Gemeenteblad van Gouda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 79077 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 79077 | beleidsregel |
Beleidsregels verblijfsontzegging Gouda 2026
De gemeente Gouda zet in op een leefbare omgeving, waar bewoners zich veilig voelen. Overlast is niet gewenst en wordt actief tegengegaan. Een van de instrumenten die de burgemeester hiervoor kan inzetten is het opleggen van een verblijfsontzegging. Met een verblijfsontzegging besluit de burgemeester dat aan personen die zich agressief of hinderlijk gedragen in het belang van de openbare orde de toegang tot een bepaald gebied voor een bepaalde termijn wordt ontzegd. Het doel van de maatregel is het beëindigen of voorkomen van (verdere) ordeverstoringen of overlast in het openbaar gebied, en/of het beperken van de gevolgen daarvan en de bewoners van het betreffende gebied hun gevoel van veiligheid (terug) te geven. De maatregel heeft daarmee een preventief (voorkomend), dan wel reparatoir (herstellend) karakter.
In deze beleidsregel is de bevoegdheid tot het opleggen van een verblijfsontzegging uitgewerkt.
De bevoegdheid tot het opleggen van een verblijfsontzegging is opgenomen in artikel 2:47 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025 (hierna: APV). Dit artikel is gebaseerd op artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet. In dat artikel is bepaald dat de burgemeester bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bevoegd is de bevelen te geven die noodzakelijk zijn te achten voor de handhaving van de openbare orde (de zogenaamde lichte bevelsbevoegdheid).
Als het gaat om voorzienbare min of meer structurele vormen van overlast, zoals drugsoverlast of overlast door sekswerk wordt echter blijkens de jurisprudentie in verband met de eisen van rechtszekerheid een autonome door de gemeenteraad vastgestelde verordening noodzakelijk geacht. Hiertoe heeft de gemeenteraad artikel 2:47 in de APV opgenomen. De ontzegging wordt door of namens de burgemeester opgelegd aan personen die strafbare feiten plegen of openbare orde verstorende handelingen verrichten.
Artikel 2:47 Verblijfsontzegging
De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1, 2:7, 2:25, 2:26, 2:28, 2:40, 2:41, 2:42, 2:43 of 3:16 overtreedt, of in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Ingeval de ordeverstoring zich voordoet bij een evenement is de duur van de gebiedsontzegging ten hoogste gelijk aan de duur van het evenement, doch niet langer dan 24 uur.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Dit bevel kan ook worden gegeven als voor dezelfde feiten reeds een bevel genoemd in het eerste lid is gegeven en treedt dan niet eerder in werking dan nadat het bevel op grond van het eerste lid is uitgewerkt.
De bevoegdheid op grond van de APV laat de bevoegdheid van de burgemeester om in voorkomende gevallen op te treden op grond van artikel 172, 172a en 172b en artikel 175 Gemeentewet onverlet. Daarbij valt te denken aan een situatie waarbij sprake is van een ernstige ordeverstoring of de ernstige vrees voor het ontstaan van een verstoring van de openbare orde. Denk bijvoorbeeld aan de noodzaak om per direct een langer durende verblijfsontzegging op te leggen aan een persoon in verband met een dreigende aanslag op diens leven.
2.2 Proportionaliteit en subsidiariteit
De beperking van de bewegingsvrijheid is een zwaar juridisch middel en moet worden beschouwd als ultimum remedium. Voorafgaand aan het opleggen van de verblijfsontzegging moet het aannemelijk zijn, dat de betrokkene strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen heeft gepleegd. De strafbare gedragingen betreffen zowel overtredingen van APV-bepalingen als geweldsdelicten en andere de openbare orde gerelateerde delicten.
Het besluit tot het opleggen van een verblijfsontzegging moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Of een verblijfsontzegging passend is hangt af van de frequentie van de overlast, de ernst van de gebeurtenissen, recidive of de rol van de betrokkene in het groepsverband (proportionaliteit).
Verder moet aannemelijk dan wel gebleken zijn dat andere maatregelen, zoals waarschuwen, niet volstaan (subsidiariteit).
3. Handhavingsarrangement en werkwijze bij het opleggen van een verblijfsontzegging
Het onderstaande handhavingsarrangement bevat de uitgangpunten voor de toepassing van de bevoegdheid van de burgemeester om een verblijfsontzegging op te leggen.
Tabel 1 Handhavingsarrangement verblijfsontzegging
3.2 Toelichting op het handhavingsarrangement
Eerste constatering van openbare ordeverstoring
Een verblijfsontzegging wordt in beginsel bij herhaaldelijke overlast opgelegd. Daarvan is sprake, als de betrokkene meerdere verstorende gedragingen heeft gepleegd. Dit behoeven niet twee dezelfde gedragingen te zijn. Na de eerste openbare ordeverstoring volgt een schriftelijke waarschuwing. Zo wordt de betrokkene de mogelijkheid gegeven om zijn gedrag aan te passen.
Aanvullend regime voor minderjarigen
Als de betrokkene minderjarig is, dan wordt hij met zijn ouders door de gemeente uitgenodigd voor een gesprek, met de gemeente en politie. In dat gesprek wordt aangegeven dat de overlast moet stoppen en dat bij het nogmaals verstoren van de openbare orde in de regel een verblijfsontzegging zal volgen. Daarbij is ruimte om te bespreken wat de aanleiding van het gedrag is en of de betrokkene behoefte heeft aan hulp op bepaalde leefgebieden. In dat geval wordt contact gelegd tussen de betrokkene en een professional.
Ernstige situatie: geen waarschuwing
In ernstige situaties wordt bij een eerste openbare ordeverstoring niet gewaarschuwd maar, door of namens de burgemeester, direct een verblijfsontzegging opgelegd. Van een ernstige situatie is in ieder geval sprake, maar niet uitsluitend, in een of meer van de volgende gevallen:
Tweede en eventuele opvolgende constateringen van openbare orde verstoringen
Als de betrokkene na een waarschuwing weer de openbare orde verstoort, dan wordt er door of namens de burgemeester een verblijfsontzegging opgelegd. De herhaling van de openbare ordeverstoring rechtvaardigt dit. Dit behoeven niet twee dezelfde soorten verstoringen te zijn maar kunnen verschillende soorten betreffen. Kennelijk heeft de waarschuwing niet geleid tot aanpassing van het gedrag en is een kortdurende verblijfsontzegging noodzakelijk. De verblijfsontzegging geldt voor 24 uur of voor de duur van een evenement met een maximum van 24 uur.
Derde en eventuele opvolgende constateringen van openbare ordeverstoringen
Begaat de betrokkene na een kortdurende verblijfsontzegging wopnieuw een openbare ordeverstoring, dan legt de burgemeester een verblijfsontzegging voor een langere periode van maximaal 12 weken op. Ook hier geldt dat dit niet twee dezelfde feiten hoeven te zijn maar het kunnen ook verschillende feiten betreffen. Afhankelijk van de ernst van de feiten uitgedrukt in drie categorieën, wordt de duur van de verblijfsontzegging bepaald. Deze categorieën zijn uitgewerkt in tabel 1 in de bijlage. Bij meerdere feiten geldt, dat het feit van de zwaarste categorie bepalend is.
Het handhavingsarrangement neemt niet weg dat de burgemeester, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, kan besluiten af te zien van het opleggen van een verblijfsontzegging of te volstaan met een waarschuwing. De burgemeester kan echter ook besluiten een of meerdere stappen in het handhavingsarrangement over te slaan, kiezen voor een cumulatie van besluiten of kiezen voor een ander besluit als de concrete situatie, de feiten of omstandigheden dit vereisen. Ook bijzondere omstandigheden kunnen voor de burgemeester aanleiding vormen om van de beleidsregels af te wijken. De burgemeester zal dit in zijn besluit expliciet beargumenteren.
4 Procedurele aspecten bij besluit verblijfsontzegging
De kortdurende verblijfsontzegging wordt opgelegd voor de duur van maximaal 24 uur. Dit wordt voldoende geacht als afkoelingsperiode waarbij het belang van het beschermen van de openbare orde in een kwetsbaar gebied met het verbod proportioneel wordt geacht ten opzichte van de inbreuk dat het verbod maakt op het recht op bewegingsvrijheid van de ordeverstoorder. De kortdurende verblijfsontzegging zal meestal worden opgelegd in een situatie, die om direct ingrijpen gevraagd. Gelet hierop wordt daarbij geen gelegenheid gegeven voor een zienswijze (zie ook artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht).
In het geval van het opleggen van een langdurige verblijfsontzegging (langer dan 24 uur) ontvangt de betrokkene eerst een voornemen. Betrokkene kan binnen vijf werkdagen na het uitreiken van het voornemen zijn zienswijze aan de burgemeester kenbaar maken. Dit kan schriftelijk of mondeling gebeuren.Als betrokkene zijn zienswijze mondeling kenbaar wil maken, dan vindt dit gesprek zo spoedig mogelijk plaats. Van het zienswijzegesprek wordt door de gemeente een verslag gemaakt. De zienswijze wordt meegenomen bij de afweging om een verblijfsontzegging op te leggen.
Als de burgemeester vervolgens besluit om geen verblijfsontzegging op te leggen, ontvangt de betreffende persoon daarvan schriftelijk bericht.
Een afschrift van het besluit van de burgemeester wordt verzonden aan de teamchef van politie (behalve als dit besluit in mandaat door de politie is genomen) en de officier van justitie. Na het opleggen van een verblijfsontzegging wordt een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis. Veilig Thuis ontvangt een afschrift van de opgelegde verblijfsontzegging.
In het besluit worden de volgende punten opgenomen:
Als de overtreder kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, kan de burgemeester besluiten om het gebied waarvoor de verblijfsontzegging geldt, aan te passen. Dit gaat om belangen van betrokkene zoals wonen, werken en school. Denk bijvoorbeeld aan het aanwijzen van een corridor door het verboden gebied die uitsluitend mag worden gebruikt door betrokkene om zijn werkplek te bereiken;
4.3. Mandaat aan de politie voor kortdurende verboden
Het opleggen van een waarschuwing en het opleggen van een kortlopende verblijfsontzegging wordt door de burgemeester ten behoeve van de efficiëntie gemandateerd aan politiefunctionarissen. De politie volgt bij het gebruik van dit mandaat hetgeen is bepaald in deze beleidsregel, het Gouds Mandatenbesluit, het machtigingsbesluit en de daarin opgenomen instructie. Een verblijfsontzegging voor een langere periode dan 24 uur wordt door de burgemeester opgelegd.
Een afschrift van een door de politie opgelegde kortdurende verblijfsontzegging wordt de eerstvolgende werkdag aan de burgemeester gezonden met een rapportage waarin zijn opgenomen:
De politie houdt toezicht op de naleving van de verblijfsontzegging. Ook buitengewone opsporingsambtenaren of andere toezichthouders in dienst van de gemeente zien toe op de
naleving vanuit hun signalerende rol. Het overtreden van de verblijfsontzegging is strafbaar. De betrokkene riskeert op grond van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht een gevangenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete. Daarnaast kan overtreding van de ontzegging óf overlast elders in de gemeente leiden tot uitbreiding of verlenging van de ontzegging dan wel het opleggen van een andere (aanvullende) maatregel ter voorkoming van verdere verstoring van de openbare orde.
6. Inwerkingtreding en opeenvolgende verblijfsontzeggingen
Een verblijfsontzegging treedt in werking op het moment dat de verblijfsontzegging aan de betrokkene wordt uitgereikt. Als de verblijfsontzegging per post wordt verzonden, dan treedt de verblijfsontzegging een dag na de verzenddatum in werking.
Als een verblijfsontzegging wordt opgelegd terwijl er een verblijfsontzegging geldt, gaat de nieuwe verblijfsontzegging na afloop van de eerder opgelegde verblijfsontzegging in.
7. Intrekken van de Beleidsregels verblijfsontzeggingen Gouda 2022 en overgangsbepaling
De beleidsregels verblijfsontzeggingen Gouda 2022 worden ingetrokken.
Besluiten die zijn genomen op grond van de Beleidsregels verblijfsontzeggingen Gouda 2022 worden aangemerkt als besluiten genomen krachtens de Beleidsregels verblijfsontzeggingen Gouda 2026
Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen krachtens de Beleidsregels verblijfsontzeggingen Gouda 2022 wordt beslist met inachtneming van de Beleidsregels verblijfsontzeggingen Gouda 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-79077.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.