Gemeenteblad van Vijfheerenlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 78584 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 78584 | beleidsregel |
Protocol openbaarmaking Wmo-toezicht
Met dit protocol legt GGD regio Utrecht vast hoe toezichtrapporten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) openbaar worden gemaakt. Het protocol is gebaseerd op de Wet open overheid (Woo), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), en borgt een zorgvuldige, transparante en eenduidige werkwijze.
Belangrijkste wijziging per 1 januari 2026: naast de bestaande actieve openbaarmaking van rapporten uit het reguliere kwaliteitstoezicht worden voortaan ook rapporten uit signaalgestuurd onderzoek actief gepubliceerd. Deze uitbreiding vergroot de transparantie, versterkt de lerende functie van het toezicht en geeft burgers, gemeenten en aanbieders inzicht in urgente kwaliteitskwesties.
1. Grondslag en uitgangspunten
De Woo vormt de primaire basis voor openbaarmaking van toezichtrapporten, met als uitgangspunt dat overheidsinformatie in beginsel openbaar is, met enkele uitzonderingsgronden (artikel 5 Woo). Openbaar gemaakte informatie dient actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar te zijn.
De Awb stelt dat het besluit tot actieve openbaarmaking een formeel besluit is (artikel 1:3 Awb), waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing, waaronder het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zo moet de toezichthouder gerechtvaardigde verwachtingen bij aanbieders honoreren, en dient het proces zorgvuldig te worden voorbereid, onder meer door belanghebbenden vooraf te informeren over het voornemen tot openbaarmaking en hen de gelegenheid te bieden een zienswijze te geven (artikel 4:8 Awb).
De AVG vereist zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens. Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt indien dit strikt noodzakelijk is; bedrijfsnamen en andere openbare gegevens mogen in de regel worden opgenomen.
Goed toezicht voldoet aan zes principes: selectief, slagvaardig, samenwerken, onafhankelijk, professioneel en transparant. Actieve openbaarmaking valt onder het principe van transparantie en heeft meerdere doelen:
Ondersteunen van andere toezichthouders en partijen die eigen onderzoek overwegen. Dit kan op het gebied van kwaliteit, rechtmatigheid, ketensamenwerking of arbeidsrecht, de landelijke inspecties en zorgkantoren. Het rapport kan bijdragen in de beeldvorming of informatie voorziening van een dergelijke partij.
Actieve en passieve openbaarmaking
Toezichtrapporten kunnen zowel actief als passief openbaar worden gemaakt.
Bij actieve openbaarmaking maakt het bestuursorgaan uit eigen beweging informatie openbaar. Dit betreft eindrapporten waarin de aanbieder de gelegenheid heeft gehad om feitelijke onjuistheden aan te geven en een zienswijze aan te leveren. Deze rapporten bevatten de uitkomsten van onderzoek waarin de Wmo-toezichthouder een oordeel geeft over de kwaliteit van de geboden voorziening.
Wanneer een inwoner een verzoek indient tot openbaarmaking, is er sprake van passieve openbaarmaking (artikel 4 Woo). In dergelijke gevallen wordt vaak om meer documenten gevraagd dan alleen het toezichtrapport.
Actieve openbaarmaking in Regio Utrecht
Sinds 2021 publiceert regio Utrecht actief toezichtrapporten uit het reguliere kwaliteitstoezicht. Met ingang van 1 januari 2026 worden ook rapporten uit signaalgestuurd onderzoek actief openbaar gemaakt.
Voorwaarden voor actief openbaar maken
Per onderzoek volgt GGDrU het volgende proces:
De aanbieder, de betreffende gemeente(n) en de eventueel belanghebbenden worden geïnformeerd: het definitieve rapport en het besluit tot openbaarmaking worden gestuurd. Hierin staan ook de mogelijke rechtsmiddelen opgenomen en de gemeente waar de aanbieder zich toe kan richten. In beginsel wordt uitgegaan van de gemeente waar het grootste aantal cliënten, die ondersteuning ontvangen van de aanbieder, woont. Dit beginsel volgt de lijn vanuit het handhavingskader. In bijlage 2 is dit nader beschreven.
Indien een aanbieder een bezwaarschrift indient tegen het besluit tot openbaarmaking van een rapport, is de verantwoordelijke gemeente (zie punt 8) belast met de behandeling van dat bezwaar. Zowel het indienen van het bezwaarschrift als de behandeling ervan vindt plaats bij de betreffende gemeente. Alleen het indienen van een bezwaarschrift tegen het besluit tot openbaarmaking is niet voldoende om de publicatie tegen te gaan. Bezwaar heeft geen opschortende werking, het aanvragen van een voorlopige voorziening wel.
De gemeente gaat na minimaal 2 weken over tot uitvoering van het besluit tot openbaarmaking (publicatie)
het bezwaar is niet gegrond verklaard.1
Het rapport wordt door GGDrU online geplaatst op www.toezichtwmo.nl
Bijlage 2: Concept afspraken bezwaarafhandeling gemeenten
De regio Utrecht voert het Wmo-toezicht uit voor 25 gemeenten die onderverdeeld zijn in inkoopregio’s (gemeente Rhenen en inkoopregio Vallei vormen voor het toezicht een inkoopregio). Elke inkoopregio heeft samen met GGDrU een jaarplan opgesteld voor de uit te voeren onderzoeken. Deze onderzoeken worden dus voor meerdere regiogemeenten uit de betreffende inkoopregio uitgevoerd.
Gemeente in de lead: de gemeente met het grootst aantal cliënten die ondersteuning van de aanbieder ontvangt van de te toetsen voorziening(en). Deze informatie wordt door de TZH bij de start van het toezicht opgevraagd bij de betreffende gemeenten (om de steekproef van de cliënten te bepalen). Bij de start van ieder onderzoek wordt dus direct bepaald welke gemeente genoemd wordt in het besluit tot openbaarmaking. Dit sluit aan bij de afspraken die zijn gemaakt in het handhavingsbeleid.
Er kan door de betreffende regiogemeenten worden afgeweken van dit beginsel. Wat de betreffende regiogemeenten hierover onderling afstemmen dienen zij ook in te regelen en bij de start van het onderzoek aan GGDrU te communiceren. Hebben meerdere gemeenten een gelijk aantal cliënten, dan kunnen de regiogemeenten op basis van andere variabelen tot een keuze komen (te denken valt aan: plaats van vestiging van aanbieder, clientpopulatie van andere Wmo-voorzieningen e.d.)
GGDrU voert, naast de 6 jaarplannen voor de inkoopregio’s, ook onderzoeken uit die regio-overstijgend zijn.
Voor de afhandeling van deze bezwaren zijn ook afspraken gemaakt.
De afspraken zijn afhankelijk van de inrichting van het regio-overstijgende toezicht.
Als een thema wordt gekozen, dan wordt voor elke inkoopregio dat thema onderzocht. Elke inkoopregio ontvangt een eigen rapport en daarvoor worden de afspraken meegenomen die gemaakt zijn voor de desbetreffende inkoopregio.
Bovenop de 6 onderzoeken vindt een analyse plaats van het thema waarin bevindingen van de aanbieders niet herleidbaar worden beschreven. Deze analyse is gericht op inkoopeisen en beleid met betrekking tot het thema, en kan bijvoorbeeld best pratices of does en don’ts beschrijven. De analyse resulteert in een rapport welke niet naar de aanbieders worden gestuurd, en waartegen ook geen bezwaar kan worden ingediend.
Toezicht bij aanbieders die in meerdere inkoopregio’s werkzaam zijn
Als voor het regio-overstijgend onderzoek aanbieders worden geselecteerd die in meerdere inkoopregio’s werkzaam zijn, dient er vooraf een afspraak gemaakt te worden welke gemeente het eventuele bezwaar afhandelt. Ook hier geldt het beginsel van de gemeente met het grootst aantal cliënten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-78584.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.