Gemeenteblad van Zuidplas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2026, 79737 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2026, 79737 | beleidsregel |
Voor de aanleg van een nieuwe of de verandering van een bestaande uitweg is een omgevingsvergunning nodig. Deze ‘Omgevingsvergunning uitweg maken of veranderen’ (hierna: uitwegvergunning) kan worden aangevraagd via de website van de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH). Op deze website (www.odmh.nl) staat alle informatie over de aanvraagprocedure.
De ODMH verzorgt het proces van aanvraag tot en met vergunning. De gemeente beoordeelt de aanvraag inhoudelijk. De beoordeling vindt o.a. plaats op basis van criteria als verkeersveiligheid, bruikbaarheid van de weg en (de gevolgen voor) het openbaar groen. Het college van burgmeester en wethouders neemt het besluit of een vergunning wordt verleend of wordt geweigerd.
De gemeente heeft als eigenaar zeggenschap over haar eigendom en ziet toe op behoud van de veiligheid.
Wettelijke basis voor deze beleidsregels
De Verordening fysieke leefomgeving Zuidplas 2023 Omgevingswet (“VFLO”) en de Omgevingswet zijn de wettelijke basis voor dit beleid. De Algemene wet bestuursrecht bepaalt welk bestuursorgaan bevoegd is de beleidsregels vast te stellen.
Artikel 5.1, lid 1, onder a van de Omgevingswet stelt dat het verboden is een omgevingsplanactiviteit te verrichten zonder omgevingsvergunning.
Artikel 22.8 van de Omgevingswet bepaalt dat voor zover op grond van een bepaling in een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist voor een geval waarin regels over de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.7, eerste lid, alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen, geldt een zodanige bepaling als een verbod om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a.
Artikel 3.23, lid 2 van de VFLO bevat vier redenen (zogenaamde ‘weigeringsgronden’) waarom een uitwegvergunning kan worden geweigerd. Een uitwegvergunning kan worden geweigerd vanwege:
Artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht (“Awb”) geeft de gemeente de mogelijkheid om beleidsregels op te stellen over de wijze waarop de gemeente met de weigeringsgronden om wil gaan. Deze beleidsregels worden gebruikt om te toetsen of er redenen zijn om een aanvraag te weigeren. Als die redenen er niet zijn moet een uitwegvergunning worden verleend.
Artikel 4.84 van de Awb bevat de opdracht aan het college van burgemeester en wethouders om de beleidsregels toe te passen. Daarnaast biedt het artikel de ruimte om in bijzondere gevallen van een beleidsregel af te wijken en maatwerk toe te passen. Een aanvrager kan hier geen rechten aan ontlenen.
Beleidsregels omgevingsvergunning ‘uitweg maken of veranderen’
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning ‘uitweg maken of veranderen’, hierna te noemen uitwegvergunning moet voldoen.
Een uitweg is een in- of uitgang van een erf voor motorvoertuigen om de openbare weg te bereiken. Een uitweg wordt ook wel inrit, uitrit of oprit genoemd en ligt op gemeentegrond. (Smalle) toegangspaden naar een erf beschouwen we niet als uitweg, als uit de inrichting duidelijk is dat dit enkel bestemd is voor voetgangers/ (brom)fietsers.
Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het maken of veranderen van een uitweg.
De aanleg van een uitweg wordt uitgevoerd door de gemeente, of door een aannemer in opdracht van de gemeente, tenzij de gemeente expliciet toestemming heeft gegeven onder welke voorwaarden de uitweg in eigen beheer door de vergunninghouder mag worden uitgevoerd. Het is de vergunninghouder niet toegestaan zonder expliciete toestemming zelf een uitweg aan te (laten) leggen.
De aanleg-, aanpassings-, en verwijderingskosten van de uitweg zijn voor rekening van de vergunninghouder.
Dit geldt ook voor alle kosten die met de aanleg samenhangen, bijvoorbeeld het aanpassen van groenvakken, kabels en leidingen of het verplaatsen van straatmeubilair of lichtmasten.
Artikel 5 - Relatie andere onderdelen omgevingsvergunning
Wanneer de uitweg onderdeel uitmaakt van een ‘grotere’ omgevingsvergunning, bijvoorbeeld voor de bouw van een woning, wordt de uitwegvergunning geacht onderdeel te zijn van de toetsing van de aanvraag voor de desbetreffende omgevingsvergunning.
Als een uitwegvergunning op zichzelf staat, kan het echter ook nodig zijn om een omgevingsvergunning aan te vragen voor werkzaamheden die hiermee verband houden. Bijvoorbeeld voor de aanleg van een duiker of brug. De ODMH kan de aanvrager desgewenst adviseren over welke werkzaamheden onderdeel zijn van de omgevingsvergunningaanvraag.
Artikel 6 - Ondergrond eigendom van derden
Als voor de aanleg van een uitweg grond nodig is van de gemeente, mag men ervanuit gaan dat de gemeente daarmee akkoord gaat als de uitwegvergunning is verleend.
Wel kan de gemeente hier voorwaarden aan stellen, bijvoorbeeld voor de bereikbaarheid van kabels, leidingen en het riool. Deze bereikbaarheid kan ook worden geëist voor zogenaamde ‘derden’ zoals de netbeheerder en de eigenaren van de betreffende kabels, leidingen, etc.
Bij de beoordeling van een aanvraag uitwegvergunning houdt de gemeente er geen rekening mee dat mogelijk gronden van zogenaamde ‘derden’ nodig zijn. Als niet alle grond in het bezit is van de aanvrager of de gemeente, zal de aanvrager de eigenaar van de grond om toestemming moeten vragen om de betreffende grond te mogen gebruiken. De aanvrager zal hiervoor mogelijk een overeenkomst moeten sluiten met de eigena(a)r(en) van de grond die nodig is. Als achteraf blijkt dat de grondeigenaar (anders dan de gemeente) niet akkoord is met de aanleg van de uitweg zal de uitwegvergunning als niet verstrekt gezien moeten worden.
Artikel 7 - Toetsingscriteria algemeen
Een aangevraagde uitweg moet in ieder geval aan de volgende vereisten voldoen:
Artikel 8 - Bruikbaarheid van de weg
Onder “weg” wordt de weg zelf verstaan en de daarbij horende openbare voorzieningen zoals de openbare verlichting, riolering, bebording en wegmeubilair, etc. Als deze voorzieningen niet verplaatst of de waarde daarvan gecompenseerd kunnen worden, wordt de aanvraag voor een uitwegvergunning geweigerd.
Daarnaast wordt een uitwegvergunning in het belang van de bruikbaarheid van de weg geweigerd als door het maken of veranderen van de uitweg:
een verzamelpunt van afval(containers) verloren gaat en dit niet binnen een acceptabele straal opnieuw kan worden gerealiseerd1 ;
Artikel 9 - Veilig en doelmatig gebruik van de weg
Een uitwegvergunning wordt in het belang van de verkeersveiligheid geweigerd als de uitweg komt te liggen:
Artikel 10 - Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
De gemeente vindt een nette, logische en mooie openbare ruimte belangrijk. Daarom moet de aangevraagde uitweg voldoen aan onderstaande voorwaarden. Bij de beoordeling van deze aspecten wordt gekeken naar de uitweg zelf, maar ook naar de impact van de voertuigen die op de uitweg geparkeerd kunnen worden.
Artikel 11 - Bescherming van groenvoorzieningen van de gemeente
Een uitwegvergunning wordt in het belang van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente geweigerd als:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-79737.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.