Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2025

Nijverdal, 16 december 2025, kenmerk: 2025-016086

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

 

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;

 

b e s l u i t:

 

vast te stellen de

 

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2025

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hellendoorn en voor de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

  • -

    BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn;

  • -

    financieel beheer: het sturing geven aan en toezicht houden op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Hellendoorn;

  • -

    rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de programmabegroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen;

  • -

    doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;

  • -

    doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;

  • -

    rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording

Artikel 2 Vaststelling programma-indeling en paragrafen

  • 1.

    De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.

  • 2.

    De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma vast:

    • a.

      de taakvelden;

    • b.

      de beleidsindicatoren. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a van het BBV;

    • c.

      de producten. De onderverdeling van de programma's in producten staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de programmabegroting expliciet vermeld.

  • 3.

    De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1.

    Bij de begroting en de jaarstukken wordt onder elk van de programma's het overzicht van de baten en lasten per product weergegeven. In de bijlage van de begroting en de jaarstukken wordt een overzicht per taakveld weergegeven.

  • 2.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.

  • 3.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

  • 4.

    In het overzicht van de (geraamde) incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000,-- afzonderlijk gespecificeerd.

Artikel 4 Autorisatie begroting en investeringskredieten

  • 1.

    De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de baten en lasten per programma.

  • 2.

    Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

  • 3.

    Het college informeert de raad als zij verwacht dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden of de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden. Het college meldt dit aan de raad in de eerstvolgende tussenrapportage en voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het krediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid.

  • 4.

    Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.

  • 5.

    Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.

Artikel 5 Tussentijdse rapportages

  • 1.

    Het college informeert de raad twee keer per jaar met een tussentijdse rapportage over de realisatie van de programmabegroting en het daaraan ten grondslag liggende beleid van de gemeente.

  • 2.

    De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht van:

    • a.

      de afwijkingen per programma;

    • b.

      de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

    • c.

      het resultaat, volgend uit de onderdelen a en b;

    • d.

      de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

  • 3.

    Financieel-technische aanpassingen, welke niet leiden tot wijziging van het begrote financiële resultaat, welke geen beleidsinhoudelijke gevolgen hebben en waarvoor geen bestuurlijke afweging nodig is, kunnen maandelijks aan de raad aangeboden worden met een verzamelwijziging.

  • Daarbij gaat het om wijzigingen waarbij:

    • -

      de dekking reeds geregeld is;

    • -

      (aanvullende) middelen voor een specifiek doel worden ontvangen van het Rijk of van derden;

    • -

      budgetten intern tussen programma’s worden verschoven.

  • 4.

    Tussen salarissen en sociale lasten enerzijds en de kosten van personeel van derden en advies- en uitvoeringsbudgetten anderzijds mag zonder financiële beperking worden geschoven, mits het gaat om personele mutaties binnen de bestaande formatie. In alle andere gevallen is dit slechts mogelijk als het uitgaven van incidentele aard betreft die niet tot extra structurele verplichtingen in een volgend jaar leiden.

  • 5.

    Op kostensoorten die integraal door de programma’s lopen kan eveneens zonder financiële beperking worden geschoven. Dat geldt voor alle hieronder genoemde kostensoorten:

    • -

      beheerkosten en heffingen gemeentelijke gebouwen;

    • -

      verzekeringen;

    • -

      energiekosten;

    • -

      licenties en diensten ICT.

Artikel 6 Jaarstukken

  • 1.

    Het college draagt zorg voor een adequate verantwoording van gevoerd beleid en beheer in de gemeenterekening.

  • 2.

    Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma's. In de verantwoording geeft ze aan:

    • a.

      wat is bereikt;

    • b.

      wat de kosten zijn;

    • c.

      hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen.

  • 3.

    Financiële afwijkingen worden op productniveau toegelicht wanneer de afwijking:

    • a.

      groter is dan € 30.000,-- bij een begroot budget onder € 1.000.000,--;

    • b.

      groter is dan € 75.000,-- bij een begroot budget tussen € 1.000.000,-- en € 2.500.000,--;

    • c.

      groter is dan € 100.000,-- bij een begroot budget boven € 2.500.000,--.

  • 4.

    Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

  • 5.

    Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.

Artikel 7 EMU-saldo

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Hoofdstuk 3 Rechtmatigheidsverantwoording

Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

  • 1.

    De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.

  • 2.

    In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves.

  • 3.

    In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 5% van de verantwoordingsgrens, zoals vastgesteld in het tweede lid van dit artikel, nader toegelicht.

Artikel 9 Voorwaardencriterium

  • 1.

    Het voorwaardencriterium is een criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

  • 2.

    Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk op 31 december van een jaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.

Artikel 10 Begrotingscriterium

  • 1.

    Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.

  • 2.

    De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 2.

  • 3.

    Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

  • 4.

    Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:

    • a.

      er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;

    • b.

      er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;

    • c.

      de overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.

  • 5.

    Afwijkingen betreffende hogere of lagere baten of lagere lasten die worden gemeld in de jaarrekening worden gezien als ‘tijdig gemeld’ en worden daarmee als rechtmatig beschouwd.

  • 6.

    Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Artikel 11 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium

  • 1.

    Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is een criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.

  • 2.

    Het college stelt regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 4 Financieel beleid

Artikel 12 Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1.

    Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota investeren en afschrijven aan. De nota beschrijft de methodiek van afschrijving en de termijnen.

  • 2.

    Het college biedt de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen voor de komende meerjarenperiode.

Artikel 13 Voorziening voor oninbare vorderingen

  • 1.

    Voor de bepaling van de oninbare vorderingen van debiteuren Participatiewet en leningen op basis van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 wordt gebruik gemaakt van de statische bepaling. Per openstaande vordering wordt het risico van oninbaarheid ingeschat en op basis hiervan wordt de voorziening bepaald.

  • 2.

    Voor de overige openstaande vorderingen van verbonden partijen en derden wordt een separate voorziening wegens oninbaarheid gevormd.

  • 3.

    Indien de openstaande vordering, zoals bedoeld in het tweede lid, groter is dan € 25.000,-- wordt op basis van een individuele beoordeling de inbaarheid bepaald, de zogenaamde statische bepaling.

  • 4.

    Voor de overige vorderingen wordt een percentage meegenomen in de voorziening, de dynamische bepaling:

  • Jaar t-4 en ouder: 100% dubieus;

  • Jaar t-3: 75% dubieus;

  • Jaar t-2: 50% dubieus;

  • Jaar t-1: 25% dubieus.

Artikel 14 Reserves en voorzieningen

  • 1.

    Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan.

  • 2.

    De nota behandelt minimaal:

    • a.

      de vorming en besteding van reserves;

    • b.

      de vorming en besteding van voorzieningen;

    • c.

      de minimale en maximale omvang van de reserves en voorzieningen.

Artikel 15 Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

  • 2.

    Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.

  • 3.

    Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten. Dit aandeel wordt bepaald door de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan deze activiteit te delen door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.

  • 4.

    Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten, die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, bepaald in overeenstemming met de methodiek, zoals is beschreven in het derde lid.

  • 5.

    Voor de toerekening van de overheadkosten naar investeringsprojecten en grondexploitatie wordt aangesloten bij de methodiek zoals is beschreven in het derde lid.

  • 6.

    In afwijking van het derde lid wordt de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing en afvalstoffenheffing als volgt bepaald: Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing en afvalstoffenheffing waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten (zie de berekening onder het derde lid) minus een afslag. Deze afslag bestaat uit overheadkosten waar zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt of waarvan de kosten van direct gerelateerd al toegerekend worden.

  • 7.

    Het percentage van de toegerekende rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen.

  • 8.

    In afwijking van het zevende lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.

Artikel 16 Prijzen economische activiteiten

  • 1.

    Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en bijbehorende activiteiten waarmee de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een raadsvoorstel, waarin het publieke belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.

  • 2.

    Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een raadsvoorstel, waarin het publieke belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.

  • 3.

    Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een raadsvoorstel, waarin het publieke belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

  • 4.

    Raadsbesluiten met de motivering van het publieke belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:

    • a.

      leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;

    • b.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;

    • c.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;

    • d.

      een bevoordeling van sociale werkplaatsen;

    • e.

      een bevoordeling van onderwijsinstellingen;

    • f.

      een bevoordeling van publieke media-instellingen;

    • g.

      een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 17 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en leges

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke belastingen.

Artikel 18 Financieringsfunctie

  • 1.

    Het college draagt bij de uitoefening van de treasuryfunctie zorg voor:

    • a.

      het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de begrotingshoofdstukken binnen de door de raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren;

    • b.

      het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

    • c.

      het beheersen van de risico's verbonden aan de treasuryfunctie zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's.

  • 2.

    Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde in het eerste lid en legt deze regels, alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het besluit ter kennisneming aan de raad.

  • 3.

    Het college evalueert de bepalingen inzake de treasuryfunctie minimaal één keer per vier jaar en doet van het resultaat daarvan melding aan de raad.

Hoofdstuk 5 Paragrafen bij de begroting en jaarstukken

Artikel 19 Lokale heffingen

  • 1.

    Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval:

    • a.

      de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen;

    • b.

      de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse bevolkingsgroepen en soorten belastingplichtigen;

    • c.

      de kostendekkendheid van de heffingen;

    • d.

      de druk van de lokale belastingen en heffingen;

    • e.

      het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.

  • 2.

    Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV op.

Artikel 20 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

  • 1.

    Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota risicobeheersing en weerstandsvermogen aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico's door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt ook de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.

  • 2.

    In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV op.

  • 3.

    Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.

Artikel 21 Onderhoud kapitaalgoederen

  • 1.

    Het college zorgt voor een actueel onderhoudsplan van in ieder geval de verplichte kapitaalgoederen op grond van artikel 12 van het BBV. Het onderhoudsplan geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en het meerjarig budgettair beslag.

  • 2.

    Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV, in ieder geval op:

    • a.

      de volgende kapitaalgoederen: bruggen en tunnels, openbare verlichting, speelplaatsen en buitensportaccommodaties;

    • b.

      de voortgang van het geplande onderhoud;

    • c.

      de omvang van het achterstallig onderhoud.

Artikel 22 Financiering

In de paragraaf financiering bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het BBV in ieder geval op:

  • a.

    de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

  • b.

    de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar;

  • c.

    de rentevisie voor de komende vier jaar.

Artikel 23 Bedrijfsvoering

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het BBV in ieder geval op:

  • a.

    de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;

  • b.

    een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens zoals bedoeld in artikel 8 overschrijden, en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;

  • c.

    een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;

  • d.

    rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen;

  • e.

    geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.

Artikel 24 Verbonden partijen

  • 1.

    Het college biedt ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota verbonden partijen aan.

  • 2.

    De nota bevat de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan van nieuwe) participaties, met name de condities waaronder het publieke belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële voorwaarden.

  • 3.

    In de paragraaf verbonden partijen bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV in ieder geval op een overzicht van informele samenwerkingsverbanden waarbij de gemeente Hellendoorn is aangesloten.

Artikel 25 Grondbeleid

  • 1.

    Het college biedt ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan:

    • a.

      de relatie met de programma's van de programmabegroting;

    • b.

      de strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de gemeente;

    • c.

      de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

    • d.

      de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;

    • e.

      de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.

  • 2.

    In de paragraaf grondbeleid bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van het BBV in ieder geval op:

    • a.

      het verloop van de grondvoorraad;

    • b.

      de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

Artikel 26 Wet open overheid

Artikel 3.5 van de Wet open overheid stelt dat het college de beleidsvoornemens voor het uitvoeren van deze wet moet opnemen in de programmabegroting. Bij de jaarstukken wordt verslag gedaan van de uitvoering van deze wet en specifiek ook van de uitvoering van deze beleidsvoornemens. Het college legt het beleid, de uitvoering en het verslag van de uitvoering en het beleid vast in de paragraaf open overheid.

Artikel 27 Verstrekking subsidies

Het college biedt ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.

Hoofdstuk 6 Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 28 Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de diensten;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts;

  • c.

    het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties;

  • d.

    het bevorderen en afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;

  • e.

    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie en voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.

Artikel 29 Financiële organisatie

  • 1.

    Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:

    • a.

      een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de verschillende organisatieonderdelen;

    • b.

      een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;

    • c.

      de verlening van volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

    • d.

      de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

    • e.

      de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

    • f.

      het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

    • g.

      het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;

    • h.

      het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan;

    • i.

      het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

  • 2.

    Het college zendt het besluit ter kennisneming aan de raad.

Artikel 30 Interne controle

  • 1.

    Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.

  • Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 23 onder b. Daarnaast informeert ze de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

  • 2.

    Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste één keer in de vier jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt ze maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 31 Nadere regelgeving en afwijkingen

  • 1.

    Het college kan in voorkomende gevallen om bijzondere redenen besluiten tijdelijk af te wijken van de bepalingen van deze verordening. De raad wordt hierover vooraf gehoord.

  • 2.

    Het college kan regels vaststellen waarmee nadere uitvoering wordt gegeven aan de in deze verordening gestelde bepalingen.

Artikel 32 Intrekken oude verordening en overgangsrecht

De "Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2023" wordt ingetrokken met ingang van het in artikel 33, eerste lid, genoemde tijdstip.

Artikel 33 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na haar bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2025.

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

Naar boven