Verordening op de heffing en de invordering van huur gemotoriseerde vaartuigen 2026

De raad der gemeente Wijdemeren;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025

 

gelet op artikel 229 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van huur gemotoriseerde vaartuigen 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden;

  • b.

    gemotoriseerd vaartuig: een schip of vaartuig dat is uitgerust met een motor of een andere vorm van mechanische voortstuwing om zich te verplaatsen op het water;

  • c.

    lengte: de lengte over alles;

  • d.

    Huurder: degene die een gemotoriseerd vaartuig huurt;

  • e.

    Verhuurder: degene die bedrijfsmatig of als privépersoon gemotoriseerde vaartuigen verhuurd, waarbij de opstapplaats gevestigd is in Wijdemeren.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Ter zake van het huren van gemotoriseerde vaartuigen, die een aanleg- en/of opstapplaats hebben binnen de gemeentegrenzen van Wijdemeren, waarvoor in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen wordt onder de naam ‘huur gemotoriseerde vaartuigen’ een directe belasting geheven. Een en ander met inbegrip van de situatie dat het huren van een gemotoriseerd vaartuig onderdeel uitmaakt van een breder arrangement.

  • 2.

    Rondvaartboten, zeilboten, roeiboten, kano’s en sup-boarden vallen niet onder de boot huur belasting.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is ook degene die als privépersoon dan wel bedrijfsmatig, al dan niet gericht op het maken van winst, gemotoriseerde vaartuigen verhuurt, de vermakelijkheden verschaft, organiseert of de gelegenheid daartoe biedt of op wiens naam of voor wiens verantwoordelijkheid de vermakelijkheden plaatsvinden.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wie een vaartuig huurt de belasting verschuldigd wordt.

  • 3.

    Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de eigenaar van een vaartuig.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    De belasting wordt niet geheven ter zake de verhuur van onderstaande vaartuigen:

    • Rondvaartboten

  • 2.

    De belasting wordt niet geheven ter zake de verhuur van onderstaande vaartuigen zonder mechanische aandrijving:

    • Zeilboten

    • Roeiboten

    • Kano’s en

    • Sup-boarden

  • 3.

    De belasting wordt niet geheven ter zake de verhuur van zeilboten voorzien van een hulpmotor, die zeilen als hoofddoel hebben. De hulpmotor dient uitsluitend als hulpmiddel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De belasting wordt geheven per keer dat een gemotoriseerd vaartuig wordt verhuurd.

  • 2.

    Het aantal keren dat een vaartuig wordt verhuurd als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uit de verhuuradministratie, welke door de belastingplichtige bij aangifte zijn opgegeven, dan wel blijkt.

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1.

    Voor de verhuur van gemotoriseerde vaartuigen, kan indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, tweede lid, gebruik maken van vaste tarieven zoals vermeld in lid 2.

  • 2.

    Soort

    Bedrag per vaartuig

    Voor vaartuigen…

    Motorvaartuigen klein (lengte tot 6 meter)

    € 220,00

    Motorvaartuigen groot (lengte vanaf 6 meter)

    € 415,00

  • 3.

    Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.

Artikel 7 Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing

  • 1.

    Belastingplichtige kan in de aangifte verzoeken de maatstaf van heffing in afwijking van het bepaalde in artikel 6 vast te laten stellen op het werkelijk aantal verhuren, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.

  • 2.

    Dit verzoek wordt gehonoreerd, tenzij de verhuuradministratie zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 niet of niet juist is bijgehouden.

Artikel 8 Belastingtarief

  • 1.

    Bij verhuur van een gemotoriseerd vaartuig bedraagt het tarief per verhuur:

    Bij een klein vaartuig (lengte tot 6 meter)

    € 5,00

    Bij een groot vaartuig (lengte vanaf 6 meter)

    € 10,00

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 11 Aanslaggrens

Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal verhuren, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien is.

Artikel 12 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste, tweede en het derde lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 13 Kwijtschelding

Bij de invordering van de verhuur van gemotoriseerde vaartuigen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Aanmeldingsplicht

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, tweede lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gemotoriseerde vaartuigen verhuurd, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor de belastingplichtige die voor het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een aanslag boot verhuur heeft ontvangen.

Artikel 15 Registratieplicht

  • 1.

    De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verhuur te registreren in een daarvoor bestemd bootverhuurregister.

  • 2.

    De vorm van het verhuurregister is vrij, maar bevat tenminste de volgende gegevens:

    • a.

      Type vaartuig (merk, typenummer en lengte)

    • b.

      Datum van verhuur

  • 3.

    De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de vaste tarieven van de heffingsmaatstaf (forfaitair) als bedoeld in artikel 6, lid 2 van deze verordening.

  • 4.

    Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere termijn geldt, geldt voor het verhuurregister een bewaartermijn van 5 jaar.

Artikel 16 Aangifteplicht

  • 1.

    De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte.

  • 2.

    De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de huur boten belasting te schatten en middels ambtshalve aanslag op te leggen.

Artikel 17 Overgangsrecht

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening huur gemotoriseerde vaartuigen 2026’.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 11 december 2025

De raad voornoemd,

de griffier,

mevr. drs. E.B. Hörchner

de voorzitter

dhr. M.L. Verheijen

Naar boven