Gemeenteblad van Wassenaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2026, 79943 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2026, 79943 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Antidiscriminatievoorziening gemeente Wassenaar 2026
De gemeenteraad van Wassenaar,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 december 2025;
gezien de reactie van de Adviesraad Sociaal Domein Wassenaar d.d. 24 november 2025;
overwegende de verordening na 15 jaar toe is aan actualisatie zodat de gemeente een actueel juridisch kader heeft voor de uitvoering van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;
gelet op artikel 2, lid 2 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;
Verordening Antidiscriminatievoorziening gemeente Wassenaar 2026
Artikel 2. Toegankelijkheid antidiscriminatievoorziening
Het College draagt ervoor zorg dat:
Artikel 3. Deskundigheid en onafhankelijkheid klachtbehandeling
Het College draagt ervoor zorg dat:
Artikel 4. Protocol behandeling klachten en verzoeken
Het protocol voor de behandeling van klachten, als bedoeld in artikel 6 van het Besluit, en het protocol voor de behandeling van verzoeken, als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Besluit, regelen in ieder geval:
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wassenaar
gehouden op dinsdag 27 januari 2026.
de griffier
drs. J. Kleinhesselink
de voorzitter,
drs. L.A. de Lange
De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (hierna: de Wet) voorziet erin dat de inwoner zoveel mogelijk in zijn directe leefomgeving terecht kan voor bijstand als hij zich gediscrimineerd voelt. Om dat te bereiken verplicht de Wet het college van burgemeester en wethouders (hierna: het College) om ingezetenen toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening (hierna: ADV). De gemeenteraad dient op grond van artikel 2, tweede lid van de Wet bij verordening regels vast te stellen omtrent de inrichting van de voorziening en de uitvoering door die voorziening van diens taak. Deze verordening voorziet in die regels.
Artikel 2 Toegankelijkheid antidiscriminatievoorziening
Voor de laagdrempeligheid van de voorziening is van belang dat artikel 7 van het Besluit de mogelijkheid biedt om per post, elektronisch, telefonisch en persoonlijk klachten te melden. In het verlengde daarvan is in artikel 2 van deze verordening geregeld dat het College ervoor moeten zorgen dat er een procedure is zodat de ingezetenen van de gemeente niet alleen bij de voorziening zelf, maar ook meer in hun directe leefomgeving melding kunnen maken van een klacht (artikel 2, aanhef en onder a). De bepaling is ook van toepassing als het College besluit om middels een regionale samenwerking uitvoering te geven aan de wettelijke verplichting om ingezetenen toegang te geven tot een voorziening. Dit kan bijvoorbeeld door ingezetenen de mogelijkheid te geven om bij de balie van het gemeentehuis melding te maken van een klacht, die wordt doorgeleidt naar de ADV.
Verder moet het College ervoor zorgen dat de medewerkers, waarbij melding kan worden gemaakt van een klacht, over de deskundigheid beschikken die nodig is om klachten over discriminatie op een adequate manier op te nemen en door te verwijzen naar de voorziening (artikel 2, aanhef en onder b). Dit betekent bijvoorbeeld dat het College ervoor moet zorgen dat er op de plek waar de melding in de directe leefomgeving kan worden gedaan, een medewerker is die weet wat de taken van de voorziening zijn en hoe de voorziening met klachten omgaat, maar ook bijvoorbeeld hoe de voorziening de privacy borgt van degene die een klacht indient. Het College moet bovendien ervoor zorgen dat de klacht wordt doorgeleid naar de voorziening (artikel 2, aanhef en onder c). Dit betekent dat het ook van belang is dat de medewerkers beschikken over kennis van de wijze waarop de doorgeleiding plaatsvindt en wat daarna het vervolg is. Tot slot moet het College bekend maken hoe de procedure eruitziet (artikel 2, aanhef en onder d).
Artikel 3 Deskundigheid en onafhankelijkheid klachtbehandeling
Doel van de Wet is dat burgers die zich gediscrimineerd voelen, op een laagdrempelige manier onafhankelijke en efficiënte bijstand kunnen krijgen.1
Tegen die achtergrond zijn in het landelijke Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (hierna: het Besluit) verschillende bepalingen opgenomen om de onafhankelijkheid van de klachtbehandelaars te waarborgen. Zo is geregeld dat de klachtbehandelaars onafhankelijk dienen te zijn en dus geen lid zijn van het College, geen arbeidsovereenkomst hebben met het College en ook niet op een andere manier aan het College ondergeschikt zijn (artikel 2, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit). Verder is geregeld dat de voorziening haar taak zonder vooringenomenheid moet vervullen en ertegen waakt dat een klachtbehandelaar die een persoonlijk belang bij een ingediende klacht heeft de behandeling van deze klacht beïnvloedt (artikel 2, vijfde en zesde lid, van het Besluit).
Voor laagdrempelige, onafhankelijke en efficiënte bijstand is echter meer nodig. In artikel 3 van het Besluit staat dus ook dat bij de inrichting van de voorziening in elk geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de voorziening moet worden gewaarborgd. In deze verordening is voor wat betreft de deskundigheid en de onafhankelijkheid van de klachtbehandelaars expliciet een zorgplicht voor burgemeester en wethouders opgenomen. Zij moeten op grond van artikel 3 van deze verordening ervoor zorgen dat de klachtbehandelaars beschikken over de deskundigheid en onafhankelijkheid die voor de klachtenbehandeling vereist is.
Verder moet de ADV er ook voor zorgen dat de klachtbehandelaars de mogelijkheid hebben de voor de klachtbehandeling vereiste deskundigheid op peil te houden en verder te ontwikkelen. De ADV dient aan te geven of zij beschikt over een opleidingsprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding deel te nemen.
In het belang van preventie is daar tot slot aan toegevoegd dat het College ervoor zorgt dat patronen van discriminatie worden gemonitord en dat er preventiemaatregelen worden genomen.
De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als niet-fysiek kan melden. De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of zij terecht kan om te melden. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een bestaande balie, zoals het Klant Contact Centrum.
Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via sms, telefoon, brief of email om de klacht te melden of in te dienen. Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden.
Artikel 4 Protocol behandeling klachten en verzoeken
In het Besluit is al deels omschreven hoe de ADV haar taken uit moet voeren. Zo bevat artikel 4 een opsomming van hoe de ADV onafhankelijke bijstand verleent, is in artikel 9 en 10 in grote lijnen kenbaar gemaakt hoe de ADV (voor)onderzoek doet naar een klacht en is in artikel 11 beschreven welke voorwaarden er voor de ADV zijn om tussen een klager en een beklaagde te bemiddelen. Op grond van artikel 6 van het Besluit dient de ADV echter ook een protocol vast te stellen waarin is vastgelegd hoe de ADV klachten behandelt. Daarbij is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk.
Verder dient de ADV op grond van artikel 12, derde lid, van het Besluit een protocol vast te stellen waarin staat hoe de ADV verzoeken behandelt om een onderzoek te doen naar de wijze waarop een persoon, werkzaam onder de ADV, zich jegens een klager of beklaagde heeft gedragen.
In artikel 4 van deze verordening is een viertal elementen opgesomd die in elk geval een plaats moeten krijgen in het protocol voor de behandeling van klachten en verzoeken. In de eerste plaats is geregeld dat het protocol moet voorzien in een afdoeningstermijn zodat helder is hoelang de behandeling van een klacht of verzoek duurt. Verder moet het protocol voorschriften bevatten over de wijze waarop de ADV een klacht of verzoek afdoet. Dit betekent dat de ADV, aan de hand van hetgeen in het Besluit opgenomen is, uit moet werken welke stappen de ADV tijdens het proces zet en welke werkwijze de ADV daarbij precies toepast. Daarnaast moet het protocol regels bevatten over de registratie van klachten en verzoeken. Dit onder andere zodat duidelijk is hoe de ADV de privacy waarborgt. Tot slot is opgenomen dat in het protocol moet staan hoe verslaglegging aan het College plaatsvindt. Dit in verband met de verplichting van het College om op grond van artikel 3 van de Wet jaarlijks verslag uit te brengen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de door de ADV geregistreerde klachten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-79943.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.