locatie te gebruiken voor een kantoor.
In het gebied Gebruik-kantoor-begane grond boerderij-toegelaten is het toegelaten de begane grond van de deel van de boerderij te gebruiken voor een kantoor.
In het gebied Gebruik-kantoor-cat. 1 LO-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kantoren uit uitsluitend categorie 1 van de Bedrijvenlijst die is opgenomen in bijlage pm bij deze regels, met een totale bedrijfsvloeroppervlak voor een kantoor van niet meer dan 825 m2.
In het gebied Gebruik-kinderopvang-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kinderopvang.
In het gebied Gebruik-kinderopvang-ondergeschikt aan sport-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kinder(dag)opvang, ondergeschikt aan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.80.
In het gebied Gebruik-klokkentoren-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een klokkentoren.
In het gebied Gebruik-maatschappelijk-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor activiteiten gericht op sociale, culturele, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening en gezondheidszorg, en daarmee vergelijkbare activiteiten.
In het gebied Gebruik-maatschappelijk-begane grond-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, uitsluitend op de begane grond.
In het gebied Gebruik-maatschappelijk-oppervlakte functies-toegelaten is het bruto vloeroppervlakte aan functies maximaal:
2000 m2 aan onderwijsvoorzieningen, exclusief buitenruimten;
2000 m2 aan kinderopvang, buitenschoolse opvang en peuterspeelzaal en jongerenaccomodaties;
1000 m2 aan zorg en welzijnvoorzieningen, zoals zorgpost met huisarts, tandarts, fysio, apotheek, maatschappelijk werk, dagruimtes voor ouderen, met dien verstande dat de zorg en welzijnvoorzieningen binnen hetzelfde gebouw zijn gevestigd;
met dien verstande dat maximaal 1 brede school, bestaande uit de functies zoals genoemd in de onderdelen a en b, is toegelaten.
In het gebied Gebruik-molen-bestaand-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een molen, voor zover die molen legaal aanwezig was op 1 februari 2012.
In het gebied Gebruik-motorbrandstoffen met lpg-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor verkooppunten voor motorbrandstoffen met lpg.
In het gebied Gebruik-museum-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor musea.
In het gebied Gebruik-museum-glasmuseum-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een museum, waaronder een centrum voor glasactiviteiten.
In het gebied Gebruik-natuur-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden.
In het gebied Gebruik-natuur-toegelaten-1 is het toegelaten gronden te gebruiken voor behoud, herstel en ontwikkeling van actuele en potentiële natuur- en landschapswaarden.
In het gebied Gebruik-natuur-specifieke natuur-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor behoud en herstel van een natuurgebied in de vorm van een vochtig loofbos met de daarbij behorende flora en fauna.
In het gebied Gebruik-natuur-verharding-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of halfverhardingen groter dan 200 m2, met uitzondering van
In het gebied Gebruik-natuur-bouwland-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor het omzetten (scheuren) van grasland in bouwland.
In het gebied Gebruik-nutsbedrijf-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor nutsbedrijven.
In het gebied Gebruik-nutsvoorziening-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor nutsvoorzieningen.
In het gebied Gebruik-openbare nutsvoorziening-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor openbare nutsvoorzieningen.
In het gebied Gebruik-nutsvoorziening-vergunningplicht is het toegelaten gronden te gebruiken voor nutsvoorzieningen, uitsluitend voor zover een vergunning is verleend als bedoeld in Artikel 4.309.
In het gebied Gebruik-openbare orde en veiligheid-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor activiteiten gericht op openbare orde en veiligheid.
In het gebied Gebruik-overheid-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor activiteiten inzake de overheid.
In het gebied Gebruik-paardenbak-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor paardenbakken.
In het gebied Gebruik-parkeren-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
In het gebied Gebruik-parkeren-landschappelijke inrichting-gebod is het verplicht om binnen 12 maanden na de ingebruikname van de gronden als parkeerterrein inrichtingsmaatregelen te nemen en in stand te houden overeenkomstig het landschappelijke inrichtingsplan dat is opgenomen in bijlage IV.
In het gebied Gebruik-parkeren-parkeerterrein-gebod is het verplicht een parkeerterrein te realiseren en in stand te houden met een capaciteit van tenminste 90 parkeerplaatsen.
In het gebied Gebruik-parkeren-parkeerplaatsen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor parkeerplaatsen als bedoeld in artikel 4.101, zesentwintigste lid.
In het gebied Gebruik-parkeren-parkeergarage-gebod is het verplicht een parkeergarage te bouwen en in stand te houden met een capaciteit van tenminste 11 parkeerplaatsen.
In het gebied Gebruik-parkeren-parkeervoorzieningen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor parkeervoorzieningen.
In het gebied Gebruik-parkeren-parkeerterrein-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een parkeerterrein.
In het gebied Gebruik-parkeren-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor parkeren.
In het gebied Gebruik-parkeren-op eigen erf-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor parkeren op eigen erf.
In het gebied Gebruik-parkeren-op eigen erf met voorwaarden-toegelaten-1a is het toegelaten gronden te gebruiken voor parkeren op eigen erf, onder de volgende voorwaarden:
de tuin gelegen voor de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw heeft een omvang van minimaal 100 m2 of de locatie is gelegen in het gebied Gebruik-parkeren-op eigen erf met voorwaarden-toegelaten-1a;
het aantal parkeerplaatsen is niet meer dan 2;
op een verkeersveilige wijze is er een toerit tot de openbare weg mogelijk;
de toerit gaat niet ten koste van een parkeervoorziening in het openbaar gebied.
In het gebied Gebruik-parkeren-op eigen erf met voorwaarden-2 is het toegelaten gronden te gebruiken voor parkeren op eigen erf, onder de volgende voorwaarden:
In het gebied Gebruik-parkeren-op eigen erf met voorwaarden-3 is het toegelaten gronden te gebruiken voor parkeren op eigen erf, onder de volgende voorwaarden:
In het gebied Gebruik-parkeren-gebod is het verplicht ruimte te reserveren voor het realiseren en ontsluiten van voldoende parkeerplaatsen volgens de volgende parkeernormen:
In het gebied Gebruik-religie-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor religie.
In het gebied Gebruik-religie-groene afscheiding-gebod is het gebruiken van gronden overeenkomstig het eerste lid alleen toegelaten als aan de zuidzijde van de Dobbenstraat (noordzijde plangebied) wordt voorzien in een groene afscheiding van groenblijvende beplanting en deze afscheiding in stand wordt gehouden.
In het gebied Gebruik-rioolleiding-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een rioolwaterpersleiding.
In het gebied Gebruik-speelvoorzieningen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor speelvoorzieningen.
In het gebied Gebruik-spoorwegverkeer-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor spoorwegen en daarbij behorende voorzieningen waaronder geluidswerende voorzieningen.
In het gebied Gebruik-spoorwegverkeer-kruising-toegelaten is het ook toegelaten gronden te gebruiken voor spoorwegkruising, bestaande uit onder andere tunnels, onderdoorgangen en spoorwegovergangen.
In het gebied Gebruik-sport-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor sportvoorzieningen.
In het gebied Gebruik-sport-sporthal-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor sporthallen.
In het gebied Gebruik-sport-zwembad-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor zwembaden.
In het gebied Gebruik-sport-sport- en speelvelden-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor sport- en speelvelden.
In het gebied Gebruik-sport-ondersteunend en ondergeschikt-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor sport, ondersteunend en ondergeschikt aan andere functies die op grond van deze paragraaf op de locatie zijn toegelaten.
In het gebied Gebruik-sport-sanitaire voorzieningen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor sanitaire voorzieningen.
In het gebied Gebruik-sport-lawaaisport-verbod is het verboden gronden te gebruiken voor lawaaisport.
In het gebied Gebruik-steiger-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een steiger.
In het gebied Gebruik-terras-ondersteunend-toegelaten is het toegelaten de gronden te gebruiken voor een terras ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.51 en artikel 4.59.
In het gebied Gebruik-terras-ondersteunend-toegelaten-1 is het toegelaten gronden te gebruiken voor een terras behorende bij activiteiten die op grond van paragraaf 4.2.4 zijn toegelaten op de direct aangrenzende gronden.
In het gebied Gebruik-terras-75m2-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een terras met een oppervlakte van niet meer dan 75 m2.
In het gebied Gebruik-tuin-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
In het gebied Gebruik-tuin-balkons en erkers-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor balkons en erkers bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.
In het gebied Gebruik-tuin-balkons-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor balkons bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.
In het gebied Gebruik-tuin-vlaggenmast-1-toegelaten is per woning maximaal 1 vlaggenmast toegelaten.
In het gebied Gebruik-tuin-overbouwingen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor overbouwingen in de vorm van balkons en galerijen.
In het gebied Gebruik-tuin-overbouwingen-toegelaten-1 is het toegelaten gronden te gebruiken voor overbouwingen in de vorm van balkons en galerijen met daarbij behorende ondergeschikte bouwdelen in de vorm van dragende constructies of architectonische verfraaiing.
In het gebied Gebruik-verblijfsgebied-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
wegen, pleinen, straten, en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie;
voet- en rijwielpaden;
parkeervoorzieningen;
speelvoorzieningen;
bermen en beplanting (waaronder begrepen water en waterberging);
straatmeubilair;
(mobiele) voorzieningen ten behoeve van markt en straatverkoop;
kunstobjecten;
water (waaronder niet begrepen bermen en beplanting);
(ondergrondse) afvalcontainers.
In het gebied Gebruik-verblijfsgebied-evenement-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kleinschalige evenementen met een maximum van 3 per jaar (per locatie) en een duur van ten hoogste 24 uur per evenement.
In het gebied Gebruik-verblijfsgebied-markt-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor (mobiele) voorzieningen ten behoeve van markt en straatverkoop.
In het gebied Gebruik-verblijfsgebied-parkeergarage-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een parkeergarage.
In het gebied Gebruik-verblijfsgebied-parkeerkoffer-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een parkeerkoffer, onder de volgende voorwaarden:
In het gebied Gebruik-verblijfsgebied-wegen en paden-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor wegen en voet- en fietspaden.
In het gebied Gebruik-verblijfsgebied-paden-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor voet- en fietspaden.
Uitsluitend in het gebied Gebruik-verblijfsgebied-tunnel-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een tunnel of onderdoorgang.
In het gebied Gebruik-verenigingsleven-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor verenigingsleven.
In het gebied Gebruik-verkeer-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook alsmede opstelstroken en busstroken met hoofdzakelijk een verkeersfunctie;
voet- en rijwielpaden;
bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, bermen en beplanting (waaronder begrepen water en waterberging), geluidwerende voorzieningen, straatmeubilair, kunstobjecten, bruggen, duikers en andere kunstwerken.
In het gebied Gebruik-verkeer-kunstobject-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor kunstobjecten.
In het gebied Gebruik-verkeer-breekpaal-gebod wordt op de nieuwe verbindingsweg naar de Zouwendijk een breekpaal gerealiseerd en in stand gehouden.
In het gebied Gebruik-verkeer-onder voorwaarden-toegelaten is het verboden gronden te gebruiken overeenkomstig het eerste lid voor zover het betreft de ontsluiting op de Koenderseweg als de volledige realisatie van de compensatie van de aantasting van het gebied dat behoort tot het Natuur Netwerk Nederland niet binnen 3 jaar na realisatie van de ontsluiting op de Koenderseweg is afgerond.
In het gebied Gebruik-verkeer-tijdelijke bouwweg-toegelaten zijn tijdelijke bouwwegen toegestaan voor de realisatie van de wijk ‘Broekgraaf’.
In het gebied Gebruik-verkeer-wegen, straten en paden-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor wegen, straten en paden.
In het gebied Gebruik-volksgezondheid-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor gezondheidszorg, zorg en welzijn.
In het gebied Gebruik-volksgezondheid-tandarts-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een tandartsenpraktijk.
In het gebied Gebruik-volksgezondheid-tandarts-2e verdieping-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een tandartsenpraktijk, uitsluitend op de tweede verdieping.
In het gebied Gebruik-volkstuin-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor volkstuinen.
In het gebied Gebruik-water-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
In het gebied Gebruik-water-waterlopen en waterberging-vergunningplicht is het toegelaten gronden te gebruiken voor waterlopen en waterberging, uitsluitend voor zover een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4.143.
In het gebied Gebruik-water-vlonder-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor vlonders ten dienste van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.101 of artikel 4.102, waar die activiteiten op aansluitende gronden zijn toegelaten, onder de volgende voorwaarden:
In het gebied Gebruik-waterberging-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor waterhuishouding en waterberging.
In het gebied Gebruik-waterberging-toegelaten-1 is het toegelaten gronden te gebruiken voor de wateraanvoer en waterafvoer, de waterberging alsmede voor de waterhuishouding van de rivier de Linge.
In het gebied Gebruik-waterkering-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor het keren van water door dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering, waterhuishouding en waterstaat.
In het gebied Gebruik-waterleiding-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een ondergrondse buisleiding voor het transport van drinkwater.
In het gebied Gebruik-waterleiding-toegelaten-1 is het toegelaten gronden te gebruiken voor een waterleiding.
In het gebied Gebruik-waterhuishouding-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor de waterhuishouding.
In het gebied Gebruik-wonen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor wonen.
In het gebied Gebruik-wonen-bestaand28072017-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor wonen, uitsluitend in een woning die feitelijk en legaal aanwezig was op 28 juli 2017.
In het gebied Gebruik-wonen-verdiepingen-toegelaten is toegelaten gronden te gebruiken voor wonen, uitsluitend op de verdiepingen.
In het gebied Gebruik-wonen-vergunningplicht is het toegelaten gronden te gebruiken voor wonen, uitsluitend voor zover een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4.294.
In het gebied Gebruik-wonen-zorgwoning-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor zorgwoningen met gemeenschappelijke ruimten en woningen, die blijkens de indeling en inrichting bestemd zijn voor de huisvesting van meer dan een huishouden die voor het wonen zijn aangewezen op zorg en begeleiding.
In het gebied Gebruik-wonen-inwonende zorg-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor wonen aangevuld met een huishouding ten behoeve van dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische reden.
In het gebied Gebruik-wonen-ligplaats-toegelaten is het toegelaten de gronden te gebruiken voor een of meer ligplaatsen voor woonschepen.
In het gebied Gebruik-wonen-woonwagen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor standplaatsen ten behoeve van woonwagens met de daarbij behorende sanitaire ruimten/bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde, verhardingen en erven.
Het aantal woonwagenstandplaatsen is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Gebruik-wonen-aantal standplaatsen-toegelaten-norm.
In het gebied Gebruik-wonen-bedrijfswoning-bestaand280717-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bedrijfswoningen die feitelijk en legaal aanwezig waren op 28 juli 2017.
In het gebied Gebruik-wonen-dienstwoning-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor dienstwoningen.
In het gebied Gebruik-wonen-kantoor in woning-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een kantoor in een woning.
In het gebied Gebruik-wonen-praktijkruimte in woning-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor praktijkruimte in een woning.
In het gebied Gebruik-wonen-nagelstudio in woning-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een nagelstudio bij een woning.
In het gebied Gebruik-wonen-schoonheidssalon in woning-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een schoonheidssalon bij een woning.
In het gebied Gebruik-wonen-praktijkruimte-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een praktijkruimte.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde geluidscherm-toegelaten is het gebruik van woningen alleen toegelaten als in het gebied Gebruik-geluidscherm-toegelaten een geluidscherm wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden met een minimale hoogte variërend van 1,5 m respectievelijk 1,7 m conform het akoestisch onderzoek dat is opgenomen in bijlage IV, teneinde een goed woon- en leefklimaat te waarborgen.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde parkeerplaatsen-toegelaten is het gebruik van een vrijstaande of een twee-aaneengebouwde woning alleen toegelaten als bij de woning ten minste twee parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand worden gehouden met een afmeting van ten minste 2,5 x 5 meter.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde parkeerplaatsen-toegelaten-1 is het gebruik van een gestapelde woning alleen toegelaten als bij de woning ten minste 35 parkeerplaatsen op het eigen terrein worden aangelegd en in stand worden gehouden.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde watercompensatie-toegelaten is het gebruiken van gronden overeenkomstig het eerste lid alleen toegelaten als wordt voorzien in voldoende watercompensatie van ten minste 24 m2 oppervlaktewater binnen het gebied Gebruik-watercompensatie-gebod.
In het gebied Gebruik-wonen-watercompensatie-gebod wordt voor aanvang van de bouw van de woningen binnen hetzelfde peilgebied de benodigde watercompensatie gegraven, en deze wordt in stand gehouden conform de watercompensatieberekening die is opgenomen in bijlage IV, teneinde negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem te voorkomen.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde muur-toegelaten is het gebruik van woningen alleen toegelaten als in het gebied Gebruik-wonen-muur-gebod een muur wordt gebouwd en in stand gehouden met een hoogte van ten minste 2 meter, om een geluidsluwe buitenruimte te realiseren.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde waterberging-toegelaten is het gebruiken van gronden overeenkomstig het eerste lid alleen toegelaten als in het gebied Gebruik-groen met waterberging-toegelaten is voorzien in de aanleg van waterbergingsvoorzieningen met een bergingscapaciteit van ten minste 28 m3, waarbij geldt dat deze waterbergingsvoorziening moet zijn gerealiseerd voordat nieuw verhard oppervlak wordt aangelegd.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde geluid-toegelaten is het gebruiken van gronden, voor een woning of een ander geluidsgevoelig object, overeenkomstig het eerste lid alleen toegelaten als de woningen beschikken over:
op alle bouwlagen, met uitzondering van een eventuele kapconstructie, minimaal één gevel waar, ten gevolge van elke weg afzonderlijk, de geluidsbelasting lager is dan 48 dB Lden;
een buitenruimte waar de geluidbelasting, ten gevolge van elke weg afzonderlijk, bij voorkeur niet hoger is dan 48 dB Lden, maar zeker niet hoger dan 53 dB Lden.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde parkeerplaatsen-toegelaten is het gebruiken van gronden overeenkomstig het eerste lid alleen toegelaten als in het gebied Gebruik-parkeren-parkeerplaatsen-toegelaten ten minste 39 parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand gehouden.
In het gebied Gebruik-wonen-onderdoorgang-gebod wordt een poortgebouw met onderdoorgang ten behoeve van het gemotoriseerde verkeer gerealiseerd.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde stil asfalt-toegelaten is het gebruik van gronden als bedoeld in het eerste lid alleen toegelaten zolang op de Brugstraat tussen de aansluiting Lekdijk/Jan Blankenweg en de aansluiting De Lafayettestraat/Acaciastraat, stil asfalt (SMA-NL G8+) in stand wordt gehouden.
In het gebied Gebruik-wonen-onder voorwaarde onderhoudsplan-toegelaten is het gebruik van gronden als bedoeld in het eerste lid alleen toegelaten als uitvoering wordt gegeven aan, en een start is gemaakt met het onderhoudsplan, zoals opgenomen in bijlage IV.
In het gebied Gebruik-wonen-zwembad-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor een zwembad is het toegelaten gronden te gebruiken voor een zwembad.
In het gebied Gebruik-woongebied Hoef en Haag-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
wonen, waaronder begrepen zorgwoningen met gemeenschappelijke ruimten en woningen;
beroep of bedrijf aan huis;
bed & breakfast aan huis;
detailhandel, niet zijnde perifere detailhandel;
horeca categorie 1 en 2a, met uitzondering van een hotel;
verblijfsgebieden en openbare ruimten;
verkeersvoorzieningen in de vorm van wijkontsluitingswegen, woonstraten, busstroken, voet- en fietspaden, met dien verstande dat:
wijkontsluitingswegen en busstroken niet zijn toegelaten binnen een afstand van 50 meter van bestaande woonpercelen aan de Hoevenweg en Lekdijk;
op de Lekdijk geen ontsluitingen voor het autoverkeer zijn toegelaten;
wegen worden uitgevoerd in maximaal 2 x 1 rijstroken en uitsluitend zijn bedoeld voor de ontsluiting van de wijk en niet voor doorgaande verkeer.
In het gebied Gebruik-woongebied Hoef en Haag-toegelaten wordt voorzien in minimaal 10.000 m2 aan oppervlaktewater, met dien verstande dat bij een deelaanvraag voorzien dient te worden in een afdoende waterhuishouding en aan evenredig deel aan de compenserende waterberging.
In het gebied Gebruik-woongebied De Weide II-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
wonen;
beroep of bedrijf aan huis;
verblijfsgebied;
water met een gezamenlijke oppervlakte van minimaal 1.702 m2;
een wijkontsluitingsweg, uitsluitend in het gebied Gebruik-woongebied-wijkontsluitingsweg-toegelaten;
overige (ontsluitings)wegen en paden, waarbij de interne ontsluitingsstructuur wordt aangesloten op de wijkontsluitingsweg, bedoeld onder e;
voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer.
In het gebied Gebruik-woongebied-Broekgraaf-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
In het gebied Gebruik-woongebied-Helsdingen-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor:
wonen, waaronder begrepen zorgwoningen met gemeenschappelijke ruimten en woningen;
verblijfsgebieden en openbare ruimten;
verkeersvoorzieningen in de vorm van wijkontsluitingswegen, woonstraten, voet- en fietspaden, met dien verstande dat wijkontsluitingswegen alleen zijn toegestaan in het gebied Gebruik-woongebied-ontsluiting-toegelaten.
Q
Voor artikel 4.7 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
De bepalingen in deze paragraaf gelden niet voor zover een verboden activiteit uitdrukkelijk op een locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.2, paragraaf 4.2.3 of paragraaf 4.2.4.
Het is verboden locaties te gebruiken voor de volgende activiteiten, tenzij dat noodzakelijk is in verband met de activiteiten die op een locatie zijn toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4:
het storten en/of lozen en/of ter plaatse aanwezig hebben of houden van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen, en voorwerpen, goederen en materialen die aan het oorspronkelijk gebruik zijn onttrokken;
het gebruik of laten gebruiken van gebouwen voor een seksinrichting;
(raam)prostitutie;
bewoning als het gaat om bijbehorende bouwwerken.
Het is verboden locaties te gebruiken voor een zwembad, tenzij dat uitdrukkelijk is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4.
In het gebied Gebruik-opslaan vuurwerk-verbod is het verboden locaties te gebruiken voor het opslaan van vuurwerk.
In het gebied Gebruik-kampeermiddelen-verbod is het verboden gronden te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen.
In het gebied Gebruik-hoogte opslag->4m-verbod is het verboden locaties te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m op onbebouwde gronden.
In het gebied Gebruik-hoogte opslag->2m-verbod is het verboden locaties te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 2 m op onbebouwde gronden niet toegelaten.
In het gebied Gebruik-parkeren-verbod is het verboden locaties te gebruiken voor parkeren.
In het gebied Gebruik-bouwperceel splitsen-verbod is het verboden een bouwperceel te splitsen ten behoeve van de nieuwbouw van een tweede woning.
In het gebied Gebruik-dag- en verblijfsrecreatie-verbod is het verboden locaties te gebruiken voor dag- en verblijfsrecreatie zoals barbecueën en kamperen.
R
Het opschrift van artikel 4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
S
Het opschrift van artikel 4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
T
Het opschrift van artikel 4.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
U
Het opschrift van artikel 4.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
V
Het opschrift van artikel 4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
W
Het opschrift van artikel 4.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
X
Het opschrift van artikel 4.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Y
Het opschrift van artikel 4.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Z
Het opschrift van artikel 4.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AA
Artikel 4.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verboden als rechthebbende op een perceel toe te staan dat daarop een standplaats wordt of is ingenomen zonder vergunning als bedoeld in Artikel 4.30artikel 4.134.
BB
Het opschrift van artikel 4.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CC
Paragraaf 4.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden te betreden zonder dit voor het begin ervan te melden aan het college van burgemeester en wethouders.
Het eerste lid geldt niet voor activiteiten die verboden zijn op grond van Artikel 4.10artikel 4.111.
DD
Voor artikel 4.19 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
EE
Artikel 4.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in strijd komt met het belang van:
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd als:
een voorwerp op een locatie niet is toegelaten op grond van het bestemmingsplan dan wel een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit;
een voorwerp door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water; of
het gaat om een voorwerp waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
FF
Het opschrift van artikel 4.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GG
Het opschrift van artikel 4.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HH
Het opschrift van artikel 4.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
II
Het opschrift van artikel 4.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJ
Artikel 4.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een voertuig dat wordt gebruikt voor recreatie, anders dan een voertuig als bedoeld in Artikel 4.23artikel 4.127, of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden:
langer dan gedurende 3 achtereenvolgende dagen, hetzij op één plaats hetzij met enige verandering van plaats, te plaatsen of te hebben op de weg;
op de weg te plaatsen of te hebben met de kennelijke bedoeling om deze als woning in gebruik te nemen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in strijd komt met het belang van:
KK
Het opschrift van artikel 4.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LL
Het opschrift van artikel 4.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Het opschrift van artikel 4.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
Het opschrift van artikel 4.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OO
Artikel 4.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
Het eerste lid geldt niet:
op de weg;
voor voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;
voor voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen overeenkomstig een vergunning als bedoeld in Artikel 4.30artikel 4.134.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in strijd komt met het belang van:
PP
Het opschrift van artikel 4.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het opschrift van artikel 4.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RR
Het opschrift van artikel 4.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SS
Subparagraaf 4.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het gebied Gebruik-afwijkende activiteit-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een gebruiksactiviteit in afwijking van Artikel 4.12 of paragraaf 4.2.4.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de gebruiksactiviteit plaatsvindt op niet meer dan 3 meter afstand van de begrenzing van een locatie waar de gebruiksactiviteit wel is toegelaten;
het gebruik van een locatie voor de gebruiksactiviteit niet meer is dan 110% van de omvang van de locatie waar de gebruiksactiviteit is toegelaten;
het gebruik van belang is voor een technisch betere realisering van een toegelaten gebruiksactiviteit of bouwwerk, of noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
In aanvulling op het tweede lid wordt in het gebied Gebruik-afwijkende activiteit-stedenbouwkundig-vergunningplicht wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid alleen verleend voor zover dat naar het oordeel van het bevoegd gezag het beoogde stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast.
In het gebied Gebruik-agrarisch-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor agrarische activiteiten.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
het gebruik van de gronden voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.79 (spoorwegverkeer) en artikel 4.88 (verkeer) definitief is gestaakt;
de agrarische activiteiten uitsluitend betrekking hebben op grondgebonden agrarisch grondgebruik, anders dan boom-, (bloem)bol- of sierteelt, al dan niet in combinatie met extensief dagrecreatief medegebruik;
de agrarische activiteiten, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor, naar het oordeel van het bevoegd gezag, de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden;
het woon- en leefklimaat op omliggende percelen naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt aangetast.
In het gebied Gebruik-bed & breakfast-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor bed & breakfast aan huis.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de toeristisch-recreatieve overnachtingsmogelijkheid niet als zelfstandige woning functioneert. Dit betekent dat een aparte kookgelegenheid niet is toegestaan;
het authentieke uiterlijk of de verschijningsvorm van de woning wordt gehandhaafd;
het aantal bedden ten dienste van de toeristisch-recreatieve overnachtingsmogelijkheid ten behoeve van maximaal 6 personen is;
de woonfunctie van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken in overwegende mate worden gehandhaafd;
de vloeroppervlakte die voor de B&B voorziening wordt benut, niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van alle vloeren van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 75 m²;
de B&B wordt geëxploiteerd door de (mede)bewoners van de betreffende woning;
de ruimtelijke uitstraling door de B&B voorziening naar het oordeel van het bevoegd gezag beperkt blijft;
bedrijfsmatige activiteiten en buitenopslag in de (openbare) ruimte rond de woning niet plaatsvinden, behoudens in- en uitladen;
de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu ontstaat. Dit geldt bijvoorbeeld voor lichtinval, bezonning, privacy en uitzicht van naastgelegen percelen, milieuhinder en een verhoging van de verkeersaantrekkende werking;
geen sprake is van horeca, horeca-activiteiten en seksinrichtingen.
In het gebied Gebruik-bed & breakfast-vergunningplicht-1 is het verboden zonder omgevingsvergunning een vrijstaand bijbehorend bouwwerk te gebruiken voor bed & breakfast.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft;
de exploitatie plaatsvindt door de bewoner van het perceel;
de totale vloeroppervlakte aan logeereenheden per perceel niet meer is dan 25 % van het woonoppervlak met een maximum van 75 m²;
het aantal logeereenheden niet meer is dan 4 per woning;
er naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving;
de verkeerbelasting in de omgeving naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig toeneemt.
In het gebied Gebruik-bedrijfsactiviteit-afwijkende categorie-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een activiteit als bedoeld in Artikel 4.22, Artikel 4.26, artikel 4.35, artikel 4.56, anders dan in categorie 1 van de Lijst met bedrijfsactiviteiten LO die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als de bedrijfsactiviteit naar het oordeel van het bevoegd gezag naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met categorie 1.
In het gebied Gebruik-bedrijf-afwijkende categorie-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een bedrijf in een categorie die niet is toegelaten op grond van Artikel 4.22.
In het gebied Gebruik-bedrijf-afwijkende categorie-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
het bedrijf valt in een categorie die maximaal één categorie hoger is dan de toegelaten categorie;
het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) naar het oordeel van het bevoegd gezag geacht kan worden te behoren tot een toegelaten categorie.
In het gebied Gebruik-bedrijf-afwijkende categorie-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
het bedrijf valt in een categorie die maximaal twee categorieën hoger is dan de toegelaten categorie;
het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) naar het oordeel van het bevoegd gezag geacht kan worden te behoren tot een toegelaten categorie.
In het Gebruik-bedrijf-afwijkende categorie-vergunningplicht-3 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
het bedrijf valt in een categorie die maximaal één categorie hoger is dan de toegelaten categorie;
de oppervlakte voor bedrijfsmatige activiteiten niet meer is dan 200 m2;
het woonkarakter van de omgeving naar het oordeel van het bevoegd gezag niet wordt onevenredig verstoord;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden verstoord;
naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.
In het gebied Gebruik-bedrijf-afwijkende categorie-vergunningplicht-4Gebruik-bedrijf-afwijkende categorie-vergunningplicht-4 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
het bedrijf niet is genoemd in de bij deze planregels behorende Bedrijvenlijst, of daarin is genoemd in één categorie hoger dan is toegelaten;
het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving naar het oordeel van het bevoegd gezag geacht kan worden te behoren tot een toegelaten categorie.
In het gebied Gebruik-bedrijf-afwijkende categorie-vergunningplicht-5 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
het bedrijf niet is opgenomen op de bedrijvenlijst;
de hinder op de omgeving van het bedrijf gelijk is aan de hinder op de omgeving van activiteiten die zijn opgenomen in de bedrijvenlijst;
parkeren plaatsvindt op het eigen terrein;
naar het oordeel van het bevoegd gezag de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig wordt verstoord;
naar het oordeel van het bevoegd gezag het woonkarakter van de omgeving niet onevenredig wordt verstoord;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden verstoord;
naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.
In het gebied Gebruik-bedrijf anders dan dierenasiel-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een bedrijf anders dan een dierenasiel als bedoeld in artikel 4.36.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
het gebruik van gronden voor het dierenasiel wordt beëindigd;
uitsluitend bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend behorend tot categorie 2 bedrijvenlijst LW zoals opgenomen in bijlage IV;
er naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
er naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een goede ontsluiting;
naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Bij de beoordeling als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel e houdt het bevoegd gezag in elk geval rekening met de regels over milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 22.3 van dit omgevingsplan en de regels over veiligheid als bedoeld in afdeling 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
In het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis publieksgericht-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor het uitoefenen van een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de woonfunctie van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken in overwegende mate worden gehandhaafd;
de activiteit in ieder geval wordt uitgevoerd door de (mede)bewoner van de desbetreffende woning;
de ruimtelijke uitstraling door het beroep of bedrijf beperkt blijft;
bedrijfsmatige activiteiten en buitenopslag in de (openbare) ruimte rondom de woning niet zijn toegestaan, behoudens in- en uitladen;
de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en geen onevenredige hinder ontstaat voor het woon- en leefmilieu. Dit geldt bijvoorbeeld voor lichtinval, bezonning, privacy en uitzicht van naastgelegen percelen, milieuhinder en een verhoging van de verkeersaantrekkende werking;
detailhandel alleen is toegestaan in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, verwerkt of bewerkt, en dit een ondergeschikt deel van de bedrijfsvoering is;
het beroep of bedrijf geen betrekking heeft op horeca, horeca-activiteiten of een seksinrichting.
In aanvulling op het tweede lid wordt in het gebied Gebruik-beroep en bedrijf aan huis publieksgericht-oppervlakte-vergunningplicht een vergunning alleen verleend als de vloeroppervlakte die voor het aan een woning verbonden beroep of bedrijf wordt benut, niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van alle vloeren van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 25 m².
In het gebied Gebruik-beroep of bedrijf aan huis-afwijkende categorie-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een beroep of bedrijf aan huis anders dan in categorie 1 van de Lijst met bedrijfsactiviteiten KV aan huis die is opgenomen in bijlage IV bij deze regels.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als de bedrijfsactiviteit naar het oordeel van het bevoegd gezag naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met categorie 1.
In het gebied Gebruik-beroep of bedrijf aan huis-werkplaats-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een werkplaats ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Gebruik-horeca-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor horeca.
In het gebied Gebruik-horeca-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als de bruto vloeroppervlakte aan horeca niet meer is dan 200 m2.
Aan een vergunning als bedoeld in het artikel 4.147, tweede lidkunnen voorschriften worden verbonden over de ligging en maatvoering van bouwwerken. Deze voorschriften houden in elk geval in dat:
In het gebied Gebruik-horeca-vergunningplicht-3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een horecabedrijf in een categorie die niet is toegelaten in artikel 4.51.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de horeca-activiteit valt in een categorie die niet meer dan één categorie hoger is dan de toegelaten categorie, of de horeca-activiteit niet wordt genoemd in de Staat van Horeca-activiteiten;
de horeca-activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag naar aard invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de toegelaten categorie.
In het gebied Gebruik-parkeren-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor parkeren.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
er op eigen terrein en directe omgeving onvoldoende ruimte aanwezig is om in de parkeerbehoefte te voorzien;
geen onevenredige aantasting van groen en ecologische waarden plaatsvindt;
rekening gehouden wordt met de waterhuishouding;
de verkeersveiligheid niet in het geding komt;
de parkeervoorziening grenst aan gronden waar op grond van artikel 4.85 of artikel 4.88 'Verblijfsgebied' of 'Verkeer' is toegelaten.
In het gebied Gebruik-parkeren-vergunningplicht-1 is het verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik van gronden of bouwwerken te wijzigen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort.
Bij de beoordeling of voldaan is aan het tweede lid maakt het bevoegd gezag gebruik van de beleidsregel ‘Nota parkeernormen’ van 9 juni 2022, of diens rechtsopvolger. Als geen beleidsregels van toepassing zijn, gelden de actuele CROW kencijfers.
[Gereserveerd]
In het gebied Gebruik-tuin-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken als tuin.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
geen onevenredige aantasting van groen en ecologische waarden plaatsvindt;
rekening gehouden wordt met de waterhuishouding;
geen onevenredige aantasting van stedenbouwkundige en beeldkwaliteit plaatsvindt;
de tuin grenst aan gronden waar op grond van paragraaf 4.2.4 ‘Tuin’ of ‘Wonen’ is toegelaten.
In het gebied Gebruik-waterlopen en waterberging-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor waterberging en waterlopen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als de waterhuishoudkundige belangen naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van het waterschap.
Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden over de ligging en maatvoering van bouwwerken.
In het gebied Gebruik-wegverbreding-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een verbreding van een aangrenzende weg.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als de weg met niet meer dan 2 meter wordt verbreed.
In het gebied Gebruik-wonen-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor wonen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de woning wordt gerealiseerd in één voormalige kantoor- of bedrijfsruimte die langdurig leeg staat of komt te staan;
er niet meer dan één woning wordt gerealiseerd;
er niet eerder een vergunning als bedoeld in het eerste lid is verleend (waaronder ook wordt begrepen een vergunning op grond van artikel 4.4.4 van het bestemmingsplan Oud Schaik 2a, Leerdam).
In het gebied Gebruik-zorgwonen-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor zorgwonen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
een zorgindicatie is gesteld waaruit de noodzaak van zorgwonen blijkt;
op het perceel al een woning aanwezig is;
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven;
niet meer dan één omgevingsvergunning ten behoeve van zorgwonen per woning wordt verleend.
In het gebied Gebruik-zorgwonen-parkeren-vergunningplicht wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid alleen verleend als kan worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de brandweer.
Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt het voorschrift verbonden dat bij beëindiging van de zorgbehoefte het gebruik wordt teruggebracht naar de bestaande situatie.
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
TT
Artikel 4.34 wordt geplaatst voor artikel 4.33. Het opschrift van artikel 4.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UU
Artikel 4.33 wordt geplaatst na artikel 4.34. Artikel 4.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het bouwen van een bouwwerk wordt voldaan aan deze paragraaf ( paragraaf 4.3.1 Inleidende bepalingen) en aan de volgende regels, voor zover die op de desbetreffende locatie van toepassing zijn:
paragraaf 4.3.2 Algemene regels over bouwactiviteiten;
Paragraaf 4.3.3 Verboden bouwactiviteiten;
Paragraaf 4.3.4 Meldingsplichtige bouwactiviteiten;
paragraaf 4.3.5 Vergunningplichtige bouwactiviteiten;
Paragraaf 4.3.6 Maatwerk bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
VV
Het opschrift van artikel 4.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WW
Na artikel 4.35 worden tien artikelen ingevoegd, luidende:
In het gebied Bouwen-voorschrift-beperken bouwmogelijkheden kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld over paragraaf 4.3.2.
Een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid kan alleen inhouden dat bouwmogelijkheden worden beperkt.
Een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid kan alleen worden gesteld met betrekking tot de mogelijkheid van het herbouwen van gesloopte gebouwen, als bij het toepassen van artikel XXX ten behoeve van een sloop-bonusregeling blijkt dat het uit ruimtelijk, stedebouwkundig en/of landschappelijk oogpunt niet gewenst is dat het mogelijk blijft om na het verlenen van de genoemde vergunningen een gesloopt gebouw te herbouwen.
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bebouwing kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 of paragraaf 4.3.5 een voorschrift worden verbonden over:
Een voorschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden gesteld met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
het straat- en bebouwingsbeeld;
de bouwvorm, zoals bepaald door goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van karakteristieke panden;
de beleving van groen en water;
de verkeersveiligheid en toegankelijkheid;
parkeerruimte op eigen erf;
de sociale veiligheid.
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bebouwing-1 kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 of paragraaf 4.3.5 een voorschrift worden verbonden over de plaats of afmetingen van bebouwing.
Een voorschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden gesteld met het oog op:
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bebouwing-1a kan een voorschrift als bedoeld in het eerste lid ook worden gesteld als dit noodzakelijk is:
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bebouwing-1b kan een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid ook worden gesteld als dit noodzakelijk is om te voldoen aan voldoende parkeergelegenheid conform het gemeentelijke Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren van de gemeente Vijfheerenlanden, dat op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel is van dit omgevingsplan.
Bij het stellen van een voorschrift als bedoeld in het derde lid wordt het Beeldkwaliteitsplan Stammershoefstraat in acht genomen, voor zover dat op de locatie betrekking heeft.
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bebouwing-2 kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 of paragraaf 4.3.5 een voorschrift worden verbonden over:
Een voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt gesteld in lijn met het advies geluid zoals opgenomen in bijlage IV teneinde een goede akoestische situatie te verkrijgen.
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bijbehorend bouwwerk kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 of paragraaf 4.3.5 een voorschrift worden verbonden over de plaats of de hoogte van een bijbehorend bouwwerk.
Een voorschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden gesteld om te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodig nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, mits de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig wordt geschaad.
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bijbehorend bouwwerk-beperking-1 kan een voorschrift als bedoeld in het eerste lid alleen worden gesteld als de afstand tot de perceelsgrens over een lengte van meer dan 2,50 meter minder dan 3,00 meter is.
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bijbehorend bouwwerk-beperking-2 kan een voorschrift als bedoeld in het eerste lid alleen worden gesteld als
over een lengte van meer dan 5 meter in de zijerfscheiding wordt gebouwd;
de goot- of boeibordhoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 meter;
geen inbreuk wordt gemaakt op de regels in dit omgevingsplan over het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden.
In het gebied Bouwen-voorschrift-stedenbouwkundige eisen bouwwerk geen gebouw zijnde kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 of paragraaf 4.3.5 een voorschrift worden verbonden over de plaats of de hoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat geen bijbehorend bouwwerk is.
Een voorschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden gesteld om te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodig nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, mits de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig wordt geschaad.
Een voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt alleen gesteld als:
over een lengte van meer dan 5 meter in de zijerfscheiding wordt gebouwd;
de goot- of boeibordhoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 meter;
geen inbreuk wordt gemaakt op de regels in dit omgevingsplan over het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden.
XX
Subparagraaf 4.3.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
In het gebied Bouwen-van rechtswege in overeenstemming-uitzondering waterbeheer is artikel 22.36 niet van toepassing.
In het gebied Bouwen-van rechtswege in overeenstemming-uitzondering groenblauw is artikel 22.36 niet van toepassing.
Het bebouwingspercentage van het bouwperceel is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bebouwingspercentage-toegelaten-norm.
Het bebouwingspercentage van het bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bebouwingspercentage in bouwvlak-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage buiten bouwvlak-toegelaten wordt per bouwperceel maximaal 30% van de gronden buiten het bouwvlak bebouwd.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bij vrijstaand-50%-toegelaten is het bebouwingspercentage van het bouwperceel waarop een vrijstaande woning is toegelaten niet meer dan 50%, waarbij voor het bepalen van dat percentage de gronden die op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd, niet worden meegerekend.
Het bebouwingspercentage van het bouwperceel waarop een twee-aaneen- of aaneengebouwde woning is toegelaten, is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bebouwingspercentage bij vrijstaand-toegelaten-norm, waarbij voor het bepalen van dat percentage de gronden die op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd, niet worden meegerekend.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage-50%-toegelaten is het bebouwingspercentage voor bouwwerken, uitgezonderd de woning, niet meer dan 50% van het bouwperceel uitgezonderd het deel dat in beslag wordt genomen door de woning.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bij aaneengebouwd-60%-toegelaten is het bebouwingspercentage van het bouwperceel waarop een aaneengebouwde woning is toegelaten niet meer dan 60%.
De bouwhoogte van een bouwwerk is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte molenbiotoop-toegelaten gelden de volgende regels over bouwhoogte:
binnen een straal van 100 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, is de bouwhoogte niet meer dan het onderste punt van de verticale staande wiek van de molen;
binnen de straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, is de bouwhoogte niet meer dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen het bouwwerk en het onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte molenbiotoop-toegelaten-1 is de bouwhoogte van een bouwwerk, anders dan een erfafscheiding, ten opzichte van het onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen, niet meer dan 1/30 van de afstand tussen de bebouwing en de molen.
De bouwhoogte binnen het bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
De goothoogte binnen het bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte binnen bouwvlak 18m/30%-toegelaten wordt maximaal 30% van het bouwvlak bebouwd met een bouwhoogte van maximaal 18 meter.
De bouwhoogte is niet minder dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-minimum goothoogte hoofdgebouw-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte openbare nutsvoorziening-<3m-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-oppervlakte openbare nutsvoorziening-<35m2-toegelaten is de oppervlakte van een bouwwerk ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen niet meer 35 m2.
Als de maat van een bouwwerk (afstands-, hoogte- inhouds- of oppervlaktemaat) een maximum maat overschrijdt of een minimum maat onderschrijdt die geldt op grond van andere bepalingen in deze afdeling, dan geldt die feitelijke maat als maximum respectievelijk minimum.
Het eerste lid geldt alleen:
De ten hoogste toelaatbare hoogten die gelden op grond van dit omgevingsplan mogen worden overschreden door (schotel)antenne-installaties, schoorstenen, liftkokers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Voor zover de goothoogte is aangegeven, mag de ten hoogste toelaatbare hoogte tevens worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels en dakkapellen.
Binnen het bouwperceel mogen ondergrondse bouwwerken worden gebouwd met dien verstande dat deze uitsluitend zijn toegelaten:
direct onder bovengrondse gebouwen; en
in gronden gelegen buiten bovengrondse gebouwen, voor zover de gezamenlijke oppervlakte van de ondergrondse bouwwerken gelegen buiten de bovengrondse gebouwen niet meer is dan 25% van de gezamenlijke oppervlakte van de, binnen het bouwperceel gelegen, bovengrondse gebouwen.
In afwijking van het eerste lid gelden in het gebied Bouwen-bouwwerk-ondergronds-afwijkend-toegelaten voor ondergrondse bouwwerken dezelfde regels gelden als voor bovengrondse bouwwerken op die locatie, tenzij:
in de regels anders is bepaald; of
op die locatie op grond van paragraaf 4.2.4 een functie geldt die betrekking heeft op waarden, bouwwerken of activiteiten in de ondergrond.
In aanvulling op het eerste lid bedraagt de verticale bouwdiepte in het gebied Bouwen-ondergronds-diepte-3,5-toegelaten maximaal 3,5 meter.
In aanvulling op het eerste lid bedraagt de verticale bouwdiepte in het gebied Bouwen-ondergronds-diepte-4,0-toegelaten maximaal 4,0 meter.
In het gebied Bouwen-ondergronds-in- en uitrit-toegelaten zijn in- en uitritten ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde ondergrondse bouwwerken toegelaten.
In het gebied Bouwen-ondergronds-waterberging-toegelaten zijn voorzieningen ten behoeve van ondergrondse waterberging toegelaten tot 1 meter onder peil/maaiveld.
In het gebied Bouwen-aantal gebouwen per volkstuin-1-toegelaten is per volkstuin maximaal één gebouw toegelaten.
In het gebied Bouwen-ligging gebouw buiten bouwvlak-verbod is het verboden een gebouw te bouwen buiten een bouwvlak.
In het gebied Bouwen-ligging gebouw buiten bouwvlak-verbod-1 is het verboden een gebouw, buiten het bouwvlak, te bouwen op minder dan 3 meter achter de voorgevelrooilijn.
In het gebied Bouwen-ligging gebouw buiten bouwvlak-verbod-2 is het verboden een gebouw te bouwen buiten een bouwvlak, met uitzondering van een berging en dug-outs met een gezamenlijke maximum oppervlakte van 176 m² en een bouwhoogte die niet meer is dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte gebouw buiten bouwvlak-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-ligging gebouw buiten bouwvlak tot perceelgrens vrijstaand-<3m-verbod is het verboden om bij een vrijstaande woning buiten het bouwvlak aan meer dan één zijde van die woning gebouwen te bouwen binnen 3 meter van de zijdelingse perceelgrens. Dit verbod geldt niet voor een gebouw dat legaal aanwezig is op het moment dat dit omgevingsplan voor een bouwperceel van toepassing wordt.
In het gebied Bouwen-ligging gebouw tot zijerfgrens-<1m-verbod is de afstand van een gebouw tot de zijerfgrens tenminste 1 meter als niet in de erfgrens wordt gebouwd.
Voor zover een gebouw, op grond van de regels van deze afdeling, uitsluitend is toegelaten op een bepaalde locatie mogen, mits wordt voldaan aan afdeling 4.2, de grenzen van die locatie worden overschreden door:
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda’s en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 meter bedraagt;
tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt;
andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt.
Voor zover het op grond van de regels van deze afdeling verboden is een bouwwerk te bouwen buiten het bouwvlak geldt dit verbod in het gebied Bouwen-vluchtvoorzieningen buiten bouwvlak-toegelaten niet voor vluchtvoorzieningen, zoals noodtrappenhuizen, waarbij wordt voldaan aan de volgende regels:
In het gebied Bouwen-afwijkend-toegelaten mag bebouwing voorbij de voorgevelrooilijn en tot aan beide zijden van de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.
De goothoogte van een gebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte gebouw-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een gebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte gebouw-toegelaten-norm.
De goothoogte van een gebouw binnen een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte gebouw binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een gebouw binnen een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte gebouw binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een gebouw buiten een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte gebouw buiten bouwvlak-toegelaten-norm.
De goothoogte van een gebouw buiten een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte gebouw buiten bouwvlak-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte gebouw in molenbiotoop-toegelaten is de bouwhoogte van een gebouw niet meer dan de hoogte in meters die volgt uit de formule H = X/n + c·z, waarbij de uitleg van de gebruikte letters als volgt is:
H = de toelaatbare bouwhoogte in meters (gemeten vanaf het peil ter plaatse van de molen);
X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen;
n = 50 (coëfficiënt voor het stedelijk gebied);
c = 0,2 (constante in verband met een windreductie van 5%);
z = as-ophoogte = 20 m.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte minaret-20m-toegelaten is de bouwhoogte van een minaret, in afwijking van het tweede lid, niet meer dan 20 m.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte molen bestaand010212-toegelaten is de bouwhoogte van een molen, in afwijking van het artikel 4.194, tweede lid, niet meer dan de legale bestaande hoogte op 1 februari 2012.
In het gebied Bouwen-hoogte woonschip-3m-toegelaten is de hoogte van een woonschip is niet meer dan 3 meter ten opzichte van het waterpeil.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte gebouw vanaf spoorstaaf-9m-toegelaten is de bouwhoogte van een gebouw niet meer dan 9 meter, gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf.
In het gebied Bouwen-bouwlagen gebouw-2-toegelaten is het aantal bouwlagen van een gebouw niet meer dan 2.
In het gebied Bouwen-goothoogte gebouw nutsvoorziening-4m-toegelaten is de goothoogte van een gebouwtje voor nutsvoorzieningen niet meer dan 4 meter, tenzij uit een andere bepaling in dit omgevingsplan een andere maximale goothoogte voortvloeit.
In het gebied Bouwen-oppervlakte gebouw-14m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer dan 14 m2. In een volkstuinencomplex geldt dit maximum per individuele volkstuin.
In het gebied Bouwen-oppervlakte gebouw-25m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer dan 25 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte gebouw buiten bouwvlak-105m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan 105 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte gebouw buiten bouwvlak-60m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan 60 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte gebouw buiten bouwvlak-volgens tabel-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan aangegeven in de onderstaande tabel.
In het gebied Bouwen-inhoud gebouw-60m3-toegelaten is de inhoud van een gebouw maximaal 60 m3.
In het gebied Bouwen-inhoud gebouw nutsvoorziening-60m3-toegelaten is de inhoud van een gebouwtje voor nutsvoorzieningen niet meer dan 60 m3.
In het gebied Bouwen-inhoud gebouw nutsvoorziening-50m3-toegelaten is de inhoud van een gebouwtje voor nutsvoorzieningen niet meer dan 50 m3.
Het bebouwingspercentage van het bouwvlak is voor gebouwen niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bebouwingspercentage gebouwen in bouwvlak-toegelaten-norm. Als geen percentage is aangegeven mag het bouwvlak geheel worden gebouwd met gebouwen.
Het bebouwingspercentage per functievlak is voor gebouwen niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bebouwingspercentage gebouwen-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage gebouwen buiten bouwvlak-30%-toegelaten is het bebouwingspercentage per functievlak voor gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan 30%.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage gebouwen buiten bouwvlak-60%-toegelaten is het bebouwingspercentage per functievlak voor gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan 60%.
In het gebied Bouwen-dakhelling gebouw-60-toegelaten is de dakhelling van een kap buiten het bouwvlak niet meer dan 60 graden.
In het gebied Bouwen-dakhelling-aaneengebouwde woning-60-toegelaten is de dakhelling van een kap van een aaneengebouwde woning niet meer dan 60 graden.
In het gebied Bouwen-afdekking gebouw plat-toegelaten wordt een gebouw afgedekt met een plat dak.
In afwijking van artikel 4.190, eerste lid, worden in het gebied Bouwen-ondergronds gebouw-afwijkend-toegelaten ondergrondse gebouwen alleen gebouwd direct onder een hoofdgebouw of een bijbehorend bouwwerk.
In aanvulling op artikel 4.190, eerste lid worden in het gebiedBouwen-ondergronds gebouw-bouwlaag-toegelaten ondergrondse gebouwen alleen in één bouwlaag ondergronds gebouwd.
In het gebied Bouwen-bedrijfsgebouw buiten bouwvlak-verbod is het verboden een bedrijfsgebouw te bouwen buiten een bouwvlak.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bedrijfsgebouwen-toegelaten is het bebouwingspercentage van het bouwvlak voor bedrijfsgebouwen niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bebouwingspercentage bedrijfsgebouwen-toegelaten-norm. Als geen percentage is aangegeven mag het bouwvlak geheel worden gebouwd met gebouwen.
In het gebied Bouwen-afstand bedrijfsgebouw tot zijerfgrens-1-toegelaten is de afstand van een bedrijfsgebouw tot de zijerfgrens tenminste 1 meter als niet in de erfgrens wordt gebouwd.
In het gebied Bouwen-afstand bedrijfsgebouw tot zijerfgrens-3-toegelaten is de afstand van een bedrijfsgebouw tot de zijerfgrens tenminste 3 meter als niet in de erfgrens wordt gebouwd.
In het gebied Bouwen-afstand bedrijfswoning tot perceelgrens-5m-toegelaten is de afstand van een bedrijfsgebouw tot de perceelsgrens tenminste 5 meter.
De goothoogte van een bedrijfsgebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte bedrijfsgebouw-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een bedrijfsgebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bedrijfsgebouw-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bedrijfsgebouw-3243m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen niet meer dan 3.243 m2.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw buiten bouwvlak-verbod is het verboden een hoofdgebouw te bouwen buiten een bouwvlak.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw in voorgevelrooilijn-toegelaten wordt een hoofdgebouw gebouwd in de voorgevelrooilijn.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw in voorgevelrooilijn of daarachter-toegelaten wordt een hoofdgebouw gebouwd in de voorgevelrooilijn of 1 meter daarachter of 2 meter daarachter waarbij geldt dat het hoofdgebouw moet verspringen ten opzichte van de (denkbeeldig verlengde) voorgevel van één van de naastgelegen hoofdgebouwen.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw twee-aaneen in voorgevelrooiiljn of daarachter-toegelaten worden twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen gebouwd in de voorgevelrooilijn of 1 meter daarachter of 2 meter daarachter waarbij geldt dat twee twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen moeten verspringen ten opzichte van de (denkbeeldig verlengde) voorgevel van één van de naastgelegen (twee-aaneen gebouwde) hoofdgebouwen.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw achter voorgevelrooilijn-max2m-toegelaten wordt een hoofdgebouw maximaal 2 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-oriëntatie gevel-gebod wordt de gevel van het hoofdgebouw georiënteerd in overeenstemming met de bestaande legale situatie op het moment dat deze bepaling voor een locatie van toepassing is geworden.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-afstand tot bouwgrens-1,5m-toegelaten is de afstand van een voorgevel van een hoofdgebouw niet meer dan 1,5 meter van de voorste bouwgrens.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-afstand tot weg-8m-toegelaten is de afstand van een gevel van een hoofdgebouw tot de as van de wijkontsluitingsweg ten minste 8,0 meter.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-afstand tot bouwgrens-3m-toegelaten wordt de voorgevel van een hoofdgebouw gebouwd in of binnen een afstand van 3 meter tot de voorste bouwgrens.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot zijerfgrens-1m-toegelaten is de afstand van een hoofdgebouw tot de zijerfgrens ten minste 1 meter als niet in de erfgrens wordt gebouwd.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot zijerfgrens-3m-toegelaten is de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot zijerfscheiding vrijstaand-2,5m-toegelaten is de afstand van een hoofdgebouw (excl. aangebouwde bijbehorende bouwwerken) tot de zijerfscheiding van vrijstaande woningen ten minste 2,50 meter.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot zijerfgrens vrijstaand-3m-toegelaten is de afstand van een hoofdgebouw (excl. aangebouwde bijbehorende bouwwerken), in het geval van een vrijstaande woning, tot de zijerfgrens ten minste 3 meter.
In het gebied Bouwen-afstand vrijstaand of tweeaaneen hoofdgebouw tot zijerfscheiding-3m-toegelaten is de afstand van een vrijstaand of twee-aaneengebouwd hoofdgebouw (exclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken) tot de zijerfscheiding ten minste 3,0 meter.
In het gebied Bouwen-afstand vrijstaand of tweeaaneen hoofdgebouw tot zijerfscheiding-3m-toegelaten-1 is de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw en van een twee-aaneengebouwd hoofdgebouw, aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 3,0 meter.
Als in het gebied Bouwen-afstand vrijstaand of tweeaaneen hoofdgebouw tot zijerfscheiding-toegelaten de achtererfscheiding samenvalt met de zijerfscheiding van een aangrenzend perceel, is de afstand tot de achtererfscheiding:
In het gebied Bouwen-afstand vrijstaand of tweeaaneen hoofdgebouw tot zijerfgrens-3m met uitzondering-toegelaten is de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw en van een twee-aaneengebouwd hoofdgebouw, aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, tot aan de zijdelingse perceelgrens ten minste 3,0 meter tenzij het bouwvlak grenst aan gronden waar artikel 4.92 van toepassing is.
In het gebied Bouwen-afstand vrijstaand of tweeaaneen hoofdgebouw tot zijerfgrens-1m-toegelaten is de afstand, bedoeld in het vorige lid, ten minste 1,0 meter als het bouwvlak grenst aan gronden waar artikel 4.92 van toepassing is
In het gebied Bouwen-afstand vrijstaand of tweeaaneen hoofdgebouw tot zijerfgrens-4m of bestaand-toegelaten is de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw en van een twee-aaneengebouwd hoofdgebouw aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, ten minste 4,0 meter tot aan de zijdelingse perceelsgrens, dan wel de bestaande legale afstand indien deze minder is.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot achtererfgrens-5m-toegelaten is de afstand van een hoofdgebouw tot aan de achterste perceelsgrens ten minste 5 meter.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot zijerfgrens-1,5m met uitzondering-toegelaten wordt een hoofdgebouw aan één zijkant tenminste 1,50 meter van de zijdelingse perceelsgrens gebouwd, met uitzondering van een aaneen geschakelde woning.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot zijerfgrens-1,5m met uitzondering-toegelaten wordt een hoofdgebouw aan één zijkant tenminste 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens gebouwd, met uitzondering van aaneen geschakelde woningen en patiowoningen.
In het gebied Bouwen-afstand vrijstaand of aaneen hoofdgebouw tot zijerfgrens-3m-toegelaten is de afstand tot de zijdelingse perceelgrens van een vrijstaand hoofdgebouw en van een aaneengebouwd hoofdgebouw, aan de niet aaneengebouwde zijde, ten minste 3 meter, tenzij de afstand op 6 juni 2007 kleiner was. In dat geval geldt die afstand als minimum.
In het gebied Bouwen-diepte vrijstaand hoofdgebouw-15m-toegelaten is de diepte van het hoofdgebouw niet groter dan 15,0 meter voor vrijstaande woningen.
In het gebied Bouwen-diepte hoofdgebouw tweeaaneen-12m-toegelaten is de diepte van het hoofdgebouw niet groter dan 12,0 meter voor twee-aaneengebouwde woningen en aaneengebouwde woningen.
In het gebied Bouwen-diepte hoofdgebouw-15m-toegelaten is de diepte van het hoofdgebouw niet groter dan 15 meter met dien verstande dat de horizontale diepte niet voorbij het gebied Bouwen-einde hoofdgebouw-toegelaten mag komen.
In het gebied Bouwen-diepte parkeerkelder-21m-toegelaten is de horizontale bouwdiepte van een halfverdiepte parkeerkelder niet meer dan 21 meter.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot bouwgrens-4m-toegelaten is de afstand van een hoofdgebouw tot de bouwgrens ten minste 4,0 meter.
In het gebied Bouwen-afstand hoofdgebouw tot ontsluitingsweg-4m-toegelaten is de afstand van een hoofdgebouw tot een erfontsluitingsweg ten minste 4,0 meter.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-maatvoering trappenhuis-toegelaten is de horizontale diepte van het trappenhuis niet meer dan 9 meter en de breedte niet meer dan 6 meter.
De goothoogte van een hoofdgebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte hoofdgebouw-toegelaten-norm.
De goothoogte van een hoofdgebouw binnen een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte hoofdgebouw binnen bouwvlak-toegelaten-norm-norm.
De goothoogte van een hoofdgebouw buiten een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte hoofdgebouw buiten bouwvlak-toegelaten-norm-norm.
De goothoogte van een hoofdgebouw is minimaal de goothoogte aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-minimum goothoogte hoofdgebouw-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte hoofdgebouw-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw binnen een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte hoofdgebouw binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw buiten een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte hoofdgebouw buiten bouwvlak-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw is minimaal de bouwhoogte aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-minimum bouwhoogte hoofdgebouw-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte hoofdgebouw-+5m-toegelaten is de bouwhoogte niet meer dan de goothoogte als bedoeld in het eerste lid plus 5 meter.
Het aantal bouwlagen van een hoofdgebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwlagen hoofdgebouw-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte hoofdgebouw met bouwaccent-toegelaten is de bouwhoogte van een hoofdgebouw ten behoeve van horeca, detailhandel of maatschappelijke doeleinden niet meer dan 14 meter met dien verstande dat een bouwaccent is toegelaten met een bouwhoogte van niet meer dan 20 meter waarbij sprake is van niet meer dan 5 bouwlagen.
In het gebied Bouwen-bouwlagen hoofdgebouw-3m-toegelaten is het aantal bouwlagen (exclusief de kap) van een hoofdgebouw is niet meer dan 3.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte hoofdgebouw in voorgevelrooilijn-7,5m-toegelaten is de bouwhoogte van een hoofdgebouw in de voorgevelrooilijn en de eerste 2,5 m daarachter niet hoger dan 7,5 m waarbij een borstwering ter grootte van maximaal 1 m niet wordt meegerekend.
In het gebied Bouwen-hoogte hoofdgebouw-vergund-toegelaten is, als geen hoogte is aangegeven met een omgevingsnorm, de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw niet meer dan toegelaten volgens de oorspronkelijk verleende omgevingsvergunning.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte specifiek watertoren-toegelaten bestaat de aanbouw/entree van de watertoren uit niet meer dan één bouwlaag met een bouwhoogte van niet meer dan 5 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte specifiek watertoren-toegelaten is de bouwhoogte van de liftschacht van de watertoren niet meer dan 41 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte specifiek watertoren-toegelaten is de bouwhoogte van de noodtrap van de watertoren niet meer dan 38 meter.
In het gebied Bouwen-afwijkende bouwhoogte serre-toegelaten mag een maximale bouwhoogte die van toepassing is op grond van dit artikel worden overschreden voor zover dat noodzakelijk is voor de bouw van een serre op de bovenste verdieping (penthouse).
De goothoogte en de inhoudsmaat van een hoofdgebouw, zoals aanwezig op het moment dat dit omgevingsplan voor een bouwperceel van toepassing wordt, mogen door het plaatsen van dakkapellen worden vergroot.
Als zich aan enige zijde van een gebouw één of meer dakkapellen, dakopbouwen of gelijksoortige bouwwerken bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de gevelbreedte wordt de goot- of boeiboord hoogte van de dakkapel als hoogste punt aangemerkt.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte hoofdgebouw verkeer en nuts-3m-toegelaten is de bouwhoogte van een hoofdgebouw ten dienste van verkeers- of verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-inhoud hoofdgebouw-50m3-toegelaten is de inhoud van een hoofdgebouw ten dienste van verkeers- of verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen niet meer dan 50 m3.
De inhoud van een hoofdgebouw is niet meer dan is aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-inhoud hoofdgebouw-norm.
De oppervlakte van een hoofdgebouw is niet meer dan is aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-oppervlakte hoofdgebouw-norm.
In het gebied Bouwen-kap hoofdgebouw-gebod wordt een hoofdgebouw afgedekt met een kap.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-dove gevel-gebod wordt de westgevel van de vrijstaande woning ter plaatse van de derde bouwlaag (zolder) als een dove gevel uitgevoerd en in stand gehouden.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-dove gevel-gebod-1 wordt de zuidwestelijke gevel van de woning (met uitzondering van de begane grond) als dove gevel uitgevoerd en in stand gehouden, teneinde een goed woon- en leefklimaat te waarborgen.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-dove gevel-gebod-2 wordt de kap en de zijgevel, gericht op de Rijksweg A2 als een dove gevel uitgevoerd en in stand gehouden.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-luwe gevel-gebod beschikt de woning over ten minste één gevel waar de geluidsbelasting (ten gevolge van de afzonderlijke geluidsbronnen) niet hoger is dan 48dB.
In het gebied Bouwen-woning-luwe gevel-gebod-1 beschikt elke woning over ten minste één gevel op de begane grond en de eerste verdieping waar de geluidsbelasting (ten gevolge van de afzonderlijke geluidsbronnen) niet hoger is dan 48dB.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-dove gevel-gebod-3 wordt de kap van een woning uitgevoerd als dove gevel.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-luwe gevel-gebod-3 beschikt de woning over ten minste één gevel op de begane grond en de eerste verdieping waar de geluidsbelasting (ten gevolge van de afzonderlijke geluidsbronnen) niet hoger is dan 48dB in de vorm van een transparant scherm.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-dove gevel-gebod-4 wordt de voorgevel van de verdieping uitgevoerd als dove gevel.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-geluidwering-gebod wordt bij loggia’s een gesloten borstwering van 1,80 meter boven vloerpeil toegepast en wordt in de loggia’s een geluidwerend plafond aangebracht.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-dove gevel-verbod-5 wordt de derde bouwlaag (boven 7,5 meter) van de hoofdgebouwen, met uitzondering van de niet geluidsbelaste zijde aan de noord-westzijde, uitgevoerd en in stand gehouden als dove gevel.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-beeldkwaliteit-toegelaten wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26, ten behoeve van het bouwen van een woning, alleen verleend als er naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een aanvaardbare beeldkwaliteit. De beoordeling of sprake is van een aanvaardbare beeldkwaliteit vindt plaats aan de hand van de beleidsregel Beleidsregels beeldkwaliteit en planontwikkeling Broekgraaf of diens rechtsopvolger zoals deze geldt ten tijde van het indienen van de aanvraag
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-stedenbouwkundige uitgangspunten-toegelaten wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 alleen verleend als er naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een aanvaardbare stedenbouwkundige kwaliteit. De beoordeling of sprake is van een aanvaardbare stedenbouwkundige kwaliteit vindt plaats aan de hand van de stedenbouwkundige uitgangspunten die zijn opgenomen in bijlage IV.
Het aantal woningen per locatie is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-aantal woningen-toegelaten-norm.
Het aantal woningen per bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-aantal woningen per bouwvlak-toegelaten-norm.
Voor zover in het gebied Bouwen-aantal woningen-bestaand280717-toegelaten het eerste lid niet van toepassing is , is het aantal woningen niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 28 juli 2017.
In het gebied Bouwen-aantal woningen-bestaand151209-toegelaten is het aantal woningen niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 15 december 2009.
Voor zover in het gebied Bouwen-woningen per bouwvlak-1-toegelaten het tweede lid niet van toepassing is, maximaal één woning per bouwvlak toegelaten.
In het gebied Bouwen-aantal woningen per bouwvlak-bestaand090311-toegelaten is het aantal woningen per bouwvlak niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 9 maart 2011.
In het gebied Bouwen-aantal woningen per bouwvlak-bestaand18012012-toegelaten is het aantal woningen per bouwvlak niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 18 januari 2012.
In het gebied Bouwen-aantal woningen per bouwvlak-bestaand01022012-toegelaten is het aantal woningen per bouwvlak niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 1 februari 2012.
In het gebied Bouwen-woningen-bestaand28072017-toegelaten zijn alleen woningen toegelaten die legaal en feitelijk aanwezig waren op 28 juli 2017.
In het gebied Bouwen-woningen per bouwperceel-1-toegelaten is per bouwperceel maximaal 1 woning toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningen per standplaats-1-toegelaten is per standplaats maximaal 1 woning toegelaten.
In het gebied Bouwen-woonschepen-bestaand28072017-toegelaten is het aantal woonschepen niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 28 juli 2017.
In het gebied Bouwen-aantal woningen-bestaand080602006-toegelaten is het aantal woningen niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 8 juni 2006.
In het gebied Bouwen-aantal woningen-bestaand01112007-toegelaten is het aantal woningen niet meer dan legaal en feitelijk aanwezig op 1 november 2007.
Het aantal aaneengebouwde woningen per locatie is niet meer dan toegelaten met de omgevingsnorm Bouwen-aantal aaneengebouwde woningen-toegelaten-norm.
Het aantal woningen en woonzorgeenheden is gezamenlijk niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-aantal woning en woonzorgeenheden-toegelaten-norm.
Het splitsen van een woning is verboden tenzij hiervoor uitdrukkelijk ruimte is op grond van de regels over het aantal woningen in dit artikel.
In het gebied Bouwen-aantal woningen specifiek gebied-toegelaten-norm is het aantal woningen niet meer dan 65.
In het gebied Bouwen-aantal woningen specifiek gebied-toegelaten-norm-1 is het aantal woningen niet meer dan 585.
In het gebied Bouwen-aantal woningen specifiek gebied-toegelaten-1 is het aantal woningen niet meer dan 585.
In het gebied Bouwen-aantal woningen specifiek gebied-toegelaten is het aantal woningen niet meer dan 65.
In het gebied Bouwen-dichtheid woningen-toegelaten worden alleen woningen gebouwd met een gemiddelde dichtheid van 26 woningen per ha met een maximum van 35 woningen per ha.
In het gebied Bouwen-woningtype vrijstaand-toegelaten zijn alleen vrijstaande woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype vrijstaand en twee-aaneengebouwd-toegelaten zijn alleen vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype twee-aaneengebouwd-toegelaten zijn alleen twee-aaneengebouwde woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype aaneengebouwd-toegelaten zijn alleen aaneengebouwde woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype gestapeld-toegelaten zijn alleen gestapelde woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype aaneengebouwd en gestapeld-toegelaten zijn alleen aaneengebouwde en gestapelde woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype vrijstaand, aaneen en twee-aaneengebouwd-toegelaten zijn alleen vrijstaande, aaneengebouwde en twee-aaneengebouwde woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype patiowoning-toegelaten zijn alleen patiowoningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-woningtype vrijstaand, aaneen en twee-aaneengebouwd met beperking-toegelaten zijn alleen vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen in rijen van niet meer dan 3 woningen toegelaten.
In het gebied Gebruik-woningtype woongebied Hoef en Haag-toegelaten zijn de volgende woningtypen toegelaten:
In het gebied Bouwen-woningtype gelijk-toegelaten blijft bij sloop en nieuwbouw van een woning de woningtypologie gelijk.
In het gebied Bouwen-woning-woningtype gestapeld-verbod zijn gestapelde woningen verboden.
In het gebied Bouwen-woningtype aaneengebouwd aantal-3-toegelaten zijn uitsluitend niet meer dan 3 aaneengebouwde woningen toegelaten.
In het gebied Bouwen-percentage woningcategorie-toegelaten-1 gelden de volgende regels voor het oprichten van woningen:
In het gebied Bouwen-afstand woning tot zijerfscheiding-toegelaten is de afstand van een woning tot de zijerfscheiding van een vrijstaande woning of een twee-aaneen gebouwde woning ten minste 3 meter en van een ander type woning aan de niet aaneengebouwde zijde ten minste 1,5 meter.
In het gebied Bouwen-afstand woning tot zijdelingse bouwperceelsgrens-toegelaten-1 is de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens bij een woning van het type:
In het gebied Bouwen-afstand woning tot zijdelingse bouwperceelsgrens-toegelaten-2 is de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens bij een woning van het type:
In het gebied Bouwen-afstand woning tot zijperceelgrens-toegelaten is de afstand van een vrijstaande of aaneengebouwde woning, aan de zijde waar de woning niet aaneengebouwd is, tot aan de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 meter. Dit geldt niet als de bestaande, legale afstand op 8 juni 2006 kleiner was. In dat geval geldt die afstand als het minimum.
In het gebied Bouwen-diepte gestapelde woning-4m-toegelaten is de bouwdiepte van een gestapelde woning niet meer dan 4 meter.
In het gebied Bouwen-diepte gestapelde woning-12m-toegelaten is de diepte van een gestapelde woning niet meer dan 12,0 meter.
In het gebied Bouwen-diepte niet-gestapelde woning-12m-toegelaten is de diepte van een niet-gestapelde woning niet meer dan 12 meter.
In het gebied Bouwen-diepte vrijstaande woning-16m-toegelaten is de diepte van een vrijstaande woning niet meer dan 16,0 meter.
De diepte van een twee-aaneengebouwde woning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-diepte twee-aaneengebouwde woning-toegelaten-norm.
De diepte van een aaneengebouwde woning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-diepte aaneengebouwde woning-toegelaten-norm of, als geen diepte is aangegeven, niet meer dan 10,0 meter.
In het gebied Bouwen-woning-oriëntatie entree-gebod wordt de entree van de woning gesitueerd in overeenstemming met de bestaande legale situatie op het tijdstip dat deze bepaling voor een locatie van toepassing is geworden.
In het gebied Bouwen-onderlinge afstand woonwagens-5m-toegelaten is de onderlinge afstand tussen de woonwagens tenminste 5 meter.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage gestapelde woning-100-toegelaten is het toegelaten bebouwingspercentage voor gestapelde woningen, in afwijking van artikel 4.186, eerste lid, 100%.
De goothoogte van een woning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte woning-toegelaten.
In het gebied Bouwen-goothoogte aaneengebouwde woning-6m-toegelaten is de goothoogte van een aaneengebouwde woning niet meer dan 6 meter.
De bouwhoogte van een woning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte woning-toegelaten.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte aaneengebouwde woning-10m-toegelaten is de bouwhoogte van een aaneengebouwde woning niet meer dan 10 meter.
De bouwhoogte van een gestapelde woning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte gestapelde woning-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte verhoogd-toegelaten mag de maximale bouwhoogte van een woning met 2 meter worden verhoogd ten behoeve van het toevoegen van een dakopbouw aan de achterzijde, waarbij de nok door de verhoging maximaal 2 meter naar achteren mag verschuiven. Dit is uitsluitend toegelaten in gebieden met een soepel (eenvoudig) niveau van toetsen van plannen als bedoeld in de beleidsregel Nota ruimtelijke kwaliteit. Voor de dakhelling moet worden aangesloten bij de oorspronkelijke kap.
De goothoogte van een woonwagen is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte woonwagen-toegelaten.
De bouwhoogte van een woonwagen is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte woonwagen-toegelaten.
In het gebied Bouwen-bouwlagen gestapelde woning-3-toegelaten is het aantal bouwlagen van een gestapelde woning niet meer dan 3.
In het gebied Bouwen-bouwlagen woning met bouwaccent-3-toegelaten is het aantal bouwlagen (exclusief de kap) van een woning niet meer dan 3, met dien verstande dat een bouwaccent is toegelaten met een bouwhoogte van niet meer dan 20 meter waarbij sprake is van niet meer dan 5 bouwlagen.
In zoverre in afwijking van het artikel 4.224, derde lid is in het gebied Bouwen-bouwaccent-toegelaten voor elke patiowoning hooguit één hoogteaccent toegelaten met een bouwhoogte van 6,5 meter over een oppervlakte van maximaal 33% van het bij het bouwperceel behorende bouwvlak.
In het gebied Bouwen-inhoud woning-800-toegelaten is de inhoud van een woning niet meer dan 800 m3.
In het gebied Bouwen-herbouw woning-toegelaten is het herbouwen van een woning alleen toegelaten als:
herbouw grotendeels plaatsvindt op de bestaande fundamenten;
de voorgevel van de her te bouwen woning geplaatst wordt in de voorgevelrooilijn;
de bouwzijde (vrijstaand of aaneengebouwd) van de her te bouwen woning niet afwijkt van de bouwzijde van de oorspronkelijke woning.
In het gebied Bouwen-binnenplaats-gebod heeft elke patiowoning een binnenplaats of binnenhof van ten minste 20 m2, gevormd door zijmuren van naburige dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige gebouwen.
Met het oog op het voorkomen van trillingshinder als gevolg van het nabij gelegen spoor worden in het gebied Bouwen—bouwmaterialen woning-toegelaten alle wanden van een woning uitgevoerd met steenachtige materialen.
In het gebied Bouwen-ligging bedrijfswoning buiten bouwvlak-verbod is het verboden een bedrijfswoning te bouwen buiten een bouwvlak.
In het gebied Bouwen-afstand bedrijfswoning tot perceelgrens-5m-toegelaten is de afstand van een bedrijfswoning tot de perceelsgrens tenminste 5 meter.
De goothoogte van een bedrijfswoning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte bedrijfswoning-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een bedrijfswoning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bedrijfswoning-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-inhoud bedrijfswoning-750m3 of bestaand-toegelaten is de inhoud van een bedrijfswoning is niet meer dan 750 m3 tenzij de feitelijk bestaande, legaal aanwezige inhoud op 28 juli 2017 meer was dan 750 m3. In dat geval geldt die bestaande, legale inhoud als het maximum.
De inhoud van een bedrijfswoning, inclusief bijbehorende bouwwerken, is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-inhoud bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk bij bedrijfswoning buiten bouwvlak-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning te bouwen buiten een bouwvlak.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerkbedrijfswoning achter voorgevel-<3m- voorgevel-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning te bouwen op minder dan 3 meter achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning.
De goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk bedrijfswoning-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bijbehorend bouwwerk bedrijfswoning-toegelaten-norm-norm.
De goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte vrijstaand bijbehorend bouwwerk bedrijfswoning-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte vrijstaand bijbehorend bouwwerk bedrijfswoning-toegelaten-norm.
Het gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-oppervlakte bijbehorend bouwwerk bedrijfswoning-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwpercentage_bijbehorende_bouwwerken_bedrijfswoning-50%-toegelaten is het bouwpercentage voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning niet meer dan 50% van het functievlak.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte erfafscheiding voor voorgevel bedrijfswoning-1m-toegelaten is de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding voor de voorgevel van een bedrijfswoning niet meer dan 1 meter.
pm
De goothoogte van een garagebox is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte garagebox-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een garagebox is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnormBouwen-bouwhoogte garagebox-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte garagebox-3m-toegelaten is het, in afwijking van artikel 4.260, toegelaten een garagebox te bouwen, met een bouwhoogte van niet meer dan 3m.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte kas en berging-2,5-toegelaten is de bouwhoogte van een hobbykas en een berging niet meer dan 2,5 meter.
In het gebied Bouwen-oppervlak nutsgebouw-20m2-toegelaten is het oppervlak van een gebouw ten behoeve van een openbare nutsvoorziening zoals een trafo, gasregelstation, abri en zendstation niet meer dan 20 m².
In het gebied Bouwen-goothoogte nutsgebouw-3m-toegelaten is de bouwhoogte van een nutsgebouw of abri niet meer dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte nutsgebouw-4m-toegelaten is de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een openbare nutsvoorziening zoals een trafo, gasregelstation, abri en zendstation niet meer dan 4 meter.
In het gebied Bouwen-goothoogte kiosk-aansluitend op bestaand01022012-toegelaten is de goothoogte en de bouwhoogte van een kiosk niet meer dan de goothoogte respectievelijk de bouwhoogte van de bebouwing die feitelijk en legaal aanwezig was op 1 februari 2012.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte klokkentoren-aansluitend op bestaand01022012-toegelaten is de bouwhoogte van een klokkentoren niet meer de bouwhoogte van de bebouwing die feitelijk en legaal aanwezig was op 1 februari 2012.
In het gebied Bouwen-maatvoering bijgebouw Het Bos 17-gebod wordt een bijgebouw gerealiseerd behorende bij de woning op het adres Het Bos 17 te Meerkerk, waarvan de oppervlakte niet meer is dan 100 m2, de goothoogte niet meer is dan 4 meter en de bouwhoogte niet meer is dan 7 meter.
In het gebied Bouwen-maatvoering bijgebouw wonen-toegelaten is een berging toegelaten ten behoeve van de woonfunctie waarvan de bouwhoogte niet meer is dan 5 meter.
In het gebied Bouwen-maatvoering abri en nutsgebouw is de goothoogte van een abri of een nutsgebouw niet meer dan 3 meter en de oppervlakte per gebouw niet meer dan 20 m2.
In het gebied Bouwen-aantal vrijstaande bijbehorende bouwwerken-2-toegelaten is het aantal vrijstaande bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw niet meer dan twee.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-bestaand28072017-toegelaten is het toegelaten gronden te gebruiken voor bijbehorende bouwwerken die feitelijk en legaal aanwezig waren op 28 juli 2017.
In het gebied gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk buiten bouwvlak->1-verbod is het verboden meer dan een bijbehorend bouwwerk te bouwen buiten een bouwvlak.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk buiten achtererfgebied-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen, anders dan in het achtererfgebied.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk niet achter hoofdgebouw-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen bij een aaneengebouwde woning, anders dan achter het hoofdgebouw.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk buiten bouwvlak of achtererfgebied-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen anders dan in het bouwvlak of het achtererfgebied.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk buiten bouwvlak-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen buiten een bouwvlak.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk buiten zij- en achtererf-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen anders dan in het zij- en achtererf.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov voorgevelrooilijn-<1m-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen op minder dan 1 meter achter de voorgevelrooilijn.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov voorgevel-<1m-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen op minder dan 1 meter achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) van het hoofdgebouw. Dit geldt niet voor zover er een afwijkende regel geldt over het bouwen van een specifiek type bouwwerk.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov voorgevel-<3m-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen op minder dan 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov zijperceelgrens-<1m-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen op minder dan 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk in aangewezen gebied-verbod is het verboden een bijhorend bouwwerk te bouwen op een strook grond met een horizontale diepte, vanaf de voorzijde van het bouwperceel, van 10 meter aan ten minste één zijde naast het hoofdgebouw als dat hoofdgebouw volgens artikel 4.217 vrijstaand of twee-aaneen moet worden gebouwd.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov voorgevel-<3m met uitzonderingen-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk, anders dan een overkapping, te bouwen op minder dan 3 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw, met dien verstande dat voor een hoekerker of erker aan de zijgevel geen afstand geldt tot de voorgevellijn, mits:
de horizontale diepte van de erker niet meer is dan 1,50 meter uit de gevel waaraan wordt uitgebouwd;
de breedte van de erker niet meer is dan 45% van de zijgevel waaraan wordt uitgebouwd;
de bouwhoogte van de erker niet meer is dan hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov voorgevel-<4m met uitzonderingen-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen op minder dan 4 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan van het hoofdgebouw gebouwd, met dien verstande dat een afstand van tenminste 3 meter is toegestaan op de hoek van een rijtje met meer aaneengeschakelde woningen.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov voorgevel aaneengebouw-<3m-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen op minder dan 3 meter van de voorgevelrooilijn van een aaneengebouwde woning.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov perceelgrens-<1m-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen op minder dan 1 meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrens.
Het artikel 4.232, zestiende lid geldt niet in het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk tov voorgevel-<1m-toegelaten.
De goothoogte van een bijbehorend bouwwerk is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk-toegelaten-norm.
De goothoogte van een bijbehorend bouwwerk binnen een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
De goothoogte van een bijbehorend bouwwerk buiten een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk buiten bouwvlak-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk-toegelaten-1 is de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk niet meer dan 3 meter dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter.
In het gebied Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk-toegelaten-2 is de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk is niet meer dan 0,3 meter boven de eerste verdieping (bovenkant vloer) van het hoofdgebouw met een maximum bouwhoogte van 4,5 meter.
In het gebied Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk-toegelaten-3 is de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk is niet meer dan 0,3 meter boven de eerste verdieping (bovenkant vloer) van het hoofdgebouw met een maximum bouwhoogte van 4 meter.
In het gebied Bouwen-goothoogte aangebouwd bijbehorend bouwwerk-toegelaten is de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.
In het gebied Bouwen-goothoogte aangebouwd bijbehorend bouwwerk-toegelaten-1 is de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter.
De goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een woning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-goothoogte vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij woning-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwwerk geen overkapping-3m-toegelaten is de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk, anders dan een overkapping, niet meer dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk geen overkapping-3m met uitzondering-toegelaten is de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk, anders dan een overkapping, niet meer dan 3 meter, met dien verstande dat de goothoogte van plat afgedekte daken niet meer is dan 4 meter.
In het gebied Bouwen-goothoogte bijbehorend bouwwerk bij aaneengebouwd-3m-toegelaten is de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een aaneengebouwde woning niet meer dan 3 meter.
De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bijbehorend bouwwerk-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte aangebouwd bijbehorend bouwwerk-toegelaten geldt het eerste lid niet voor de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw dat op grond van artikel 4.217 vrijstaand of twee-aaneen moet worden gebouwd. Hier geldt dat de bouwhoogte lager moet zijn dan het hoofdgebouw en dat de bouwvorm een ondergeschikt onderdeel uit moet maken van het hoofdgebouw.
De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk binnen een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bijbehorend bouwwerk binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk buiten een bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhooogte bijbehorend bouwwerk buiten bouwvlak-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk, anders dan een overkapping, is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bijbehorend bouwwerk geen overkapping-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een woning is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij woning-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte kap aangebouwd bijbehorend bouwwerk-toegelaten is de bouwhoogte van een kap op aangebouwd bijbehorend bouwwerk ten minste 2 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw, mits de dakhelling gelijk is aan de dakhelling van het hoofdgebouw.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte aangebouwd bijbehorend bouwwerk-toegelaten is de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter, met een maximum van 4 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bijbehorend bouwwerk bij aaneengebouwd-4,5m-toegelaten is de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een aaneengebouwde woning niet meer dan 4,5 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bijbehorend bouwwerk plat dak-4m-toegelaten is de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk, anders dan een overkapping, afgedekt met een plat dak, niet meer dan 4 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bijbehorend bouwwerk met kap-3,5m-toegelaten is de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk, voor zover afgedekt met een kap, niet meer dan 3,5 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 1 meter hoger is dan de goothoogte.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte kap bijbehorend bouwwerk-toegelaten dient de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk, voor zover afgedekt met een kap, gelijk te zijn aan de dakhelling van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de bouwhoogte ten minste 2 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw ligt.
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwvlakken, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, is per functievlak niet meer dan aangegeven met de omgevingsnormBouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken buiten bouwvlak-norm.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken-60m2 met uitzondering-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan 60 m2, tenzij het bebouwingsgebied groter is dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2. In dat geval is de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan 50 m2 vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2.
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is per functievlak niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken-normnorm.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorend bouwwerk buiten bouwvlak-25m2-toegelaten is de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer dan 25 m2.
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is per woning niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning-norm.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning buiten het bouwvlak-100m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, per woning niet meer dan 100 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken-volgens tabel-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd overkappingen, niet meer dan aangegeven in de onderstaande tabel.
In het gebied Bouwen-oppervlakte vrijstaande bijbehorende bouwwerken-75m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 75 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw-45m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw niet meer dan 45 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken achtererfgebied-100m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, voor zover gelegen in het achtererfgebied, niet meer dan 100 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken anders dan overkappingen-60m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, anders dan overkappingen, niet meer dan 60 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken achtererfgebied-50/75m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, zover gelegen in het achtererfgebied, niet meer dan:
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning-uitzondering-toegelate geldt het vijfde lid niet voor gestapelde woningen.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken buiten bouwvlak per hoofdgebouw-60m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, buiten het bouwvlak, per hoofdgebouw niet meer dan 60 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken per aaneengebouwde woning-60m2-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per aaneengebouwde woning niet meer dan 60 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bijbehorende bouwwerken achtererfgebied-100m2 met uitzondering-toegelaten is de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, voor zover gelegen in het achtererfgebied, niet meer dan 100 m2, tenzij bij het hoofdgebouw een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een (halfverdiepte) parkeergarage/parkeervoorziening wordt gebouwd.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken-50-toegelaten is het bebouwingspercentage per functievlak voor bijbehorende bouwwerken niet meer dan 50%.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken-50 met uitzondering-toegelaten is het bebouwingspercentage voor bijbehorende bouwwerken niet meer dan 50%, tenzij het bebouwingsgebied groter is dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2. In dat geval is de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan 50 m2 vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken buiten bouwvlak-50-toegelaten is het bebouwingspercentage per functievlak voor bijbehorende bouwwerken, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer dan 50%.
Het bebouwingspercentage per woning voor bijbehorende bouwwerken is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken per woning-norm.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken per bouwperceel-70-toegelaten is het bebouwingspercentage per bouwperceel voor bijbehorende bouwwerken niet meer dan 70%. Dit geldt niet bij gestapelde woningen.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken per bouwperceel buiten bouwvlak-70-toegelaten is het bebouwingspercentage per bouwperceel voor bijbehorende bouwwerken, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer dan 70%.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken achtererfgebied-50-toegelaten wordt het achtererfgebied voor maximaal 50% bebouwd met bijbehorende bouwwerken.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bijbehorende bouwwerken achtererfgebied-70 met uitzondering-toegelaten is het bebouwingspercentage per functievlak voor bijbehorende bouwwerken, voor zover gelegen in het achtererfgebied, niet meer dan 70%, tenzij bij het hoofdgebouw een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een (halfverdiepte) parkeergarage/parkeervoorziening wordt gebouwd.
In het gebied Bouwen-sloop/nieuwbouw bijbehorende bouwwerken-uitzondering zijn artikel 4.232, zesde lid en artikel 4.233, derde lid niet van toepassing bij sloop/nieuwbouw van bijbehorende bouwwerken, als het oppervlak aan vergunde bijbehorende bouwwerken op 28 juli 2017 meer was dan 75m2. In dat geval is het bebouwingspercentage 70% van dat bestaande oppervlak.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-onbebouwd-gebod dient een aaneengesloten oppervlakte van tenminste van 25m2 van het achtererfgebied onbebouwd en onoverdekt te blijven.
In het gebied Bouwen-erker-maatvoering-toegelaten gelden voor het bouwen van een erker de volgende voorwaarden:
de diepte van een erker is ten hoogste 1/3 van de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelgrens met een maximum van 1,5 meter;
de breedte van de erker is ten hoogste 2/3 van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw;
de goothoogte van een erker is niet meer dan 0,3 meter boven de eerste verdieping van het hoofdgebouw met een maximum bouwhoogte van 4 meter.
In het gebied Bouwen-erker-maatvoering-toegelaten-1 gelden voor het bouwen van een erker de volgende voorwaarden:
In het gebied Bouwen-erker-maatvoering-toegelaten-2 gelden voor het bouwen van een erker de volgende voorwaarden:
de breedte van een erker is ten hoogste 75% van de breedte van de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw;
de diepte van een erker is ten hoogste 1,50 meter vanaf de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw;
de bouwhoogte van een erker is ten hoogste de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw +0,25 meter.
In het gebied Bouwen-erker voorgevel-maatvoering-toegelaten gelden voor het bouwen van een erker of een entree, gebouwd aan de voorgevel, de volgende voorwaarden:
de diepte is niet meer dan 1 meter;
de breedte van de erker is niet meer dan 30% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, met een maximum van 3,5 meter;
bouwhoogte is niet meer dan de hoogte van het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
de afstand tot de voorste grens van het functievlak is niet minder dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-erker voorgevel-maatvoering-toegelaten-1 geldt voor een hoekerker of een erker aan de zijgevel geen afstand tot de voorgevellijn, mits:
In het gebied Bouwen-erker buiten bouwvlak-toegelaten is het toegelaten erkers te bouwen buiten het bouwvlak en vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, mits:
het bijbehorende bouwwerk wordt gebouwd tegen de voorgevel van het hoofdgebouw en de breedte maximaal ¾ van de breedte van die gevel bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter;
de horizontale diepte maximaal 1,5 meter bedraagt;
de horizontale diepte van de overblijvende grond tussen de erker en de openbare grond zoals bijvoorbeeld het trottoir of een groenvoorziening bedraagt minimaal 1,5 meter.
In het gebied Bouwen-erker buiten bouwvlak-toegelaten-1 is het toegelaten erkers te bouwen buiten het bouwvlak en vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, mits:
de overschrijding van het bouwvlak niet meer is dan 1,5 meter, met dien verstande dat niet meer dan 50% van de diepte van de gronden tussen de voorste bouwgrens en de gebruiksactiviteitgrens mag worden bebouwd;
de erker past in het profiel van de straat en het straatbeeld;
de breedte maximaal 2/3 van de gevelbreedte beslaat
de bouwhoogte niet meer is dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,30 meter.
In het gebied Bouwen-uitbouw-maatvoering-toegelaten gelden voor het bouwen van een uitbouw de volgende voorwaarden:
de breedte van een uitbouw is ten hoogste 75% van de breedte van de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw;
de diepte van een uitbouw is ten hoogste 1,5 meter vanaf de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw;
de bouwhoogte van een uitbouw is ten hoogste de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw +0,25 meter tot een maximum van 4 meter.
In het gebied Bouwen-erker hoek of zij-maatvoering-toegelaten geldt buiten het bouwvlak voor hoekerkers of erkers aan de zijgevel geen afstand tot de voorgevelrooilijn, mits:
In het gebied Bouwen-erker hoek of zij-maatvoering-toegelaten-1 geldt voor hoekerkers of erkers aan de zijgevel geen afstand tot de voorgevel of het verlengde daarvan, mits:
de diepte van een erker is niet meer dan 1,50 meter uit de gevel waaraan wordt uitgebouwd;
de breedte van de erker is niet meer dan 40% van de breedte van de zijgevel waaraan wordt gebouwd;
de bouwhoogte van een erker is niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan wordt uitgebouwd + 0,25 meter.
In het gebied Bouwen-ingangspartij-maatvoering-toegelaten is voor een aangebouwde ingangspartij een afstand van tenminste 3 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan toegestaan, als die niet meer dan 1,50 meter uit de zijgevel steekt.
In het gebied Bouwen-entree-maatvoering-toegelaten gelden voor het bouwen van een entree aan de voorgevel van het aangrenzende hoofdgebouw de volgende voorwaarden:
de bouwhoogte van een entree is niet meer dan de hoogte van het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
de breedte van een entree is niet meer dan 30% van de breedte van de bestaande voorgevel van het hoofdgebouw tot een maximum van 3,5 meter;
de diepte van een entree is niet meer dan 1 meter;
de afstand van de entree tot grens van het functievlak, waarop deze is gericht, is ten minste 3 meter.
In het gebied Bouwen-entree-maatvoering-toegelaten-1 gelden voor het bouwen van een entree of erker de volgende voorwaarden:
In het gebied Bouwen-dakhelling bijbehorend bouwwerk-60-toegelaten is de dakhelling van een kap van een bijbehorend bouwwerk niet meer dan 60 graden.
In het gebied Bouwen-dakhelling bijbehorend bouwwerk bij aaneengebouwd-60-toegelaten is de dakhelling van een kap van een bijbehorend bouwwerk bij een aaneengebouwde woning niet meer dan 60 graden.
Als, in het gebied Bouwen-afwijkende maten bijbehorend bouwwerk-toegelaten, de maat van een bijbehorend bouwwerk (goothoogte, bouwhoogte of gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op een bouwperceel) een maximum maat overschrijdt die geldt op grond van andere bepalingen in deze afdeling, dan geldt die feitelijke maat als maximum. Dit geldt alleen als die situatie legaal aanwezig was op het moment dat dit omgevingsplan voor een bouwperceel van toepassing wordt.
In het gebied Bouwen-bouwwerk ggz uitgezonderd terreinafscheiding-verbod is het verboden een bouwwerk, geen gebouw zijnde, anders dan een terreinafscheiding, te bouwen buiten het bouwvlak.
In het gebied Bouwen-afstand bouwwerk ggz tov zijerfgrens-<5m-verbod is het verboden een bouwwerk, geen gebouw zijnde, hoger dan 4 meter, te bouwen binnen een afstand van 5 meter van de zijdelingse bouwperceelgrens.
De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bouwwerk ggz-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bouwwerk ggz buiten bouwvlak-toegelaten-norm.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover er een afwijkende regel geldt over de bouwhoogte van een specifiek type bouwwerk.
De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, binnen het bouwvlak is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bouwwerk ggz binnen bouwvlak-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, anders dan een overkapping, is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte bouwwerk ggz geen overkapping-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwwerk ggz spoorwegverkeer-9m-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van de activiteiten bedoeld in artikel 4.79, niet meer dan 9 meter, gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bouwwerk ggz-specifiek-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak niet meer dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 1 meter is op een afstand van minder dan 3 meter achter de voorgevelrooilijn.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bouwwerken ggz tov voorgevellijn-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde:
voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw niet meer dan 1 meter;
achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw niet meer dan 2 meter.
Dit geldt niet voor zover er een afwijkende regel geldt over de bouwhoogte van een specifiek type bouwwerk.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bouwwerken ggz hoeksituaties-toegelaten is, in afwijking van het vorige lid, de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde in hoeksituaties:
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bouwwerken ggz rioolleiding-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.77, niet meer dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bouwwerken ggz rioolleiding-toegelaten-1 is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.77, niet meer dan 2,5 meter.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bouwwerken ggz buiten bouwvlak-30%-toegelaten is het bebouwingspercentage van het bouwwerkperceel, buiten het bouwvlak, voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 30%.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage bouwwerken ggz bouwperceel-50%-toegelaten is het bebouwingspercentage van het bouwwerkperceel voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 50%.
In het gebied Bouwen-overkapping buiten bouwvlak-verbod is het verboden een overkapping te bouwen buiten het bouwvlak.
In het gebied Bouwen-overkapping voor voorgevelrooilijn-verbod is het verboden een overkapping te bouwen voor de voorgevelrooilijn.
In het gebied Bouwen-overkapping voor voorgevellijn-verbod is het verboden een overkapping te bouwen voor de voorgevellijn.
In het gebied Bouwen-overkappingen per bouwperceel-1-toegelaten is maximaal 1 overkapping per bouwperceel toegelaten.
De bouwhoogte van een overkapping voor een jongerenontmoetingsplek is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte overkapping jop-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte overkapping anders dan tribune-3,0m-toegelaten is de bouwhoogte van een overkapping, niet zijnde een overkapping behorende bij een tribune, niet meer dan 3,0 m.
De bouwhoogte van een overkapping is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte overkapping-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-oppervlakte overkapping anders dan tribune-30m2-toegelaten is de oppervlakte van een overkapping, niet zijnde een overkapping behorende bij een tribune, niet meer dan 30 m2.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage overkapping-50%-toegelaten is de oppervlakte van een overkapping niet meer dan 50% van het functievlak.
In het gebied Bouwen-bebouwingspercentage overkapping achtererfgebied-50%-toegelaten is de oppervlakte van een overkapping niet meer dan 50% van het achtererfgebied.
In het gebied Bouwen-oppervlakte overkapping-30m2-toegelaten is de oppervlakte van een overkapping niet meer dan 30 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte overkapping jop-30m2-toegelaten is de oppervlakte van een overkapping voor een jongerenontmoetingsplek niet meer dan 30 m2.
In het gebied Bouwen-overkapping boven de voordeur-maatvoering-toegelaten voldoet een overkapping boven de voordeur aan de volgende voorwaarden:
In het gebied Bouwen-overkapping boven de voordeur-maatvoering-toegelaten-1 voldoet een overkapping boven de voordeur aan de volgende voorwaarden:
de breedte is niet meer dan 120% van de breedte van de entreepartij;
de diepte is niet meer dan 1 meter, gemeten uit de gevel waaraan wordt aangebouwd;
er wordt een open constructie zonder zijwanden toegepast;
de bouwhoogte is niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het gebouw waaraan wordt aangebouwd + 0,25 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte erfafscheiding-1m/2m-toegelaten is de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding:
In het gebied Bouwen-bouwhoogte erfafscheiding specifiek-toegelaten is de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding niet meer dan 2 meter, tenzij artikel 4.229, zestiende lid van toepassing is.
De bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte erfafscheiding toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte toegangspoort-2m-toegelaten is de bouwhoogte van een toegangspoort niet meer dan 2 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte erfafscheiding buiten bouwvlak-1m/2m-toegelaten is de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding buiten het bouwvlak:
De bouwhoogte van een speel- of sportvoorziening is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte sportvoorziening-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte antenne-10m-toegelaten is de bouwhoogte van een antenne niet meer dan 10 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte antenne-9m-toegelaten is de bouwhoogte van een antenne voor zover niet voor telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes niet meer dan 9 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte antenne telecom-15m-toegelaten is de bouwhoogte van een antenne ten behoeve van telecommunicatie niet meer dan 15 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte schotelantenne-6m-toegelaten is de bouwhoogte van een schotelantenne niet meer dan 6 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte geluidscherm-1,5-2m-toegelaten is de bouwhoogte van een geluidscherm ten minste 1,5 meter en niet meer dan 2 meter.
De bouwhoogte van een geluidscherm is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte geluidscherm-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een mast is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte mast-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een lichtmast is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte lichtmast-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een lamp is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte-lamp-toegelaten-norm.
De bouwhoogte van een vlaggenmast is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte-vlaggenmast-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte reclamemast-36m-toegelaten is de bouwhoogte van een reclamemast niet meer dan 36 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte signaleringsmast-40m-toegelaten is de bouwhoogte van een signalerings- of communicatiemast niet meer dan 40 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bovenleiding-15m-toegelaten is de bouwhoogte van bovenleidingen en masten niet meer dan 15 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte parkmeubilair-9m-toegelaten is de bouwhoogte van park- en straatmeubilair niet meer dan 9 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bouwwerk ggz anders dan bijbehorend bouwwerk-2m-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat geen bijbehorend bouwwerk is, niet meer dan 2 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte kunstobject-15m-toegelaten is de bouwhoogte van een kunstobject niet meer dan 15 meter.
De bouwhoogte van een brug is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte brug-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte waterwegvoorziening-15m-toegelaten is de bouwhoogte van een voorziening ten behoeve van de waterwegaanduiding en –geleiding niet meer dan 15,0 meter.
De bouwhoogte van een pergola is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte pergola-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte duiventil-5m-toegelaten is de bouwhoogte van een duiventil niet meer dan 5 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte sportatribuut-5m-toegelaten is de bouwhoogte van een doel of een ander sportattribuut niet meer dan 5,0 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte sportattribuut-7m-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde die direct verband houdt met de sportbeoefening niet meer dan 7 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte lichtmast veldverlichting-15m-toegelaten is de bouwhoogte van een lichtmast ten behoeve van veldverlichting niet meer dan 15 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte ballenvanger-toegelaten-norm is de bouwhoogte van een ballenvanger niet meer dan aangegeven met een omgevingsnorm.
De bouwhoogte van een tribune ten behoeve van sport is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-bouwhoogte tribune-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-oppervlakte tribune specifiek-toegelaten is de oppervlakte van een tribune niet meer dan 50 m2, tenzij de feitelijk bestaande, legaal aanwezige oppervlakte op 28 juli 2017 meer was dan 50 m2. In dat geval geldt die bestaande, legale oppervlakte als maximum.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte paal-9m-toegelaten is de bouwhoogte van een paal niet meer dan 9 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte basket-5m-toegelaten is de bouwhoogte van een basket niet meer dan 5 meter.
De afmeting van een gedenkteken op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen voldoet aan de afmetingen opgenomen in de tabel afmetingen gedenktekens die is opgenomen als bijlage III.
In het gebied Bouwen-paardenbakken per bouwvlak-1-toegelaten mag per bouwvlak maximaal 1 paardenbak worden gebouwd.
In het gebied Bouwen-oppervlakte paardenbak-800m2-toegelaten is de maximale oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800m2.
In het gebied Bouwen-paardenbak voor voorgevelrooilijn-verbod is het verboden een paardenbak te bouwen voor de voorgevelrooilijn van de woning.
In het gebied Bouwen-bouwdiepte tunnel-5m-toegelaten is de bouwdiepte van een tunnel of onderdoorgang niet meer dan 5 meter.
In het gebied Bouwen-vlonder-maatvoering-toegelaten gelden voor een vlonder de volgende maatvoeringseisen:
In het gebied Bouwen-diepte steiger-1m-toegelaten is de diepte van een steiger niet meer dan 1 meter uit de grens van de aangrenzende locatie waar artikel 4.101 van toepassing is.
In het gebied Bouwen-ligging steiger tov zijerfgrens-<0,5m-verbod is het verboden een steiger te bouwen binnen 0,5 meter van de zijerfscheiding.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte carport-3m-toegelaten is de bouwhoogte van een carport niet meer dan 3 meter.
De oppervlakte van een carport is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm Bouwen-oppervlakte carport-toegelaten-norm.
In het gebied Bouwen-carport achter voorgevel-toegelaten is een carport alleen toegelaten in het gebied achter de voorgevellijn, dan wel gelijk grenzend aan de voortuin.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte carport specifiek-3m-toegelaten is de bouwhoogte van een carport bij een aaneengebouwde woning, achter de voorgevellijn, dan wel gelijk grenzend aan de voortuin, niet meer dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-oppervlakte carport specifiek-3m-toegelaten is de oppervlakte van een carport bij een aaneengebouwde woning, achter de voorgevellijn, dan wel gelijk grenzend aan de voortuin, niet meer dan 20 m2.
In het gebied Bouwen-oppervlakte carport-15m2-toegelaten is de oppervlakte van een carport niet meer dan 15 m2.
In het gebied Bouwen-carport-oppervlakte afwijkend-toegelaten mag de oppervlakte, bedoeld in artikel 4.186, worden vermeerderd met 15m2 ten behoeve van een carport.
In het gebied Bouwen-oppervlakte bouwwerk ggz nutsvoorziening-toegelaten is de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor nutsvoorzieningen niet meer dan 15m2.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte bouwwerk ggz nutsvoorziening-toegelaten is de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor nutsvoorzieningen niet meer dan 4 meter.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte kunstobject-10m-toegelaten is de bouwhoogte van een kunstobject niet meer dan 10 meter.
In het gebied Bouwen-dakterras op carport-toegelaten is bovenop een carport een dakterras toegelaten met een hekwerk of ommuring met een bouwhoogte van niet meer dan 1,20 meter, te meten vanaf de vloer van het dakterras.
De afmeting van een gedenkteken op een begraafplaats in het gebied Aanwijzing - begraafplaatsen voldoet aan de afmetingen opgenomen in de tabel afmetingen gedenktekens die is opgenomen als bijlage III.
YY
Subparagraaf 4.3.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZ
Subparagraaf 4.3.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAA
Subparagraaf 4.3.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
Paragraaf 4.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het gebied Bouwen-verbod is het verboden te bouwen.
In het gebied Bouwen-anders dan voor waterkering-verbod is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten bedoeld in artikel 4.95.
In het gebied Bouwen-anders dan voor waterkering-verbod-1 is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten bedoeld in artikel 4.95 als daarbij de bodem wordt geroerd.
In het gebied Bouwen-anders dan voor waterkering-verbod-2 is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten bedoeld in artikel 4.95 tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande legale bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
In het gebied Bouwen-anders dan voor waterkering-verbod-3 is het verboden te bouwen ten behoeve van de activiteit, bedoeld in artikel 4.95, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit is verleend op grond van de Waterschapsverordening.
In het gebied Bouwen-anders dan voor rioolleiding-verbod is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.77.
In het gebied Bouwen-anders dan voor rioolleiding-verbod is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.77, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande legale bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
In het gebied Bouwen-anders dan voor waterleiding-verbod-1 is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.96, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande legale bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
In het gebied Bouwen-bouwwerk anders dan vervangend-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
In het gebied Bouwen-archeologie1b-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm, en
In het gebied Bouwen-archeologie2a-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 30 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm, en
In het gebied Bouwen-archeologie2b-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 30 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 150 cm, en
In het gebied Bouwen-archeologie3-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm.
In het gebied Bouwen-archeologie4a-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 250 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm.
In het gebied Bouwen-archeologie4b-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 250 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 150 cm.
In het gebied Bouwen-archeologie5a-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm.
In het gebied Bouwen-archeologie5b-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper de top van de ongeroerde waterbodem.
In het gebied Bouwen-archeologie6-verbod is het verboden te bouwen tenzij het bouwplan betrekking heeft op:
vervanging van bestaande legale bouwwerken waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; of
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 10.000 m2;
een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm of de top van de ongeroerde waterbodem.
In het gebied Bouwen-anders dan voor waterberging-verbod is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.94, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande legale bouwwerken, waarbij de waterbergingscapaciteit niet vermindert.
In het gebied Bouwen-waterberging-verbod is het verboden te bouwen voor activiteiten bedoeld in artikel 4.94.
In het gebied Bouwen-anders dan voor waterberging-verbod-1 is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.94, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande legale bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid.
In het gebied Bouwen-recreatie Hoef en Haag-verbod is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.51 en artikel 4.92. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.51 en artikel 4.92, wordt alleen gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met een vergunning als bedoeld in artikel 4.153 of artikel 4.143.
In het gebied Bouwen-waterstaatkundige beschermingszone-verbod is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.97. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.97, is het verboden te bouwen met uitzondering van bouwwerken voor het waterbeheer en vlonders als bedoeld in artikel 4.92.
In het gebied Bouwen-waterstaatkundige beschermingszone-verbod-1 is het verboden te bouwen voor andere activiteiten dan de activiteiten, bedoeld in artikel 4.97, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande legale bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid.
In het gebied Bouwen-water-verbod is het verboden te bouwen, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde die noodzakelijk zijn voor de waterbeheersing of de verbinding der oevers.
In het gebied Bouwen-bouwwerk aan steiger-verbod is het verboden een bouwwerk op of aan een steiger te bouwen.
In het gebied Bouwen-gebouw-verbod is het verboden een gebouw te bouwen.
In het gebied Bouwen-woning-verbod is het verboden een woning te bouwen.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-verbod is het verboden een hoofdgebouw te bouwen.
In het gebied Bouwen-gebouw voor gasleiding-verbod is het verboden een bouwwerk te bouwen anders dan ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.45.
In het gebied Bouwen-gebouw voor rioolleiding-verbod is het verboden een gebouw te bouwen ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.77.
In het gebied Bouwen-gebouw voor waterkering-verbod is het verboden een gebouw te bouwen ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.95.
In het gebied Bouwen-gebouw-waterleiding-verbod is het verboden een gebouw te bouwen ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.96.
In het gebied Bouwen-gebouw-waterstaatkundige beschermingszone-verbod is het verboden een gebouw te bouwen ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.97.
In het gebied Bouwen-gebouw-agrarisch-verbod is het verboden een gebouw te bouwen ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.138.
In het gebied Bouwen-gebouw met uitzondering-verbod is het verboden een gebouw te bouwen, met uitzondering van hobbykassen en gereedschapsschuurtjes/bergingen.
In het gebied Bouwen-gebouw anders dan uitbouw-verbod is het verboden een gebouw te bouwen met uitzondering van een uitbouw.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw uitbreiden-verbod is het verboden een hoofdgebouw uit te breiden, behalve door middel van aan- en uitbouwen.
In het gebied Bouwen-gebouw anders dan erker-verbod is het verboden een gebouw te bouwen, met uitzondering van een erker.
In het gebied Bouwen-gebouw anders dan berging-verbod is het verboden een gebouw te bouwen anders dan een berging als bedoeld in artikel 4.230, twaalfde lid.
In het gebied Bouwen-gebouw anders dan balkon of entree-verbod is het verboden een gebouw te bouwen, met uitzondering van balkons of entrees behorende bij de hoofdgebouwen die op aangrenzende gronden zijn toegelaten.
In het gebied Bouwen-gebouw met uitzondering-verbod-1 is het verboden een gebouw te bouwen, met uitzondering van abri’s en nutsgebouwen.
In het gebied Bouwen-overkapping-verbod is het verboden een overkapping te bouwen.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk geen overkapping-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk, anders dan een overkapping, te bouwen.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk specifiek-verbod is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen ter plaatse van gronden die aansluiten op het oppervlaktewater over een brede van 1,0 meter gemeten vanaf de waterlijn.
In het gebied Bouwen-vrijstaand bijbehorend bouwwerk-verbod is het verboden een vrijstaand bijbehorend bouwwerk te bouwen.
In het gebied Bouwen-uitbouw-verbod is het verboden een uitbouw te bouwen.
In het gebied Bouwen-bouwwerk ggz specifiek-verbod is het verboden een bouwwerk, geen gebouw zijnde te bouwen ter plaatse van gronden die aansluiten op het oppervlaktewater over een breedte van 1,0 meter gemeten vanaf de waterlijn.
Het eerste lid geldt niet voor vlonders en terrassen, mits de maximum hoogte niet meer is dan 0,50 meter gemeten vanaf het zomerpeil van het water, zoals aangegeven in onderstaande afbeelding.
In het gebied Bouwen-pergola-verbod is het verboden een pergola te bouwen.
In het gebied Bouwen-carport-verbod is het verboden een carport te bouwen.
In het gebied Bouwen-bouwwerk ggz anders dan voor water-verbod is het verboden een bouwwerk, geen gebouw zijnde te bouwen anders dan een bouwwerk, geen gebouw zijnde die noodzakelijk is voor de waterbeheersing of de verbinding van oevers.
In het gebied Bouwen-bouwwerk ggz anders dan voor water-verbod-1 is het verboden een bouwwerk, geen gebouw zijnde te bouwen behalve een bouwwerk ten behoeve van de aanleg, instandhouding en bescherming van ondergrondse en bovengrondse watergangen met een bouwhoogte van maximaal 2,5 meter.
CCC
Subparagraaf 4.3.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, kan het bevoegd gezag voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26, als het op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 22.35, aanhef en onder j en/of andere bij hem bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel is, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
In het gebied Bouwen-vergunningvrij-uitzondering waterbeheer is artikel 22.27 niet van toepassing.
In het gebied Bouwen-vergunningvrij-uitzondering groenblauw is artikel 22.27 niet van toepassing.
[Gereserveerd]
In het gebied Bouwen-erfafscheiding-afwijkende voorwaarden-vergunningplicht wordt, in zoverre in afwijking op overige regels in dit omgevingsplan over het bouwen, de omgevingsvergunning voor een erfafscheiding verleend als:
In het gebied Bouwen-woning-afwijkende voorwaarden-vergunningplicht wordt, in zoverre in afwijking van overige regels in dit omgevingsplan over bouwen, een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 voor een woning verleend als:
in het gebied maximaal één vrijstaande woning wordt gebouwd;
de woning wordt gebouwd in danwel niet meer dan 2 meter achter het verlengde van de voorgevelrooijlijn van de zuidwestelijk geprojecteerde woningen;
de goothoogte niet meer is dan 6,5 meter;
de nokhoogte niet meer is niet meer dan 10,0 meter;
de bouwdiepte van het hoofdgebouw niet meer is dan 12 meter;
de inhoud van de woning niet meer is dan 750 m3;
een bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd minimaal 3 meter achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) van de woning;
de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk is maximaal 3 meter;
de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk is maximaal 4,5 meter;
het gezamenlijk grondoppervlak aan bijbehorende bouwwerken is ten hoogste 50% van het gebied [pm] met een maximum van 75 m².
naar het oordeel van het bevoegd gezag:
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
het bouwvoornemen milieutechnisch aanvaardbaar is;
het bouwvoornemen waterhuishoudkundig aanvaardbaar is;
het bouwvoornemen stedenbouwkundig en architectonisch inpasbaar is;
het bouwvoornemen economisch uitvoerbaar is waaronder zekerstelling van de kosten.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw alleen verleend:
in het gebied Bouwen-geluidgevoelig gebouw-vergunningplicht-1: als de omgevingsvergunning er niet toe leidt dat de in de volgende tabel opgenomen aantallen worden overschreden voor geluidgevoelige gebouwen als gevolg van rijkswegen;
in het gebied Bouwen-geluidgevoelig gebouw-vergunningplicht-2: als de omgevingsvergunning er niet toe leidt dat de in de volgende tabel opgenomen aantallen worden overschreden voor geluidgevoelige gebouwen als gevolg van rijkswegen:
als het geluidgevoelige gebouw op alle bouwlagen, met uitzondering van de kapconstructie, beschikt over minimaal één geluidluwe gevel, waar het geluid van alle te onderscheiden geluidbronsoorten de standaardwaarde, zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, niet overschrijdt;
in het gebied Bouwen-geluidgevoelig gebouw-niet-geluidgevoelige gevel: sprake is van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, bedoeld in artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbij maximaal twee niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen per geluidgevoelig gebouw zijn toegestaan.
Het eerste lid geldt niet als bij het betreffende geluidgevoelige gebouw:
wordt voldaan aan de standaardwaarde van 50 dB, bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals bepaald overeenkomstig bijlage IVe van de Omgevingsregeling; of
het geluid op geen enkele gevel hoger is dan de waarden uit XX4, lid 1, zoals bepaald overeenkomstig bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, waarbij op het resultaat van de berekening of meting overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder een aftrek mag worden toegepast.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.278 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een akoestisch rapport waaruit blijkt:
dat wordt voldaan aan de grenswaarde(n), bedoeld in de tabel in artikel 4.278; en
wat de waarde is voor het gezamenlijke geluid, bedoeld in artikel 3.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
In het gebied Bouwen-parkeren Broekgraaf-vergunningplicht wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 voor een gebouw alleen verleend als er, gelet op de omvang of het gebruik van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto’s in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.
Het eerste lid is niet van toepassing als naar het oordeel van het bevoegd gezag is voldaan aan het derde lid en:
Het eerste lid wordt alleen buiten toepassing gelaten als bedoeld in het tweede als er naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Bij de beoordeling of voldaan is aan het tweede lid maakt het bevoegd gezag gebruik van de beleidsregel ‘Nota parkeernormen’ van 9 juni 2022, of diens rechtsopvolger. Als geen beleidsregels van toepassing zijn, gelden de actuele CROW kencijfers.
In het gebied Bouwen-parkeren-vergunningplicht wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 alleen verleend als het bouwplan voorziet in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende gronden.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover daar naar het oordeel van het bevoegd gezag van moet worden afgeweken. Bij dit oordeel is artikel 3.3.1 en 3.3.2 van het Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren van de gemeente Vijfheerenlanden, dat op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel is van dit omgevingsplan, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bevoegd gezag de vergunning verleent als aan de criteria, genoemd in die bepalingen, wordt voldaan.
Bij de beoordeling of voldaan is aan het tweede lid wordt bepaald met inachtneming van door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Indien er geen beleidsregels aanwezig zijn, gelden de actuele CROW kencijfers. Zijn er wel beleidsregels en wijzigen deze gedurende de planperiode dan gelden de gewijzigde regels. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode wijzigen, gelden de gewijzigde regels.
[Gereserveerd]
In het gebied Bouwen-beeldkwaliteit Broekgraaf-vergunningplicht wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 alleen verleend als er naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een aanvaardbare beeldkwaliteit. De beoordeling of sprake is van een aanvaardbare beeldkwaliteit vindt plaats aan de hand van de beleidregel Beleidsregels beeldkwaliteit en planontwikkeling Broekgraaf of diens rechtsopvolger zoals deze geldt ten tijde van het indienen van de aanvraag.
[Gereserveerd]
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.281 kunnen voorschriften worden verbonden over de maatvoering van parkeervoorzieningen als dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk.
DDD
Subparagraaf 4.3.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
Voor zover voor een activiteit, bedoeld in deze subparagraaf, geen vergunning vereist is als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan, is artikel 3.1.2 van het Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren van de gemeente Vijfheerenlanden, dat op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel is van dit omgevingsplan, van overeenkomstige toepassing voor een omgevingsvergunning als bedoeld in deze subparagraaf.
Het eerste lid is niet van toepassing in het gebied Bouwen-parkeerregeling Broekgraaf.
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
In het gebied Bouwen-verdichtingsvelden Nieuwe Hollandse Waterlinie-vergunningplicht wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in deze subparagraaf in elk geval alleen verleend als wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals benoemd in bijlage IV Kernkwaliteiten Nationaal Landschap en Culemborgerwaard.
In het gebied Bouwen-overige voorzieningen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in deze afdeling over de locatie of de maatvoering of locatie van bouwwerken.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op een bouwwerk ten behoeve van een of meer van de volgende voorzieningen:
deze voorzieningen redelijkerwijs niet kunnen worden ondergebacht in nabij gelegen bebouwing;
de inhoud van een gebouw niet meer is dan 60 m3;
de goothoogte van een gebouw niet meer is dan 3 meter;
de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde niet meer is dan 10 m2;
de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde niet meer is dan 4 meter.
In afwijking van het tweede lid geldt:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover een bouwwerk is toegelaten op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
In het gebied Bouwen-nutsvoorziening-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk voor nutsvoorzieningen te bouwen als daarbij wordt afgeweken van overige bepalingen in deze afdeling.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
het gaat om een niet voor bewoning bestemd bouwwerk voor nutsvoorzieningen, zoals een gasdrukregelstation, wachthuisje, bewaarplaats van huisvuilcontainers of transformatorhuisje, maar niet zijnde een verkooppunt voor motorbrandstoffen;
de oppervlakte niet meer is dan 30 m²;
de bouwhoogte niet meer is dan 3 meter;
dit naar het oordeel van het bevoegd gezag ruimtelijk inpasbaar is gelet op:
de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen;
de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken;
de verkeersveiligheid;
de sociale veiligheid;
het gewenste voorzieningenniveau;
het milieu;
de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de grond, dan wel de mogelijkheid van herstel van die waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt verkleind en de overige belangen niet onevenredig worden geschaad;
de verkeersaantrekkende werking naar het oordeel van het bevoegd gezag in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving.
In het gebied Bouwen-woning-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te bouwen waarbij wordt afgeweken van de regels in paragraaf 4.3.2.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de voorgevel van de hoofdbouw wordt gebouwd in de voorgevelrooilijn van de woningen aan de Willem de Zwijgerstraat 11 en 12, waarbij de erker deze rooilijn overschrijdt om te waarborgen dat het hoofdgebouw en de goten van de bestaande ernaast gelegen woningen en de nieuwe woning met elkaar stroken;
de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens van de woningen aan de Willem de Zwijgerstraat 12 minimaal 6,15 meter is;
de maximale breedte van het hoofdgebouw 12 meter bedraagt;
de maximale diepte van het hoofdgebouw 12 meter bedraagt;
de maximale breedte van het perceel 23,15 meter bedraagt,gerekend vanaf de perceelsgrens van de woning aan de Willem de Zwijgerstraat 12;
op de laatste 5 meter van het perceel, bedoeld onder e, niet gebouwd wordt, behalve ten behoeve van een erker, waarbij deze gronden worden gebruikt als tuin;
de goothoogte niet meer is dan 5,2 meter (goothoogte is gelijk aan de hoogte van de buren);
de bouwhoogte niet meer is dan 7,5 meter;
de ruimte tussen de woning en de parkeerstrook aan Oud Schaik onbebouwd blijft;
voor geluid van wegen wordt voldaan aan paragraaf 5.1.4.2a van het Besluit kwaliteit leefomgeving; de waterhuishouding niet verstoord wordt.
In het gebied Bouwen-in water-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen als daarbij wordt afgeweken van een of meer van de volgende bepalingen:
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als het belang van de waterhuishouding met betrekking tot de waterkwantiteit en waterkwaliteit naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt aangetast.
Voor de beoordeling of wordt voldaan aan het tweede lid wint het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies in van de waterbeheerder.
In het gebied Bouwen-bouwwerk jop-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in deze afdeling.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit omgevingsplan over het bouwen in een bouwvlak.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de afwijking niet meer is dan 3 meter;
het bouwvlak niet met meer dan 10% wordt vergroot;
de afwijking naar het oordeel van het bevoegd gezag van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken of noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein;
naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
In het gebied Bouwen-bouwen buiten bouwvlak tbv verkaveling-vergunningplicht wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid ook verleend voor zover dat naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is ten behoeve van een andere verkaveling.
In het gebied Bouwen-gebouw buiten bouwvlak-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.195 buiten het bouwvlak gebouwen te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
het gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak niet meer is dan 100 m2;
er wordt gebouwd ten behoeve van mindervaliden en mantelzorg;
het bouwperceel hierdoor niet voor meer dan 60% wordt bebouwd;
de goothoogte niet meer is dan 3 meter;
de bouwhoogte niet meer is dan 4,5 meter.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw buiten bouwvlak-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.202, een hoofdgebouw buiten het bouwvlak te bouwen.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw buiten bouwvlak-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
de overschrijding van het bouwvlak uitsluitend aan de achterzijde plaatsvindt;
er een minimale tuindiepte resteert van 10 meter gemeten vanuit de nieuwe (achter)gevel;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw-buiten bouwvlak-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
de overschrijding van het bouwvlak uitsluitend aan de achterzijde plaatsvindt;
er een minimale tuindiepte resteert van 10 meter gemeten vanuit de nieuwe (achter)gevel;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad.
In het gebied Bouwen-gebouwen buiten bouwvlak-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.193, eerste lid.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
er voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning gebouwen zijn gesloopt in het gebied, bedoeld in het eerste lid, die waren gebouwd op grond van een rechtsgeldige (omgevings)vergunning voor een bouwactiviteit;
de inhoud van de gebouwen, die op grond van dit artikel worden gebouwd, niet meer is dan 50% van de inhoud van de gesloopte gebouwen;
niet meer dan 50% van de inhoud van de gesloopte gebouwen wordt teruggebouwd.
In het gebied Bouwen-herbouw woning op andere locatie-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van Artikel 4.226, een woning op een andere dan de oorspronkelijke locatie te herbouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw bij perceelgrens-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen op een afstand tot de perceelsgrens die kleiner is dan is toegelaten volgens artikel 4.219.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag:
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw bij zijerfgrens-vergunningplichtBouwen-hoofdgebouw bij zijerfgrens-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen op een afstand tot de zijerfgrens die kleiner is dan is toegelaten volgens artikel 4.202 of artikel 4.219.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag:
het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad;
gemeentelijke plankosten en nadeelcompensatie zijn gewaarborgd.
In het gebied Bouwen-hoofdgebouw bij zij- of achtererfgrens-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen op een afstand tot de zij- of achtererfgrens die kleiner is dan is toegelaten volgens artikel 4.202.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag:
het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad;
gemeentelijke plankosten en nadeelcompensatie zijn gewaarborgd.
In het gebied Bouwen-bedrijfsgebouw bij perceelgrens-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijfsgebouw te bouwen op een afstand tot de perceelsgrens die kleiner is dan is toegelaten volgens artikel 4.201.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-luifel voor voorgevelrooilijn-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een luifel te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in deze afdeling over het bouwen voor de voorgevelrooilijn.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de aanvraag betrekking heeft op de bouw van een luifel aan de voorgevel van een hoofdgebouw dat geen woning is;
de overschrijding van de voorgevellijn niet meer is dan 2 meter;
de bouwhoogte van de luifel niet meer mag is dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw;
er naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
In het gebied Bouwen-vluchtwegen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in dit omgevingsplan over het bouwen van (hoofd)gebouwen binnen een bouwvlak.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als dat naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is ten behoeve van de realisatie van brand- en vluchtwegvoorzieningen aan het gebouw.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit omgevingsplan over de maten van bouwwerken.
De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed.
In het gebied Bouwen-bouwwerk ggz nutsvoorziening-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk voor nutvoorzieningen te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in deze afdeling over de maatvoering van bouwwerken.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de aanvraag betrekking heeft op een openbaar nutsgebouw, wachthuisje ten behoeve van openbaar vervoer, een gebouw ten behoeve van de bediening van een kunstwerk, een toiletgebouw of een naar aard daarmee gelijk te stellen gebouw;
de inhoud van het gebouw is niet meer dan 50 m3;
de bouwhoogte is niet meer dan 3,5 meter;
naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
In het gebied Bouwen-diepte hoofdgebouw-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen met een diepte groter dan is toegelaten volgens artikel 4.202.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit omgevingsplan over de inhoud van een (bedrijfs)woning.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-oppervlakte bedrijfsgebouwen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning bedrijfsgebouwen te bouwen met een gezamenlijke oppervlakte groter dan is toegelaten volgens artikel 4.201, achtste lid , al dan niet met een verhoging van de toegelaten goot- en/of bouwhoogte ten opzichte van de bestaande legale goot- en/of bouwhoogte op 22 oktober 2013.
De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
het bebouwd oppervlakte met niet meer dan 15% wordt vergroot;
door de aanvrager is aangetoond dat verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein redelijkerwijs niet mogelijk is;
door de aanvrager is aangetoond dat de uitbreiding noodzakelijk is voor het behoud van de continuïteit van het bedrijf;
de verkeersaantrekkende werking niet toeneemt;
er geen sprake is van een vergroting van de milieubelasting op de omgeving;
er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
voor zover sprake is van een toename van de bouw- en/of goothoogte:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen voor zover dat in strijd is met Artikel 4.233.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
het gaat om het verhogen van de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken in de nabijheid van cultuurhistorische bebouwing of bij een cultuurhistorisch gebied (bijv. lintbebouwing);
de bouwhoogte niet meer is dan 6 meter;
de overschrijding wenselijk is in verband met een verbetering van de aanwezige cultuurhistorische waarden op het perceel of de cultuurhistorische waarden van het gebied;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed, waarbij, voor zover relevant, in het advies aandacht wordt gevraagd voor cultuurhistorische bebouwing op het perceel.
In het gebied Bouwen-bouwhoogte dakkapel of dakopbouw-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in dit omgevingsplan over bouwhoogte.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-bouwhoogte dakkapel of dakopbouw-vergunningplicht-1 is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in dit omgevingsplan over bouwhoogte.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-kap op bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van Artikel 4.233, een kap op een bijbehorend bouwwerk te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-hoogte kunstobject-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een kunstobject te bouwen dat hoger is dan toegelaten volgens Artikel 4.243.
In het gebied Bouwen-hoogte kunstobject-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
In het gebied Bouwen-hoogte kunstobject-vergunningplicht-3 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid, voor een kunstobject met een hoogte van meer dan 5 meter, verleend als:
In het gebied Bouwen-goothoogte bijzondere architectuur-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen als daarbij wordt afgeweken van regels in dit omgevingsplan over goothoogte.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-ondergronds-vergunningplicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning ondergronds te bouwen dat dieper is dan toegelaten volgens artikel 4.190.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-bouwwerk in molenbiotoop-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.187, tweede lid, een bouwwerk te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de beheerder van de molen.
In het gebied Bouwen-bouwwerk in molenbiotoop is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.187, derde lid, een bouwwerk te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-gebouw in molenbiotoop-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.194, zevende lid, een gebouw te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de maximale hoogte niet meer is volgens de overigens voor de betreffende gronden geldende regels is toegelaten; en
uit onderzoek is gebleken dat de windbelemmering niet dusdanig wijzigt dat de betreffende molen onvoldoende kan functioneren of anderszins blijvend onevenredig in zijn waarde wordt geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van een molendeskundige
In het gebied Bouwen-vermeerderen woningen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.215, het aantal woningen te vermeerderen.
In het gebied Bouwen-vermeerderen woningen-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
de extra woningen worden gerealiseerd binnen het bouwvlak;
de extra woningen worden gerealiseerd binnen de bestaande karakteristieke bebouwing;
bijbehorende bouwwerken in een monument alleen worden bewoond indien dat voor de instandhouding van het monument noodzakelijk is;
het aantal woningen maximaal 3 bedraagt;
woningen een minimale inhoud hebben van 250 m3;
de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer is dan 75 m2 per woning met dien verstande dat het meerdere aan bijgebouwen en overkappingen wordt gesloopt, tenzij het een monument betreft;
er sprake is van een goede respectievelijk aantoonbare verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied;
de aanwezige cultuurhistorische karakteristiek niet wordt aangetast;
omliggende (agrarische-) bedrijven niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;
de uitvoerbaarheid van de vergunning is gewaarborgd.
In het gebied Bouwen-vermeerderen woningen-vergunningplicht-3 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
Voor zover in het gebied Bouwen-vermeerderen woningen-advies-1 een vergunning als bedoeld in het tweede lid betrekking heeft op een monument wint het bevoegd gezag bij het verlenen van de omgevingsvergunning advies in van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed.
Bij het verlenen van een vergunning in het gebied Bouwen-vermeerderen woningen-advies-2 wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed over een beoordeling als bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder c.
In het gebied Bouwen-aantal woningen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning woningen te bouwen boven het aantal dat is toegelaten volgens artikel 4.215.
In het gebied Bouwen-aantal woningen-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als het totaal aantal woningen niet meer is dan 180 en naar het oordeel van het bevoegd gezag:
is aangetoond dat er behoefte is aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling en, indien die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien;
geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- leefklimaat van de nabijgelegen gronden en bouwwerken optreedt;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt geschaad;
de parkeerbehoefte wordt opgelost binnen het gebied Bouwen-aantal woningen-vergunningplicht-1;
voldaan wordt aan de kaders uit het Beeldkwaliteitplan De Weide II dat is opgenomen in bijlage pm.
In het gebied Bouwen-aantal woningen-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als het totaal aantal woningen niet meer is dan 1250 en naar oordeel van het bevoegd gezag:
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.235, artikel 4.236, artikel 4.238 of artikel 4.260, een bijbehorend bouwwerk te bouwen.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
het gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer is dan 150 m2;
de bebouwing maximaal 50% bedraagt van het functievlak;
het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in eerste lid verleend als:
het gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer is dan 150 m2;
het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht-3 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
het gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer is dan 60 m2;
de afstand tot de voorgevelrooilijn tenminste 1 meter bedraagt, met uitzondering van het bepaalde in onderdeel e;
de goothoogte niet meer is dan 3,5 meter;
de bouwhoogte niet meer is dan 5,5 meter;
de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer is dan 6 m².
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht-4 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht-5 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
het gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw niet meer is dan 60 m2;
het bouwperceel voor niet meer dan 60% wordt bebouwd;
de gebruiksmogelijkheden en het woongenot van aangrenzende gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad;
het bebouwingsbeeld naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt geschaad;
de verkeersveiligheid naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt geschaad.
In het gebied Bouwen-bijbehorend bouwwerk-vergunningplicht-6 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod archeologie-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.259.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als is voldaan aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
het blijkt dat er geen archeologische waarden zijn;
de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden;
de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
Ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij een door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over:
maatregelen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b;
de noodzaak van het aanleveren van een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie wordt vastgesteld.
Bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
funderingstekeningen inclusief palenplan;
informatie waaruit blijkt welke maatregelen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b worden genomen, en met welk beoogd resultaat;
een rapport als bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder b, tenzij de deskundige, bedoeld in het vierde lid, de aanvrager gemotiveerd heeft medegedeeld dat een rapport niet nodig is. In dat geval wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van een door het bevoegd gezag aangewezen onafhankelijke archeologisch deskundige.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid kunnen in elk geval de volgende voorschriften worden verbonden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE);
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
In het gebied Bouwen-bouwwerk ggz-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning aan bouwwerk te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.263.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
wordt voldaan aan de overige regels over bouwactiviteiten die op die locatie gelden;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de nabij gelegen watergang;
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de waterbeheerder.
In het gebied Bouwen-carport-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.261, een carport te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
In het gebied Bouwen-fietsenberging-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.260, een fietsenberging te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als de bouwhoogte niet hoger is dan 3 meter.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod gasleiding-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.259, een bouwwerk te bouwen.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de gasleiding, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
de belangen van leiding naar het oordeel van het bevoegd gezag niet worden geschaad.
Voor de beoordeling of wordt voldaan aan het tweede lid wint het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod leidingen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.259, een bouwwerk te bouwen.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod leidingen-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als hiertegen naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bezwaar bestaat uit oogpunt van de bescherming van de leidingen.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod leidingen-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de rioolleiding, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
de belangen van de bescherming van de rioolleiding naar het oordeel van het bevoegd gezag niet wordt geschaad;
de veiligheid van mensen, dieren en goederen naar het oordeel van het bevoegd gezag niet blijvend onevenredig worden geschaad.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod leidingen-vergunningplicht-3 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de rioolleiding, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
hiertegen naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bezwaar bestaat uit oogpunt van de bescherming van de leidingen.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod leidingen-vergunningplicht-4 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de rioolleiding, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
de belangen van de persleiding naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod leidingen-vergunningplicht-5 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de rioolleiding, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
de belangen met betrekking tot de betrokken leidingen dit naar het oordeel van het bevoegd gezag toelaten.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de leidingbeheerder over de vraag of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in dit artikel.
In het gebied Bouwen-overkapping boven de voordeur-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van artikel 4.259, artikel 4.261, artikel 4.262 of artikel 4.263 een bouwwerk te bouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de aanvraag betrekking heeft op een overkapping boven de voordeur;
de locatie waarvoor wordt afgeweken van de bepalingen, bedoeld in het eerste lid ligt op niet meer dan 50 centimeter van een locatie waar het bouwwerk zonder deze omgevingsvergunning is toegelaten.
In het gebied Bouwen-afwijken bouwverbod waterberging-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.259.
In het gebied Bouwen-afwijken bouwverbod waterberging-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als het waterstaatsbelang naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt geschaad.
In het gebied Bouwen-afwijken bouwverbod waterberging-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de waterberging, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
wordt voldaan aan de overige regels over bouwactiviteiten die op die locatie gelden;
de waterbergingscapaciteit naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt geschaad.
In het gebied Bouwen-vergunning afwijken bouwverbod waterberging-advies wint het bevoegd gezag bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid vooraf advies in van de waterbeheerder.
In het gebied Bouwen-vergunning afwijken bouwverbod waterberging-advies-1 wint het bevoegd gezag bij het verlenen van een vergunning vooraf schriftelijk advies in bij de waterbeheerder van de rivier de Linge omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod waterkering-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.259.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod waterkering-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in eerste lid verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de waterkering, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
wordt voldaan aan de regels over bouwactiviteiten die voor die functie van toepassing zijn;
naar het oordeel van het bevoegd gezag het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in eerste lid wint het bevoegd vooraf advies in van de waterbeheerder over de vraag of wordt voldaan aan tweede lid, aanhef en onder c, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod waterleiding-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.259.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod waterleiding-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een bouwwerk anders dan bedoeld in het tweede lid, verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de waterleiding, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
de werking van de betrokken leiding niet wordt geschaad.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod waterleiding-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als de belangen van de waterleiding naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de leidingbeheerder.
In het gebied Bouwen-waterstaatkundige beschermingszone-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.259.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie, anders dan de waterstaatkundige beschermingszone, die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
wordt voldaan aan de regels over bouwactiviteiten die voor die functie van toepassing zijn;
naar het oordeel van het bevoegd gezag het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de waterbeheerder.
In het gebied Bouwen-afwijken van bouwverbod weg-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen als daarbij wordt afgeweken van artikel 4.259.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
wordt gebouwd ten behoeve van een functie die op die locatie is toegelaten op grond van paragraaf 4.2.4;
wordt voldaan aan de regels over bouwactiviteiten die voor die functie van toepassing zijn;
het oprichten van bebouwing niet leidt tot situaties die naar het oordeel van het bevoegd gezag onaanvaardbaar zijn uit oogpunt van milieuhygiëne of veiligheid.
EEE
Afdeling 4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
Voor zover het op grond van deze paragraaf verboden is zonder omgevingsvergunning werken of werkzaamheden uit te voeren, geldt dit verbod niet voor werken of werkzaamheden waarmee, op het tijdstip dat verbod voor een locatie van toepassing is geworden:
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredig aantasting ontstaat of kan ontstaan voor het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig en/of voor de waarde van de molen als landschapsbepalend element, bijvoorbeeld door windbelemmering of belemmering van het uitzicht.
In het gebied Aanleggen-boomplant molenbiotoop-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de gronden te beplanten met bomen.
In het gebied Aanleggen-activiteiten in molenbiotoop-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden, uit te voeren als deze hoger zijn dan 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer ten behoeve van andere toegelaten activiteiten.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als de functie van de molen als werktuig en de waarde van de molen als landschapsbepalend element niet onevenredig worden geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de beheerder van de molen over de vraag of het verlenen van de omgevingsvergunning aanvaardbaar is in verband met de belangen van de molen.
In het gebied Aanleggen-beplanting molenbiotoop-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning beplanting aan te brengen die hoger is of kan worden dan:
binnen een straal van 100 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen: het onderste punt van de verticale staande wiek van de molen;
binnen de straal van 100 tot 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen: 1/30 van de afstand, gemeten tussen de beplanting en het onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als de beplanting naar het oordeel van het bevoegd gezag aanvaardbaar is in verband met de belangen van de molen.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de beheerder van de molen over de vraag of wordt voldaan aan het tweede lid.
In het gebied Aanleggen-beplanting molenbiotoop-vergunningplicht-1 is het verboden zonder omgevingsvergunning hoogopgaande beplanting aan te leggen.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor beplanting die wordt aangelegd op meer dan 100 meter afstand van de molen, die zich in volwassen vorm niet verder zal uitstrekken boven de onderste punt van de verticaal staande wiek dan 1/30 van de afstand gemeten tussen de molen en de aan te leggen beplanting.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige schade wordt toegebracht aan:
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de beheerder van de molen over de vraag of is voldaan aan het derde lid, en welke voorschriften aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij waterkering-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken en werkzaamheden:
gericht op het normale onderhoud en beheer van de gronden;
waarvoor een onherroepelijke vergunning is verkregen voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatwerk als bedoeld in artikel 5.1 tweede lid, van de Omgevingswet.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag de waterstaatkundige en waterkerende functies niet in gevaar wordt of kan worden gebracht.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van Rijkswaterstaat en het Waterschap Rivierenland
In het gebiedAanleggen-activiteiten bij waterkering-vergunningplicht-1 is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het afgraven of ophogen van gronden;
het egaliseren van gronden;
het beplanten met diepwortelende beplanting;
het vellen, rooien van bomen en andere houtopstanden;
aanleggen van onder- en/of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en de daarmee verband houdende constructies en/of installaties.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken en werkzaamheden die:
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de beheerder van de waterkering.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij oppervlaktewater-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning in aansluiting op het oppervlaktewater de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken en werkzaamheden:
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatkundige en landschappelijke waarde van de gronden.
In het gebied Aanleggen-activiteiten in natuur-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanleggen of verharden van wegen en paden, dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen, parkeervoorzieningen en aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds;
het aanleggen van oeverbeschoeiingen, kaden en/of aanlegplaatsen;
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties;
het aanbrengen of verwijderen van bovengrondse of ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet voor kavelpaden voor de grondgebonden veehouderij tot maximaal 200m2.
In het gebied Aanleggen-activiteiten in natuur-vergunningplicht-1 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken en werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het realiseren van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken en werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de gronden.
In het gebied Aanleggen-activiteiten in natuur-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag geen blijvende afbreuk doen aan het belang van het behoud en herstel van een natuurgebied in de vorm van vochtig loofbos met de daarbij behorende flora en fauna.
In het gebied Aanleggen-activiteiten in natuur-vergunningplicht-2 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag niet leiden tot onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van een deskundige.
In het gebied Aanleggen-activiteiten in natuur-vergunningplicht-3 is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het ontginnen, bodemverlagen, afgraven ophogen of egaliseren van de bodem;
het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds;
het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
het beplanten van gronden met houtgewassen, ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant;
het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties;
het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen;
het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen.
Het verbod bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden gericht op het normale gebruik, beheer en onderhoud.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige schade wordt toegebracht aan:
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij waterleiding-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van hoogopgaande of diepwortelende beplanting en bomen;
het aanleggen, reconstrueren of verwijderen van wegen, paden en andere al dan niet gesloten oppervlakteverhardingen;
het aanleggen, vervangen of verwijderen van rioleringen en daarbij behorende voorzieningen;
het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals ten behoeve van lichtmasten, wegwijzers, ander straatmeubilair en reclamevoorzieningen;
het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, watergangen, vijvers en andere oppervlaktewateren;
het tijdelijk of permanent opslaan van goederen waardoor grondzetting kan ontstaan;
het wijzigen van het maaiveldniveau door het afgraven of ophogen van gronden.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden:
die betrekking hebben op de leiding zelf;
voor zover het betreft graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse netten en netwerken;
die worden uitgevoerd in het kader van het Tracébesluit dat is opgenomen als bijlage IV.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag de integriteit en werking van de buisleiding zijn gewaarborgd.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de leidingbeheerder.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij waterleiding-vergunningplicht-1 is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanleggen van wegen, paden banen en andere opppervlakteverhardingen;
het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen;
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;
diepploegen;
het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies;
het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden die het normale beheer en onderhoud van de leidingen betreffen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag het leidingbelang niet onevenredig wordt benadeeld.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de betrokken leidingbeheerder.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij rioolleiding-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het vergraven, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden;
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen, het bebossen van gronden;
het indrijven van voorwerpen in de grond;
het aanleggen van rioleringen (anders dan toegelaten overeenkomstig artikel 4.77), overstorten, leidingen of kabels en daarmee verband houdende constructies of installaties.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij rioolleiding-vergunningplicht-1 is het, in aanvulling op het eerste lid, verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij rioolleiding-vergunningplicht-2 is het, in aanvulling op het eerste lid, verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij rioolleiding-uitzondering-vergunningplicht geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet voor werken of werkzaamheden:
gericht op het normale onderhoud, beheer of herstel van de functies, die op de locatie zijn toegelaten;
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 of artikel 4.331 is verleend;
voor zover daarvoor, op het tijdstip dat het eerste lid voor een locatie van toepassing is geworden, een vergunning is verleend voor een ontgrondingenactiviteit als bedoeld in bijlage 1 bij de Omgevingswet;
die bedoeld zijn om directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag de belangen van de bescherming van de desbetreffende leidingen niet blijvend onevenredig worden geschaad.
In aanvulling op het zesde lid wordt in het gebied Aanleggen-activiteiten bij rioolleiding-specifieke beoordelingsregels-vergunningplicht een vergunning alleen verleend als de veiligheid van mensen, dieren en goederen naar het oordeel van het bevoegd gezag niet blijvend onevenredig wordt geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de leidingbeheerder.
In het gebied Aanleggen-archeologie-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;
het ophogen van de bodem hoger dan 50 cm;
het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen;
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd;
het aanleggen van drainage;
het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem;
het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand;
het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden:
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 4.326 in acht is genomen;
gericht op het normale beheer en onderhoud;
die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten;
die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet en op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-1 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die niet dieper reiken dan 30 cm beneden het maaiveld.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-2 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die niet dieper reiken dan 150 cm beneden het maaiveld.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-3 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die niet dieper reiken dan de top van de ongeroerde waterbodem.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-4 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 30 m2.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-5 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m2.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-6 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m2.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-7 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 1000 m2.
In het gebied Aanleggen-archeologie-uitzondering vergunningplicht-8 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, ook niet voor werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 10.000 m2.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn;
de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden;
de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
Ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij een door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over:
maatregelen als bedoeld in het elfde lid, aanhef en onder b;
de noodzaak van het aanleveren van een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie wordt vastgesteld.
Bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een omschrijving van de aard van de werken, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheden, wordt verstrekt met vermelding van:
een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit wordt verstrekt;
doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld worden verstrekt;
een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;
een rapport als bedoeld in het twaalfde lid, aanhef en onder b, tenzij de deskundige, bedoeld in het twaalfde lid, de aanvrager gemotiveerd heeft medegedeeld dat een rapport niet nodig is. In dat geval wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van een door het bevoegd gezag aangewezen onafhankelijke archeologisch deskundige.
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid kunnen in elk geval de volgende voorschriften worden verbonden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE);
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
[Gereserveerd]
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij waterstaat-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden;
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij waterstaat-vergunningplicht-1 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet voor werken of werkzaamheden:
gericht op het normale gebruik, beheer en onderhoud;
waarvoor op het tijdstip dat het eerste lid voor een locatie van toepassing is geworden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (of een aanlegvergunning) is verleend.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij waterstaat-vergunningplicht-1 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend als volgens het bevoegd gezag de waterbergingscapaciteit niet onevenredig wordt geschaad.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de waterbeheerder.
In het gebied Aanleggen-verwijderen waarden-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning landschaps- of natuurwaarden te verwijderen die aanwezig waren op 30 september 2021.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden:
gericht op het normale gebruik, beheer en onderhoud;
ten behoeve van tijdelijke bouwwegen zoals bedoeld in artikel 4.88.
Een vergunning als bedoeld in het artikel 4.358 wordt verleend als volgens het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschaps- en natuurwaarden.
In het gebied Aanleggen-dempen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning sloten en kleine oppervlaktewateren te dempen.
Het verbod bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden gericht op het normale gebruik, beheer en onderhoud.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de waterbeheerder.
In het gebied Aanleggen-houtgewas verwijderen-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning houtgewas, houtwallen en bosschages te verwijderen.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden:
gericht op het normale gebruik, beheer en onderhoud;
waarvoor op het tijdstip dat het eerste lid voor een locatie van toepassing is geworden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (of een aanlegvergunning) is verleend;
werken en werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip dat het eerste lid voor een locatie van toepassing is geworden.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als volgens het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschaps- en natuurwaarden.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij gasleiding-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het wijzigen van maaiveldniveau door afgraven, egaliseren, ontginnen of ophogen van gronden;
het verrichten van grondroeractiviteiten (zoals het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage);
het aanbrengen van gesloten verhardingen;
het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond;
het permanent opslaan van goederen, waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen;
het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden:
die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud en beheer van de gronden;
die noodzakelijk zijn voor het realiseren van een bouwwerk voor zover daarvoor, op het tijdstip dat het eerste lid voor een locatie van toepassing is geworden, een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 is verleend.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als:
de werken of werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig zijn voor gebruiken van de gronden overeenkomstig paragraaf 4.2.4;
de belangen van het gastransport daardoor niet onevenredig worden aangetast.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de leidingbeheerder.
In het gebied Aanleggen-activiteiten bij gasleiding-vergunningplicht-1 is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het wijzigen van maaiveldniveau door afgraven, egaliseren, ontginnen of ophogen van gronden;
het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies;
het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden:
die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud en beheer van de gronden;
die noodzakelijk zijn voor het realiseren van een bouwwerk voor zover daarvoor, op het tijdstip dat het eerste lid voor een locatie van toepassing is geworden, een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 is verleend.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag vooraf advies in van de leidingbeheerder.
[Gereserveerd]
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van het erfgoed van uitzonderlijke universele waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die zijn benoemd in bijlage IV Kernkwaliteiten Nationaal Landschap en Culemborgerwaard en die in ieder geval bestaan uit het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit:
inundatiegebieden;
zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groeps- schuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving;
voormalige schootsvelden (visueel open) en Verboden Kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten;
waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden;
overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten;
de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten;
de historische vestingstructuur van de vestingsteden Gorinchem en Woudrichem;
grote openheid;
groen en overwegend rustig karakter.
In het gebied Aanleggen-verdichtingsvelden Nieuwe Hollandse Waterline-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden die:
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, waaronder mede wordt verstaan het vervangen of herbeplanten van bestaande legale fruit- of boomteelt in het kader van de agrarische bedrijfsvoering, alsmede het egaliseren van gronden;
plaatsvinden binnen een bouwvlak in een gebied dat op grond van paragraaf 4.2.4 een agrarische functie heeft;
plaatsvinden op een andere locatie dan bedoeld in onderdeel b, waar gebouwd mag worden.
Een vergunning als bedoeld in het tweede lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan de waarden en belangen, bedoeld in het eerste lid, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.
In het gebied Aanleggen-grondwal aantasten-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werken of werkzaamheden die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar oordeel van het bevoegd gezag, de werken of werkzaamheden niet leiden tot onevenredige aantasting van de landschappelijke inpassing van het overloopparkeerterrein.
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
FFF
Artikel 4.39 wordt geplaatst voor artikel 4.38. Het opschrift van artikel 4.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGG
Artikel 4.38 wordt geplaatst na artikel 4.39. Artikel 4.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHH
Na artikel 4.38 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
III
Paragraaf 4.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
In het gebied Slopen-karakteristieke bouwwerken-vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag tenminste wordt voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de karakteristieke hoofdvorm van de bebouwing;
de karakteristieke hoofdvorm is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw worden hersteld;
de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet te handhaven;
het betreft delen van een gebouw of bijgebouwen die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaats.
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
JJJ
Het opschrift van artikel 4.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKK
Na artikel 4.41 worden tien artikelen ingevoegd, luidende:
LLL
Subparagraaf 4.6.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMM
Subparagraaf 4.6.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNN
Subsubparagraaf 4.6.2.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOO
Subsubparagraaf 4.6.2.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in Artikel 22.70, eerste lid, aanhef en onderdeel i zijn de waarden als bedoeld in artikel 22.63 van toepassing, met dien verstande dat:
de in tabel 22.3.3 aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
de in tabel 22.3.1 aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 3.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel wordt de bedrijfsduurcorrectie toegepast voor zover het de dagperiode (07:00-19:00 uur) of de avondperiode (19:00-23:00 uur) betreft.
Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is Artikel 22.70 eerste lid, aanhef en onder i, niet van toepassing.
Het eerste lid geldt niet voor incidentele festiviteiten als bedoeld in Artikel 4.514.605.
Artikel 22.63 is niet van toepassing tijdens een incidentele festiviteit als bedoeld in Artikel 4.514.605.
Het geluid veroorzaakt door een activiteit, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste de waarde aangegeven in de onderstaande tabel.
|
- |
07.00-19.00 uur |
19.00-23.00 uur |
23.00-07.00 uur |
|
Toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten) |
70 dB(A) |
65 dB(A) |
60 dB(A) |
|
Toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) |
55 dB(A) |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
Op de dagen, bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van muziek, hoger dan de waarden, bedoeld in artikel 22.63, uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.
PPP
Subsubparagraaf 4.6.2.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQ
Subsubparagraaf 4.6.2.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRR
Subparagraaf 4.6.2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSS
Subparagraaf 4.6.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTT
Subsubparagraaf 4.6.2.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUU
Subsubparagraaf 4.6.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
VVV
Subsubparagraaf 4.6.2.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
WWW
Subsubparagraaf 4.6.2.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXX
Artikel 4.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het gebied Milieubelastende activiteit - geurbelasting - 3,5 - toegelaten is de waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object niet meer dan 3,5 odeur units (ouE/m3.P98).
YYY
Het opschrift van artikel 4.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZ
Artikel 4.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.454.481 is niet van toepassing op de afstand tussen de voormalige eigen veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uit heeft gemaakt van deze veehouderij.
AAAA
Subparagraaf 4.6.2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBB
Subparagraaf 4.6.2.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCC
Subparagraaf 4.6.2.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
DDDD
Subparagraaf 4.6.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEE
Subparagraaf 4.6.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFF
Na subparagraaf 4.6.3.2 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:
GGGG
Subparagraaf 4.6.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHH
Subparagraaf 4.6.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIII
Subparagraaf 4.6.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Subparagraaf 4.6.3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKK
Subparagraaf 4.6.3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLL
Subparagraaf 4.6.3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMM
Subparagraaf 4.6.3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNN
Subparagraaf 4.6.3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOO
Subparagraaf 4.6.3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPP
Subparagraaf 4.6.3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQ
Subparagraaf 4.6.3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.239 is niet van toepassing tijdens een incidentele festiviteit als bedoeld in als bedoeld in Artikel 4.514.605.
Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, moet de verlichting zijn uitgeschakeld tussen 23.00 uur en 07.00 uur.
RRRR
Na subparagraaf 4.6.3.13 worden drie subparagrafen ingevoegd, luidende:
SSSS
Artikel 4.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is in het kader van een activiteit als bedoeld in artikel 22.41 en artikel 22.54 verboden om een festiviteit te houden anders dan een festiviteit bedoeld in Artikel 4.434.430 of Artikel 4.504.586 zonder dit tenminste 2 weken voor het begin ervan te melden aan het college van burgemeester en wethouders.
Een melding is ondertekend en bevat:
de naam en het telefoonnummer van de contactpersoon;
het adres en postcode en woonplaats van de locatie waar de festiviteit plaatsvindt;
de tijd en datum van de festiviteit;
de sluitingstijd van de inrichting;
de gegevens van de festiviteit waaronder in ieder geval: de aard van de muziek en het aantal verwachte bezoekers;
overige informatie waaronder in ieder geval: de te nemen maatregelen voor voorkoming van overlast en bij meer dan 20 db(A) overschrijding van de waarden, bedoeld in artikel 22.63, een akoestisch rapport.
Per locatie mag ten hoogste 8 keer per jaar een incidentele festiviteit worden gehouden.
TTTT
Paragraaf 4.6.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUU
Paragraaf 4.6.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVV
Het opschrift van artikel 4.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWW
Het opschrift van artikel 4.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXX
Het opschrift van artikel 4.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYY
Het opschrift van artikel 4.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZ
Het opschrift van artikel 4.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAA
Het opschrift van artikel 4.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBB
Artikel 4.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.49 en 22.50 van dit omgevingsplan zijn van toepassing op het verrichten van spoedeisende werkzaamheden met betrekking tot kabels en leidingen ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of wenselijk is.
In het geval, bedoeld in het eerste lid, worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 22.50, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een motivering waarom sprake was van spoedeisende werkzaamheden waarvoor in redelijkheid geen vergunning als bedoeld in Artikel 4.604.634 kon worden aangevraagd;
de locatie waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd, bij voorkeur met een tekening;
contactgegevens van de partij die werkzaamheden heeft uitgevoerd;
De gegevens worden verstrekt uiterlijk binnen 24 uur na de uitvoering van de werkzaamheden.
CCCCC
Artikel 4.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op werkzaamheden met betrekking tot kabels en leidingen van niet ingrijpende aard, zijnde:
werkzaamheden die qua aard en omvang dusdanig beperkt zijn dat, ter beoordeling door het bevoegd gezag, een afwijkend, lichter meldregime toegepast kan worden indien het werkzaamheden betreffen:
die betrekking hebben op het onderhouden, wijzigen of uitbreiden van een al rechtsgeldig in de openbare ruimte van de gemeente aanwezig ondergronds netwerknet(werk); of
met geringe overlast c.q. belemmeringen voor de omgeving; of
waarbij geen asfalt rijbanen of andere verhardingen, wateren of groenvoorzieningen (in de zin van beplanting) worden gekruist; of
waarbij geen boringen worden toegepast;
en die bedoeld zijn voor:
het aanbrengen of verwijderen van kabels en leidingen met aaneengesloten te ontgraven lengte van minder dan 25 m1 (gerekend vanaf de perceelgrens) in een reeds aanwezig netwerknet(werk); of
het realiseren van incidentele (huis)aansluitingen waarbij clustering niet is toegestaan en waarbij de totale lengte minder is dan 25 meter; of
proefsleuven; of
reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan het netwerknet(werk) over een lengte van minder dan 25 meter dan wel van lasgaten, en niet zijnde het plaatsen van een nieuwe handhole of nieuwe en ondergrondse lasmoffen; of
werkzaamheden met een grondoppervlakte van maximaal 10 m2.
Het is verboden kabels en leidingen in, op of boven openbare gemeentelijke gronden aan te leggen of, te onderhouden, in stand te houden, te verplaatsen of op te ruimen, zonder dit tenminste 5 dagen voor het begin ervan te melden aan het college van burgemeester en wethouders.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet:
voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in Artikel 4.584.632; of
voor zover een vergunning vereist is op grond van Artikel 4.604.634.
Een melding is ondertekend en bevat:
een motivering waarom sprake is van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid;
een tekening met de locatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd;
de contactgegevens van de persoon die de werkzaamheden gaat uitvoeren;
de reden waarom de werkzaamheden uitgevoerd gaan worden;
de contactgegevens van de uitvoerders.
DDDDD
Artikel 4.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning kabels en leidingen in, op of boven openbare gemeentelijke gronden aan te leggen of, te onderhouden, in stand te houden, te verplaatsen of op te ruimen.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet:
voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard als bedoeld in Artikel 4.59 lid 14.633, eerste lid;
voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in Artikel 4.584.632. Indien de spoedeisende werkzaamheden betrekking hebben op een tracé langer dan 25 meter, zal achteraf een vergunning voor deze werkzaamheden moeten worden aangevraagd.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend als de kabel of leiding op de voorgenomen locatie is toegelaten op grond van het bestemmingsplan dan wel een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
het voorkomen of beperken van schade;
de bescherming van archeologische vondsten en van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen;
de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gemeentelijke gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als weekmarkten en kermissen;
de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder werken ten behoeve van de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water, elektriciteit en persleidingen;
de bescherming van het milieu.
De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en verwijderen van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen gebeurt conform vigerende wet- en regelgeving, waaronder CROW-richtlijnen (o.a. CROW 250, Richtlijn zorgvuldig graafproces).
Als de kabel of leiding is geprojecteerd onder een asfaltverharding, moeten deze door middel van een persing of boring worden aangebracht.
Als het kabel- en leidingentracé geen ruimte biedt voor de aanleg van nieuwe kabels en of leidingen, legt de netbeheerder de gemeente Vijfheerenlanden een alternatief tracé voor en wordt daarbij bezien of andere netbeheerders eventuele voorgenomen werkzaamheden op dat tracé willen combineren.
Als binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gemeentelijke gronden de netbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren, stelt het college van burgemeester en wethouders bijzondere voorwaarden aan het herstel. De kosten van het herstel zijn voor rekening van de netbeheerder.
De netbeheerder informeert omwonenden (belanghebbenden) ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden minimaal vijf werkdagen voor de start van de werkzaamheden schriftelijk over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden.
Het bevoegd gezag wijzigt of trekt de vergunning in als:
de netbeheerder niet binnen een half jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen;
de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;
de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld;
na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het bevoegd gezag gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu;
dit naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs nodig is vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van openbaar belang en algemeen nut;
er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van gemeente, behorende tot de openbare gemeentelijke grond, aan derden.
Het bevoegd gezag gaat pas over tot intrekking of wijziging van de vergunning nadat het bevoegd gezag de houder van de vergunning heeft gehoord.
Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning wordt de verplichting verbonden om de betreffende leiding(en) te verleggen/verplaatsen en/of deze te verwijderen.
Het eerste tot en met negende lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verwijderen van een kabel of leiding als bedoeld in dit artikel.
EEEEE
Na artikel 4.60 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
FFFFF
Het opschrift van artikel 4.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGG
Het opschrift van artikel 4.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHH
Het opschrift van artikel 4.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIII
Het opschrift van artikel 4.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJ
Het opschrift van artikel 4.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKK
Artikel 4.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.644.639 en Artikel 4.654.640 zijn van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in 16.29 van de Omgevingswet en artikel 5.21, aanhef en onder b is bekendgemaakt.
De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving in het gemeentelijk erfgoedregister als bedoeld in artikel 5.25 of op het moment waarop het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in het kader van een aanwijzing van een gemeentelijk monument door de bestuursrechter wordt vernietigd.
LLLLL
Na artikel 4.66 worden acht artikelen ingevoegd, luidende:
MMMMM
Afdeling 4.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNN
Artikel 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het nemen van maatregelen, waaronder het verleggen, ten aanzien van kabels en leidingen in of op openbare gemeentelijke gronden, gelden de volgende bepalingen:
de netbeheerder is verplicht op aanwijzing van het college van burgemeester en wethouders over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verleggen ten aanzien van kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerknet(werk), voor zover dit noodzakelijk is voor werken door of vanwege de gemeente in het algemeen belang als bedoeld in artikel 4.604.634, tiende lid, aanhef en onder e;
eventuele nadeelcompensatie wordt verleend op basis van de Verlegregeling gemeente Vijfheerenlanden;
het college van burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verleggen, ten aanzien van kabels en leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken;
na een aanwijzing als bedoeld in onderdeel a gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, maar niet later dan zestien (16) weken na de datum van ontvangst van de aanwijzing.
OOOOO
Artikel 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De netbeheerder is verplicht na het geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning als bedoeld in Artikel 4.604.634 de kabel en/ of leiding binnen een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen redelijke termijn te verwijderen.
Bij reconstructies dienen buiten gebruik gestelde kabels en leidingen op aanzegging van het college van de gemeente Vijfheerenlanden te worden verwijderd.
PPPPP
Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Sociale huurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 25 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als sociale huurwoningen beschikbaar te blijven.
Middeldure huurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 15 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep als middeldure huurwoningen beschikbaar te blijven.
Sociale koopwoningen en middeldure koopwoningen die gerealiseerd zijn onder dit omgevingsplan dienen gedurende een termijn van 10 jaar na het passeren van de akte van de eerste verkoop voor de doelgroep als sociale koopwoningen of middeldure koopwoningen beschikbaar te blijven, gebaseerd op de op het moment van (door)verkoop vastgestelde maximale aanvangskoopprijs.
Het college van burgemeester en wethouders legt in een publiek toegankelijk register vast op welke woningen deze paragraaf van toepassing is én vanaf welke datum de instandhoudingstermijn geldt.
QQQQQ
Artikel 5.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het wijzigen van het gebied, bedoeld in artikel 3.23.3, worden de volgende procedureregels in acht genomen:
over het voornemen tot wijziging wordt schriftelijk advies gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 5.24;
de aanwijzing van een beeldbepalend pand kan niet tevens een monument betreffen dat is aangewezen op grond van een provinciale omgevingsverordening, is aangewezen als rijksmonument, of is aangewezen als gemeentelijk monument;
de aanwijzing en wijziging van de aanwijzing van een beeldbepalend pand wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan;
in de motivering van het wijzigingsbesluit wordt in elk geval de informatie opgenomen, bedoeld in artikel 5.25, tweede lid;
zodra een wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden worden de gegevens, bedoeld in onderdeel d, opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister als bedoeld in artikel 5.25.
RRRRR
Artikel 5.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het wijzigen van het gebied, bedoeld in artikel 3.33.4, worden de volgende procedureregels in acht genomen:
een gemeentelijk monument kan niet tevens een rijksmonument of een provinciaal (archeologisch) monument zijn;
een voornemen tot wijziging van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 16.29 van de Omgevingswet wordt ook schriftelijk mededeling gedaan alle zakelijke gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet;
een besluit tot wijziging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan alle zakelijke gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet;
voor zover de wijziging betrekking heeft op een kerkelijk monument is artikel 16.58 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing;
over het voornemen tot wijziging wordt advies gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit en Erfgoed overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 5.24.
in de motivering van het wijzigingsbesluit wordt in elk geval de informatie opgenomen, bedoeld in artikel 5.25, tweede lid.
zodra een wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden worden de gegevens, bedoeld in onderdeel f, opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister als bedoeld in artikel 5.25.
SSSSS
Artikel 5.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanwijzen of wijzigen van het gebied, bedoeld in artikel 3.43.5 worden de volgende bepalingen in acht genomen:
over het voornemen tot wijziging wordt advies gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 5.24;
in de motivering van het wijzigingsbesluit wordt in elk geval de informatie opgenomen, bedoeld in artikel 5.25, tweede lid;
zodra een wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden worden de gegevens, bedoeld in onderdeel b, opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister als bedoeld in artikel 5.25.
TTTTT
Artikel 5.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders organiseert periodiek een overleg waarvoor de bij de gemeente bekende netbeheerders van netten of netwerkennet(werk)en die binnen de gemeente zijn gelegen, en andere belanghebbende partijen, worden uitgenodigd.
Dit overleg is mede gericht op de beoordeling van mogelijk medegebruik van voorzieningen en afstemming van gezamenlijk of gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden.
Een netbeheerder kan om overleg verzoeken.
Het college van burgemeester en wethouders nodigt de netbeheerders ook uit voor vooroverleg over gebiedsontwikkeling en eventueel daaruit voortvloeiende consequenties voor de kabels en leidingen, waaronder verleggingen, dit met als doel planvorming tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
UUUUU
Artikel 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip dat een regel in het omgevingsplan van toepassing wordt voor de desbetreffende locatie en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Als het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het eerste lid geldt niet voor het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals het voorheen op die locatie van toepassing was, daaronder begrepen het tijdelijk deel van het omgevingsplan en de overgangsbepalingen daarin.
VVVVV
Artikel 6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
Een bouwwerk dat aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning voor het bouwen, op het tijdstip dat een regel in het omgevingsplan van toepassing wordt voor de desbetreffende locatie, en afwijkt van die regel, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
Het eerste lid is geldt niet voor een bouwwerk dat weliswaar bestaat op het tijdstip dat het omgevingsplan op de desbetreffende locatie van toepassing wordt, maar is gebouwd zonder vergunning en in strijd met de daarvoor geldende regels in het omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
WWWWW
Na hoofdstuk 23 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
XXXXX
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:
Bijbehorend bouwwerk dat met het hoofdgebouw verbonden is;
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
huurprijs bij de start van de huurovereenkomst;
koopprijs bij het sluiten van de koopovereenkomst;
achtererfgebied als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
de denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de perceelsgrenzen;
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
een constructie, bestaande uit een mast, een ontvang- en zendmast of een stelsel van draden, dan wel een schotel bestemd voor (tele)communicatie;
archeologisch monument als bedoeld in Bijlage I bij de Omgevingswet;
onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische resten door een gecertificeerde instantie werkend conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Dit onderzoek kan bestaan uit bureauonderzoek, booronderzoek, begeleiden, proefsleuvenonderzoek, opgravingen of een combinatie daarvan;
document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven, booronderzoek of een opgraving staan geformuleerd. Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.
rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;
de aan een gebied toegekende waarde op basis van de aldaar voorkomende archeologische waarden;
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018;
autoweg als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
een licht omhulsel van welk materiaal dan ook gevuld met een gas dat lichter is dan lucht of gevuld met hete lucht afkomstig van vuur of een brandstofelement;
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;
het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
een zaak die in het omgevingsplan is aangewezen als beschermd beeldbepalend pand, die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, maar niet is aangewezen als gemeentelijk monument;
beperkt kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;
legaal feitelijk aanwezig, dan wel toegelaten, op het moment dat de desbetreffende bepaling in het omgevingsplan voor een locatie van toepassing wordt;
vigerend bestemmingsplan dat van toepassing is als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld artikel 22.1, aanhef en onder a van de Omgevingswet;
bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bijeenkomstgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bouwen als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
de grens van een bouwvlak die naar de openbare weg toe is gekeerd;
Een aaneengesloten vlak dat onderdeel is van het gebied ‘bouwvlakken’;
bouwwerk, geen gebouw zijnde als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
bouwwerkperceel als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013;
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015;
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
cultureel erfgoed als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
inkomensgrens als bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015;
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de daknok is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke daknok uitkomt en de onderzijden van de constructie in een of beide dakvlakken is geplaatst;
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in nen5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 db onderscheidenlijk 35 dba alsmede b een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte;
een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn;
terreindeel dat bij een pand of overig bouwwerk hoort dat niet nader wordt ingewonnen en dat bestaat uit een mengvorm van begroeiing verharding en of water;
aaneengesloten vlak dat is geannoteerd met dezelfde gebiedsaanwijzing van het type functie;
gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
de grens van een aaneengesloten gebied waarbinnen op grond van paragraaf 4.2.3 een en dezelfde gebruiksactiviteit is toegestaan;
voorwerp op een graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren;
gemeentelijk monument als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is;
de waarde ter plaatse van de gevel van het gevoelige object, berekend met V-stacks, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid;
gebouw:
dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en;
dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en
dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of
geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
gedenktekens, grafbeplanting en andere voorwerpen op een graf of bij een urnenruimte;
een betonnen of gemetselde constructie aangebracht in één of meerdere particuliere graven waarin één of meerdere lijken worden begraven of waarin meerdere asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;
hoofdgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf;
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor “belanghebbende” telkens wordt gelezen “huurder” of “koper”
een festiviteit waarbij de milieuaspecten zoals geluid, licht, geur en verkeer worden beïnvloed en daarvoor voorwaarden nodig zijn en een meldingsplicht geldt;
infrastructuur als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
toegangswegen, oprijlanen en dergelijke met verkeersfunctie die leiden naar erven en terreinen;
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
de locatie waarvan in het omgevingsplan is bepaald dat daar kabels en/of leidingen kunnen worden gelegd;
kabels en leidingen, mantelbuizen daaronder begrepen, die dienen of kunnen dienen tot transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen dan wel van energie of informatie, inclusief de daarbij horende onder- en bovengrondse onderdelen van het net(werk) zoals kasten, afsluiters en transformatorhuisjes;
het gebruik van onzelfstandige woonruimtes van een woning dan wel een hoofdgebouw met bijbehorende bouwwerken door meer dan één huishouden;
onderkomen of voertuig, niet zijnde een bouwwerk, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
kantoorgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
kavel als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
de standaardnorm die door de beroepsgroep van archeologen wordt gehanteerd voor de uitvoering van archeologisch onderzoek;
kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
kwetsbare locatie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
sport waarbij een meer dan gemiddeld risico bestaat op geluidhinder voor de omgeving vanwege het voorkomen van piekgeluiden (anders dan menselijk stemgeluid) zoals schietsport, motor- of autocross en modelvliegen;
in overeenstemming met de regels van het omgevingsplan, met inbegrip van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, of een in afwijking daarvan verleende omgevingsvergunning;
logiesgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het ‘aangrenzende maaiveld’ wordt verstaan: het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw;
huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de huur die overeenkomt met 186 punten in het woningwaarderingsstelsel, waarbij de instandhouding in die verordening voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd;
woning met een koopprijs vrij op naam van tenminste €250.000 en ten hoogste de door het Rijk vastgestelde betaalbaarheidsgrens, waarbij de instandhouding voor de doelgroep voor een tijdvak als vastgesteld in dit omgevingsplan na ingebruikname is verzekerd;
Monument als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
Motorvoertuig als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
één of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), daaronder mede begrepen lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, uitgezonderd het rioleringsnetwerk;
de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk;
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;
geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”, waarbij wordt uitgegaan van de gebruikelijke 98-percentiel (P98) geurconcentratie;
omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;
muziek geproduceerd door akoestische instrumenten en/of menselijke stem, die niet elektronisch is versterkt;
woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
openbare gronden voor zover de gemeente Vijfheerenlanden deze gronden beheert, in eigendom heeft of daarover wettelijke coördinatieverplichtingen heeft conform hoofdstuk 10 van de Omgevingswet of de Telecommunicatiewet. Met inbegrip van openbare wegen en de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken, alsmede openbare wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen;
openbare weg als bedoeld in de Wegenwet;
de ontsluiting van een archeologische vindplaats door een gecertificeerde instantie met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het archeologisch Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak;
parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof van minimaal 20 m2 gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige gebouwen;
elke vorm van openbare aanprijzing om de afzet van goederen, diensten, activiteiten en/of doelstellingen te bevorderen, overgebracht door middel van een aanduiding, opschrift, aankondiging, mededeling, uitbeelding, afbeelding, projectie, al dan niet in combinatie met een bouwkundig object, voor zover deze vanuit de openbare ruimte in, op, aan of rondom enig onroerend goed zichtbaar is; waaronder ook begrepen mondelinge aankondiging door middel van geluidsversterkende apparatuur;
voertuig als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) dat voorzien is van een aanduiding van handelsreclame met het doel om daarmee reclame te maken;
herstellen of verbeteren van bestaande infrastructuur;
rijksmonument als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
na schriftelijke afstand van het grafrecht de stoffelijke resten begraven in een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats;
slopen als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd;
woning met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste €250.000, waarbij de instandhouding voor de doelgroep voor een tijdvak als vastgesteld in dit omgevingsplan na ingebruikname is verzekerd;
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen, een voertuig, of een tafel, niet zijnde een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Vijfheerenlanden;
een weg gericht op continue doorstroming met hoge snelheid; dit betreft autosnelwegen en autowegen;
tijdelijk bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van Omgevingswet;
een gebouw zijnde een bijbehorend bouwwerk dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, en dat door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
milieubelastende activiteiten waarvoor een of meerdere omgevingsvergunning(en) nodig zijn voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
verbouwen als bedoeld in Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
een gedeeltelijk of geheel boven het water aangebrachte constructie ten behoeve van het woongenot, waarover gelopen kan worden;
voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
voorerfgebied als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd;
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
weg als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet;
handmatige en mechanische (graaf) werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in, op of boven openbare gemeentelijke gronden in verband met de aanleg, onderhoud, instandhouding, exploitatie, verplaatsing en verwijderen van kabels en/of leidingen;
activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte;
ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Woondeal 2022-2030 Regio U10;
woongebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, met inbegrip van een standplaats voor een woonwagen en de ligplaats voor een woonschip;
woonwagen als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
een gebouw of deel van een gebouw, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van meer huishoudens, die om zelfstandig te kunnen wonen zijn aangewezen op zorg en/of gezondheidszorg en daartoe in groepsverband zijn gehuisvest;
woningwaarderingsstelsel;
zeer kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte;
Een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en of lichamelijke verzorging behoeven. Verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn;
YYYYY
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_10bc554cb4374a6eaae203a46fba3c1c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_299b4624711249bd86e3da5dfaed48d4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2dc775dc406e4f178388f08d80942e8a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_88c29a7323fd414c8aae277bb964c5d0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_df5aff52466747e2a1c2818fa2bba7be/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_71122224945c44519a501a7b53af296f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8119819a320944758d236a11a085df73/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e0f80755749c4bf39d831ce8b9e264fb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d88b738175524d8491b8d8aa2e570e7c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_179b08114a2c4170988e4fb6baac5cc2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_59d7c9fb4e2640e9aa3b4db18a311d93/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_95036ff27171485ab0ff5496f493c759/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_230eb85dc19245c6ad61c805ae12f992/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7d8f19045a4243bfacdadbe243c0c002/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ec01d94e3b5c4cb78e35c15ae99fabcb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_75ef112da5ed4bbf9de13616c5575e06/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_158ca5884cc3410cb277158c6a14716b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6c16e8373e2b456ca9708fc5c3121a6e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_03f15d799a0e4aab9dab17eb625bc0dc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_592da33b65164922aff4bd47b03df56e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d8c654f71d464d04a853de9679b26935/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_eca71f4852b74a81b16c30c3ce533184/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ff4e24486cb940c28fbe66efaafed807/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_52447ca13c8f44b6a7900101e766a431/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5223e8da52ac4416848d5492fc4f9512/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2a1f756c2f4c4549ad54d81c1901bc39/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ce9704687c514dbdb8ffc57198b01921/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_88a9635103654675b5d021a43d014100/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3aed3552607e4f3d8dbda5d17926fe8e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b66f3b18ea544e6c88349093d8535ca8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c8fb354fc88a483db605bc4cbe83eb57/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_078baf407b304b47a161284fa8699944/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_70e7cb57d3114c28b109a7410e20040c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5a742a17b4054260967e46617f2b482e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dc26bc7292244096a50f49f8957783ab/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Advies_geluid_Panoven17en19/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Akoestisch_onderzoek_Het_Bos_Meerkerk/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Bedrijvenlijst_BG/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Bedrijvenlijst_HH/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Bedrijvenlijst_KV/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Bedrijvenlijst_LO/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Bedrijvenlijst_LW/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Bedrijvenlijst_Z/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Bijlage_II_Meet_en_rekenbepalingen/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_941340c1a79743339013e648f5df2cc1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6e667a4675be45cbb7451993e68ad275/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f308259c10a0492eb55c53dbba2264c2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_cc30d20ec3694276b7f15a7fa5b710e0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6c6e4a130a3d4befa370feee6e409252/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_73d4e35e98d448f79c853bd0800a7e10/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_789c99063708447e923e592ca57029eb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_88fe0c12816240f1a20395bc1db57384/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7c547f07c49e4c9dbf19f2aeb201c864/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f3d1eeb729764ac49a506063beab6dbb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_ab90e41f2add4faebea7c131bbf93d7a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_c8a374736d5b41d9b739ac8d8e90a3ae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fb1ecf5500814e578fcafa9ffd40b781/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dd81cb7d3d8d40ef8c2b6383d784be14/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3b5bc61cb7ba46dbb0205659b12c5d4f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c90b59854e644f76bcba75cdeaad6d1d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_28b84792f89142e9bc07b0f7c5520be5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8834246e40764db5ac64515cebb081a3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9342916a6b4e4568b7d9ee0bdba260c7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a593a4a623594ede91d799654b0e60ab/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ba2a435fb8464be2954ec0a581ed04e4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c8a260e126a240579c987ec64969cf62/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_da312f50085e460281588cbc73a23d31/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b7b354abcd104094aa6e49c11c3204b1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b45d0a33689c4027a5f9f4da7905b09b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_90cd422bb7b24ace80043c8a44c827c2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b62419cf0fe94ac9b1bcaf9c559645b8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_de2c076943a740ed868bdeee705378c2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9426738fd5784720a6fe2c4a2ddb8ac0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cd677aea83084c5789693ea028da6cdf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9346a350083c49dca68f90b1bb36e1bd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_aa9dcf48b11e448b934b88e136a4248b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_afd823559ef4402bb1ba93f73aee482b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_85abf85089554fccb861f28b666ccae3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fba54733d7a243bd95391cacf24669f2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d27ee799f8cc4259ac180aa34308516a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_267c7697177049828682fc96e55e93fb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4973f376740a408e8992eac8cc8da771/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_77fbaeb854f048a2a80cdef82eb382d4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b3d9b7ccf56e42608a4e59c98b3c66c5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b2b91b77b0c14e858d69813b35ac7fae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_930db9becc404830b59f91725f23dd39/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_589e54130d194d7abcda85bc71772d86/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0fdfce47aaa547899a4283d228f54a16/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_be96eed69d03497096027425aa77bc19/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6b755fea67474b8d84c7b202812a129e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_826a5543be1349e8b61bcd6c15cebbc8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6cc8aa706d934cfcb6787f1856761ade/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4bc3b59d8713473f91930fc15548d002/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c688d4dbe9514bc5892951799f4c7fb0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_37ee22da6e8d4175b944f6205d1cef4f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cf714efd585a42219f6d961c8c604783/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_03ea2b8a4dab4a6dbc8b88342715ff18/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ad62cd1d5ec44feabf1377e5df543acd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1f97dc0dbb2449bab55b58f9c888d8c8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_64ed438569394545a3db099291c151a1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_94a93c81d97e44fca5020fed8be3ea35/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2cbfb85a6d6647bab5c0e7719529f387/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_474710ddbf2e41b9afa4fa7d77343bf4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7cc5773c6b3f42d1a992d9a3bc280b96/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_efec0973842b45d486087b7f666f3328/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fd6b292372dd45b082a6cd28b9b7a63e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4962bad938fd4de08df14fc21a0618ac/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b061d41efe58491a9f274e3f6e3a53da/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_06bc8d32719e4315b99fe2aceb9d3053/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_202ad9c09fd34bc4acf36e5aaa3c2719/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a81d5e2bd99a455698d33abab1f83292/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_12cc1fd61bb6479e9808deb773d2031f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ea585a12050a41dbad748b7896aa8844/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f53e5731b05e46b9bec723a2b2504ef2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d61d24f2992446b48c8368ce0df91534/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7bb5f9d272854122adb473169686f809/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_28d1b919f9364ea3be9298a4cffbb0a1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9e4b94ab4cd44f3da48f5bf50e0a1032/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_34e34f430fa448499be3b5ed617bd77a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1298a444a5884da4ab526a9aabb5adb7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_afe01d022e14465b9515e79f9e8160ca/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_ebc892c99b0e42aca5104c5cb5c5627e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_65fbed0ee5584dd4b922d8ef9965303b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_53f9f2c3f526476ebd944b928f298d15/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8997850e07c94df6a89df57a84301478/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a15d5c78976a4ac2966489cd4ad81aad/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b2952abb0c0647fb8557c53f47922cb1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_18c35e9393b640eca42fe2154ed5587b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e907cccf47b04a6fbba5ab198c058935/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_e349d0fe56404373804649e4ce8793a4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a092d7359be042db8760bbe9ea535fa3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f7b9ca4ecc094001a16dafba1e7b9013/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_387060fc74c241c6916f076b730f9824/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6aa0b8db7bab4a469c52f92f22f78ba9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0a528493df4e4e0faaa012b94b5a5d83/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_05f5ffd6b6e44614a6c3f0ed1d5e7994/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_53ff6f067d52423f97fcf6857d08873b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fdf57e33725845a599593a00dfddd9a6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_e64dccf38ede48f9ba98fd63e453928c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b1cfc6a6661d46a4b2b5be2415ad61f1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_049369a1f2eb468e8e479eff8300e6a3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_128180dbad7f4a2a8ed07d11358b95c9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_36e65d6d5add423f9f3f9c6a85695ff9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0f5b79bca3b141958faf93d5951919ff/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_680c4c55475e4b9b9b6c6d1280235248/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_aad9def277bc4cf9920db76c69a5fbf5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b0422b1d09324b0992fa83977b7ef380/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_060802b9689e48d981aac30457ad4953/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1c69133e314b47179d70c08e221bf0e4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9f93f6fe5a5f4c5e9a360fba812066ad/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c0fdfaf98bc148bfa5dc3480a8474ade/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_35ef240aa91341f692e3438c9561176f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bbf1250219f6450c9e1c43a1a0989c1e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8b1961c1fc3d4b169d9491d620702b8f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_97fd10a987bd47de87d4c9b9eb8e5375/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_aad1aea34aae429cb1604e421738fc6a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0f4a7d348f674da798a385ac00a05d57/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6001a631628749c396b40d8fa4e6172b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_58eee3398e5b466c9432c1bee57f03f3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6896bf010efb42509289da5af6c5722c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_35305aa540584b5c885f706167802256/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fe95ec5ee0bb43a6929183e1fa17f6dd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e1038ec1e6ac43f592a87d1654a0012f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5ef3db2f27334076a15f965a0c8cae22/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_23cd8628fb4145c0befe8b7f558ef0a8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_28a6035101fc4e769fa3c4a0aad45e50/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_48816fd3f18245e7b78d51e269e6d3a4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e393edc2ba1f4acba542c0cb89bf712f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8ab84d58d86640a49935de1eeaa8cdd5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f0601fd5105842aabca7dd5cd101ff60/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9aec10b85086435c9c4e4377c5e73e22/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ac1f9511617d4f08a3427e7a445f8c5f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dfa7520babb24b818f79ef01b5d70a28/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_71d1ce6c6fcc400dabd8ba19bd64fee9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_06a765622b224e10a400878570c6b0d6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9ae878808d544e35bdca3fa622a011d1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_aa79915dfa214ab7ab92eac901aaa701/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e693ad5329bb4fcda530578d32f83fd1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_ca7f62a13f754e3da5aa1b94a640d736/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_8a9e31ca5037456fa99480f6778aea46/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_9335531fad514d91a372000555b57b76/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c3a4d7229bcd4430a38a8ead6f7a99c7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_3f563e53e81840bab872dc6c05ed9050/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_59f0b030b1604dc5b451b549e07b7a9f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4530824e91c44cd488b059a4d6718f02/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_53cbb146a0b9415e87b8b36d76b86eae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_bdf436ac4c3a4889991f597d02d45033/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_361be869c5c04c7c90d85015f15397a2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_dc8bac555dd540ff9078d244e53b9a94/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d5b88f99ebb44edeb0b95e3f1b7573c1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_008d1c48ca024d25a83ad68393719f8f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_cc655ad5d8cf4fa28b82c308ec7fb8fa/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_928d851280e0448ba959d01d762df2e0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_35a29c43a5d64a5ca75c5aa417aaa3af/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_68c2cc41ae4847a2896c0e664eedb22b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_aa6e1db7683e4053b324276852659707/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0881e47f42f84a889ccc054a60b812a3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2208278608cb4965aff97b4abcf23b04/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b06d0136c5254324baf421157cbc2991/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d45ef011ab5941358d8b03c96fb6c07c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dc8b2af3b64f428dbce191b3f3aa4d4b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_951ac6c5f9a64f9fa95a6d113b4e3486/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ee58feb30a73417bb3192762dbdda6c3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8d8f146d4a224004b9a9609823e2bf32/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6e82ead491d54840b9aab32bff098a06/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7d1438431d6841568a4df97532ca9c25/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3ed3a6f46d6e46c48f447de9333ae56b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_47f5a4543ffa4c06a35b989f290f2115/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_72e7876f1a3442fd869e66120b748630/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7f71fe69b4dd46fa816e3be6c7dda689/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_73a87180f95845e3925ff9e3f266b03d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1ffcd1ac1b54428c9fb2f5694cb681c2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_af2f2f65b35147069cbad27ce6ae75d2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_0b0959c640f249fe959e257ce5776de4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_5147e77bb7a8425695d05e81c885a231/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8f61f11e8b75496e9229b65c9760dc8b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_0c69202fb6e240c6978b8b40c889f880/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2d0b1db3586e4b63b9516d3e625422f5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_9766141b58174f11a9670c6a3e8ae496/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_fbdb6544e6b449fcac82bb51bd60fc0f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_43179aea1e994e27b542c720c0eb2e50/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3646ecbea5dd4dbd8e641148f181c39e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dda3e831ee66449791281afde50bab28/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c942a67799524910887431d9616eadd9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_f912852cc50c46bd9ab94f256d3e4a5f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3e4b22e7815f48dba5613c7cb6cad140/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_adcc98fb8c074bb8889f33d6e166693c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_422bcb9f42214cb8be870ba04deccf31/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_530ecfdb5d1549c2ab9f9f09485043f7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6f6e7deb87494a5cbf1cb4126990c70d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6e99b5376e2d4a27ab7b775d78d69595/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_703e760c31c74ba88689b1a7dfc0b301/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_37f1fd6d72ed4af99a8e506126ef2963/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_28ebabbf1f7a43b88e02852c6773d2eb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_309e140d72e9412c9e83cf37c80832c7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_db9c4347d6294e27825515167cd4da4d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f2728ddad48c46419b0a212059059371/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b96ee3c702e14734828b5e9f5dccde8c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_eecc647f7bd24619bd4255761ed96bc2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3ecae1be620a48e5b42aea8f2c8d3bb5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_fcc338fc915a4bbbbc0c577bec032741/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_48253410379d456284a946a95421763e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_59c092f0da0245fc940fc231dcd55c0e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9c2a1983dfcf42c2b56ec85de75434fd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_17065436cf854f3a9fe45ab2ce6005f7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_902452463c5f4de88ae7ad1de9d6e546/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3b23b5e709c143b1a34b516d688102cf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_11668679b19f4a09bdbe1be585a8a40f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_242deafa2ae14b54b5113bf6acacad5d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ec999e85adbe49f8a49c4ba897ada8cc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_03c4f396f6d1422e890f60f52c04050c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_b225922965334d299a54e288c004502d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8a8f05cc04684e95831e3933755ff579/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_32d6d5fde6cb491f883306620b1bb194/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bec4669a6629422cbf46b0ebf74d9239/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_7fc38819b2c24fbdadaa00cc28fe2d46/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_7e765413c8a043d6886c060823a7ab5f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_63b04dac4b9143e988e556675207b8a7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_b18786387ae44566b9229e4bf5a66072/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_a18e299670a14e7fa0ea71acd0d4737b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_67e368ce8deb4c8988da0d3e2dbe4a47/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_c0c0c4f21ba54955babd525b2f986fe6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_61be2f15c5d54a6ca73ccfb0574600f1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_023bbcfab68645389b1efb104fcaa9f0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7395f69c1e124a53804892558df23032/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_45e13fbb4ec04851a5f3deb5a44d9948/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_b2f9dba249984418aef38d615e03782a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_67f3ff68b22141b9b6bb5e8dd8556c63/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6b3b7a5192494524a7c4373e6371c42b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d38b78499ba74f99b8431a7cd1294e30/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_84d5c24dbec846db9ce1d5290a29f200/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b5e1cc6f12f6468589a1f8114efdae45/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_98a9b317e98a4c1d8e31c09fff126321/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6347bd2c7b294955a20ffbf75ccad42a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5be08914275b4d038ad7365b550a15f3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_80eb0230b03d4b08a58a6480fcc17526/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bd454c1e6a2d46d18e05bd233b14af90/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2b8e57b2d49241a2b17d0a6cd84b6f1a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b23c8e23b71744f398d0f8bf8ca43a55/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2053c7c188c14e52bc9b07d4e9134b76/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_02f7e86474224ee08141f217852abda5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ddb329a18b7f4bc5807c59517f79c94d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_488cae3be0e344a081f35bbd878fa844/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9638f10229b04562a365512bbca586ee/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e9ee94676baa40fbae1bdbc33359c98c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6024272745cb4b7ba981ab862e91fd86/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_83b4937ffa1a493296047c4cb05dda63/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2bc0cd92b21642d8ba7eae57e8ff9d13/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3d0175874bca43b2b431fda6063781bd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a9cee48efef348f0b4c1390ed35e6ed3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3fbcd857da1b4ebfa5312b85ff7a944b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e947e20512e241cca567dedb138f68d0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_68b1efb1f9534a42b9cd602961bbdafc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3039587fe3754cf584d67a73cee0a52e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_40880a73eb904f40a67e04cfd4f0bffe/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_3e20866f28ec4d269e860bf04c786f53/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7093a87a6e984548bd85e56a1fd576b8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_576fe2fec7d442b0a3426fac93ae89a1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_22fb96ff43554e3d8a47cf06110a57f1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cfefcad38eaf48bf8d1e9067b35916d8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1d604162a03343aaa1812ed0f939c1d1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f13b38ebaf9645f2883a57e1134f2b48/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_881f62f03cdb46a2b3ed2b58ca0509ae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f3d473d214024fd6967b4b73d1c915e1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_eebf4b53fc06457b838d772a1aa42f2d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0b018d70621047b8b9d9fe4ac5ae5433/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1a4186eae297491f8832efc283765298/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_12df604165ae408e9eeedf9b6be68b52/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5760fa53900749cfb3ee71493c2c4e14/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_359f21fdb4d54da89b72e7603fb3845d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_55432dfea95c49f191b30ebdef7c7650/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d10b98d1cb894b0c86ace809c866d1d4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_39d1d8c840f448fb8e4718af9348682b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_53d1d9829b6d4eb7abac72f1fd510b03/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4562f84af1af414a8051492bbeafafc3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c965356cfcde4e11a5203d70dc69888c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_56bbad670fc249de80dd2b0bd93db963/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5cfedea86edb496bae117cf683a7cecd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_81f0cc20cdb74b8881b96ea9b5fd58b6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_0f36b0c21e984fb5ad3009c47d36eb58/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_8ca66d72aaf6401fb447f9b7fabf631f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f1b9657d282e4745a66294c8bb094b33/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_ce8b88b626ee45b6a26ba01e2f5aa5bf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_2d6003346f634eb3bf1f9dd6b8e49b3b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_99b235e4de2545328eb954889621d274/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f900ee7c5dbe4eb5a8e663d6f75c2b8d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8489508525104fcea46ffac9d262f877/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8b75661bd3cb49438174ca87f785eec0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_88d16a4b0c7e40f4b3cc1dcdcbadf21d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_453a06716fe94c6cbd46a3f4fced5efb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_08b9b09373274d428c73071159993b93/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_390af93505cb4b9f930e87bab7e5adf7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_b4b540768af64e0ea4645e32cfb8b9fa/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_43f17a53287149f1989438fd7adbe43e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7d8fd1fdf13e406c951605147615ef4d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_1b73a743603047a8b1aa427b3ef734f2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_00d5f6f352894cc980b092cdf975ce93/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_abf03909b59f42aaa12a3076f57905f4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_cb4fb831b857466684b05c080327f8d3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f4d57b1fd70446f5ba177e53ad066157/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5af9e4354cc64992976ae4c8a5b0c22c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_bf140fd1bb9f4f26a535f0d388f700e7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_3720926f323b409aab1fddb28fd037bf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_be802e8054f1481cbd8c0c0f9e113d9f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_e19634b4c55248309a713b89d75d8e66/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_920bc977ccbf4c3db2cd0d0375eb775b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_94f2903d42a44490937d7c0185a9d56f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_72012a4717914457a725d7ef85ccb918/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f17ff56e60d34d85a10bd27f2ae96c70/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_45e9005668a74bc28a3d0040ade801ac/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a07e86f4e71c4ec99498bbd4c618ba70/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ca79b390e6a2480b8b3af0437ebe1016/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_98da7b2ee7ab42a0b9de7fa816ef4a7f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_910b50ca93b349b897facfbbce4aa3fd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e8f812ca0d904e5b9e5909e903cfd3c9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8ab7f63ee9f043df81b8718e8cad5d86/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_453a773d8d334b37a6cf965045a5619a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_65eb7568d621423c8d5dc480368692fd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a7037239d2f147a693c0bc2eb6c6fdfd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7f1bd06ce72f4f30a158536c14f0ec45/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bc474c5c1a2f428180c7e7ca8828a294/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_375b5e24c17a4534a5d4af1d2800d693/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d579c93fffea49aabdbd3ff0765ab348/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bcde56576aea45bcab62a0a462b85fc4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c9cca7fa230d464189ded837a79e7559/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_88eec91dc1b140cf872c4bbe06682b34/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1e5880aed0254d62b369d0ea7c567eec/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9cf650cc9bed4ce080bcf7c523de080b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4b4df8a0b8ab434fae3913fead596ea5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4673fb9a19f74df6a50382b55dd8f5a0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d8a8e2fac7f04d0bae6890a2c0827142/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c0281faaca114a7982c1f2f34591d31c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_eacbfb82d93843f4b13212c2c1f5dc5f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_85be67fbf12245f6a0ab123cf42929b7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_884610ea78a24f54b636bbe77b68dcf0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_91a4658e8eaf4e66a6710b732174dfbc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c42e74361e874902a5d24d5be9c6ecd5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_18273a4044df4f3698042255a9f855a0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0786fcc49576443a9f81f0ac99ca6ba2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a429a82e57b249ffaa72d9ef5e9b6c5d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_905d7c16448542e797bbbe4396d97b60/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_986b2477da2b4743861c9581038e0efe/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_61ba6c0030bf4bc58ffdcc3a92b8206c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_46c0307b583049548c5092c98bbb6d5a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c8bccb4129a640cfb8bc9ca96c17f1cc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_5f3cb48a71b74f47b38a97595b23eb38/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_335faf39cded4d62ab81f41d56d393be/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7b2e0963397f4307818f7131d040cc62/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_121eeeae1e6745f49433f7dbceadf97e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c43b4a94aa594d698a1e91705842aaff/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f88a5c9bc80442f9904090c293baf148/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b5eb536c50af4090866af06064d19064/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f2edd425189d4427a53952f6d267a80e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d732f7c05c854510b920cdb53699189c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3db4bf81f46041aaaf1ecb45b0918176/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fcf17c83e2ff4da1980f45582b0661cf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3bc2ea493331491a82111f765cb905ef/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e703cf043488427ba7c02270e394c10f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_82e70fa990424193b6f6671b9eab7973/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d519eeb715eb4a3e8bec7597739cda9a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_86b657cc7ace425da167fb2c59496739/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f70343b50b6b403a8bbafc5091bbe4bb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4730a6c46d5347b3bead591d708bafd1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_abef5b761fcc418eb541d83fd51dcb5d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0a042288d6854842806c97f7bddcec48/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c661a1861a524cae82e15a368c15057c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1a9e9f392a914035bb2d47e8d7f3b38f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ff89a71965294c94aa2237857df4d140/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f37b1daab1e74eaf870655597eb545f7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_439aa505330a47e1a45be547400a9876/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b79ef1edb2b942f3b34eb4807cd996da/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_cc3f1de6c9924b9cb0b59c1402921bb5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7e743e7512cb4d23b0fc380c162dead8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c59de39b43304578b98075fe09c55fa4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3dca5f01eb09488eb452aedbdd3242a5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0dc87695e2ee49b692c2be4d10d4e05a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8e8d484d01114040b23fcc6b1fc3b1fb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2e7c1e7bff9d40a698286507dd37a967/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_2c111131421346219bb234b877a76978/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3f32a41fb03b41d1b93443e2e50d43c5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d57a25f54f4240fa853bcf5e3673c082/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c447205f1c384c4499cc6a15c47ce460/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_2710cae1b21c4df4ad124014f474cacf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e7cb0d2a58714397b908bde7aea3a2cd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_505ce454223246cea1dc105516cfcca8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_9c9daf42ab714fe19cbe97498ab34ce6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fe565d3300264703bca6febfaf39980c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_97b4045f55304d27a82e456ce81fd038/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3c9ca0349d1a444083096d36de3d2df5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7c04752edaa64d01839a7eb1a8170975/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_5371befc40b84189b0015ff20cb5a389/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d227cfd2156d47939bf4c8d0d868023d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_43cc502b4ffe4f9d9f7ab434e8433603/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_75cb7c66903241c1a970194d530d2f7e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_213b9b8732ec4837b8f3036242cebabd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_996182e1d3304f8db2894fba76e42dfc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_a0a67364a3da4209ad19e5e7ef599b85/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_73602f0a6c7448669405aaf5e3a0fe4f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fa646be93b50491c9679242c603b1bac/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_349022d8fd3845628283b58d45a4a98d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f6a117a3f5d74933b69aa0700e8058ff/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_47aa9d107e6e4e319faad7312ebb728a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f7332cfd70604bf9993aac149134ebbe/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9840af09b5c74bbfbc5f37fa29266694/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b81b67d0a4db46ad808af76c3de351e0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_68f1f8f36b8b433aa1389c58d49f8f0f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_10ff039746044309ab487c8caf79a4ae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8dc4a82fcb9d407db154a0b76a854f08/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fed94ab84dfa4006a0b4039caf79953f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_383f4b37410b4240b1446adf4945fe52/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_54f62df454754ca5a65a49c6e3535298/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d7ac86bc029d4cda9daac59eb03361e3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c0cce6cc06a048f6afb58190f7535c58/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_26a9061ce41c403799d4644f6cce0398/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_15a1a22288c64dd499b994adc0a1d0d9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7a785630cf8849069eea8d310795bf51/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dcd6ae41e787485f8b636f7182a368aa/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_db28e85ce11549ba92ec37f38c83bd61/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_516e5eeb8fd14178b34956a6d713f0c6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9d4929db4c324a7b9348e50f01178c1e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6246882164f7461288d33c53aec71896/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_23e87367a32941f0bb279ca48da21842/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5f4a59a0ae8f413e9f685ac9c7d7e41c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_411a3bbacb254ee8a1bb37017858ef4a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_20d97b9acf0740bdb8cb68f1e8b36e34/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2a154c2c6eac4893883804a97b7fbd6a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b7e5c6c27bb94d0b846d606034c9b74b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3a00ff80e3754955af26b3c99fb62b23/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a52c338c94804e1f92d1e00f0deb81d4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_655a1fb93e79498b92e16809fd153ec6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f0e8cf1facf049d6ad0e8f2ddb97e479/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d931d6fb5d534734ac5fbefaa25f3187/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_07e79ac22baf4e67995531e31d08d016/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fe817e99efb2418a94d8578d7a4e0a71/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1f416959de6e4252a918e1935a1b4dc4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8012fcfd9f9d41b2acaf1013717c69a8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_136254d36e084c89b62cc78e5ad3eeab/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e903fa1f6ad54f39830ad65505804d6f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4439c9c2583d4195ae73663a508f5917/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_42bdcfd8df2c426c853147c386dd9cb5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7c0d1ec455674ed5a572011766a15d03/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bec2924b745a4a46ab87825efdc21dfb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bc79a79a0d1c4cb1a69d46d9cd12f0db/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8a8265483adc4d65ae153972362ccddb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e65275781e2348e3ae13cd5b0fb9202b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cc2fd1f699484841923ae39f05309c6d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9ffdaf477c324b56921990ad1e21bb79/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0ccd7058764e498286cbcffb6027f22f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1b7fadb4af454ca0ba3fe4bb0b86f718/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_72c5f0ffc8a3434ea71d9b2468671447/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_279948a1b6d34f71847ecd73745bf678/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_806831e657ec4f5db785a20fb466645b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b816515cb4ab4f5e9b87f2ca041efb18/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_269c6d16f86343bc9b5b23945bb8e9fe/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cbe100d610214f54b77cb0420ab4c06f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_49d8da7188cd4b0ba7f9c271dc6e54a8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7ffb062a2f4544848b2ba88006e96728/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ce57f9acf2b8479eb9e3ad39e0f5a70c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9a557bb495104a6fa6a9deb0b81b1d5c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4d54ae9fdb8344e598f8b20152f54783/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ca48f8b41bf64aaaaa70a47967994eb1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e78a150ae7c0417d9d6d53468b239259/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9d67ff45e0f54451af2babd128a80103/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_209c3c835eb8402c82e789000e004b62/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_aec9f3dc76f141d6a8951e1cc4e2c2d0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b2e78255f6314ec7ae7daeeff86b912e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_444db76daa824534a9bc6ac9822bce62/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_33f24377eabb443ea8ff319d2ab6429b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e12467a262db41f79cee58865b4ecd80/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a1904df3f62c4326ac695689fe4f1e64/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f8a23177495749fe8712f52af794ed47/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2f99ef6907cb4445842c0a8d9c645778/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_456fb69bb61e4a468685ceaded0a2878/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cb69dad9a5df4c859ff93a62a1c8eb94/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c4457d2a441d40b48e474026535e7724/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2f157bb3970e432d80247819cac340fc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_355461e5c16a4c5f963a1bbf5500c6a9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_456897e9b9844e859bca7adaca166a1e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2179244fcb1741bca3b9c36b539c7c2c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_278fb63ce111469587c4fb6146244e39/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8ae88a3332c640abb1176e8f37716ff2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a3e688c5f3534f0996849d7bbbb14b78/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_df6637517bb545ad93a08fa62e0ac824/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_18e6a609a997429ea8ca9bdc32440192/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_191703948bde42cd9b0fc922572e51b5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4c3b31ba56f2449d92821d077160d1c5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_facc3b55bf8a43bcb1ac49be6b1c9185/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_db4679877d194ae7abd36f6990ea29de/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_39253d0ac58a4f2aad1a1a2c59ed1c46/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1bce8724a58242c59420f10afca20f87/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fdd2e47e04144ac488fea179d5e1675a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0cdc97da5a914abcb181cd5562f907bb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_53db859d3b244a8ca30281de80b294bf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6498339b94aa4ce281d3e9b99c17aaeb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1a3907ff769942a886eb63c6b4fc729e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b91e92a149da4cd6be9d03d84a5a84e5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_d14256be88b1442991b4cb7b093cc82f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_499f9c856b8a440f93f03be7d2bc6c1e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7191c7b4f8cb45cd9e1478ec2cae5a63/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4bb22afacd1b4027a6e2f9a6bcf6bc9a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2a2b871cb13a4ee7873fa518ab2c7bba/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_87c8f002de214cb4ad00f1309f21d65e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0166e156eaa74860867c2678a7259c43/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_da6c8413549c43e4ac94bfcff6ac7864/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_13714b5ca9404c8eb59d616f697e1e4d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_85d1b2c7df1e47ec985934cc0eca2932/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6353843bdb134856b71dd2430e42b5e5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4a544ec061a54028a41a6ceaa32d92d5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6c2168955ab54dff93ac64a5cf684fde/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9611f91c2b8544dca42f9e0433fb926c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d72d2bef49944e688046c0d6057235e4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4e73cc564a2d4915aae8d33292e8c911/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d632426a3a874a6a9b352c8771573542/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2afd1ea3035046e2beed3cb933711d1d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_05a490a699794a1181da09eaf0022b4c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bb1daaaa16244b9b843da7e1911e9c14/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d3bfeabd3a5746a59866f12e2c863e8a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_29b17160532e43cb818524739c7ac4db/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8218e89aab464e878ce2620178c857fc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3678977b5b2d40df884ae81e2c6e246b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5e102a59001b4b8f8d3a69c5d7dfbda6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bd6fa601341d4340a23e37d78bbc7ff8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3290e812c3734188becf5126abcb9138/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6903008956d04f0da86da2cbfaef93ce/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d0cd9bd840c442d9afa1aff2b8b81731/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_050c952c8a694082a9e274eb1a8b2099/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5020014c514f4ec7a9ddbcdb5d6bded5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2f0deaf2b98c44d8aa6ddecd289692e0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6cf5c787168c4876b4a6b0d52cca91dc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2c9742e704204adabba8fb1cb3a4a3b9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_46dcbdcb5d004963a2b46181421167ba/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e40797dc62424f47b0cb40a16700d696/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_70f60698e4eb48bc95c19f3f3e3ab2e0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c4cfb3e6dff34df49297e448bb411909/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5b8b9bab8aee43a3a3b5abe91b3f15be/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_3f4406f2948540f9a07c79d5c325c81a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fbdd431b87d64a619449e6ee535d6eb6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_651afedc76a54c40af350b2f1f325f96/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d87ee664984f4cd1a7ad19d0c46151db/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9a59652025a74daf9965c72103cb3171/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b8d0ef3c04b344d48a1ce91cfcb4ca78/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_13fc6e9871664b83810033aadfc49cf1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_40dca6d41d6f440ea74b6070ff1c5dfb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_168f74a34c024d75a83b044a9df1ee25/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_62c994f36af249ad97682ee1c7bb1e70/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b37ba51ada1d473bac8e9d3d1fe43900/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_eff4f8c9f88646cd856a4b20e5bf48a9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5f13aae2ccda490489429cd0e191f48b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fa39eb02495b4a06a107c9c4c9b7999e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2d8859dec5da4183be35f5ca26049fa2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c6ea26d700cb41398aa9485c607071b9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9c2889b501c841af94908168d493d1c7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4f78b8e27548401ebe7b47ac2f09514b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2f9fa5476d384c8f9f71169403cf4484/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f025900f5efb42e5ad41c0d4aa23c02b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_48ece228064249a5b1ab14f3512b35b9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e0d6cd267cb7431c99e6a7c6fd7b294b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_20f08330c31544d08fd31ec36469838e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_34deda68bb8a4977bbc1cbc801bc620d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_06575f2bbb6343daa7e07004ecdfc8d2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5e1a8879ad9643e68539389700b89ae7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b1681db6c20a45dfb0570457874658bc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_139743e9a8174580a8e506f64faf16ae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_420f0086fa324e60a3565a5fc5579e00/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1679f1444519489d92bd42db4dcb4c1e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1a9caf755e27413c8876b7dd24cc80c9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ac80e0c84d3b489a8ec410432ce155de/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2dd975082be44f07baf6d6a947bd1ab1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_51112dda10494e779e0c9dbd3b5cc8e7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6b16ba36fe214f898bc1e92383ccba2d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8d1680e555694af7b2fb61a6dedd29a3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_119ab095617e4596a1eaad12923bdc97/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_15a3eb012cec41d3a14f7f1aedcf2703/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_07e39b5167e448599f2ec3fc62c75078/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_141ecaa85361431c975b4d05b81ae8db/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a5f1ffcf18a04a7cb7ced98c9ad734a8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_351d146738f148549a876583762cc76b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f6530ca180b74772b8062d513b63ed6f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_94d586d445b3451c9ad94dba0594320f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_641c359dca794d7289488fd53abccfd6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d99b876b20214f41b719008239e96102/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_02ff565f037c4afb87e759d9155906d6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1be20661c688463aaa5c6d4dca3f26e4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9087f666ae74488f8f8b5e5838195eaa/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_03f0a00aa69a4cf09149d75fe5f18dee/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_a009cece1d734b0ab70a80487a3fdf17/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9060fd11da9947b88dcde251fde0b99a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_035c10769519403c90583489e8e2db15/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_767117c349c645eeb480710d17384fb1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a183e8f4fbf344a983013a648006ac21/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8692f634147048c1aaaedf4c71674e3f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e600d2f7c72249ec89c36f35bc336b91/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b88b6d768246459086af3f7b6c6c1485/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_40e9964a9a0c45b9844a73bffcb57639/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8a3adee2979245b1b1030098feae7391/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_567bc6580d824e61ae6c48c928ccf976/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3ea27faf96514ecb9ec17f8af79e41fe/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_92d607b7d72c44e7891c0a83b1df42a2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9616321e0d9a4d7daee068e3493aa569/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_19aefecdf83f497f86001e309b1917c1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_950717dc33174a35ba7c54daed927b9b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ad1c3e0ba9334e0c9a225024518e5a61/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2f4dea37a9e940d38849f2aa80fdf3e7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ce418aa8a43f48c7a962eeac5f72808d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bd4f2d3f66e64b3b81a000dd2e436cf2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bc0410f2da044fbb81e602cefefc1f1b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_24cbc3d3c5614c81b419cc9f0514aef8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_73ec74bd00994dbe80b541308caa12fe/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a03130bdf9a9499bae8895c79835d64e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1badf5de813b4236a5d09f4097e5520e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4780e4db629b4b8faa6d431c34999a7a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_00f31284a266486d8a79474085d2d505/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_be5d06b6cb154793be6d6858015d8300/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_78631d895ca04b67a2af6ce65a76c205/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7df8336f08214796849d7be813542b52/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dee65e83c02f44bb8668de04009e3d52/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_aabca25e030346248e80324d01c57fdf/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4636db021351420998f17895d29b7614/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_aacc761c1bea4831a5b97367b8d33c08/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e108d67b9b044a0ea86023a1e62a835a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_93947d49be044f4bb792d58542f1ca23/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3272a2f2de5c449f8e4736e185417d2d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ce895c9782224d88b3b2093e1c9c59dc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6deb08aa60834f15b301da7d7ea2561c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5761bc6341c240e2bdaaf6abb9a2b7ae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d91fb64200a24a40a9ca1330566718f8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_007c36a44e3343b882f083a0a346d3fa/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8e29b8176d46464eaa0c6ac7e11db1b3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bde997cf74904102a9eba1cf03971b06/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b009c7c4856b4cb885ba174a013fcdb5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fa2929ce21a04f5ca2520f6ebff5ae16/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_57c5f5c1f6d948f2b16d65d1c30c4a27/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fb8b801f5ba345509705ff1b2f8fd3fd/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b5d901f137a741b0acc899e0d9158ace/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b31d16aa0cbe495fb597e91d9e2a8908/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_245fa76d8fdf495cbfa45dd81bf8d4bb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3804e3bde8d945a1b2f19ce9aad67fb1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9792905e372046ec8dc048a7aa1b63d1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1722e4093dc34080aca9380e3dbed1f1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6789b06dc764465085638e31ad8c93e2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e7d4dd1497064414b5729c09d4e7c93c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3ef42d0a630f4edab2d3300c7b3cd5b0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8ea09302fe244ab3a291957c9119aa1a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6b70aa46bd254a0cb15ec6f6a6a45546/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ebdf372e40134d44b98d8e04572396a3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_027d0f1ead5641109f322191f92f5e7a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d93429dd140a4494b79cf1ddce21e6b7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a68726f505814d01890004c78c562f3b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2b9398a0f6fc400ba6065613e2f8a8f8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_6d43f0a8fcc545968c45d4a2764a4bda/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c50fb63369b541e08838acf968d4635d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a2092f3a9c554255af3695b46f9a1f62/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_43d549f4c247440c82717889eb3a524d/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a68b46f8a23143d1952bb7d560c1759b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cc2f3a4db32f45e28661fd9e67f29d5c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4cd2e63939224315b95bc1c2035e1e54/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2bc4548f62f240e6866fddede2042275/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_199f54033dc34ae690becd70281704d9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_60e63d8afa1c44c1b5db4b34162e1996/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2e466be8c6a54f60ac03f583801037e6/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_56636416443040b2ae62fe5b89238661/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_eee178e105984184884c2b67f5d814bc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5976faf1c3bc42e5bbcb4d43f46df8c3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3015131552e54dfba2608a857af77fc2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b2f5007a826845af869308d371ea71fe/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c7e8d61f0905477292c345671fd408fc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0ae4118b248e4bc58ee1701f6698653e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c3aae15f79f44ce98bb113949f312e05/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_52ea9b5d15564af7bec1e0815e9d69ae/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a3b2093121314658976d9495acad34c0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4a9f8091bde146a89d3cc6c4471b2461/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cf0e161bc68a4a9396b80025546928b9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_61b332341e284d2cbbb08ab18d29e37b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_079428c9bc3545c68bc3687c1994a838/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e5645ade13234c9eba7e9d2df9b253e7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_789f2a40e5bf40c08b9690988998d118/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_ea1dd42423f64d429e372a952cc895a2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_73796af35d7b4244a2a405f2251efe68/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1f6176dec4254e7ca5a01e584e60000f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_23f7bbd406f047f1b5c2953982729fc1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_939a744f49924284b457d109c13af4b8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7748c9f6cbd9409eb70a98f55cdc1172/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_dd1bfbd03175433b951c3fe3e1161e3a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_da3172eda78e4f4790e791026cad70e0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3cf4751cfa7e469f967333b23f60dd37/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d961bc03bb364627a94dc16bcd5a1409/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f3b9f712b0f9451b87caf95908aa530f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9bb54aa55cb941f3a474319b959dc2b0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a41b26caf20543c4b761cb38dace9ab1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8db1caf486b04a9e9db0deea869b7ca2/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_f9c3046e8e1c4635947400622e6444bb/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_3cad33e71ac14f56bc999d3dd7e9731e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_2fb386ae718e4017803237fc22ff03d7/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cf8502dcd6dc4f1e9fc526d98fde4368/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_e375e7de85be4857b5da20bae6bda15c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_470e730b022342eaaa14f951d747bb57/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_93469a3029dd4ee8981bd532065c7936/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_35ab4328cbc14295b664188bfd0b4da3/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_0b359bab5bb94f848844cad2d3d3172c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_56a7feff3c1f47019640d73b0fff412b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9ea3eb55280c48dcbf0a53084a0e5675/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/norm_c48e3d79089740b2bb37e46ccfef3218/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a5d24d66d95443db8db44ecb9ee49d50/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_7b2790ab0e534576992de0db0f011e47/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_682aeba6cdf647d393f94b47ca8b6cb1/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b84433aa11cd43429bd3206d420cf5c5/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a2372870b97d4674a3d8ae228bdc03c9/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9de6724c58614483a85bbe12ac2c33db/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b8b5ca32ded44cb1814c19c4a072675c/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_798d6022e47e43fabcc94dce9f169d92/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_66fbd790d0c84b3ebcef0a62cf81c0cc/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5b5077e84dfd4afe98a03e55cc7f5eab/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_fd7729da6f8a4893a5c8c77e039e658b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_8f1b9b59608142b58185b568874c3665/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_13bbd9077a2f46929cc62bd0b5373d1b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_aa4840d4624642c5af3e7092ecc06341/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_b286725f683248dca44187b1961db8b4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_cbc64cca7be94ed08218ae6fa9ad026a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_61e458a7a9bc4db6911e2815d41affee/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c5dfb3d5563f45e6912f684699525763/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_64cabb2515c14c1fb3e98f94acfe5100/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d8e8bb450ce849b6a15d63fc2c98b547/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_20ca1f1cf90e41ecb7153f214295d323/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4a6e09d379cc41909252059eb8946347/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_a7f3730df9984235a3629589a9a90899/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_9a52c58a09a44a0abf982a6d83ac141a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1aca52ccd002413b80b2292c05201e12/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1485e4519bce4273acadb77f676ff45e/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_168f03d930da45eda124cfd8ae6c2b8f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_d6bb27bcd5ed43b7909d505f6b6dc7da/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_556a2becf365420b942954e44f2d4801/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_1aee9029bb79458090299fae741639e4/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_5494540d2df44f8a8d6984a045a06b5a/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bd8a9e8c005243a291ce3d4b2663f55f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_370a6be2c796454180bee9e74ca549f8/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4c7f40588c6848c08a9b22ae5b56d1f0/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_4de1ffe6ecac4de3bb33b0dfa8e9c29b/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Herinrichtingsplan_Panoven17en19/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_bb6a1fa28e13463bab07ab43d7f9c278/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_823cbc391870477cb6bf9cef72e7b835/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Staat_van_horeca_activiteiten_Hoef_en_Haag/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Staat_van_Horeca_activiteiten_Kernen_Zederik/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Staat_van_horeca_activiteiten_Kom_Vianen/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Staat_van_Horeca_activiteiten_Varsseveld/nld@2026‑02‑23;1
/join/id/regdata/gm1961/2026/locatiegroep_c88f9295ce244bd2ae0c8175814b329f/nld@2026‑02‑18;1
/join/id/regdata/gm1961/2025/Watercompensatieberekening_het_Bos_Meerkerk/nld@2026‑02‑23;1
ZZZZZ
Na bijlage III wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
Landschappelijk_Inrichtingsplan-Uitbreiding_overflow_parkeerterrein.pdf
Stedenbouwkundige_uitgangspunten_omgevingsvergunningRechtevanterLeerde_2-4.pdf
AAAAAA
Het opschrift van toelichting 'Toelichting' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBB
Voor artikelgewijzetoelichting 'ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN' wordt een algemenetoelichting ingevoegd, luidende:
Inleiding
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet zorgt voor veranderingen in de wet- en regelgeving rondom ruimtelijke ordening, bouwen, milieu en andere thema’s die samenhangen met de fysieke leefomgeving. Een gevolg van de Omgevingswet is dat het instrument ‘bestemmingsplan’ komt te vervallen. Hiervoor in de plaats komt het omgevingsplan. Het gemeentelijke omgevingsplan zal, net als het bestemmingsplan, regels bevatten over ruimtelijke ordening, bouwen, aanleggen en slopen. Maar de reikwijdte van het omgevingpslan is breder: ook regels uit gemeentelijke verordeningen, die gaan over de fysieke leefomgeving, komen terecht in het omgevingsplan. Daarnaast zal het omgevingsplan regels over milieu bevatten. Het gaat daarbij vaak om regels die voorheen vanuit de rijksoverheid werden gesteld, zoals waarden voor geluid. Zulke oude rijksregels worden aangeduid als de 'bruidsschat'.
Het omzetten van het oude naar het nieuwe stelsel kost tijd. Het omgevingsplan komt stapsgewijs tot stand. Zolang het definitieve omgevingsplan voor de gehele gemeente nog niet is vastgesteld, gelden nog de oude regels, zoals het oude bestemmingsplan. Bij het omzetten van oude naar nieuwe regels staat de gemeenteraad voor een keuze: worden regels ‘beleidsneutraal omgezet’ of maakt de gemeente nieuwe afwegingen. Deze toelichting beschrijft welke algemene keuzes de gemeente Vijfheerenlanden maakt als het gaat om de opzet van het omgevingsplan.
Overgang naar het omgevingsplan: in beginsel beleidsneutraal
Op basis van het lokaal casco, de aangewezen bestemmingsplannen, wijzigingsplannen etc., de gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat is de wijziging omgevingsplan voor Meerkerk opgesteld. Dit betrof het beleidsneutraal overzetten van de huidige regelgeving en het zo nodig harmoniseren daarvan[1], conform het vooraf opgestelde programma van eisen.
Opzet van het omgevingsplan: casco voor Vijfheerenlanden
Hoewel het omgevingsplan van Vijfheerenlanden in beginsel hetzelfde regelt als het bestemmingsplan, ziet een omgevingsplan er heel anders uit. De regels zijn op een heel andere manier geordend. Voor de ordening, of structuur, van een omgevingsplan zijn vrijwel geen landelijke standaarden. Elke gemeente kiest zijn eigen aanpak. De aanpak van de gemeente Vijfheerenlanden wordt in dit hoofdstuk toegelicht.
Hoofdstukindeling
Het omgevingsplan van Vijfheerenlanden telt 8 hoofdstukken. Hieronder is per hoofdstuk kort beschreven waarover het gaat. Hoofdstuk 4 vormt de kern van het omgevingsplan: hier staan alle bepalingen die regels stellen over activiteiten in de fysieke leefomgeving.
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen. In dit hoofdstuk worden algemene regels opgenomen die nodig zijn om de rest van het omgevingsplan te kunnen begrijpen en toepassen. Bijvoorbeeld de begripsbepalingen. Ook de doelen die de gemeenteraad nastreeft met het omgevingsplan worden hierin opgenomen.
Hoofdstuk 2 – Programma’s. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd een programma vast te stellen dat beleid en/of maatregelen (anders dan regelgeving) bevat met het oog op doelstellingen in de fysieke leefomgeving (artikel 3.4 en 3.5 Omgevingswet). Een specifieke vorm van een programma is een programma met programmatische aanpak. Bij een programmatische aanpak wordt het toelaten van activiteiten in een gebied (vaak) afhankelijk gemaakt van de resultaten van maatregelen in het programma. Daarom kan een programma met programmatische aanpak alleen worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders nadat het programma is aangewezen in het omgevingsplan. De gemeente Vijfheerenlanden heeft nog niet zulke programma’s, maar in dit hoofdstuk is hiervoor wel ruimte gereserveerd.
Hoofdstuk 3 – Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 3 is bedoeld voor het aanwijzen van locaties, gebieden of objecten voor zover dat nodig is om het toepassingsbereik te bepalen van regels over activiteiten. In dit hoofdstuk worden bijvoorbeeld (te zijner tijd) gemeentelijke monumenten aangewezen.
Hoofdstuk 4 – Activiteiten. In dit hoofdstuk worden alle regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Dit is hieronder apart toegelicht.
Hoofdstuk 5 – Overige bepalingen. Dit hoofdstuk is bestemd voor het opnemen van allerhande overige bepalingen, zoals over beheer en onderhoud, financiën en uitvoering en handhaving. Dit hoofdstuk bevat vooralsnog nog geen regels.
Hoofdstuk 6 – Overgangsrecht. In hoofdstuk 6 is overgangsrecht opgenomen.
Hoofdstuk 22 – Bruidsschat. Hoofdstuk 22 is van rechtswege gevuld per 1 januari 2024. Het zijn oude rijksregels, die per 1 januari 2024 naar de gemeente zijn overgegaan. De regels uit de bruidsschat worden op termijn verwerkt in de andere hoofdstukken van het omgevingsplan. De gemeenteraad gaat daarbij nog keuzes maken over het behouden, aanpassen of schrappen van de regels. Uiteindelijk (na 2031) zal hoofdstuk 23 komen te vervallen.
Hoofdstuk 23 – Slotbepalingen. Hoofdstuk 23 bevat enkele slotbepalingen van het omgevingsplan.
Indeling hoofdstuk ‘activiteiten’
Verreweg de meeste regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in hoofdstuk 4: Activiteiten. Voor de opbouw van dit hoofdstuk is gekozen voor een thematische indeling. Dit leidt tot de volgende indeling van hoofdstuk 4.
Afdeling 4.1 - Gebruiken van de fysieke leefomgeving
Afdeling 4.2 - Bouwactiviteiten
Afdeling 4.3 - Aanlegactiviteiten
Afdeling 4.4 - Sloopactiviteiten
Afdeling 4.5 - Milieubelastende activiteiten
Afdeling 4.6 - Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente
Afdeling 4.7 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Afdeling 4.8 - Activiteiten met betrekking tot planten en dieren
Bij zo’n thematische indeling worden de regels over activiteiten in het omgevingsplan steeds voor elk van die thema’s bij elkaar geplaatst. Dit betekent bijvoorbeeld dat alle bouwregels bij elkaar staan in één hoofdstuk. Dit betekent ook dat in het omgevingsplan niet meer, zoals voorheen, de regels per ‘bestemming’ bij elkaar staan. Wie wil weten welke regels op een specifieke locatie gelden, kan hiervoor het Omgevingsloket raadplegen (Regels op de kaart). Via deze website kan voor elke locatie in de gemeente worden opgevraagd welke regels uit het omgevingsplan daar van toepassing zijn.
CCCCCC
Het opschrift van artikelgewijzetoelichting 'ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.2 regelt de toekenning van de status van een beeldbepalend pand. Voor een beschermd beeldbepalend pand geldt dat er in het omgevingsplan voorwaarden zijn opgenomen waaraan moet worden voldaan indien er plannen zijn om het pand te slopen. Dat betekent dat een sloopvergunning moet worden aangevraagd.
Een beeldbepalend pand is geen gemeentelijk monument. Het is feitelijk een lagere beschermingscategorie dan een gemeentelijk monument. Het betreft echter een van dermate te beschermen belang dat het verwijderen van het pand, de beeldbepaling nadelig kan beïnvloeden, vandaar de vergunningplicht aan een eventuele sloop.
Artikel 3.33.4 regelt de toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een pand met monumentale of archeologische waarde (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’, natuurlandschap niet). De aanwijzing vergt een belangenafweging tussen het met de aanwijzing te dienen belang (de te beschermen waarde) en de overige belangen, waaronder planologische en/of economische belangen of het gebruik van het pand, tuin of park. Deze formulering is ontleend aan artikelen 3.1, eerste lid, en 3.16, tweede lid, van de Erfgoedwet.
Bij de afweging van belangen die een rol spelen bij de aanwijzing van een pand, tuin of park als gemeentelijk monument moeten ook de belangen van het gebruik ten opzichte van de te beschermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemotiveerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een wijziging omgevingsplan in het kader van een aanwijzing moeten deze belangen derhalve concreet worden onderzocht. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat het bij een aanwijzing als beschermd monument om de afweging van het algemeen belang dat is gemoeid met de bescherming van het cultureel erfgoed tegen de belangen die de eigenaar en directe omgeving hebben bij al dan niet aanwijzing. Het gebruik van het monument kan worden beschouwd als een aspect van de belangen van de eigenaar en behoeft daarom niet afzonderlijk te worden benoemd.
Artikel 3.43.5 geeft de mogelijkheid aan de gemeenteraad om gemeentelijke stads- en dorpsgezichten aan te wijzen, die volgens het omgevingsplan moeten worden beschermd. Dit is vergelijkbaar met de vervallen artikelen 35 en 36 van de Monumentenwet 1988; echter zonder de plicht de minister te horen. Voor de bescherming van rijksmonumenten binnen het gemeentelijke stads- en dorpsgezicht en van gemeentelijke monumenten geldt artikel 4.28 lid 2 jo. 5.1 lid 1 onder b Omgevingswet.
EEEEEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.53.6 behoeft geen verdere toelichting.
FFFFFF
Voor sectie 4.2.5 wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Artikel 4.25 behoeft geen verdere toelichting.
GGGGGG
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
HHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.74.108 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.84.109, eerste lid sub a
Het komt regelmatig voor dat eigenaren hun voertuig te koop aanbieden op de openbare weg. Wanneer het een enkel voertuig betreft, is dit geen echt probleem. Van aantasting van het uiterlijk aanzien van de omgeving is niet of nauwelijks sprake, de overlast voor de omwonenden blijft beperkt en het gebruik van de beschikbare parkeerruimte kan niet excessief genoemd worden. Anders ligt het wanneer de voertuigen met grote aantallen tegelijk aangeboden worden. Behalve dat het uiterlijk aanzien wordt aangetast, brengt het voor de omwonenden aanzienlijke overlast met zich mee. Een dergelijke uitstalling van voertuigen trekt immers kooplustigen aan. Ook wordt er een aanmerkelijk beslag op de beschikbare parkeerruimte gelegd en kan het een belemmering vormen voor het niet veilig en doelmatig gebruik van de weg.
Artikel 4.84.109, eerste lid sub b
Veelvuldig doet zich het verschijnsel voor dat voertuigen met andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken op de weg worden geplaatst. De eigenaar of houder van één of meer van dergelijke voertuigen heeft deze meestal aangekocht om na weken of zelfs maanden van nijvere zelfwerkzaamheid weer een volwaardig voertuig te creëren. Veelal slaagt hij in deze poging niet, waarna het voertuig op de weg wordt achtergelaten, waar het na verloop van tijd degenereert tot autowrak. Deze bepaling richt zich in het bijzonder tegen dit soort vormen van (over)last. Het excessieve is in het bijzonder gelegen in het in relatie tot het tekort aan parkeerruimte niet gerechtvaardigde doel waartoe men het voertuig op de weg zet. Daarnaast kan het hier bedoelde parkeren een ontsiering van het uiterlijk aanzien van de gemeente met zich meebrengen en om die reden excessief zijn. Beperking van het verbod tot die gevallen waarin er sprake is van min of meer ernstige gebreken aan het voertuig, moet noodzakelijk worden geacht, wil het verbod niet een te ruime strekking krijgen.
Artikel 4.84.109, eerste lid sub c
Anders dan de voertuigen met andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken die ingeval van parkeren gedurende zekere tijd in het bijzonder een parkeerexces kunnen opleveren door het in relatie tot het tekort aan parkeerruimte niet gerechtvaardigde doel waartoe men een voertuig op de weg zet, geeft een achtergelaten voertuigwrak, inclusief een fiets of bromfiets, in de eerste plaats aanstoot, doordat het een ontsierend element in het straatbeeld vormt. Ook houdt een wrak een gevaar in voor spelende kinderen en voor de weggebruikers. Zie bijvoorbeeld ABRvS 21‑09‑2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT2119.
Het verbod in dit artikel richt zich op degene die het voertuigwrak op de weg plaatst of heeft geplaatst. Dat is op zich al een ruimere kring van subjecten dan alleen de bestuurder; ook andere belanghebbenden bij het voertuig vallen onder deze bepaling.
Artikel 4.84.109, eerste lid sub d juncto artikel 4.84.109, tweede lid
Deze bepaling beoogt optreden mogelijk te maken tegen het op de weg parkeren van vrachtwagens en dergelijke bij andermans voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw, zodanig, dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers van het gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
In gemeentelijke kring wordt het meer en meer als noodzakelijk ervaren dat het parkeren van grote voertuigen – in het bijzonder vrachtwagens – op wegen in de stadscentra en in de woonwijken zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Maatschappelijk gezien is er een tendens waarneembaar dat dit parkeren wordt ervaren als misbruik van de weg. De gevaren en inconveniënten die deze parkeergedragingen kunnen opleveren, zijn velerlei: onvoldoende opvallen bij schemer en duisternis van geparkeerde vrachtwagens, onvoldoende zichtbaarheid van tussen of achter deze voertuigen spelende kinderen, buitensporige inbeslagneming van de schaarse parkeerruimte, belemmering van het uitzicht vanuit de woning, afbreuk aan het uiterlijk aanzien der gemeente enzovoort. Op den duur zal het parkeren van grote voertuigen dan ook niet meer dienen te geschieden op wegen binnen de bebouwde kom, althans niet op die wegen binnen de bebouwde kom, welke gelegen zijn in het centrum of in de woonwijken. Uit de jurisprudentie kan worden opgemaakt, dat ook volgens de Hoge Raad het parkeren van vrachtwagens in woonwijken enzovoort, bezien tegen de achtergrond van de recente verkeersomstandigheden en maatschappelijke inzichten, niet (meer) redelijkerwijze als ‘normaal’ verkeer kan worden beschouwd. Dit artikel bevat regels waarmee het parkeren van grote voertuigen, voor zover dit excessief is, kan worden tegengegaan
Door opneming van de bestanddelen “of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan” zijn ook mogelijke andere vormen van hinder of overlast dan uitzichtbelemmering, door het parkeren van grote voertuigen aan bewoners of gebruikers van gebouwen berokkend, verboden. Hierbij kan worden gedacht aan belemmering van de lichtval, stankoverlast en geluidsoverlast, bijvoorbeeld ten gevolge van het starten en warmdraaien van grote voertuigen. Dat een dergelijke zinsnede houdbaar is, blijkt uit een reeds oude uitspraak van de Hoge Raad (HR 16‑01‑1986, NJ 1968, 198) waarin de Hoge Raad de bedoelde zinsnede in de APV van Enschede verbindend achtte. De delictsomschrijving kan desgewenst worden geconcretiseerd door een afstandsmaat te hanteren, bijvoorbeeld 10 meter.
Het begrip ‘parkeren’ wordt zo uitgelegd, dat het verbod in dit artikel zich niet alleen richt op de bestuurder van een voertuig maar ook op de andere belanghebbenden bij het voertuig. De in dit artikel opgenomen uitzondering ziet bijvoorbeeld op (het parkeren van) hoogwerkers, meetwagens en dergelijke. Een vergunningsmogelijkheid is niet geboden. Niet goed valt in te zien hoe deze mogelijkheid te rijmen valt met het hinderlijke karakter van het hier bedoelde parkeren.
Indien door bomen of planten het uitzicht zodanig wordt belemmerd dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt, kan het bevoegd gezag op basis van zijn bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen ex artikel 125 van de Gemeentewet, een last opleggen om de bomen of beplanting te verwijderen of te snoeien. Volgens deze facultatieve bepaling, artikel 4.94.110, is het verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of op andere wijze hinder of gevaar oplevert. Het begrip ‘Wegverkeer’ omvat, zoals in de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) bepaald, ook voetgangers. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een gevaarlijke situatie ontstaat doordat overstekende voetgangers het zicht wordt belemmerd.
Artikel 4.114.112 strekt ter bescherming van de bermen, glooiingen en zijkanten van wegen. Bermen, glooiingen en zijkanten maken deel uit van de weg. Deze bepaling ziet derhalve op het verkeer op wegen in de zin van de wegenverkeerswetgeving, maar kan als toelaatbaar worden beschouwd naast deze wetgeving. Op basis van artikel 149 van de Gemeentewet is de gemeentelijke wetgever immers bevoegd tot het stellen van regels die andere belangen dan verkeersbelangen dienen, tenzij deze regels het stelsel van de wegenverkeerswetgeving doorkruisen. Dat is hier niet het geval. Het rijden met en parkeren van voertuigen in niet van de weg (in de zin van de wegenverkeerswetgeving) deel uitmakende groenstroken, wordt geregeld in Artikel 4.294.133 (binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit gebruiksactiviteit – aantasting groenvoorzieningen door voertuigen).
Verontreiniging door honden of paarden is geregeld via artikel 4.124.113.
Straatverontreiniging kan grote gevaren opleveren voor de volksgezondheid. Ook wordt via hondenuitwerpselen die op straat, in parken en plantsoenen blijven liggen, het voor honden dodelijke canine parvo virus verspreid.
De strafbaarheid wordt opgeheven als de uitwerpselen direct worden verwijderd. Er zijn verschillende manieren om de overlast van hondenuitwerpselen aan te pakken. Een goed overzicht van mogelijke maatregelen en een goed overzicht van literatuur op dit terrein is te vinden in de publicatie "Gemeentelijk hondenbeleid. Een handleiding ter bestrijding van de overlast door hondenpoep in Nederland" van het Multidisciplinair onderzoeksinstituut in Utrecht.
Overtreding van het verontreinigingsverbod door hondenuitwerpselen behoort tot de zogenaamde verontreinigingsdelicten, die vatbaar zijn voor transactie door de politie. De handhaving (betrapping op heterdaad) valt in praktijk niet mee. Om niet enkel te hopen op een preventieve invloed van deze bepaling, zijn het derde en vierde lid toegevoegd. Het is de eigenaar of houder verplicht om een deugdelijk opruimmiddel bij zich te hebben, dat geschikt is voor de verwijdering van de uitwerpselen van hond of paard. Onder een deugdelijk opruimmiddel wordt niet ‘met de hand’ verstaan. Onder de houder wordt ook degene verstaan die de hond of het paard op dat moment uitlaat.
Artikel 4.134.114 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.144.115 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.154.116 richt zich tegen degenen die voor een beroep of bedrijf reclame maken door één of meer voertuigen, voorzien van reclameopschriften, op de weg te parkeren. Hierbij staat het maken van reclame voorop. Als handelsreclame in de zin van dit artikel wordt niet gezien de vermelding op een voertuig van de naam van het bedrijf waarbij het voertuig in gebruik is en een (korte) aanduiding van de goederen of diensten die dat bedrijf pleegt aan te bieden. Deze voertuigen worden immers niet primair gebruikt “met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken”, maar vooral als vervoersmiddel.
Het excessieve is primair gelegen in het in relatie tussen het tekort aan parkeerruimte en het niet gerechtvaardigde doel waartoe men het voertuig op de weg zet. Dit doel kan reeds met één voertuig worden bereikt. In de tweede plaats kan het excessieve gelegen zijn in het motief van het tegengaan van ontsiering van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
In deze bepaling gaat het om een “eigenlijk” parkeerexces, hetwelk veronderstelt dat de gedraging plaatsvindt op een weg (in de zin van de WVW 1994). Het hebben van handelsreclame op of aan onroerend goed op een vanaf de weg zichtbare plaats is geregeld in artikel 4:16 (binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit gebruiksactiviteit – reclame).
Het in dit artikel omschreven verbod is beperkt tot het maken van handelsreclame (commerciële reclame). Uit de jurisprudentie en uit artikel 7, vierde lid, van de Grondwet blijkt, dat de gemeentelijke wetgever in ieder geval het maken van handelsreclame aan beperkingen mag onderwerpen.
Onder omstandigheden mag de gemeente, blijkens bedoelde jurisprudentie, ook het maken van reclame, waardoor gedachten of gevoelens worden geopenbaard (artikel 7 Grondwet) of een mening wordt geuit (artikel 10 EVRM) aan beperkingen onderwerpen. Men spreekt wel van “ideële reclame”. De wenselijkheid en mogelijkheid hiervan dienen plaatselijk te worden bezien.
Artikel 4.164.117 verbiedt de rechthebbende op een terrein toe te laten dat een standplaats wordt ingenomen, zonder dat hiervoor een vergunning is verstrekt. Met dit verbod is het mogelijk niet alleen maatregelen te nemen tegen degene die zonder vergunning een standplaats inneemt maar ook tegen de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats zonder vergunning toestaat.
Op het houden van auto- en motorsportevenementen, het crossen met auto’s, motoren, bromfietsen en dergelijke al dan niet met een wedstrijdkarakter, zijn verschillende wettelijke regelingen van toepassing. Hierbij speelt mede een rol in hoeverre deze activiteiten al dan niet op een weg in de zin van de wegenverkeerswetgeving plaatsvinden.
Het verkeersrechtelijk regime (in de WVW 1994) is niet van toepassing wanneer de bedoelde activiteiten zich afspelen op een terrein dat niet kan worden aangemerkt als een weg die feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat in de zin van de wegenverkeerswetgeving.
Indien een auto- of motorsportactiviteit, crossen en dergelijke op de weg als bedoeld in de WVW 1994, plaatsvindt én een wedstrijdkarakter heeft, is artikel 10 van de WVW 1994 van toepassing. Het eerste lid van artikel 10 WVW 1994 zegt dat het verboden is op een weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen. Dit verbod richt zich dus zowel tot de organisator van de wedstrijd als tot de deelnemers aan de wedstrijd. Vindt een wedstrijd met voertuigen plaats op andere plaatsen dan op de weg in de zin van de WVW 1994, dan kan artikel 4.174.118 (crosswedstrijden) van toepassing zijn.
Voor de organisatie van auto- en motorsportevenementen die geen wedstrijdkarakter hebben, zoals toertochten, oldtimerritten en dergelijke, kan worden aangesloten bij de bepalingen van hoofdstuk 2 afdeling 3 APV. In dit geval kan de burgemeester in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid voorschriften geven omtrent het houden van zo’n evenement dan wel het evenement geheel verbieden.
IIIIII
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.184.120 gaat om een melding door personen die om wat voor reden dan ook noodzakelijkerwijs in een plantsoen moeten zijn en voor wie dat normaliter verboden is.
JJJJJJ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.194.123 heeft een aanvullend karakter. De veiligheid op het water heeft reeds een afdoende regeling gevonden in een aantal bepalingen van het Wetboek van Strafrecht (hierna: WvSr), te weten de artikelen 162, 163 en 427, sub 6, en het Binnenvaartpolitiereglement (hierna: BPR).
Reclame waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of overlast wordt veroorzaakt voor omwonenden komt relatief zo weinig voor dat het moeilijk valt te rechtvaardigen om voor die gevallen een vergunningplicht voor alle reclames in stand te houden. Dit artikel is niet in strijd met artikel 7 van de Grondwet. In artikel 7, vierde lid, van de Grondwet wordt de handelsreclame met zo veel woorden van de vrijheid van drukpers uitgezonderd.
Rijkswaterstaat heeft op 21 oktober 2011 het Beleidskader “Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen” vastgesteld. De hoofdlijn voor objecten (waaronder reclame) is nu:
bewegende objecten of beelden zijn niet toegestaan;
de objecten of beelden mogen niet verblinden (moeten voldoen aan richtlijn lichthinder);
de objecten of beelden moeten op voldoende afstand van de rijbaan zijn geplaatst.
Artikel 4.204.124 kan op dit soort objecten van toepassing zijn. In dat geval zal het rijksbeleidskader handvatten kunnen bieden om te bepalen of het object het verkeer in gevaar brengt.
Artikel 4.214.125 behoeft geen verdere toelichting.
In beginsel geldt de vergunningplicht in artikel 4.224.126 ook voor de zogenaamde ‘eigen wegen’ die feitelijk voor het openbare verkeer openstaan. Ook voor deze wegen is namelijk wenselijk dat ten behoeve van de bruikbaarheid daarvan voor brandweer, ambulance en dergelijke voorschriften gesteld kunnen worden over bijvoorbeeld de wijze van verharding en breedte.
Aan dit artikel ligt als motief ten grondslag de behoefte om de aanleg, beschadiging en verandering van wegen te binden aan voorschriften met het oog op de bruikbaarheid van die weg. Naast het opleggen van min of meer technische voorschriften kan het ook gewenst zijn het tempo van wegenaanleg in de hand te houden. Het is natuurlijk hoogst onwenselijk dat wegen voortijdig aangelegd worden waardoor – door de latere aanleg van zogenaamde complementaire openbare voorzieningen, zoals riolering, water en gasvoorziening en verlichting – de bruikbaarheid van die weg gedurende lange tijd sterk verminderd zal zijn, nog daargelaten dat het veel extra kosten met zich meebrengt. Als de gemeente tevens eigenaar van de weg is, moet uiteraard ook privaatrechtelijke toestemming worden gegeven. Een afgegeven vergunning mag niet worden gefrustreerd door privaatrechtelijke weigering van de gemeente. Als een derde eigenaar van de grond is, ligt dat anders. In dat geval kan de aanvrager om vergunning erop worden gewezen dat hij ook privaatrechtelijke toestemming behoeft.
Van de vergunningplicht zijn uitgezonderd de overheden die in de uitvoering van hun publiekrechtelijke taak wegen aanleggen of veranderen. Er mag van uitgegaan worden dat zij hun werkzaamheden afstemmen op de bruikbaarheid van de weg. Daarnaast zijn oplaadpalen voor elektrische voertuigen uitgezonderd. Hiervoor moet dan wel een verkeersbesluit genomen zijn.
Een nutsbedrijf zal op grond van dit artikel een vergunning nodig hebben voor het leggen van leidingen en dergelijke in een weg. Dat is niet zo voor telecommunicatiebedrijven en kabeltelevisiebedrijven en de door hen beheerde telecommunicatiekabels met een openbare status (telecommunicatie- en omroepnetwerken). Voor deze werken is een regeling getroffen in de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde (gemeentelijke) telecommunicatieverordening.
Onder artikel 4.234.127 vallen in ieder geval caravans, campers en kampeerwagens.
Met de zinsnede “of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden” in artikel 4.244.128 is beoogd aan te geven dat alle soorten (aanhang)wagens en voertuigen, die niet ‘dagelijks’ worden gebruikt als vervoermiddel onder deze bepaling kunnen vallen.
Dit artikel richt zich tegen het langer dan nodig plaatsen of hebben van voertuigen die voor recreatie e.d. worden gebruikt. Hieronder vallen in ieder geval: aanhangwagens, magazijnwagens, keetwagens e.d. op de weg. In dit artikel zijn de woorden ‘parkeren’ gewijzigd in ‘te plaatsen of te hebben’ om de handhaving van deze bepaling eenvoudiger te maken. Met het steeds een paar meter verplaatsen van een aanhangwagentje e.d. op de openbare weg wordt overtreding van dit artikel niet langer meer voorkomen.
Dit artikel richt zich ook tegen het ontsieren van het uiterlijk aanzien van de gemeente door het doen of laten staan van andere voertuigen elders dan op de weg in de zin van de WVW 1994. In zoverre betreft dit artikel derhalve niet een ‘eigenlijk’ parkeerexces, dat immers veronderstelt dat de gedraging plaatsvindt op een weg (in de zin van de WVW 1994).
Artikel 4.254.129 geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid greep te houden op situaties die hinder of gevaar kunnen opleveren of ontsierend kunnen zijn. Voor de toepassing kan worden gedacht aan het plaatsen van reclameborden of bouwcontainers. Ook voorwerpen die met de grond zijn verbonden, zoals een haag in de berm, kunnen als voorwerpen als hier bedoeld worden aangemerkt (ABRvS 10‑01‑2018, ECLI:NL:RVS:2018:49).
Artikel 4.264.130 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.274.131 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.284.132 bevat een vergunningplicht voor het stallen van voertuigen van autobedrijven op de openbare weg.
Aangezien het parkeren van voertuigen van rijschoolhouders en taxiondernemers excessieve vormen kan aannemen, is expliciet bepaald dat onder ‘verhuren’ mede wordt verstaan het gebruiken van voertuigen voor het geven van lessen of voor het vervoeren van personen tegen betaling. Aldus kan ook tegen excessief gebruik van de weg door rijschoolhouders en taxiondernemers worden opgetreden.
Het woord ‘vergen’ is gebruikt in plaats van ‘duren’ teneinde zoveel mogelijk twijfel uit te sluiten over de vraag of met een bepaalde herstel- of onderhoudswerkzaamheid meer dan een uur gemoeid is. Bij het gebruik van de term ‘vergen’ beschikt men over een meer objectieve maatstaf.
Dit artikel beoogt optreden mogelijk te maken tegen die autohandelaren en exploitanten van garage-, herstel- en autoverhuurbedrijven die de weg voortdurend gebruiken als stallingsruimte voor auto’s die hun toebehoren of zijn toevertrouwd.
Bij het opstellen van dit artikel is ernaar gestreefd de delictsomschrijving zoveel mogelijk vrij te houden van elementen waarvan de bewijslevering moeilijkheden kan opleveren. Niettemin kan met name het bewijs dat betrokkene “zijn bedrijf of nevenbedrijf dan wel een gewoonte” van de hier bedoelde activiteiten maakt, alsook dat de desbetreffende voertuigen “hem toebehoren of zijn toevertrouwd”, onder omstandigheden problemen opleveren. De woorden “drie of meer voertuigen” zijn gekozen om de bewijslast niet onevenredig zwaar te doen zijn.
Doordat het verbod slechts betrekking heeft op het parkeren dat in het kader van (neven)bedrijf of gewoonte plaatsvindt, blijft het normaal parkeren van de voor persoonlijk gebruik gebezigde auto(’s) van de exploitant en eventueel van zijn gezinsleden mogelijk. Dit artikel heeft slechts betrekking op ‘eigenlijke’ parkeerexcessen, dat wil zeggen op het parkeren van voertuigen op de weg in de zin van de WVW 1994. Het zou uiteraard te ver gaan deze bepaling ook te laten gelden voor gedragingen buiten de weg.
Op basis van dit artikel mogen binnen een cirkel met een straal van 100 meter maximaal twee, dus geen drie, voertuigen staan. Eén van de op de weg geparkeerde voertuigen geldt als middelpunt van de cirkel. Voor eventuele volgende voertuigen die buiten deze cirkel staan, geldt opnieuw dat er maximaal twee voertuigen binnen een cirkel met een straal van het meteraantal mogen staan. Enzo verder.
Overigens lijkt de Afdeling de bepaling anders, en strikter, uit te leggen. Zie hiervoor ABRvS 06‑02‑2019, ECLI:NL:RVS:2019:358 (Den Haag), waarin naar aanleiding van een gelijkluidende bepaling is beoordeeld of de voertuigen waren geparkeerd in een straal van 25 meter rond de onderneming. Dat is echter niet wat in dit artikel staat.
Reparatie- en sloopwerkzaamheden aan op de weg geparkeerde voertuigen in het kader van de uitoefening van een (neven)bedrijf, geven veelal klachten inzake geluidsoverlast en verontreiniging van de weg; in mindere mate wordt geklaagd over de als gevolg van deze activiteiten verminderde parkeergelegenheid.
Het verlenen van een vergunning zal in het algemeen op zijn plaats zijn als redelijkerwijs moet worden aanvaard dat de exploitant geen andere mogelijkheden ten dienste staan dan de hem toebehorende of toevertrouwde auto’s op de weg te parkeren. Te denken is hierbij aan het geval dat de exploitant van een reeds lang bestaand bedrijf in de feitelijke onmogelijkheid verkeert op eigen terrein of in de nabijheid van zijn bedrijf stallingsruimte te creëren, dan wel daarover op andere wijze de beschikking te krijgen. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden, onder meer omtrent de plaats waar en de tijd gedurende welke voertuigen voor de hier aan de orde zijnde doeleinden op de weg mogen worden geplaatst, alsmede ten aanzien van het aantal voertuigen dat ter plaatse door de houder van de vergunning mag worden geparkeerd.
Het is helaas een veelvuldig voorkomend verschijnsel dat groenstroken, openbare beplantingen, plantsoenen en grasperken worden benut voor het parkeren van voertuigen. Met artikel 4.294.133 wordt beoogd beschadiging van groenstroken en dergelijke, die het uiterlijk aanzien van de gemeente beogen te verfraaien, te voorkomen en het groen beter aan zijn bestemming te doen beantwoorden.
Omdat de WVW 1994 onder ‘wegen’ ook de bermen begrijpt, is het in dit artikel vervatte verbod beperkt tot groenstroken. De wegenverkeerswetgeving voorziet niet in de gevallen waarin het voertuig op of in een groenvoorziening wordt geplaatst, welke geen deel uitmaakt van de weg (in de zin van de WVW 1994).
Bij een parkeerverbod is het doen of laten staan van een voertuig niet strafbaar, als dat geschiedt om personen de gelegenheid te geven in of uit te stappen, dan wel voor het laden of lossen van goederen. Deze beperkingen zijn onwenselijk bij een verbod tot het doen of laten staan van voertuigen in groenvoorzieningen. Daarom is hier bewust gekozen voor de bestanddelen “te doen of te laten staan” in plaats van “te parkeren”, omdat ook het tot stilstand brengen van een auto in een plantsoen beschadiging van het groen en vermindering van de aantrekkelijkheid veroorzaakt.
Ten overvloede: gedragingen als de onderhavige brengen in sommige gevallen ook zaakbeschadiging in de zin van artikel 350 van het WvSr met zich mee.
Doorgaans zal een groenstrook geen deel uitmaken van de weg. Bermen maken wel deel uit van de ‘wegen’ in de zin van artikel 1 van de WVW 1994. Aangezien deze bepaling zich uitsluitend richt tegen een ’oneigenlijk’ parkeerexces – dat wil zeggen tegen een gedraging welke buiten de ‘weg’ (in de zin van de WVW 1994) plaatsvindt, behoeft voor strijd met de bepalingen van de wegenverkeerswetgeving niet te worden gevreesd. Om deze reden bestaat er geen bezwaar tegen dat in deze bepaling ook bijvoorbeeld het rijden over openbare beplantingen wordt verboden.
Artikel 10 van het RVV 1990 bepaalt dat bijvoorbeeld auto’s en motoren op de rijbaan en op andere weggedeelten – met uitzondering van het trottoir, het voetpad, het fietspad of het ruiterpad – mogen worden geparkeerd. Onder deze andere weggedeelten waar wel geparkeerd mag worden, vallen ook de bermen van een weg. Het is tevens mogelijk dat het parkeren op de rijbaan niet wenselijk is, bijvoorbeeld uit oogpunt van de verkeersveiligheid, maar dat het parkeren in de berm wel kan worden toegestaan. In dat geval is plaatsing van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 noodzakelijk.
Met de vergunning van artikel 4.304.134 wordt overlast tegengegaan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld: geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder en overlast door zwerfafval. De vergunning is persoonsgebonden. Op het vergunningstelsel is de Dienstenrichtlijn van toepassing. Dat geldt ook als de standplaats wordt gebruikt voor de verkoop van goederen. Die activiteit vormt voor de toepassing van de Dienstenrichtlijn namelijk een ‘dienst’.
Er kan sprake zijn van een schaarse vergunning, waardoor de vergunning niet voor onbepaalde tijd kan worden verleend en de selectie- en vergunningprocedure aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.
Voor het aanbieden van gedrukte stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard kan geen vergunning worden geëist in verband met artikel 7 van de Grondwet. Het aanbieden van zodanige gedrukte stukken wordt gezien als een zelfstandig middel van verspreiding. Wel is een vergunning noodzakelijk indien vanaf een standplaats gedrukte stukken worden aangeboden. Deze vergunning is niet vereist vanwege het feit dat gedrukte stukken worden aangeboden, maar vanwege het feit dat een standplaats wordt ingenomen.
De bepalingen met betrekking tot het innemen van een standplaats hebben als doel de ordening van de straathandel en zijn gebaseerd op de regulerende bevoegdheid van de gemeente van zaken die tot haar huishouding behoren.
De vergunning moet ook worden getoetst aan de functie. Als bijvoorbeeld het omgevingsplan standplaatsen ter plaatse niet toelaat, is het moeilijk uit te leggen dat de vergunning weliswaar wordt verleend, maar dat daarvan geen gebruik gemaakt kan worden wegens strijd met het omgevingsplan. Strijd met de functie is daarom als weigeringsgrond opgenomen.
De weigeringsgrond met betrekking het ruimtelijk kwaliteitsbeleid kan gehanteerd worden indien één of meer standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Met deze weigeringsgrond kan niet alleen verkapte marktvorming worden tegengegaan, ook wordt daarmee het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles gewaarborgd. Het bevoegd gezag bepaalt zelfstandig de inhoud van deze weigeringsgrond. Het is niet noodzakelijk, maar wel verstandig om bijvoorbeeld de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed om advies te vragen.
Wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt, kan een vergunning onder bijzondere omstandigheden worden geweigerd. Van duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal in de praktijk niet snel sprake zijn. Voor de vraag of een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal ontstaan, komt geen doorslaggevende betekenis toe aan de vraag of voor een overaanbod in het verzorgingsgebied en mogelijke sluiting van bestaande voorzieningen moet worden gevreesd, maar het doorslaggevende criterium is of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Zie bijvoorbeeld ABRvS 13‑01‑2016, ECLI:NL:RVS:2016:49.
De dienstenrichtlijn staat een redelijk voorzieningenniveau niet toe als weigeringsgrond voor standplaatsen, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten (artikel 14, punt 5, van de Dienstenrichtlijn). Op grond van de Dienstenrichtlijn mag wel een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld, mits:
geen sprake is van discriminatie naar nationaliteit of statutaire zetel (discriminatieverbod);
er sprake is van een dwingende reden van algemeen belang (noodzakelijkheid); en
de maatregelen zijn geschikt om het nagestreefde doel te bereiken en gaan niet verder dan nodig is en het doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt (evenredigheid) (artikel 15 Dienstenrichtlijn).
Artikel 4.314.135 bevat een vergunningplicht voor verkeer in natuurgebieden.
Gemeenten worden in toenemende mate geconfronteerd met het bezoek van motorcrossers aan natuurgebieden, met als gevolg klachten over geluidhinder, schade aan de flora, verstoring van wild en dergelijke. Verder worden natuurgebieden, parken en dergelijke steeds vaker door ruiters en fietsers/mountainbikers bezocht. Het komt nogal eens voor dat ruiters en fietsers/mountainbikers de speciaal voor hen aangewezen ruiter- of fietspaden verlaten. Deze gedraging levert gevaar en hinder op voor wandelaars en berokkent vaak ook schade aan flora en fauna.
Bij de vraag welke maatregelen mogelijk zijn tegen het motorcrossen in natuurgebieden, zal men een onderscheid moeten maken tussen het zogenaamde ‘wilde crossen’ (op wegen en paden en ‘off the road’) en het wedstrijd crossen. Op het wedstrijd crossen is artikel 4.174.118 (crosswedstrijden) van toepassing.
Bij de vraag welke maatregelen genomen kunnen worden tegen het ‘wildcrossen’ of overlastgevend ruiter- en fietsverkeer in natuurgebieden gaat het in feite om een meer algemeen vraagstuk: welke maatregelen kunnen genomen worden om ter bescherming van het milieu en ter voorkoming van overlast gemotoriseerd verkeer, ruiter- of fietsverkeer uit bepaalde gebieden te weren? Een mogelijkheid om het weggebruik door de verkeersdeelnemers te reguleren is het nemen van verkeersbeperkende maatregelen op grond van de wegenverkeerswetgeving. Voor gebieden die buiten de werking van de WVW 1994 vallen, kunnen in het omgevingsplan regelingen worden opgenomen. Hierbij moet in het oog worden gehouden dat met betrekking tot het onderhavige onderwerp ook een provinciale regeling kan gelden. Indien er reeds een provinciale regeling bestaat inzake de beperking van gemotoriseerd verkeer in natuurgebieden, welke regeling – deels – strekt ter bescherming van dezelfde belangen, zal – althans indien een gemeente geheel of gedeeltelijk gelegen is in een ‘natuurgebied’ als bedoeld in de provinciale verordening – de werkingssfeer van het gemeentelijk voorschrift ten opzichte van de provinciale verordening moeten worden afgebakend. Een andere mogelijkheid is om maatregelen te treffen langs feitelijke en privaatrechtelijke weg.
Artikel 4.324.135 regelt een omgevingsvergunning voor het in de open lucht verbranden, aan te leggen, te stoken of te hebben van afvalstoffen. Benadrukt wordt dat voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen altijd een ontheffing nodig is op grond van artikel 10.63, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm). Indien de ontheffing op grond van artikel 10.63, eerste lid, van de Wm wordt geweigerd, is er geen ruimte meer voor een vergunning op grond van dit artikel. Dit volgt uit het systeem van de wet. Een vergunning op grond van dit artikel kan in dit geval namelijk nooit worden verleend wegens strijd met de Wm. De aanvraag voor een vergunning hoeft daarom niet in behandeling te worden genomen. De grondslag hiervoor is artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
In het vierde lid van dit artikel is een aantal uitzonderingen opgenomen op het verbod in het eerste lid. Hierbij zijn de volgende punten van belang. In de eerste plaats valt verlichting door middel van kaarsen, fakkels, sfeervuren – waarbij geen afvalstoffen worden verbrand -, zoals terrashaarden en vuurkorven of vuur voor koken, bakken en braden, niet onder het regime van de Wm. Vervolgens mag er geen sprake zijn van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving. Vooral binnen de bebouwde kom kunnen klachten ontstaan over overlast of hinder door met name terrashaarden en vuurkorven. De aanhef van het vierde lid biedt dus een handvat om handhavend op te treden.
De uitzonderingen betreffen een aanvulling op hogere regelgeving. Het eerste lid regelt namelijk het aanleggen, stoken of het hebben van vuur, maar in de genoemde uitzonderingsgevallen is er geen sprake van het verbranden van afvalstoffen. De gemeentelijke wetgever regelt dus een bepaalde materie (verbranden) vanuit eenzelfde motief (namelijk een milieumotief: het voorkomen van overlast of hinder) als de hogere regelgever, maar beperkt zich daarbij tot gedragingen die niet of nog niet worden bestreken door de hogere regelgeving (namelijk het verbranden van niet-afvalstoffen buiten inrichtingen).
Voor de gevallen waarin op grond van het omgevingsplan een vergunning wordt verleend (de afvalstof schoon snoeihout- en afval) zijn er aantoonbaar geen andere mogelijkheden voor het afvoeren van de afvalstoffen én is sprake van een professionele beroepsgroep. Voor particulieren wordt geen vergunning verleend.
KKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.36 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.37 gaat over de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 als het bevoegd gezag van oordeel is dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
Niet ernstige gevallen van bodemverontreiniging, waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag toch nog sprake is van een onaanvaardbare verontreinigingsgraad, zijn meestal overzichtelijke gevallen. Op korte termijn en zonder de noodzaak van saneringsonderzoek is aan te geven op welke wijze het verontreinigingsprobleem kan worden ondervangen.
In dit soort niet ernstige gevallen hoeft de conclusie, dat het terrein verontreinigd is, niet te leiden tot weigering van de omgevingsvergunning voor het bouwen. In de voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het bouwen kan aangegeven worden op welke wijze het terrein gesaneerd moet worden en - in relatie tot de bouw - op welk tijdstip. Als saneringsvoorwaarden valt te denken aan:
de voorwaarde, dat onder het bouwwerk een isolerende en dampremmende laag wordt aangebracht;
de voorwaarde, dat een bepaald deel van de bodem wordt afgegraven en afgevoerd, alsmede het aanbrengen van een schone bodemlaag;
de voorwaarde, dat een pompinstallatie ter zuivering van het grondwater wordt aangebracht en gedurende een aantal jaren na de totstandkoming van het bouwwerk in stand wordt gehouden.
Er wordt op gewezen, dat sanering in deze gevallen in principe een verantwoordelijkheid van de aanvrager om omgevingsvergunning voor het bouwen is. Het kan in het belang van de aanvrager zijn, als deze bij het overleggen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen voor het bouwen op een verontreinigde bodem tevens aangeeft hoe deze de sanering denkt te laten plaatsvinden. Ook bouwaanvragen waarbij sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging kunnen op grond van dit artikel worden afgedaan.
[Vervallen]
LLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.1 Omgevingswet geeft gemeenten de mogelijkheid om op basis van hun omgevingsplan het slopen in een beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht aan een omgevingsvergunning te onderwerpen. Daaraan is in artikel 4.380 uitvoering gegeven.
Artikel 5.1 Omgevingswet geeft gemeenten de mogelijkheid om op basis van hun omgevingsplan het slopen in een beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht aan een omgevingsvergunning te onderwerpen. Daaraan is in artikel 4.40 uitvoering gegeven.
MMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.424.427 sluit aan bij Artikel 22.70 eerste lid aanhef en onder i. Het artikel is alleen gericht op onversterkte muziek vanuit milieubelastende activiteiten. In het artikel is onversterkte muziek uitgezonderd van de algemene geluidsniveaus. Door het feit dat de hinderbeleving van onversterkte muziek zeker niet lager is dan die van versterkte muziek, dient deze op gelijke wijze te worden beschermd. De genoemde geluidsniveaus in de tabel zijn niet van toepassing op:
het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden;
het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire inrichtingen;
het ten gehore brengen van muziek vanwege het oefenen door militaire muziekcorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uren per week op militaire inrichtingen.
Artikel 4.434.430 bevat regels over het geluid van incidentele festiviteiten. Voorbeelden van incidentele festiviteiten zijn: een optreden met levende muziek bij een café, een jubileum, een personeels- of straatfeest of een “vroege vogels”-toernooi.
NNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met inachtneming van paragraaf 5.1.4.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is het voor een gemeente mogelijk om voor (delen van) het gemeentelijk grondgebied verschillende normen of afstanden te hanteren met betrekking tot de geurhinder. Artikel 4.444.480 geeft hier invulling aan.
Met inachtneming van paragraaf 5.1.4.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is het voor een gemeente mogelijk om voor (delen van) het gemeentelijk grondgebied verschillende normen of afstanden te hanteren met betrekking tot de geurhinder. Artikel 4.454.481 geeft hier invulling aan.
Met inachtneming van paragraaf 5.1.4.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is het voor een gemeente mogelijk om voor (delen van) het gemeentelijk grondgebied verschillende normen of afstanden te hanteren met betrekking tot de geurhinder. Artikel 4.464.482 geeft hier invulling aan.
OOOOOO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.514.605 bevat een meldingsplicht voor incidentele festiviteiten. Voorbeelden van incidentele festiviteiten zijn: een optreden met levende muziek bij een café, een jubileum, een personeels- of straatfeest of een “vroege vogels”-toernooi.
PPPPPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.554.629 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.564.630 bevat regels over het beschadigen van waterstaatswerken.
Provinciale omgevingsverordeningen kennen veelal ook een dergelijke bepaling voor waterstaatswerken die bij hen in beheer zijn. De bepaling heeft alleen betrekking op waterstaatswerken die in beheer zijn bij de gemeenten. Indien een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting een kunstwerk heeft beschadigd, moet de schipper onverwijld daarvan kennis geven aan de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, zoals bepaald in artikel 1.14 BPR.
QQQQQQ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.574.631 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.584.632 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.594.633 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.604.634 behoeft geen verdere toelichting.
RRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.644.639 behoeft geen verdere toelichting.
Artikel 4.654.640 geeft aan dat in de belangenafweging of een vergunning verleend moet worden, rekening gehouden moet worden met het gebruik van het monument.
Artikel 4.664.641 voorziet gemeentelijke monumenten van voorbescherming. De voorbescherming start zodra het voornemen tot aanwijzing bekend is gemaakt, zoals bedoeld in artikel 16.29 Omgevingswet. Het is vergelijkbaar met de voorbescherming voor rijksmonumenten die voortvloeit uit het Besluit activiteiten leefomgeving.
SSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikelen artikel 5.14, artikel 5.15 en artikel 5.16 benoemen de doelgroepen voor de verschillende categorieën woningen. Dit gebeurt op basis van inkomen. Voor de sociale huur zijn de inkomensgrenzen wettelijk geregeld en zijn een afgeleide van de maximale inkomensgrens uit de Woningwet (de DAEB-norm). Deze norm wordt jaarlijks geïndexeerd conform artikel 48, eerste lid, van de Woningwet. Bij de koopwoningen is verder opgenomen dat de kopers de woning zelf moeten bewonen (zelfbewoningsplicht), waarmee aankoop en vervolgens verhuren wordt verhinderd.
TTTTTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.36.2 geeft aan dat paragraaf 5.2.1 Doelgroepen sociale en middeldure huur- en koopwoningen, alleen van toepassing is op plannen waarvoor dit is vastgelegd in het omgevingsplan. In de voorbereidende besprekingen wordt dit vanuit de gemeente meegegeven aan de ontwikkelende partij.
In de volgende situaties zijn de bepalingen uit paragraaf 5.2.1 niet van toepassing:
Indien er vóór de inwerkingtreding van paragraaf 5.2.1 van het omgevingsplan of zijn voorloper afspraken privaatrechtelijk zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst over het (woning)bouwprogramma van een Bouwplan;
Anterieure contracten waarvoor de onderhandelingen over de totstandkoming van deze contracten al in een zodanig vergevorderd stadium zijn, dat het in strijd is met de goede trouw van de precontractuele fase om paragraaf 5.2.1 van het omgevingsplan nog van toepassing te laten zijn;
Indien er vóór de inwerkingtreding van paragraaf 5.2.1 van het omgevingsplan of zijn voorloper een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor een Bouwplan is ingediend;
Indien er vóór de inwerkingtreding van paragraaf 5.2.1 van het omgevingsplan of zijn voorloper een formeel raads- of collegebesluit over het (woning)bouwprogramma heeft plaatsgevonden.
UUUUUU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage I bij het Bbl bevat de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument». Deze begrippen gelden op grond van artikel 1.1, eerste lid, van dit omgevingsplan ook voor dit plan. Deze begrippen worden gebruikt in de artikelenartikel 22.28, eerste lid en artikel 22.28, tweede lid, 22.38, 22.287, 22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295.
De begripsomschrijvingen van bovengenoemde begrippen zijn toegesneden op de wijze waarop de bescherming van monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau via het toekennen van een beschermde status en daardoor het van toepassing worden van bepaalde regels onder het nieuwe recht van de Omgevingswet vorm krijgt. Dit gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven en, als het gaat om een voorbeschermd monument of archeologisch monument, door het voor de locatie van het monument of archeologisch monument toevoegen van een voorbeschermingsregel aan dit omgevingsplan via een voorbereidingsbesluit vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven.
Daarmee zouden buiten de reikwijdte van bovengenoemde begrippen vallen monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau die onder het voor de Omgevingswet geldende recht als gemeentelijk monument of archeologisch monument zijn aangewezen op grond van een gemeentelijke verordening of een voorbeschermde status hebben verkregen op grond van een zodanige verordening, en waaraan nog niet direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of waarvoor op dat moment in het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel is opgenomen. In de praktijk werden onder het voormalige recht onder de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument» dergelijke monumenten en archeologische monumenten verstaan (hierna samen te noemen: gemeentelijke monumenten «oude stijl»).
Dit gevolg, dat niet is beoogd, kan zich voordoen tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop gemeenten over een omgevingsplan moeten beschikken dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Uiteraard moeten de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» gedurende deze overgangsfase wel adequaat worden beschermd. Dit is het geval zolang deze in dit omgevingsplan nog niet zijn voorzien van de functie-aanduiding gemeentelijk monument in het omgevingsplan of, voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten of archeologische monumenten, ter zake een voorbeschermingsregel in dit omgevingsplan is opgenomen. Daarbij wordt er voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten op gewezen dat die onder de Omgevingswet niet per se eerst via een door een voorbereidingsbesluit toe te voegen voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan hoeven te worden omgezet naar een voorbeschermd gemeentelijk monument in de zin van de begripsomschrijving uit bijlage I bij het Bbl. Afhankelijk van het tijdsverloop van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening en van de procedure om tot vaststelling van een nieuw omgevingsplan te komen, kan er voor deze voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten ook voor worden gekozen om deze direct, dus zonder hiervoor eerst een voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan toe te voegen, in het nieuwe deel van het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Dit zal zich met name voordoen als de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening gedurende hetzelfde tijdvak gaande is als de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan. In dat geval kan het zo zijn dat die procedure tot aanwijzing voldoende voorziet in de benodigde voorbescherming en hoeft die voorbescherming niet afzonderlijk met voorbeschermingsregels in het omgevingsplan te worden gecreëerd.
Voor zover het gaat om de continuering van de gelding van de gemeentelijke verordeningen zelf en een eventueel daarin opgenomen vergunningplicht wordt in de bescherming van de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» al voorzien door de artikelen 22.4 en 22.8 van de Omgevingswet, zoals die artikelen bij de Invoeringswet Omgevingswet worden toegevoegd. Maar voor een adequate bescherming van deze gemeentelijke monumenten «oude stijl» is ook vereist dat de onderdelen van de artikelen 22.28, 22.38, 22.276, 22.277, 22.279 tot en met 22.282 en 22.284 die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten in overeenstemming met de daarvoor geldende begripsomschrijvingen, ook op deze gemeentelijke monumenten «oude stijl» van toepassing zijn. Artikel 22.2 van dit omgevingsplan voorziet hierin. Daarbij is het uiteraard zo dat als bij voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten de uitkomst van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening is dat wordt afgezien van de aanwijzing, op dat moment de voorbescherming vervalt en niet langer sprake is van een «monument of archeologisch monument waarop die verordening van overeenkomstige toepassing is» als bedoeld in artikel 22.2, eerste lid. Het van toepassing zijn van dit artikel op de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» kan dus niet alleen worden beëindigd doordat gedurende de overgangsfase daaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument wordt gegeven of ter zake in het omgevingsplan een voorbeschermingsregel wordt opgenomen (de situaties beschreven in artikel 22.2, tweede lid), waardoor de desbetreffende monumenten en archeologische monumenten rechtstreeks onder de begrippen gemeentelijk monument en voorbeschermd gemeentelijk monument komen te vallen, maar ook doordat de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening uiteindelijk niet tot een aanwijzing leidt.
De gemeente Vijfheerenlanden heeft ervoor gekozen om het omgevingsplan voor de hele gemeente stap voor stap en per deelgebied tot stand te brengen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgen wij een zgn. Tijdelijk Omgevingsplan, waarin de bestemmingsplannen, een aantal verordeningen en de gedecentraliseerde rijksregels zijn opgenomen. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt dus in delen omgezet naar het definitief omgevingsplan (DOP). Dat betekent dat de komende jaren voor 8 deelgebieden in de gemeente omgevingsplannen worden gemaakt. Deze omgevingsplannen vormen gezamenlijk het gemeente dekkend (nieuwe) omgevingsplan.
Het eerste ‘deel’ omgevingsplan betreft Meerkerk, en de woongebieden van Vianen, Leerdam en Hoef en Haag
Met het wijzigingsbesluit omgevingsplan Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag wordt het tijdelijk deel van het omgevingsplan van Vijfheerenlanden gewijzigd. De wijziging heeft betrekking op:
1. Omzetting van de bestemmingsplannen Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag. Met dit wijzigingsbesluit worden regels uit enkele bestaande bestemmingsplannen omgezet naar het omgevingsplan. Deze wijziging gaat over het grootste deel van de bebouwde kom van Meerkerk.
Met dit wijzigingsbesluit wordt de eerste stap gezet in het tot stand brengen van het omgevingsplan van Vijfheerenlanden.
Deze motivering gaat in op de achtergronden van dit wijzigingsbesluit en de relatie met het wettelijk kader. Deze motivering gaat in op de volgende onderwerpen.
- Hoofdstuk 2: beschrijving van het plangebied
- Hoofdstuk 3: achtergrond: van tijdelijk naar definitief omgevingsplan
- Hoofdstuk 4: korte beschrijving van de planopzet
- Hoofdstuk 5: het wijzigingsbesluit op hoofdlijnen
- Hoofdstuk 6: toets aan bindende instructieregels van het Rijk en de provincie
- Hoofdstuk 7: toets aan relevant (gemeentelijk) beleid.
- Hoofdstuk 8: beschrijving van het gevoerde participatieproces
Omgevingsplan: motivering en toelichting
Bij een bestemmingsplan hoorde voorheen een ‘plantoelichting’. In de plantoelichting was alle toelichting opgenomen die hoorde bij een bestemmingsplan. Bij een omgevingsplan is dat anders: bij het omgevingsplan hoort een toelichting en motiveringen.
Toelichting. Elke gemeente heeft maar één omgevingsplan. Bij dat omgevingsplan hoort één toelichting. Die toelichting gaat over hoe het omgevingsplan in elkaar zit; het is een uitleg van het plan. Die toelichting kan, als het omgevingsplan wordt gewijzigd, wel worden gewijzigd of uitgebreid. Deze ene toelichting is opgenomen in het omgevingsplan. Op dit moment bevat het omgevingsplan van Vijfheerenlanden de toelichting die hoort bij de bruidsschat.[4] De toelichting wordt gewijzigd met het onderhavige wijzigingsbesluit. Die wijziging van de toelichting is dus te vinden in het wijzigingsbesluit.[5]
Motivering. Naast de toelichting staat de motivering, die hoort bij elk wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan. In de motivering wordt de wijziging gemotiveerd: de motivering geeft een onderbouwing van de wijziging. Deze motivering wordt niet opgenomen op Regels op de kaart. De motivering is opgenomen bij elk afzonderlijk wijzigingsbesluit. Hij is (na publicatie) te vinden in het Gemeenteblad, via de website Overheid.nl.[6]
In deze motivering wordt soms verwezen naar de toelichting.
De regels die worden overgezet vanuit bestemmingsplannen hebben alleen betrekking op (het grootste deel van) de bestaande bebouwde kom van Meerkerk, exclusief het bedrijventerrein en verder de woongebieden van Leerdam, Vianen en Hoef en Haag. Een kaart is opgenomen in bijlage 1. De zoekzones voor wonen of werklandschappen uit de Omgevingsvisie vallen buiten het plangebied.
Hiermee worden de volgende bestemmingsplannen verwerkt in het omgevingsplan. Deze bestemmingsplannen gelden niet meer voor het plangebied van dit wijzigingsbesluit, zodra dit wijzigingsbesluit in werking is getreden.
Sommige van deze bestemmingsplannen golden voor een groter plangebied dan dit wijzigingsbesluit. Voor dat deel blijven de bestemmingsplannen voorlopig nog gelden.
|
Plannaam |
IMRO-code |
|
Varsseveld |
NL.IMRO.05450000Varsseveld- |
|
Varkenswei |
NL.IMRO.0620.bp0004-vg01 |
|
Helsdingen |
NL.IMRO.0620.bp0003-vg01 |
|
Kom Vianen |
NL.IMRO.0620.bp0005-VG01 |
|
Leerdam Noord |
NL.IMRO.0545.BPLEERDAMNOORD-VS01 |
|
Leerdam Oost |
NL.IMRO.0545.BPLEERDAMOOST-VS01 |
|
Leerdam West |
NL.IMRO.0545.BPLEERDAMWEST-VS01 |
|
Tolstraat 5-21, Meerkerk |
NL.IMRO.0707.BPMKKTolstraat521-VA01 |
|
Helsdingse Achterweg 4 |
NL.IMRO.0620.bp0006-VG01 |
|
Kernen Zederik |
NL.IMRO.0707.BPKernenZederik-VA01 |
|
Buitens van Van Iperen |
NL.IMRO.0545.BPBUITENSIPEREN-VS01 |
|
Herstructurering School- en Talmastraat Leerdam |
NL.IMRO.0545.BPSCHOOLTALMA-VS01 |
|
De Weide herziening Grutto |
NL.IMRO.0707.BPMKKDeWeideherzGr-VA01 |
|
Wilhelminastraat e.o. |
NL.IMRO.0620.bp0014-VG01 |
|
Burggraaf naast 6, Meerkerk |
NL.IMRO.0707.BPnabijburggraaf6-VA01 |
|
Clarissenhof |
NL.IMRO.0620.bp0013-VG01 |
|
Supermarkten Europaplein |
NL.IMRO.0545.BPEuropaplein-VS01 |
|
Joost de Jongestraat |
NL.IMRO.0545.BPJOOSTDEJONGESTR-VS01 |
|
Vijfheerenlanden |
NL.IMRO.0620.bp0027-VG01 |
|
Eiland van Heesen 2014 |
NL.IMRO.0545.BPEILANDVHEE2014-VS01 |
|
Paraplupln Nieuwe Hollandse Waterlinie |
NL.IMRO.0545.BPNHW-VS01 |
|
De Linde en Brandpunt |
NL.IMRO.0707.BPDeLindeBrandpunt-VA01 |
|
Bestemmingsplan Burgemeester Sloblaan 15a |
NL.IMRO.0707.BPMKKBgmSlobln15a-VA01 |
|
Helsdingen 2015 |
NL.IMRO.0620.bp0026-VG01 |
|
Stammershoefstraat |
NL.IMRO.0620.bp0024-VG01 |
|
Herstructurering Siemensstraat |
NL.IMRO.0545.BPSIEMENSSTRAAT-VA01 |
|
Eksterlaan Leerdam |
NL.IMRO.0545.BPEksterlaan-VS01 |
|
Molenlaan 1 Leerdam |
NL.IMRO.0545.PBMolenlaan1-VS01 |
|
Overflow-parkeerterrein Van der Valk hotel Vianen |
NL.IMRO.0620.bp0030-VG01 |
|
De Looch |
NL.IMRO.0620.bp0032-VG01 |
|
Herziening Kernen Zederik |
NL.IMRO.0707.BPHerKernenZederik-VA01 |
|
Kernen Zederik Geconsolideerd |
NL.IMRO.0707.BPKernenZederikCON-GC01 |
|
Sportcomplex De Weide II |
NL.IMRO.0707.BPSptcmplxDeWeide2-VG01 |
|
Goudenregenstraat ongenummerd |
NL.IMRO.0620.bp0015-VG02 |
|
Leerdam, Oud Schaik 2a |
NL.IMRO.0545.BPOUDSCHAIK2A-VS01 |
|
Woonwijk De Weide II |
NL.IMRO.0707.BPwoonwkDeWeide2-VG01 |
|
1e herziening bestemmingsplan Leerdam West, P.M. van Gentstraat 24 |
NL.IMRO.0545.BPPMvGentstr24LRD-VS01 |
|
Rozenstraat e/o in Leerdam; herstructurering woonstraat |
NL.IMRO.0545.BPRozenstreoLRD-VS01 |
|
Burggraaf naast 22 |
NL.IMRO.0707.BPnabijburggraaf22-VA01 |
|
NL.IMRO.0545.BPGLASPARKLRD-VS01 |
NL.IMRO.0545.BPGLASPARKLRD-VS01 |
|
Zouwendijk 67 |
NL.IMRO.0707.BPZouwendijk67-VG01 |
|
Grondmolen 35 - 41, Het Slijk 12 |
NL.IMRO.1961.BP0041-VA01 |
|
Bazeldijk 64, Meerkerk |
NL.IMRO.1961.BPBazeldijk64-VA01 |
|
Prinses Marijkeweg 15 |
NL.IMRO.1961.bpMRKprmarijkewg15-VA01 |
|
Uitbreiding overflow-parkeerterrein Van der Valk hotel Vianen |
NL.IMRO.1961.BPViUitbrparkvValk-VA01 |
|
Kernen Zederik Geconsolideerd |
NL.IMRO.1961.BPHerKernenZederik-CON1 |
|
Bazeldijk tussen 25 en 27, Meerkerk |
NL.IMRO.1961.bpMKbzldijknaast25-VA01 |
|
Het Bos, Meerkerk |
NL.IMRO.1961.BPMKKHetBos-VG01 |
|
Herstructurering Lingeplein e.o. te Leerdam |
NL.IMRO.1961.BPLDLingepleineo-VA01 |
|
Broekgraaf Fase 6.4 |
NL.IMRO.1961.UPLDBROEKGRAAF64-VA01 |
|
Chw bestemmingsplan Broekgraaf |
NL.IMRO.0545.BPBroekgraaf2018-VA01 |
|
1e herziening, Hoef en Haag |
NL.IMRO.1961.bpHH1eherziening-VG01 |
|
Ursulinenhof 1, Vianen |
NL.IMRO.1961.bpVIursulinenhof1-VA01 |
|
Stammershoefstraat - Hogelandseweg, Vianen |
NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 |
|
Wijzigingsplan Glaspark |
NL.IMRO.1961.WPGLASPARKLRD-VA01 |
|
Prinses Marijkeweg tussen 11 en 13, Meerkerk |
NL.IMRO.1961.bpMKprmrijkwg11n13-VA01 |
|
Herstelbesluit 1e herziening, Hoef en Haag |
NL.IMRO.1961.bpHH1eherziening-VG02 |
|
Hazelaarplein, Vianen |
NL.IMRO.1961.BPHazelaarplein-VA01 |
|
Panoven 17 en 19, Vianen |
NL.IMRO.1961.bpVIpanoven17en19-VA01 |
|
Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen |
NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 |
|
Leerdam, Recht van ter Leede 4 |
NL.IMRO.1961.BPLDRechtvtLeede4-VA01 |
|
Reparatieplan Broekgaaf, Leerdam |
NL.IMRO.1961.bpLDrepabroekgraaf-ON01 |
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet zorgt voor veranderingen in de wet- en regelgeving rondom ruimtelijke ordening, bouwen, milieu en andere thema’s die samenhangen met de fysieke leefomgeving. Een gevolg van de Omgevingswet is dat het instrument ‘bestemmingsplan’ komt te vervallen. Hiervoor in de plaats komt het omgevingsplan. Het gemeentelijke omgevingsplan zal, net als het bestemmingsplan, regels bevatten over ruimtelijke ordening, bouwen, aanleggen en slopen. Maar de reikwijdte van het omgevingsplan is breder: ook regels uit gemeentelijke verordeningen, die gaan over de fysieke leefomgeving, komen terecht in het omgevingsplan. Daarnaast zal het omgevingsplan regels over milieu bevatten. Het gaat daarbij vaak om regels die voorheen vanuit de rijksoverheid werden gesteld, zoals waarden voor geluid. Zulke oude rijksregels worden aangeduid als de 'bruidsschat'.
Het omzetten van het oude naar het nieuwe stelsel kost tijd. De gemeente heeft op basis van de invoeringswet tot 2032 de tijd om het omgevingsplan al dan niet in delen vast te laten stellen. In het Plan van Aanpak om tot zo’n gebiedsdekkend omgevingsplan te komen is afgesproken deze uitdaging in delen te verdelen en te beginnen met het ‘deelgebied woongebied Meerkerk’.[7] In praktijk bleek het praktischer om de woongebieden van Leerdam, Vianen en Hoef en Haag ook meteen mee te nemen. Zolang het definitieve omgevingsplan voor de gehele gemeente nog niet is vastgesteld, gelden nog de oude regels, zoals het oude bestemmingsplan. Die oude regels gelden sinds 1 januari 2024 als ‘het tijdelijke deel’ van het omgevingsplan.
De komende jaren zal het tijdelijke deel van het omgevingsplan stapsgewijs worden vervangen door nieuwe regels in het omgevingsplan. Dit wijzigingsbesluit is de eerste stap.
Met dit wijzigingsbesluit wordt ook de opzet van het omgevingsplan van Vijfheerenlanden vastgelegd. Dat betekent dat een (voorlopige) hoofdstukindeling van het omgevingsplan wordt bepaald. Nog niet alle hoofdstukken worden met dit wijzigingsbesluit gevuld. Het vullen van alle hoofdstukken gebeurt in de loop der tijd, zoals toegelicht in hoofdstuk 3.
Met dit wijzigingsbesluit wordt ook gekozen voor een bepaalde systematiek voor het omgevingsplan van Vijfheerenlanden. Deze systematiek is toegelicht in de algemene toelichting bij het omgevingsplan, die is opgenomen in het wijzigingsbesluit.[8]
Op basis van het lokaal casco, de aangewezen bestemmingsplannen, wijzigingsplannen etc., de gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat is de wijziging omgevingsplan voor Meerkerk opgesteld. Dit betrof het beleidsneutraal overzetten van de huidige regelgeving en het zo nodig harmoniseren daarvan[9], conform het vooraf opgestelde Programma van Eisen.
Opzet van het omgevingsplan: casco voor Vijfheerenlanden
Hoewel het omgevingsplan van Vijfheerenlanden in beginsel hetzelfde regelt als het bestemmingsplan, de gemeente kiest ervoor om dit in beginsel beleidsneutraal te doen, ziet een omgevingsplan er heel anders uit. De regels zijn op een heel andere manier geordend. Voor de ordening, of structuur, van een omgevingsplan zijn vrijwel geen landelijke standaarden. Elke gemeente kiest zijn eigen aanpak. De aanpak van de gemeente Vijfheerenlanden wordt in dit hoofdstuk toegelicht.
Hoofdstukindeling
Het omgevingsplan van Vijfheerenlanden telt 8 hoofdstukken. Hieronder is per hoofdstuk kort beschreven waarover het gaat. Hoofdstuk 4 vormt de kern van het omgevingsplan: hier staan alle bepalingen die regels stellen over activiteiten in de fysieke leefomgeving.
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen. In dit hoofdstuk worden algemene regels opgenomen die nodig zijn om de rest van het omgevingsplan te kunnen begrijpen en toepassen. Bijvoorbeeld de begripsbepalingen. Ook de doelen die de gemeenteraad nastreeft met het omgevingsplan worden hierin opgenomen.
Hoofdstuk 2 – Programma’s. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd een programma vast te stellen dat beleid en/of maatregelen (anders dan regelgeving) bevat met het oog op doelstellingen in de fysieke leefomgeving (artikel 3.4 en 3.5 Omgevingswet). Een specifieke vorm van een programma is een programma met programmatische aanpak. Bij een programmatische aanpak wordt het toelaten van activiteiten in een gebied (vaak) afhankelijk gemaakt van de resultaten van maatregelen in het programma. Daarom kan een programma met programmatische aanpak alleen worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders nadat het programma is aangewezen in het omgevingsplan. De gemeente Vijfheerenlanden heeft nog niet zulke programma’s, maar in dit hoofdstuk is hiervoor wel ruimte gereserveerd.
Hoofdstuk 3 – Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 3 is bedoeld voor het aanwijzen van locaties, gebieden of objecten voor zover dat nodig is om het toepassingsbereik te bepalen van regels over activiteiten. In dit hoofdstuk worden bijvoorbeeld (te zijner tijd) gemeentelijke monumenten aangewezen.
Hoofdstuk 4 – Activiteiten. In dit hoofdstuk worden alle regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Dit is hieronder apart toegelicht.
Hoofdstuk 5 – Overige bepalingen. Dit hoofdstuk is bestemd voor het opnemen van allerhande overige bepalingen, zoals over beheer en onderhoud, financiën en uitvoering en handhaving. Dit hoofdstuk bevat vooralsnog nog geen regels.
Hoofdstuk 6 – Overgangsrecht. In hoofdstuk 6 is overgangsrecht opgenomen.
Hoofdstuk 22 – Bruidsschat. Hoofdstuk 22 is van rechtswege gevuld per 1 januari 2024. Het zijn oude rijksregels, die per 1 januari 2024 naar de gemeente zijn overgegaan. De regels uit de bruidsschat worden op termijn verwerkt in de andere hoofdstukken van het omgevingsplan. De gemeenteraad gaat daarbij nog keuzes maken over het behouden, aanpassen of schrappen van de regels. Uiteindelijk (na 2031) zal hoofdstuk 23 komen te vervallen.
Hoofdstuk 23 – Slotbepalingen. Hoofdstuk 23 bevat enkele slotbepalingen van het omgevingsplan.
Indeling hoofdstuk ‘activiteiten’
Verreweg de meeste regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in hoofdstuk 4: Activiteiten. Voor de opbouw van dit hoofdstuk is gekozen voor een thematische indeling. Dit leidt tot de volgende indeling van hoofdstuk 4.
Afdeling 4.1 - Gebruiken van de fysieke leefomgeving
Afdeling 4.2 - Bouwactiviteiten
Afdeling 4.3 - Aanlegactiviteiten
Afdeling 4.4 - Sloopactiviteiten
Afdeling 4.5 - Milieubelastende activiteiten
Afdeling 4.6 - Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente
Afdeling 4.7 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Afdeling 4.8 - Activiteiten met betrekking tot planten en dieren
Bij zo’n thematische indeling worden de regels over activiteiten in het omgevingsplan steeds voor elk van die thema’s bij elkaar geplaatst. Dit betekent bijvoorbeeld dat alle bouwregels bij elkaar staan in één hoofdstuk. Dit betekent ook dat in het omgevingsplan niet meer, zoals voorheen, de regels per ‘bestemming’ bij elkaar staan. Wie wil weten welke regels op een specifieke locatie gelden, kan hiervoor het Omgevingsloket raadplegen (Regels op de kaart). Via deze website kan voor elke locatie in de gemeente worden opgevraagd welke regels uit het omgevingsplan daar van toepassing zijn.
Het wijzigingsbesluit bevat de omzetting van de bestemmingsplannen van Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag. Het bevat niet de omzetting van de Bruidsschat. Omzetting daarvan volgt in een ander wijzigingsbesluit. Bepaalde regels uit de gemeentelijke verordeningen zijn al omgezet in het eerste wijzigingsbesluit.
Met dit wijzigingsbesluit worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. In zoverre is sprake van een ‘consoliderend’ besluit, dat de bestaande situatie vastlegt. Met dit wijzigingsbesluit komen – voor het plangebied – de regels in het bestemmingsplan te vervallen. In plaats daarvan komen de regels van het omgevingsplan.
De regels in dit wijzigingsbesluit gaan dus over de onderwerpen die voorheen werden geregeld in het bestemmingsplan: het gebruik van gronden, het bouwen (en soms slopen) van bouwwerken en het verrichten van aanlegwerkzaamheden. De regels in dit wijzigingsbesluit zijn inhoudelijk ontleend aan de oude bestemmingsplannen die zijn opgenomen in de tabel in hoofdstuk 2.
De regels uit de bestemmingsplannen zijn echter niet helemaal 1-op-1 verwerkt in dit wijzigingsbesluit. Er kunnen verschillende redenen zijn om bestaande regels niet 1-op-1 te verwerken, maar deze aan te passen. Bijvoorbeeld vanwege recente jurisprudentie over bestemmingsplannen of wijzigingen in het omgevingsrecht met in werking treding van de omgevingswet.
Het wijzigingsbesluit omgevingsplan Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag is één van de stappen in het tot stand brengen van het complete omgevingsplan van Vijfheerenlanden. Dit betekent dat nog niet alle regels, die in de toekomst van belang zijn voor Vijfheerenlanden, in dit wijzigingsbesluit zijn opgenomen. Dit wordt hierna toegelicht.
Ook zijn de regels uit gemeentelijke verordeningen, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, verwerkt in het omgevingsplan. Dit is opgenomen in een apart wijzigingsbesluit. . Daarom zijn er geen regels uit verordeningen verwerkt in dit wijzigingsbesluit.
De bestemmingsplannen voor andere gebieden dan Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag worden op een later moment verwerkt in het omgevingsplan.
De regels uit de bruidsschat (Hoofdstuk 22) worden op een ander moment verwerkt in de andere hoofdstukken van het omgevingsplan. De gemeenteraad gaat daarbij nog keuzes maken over het behouden, aanpassen of schrappen van de regels. Uiteindelijk (na 2031) zal hoofdstuk 23 komen te vervallen.
De Omgevingswet kan ook daarnaast nog aanleiding zijn om andere regels op te nemen in het omgevingsplan. Dat hangt ook samen met de Omgevingsvisie, die het beleid voor de fysieke leefomgeving voor de gemeente Vijfheerenlanden beschrijft. Als dat nodig is, wordt het omgevingsplan hier op termijn op aangepast. Die aanpassing kan dan (mede) betrekking hebben op Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag.
De wetgeving rond de milieueffectrapportage (mer, ook wel m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Dit wijzigingsbesluit maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het valt daardoor niet onder bijlage V. Het doel van het wijzigingsbesluit is de bestaande situaties opnieuw vastleggen in het omgevings-plan (zie § 5.2). Het is daarom niet nodig om een m.e.r.-beoordeling uit te voeren. De bestaande situatie is in het verleden beoordeeld in het kader van de goede ruimtelijke ordening.
Het doel van het wijzigingsbesluit is de bestaande situaties opnieuw vastleggen in het omgevingsplan (zie § 5.2). Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er worden daardoor geen kosten gemaakt voor werken, werkzaamheden en maatregelen ten gevolge van nieuwe ontwikkelingen. Kostenverhaal is niet aan de orde.
Het Rijk heeft instructieregels gegeven waar het omgevingsplan aan moet voldoen. De regels zijn hoofdzakelijk opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Niet alle instructieregels zijn relevant voor elk besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Hierna worden de instructieregels besproken en wordt aangegeven hoe hiermee in dit wijzigingsbesluit is omgegaan.
De regels in het omgevingsplan moeten gezamenlijk bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent in elk geval dat moet worden voldaan aan alle instructieregels van het rijk en van de provincie die hiermee te maken hebben. Die instructieregels worden hierna elk afzonderlijk besproken.
In het algemeen geldt voor dit wijzigingsbesluit dat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Het doel van het wijzigingsbesluit is de bestaande situaties opnieuw vastleggen in het omgevingsplan (zie § 5.2). Het is daarom niet nodig om een intensieve toets uit te voeren of de regels bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De bestaande situatie is in het verleden beoordeeld in het kader van de goede ruimtelijke ordening.
Bij het stellen van regels in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, vierde lid, Omgevingswet). In dit wijzigingsbesluit is op verschillende manieren rekening gehouden met de gezondheid.
Bestaande regels over milieubelastende activiteiten, die zijn opgenomen in de bruidsschat, staan in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan. Deze regels blijven dus onverkort van toepassing in de hele gemeente.
Het wijzigingsbesluit laat geen nieuwe ontwikkelingen toe die de gezondheid van bewoners en gebruikers van het gebied op een onaanvaardbare manier kunnen beïnvloeden.
In de toekomst kan blijken dat het wenselijk is om nadere of andere regels in het omgevingsplan op te nemen met het oog op de gezondheid. Dat kan in het verlengde liggen van de omgevingsvisie of ander gemeentelijk beleid. Als dat wenselijk is zal het omgevingsplan daaraan te zijner tijd gebiedsgewijs of gemeente breed worden aangepast. Er is geen aanleiding om in dit wijzigingsbesluit specifiek voor Meerkerk nadere regels met het oog op de gezondheid op te nemen.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over veiligheid (paragraaf 5.1.2 van het Bkl). Het wijzigingsbesluit omgevingsplan Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag laat geen nieuwe risico veroorzakende activiteiten toe. Daarom zijn niet alle instructieregels over veiligheid relevant voor dit wijzigingsbesluit.
Het wijzigingsbesluit omgevingsplan Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag laat geen risicobronnen toe. In de omgeving liggen wel enkele risicovolle objecten, waarvan van enkele risicobronnen de 10-6 contour over het plangebied ligt:
Parc Merwede (propaan opslag). De PR 10-6 contour ligt niet over het plangebied.
Eputan Kunstoftechniek B.V.- De PR 10-6 ligt niet over het plangebied.
Shellstation 'Blommendaal'- De PR 10-6 ligt niet over het plangebied.
Shell Vianen – De PR 10-6 ligt niet over het plangebied.
Esso Leerdam – De PR-10-6 ligt wel in het plangebied.
TotalEnergies Vianen – Vinxwaard – De PR 10-6 ligt wel in het plangebied.
(Zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen niet binnen de PR-10-6-contour van een activiteit komen. In acht nemen van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico betekent dat de gemeente alleen van de grenswaarde mag afwijken onder de voorwaarden die in het Bkl staan. De 10-6 contour wordt in de het wijzigingsbesluit in acht genomen.
Daarnaast liggen langs de A27 en A2 aandachtsgebieden in het kader van het Basisnet Wegvervoer, omdat het een route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is. Dit aandachtsgebied ligt over het wijzigingsgebied. De risicocontour (PR 10-6) van de A2 is 0 meter. Ook langs de spoorlijn in Leerdam en een gasontvangststation in Vianen liggen aandachtsgebieden.
Het gaat om de volgende aandachtsgebieden:
A2 en A27
gifwolkaandachtsgebied 300 m
explosieaandachtsgebied 200 m
brandaandachtsgebied berekend (50 m)
plaatsgebonden risico 10-6 op of enkele meters buiten de snelweg
Spoorlijn Leerdam
gifwolkaandachtsgebied berekend (300m)
explosieaandachtsgebied berekend (200m)
brandaandachtsgebied berekend (30 m)
Gasontvangststation Vianen (W-354) en buisleiding
Op grond van artikel 5.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet worden gewaarborgd dat er voldoende afstand bestaat tussen enerzijds de risicobronnen en anderzijds kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Dit is een voortzetting van de voormalige regelgeving.
Het doel van het wijzigingsbesluit is om de bestaande situatie opnieuw vast te leggen in het omgevingsplan (zie paragraaf 5.2.1). Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er worden daardoor ook geen nieuwe kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogelijk gemaakt. Voor de bestaande explosieaandachtsgebieden en brandaandachtsgebieden rondom snelwegen, spoorlijn, gasontvangststation, gasleidingen en LPG-tankstations, zijn regels opgenomen in dit wijzigingsbesluit. De 10-6 contour wordt in het wijzigingsbesluit in acht genomen.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over het beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3.1 van het Bkl). Die instructieregels vereisen dat een zogenoemde watertoets wordt uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de digitale watertoets van de Nederlandse waterschappen.
Het doel van het wijzigingsbesluit is de bestaande situaties opnieuw vastleggen in het omgevingsplan (zie paragraaf 5.2.1). Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daardoor is een uitgebreide watertoets niet noodzakelijk. De aanwezige waterkering en A-watergangen worden beschermd, net als in de voorheen geldende bestemmingsplannen.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over de kwaliteit van de buitenlucht (paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl). De instructieregels over luchtkwaliteit zijn echter alleen van toepassing op specifieke situaties, te weten:
de aanleg van autowegen en tunnels;
in ‘aandachtsgebieden’ voor stikstofdioxide en fijnstof. Dit staat in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. De gemeenten die hieronder vallen staan in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling.
Het wijzigingsbesluit heeft geen betrekking op deze situaties, Vijfheerenlanden valt niet onder artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Daarom zijn de instructieregels over luchtkwaliteit niet van toepassing.
Hoewel er geen instructieregels van toepassing zijn, kan het aspect luchtkwaliteit toch van belang zijn uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het wijzigingsbesluit laat geen nieuwe ontwikkelingen toe die de kwaliteit van de buitenlucht negatief kunnen beïnvloeden. Daarom is – ook los van de instructieregels – het aspect luchtkwaliteit niet van belang voor deze planwijziging.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geluid van activiteiten (paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl).
Het omgevingsplan moet ervoor zorgen dat het geluid van activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. Daartoe moet het omgevingsplan in beginsel regels bevatten over zulk geluid. Het gaat om ‘gewoon’ geluid in een stedelijke omgeving, dat wil zeggen de combinatie wonen met (lichte) bedrijvigheid. De benodigde regels over geluid zijn opgenomen in de bruidsschat en staan in hoofdstuk 22. Deze worden op een later moment verwerkt in het omgevingsplan (zie paragraaf § 5.3).
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geluid van wegen (paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl). Het omgevingsplan moet ervoor zorgen dat het geluid van wegen op geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. Dit geldt echter niet voor bestaande situaties (die zijn in het verleden al getoetst in het kader van de goede ruimtelijke ordening). Deze instructieregels zijn daarom niet relevant voor dit wijzigingsbesluit.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over trillingen (paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl). De instructieregels over trillingen zijn echter alleen van toepassing op specifieke situaties, te weten situaties waar zich trillingen voordoen in een frequentie van 1 – 80 Hz in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, anders dan als gevolg van de activiteit wonen of het gebruik van wegen en spoorwegen. Het wijzigingsbesluit omgevingsplan Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag heeft geen betrekking op zulke situaties. Daarom zijn de instructieregels over trillingen niet van toepassing.
Hoewel er geen instructieregels van toepassing zijn, kan het aspect trillingen toch van belang zijn uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het wijzigingsbesluit laat geen nieuwe ontwikkelingen toe die de leefomgeving, als het gaat om het aspect trillingen, negatief kunnen beïnvloeden. Daarom is – ook los van de instructieregels – het aspect trillingen niet van belang voor deze planwijziging.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl). Bodemkwaliteit is van belang voor elk omgevingsplan dat verblijfsgebouwen toelaat, dus ook in Meerkerk. Voor zulke situaties moet het omgevingsplan regels bevatten. De benodigde regels over bodem waren opgenomen in de bruidsschat en staan in hoofdstuk 22. Deze worden op een ander moment verwerkt in het omgevingsplan (zie § 5.3).
Het wijzigingsbesluit laat geen nieuwe ontwikkelingen toe die de leefomgeving, als het gaat om het aspect bodem, negatief kunnen beïnvloeden. Daarom is – ook los van de instructieregels – het aspect bodem niet van belang voor deze planwijziging.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geur (paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl). De benodigde regels over geur zijn opgenomen in de bruidsschat en staan in hoofdstuk 22. Deze worden op een later moment verwerkt in het omgevingsplan (zie § 5.3).
Het wijzigingsbesluit laat geen nieuwe ontwikkelingen toe die de leefomgeving, als het gaat om het aspect geur, negatief kunnen beïnvloeden.
Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het omgevingsplan, zoals het komt te luiden na het wijzigingsbesluit, erin voorziet dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten (artikel 5.130 lid 1 Bkl).
In het plangebied komen geen archeologische monumenten voor. Het wijzigingsbesluit Meerkerk bevat regels over archeologie, net als die voorheen waren opgenomen in het Paraplubestemmingsplan Archeologie Vijfheerenlanden. Hierdoor worden de archeologische verwachtingswaarden beschermd.
Voor het overige wordt cultureel erfgoed in het plangebied voorlopig beschermd door de volgende (bestaande) regels en besluiten:
bestaande aanwijzingen van gebouwen als gemeentelijk en rijksmonument, de benodigde regels hierover zijn opgenomen in de bruidsschat (in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan);
het beschermde stads- en dorpsgezicht van Leerdam en Vianen ligt net buiten het plangebied.
specifieke regels over het aanpassen en aantasten van monumenten (Erfgoedwet en gemeentelijke Erfgoedverordening).
Het is niet nodig om nieuwe of aanvullende regels over cultureel erfgoed op te nemen in dit wijzigingsbesluit. De aanwijzing van monumenten en regels uit de Erfgoedverordening worden op een later moment omgezet naar het omgevingsplan (zie § 5.3). Als daarnaast blijkt dat het bestaande gemeentelijke beleid over cultureel erfgoed aanpassing of aanscherping behoeft, mede in het licht van de instructieregels van het rijk en de omgevingsvisie, wordt het omgevingsplan daar op een later moment gedurende de transitieperiode op aangepast.
Als een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen die bepaalde (aangewezen) landelijke fiets- en wandelroutes kunnen doorsnijden, moet het belang van de instandhouding van deze fiets- en wandelroutes bij het omgevingsplan worden betrokken (artikel 5.161b Bkl).
Er liggen geen landelijke wandelroutes in de omgeving van Meerkerk. Er ligt net buiten het plangebied aan de andere zijde van het Merwedekanaal een landelijke fietsroute (bron: Atlas leefomgeving, maart 2024). In Leerdam ligt een landelijke fietsroute en een landelijke wandelroute. Aan de rand van Vianen ligt een landelijke fietsroute.
Omdat het wijzigingsbesluit niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen is deze instructieregel voor dit wijzigingsbesluit niet relevant.
Uitsnede atlas leefomgeving (2024): landelijke fiets- en wandelroute Leerdam en landelijke fietsroute Vianen.
Als een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking (artikel 5.162 Bkl).
Omdat het wijzigingsbesluit niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen is deze instructieregel voor dit wijzigingsbesluit niet relevant.
Overige instructieregels van het rijk hebben specifiek betrekking op nieuwe ontwikkelingen die dit wijzigingsbesluit niet toelaat. Daarom zijn die instructieregels niet relevant voor deze planwijziging. Dit heeft betrekking op de volgende instructieregels:
behoud van ruimte voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen. Voor de A27 is geen reserveringsgebied autoweg (op basis van artikel 5.133 Bkl) aangewezen;
behoud van ruimte voor buisleidingen van nationaal belang;
landsverdediging;
elektriciteitsvoorziening;
rijksvaarwegen;
communicatie burgerluchtvaart.
Afdeling 5.2 van het Bkl bevat instructieregels voor het omgevingsplan met betrekking tot zaken die geen rechtstreekse samenhang hebben met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 5.165a en 5.165b schrijven voor dat in het omgevingsplan de bebouwingscontour jacht en de bebouwingscontour houtkap worden opgenomen. Deze contouren worden in het volgende wijzigingsbesluit van het omgevingsplan verwerkt.
De bebouwingscontour Jacht is niet één op één de bebouwde komgrens. Voor de bepaling van deze contour moet volgens artikel 5.165a Bkl rekening worden gehouden met stedelijk gebied en lintbebouwing, zonder daarbij significante niet-bebouwde, landelijke gebieden te omvatten. De afbakening van verschillende bebouwde kommen reflecteert de verdeling van bevoegdheden tussen gemeentelijke en provinciale bestuurslagen.
Bij het vaststellen van de bebouwingscontour jacht zijn gemeenten niet gebonden aan een specifieke afstand, maar moeten ze rekening houden met gebieden die direct aan de contour grenzen. Hierbij wordt de feitelijke situatie en veiligheid als leidend beschouwd. Betrokken partijen moeten in de voorbereidingsfase van het omgevingsplan inspraakmogelijkheden krijgen, en bij een te ruime vaststelling van de contour kan een gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade, aangezien dit invloed heeft op de bepaling van jachtvelden.
Onder de Omgevingswet is het aan de gemeenten om binnen de gemeentegrenzen een gebied aan te wijzen waar jacht met het geweer niet mag plaatsvinden. Deze door de gemeenteraad aan te wijzen begrenzing is de “bebouwingscontour jacht”. Dit dient aangewezen te worden in het omgevingsplan (Zie art. 5.165a Bkl). De grondslag voor artikel 5.165a is artikel 2.24 in samenhang met artikel 2.25, eerste lid, onder a, onder 2°, en derde lid, onder d, van de Omgevingswet (bron: https://www.jagersvereniging.nl/jagen/jacht-in-nederland/bebouwingscontour-jacht/).
De bebouwingscontour houtkap zou je gelijk kunnen trekken aan de bebouwingscontour jacht (maar kan ook kleiner zijn).
Artikel 5.163 Bkl gaat in op het voorkomen van belemmeringen gebruik en beheer rijkswegen, door het aanwijzen van beperkingengebieden. De A27, de A2 en de spoorlijn Leerdam vallen binnen de geometrische begrenzing uit artikel 2.29 Omgevingsregeling. Hoofdstuk 8 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving bevat nadere regels voor activiteiten rond rijkswegen.
Omdat het wijzigingsbesluit niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen, wordt voldaan aan deze instructieregel uit het Bkl.
De volgende instructieregels uit afdeling 5.2 van het Bkl zijn niet van belang voor dit wijzigingsbesluit omdat het wijzigingsbesluit de activiteiten of ontwikkelingen, waarover de instructies gaan, niet toelaat:
De omgevingsverordening van Utrecht bevat ook instructieregels voor het omgevingsplan. Deze instructieregels hebben betrekking op nieuwe ontwikkelingen. Dit wijzigingsbesluit heeft geen betrekking op nieuwe ontwikkelingen, maar het omgevingsplan van Vijfheerenlanden regelt in beginsel hetzelfde als de bestemmingsplannen. Op basis van artikel 10.16 van de verordening geldt voor deze situatie het overgangsrecht. Daarin staat namelijk dat een bouw- of gebruiksmogelijkheid die wordt geboden in een omgevingsplan dat gold voordat de provinciale verordening in werking trad, ondanks strijdigheid met de provinciale verordening van kracht mag blijven en kan in opvolgende omgevingsplannen opnieuw geboden worden. Uitzonderingen worden gemaakt voor agrarische bedrijven, kantoren en detailhandel, maar er worden geen ontwikkelingsmogelijkheden voor deze activiteiten geboden in het wijzigingsbesluit. Daarom zijn er geen instructieregels van de provincie waaraan hoeft te worden getoetst, met uitzondering van de ‘Instructieregel aardkundige waarden’ (artikel 7.12). Hierin staat dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen ‘Aardkundige waarden’ regels bevat ter bescherming van de in het plangebied aangewezen aardkundige waarden. De motivering van een omgevingsplan bevat:
een beschrijving van de in het plangebied aanwezige aardkundige waarden;
de daaraan toe te kennen waardering;
het door de gemeente te voeren beleid voor aardkundige waarden; en
de wijze waarop rekening wordt gehouden met de aardkundige waarden in het plan.
De zuidelijke helft van Meerkerk ligt in een gebied dat is aangewezen als ‘aardkundige waarden’. Grofweg het gedeelte dat ligt ten zuiden van het Rijskadeveld, Hazelaarsingel en in het verlengde daarvan ten zuiden van de Blommendaal. Hier ligt een ‘ oeverwal en/of oude rivierbedding’. Oeverwallen en oude rivierbeddingen liggen in het rivierkleigebied. Oeverwallen zijn hoge ruggen langs de geulvormige laagte van een oude rivierbedding.[10] Dit is bestaand stedelijk gebied. De bodem is al geroerd. Het wijzigingsbesluit doet daardoor geen extra afbreuk van de aardkundige waarden in de bodem.
In Leerdam en Vianen liggen geen gebieden met aardkundige waarden.
Overige instructieregels die van belang zijn voor omgevingsplannen zijn:
- cultuurhistorische hoofdstructuur (artikel 7.9)
- landschap (artikel 7.11), met name de bescherming van het Landschap Groene Hart. De kernkwaliteiten zijn vastgelegd in Bijlage XVI Kernkwaliteiten landschap bij de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht.
- regionale waterkeringen (artikel 2.14 met betrekking tot de vrijwaringszone aan weerszijden van de waterkering).
- bescherming van waterwingebieden en boringsvrije zone (artikel 3.7). binnen het plangebied ligt een waterwingebied aan het Hofplein aan de Noordzijde van Vianen, en de Boringsvrije zone over Vianen. Het omgevingsplan laat geen activiteiten toe die een risico vormen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie.
De in het bestemmingsplan opgenomen regels over cultuurhistorie, landschap, waterkeringen en grondwaterbescherming zijn beleidsneutraal omgezet in het omgevingsplan. Ten aanzien van cultuurhistorie en landschap waren in de bestemmingsplannen voor de kern Meerkerk en de woongebieden van Leerdam, Vianen en Hoef en Haag geen regels opgenomen. Vanwege het overgangsrecht in artikel 10.16 van de provinciale Omgevingsverordening en de beleidsneutrale omzetting van de bestemmingsplannen is dit ook niet in het omgevingsplan opgenomen. Wel waren er in de bestemmingsplannen regels over archeologie opgenomen, die beleidsneutraal zijn overgenomen in het omgevingsplan.
Het doel van dit wijzigingsbesluit is het omzetten van bestaande regels naar de systematiek van het omgevingsplan. De regels in dit wijzigingsbesluit gaan over de onderwerpen die voorheen werden geregeld in het bestemmingsplan. De regels in dit wijzigingsbesluit liggen daarmee in het verlengde van het ruimtelijke beleid dat ten grondslag heeft gelegen aan de eerdere bestemmingsplannen.
Actueel beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt door de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd in de omgevingsvisie. De uitwerking vindt plaats in beleidsplannen en programma’s. Beleidsontwikkeling heeft betrekking op de hele gemeente of op specifieke delen van de gemeente. Beleidsontwikkeling kan aanleiding zijn om regels op te nemen in het omgevingsplan. Of dat nodig is, wordt de komende jaren bezien in het kader van de uitwerking van de omgevingsvisie.
Er zijn geen beleidsontwikkelingen of beleidsdoelen die specifiek voor het plangebied van dit wijzigingsbesluit op dit moment een plek moeten krijgen in het omgevingsplan. De ‘Zoekgebieden uitbreiding woningbouw’, ‘Zoekgebieden uitbreiding Werklandschap’ en de doorontwikkeling van het 'HUB/transferium voor Openbaar Vervoer’ vallen buiten het plangebied en worden in een andere wijziging van het omgevingsplan uitgewerkt.
Participatie
Participatie is een verplicht onderdeel onder de Omgevingswet. Daarbij is niet uitgewerkt in welke vorm dit moet plaatsvinden. Bij het wijzigingsbesluit moet worden gemotiveerd op welke wijze bewoners en andere betrokkenen zijn geraadpleegd over de voorbereiding van het plan (participatie). De vorm en inrichting van participatie (vooroverleg) hangt erg af van het type project en de complexiteit ervan. In dit wijzigingsbesluit is sprake van beleidsneutrale omzetting van de bestemmingsplannen naar het omgevingsplan. Om die reden heeft er geen specifieke participatie plaatsgevonden.
Afstemming Ketenpartners
De ketenpartners zijn in september 2025 geraadpleegd bij de voorbereiding van het ontwerp-omgevingsplan.
De vooroverlegpartners zijn de volgende instanties:
Provincie Utrecht
Gasunie
Veiligheidsregio Utrecht
Waterschap Rivierenland
Omgevingsdienst Regio Utrecht
Oasen
Vitens
Dunea
Een aantal vooroverlegpartners heeft een vooroverlegreactie ingediend. Naar aanleiding hiervan is een aantal wijzigingen doorgevoerd in het plan. Dit was met name het aanpassen van een gasleiding en bijbehorende zone en aanpassingen over omgevingsveiligheid en bepaalde aandachtsgebieden.
Zienswijzen op het ontwerp wijzigingsbesluit
Het ontwerpbesluit wijziging omgevingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode kan door iedereen een zienswijze worden ingediend. Uitkomsten hiervan zullen in deze paragraaf worden verwerkt.
Noot tekst Terug naar link van noot.
Noot tekst Terug naar link van noot.
Noot tekst Terug naar link van noot.
Noot tekst Terug naar link van noot.
Noot tekst Terug naar link van noot.
Noot tekst Terug naar link van noot.
Noot tekst Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-80104.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.