Wijzigingsbesluit Financiële Verordening Gemeente Maastricht

DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,

 

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 2 december 2025, registratienummer 2025.04216

 

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

Artikel I  

De Financiële verordening gemeente Maastricht wordt gewijzigd als volgt.

 

A.

In artikel 1 komt de definitie van verantwoordingsgrens te luiden:

  • Verantwoordingsgrens: een door de gemeenteraad vastgesteld bedrag of percentage, waarboven het college de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording.

B.

Artikel 2, lid 2, komt te luiden:

De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast voor het meten en het afleggen van verantwoording over de doelen en resultaten van het gemeentelijk beleid. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, van het BBV.

 

C.

Artikel 3, lid 3, komt te luiden:

Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt -in aanvulling op het in het BBV bepaalde- inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitaties.

 

D.

Artikel 4, lid 1, komt te luiden:

Het college biedt in het tweede kwartaal aan de raad een kaderbrief aan met een voorstel voor wijzigingen van het beleid, nieuw beleid en de ontwikkeling van het financieel meerjarenbeeld, om daarmee op hoofdlijnen kaders te krijgen voor het opstellen van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze kaderbrief voor het zomerreces vast.

 

E.

Artikel 6, lid 3, komt te luiden:

Bij de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de laatst vastgestelde ramingen van de baten en lasten van groter dan € 100.000 toegelicht.

 

F.

Artikel 7, lid 2, komt te luiden:

In de jaarrekening worden afwijkingen op de laatst vastgestelde ramingen van de baten en lasten van groter dan € 100.000 toegelicht.

 

G.

Artikel 10, lid 3, komt te luiden:

De rapportagegrens die gehanteerd wordt om in de paragraaf bedrijfsvoering de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) nader toe te lichten wordt jaarlijks gelijktijdig met het controleprotocol vastgesteld en kan niet hoger zijn dan de rapportagegrens van de accountant.

 

H.

Artikel 11, lid 2, komt te luiden:

Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk aan het einde van het verslagjaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid, gelijktijdig met het controleprotocol, aan. Dit kader bestaat uit alle relevante wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.

 

G.

Aan artikel 12, lid 4, wordt toegevoegd:

 

  • d.

    De raad is via een raadsinformatiebrief dan wel uiterlijk in de jaarstukken door het college geïnformeerd.

H.

Artikel 17, lid 5, komt te luiden:

Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs geldt dat wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten. Dit aandeel wordt bepaald door de geraamde kosten op taakveld overhead te delen door de totale directe loonsom. Zo ontstaat het ‘overheadpercentage’. Dit ‘overheadpercentage’ dient als opslag bij de directe salariskosten.

In principe wordt voorgaande methode gemeentebreed gehanteerd, tenzij middels gemotiveerd collegebesluit hiervan wordt afgeweken.

 

I.

In de Bijlage: Afschrijvingstermijnen gemeente Maastricht per activasoort, behorende bij artikel 14, onder Materiële vaste activa met economisch nut, komt de afschrijvingstermijn Riolering te luiden: max. 50 jaar.

 

J.

In de Toelichting op de financiële verordening gemeente Maastricht, komt de toelichting op Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording te luiden:

Bij de verantwoording over rechtmatigheid wordt gekeken naar negen criteria. Het college legt verantwoording af over alle negen criteria in de jaarrekening. De eerste zes criteria zijn niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze betreffen verantwoording met betrekking tot getrouwheid. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium.

Daarnaast is er een aantal criteria waarbij de verantwoording specifiek gaat over rechtmatigheid. Deze komen wel tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording:

  • -

    begrotingscriterium: de financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting;

  • -

    voorwaardencriterium: voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden;

  • -

    misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

K.

In de Toelichting op de financiële verordening gemeente Maastricht, komt de toelichting op artikel 10 te luiden:

In relatie tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is in het eerste lid opgenomen dat de raad vaststelt op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken geïnformeerd wil worden over rechtmatigheid (Kadernota rechtmatigheid).

In het tweede lid bepaalt welke afwijkingen het college in de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet vermelden. De verantwoordingsgrens wordt door de raad vastgesteld.

Het derde lid regelt de rapportagegrens, waarboven afzonderlijke afwijkingen nader dienen te worden toegelicht. Deze rapportagegrens is gelijk aan de rapportagegrens die de accountant hanteert bij de controle van de jaarrekening.

Artikel II  

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026.

 

Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 27 januari 2026 en voortgezet in zijn openbare vergadering van 29 januari 2026.

De Griffier,

P. Peeters

De Voorzitter,

W.A.G. Hillenaar

 

Financiële verordening

 

Financiële verordening

Artikel 1. Begripsbepalingen

Op basis van wijzigingen in het BBV en Bado wordt de definitie van de verantwoordingsgrens geactualiseerd. Hierbij is het percentage uit de definitie gehaald om te voorkomen dat bij wijzigingen in de landelijke beleidsregels de lokale verordening dient te worden aangepast. Vanzelfsprekend heeft gemeente Maastricht zich te houden aan hetgeen in de landelijke beleidsregels is vastgesteld.

Deze aanpassing is ook doorgevoerd in de toelichting op artikel 10.

Artikel 2. Programma-indeling en Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken.

De verwijzing naar het specifieke BBV-artikel wordt er uit gehaald om te voorkomen dat toekomstige wijzigingen in het BBV leiden tot onjuistheden in de lokale verordening.

Artikel 4. Kaders begroting (= Kaderbrief)

In dit artikel stond voorheen dat de kaderbrief financiële kaders voor de begroting bevat. Nu staat er dat de kaderbrief een financieel meerjarenbeeld bevat dat op hoofdlijnen kaders biedt voor het opstellen van de begroting. Hiermee wordt aangesloten op de huidige wijze waarop de kaderbrief wordt ingezet. Het verschil in werkwijze t.o.v. de verordening is overigens ook door de Rekenkamer opgemerkt in het onderzoek naar de P&C­cyclus.

Artikel 6. Tussentijdse rapportages (bestuursrapportages)

Onder lid 3 ‘oorspronkelijke’ wijzigen in ‘laatst vastgestelde’ begroting. Dit sluit aan bij de huidige werkwijze. Hiermee wordt aangesloten op de huidige werkwijze.

Artikel 7. Jaarstukken.

Onder lid 2 ‘oorspronkelijke’ wijzigen in ‘laatst vastgestelde’ begroting. Dit sluit aan bij de huidige werkwijze. Hiermee wordt aangesloten op de huidige werkwijze.

Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens en rechtmatigheidsverantwoording

De rapportagegrens wordt nu jaarlijks gelijktijdig met het controleprotocol vastgesteld en mag niet hoger zijn dan de rapportagegrens van de accountant.

Artikel 11. Voorwaardencriterium.

Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk aan het einde van het verslagjaar het normenkader rechtmatigheid aan. Dit was voorheen uiterlijk 1 augustus van het verslagjaar. Voorgestelde uiterlijke datum maakt het mogelijk om zo veel mogelijk (wijzigingen in) relevante wet- en regelgeving mee te nemen in het normenkader.

Artikel 12. Begrotingscriterium.

In verslagleggingsjaren 2024 en 2025 is in aanvulling op dit artikel door de raad besloten dat een afwijking als acceptabel wordt aangemerkt indien de raad via een raadsinformatiebrief dan wel uiterlijk in de jaarstukken door het college is geïnformeerd. Voorgesteld wordt deze afspraak te continueren en vast te leggen in de verordening.

Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s. In de financiële verordening heeft de raad richtlijnen opgenomen voor de beoordeling van de begrotingsrechtmatigheid. Dit houdt in dat in de financiële verordening het uitgangspunt is vastgelegd dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Er is tevens bepaald in welke situatie afwijkingen als acceptabel worden beschouwd.

Over- en onderschrijdingen van baten of onderschrijdingen van lasten/investeringen betreffen volgens de commissie BBV op zichzelf geen begrotingsonrechtmatigheden, maar het kan wel onrechtmatig zijn als deze afwijkingen niet tijdig in de (bijgestelde) begroting zijn verwerkt. Daar waar begrotingswijziging niet meer mogelijk zijn, dient conform BBV dit dan tijdig aan de raad te worden gemeld. Het gaat hier dus om het tijdig melden. Deze aanscherping maakt een aanvulling op onze financiële verordening noodzakelijk.

Wij rapporteren over afwijkingen en bijstellingen van de begroting in de bestuursrapportages. Daarbij kijken we, voor zover mogelijk, vooruit en houden we rekening met verwachte ontwikkelingen. Er kunnen en zullen echter tussen het opmaken van deze rapportages en het eind van het begrotingsjaar nieuwe afwijkingen ontstaan. De omvang van reeds gemelde afwijkingen kan eveneens wijzigen. Wij stellen daarom voor het melden en toelichten van deze afwijkingen in de jaarstukken of middels Raadsinformatiebrief als tijdig te bestempelen.

Een vraag die kan opkomen is: betekent acceptabel dat het dan niet (meer) onrechtmatig is? Dit is niet het geval. In beide gevallen (acceptabel of niet-acceptabel) dienen de begrotingsonrechtmatigheden te worden toegelicht in de rechtmatigheidsverantwoording. Hiervoor geldt wel nog steeds de verantwoordingsgrens als basis: blijven de onrechtmatigheden hieronder, dan hoeven ze niet te worden toegelicht in de rechtmatigheidsverantwoording. Het acceptabel bevinden van een onrechtmatigheid heeft enkel invloed op de plaats in de jaarstukken waar de onrechtmatigheid wordt toegelicht.

-Bij een begrotingsonrechtmatigheid die als acceptabel aangemerkt kan worden, wordt een meer uitgebreide toelichting op de onrechtmatigheid opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering (onderdeel rechtmatigheid). In de rechtmatigheidsverantwoording wordt vervolgens verwezen naar deze toelichting en worden de acceptabele begrotingsonrechtmatigheden dus niet meer verder afzonderlijk toegelicht.

-Bij een begrotingsonrechtmatigheid die niet acceptabel wordt geacht, dient de toelichting op de onrechtmatigheid opgenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording zelf. Op die manier houdt de raad een goed overzicht op de onrechtmatigheden die vooraf als niet-acceptabel zijn aangemerkt om deze daarna ook te kunnen betrekken in het debat tussen raad en college over de rechtmatigheid van de jaarstukken.

Artikel 17. Kostprijsberekening.

Het overheadpercentage wordt berekend door de geraamde kosten op taakveld 0.4 Overhead te delen door de totale directe loonsom (d.w.z. exclusief loonsom overheadfunctionarissen).

Bijlage: Afschrijvingstermijnen gemeente Maastricht per activasoort, behorende bij artikel 14.

De afschrijvingstermijn voor riolering wordt 50 jaar in plaats van 30 jaar. In de praktijk is gebleken dat rioleringen vaak tot 80 jaar meegaan (Uit de markt: Traditionele gresleidingen hebben een levensduur van ongeveer 50 jaar; moderne kunststof leidingen kunnen 75 tot 100 jaar mee gaan). In onze gemeente is 75% van de riolering (ruim) ouder dan 30 jaar.

Over het voornemen deze afschrijvingstermijn aan te passen heeft besluitvorming plaatsgevonden bij de vaststelling van de Begroting 2026 en is de raad middels Raadsinformatiebrief Aanvullende financiering water- en rioolopgaven. d.d. 9 september 2025 geïnformeerd.

Naar boven