Gemeenteblad van Nuenen, Gerwen en Nederwetten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | Gemeenteblad 2026, 74177 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | Gemeenteblad 2026, 74177 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp gemeente Nuenen 2026
De raad van de gemeente Nuenen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025;
gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet en artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp gemeente Nuenen 2026.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, anders dan in het kader van de Jeugdwet.
een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden, niet vrij toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarvoor het college een beschikking afgeeft. Wanneer het gaat om Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) of de verwijzing naar een individuele voorziening verloopt via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts is dit zonder ondersteuningsplan.
voorziening als bedoeld in artikel 2 eerste lid, waarvoor geen verleningsbeschikking van het college is vereist.
hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.
de persoon als bedoeld in artikel 1.1. van de wet.
de persoon als bedoeld in artikel 1.1 van de wet en die woonachtig is in de gemeente Nuenen.
hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de jeugdige en zijn ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
elk leefverband van één of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding van één of meer jeugdigen.
Centrum Maatschappelijke Deelname (CMD):
het CMD helpt inwoners (waaronder mantelzorgers, vrijwilligers en professionals) met alle vragen die betrekking hebben op het sociale domein. In het CMD wordt begeleiding/ ondersteuning geboden. De professionals in het CMD versterken en activeren het netwerk rondom een vrager, bieden zelf hulp en organiseren zorg. De professional van het CMD is het aanspreekpunt voor het gezin en coördineert de ondersteuning die wordt ingezet.
rapportage die opgesteld wordt door het college in samenspraak met de jeugdige en /of zijn ouders en wanneer noodzakelijk samen met de bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. In de onderzoeksrapport staan de uitkomsten van het onderzoek, alle vormen van ondersteuning en hulp die ten behoeve van de jeugdige of zijn ouders worden ingezet en de doelen waaraan gewerkt wordt.
gezaghebbende ouder, adoptief ouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.
persoonsgebonden budget (pgb):
persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken.
Wanneer iemand twijfelt aan het besluit van het college kan er een tweede beoordeling plaatsvinden. Deze wordt kosteloos verricht door een onafhankelijke deskundige die door de gemeente is aangesteld.
een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige en/of ouder(s) een sociale relatie heeft.
in het geval van een individuele voorziening zijn er verschillende verwijzers mogelijk: het CMD, de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts.
Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente
Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk, digitaal, telefonisch of mondeling indienen bij het college. De datum van de aanvraag wordt geregistreerd. Op verzoek van de jeugdige of zijn ouders zorgt het college voor ondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte.
Het college geeft zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, de beschikking af. In spoedeisende gevallen beslist het college na een aanvraag zo snel mogelijk tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 5, of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.
Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college samen met de jeugdige of zijn ouders of wettelijke vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit. In overleg met het college kunnen de jeugdige of zijn ouders de aanvraag tijdens het onderzoek wijzigen.
Voordat het onderzoek start, kunnen de jeugdige of zijn ouders het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende twee weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek.
Artikel 7. Beoordeling (boven) gebruikelijke hulp en eigen kracht
Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van een van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen:
Personen die werkzaam zijn bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb krijgen. De organisatie staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De personen beschikken over de relevante diploma’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren.
Personen die als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of ouder(s) het pgb krijgen. De zzp’er staat voor deze werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Ook beschikt de zzp’er over de relevante diploma’s of werkervaring die nodig zijn voor uitoefening van deze werkzaamheden.
Personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-registratie) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (SKJ-registratie).Van informele hulp is sprake als de hulp verleend wordt een andere persoon dan beschreven in lid 2 onder a, b of c.
Het pgb wordt berekend op basis van het tarief van de voorziening in natura en wie de zorginzet levert. Hierbij gelden de volgende tarieven en percentages:
Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s en/of aantoonbare werkervaring die nodig is voor de uitoefening van de desbetreffende taken en niet behorend tot het sociaal netwerk: 75% van het tarief voor zorg in natura.
Artikel 10. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, opschorting, intrekking of terugvordering
Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen de jeugdige of zijn ouders op verzoek of direct uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandig-heden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb.
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
Artikel 11. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven voor contractering of subsidiering van aanbieders van jeugdhulp of uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met:
Artikel 12. Cliëntondersteuning
Het college zorgt ervoor en wijst erop dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning.
Het college draagt er zorg voor dat klachten behandeld worden conform de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening klachtbehandeling.
Het college zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de Algemene verordening gegevensbescher-ming (AVG), de Uitvoeringswet AVG en de Verordening Privacy gemeente Nuenen c.a..
Het college evalueert minimaal eenmaal per vier jaar het gevoerde beleid. Het college informeert de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
Artikel 17. Doorbraakmaatregel
Naast de voorzieningen in deze verordening, waaronder ook andere en overige voorzieningen, is maatwerk mogelijk in de vorm van een doorbraakmaatregel. Dit is maatwerk dat niet past binnen het reguliere aanbod op basis van de Wmo, Jeugdwet of Participatiewet en andere wettelijke regelingen, maar wat een doorbraak kan forceren waardoor naar de mening van het college een adequate en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag kan worden gevonden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-74177.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.