Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland tot wijziging van de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Steenwijkerland

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland;

 

b e s l u i t:

Artikel I  

De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Steenwijkerland van 5 april 2022, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 9 september 2025, wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1.1.3 komt te luiden:

 

1.1.3 Sociaal incasseren

Bij de invordering wordt het beginsel van sociaal incasseren toegepast, met als doel het voorkomen van problematische schulden en het bevorderen van duurzame oplossingen voor inwoners. Hierbij wordt maatwerk gehanteerd, waarbij vroegtijdig wordt ingezet op schuldhulpverlening en betalingsregelingen, in plaats van directe dwanginvordering. Van toepassing zijn de afspraken die zijn opgenomen in het getekende NVVK Convenant Lokale Overheid van 14 april 2025. Medewerkers die betrokken zijn bij de invordering krijgen periodiek trainingen gericht op schuldpreventie, vroegsignalering en samenwerking met lokale schuldhulporganisaties. Bij het sociaal incasseren wordt de werkwijze gehanteerd die is opgenomen in de op 1 april 2025 door het college vastgestelde DPIA.

 

B

Artikel 1.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de eerste zin vervalt “en het Besluit Fiscaal bestuursrecht”.

  • 2.

    De tekst vanaf de tweede zin, beginnend met “Dit betekent onder meer” en eindigend met “beoordeling ook zou hebben afgewezen”, vervalt.

C

Na artikel 1.1.5a worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

 

Artikel 1.1.5b Marginale toetsing

Als de belastingschuldige in zijn verzoek aan de gemeente aannemelijk maakt dat er gegronde twijfels bestaan over de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, toetst de ontvanger de belastingaanslag marginaal. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer openstaat en waarbij evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.

 

Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. Wanneer het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel betalingen betreffen die de belastingschuldige uit eigen beweging heeft gedaan, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.

De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur een tijdig verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.

 

Artikel 1.1.5c Verzoekschriften aan andere instellingen

De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de (gemeentelijke) ombudsman tot op dat verzoekschrift is beslist. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger toch invorderingsmaatregelen treffen.

 

D

In artikel 1.2 vervalt “en het Besluit Fiscaal bestuursrecht”.

 

E

De artikelen 25.1.15 en 26.1.11 vervallen.

 

F

In artikel 26.2.7 wordt in de derde zin, beginnend met “Dit uitgangspunt geldt niet”,

“de overblijvende partner/erfgenaam” vervangen door “de langstlevende echtgenoot”.

 

G

In artikel 26.2.12 wordt “€ 77” vervangen door “€ 80” en wordt “€ 68” vervangen door “€ 70”.

 

H

In artikel 26.2.19 wordt “€ 45” vervangen door “€ 47” en wordt “€ 101” vervangen door “€ 106”.

 

I

In artikel 67 wordt na het eerste gedachtestreepje een gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

 

  • -

    bekendmaking aan derden in het belang van de invordering:

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

Steenwijk, 10 februari 2026

Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,

de waarnemend secretaris,

Dennis Eikenaar

de burgemeester,

Erik de Groot

Naar boven