Gemeenteblad van Lingewaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Lingewaard | Gemeenteblad 2026, 7316 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Lingewaard | Gemeenteblad 2026, 7316 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard heeft op 18 november 2025 besloten dit Omgevingsprogramma vast te stellen.
"Programma Landschap, Natuur en Biodiversiteit" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Aldus vastgesteld door Gemeente Lingewaard, 18 november 2025
Burgemeester en wethouders van Lingewaard,
De secretaris, drs. I.P. van der Valk
De locoburgemeester, R.T.H.M. Derksen

Lingewaard kent een veelzijdig landschap van rivieren, uiterwaarden, oeverwallen en historische dorpen. Natuur, cultuur en water zijn hier nauw verweven, maar staan onder druk door verstedelijking, intensivering van de landbouw en klimaatverandering. Dit leidt tot verlies van biodiversiteit en druk op het groen. Dit hoofdstuk laat zien waarom een programma landschap, natuur en biodiversiteit (LNB) nodig is, welke beleidskaders richting geven en hoe gemeente, inwoners, (agrarische) ondernemers en partners samenwerken aan een groen en veerkrachtig Lingewaard.
Het Programma LNB is ontwikkeld om onderstaande uitdagingen het hoofd te bieden en kansen te benutten. Het programma richt zich op behoud en herstel van natuur en landschap, het vergroten van biodiversiteit en het creëren van een gezonde, klimaatbestendige leefomgeving voor inwoners. Daarbij is aangesloten bij bestaande beleidskaders op Europees, nationaal, provinciaal, regionaal en lokaal niveau.

Een uniek landschap met een rijke identiteit
Lingewaard is een gemeente met een bijzondere landschappelijke identiteit. Het gebied is gevormd door de rivieren Nederrijn, Waal en Linge en kent een grote variatie aan landschapstypen: de uiterwaarden, de hoger gelegen oeverwallen, de lagergelegen komgronden, het kassengebied en de historische woonkernen (Streekgids 2022; Omgevingsvisie 2023).
De relatie met water is altijd zichtbaar geweest in het landschap, van wielen en kolken tot dijken, kastelen en landgoederen. Ook het Romeinse erfgoed, met de Rijn als grens van het Romeinse rijk, draagt bij aan deze unieke identiteit. In bijlage III vindt u een gebiedsfoto van Lingewaard, aangevuld met verdiepende informatie over het rivierenlandschap.
Landschap onder druk
De landschappelijke kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit staan onder druk. Landschapselementen zijn verdwenen en (infrastructurele) ontwikkelingen drukken op het (kom)gebied. De samenhang tussen natuur, cultuurhistorie en landbouw komt hierdoor steeds verder onder druk te staan. Natuur en landschap raken versnipperd en worden soms ondergeschikt aan andere functies.
Verlies aan biodiversiteit
Uit onderzoek naar de basiskwaliteit natuur in de gemeente Lingewaard (ATKB, 2025) blijkt dat veel algemene dier- en plantensoorten, zoals weidevogels en insecten, niet meer algemeen zijn. Diverse meetsoorten zijn minder waargenomen bij inventarisaties. Er is dan ook een duidelijk waarneembare afname van de soorten, ook in de minder toegankelijke gebieden. Dit betekent dat zelfs soorten die normaal overal zouden moeten voorkomen, uit grote delen van het landschap zijn verdwenen.
Druk op groen in de kernen
Ook in de woonkernen is de druk op natuur en groen groot. De biodiversiteit neemt af en hittestress en wateroverlast nemen toe. Steeds meer richtlijnen vragen om meer groen en bomen in woonwijken. Een voorbeeld is de 3‑30‑300 regel en het Kader Leefbare Verstedelijking Gelderland. Voor elk dorp of stad liggen er opgaven om de leefomgeving te verbeteren.
Groen in de kernen is namelijk bepalend voor een gezonde leefomgeving: inwoners moeten gemakkelijk naar buiten kunnen om te bewegen, te ontspannen en te genieten van het groen. Voldoende en kwalitatief groen draagt bij aan gezondheid, welzijn en leefbaarheid van dorpen en wijken.
Veranderend klimaat
Het watersysteem van Lingewaard stelt specifieke eisen. De hogere oeverwallen dreigen te verdrogen, terwijl de komgronden juist kampen met wateroverlast en bodemdaling door inklinking van kleigronden. Klimaatverandering vergroot deze extremen (Omgevingsvisie 2023). Groen speelt hierin een cruciale rol. Vegetatie en bomen bieden verkoeling tijdens warme dagen, houden regenwater langer vast en helpen wateroverlast te beperken. Daarmee draagt groen niet alleen bij aan natuurkwaliteit, maar ook aan veiligheid en klimaatbestendigheid. Een robuust systeem van waterberging, natte natuur en kleinschalige landschapselementen is nodig om de balans te behouden en te herstellen.
Kansen en opgave
De urgentie is groot: het verlies aan natuur en landschap raakt niet alleen de biodiversiteit, maar ook de cultuurhistorische identiteit, het water- en bodemsysteem en de leefbaarheid in dorpen en buitengebied. Tegelijkertijd liggen er kansen, zoals behoud en versterking van houtwallen, bomenrijen en sloten, de ontwikkeling van kruidenrijke graslanden, bermen en plantsoenen, het stimuleren van groene erven en biologische landbouw, vergroening van de dorpen en uitbreiding van natte natuur en klimaatbuffers.
Dit programma staat niet op zichzelf. Het sluit aan bij en bouwt voort op bestaande kaders en beleidsafspraken op verschillende schaalniveaus, zie figuur 2.

Europees en nationaal
In Europa en specifiek in Nederland gelden de Natura2000, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Europese biodiversiteitsstrategie. Ook geldt er de Natuurherstelwet die een wettelijke verplichting is om actief te werken aan herstel van biodiversiteit. Deze wet verplicht gemeenten en andere overheden om ook gebieden buiten de beschermde natuurgebieden actief te verbeteren, zodat soorten en ecosystemen kunnen herstellen. De wet richt zich op het herstel en behoud van stedelijke ecosystemen en stelt ook dat verlies aan groen en boomkroonvolume in steden moet stoppen voor 2030 en daarna moet stijgen.
Provinciaal
Op provinciaal niveau hebben we de Omgevingsvisie Gelderland, het Gelders Programma Natuur en het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en het vervolg op het programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland. De provincie is verantwoordelijk voor de uitvoering van natuurbeleid, waaronder het aanwijzen van GNN-gebieden, het beschermen van soorten en het verlenen van ontheffingen. In en rondom beschermde natuurgebieden werkt de provincie aan herstel en het aanleggen van nieuwe natuur. Provinciaal beleid biedt bovendien de mogelijkheid om ruimtelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, waterbeheer en landschapsversterking in samenhang te realiseren. Tot slot bieden verschillende provinciale subsidies kansen om op lokaal (gemeentelijk) niveau projecten te ondersteunen of om (groen)maatregelen uit te voeren.
Regionaal
In de regio is er een samenwerkingsverband de Groene Metropoolregio (GMR) Arnhem–Nijmegen, waarin gemeenten samenwerken aan klimaatadaptatie, natuur en recreatie. Dit doen zij onder andere met de uitwerking van de Groen-Blauwe opgaven in het Middengebied en door noodzakelijke uitloopgebieden te creëren die natuurherstel, recreatie en landschapsbehoud versterken. De Toekomstvisie van Park Lingezegen is daarbij ook een belangrijk uitgangspunt en inspiratiebron voor dit programma, omdat het zowel ecologische als recreatieve en toeristisch-recreatieve ontwikkelingen bundelt en bijdraagt aan een toekomstbestendig landschap.
Daarnaast is er het ambitiedocument Boven-Linge die aansluit bij deze opgaven. Het doel van het ambitiedocument is om samen met gemeenten, provincie en waterschap een integraal plan te maken voor de ontwikkeling van de Boven-Linge en haar zegen. Het document zet een stip op de horizon: een gezamenlijke ambitie waarin waterbeheer, natuurontwikkeling en recreatie met elkaar verbonden worden.
Lokaal
De gemeente heeft beleid dat landschap, natuur en biodiversiteit raakt opgenomen in de Omgevingsvisie Lingewaard (2023), het Gemeentelijk Watertakenplan met daarbij de Lokale Adaptatie Strategie (LAS) en het gemeentelijk Erfgoedbeleid. De gemeente is daarnaast verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en het afgeven van omgevingsvergunningen. Ook draagt de gemeente verder bij aan natuur en biodiversiteit door (natuur)educatie, samenwerking met andere partijen en het ontwikkelen van eigen beleid.
De thema’s landschap, natuur en biodiversiteit zijn sterk verbonden met thema’s als klimaatadaptatie, gezondheid en welzijn, economie en ruimtelijke ordening. Steeds meer mensen zien hoe belangrijk het is om het landschap en de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. Daarom is het nodig dat deze onderwerpen een plek krijgen in de verschillende ontwikkelingsplannen en beleid. De beleidscyclus van de Omgevingswet helpt hierbij, zie figuur 3.
In 2023 is de Omgevingsvisie Lingewaard (2023) vastgesteld. Daarin staat hoe de gemeente er in 2035 uit wil zien: gezond, groen en goed voorbereid op klimaatveranderingen, met een duidelijke Betuwse identiteit. De visie geeft richting, maar bevat nog geen concrete doelen of plannen voor het landschap, de natuur en de biodiversiteit.
Het programma LNB is een uitwerking van deze Omgevingsvisie samen met landelijke, regionale en lokale regels en afspraken. Het vertaalt de visie naar duidelijke ambities en doelen, keuzes en projecten voor de gemeente. De bij het opstellen van dit programma verkregen inzichten in kwaliteiten en kansen zijn weer een belangrijke input voor de actualisatie van de Omgevingsvisie. Het helpt bij het maken van keuzes voor de verdere toekomst.
Het programma LNB richt zich hierin vooral op de gebieden buiten wettelijk beschermde natuur, de zogenaamde ‘witte vlekken’, zoals de woonkernen en het agrarische buitengebied. Hier liggen belangrijke kansen voor herstel van biodiversiteit, landschapsversterking en klimaatadaptatie.
Het programma LNB is daarmee een belangrijk instrument om de ambities uit de Omgevingsvisie concreet te maken. Het brengt kansen en projecten samen en geeft richting aan keuzes die bijdragen aan biodiversiteit, landschapskwaliteit en klimaatadaptatie. Het programma vormt zo de schakel tussen visie en uitvoering. Het biedt een basis voor samenwerking met inwoners, ondernemers en partners.

Voordat we ingaan op het programma lichten we toe wat we verstaan onder landschap, natuur en biodiversiteit. De begrippen kennen namelijk allemaal hun eigen betekenis. Om verwarring te voorkomen hanteren we in dit programma de volgende definities (zie hiervoor ook figuur 4):
Landschap
Een geografisch afgebakend gebied dat een geheel vormt. Binnen dit gebied zijn er verschillende interacties tussen het milieu (zoals, bodem, water en lucht) en de mens (cultuur).
Natuur
Natuur ziet men vaak als het tegenovergestelde van wat door de mens is gecreëerd of beïnvloed. Natuur omvat zowel levende organismen (planten, dieren) als niet-levende elementen (rotsen, water, lucht, etc.) en de processen die daarin plaatsvinden.
Biodiversiteit
Biodiversiteit verwijst naar de verscheidenheid aan leven op aarde, inclusief planten, dieren en de ecosystemen waarin ze leven. Het omvat niet alleen de diversiteit van soorten zelf, maar ook de genetische diversiteit binnen de soorten en de ecosystemen waarin ze leven.
Biodiversiteit is een voorwaarde voor veerkrachtige natuur: cruciaal voor het functioneren van ecosystemen, het weerstaan van plotselinge veranderingen, en het herstellen na verstoring. Zonder biodiversiteit verliezen ecosystemen hun natuurlijke veerkracht.1
¹ European Environment Agency (EEA), 2020.

Dit programma beoogt een samenhangend kader te bieden waarin beleidsdoelen voor natuur, landschap, biodiversiteit, klimaat en recreatie verbonden zijn en waar nodig een ruimtelijke vertaling krijgen. Het programma biedt een handelingsperspectief voor initiatiefnemers, partners en inwoners.
Onderdelen
We hebben dit verwoord in een strategie met een visie en ambities. De centrale doelen die daaronder vallen zijn verdeeld in vier programmalijnen. Elke programmalijn heeft zijn eigen doelen. Deze doelen zijn concreet. Dit vertalen we verder in een uitvoeringsprogramma met inspanningen die geprioriteerd zijn. In het uitvoeringsprogramma zetten we per programmalijn uiteen hoe we die doelen willen bereiken. Daarbij geven we aan wat we gaan doen, waar en wanneer, wat de verwachte kosten zijn en op welke wijze we deze kosten dekken. Zie figuur 5 voor de verbeelding van deze opzet.
Ambitie
Het programma Landschap, Natuur en Biodiversiteit is ambitieus en kijkt vooruit naar de lange termijn. Ondertussen verandert de wereld snel. Maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Dit maakt het ontwikkelen van ruimtelijk beleid voor de lange termijn tot een uitdaging. Daarom beschouwen we het programma als een levend document, dat periodiek aan te passen is wanneer nieuwe ontwikkelingen of veranderende omstandigheden daarom vragen. Dit programma helpt om keuzes te maken en richting te geven in de uitwerking van beleid, besluiten en het omgevingsplan.

Het programma is tot stand gekomen in samenwerking tussen de gemeente Lingewaard en een netwerk van betrokkenen. Vanaf de start is gekozen voor brede participatie, waarin kennis, ideeën en belangen van bewoners, maatschappelijke organisaties en experts centraal stonden.
Ambtelijk en lokaal
Een kernteam binnen de gemeente stuurde het proces aan. Via een ambtelijke projectgroep, met collega’s uit onder meer ruimtelijke ontwikkeling, natuur en landschap, groenbeheer, sociaal domein en communicatie, was intern expertise geborgd. Daarnaast was er de gebiedstafel die externe partijen bijeen bracht, zoals natuurorganisaties, het Waterschap, Park Lingezegen, agrarische belangenorganisaties en cultuurhistorische experts. Daarnaast organiseerde de gemeente twee brede bijeenkomsten voor alle belangstellende. Daar kon iedereen meedenken over de ambities, doelen en maatregelen voor natuur en landschap in de kernen en in het buitengebied.
Bestuur en participatie
De gemeenteraad werd tussentijds geïnformeerd en heeft tijdens een raadsoriëntatieavond (ROA) ideeën ingebracht naar aanleiding van een eerste aanzet van doelen en programmalijnen. Bij de participatie hebben diverse lokale organisaties en experts deelgenomen in de gebiedstafel en hun bijdrage geleverd tijdens de brede bijeenkomsten.
Met deze aanpak is bewustwording, betrokkenheid en inbreng van lokale kennis gerealiseerd rondom het programma. Er is een basis gelegd voor eigenaarschap van verschillende doelen in het programma en eerste aanzetten voor verbinding en samenwerking tussen betrokkenen zijn gedaan. Een goede basis voor verdere uitwerking naar projecten.
In dit hoofdstuk schetsen we het toekomstbeeld van het Betuws rivierenlandschap in 2035: een gezond en veerkrachtig gebied waar natuur, landschap en biodiversiteit centraal staan. De basis hiervoor ligt in vier ambities – beschermen, vergroten, verbinden en samen leven– die richting geven aan de ontwikkeling van Lingewaard, zie figuur 6. Samen met inwoners, (agrarische) ondernemers en organisaties werken we zo aan een gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is.
"We gaan voor een Betuws rivierenlandschap waarin biodiversiteit hersteld wordt en de natuur versterkt. Dit doen we door de natuur meer plek te geven in onze kernen en het buitengebied. We verbinden groene gebieden met elkaar door het beschermen van groene en blauwe verbindingen en groene wiggen tussen de woonkernen. Bij nieuwe ontwikkelingen is de kwaliteit van het landschap en de natuur de basis. Zo ontstaat er een gezond Betuws landschap dat tegen een stootje kan. Een landschap waar we nu en in de toekomst graag wonen, werken en dat uitnodigt om dicht bij de eigen omgeving te ontspannen. Dit doen we niet alleen, maar samen met overheden, inwoners, agrariërs en andere partijen.’’
Het bovenstaande is het toekomstbeeld en staat centraal in de strategie. Dit beeld is verder uitgewerkt in vier ambities voor 2035. De ambities geven niet alleen richting aan het handelen van de gemeente, maar dienen ook als kompas voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en initiatiefnemers die zich inzetten voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. De vier ambities staan hierbij centraal. Samen geven zij richting aan hoe we acties vormgeven, maatregelen treffen en de samenwerking organiseren.

Elke ambitie beschrijft wat we de komende jaren willen bereiken en leggen de basis voor de stappen die nodig zijn om ons toekomstbeeld daadwerkelijk te realiseren.
Ambitie 1: Beschermen van bestaande groenblauwe kwaliteiten
We beschermen bestaande groenblauwe structuren en erfgoed in de kernen en in het buitengebied, zodat in 2035 die kwaliteiten nog steeds aanwezig zijn. Groenblauwe kwaliteiten, zowel ecologisch, recreatief als groen erfgoed, staan namelijk onder druk door verstedelijking (zoals woningbouw, kassen en bedrijfsloodsen), infrastructurele barrières en intensivering van de landbouw.
We zorgen er daarom voor dat groene wiggen tussen de kernen in Lingewaard behouden blijven en waar mogelijk worden versterkt. Terwijl we nieuwe woningen bouwen, de bereikbaarheid verbeteren en de economie versterken, blijven we onze waardevolle natuur, het landschap en het groene erfgoed beschermen en versterken. Dit is altijd het uitgangspunt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. We sluiten daarmee aan bij de ambities van de Groene Metropoolregio: ‘meer landschap, meer stad’.
Ambitie 2: Vergroten van de biodiversiteit
Het vergroten van de biodiversiteit betekent het toegenomen zijn van variatie aan planten en dieren in Lingewaard in 2035. Daarbij hebben we het over een toename in zowel het buitengebied als de woonkernen, en zowel de bestaande groenblauwe structuren als nieuw in te richten ruimte. Meer variatie in planten en dieren zorgt voor een veerkrachtig, gezond, productief en aangenaam landschap. De bestaande groene en blauwe ruimte biedt leefgebied voor planten en dieren, maar op veel van deze plekken is de kwaliteit van dit leefgebied niet voldoende.
Daarom streven we naar een evenwichtige balans van de vijf V’s: voortplanting, veiligheid, voedsel, verbinding en variatie. We zorgen daarbij voor betere condities voor biodiversiteit door de inrichting en het beheer van de openbare ruimte aan te passen. In het buitengebied werken we aan vergroting van de biodiversiteit door samen te werken met grondeigenaren en grondgebruikers in het buitengebied. Ook stimuleren we natuurinclusieve bedrijvigheid en streven naar een natuurinclusieve leefomgeving.
Ambitie 3: Versterken van groenblauwe verbindingen
In 2035 zijn er groenblauwe verbindingen, van voordeur tot uiterwaard. Deze groenblauwe verbindingen zorgen ervoor dat planten en dieren zich kunnen verplaatsen, wat de biodiversiteit vergroot. Een netwerk van verbindingen (groenblauw raamwerk) helpt bij het aanpassen aan klimaatverandering en zorgt voor een gezonde leefomgeving. Bovendien biedt een groenblauw raamwerk kansen voor een aantrekkelijk, beleefbaar en toegankelijk landschap voor Lingewaarders en bezoekers en daarmee voor natuurinclusieve recreatie.
We realiseren daarom zowel in de kernen als in het buitengebied groene gebieden en waterlichamen die zorgen voor verkoeling en voor bescherming tegen extreem weer. We verbinden daarbij de verschillende leefgebieden met elkaar. We werken hierbij nauw samen met de beheerders en eigenaren van de gronden in de uiterwaarden en natuurgebieden.
Ambitie 4: Samen leven met de natuur
We dragen het groenblauwe karakter van Lingewaard uit en zetten in op een gezond leefklimaat voor onze inwoners. Natuurbeleving en natuureducatie zijn belangrijk om de Lingewaarders en bezoekers, jong en oud, in contact te brengen met de natuur. Met natuureducatie en beleefbaar groen erfgoed verbinden we de mens aan zijn leefomgeving.
We willen samen leven met de natuur. Dat betekent investeren in gezond en toegankelijk openbaar groen in de buurt en in het buitengebied. We zorgen voor spelen, leren en ontmoeten in het groen. We staan open voor groene initiatieven en participatie bij het ecologisch, duurzaam en circulair beheer en onderhoud van openbaar groen. Dit doen we niet alleen maar samen met onze inwoners en ondernemers, die ook graag in een fijne leefomgeving wonen en werken (figuur 7).

De Omgevingsvisie Lingewaard (2023) laat zien wat belangrijk is voor de toekomst van onze gemeente. Lingewaard heeft een bijzonder landschap met rivieren, uiterwaarden, dijken, oude dorpen en vruchtbare landbouwgrond. Dit landschap is gevormd door de strijd tegen het water en door de rijke geschiedenis. De gemeente wil deze kwaliteiten behouden en versterken.
Een belangrijk doel is het vergroten van de natuur en biodiversiteit. Dat doen we door meer inheemse en toekomstbestendige planten en bomen te gebruiken, het groen goed te beheren en door boeren te steunen die op een duurzame manier werken. De uiterwaarden zijn daarbij belangrijke plekken voor vogels en andere dieren. Zo wordt de natuur sterker en mooier.
De gemeente wil ook de landschappelijke identiteit behouden. Dat betekent herstel van landschapselementen, meer groen in en rond de dorpen en bedrijventerreinen, het beschermen van groene zones tussen dorpen en waardevolle natuurgebieden in het buitengebied. Zo blijft Lingewaard een plek waar stad en landschap in balans zijn.
Daarnaast maken we de dorpen klimaatbestendig. Door de gevolgen van hitte en hevige regen op te vangen met slimme oplossingen, zoals waterberging en extra bomen en planten, blijven de dorpen leefbaar. Ook bedrijventerreinen worden groener, zodat ze beter bestand zijn tegen droogte en hitte.
Het landschap is er niet alleen voor de natuur, maar ook voor de mensen. Park Lingezegen speelt hierbij een grote rol. Dit park is een groene buffer en een fijne plek om te wandelen, fietsen en elkaar te ontmoeten. Meer ontmoetingsplekken en groenzones zorgen voor saamhorigheid en een sterke band tussen de dorpen en het landschap. Samenwerking met boeren is hierbij belangrijk. Zij helpen mee om groene gebieden te onderhouden en open ruimte tussen de dorpen te bewaren. Zo groeien de dorpen niet aan elkaar vast en houden ze hun eigen karakter.
De rivier de Linge verbindt de landschappen van Lingewaard als een soort kralenketting. Nieuwe plannen en projecten richten zich op meer natuur, beter omgaan met klimaatverandering en een hoge kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie werkt Lingewaard aan een groene, gezonde en toekomstbestendige gemeente, waar natuur, landschap en dorpen elkaar versterken en iedereen prettig kan wonen, werken en recreëren.
Concreet zijn deze doelen uit de omgevingsvisie hieronder kort weergegeven en op kaart verduidelijkt, zie figuur 8.
Natuur & biodiversiteit
Herstel van natuurgebieden en verbetering leefgebieden flora en fauna en bevordering biodiversiteit
Bevorderen inheemse klimaatbestendige soorten
Meer groen in de dorpskernen, vergroening tuinen en verbinding bewoners met natuur en biodiversiteit ook dichtbij huis
Landschap
Bescherming van het Betuwse rivierenlandschap en zijn identiteit
Kwaliteit landschap functioneel, beleefbaar- en herkenbaar maken met structuren, zichtlijnen en fraaie plekken
Recreatie
Verbinding tussen natuur en recreatie om te kunnen wandelen, spelen in de natuur, natuureducatie en natuurbeleving dichterbij
Toegankelijkheid van groen en ontmoetingsplekken, openbaar groen dat goed bereikbaar is, speelplekken in het groen, recreatieve routes
Klimaat
Aanpassen aan klimaatverandering om wateroverlast, hittestress tegen te gaan met klimaatbestendige beplanting
Duurzaam beheer door ecologisch en natuurinclusief beheer en duurzaam onderhoud
Erfgoed

Om de ambities voor 2035 te realiseren, hebben we concrete doelen geformuleerd die zijn ondergebracht in vier programmalijnen.
Het rivierenlandschap van Lingewaard is door de eeuwen heen gevormd door de invloed van de grote rivieren. Gelegen op het splitsingspunt van de Waal en het Pannerdenskanaal bij Fort Pannerden, heeft het gebied een karakteristieke verscheidenheid aan landschapstypen die samen de unieke identiteit van de gemeente bepalen. Door de toenemende verstedelijking staat dit landschap echter onder druk. Daarom zetten we ons in om het groene erfgoed te beschermen en te versterken, met ontwikkelingen die zich richten op een sterke verbinding tussen de dorpen en het landschap. Zo zorgen we ervoor dat de kwaliteit, leefbaarheid en toekomstbestendigheid van de gemeente gewaarborgd blijven.
We bouwen voort op het cultuurhistorisch landschap en streven naar een versterking van de landschapstypen. Dit realiseren we door de verschillen tussen het komgebied, de oeverwallen en de uiterwaarden te vergroten, terwijl we tegelijkertijd de eenheid binnen deze gebieden beschermen en versterken.
Daarnaast streven we naar het versterken van de relatie tussen de historische kernen en het omliggende landschap, zoals de uiterwaarden en rivieren. Voor het beheer van deze gebieden hechten we veel waarde aan samenwerking met en de inzet van lokale (agrarische) ondernemers. Tot slot werken we aan het verfijnen en versterken van het fijnmazige groene netwerk, zodat ecologische verbindingen beter worden gewaarborgd.
Het rivierenlandschap van Lingewaard is een landschap om trots op te zijn, en een landschap dat we graag delen met elkaar.
Doel 1.1. Behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit
We koesteren en versterken de samenhang tussen de verschillende landschappen – kom, oeverwal en uiterwaard – en de daarmee verbonden elementen zoals dijken en woerden, die samen het karakteristieke Betuwse rivierenlandschap vormen. Om dit waardevolle landschap te behouden en verder te ontwikkelen, zoeken we actief de samenwerking met andere overheden en (regionale) partners. Daarbij is er bijzondere aandacht voor de bescherming van zowel natuur als cultuurlandschap. Nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied dragen bij aan het versterken van de kwaliteit en identiteit van het Betuwe – en daarmee het Betuwse landschap. We zetten hierbij in op het versterken van de landschappelijke identiteit door middel van landschapselementen, waarbij we kaders toepassen voor bescherming en aanleg.
Doel 1.2 Versterken van het dorpsgezicht en groene karakter van de kernen
Nieuwe ontwikkelingen bij de kernen dragen bij aan het versterken van het groene karakter van de dorpskernen. Tegelijkertijd helpen ze bij het realiseren van groene, toegankelijke verbindingen tussen de dorpen en de overgang naar het omliggende buitengebied. Dit wordt onder andere bereikt door het behoud van kleine weidepercelen en boomgaarden binnen de kernen, en door het ontwikkelen van bomenlanen en groene dorpsranden die op een natuurlijke wijze aansluiten bij het landschap.
Doel 1.3 Watererfgoed zichtbaar en beleefbaar maken
Het watererfgoed zoals de (oude) zegen, kolken en wielen dragen bij aan de Betuwse identiteit. We zetten in op het versterken van de landschappelijke samenhang en het zichtbaar en beleefbaar maken van dit watererfgoed. Hierbij benutten we de ecologische en landschappelijke kwaliteiten van het water. Voorbeelden hiervan zijn het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, waardoor de zichtbaarheid van het landschap verbetert en de natuurwaarde verhoogd wordt.
De natuur in de kernen draagt bij aan een gezonde leefomgeving voor mensen én vormt een waardevolle habitat voor veel planten- en diersoorten. Toch staat de biodiversiteit onder druk door intensief ruimtegebruik, verlies van groen en beheer dat vooral gericht is op een strak straatbeeld. Hierdoor neemt de variatie in natuur af en gaat belangrijke leefruimte verloren. Bij nieuwe ontwikkelingen in onze kernen en op bedrijventerreinen is er zorg voor voldoende groene ruimte en is kwalitatief groen een vastgesteld uitgangspunt. Door meer ruimte te geven voor natuur en (particuliere houtopstanden te beschermen verhogen we de biodiversiteit en daarmee de veerkracht van onze kernen tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Doel 2.1 Het realiseren van groene beleefruimtes in elke woonkern
Het realiseren van groene ruimtes op geschikte locaties houdt in dat (sport) parken, tuinen en natuurgebieden strategisch worden aangelegd op plekken waar ze de meeste ecologische en sociale meerwaarde bieden. Hierbij wordt groen en water gecombineerd, en bestaande ruimtes worden anders ingericht en beheerd. Indien nodig passen we het beleid hierop aan. Dit versterkt de biodiversiteit, verbetert de leefomgeving en draagt bij aan een duurzame en gezonde omgeving.
Doel 2.2 Het hanteren van groene en blauwe kaders bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Bij nieuwe ontwikkelingen en hergebruik van gebouwen gebruiken we groene en blauwe kaders. Dit houdt in dat planvorming natuurinclusief en klimaatadaptief is, met afspraken over ecologische kwaliteit en omvang van woningen en groene ruimtes. Zo beschermen we biodiversiteit, dragen we bij aan een gezonde, duurzame leefomgeving en versterken we natuurlijke systemen voor de toekomst.
Doel 2.3 Het beschermen van houtopstand in de woonkernen
We richten ons op het behoud van waardevolle houtopstand binnen de woonkernen en op bedrijventerreinen, ook wanneer deze in privébezit zijn. Deze houtopstanden dragen bij aan de biodiversiteit, het klimaat, en de esthetische waarde van het stadslandschap. Ze bieden een leefomgeving voor verschillende diersoorten. Door particuliere houtopstanden te beschermen, wordt ook het welzijn van de bewoners versterkt. Het behoud van bomen in de stedelijke gebieden is essentieel voor een gezonde leefomgeving.
Doel 2.4 Het toepassen van een groennorm die bijdraagt aan voldoende groene en blauwe structuren
Met het hanteren van een groennorm streven we naar een evenwichtige en duurzame inrichting van onze leefomgeving, waarin zowel groene (natuur) als blauwe (water) structuren voldoende aanwezig zijn. Deze norm zorgt ervoor dat er voldoende groene ruimtes, zoals parken, tuinen en natuurgebieden, én blauwe structuren, zoals vijvers, wielen en watergangen, worden geïntegreerd in het ontwerp van de woonkernen en het buitengebied.
Doel 2.5 Het uitbreiden van het aantal bomen, kroonvolume en oppervlaktes groen in elke woonkern
Groene kernen vormen de basis voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en natuur. De komende jaren zetten we in op het structureel uitbreiden van het aantal bomen, het totale kroonvolume en het oppervlak aan groen in elke woonkern. We doen dit door slimme vergroening van straten, pleinen en parken. Daarbij passen we duurzaam boombeheer toe, verplanten bomen waar nodig.
Plannen en oplossingen daarvoor creëren we samen met inwoners, wijkplatforms en stichtingen. Zo versterken we de biodiversiteit, verbeteren we het leefklimaat en zorgen we voor meer schaduw en verkoeling. Ook stimuleren we het behoud en de aanplant van bomen op particuliere terreinen.
Doel 2.6 Toepassen van natuurinclusief bouwen en werken gericht op vogels, zoogdieren en insecten
We richten ons op het ontwikkelen van een richtlijnen voor natuurinclusief bouwen en werken, met speciale aandacht voor vogels, zoogdieren en insecten. Bij nieuwbouw, renovatie en inrichting van de openbare ruimte streven we naar integratie van nestgelegenheden, groene daken, bloemrijke bermen en ecologische verbindingen. We werken samen met ontwikkelaars, ontwerpers, bedrijven en inwoners om natuurinclusieve maatregelen standaard onderdeel te maken van plannen. Dit bevordert de biodiversiteit, vergroot de leefruimte voor soorten en draagt bij aan een gezonde, groene leefomgeving. Zo bouwen we aan een gemeente waarin mens en natuur harmonieus samenleven.
Doel 2.7 Het beschermen, herstellen en benutten van biodiversiteit in de stedelijke woonomgeving
Wij zetten ons in voor het beschermen, herstellen en benutten van biodiversiteit in stedelijke woonomgevingen, zodat flora, fauna en natuurlijke ecosystemen binnen de stad behouden en versterkt worden. Groene tuinen en erfbeplantingen dragen bij aan de biodiversiteit. Dit zorgt voor natuurbeleving en bestrijding van plagen met natuurlijke vijanden.
De natuur en biodiversiteit in het buitengebied staat onder druk. Zo zijn er in de afgelopen decennia veel landschapselementen verdwenen en is daarmee het leefgebied van veel planten en dieren verloren gegaan. Ook is het landgebruik sterk veranderd, denk hierbij aan woningbouw, intensieve landbouw en (energie)infrastructuur. Dit heeft gezorgd dat de Basiskwaliteit Natuur in het buitengebied van Lingewaard op veel plekken niet op orde is (ATKB, 2025). Daarom zetten we bij deze programmalijn in op het beschermen en het verbeteren van de Basiskwaliteit Natuur door het verbinden van natuurgebieden en realiseren van landschapselementen. We stimuleren duurzaam landgebruik en beheer en versterken onze samenwerking met gebiedspartijen.
Doel 3.1 Het realiseren van 10% groenblauwe dooradering (GBDA)
Het herstel van landschapselementen in het buitengebied, draagt bij aan de totale groenblauwe dooradering. Denk hierbij aan de aanplant van inheemse heggen, hagen, en houtwallen, maar ook het versterken en herstellen van waterlopen zoals, sloten, leigraven en zegen. Met extra aandacht voor de dijkzone (binnen- en buitendijks): natuur en groen erfgoed, zoals wielen, kolken en kwelzones. Tot slot stimuleren we de aanplant van gebiedseigen erfbeplanting.
Doel 3.2 Het ontwikkelen en beschermen van een robuust groenblauw raamwerk met ‘groene wiggen’ tussen de kernen
Het richt zich op het versterken van de verbinding tussen natuur, water en recreatie in het landschap. Groene wiggen spelen hierbij een belangrijke rol door het aan elkaar groeien van dorpen te voorkomen en als uitloopgebied. Dit wordt bereikt door het aanwijzen (borgen) en ontwikkelen van deze groene wiggen als onderdeel van het groenblauwe raamwerk. Deze wiggen dragen bij aan de biodiversiteit, het behoud van open ruimte en de ecologische verbinding tussen natuurgebieden.
Doel 3.3 Het stimuleren van natuurinclusieve landbouw
Agrariërs spelen een sleutelrol bij het beheer van het landschap. Natuurinclusieve landbouw kan de biodiversiteit vergroten. Agrariërs kunnen hierbij aan de slag met 1) Duurzaam gebruik van natuurlijke voedingsstoffen (minder krachtvoer en kunstmest) 2) Geen of zeer beperkt gebruik van bestrijdingsmiddelen en medicijnen 3) Een gezond bodemleven 4) Biodiversiteit op het bedrijf 5) Oog voor het landschap dat past bij de streek. We streven daarbij naar natuurinclusieve regelingen die een langetermijnperspectief bieden en financiering voor terreineigenaren- en beheerders.
Doel 3.4 Het toepassen van natuurinclusief beheer
Het aandeel kruiden in de oevers kan door natuurinclusief extensief beheer toenemen. Dit draagt bij aan het behoud van diersoorten die van deze kruiden afhankelijk zijn, zoals vlinders of zaadetende vogels. Randen van akkers en graslandpercelen dragen hieraan bij door deze te beheren en in te zaaien als kruidenrijke akkerrand of als bloemenstrook. Akkerranden en bloemstroken zijn met name zinvol langs akkers die biologisch worden beheerd of langs graslanden. Door bij pacht of huur van gronden voorwaarden te stellen voor natuurinclusieve landbouw, kan ook tijdelijk gebruik een bijdrage leveren aan de biodiversiteit.
Doel 3.5 Het versterken van de samenwerking tussen partijen in het buitengebied
We versterken de samenwerking tussen partijen in het buitengebied, met als voorbeeld Park Lingezegen. We willen dit bereiken door het bevorderen van gezamenlijke initiatieven en het afstemmen van belangen tussen boeren, natuurorganisaties, overheden en bewoners. Door het delen van kennis, middelen en verantwoordelijkheden kunnen we duurzame en gedragen oplossingen realiseren die bijdragen aan een gezonde en veerkrachtige buitenruimte.
Doel 3.6 Het beschermen van particuliere houtopstanden in het buitengebied
De komende jaren zetten we ons in voor het beschermen en behouden van waardevolle landschapselementen en erfbeplantingen in het buitengebied, zoals particuliere houtopstanden en hoogstamboomgaarden. Deze elementen zijn van groot belang voor het karakter van het landschap, de biodiversiteit en de cultuurhistorie van Lingewaard.
We ondersteunen eigenaren met kennis, advies en subsidiemogelijkheden voor behoud, herstel en duurzaam beheer. Door samenwerking met stichtingen, particulieren en agrariërs stimuleren we het in stand houden van deze groene structuren.
Doel 3.7 Het beschermen, herstellen en duurzaam gebruiken van biodiversiteit in het buitengebied
We willen de natuur in het buitengebied beschermen en verbeteren. We zorgen ervoor dat planten en dieren een goed leefgebied hebben. Ook gebruiken we natuurlijke hulpbronnen op een manier die het landschap en de natuur niet beschadigt, zodat ook mensen in de toekomst kunnen genieten van een gezonde en gevarieerde omgeving.
Deze programmalijn richt zich op het verbinden van mens en natuur. Dat doen we door het verbeteren van de mogelijkheden om natuur en landschap actief te beleven en daarmee de betrokkenheid en kennis van Lingewaarders en bezoekers te vergroten. De focus ligt op educatie en bewustwording. Dit draagt bij aan een duurzamer en natuurinclusiever gebruik van de leefomgeving. Groen erfgoed speelt een belangrijke rol bij het vergroten van de waardering voor het landschap en het versterken van de lokale identiteit. We stimuleren samenwerking voor landschap, natuur en biodiversiteit tussen gemeente, natuurorganisaties, ondernemers en burgerinitiatieven. We verbeteren de toegankelijkheid van natuur en landschap waar dat kan voor kleinschalige recreatie, met bijvoorbeeld wandel- en fietspaden. We streven naar natuurinclusieve recreatie aan de rand van bewoond gebied en in de uiterwaarden in samenwerking met partijen die voorzieningen beheren en routes aanbieden.
Doel 4.1 Het versterken van natuureducatie
We versterken natuureducatie voor verschillende doelgroepen, zowel jong als oud, met een focus op natuur, biodiversiteit en de historische waarden in het landschap. Door het vergroten van kennis over deze thema’s, dragen we bij aan het behoud en de bescherming van de natuur en het versterken van de verbondenheid van mensen met hun omgeving.
Doel 4.2 Het vergroten van bewustwording gericht op biodiversiteit en klimaatverandering
We bevorderen bewustwording door de mogelijkheden voor natuurbeleving te vergroten, zowel dichtbij huis als in het buitengebied. Dit doen we bijvoorbeeld door het stimuleren van de vergroening van de buurt, het aanbieden van educatieve routes, en het organiseren van activiteiten, zoals boomplantdagen en participatie in school- en buurtmoestuinen.
Doel 4.3 Het verbinden van natuur en historie in de woonkern als het landschap
We verbinden natuur en historie door het ontwikkelen van wandel- en fietsroutes die natuur, erfgoed en recreatie combineren. Op deze manier bieden we mensen de kans om zowel de natuur als de rijke geschiedenis van het landschap te ontdekken en te ervaren.
Doel 4.4 Het versterken van de samenwerking tussen gemeente, organisaties en initiatieven
We versterken de samenwerking met en tussen organisaties en initiatieven, gericht op landschap, natuur en biodiversiteit. Door het bundelen van kennis, middelen en inspanningen, creëren we synergiën die bijdragen aan een duurzame toekomst voor onze natuurlijke omgeving. Deze samenwerking stelt ons in staat om gezamenlijke doelen te realiseren, zoals het beschermen van natuurgebieden, het bevorderen van biodiversiteit en het verbeteren van het landschap. Door partnerschappen te versterken, kunnen we de impact van onze initiatieven vergroten en de bescherming van de natuur op lange termijn waarborgen.
Doel 4.5 We passen natuureducatie in actieve en passieve vorm toe in de leefomgeving
Door openbaar groen te combineren met eetbare en beleefbare elementen, zoals fruitbomen en bloemenweides, maken we natuur en biodiversiteit tastbaar en toegankelijk voor iedereen. Tegelijkertijd geven we informatie over de ecologische waarde van deze planten en hoe ze bijdragen aan het versterken van lokale biodiversiteit. Dit nodigt bezoekers uit om meer te leren over hun omgeving en stimuleert een duurzame relatie met de natuur.
In de voorgaande hoofdstukken zijn de ambities, programmalijnen met de doelen voor landschap, natuur en biodiversiteit uiteengezet. Dit hoofdstuk vertaalt deze doelen naar een concreet uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma staat welke inspanningen we de komende jaren ondernemen om de gewenste kwaliteit van onze leefomgeving daadwerkelijk te realiseren.
Het uitvoeringsprogramma vertaalt de ambities en doelen van hoofdstuk 3 naar concrete inspanningen die de komende vier jaar worden uitgevoerd. Het maakt zichtbaar hoe visie en beleid in de praktijk tot resultaten leiden en biedt tegelijkertijd een kader voor samenhang en prioritering van inspanningen. Het uitvoeringsprogramma geeft niet alleen inzicht in wat er gedaan wordt, maar laat ook zien waar we inzetten op beleid, beheer en participatie en hoe inspanningen elkaar versterken. Per programmalijn richten de inspanningen zich op drie dimensies:
Beleid en kaders – het actualiseren, herijken of opstellen van plannen en regels die richting geven aan uitvoering, zoals het Omgevingsplan, Groenstructuurplan en beleidsregels voor natuurinclusief bouwen.
Uitvoering en beheer – concrete acties in de openbare ruimte en het buitengebied, zoals aanleg van klimaatbestendig groen, aanplant landschapselementen via subsidieregelingen en toepassen natuurbeheer.
Samenwerking en participatie – het betrekken van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en regionale partners om gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen en lokale initiatieven te versterken.
Door deze combinatie ontstaat een evenwicht tussen beleidsmatige sturing, praktische uitvoering en maatschappelijke betrokkenheid, waardoor de doelen op het gebied van natuur, landschap en biodiversiteit haalbaar en duurzaam worden gerealiseerd.
Daarnaast biedt het uitvoeringsprogramma ruimte voor flexibiliteit. Nieuwe kansen, actuele ontwikkelingen of regionale samenwerkingen kunnen snel worden opgepakt zonder dat de samenhang met bestaande doelen verloren gaat. Dit maakt het programma tot een levend document, dat meegroeit met de omgeving en de prioriteiten van de gemeente.
De inspanningen die we de komende vier jaar uitvoeren, zijn per programmalijn in een tabel weergegeven. Een volledig overzicht van alle inspanningen, inclusief een uitgebreide beschrijving, koppeling met bestaand beleid en betrokken partijen, is opgenomen in bijlage V. Daarin is per inspanning, waar relevant, een indicatie van de benodigde middelen opgenomen.
Sommige inspanningen hebben vooral een beleidsmatige of organisatorische component, waarbij de investering vooral bestaat uit uren en meeliften op lopend of nieuw beleid, zoals het omgevingsplan of regionale programma’s. Andere inspanningen vereisen daadwerkelijk financiële middelen voor aanleg, onderhoud of subsidiëring van lokale initiatieven.
In de volgende paragraaf is per programmalijn aangegeven welke inspanningen we de komende vier jaar oppakken om de doelen te realiseren.




Dit hoofdstuk gaat in op de rol van de gemeente en de samenwerking met de samenleving, de inzet van fondsen en subsidies, en de manier waarop we de voortgang monitoren en evalueren. Zo ontstaat een samenhangend en toekomstbestendig kader dat richting geeft, maar ook flexibiliteit biedt om in te spelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen, risico’s en randvoorwaarden.
Om de status van het programma LNB voor eenieder duidelijk voor ogen te hebben geven we hier weer hoe het programma geborgd wordt in het gemeentelijk beleid als in de samenwerking met de samenleving.
Organisatie gemeente
Het programma is vastgesteld door het college, dat hiertoe bevoegd is volgens de Omgevingswet. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de inspanningen in het programma. Bij beleids- of uitvoeringsplannen die financiële of beleidsmatige gevolgen hebben, beslist de gemeenteraad. Het college kan doelstellingen of inspanningen aanpassen wanneer dat nodig is.
Samenwerking met de samenleving
De uitvoering van het programma gebeurt niet alleen door de gemeente; ook inwoners, organisaties en ondernemers leveren een waardevolle bijdrage. Tijdens de opstelling van het programma hebben diverse partijen elkaar beter leren kennen en samengewerkt.
Belangrijke vormen van betrokkenheid zijn:
Inwoners vergroenen tuinen in dorpen en linten, wat bijdraagt aan een aantrekkelijker en duurzamer leefmilieu.
Agrarische ondernemers en natuurbeheerders dragen bij aan behoud van landschap en natuur in het buitengebied.
Initiatieven van bewoners en maatschappelijke organisaties versterken biodiversiteit en de kwaliteit van de leefomgeving.
De uitvoering wordt regelmatig afgestemd met externe vertegenwoordigers uit verschillende sectoren. Hierdoor voldoen we aan het participatiebeleid en kunnen inwoners en organisaties:
Meewerken aan projecten of een voortrekkersrol vervullen.
Initiatieven ontplooien die ondersteund worden met kennis, middelen of financiële bijdragen.
Projectplan
Voor iedere inspanning binnen het LNB wordt een projectplan opgesteld. In dit plan is het van belang dat er duidelijke antwoorden komen op de kernvragen wie, wat, hoe, waar en wanneer. Dit betekent concreet dat helder is welke partijen verantwoordelijk zijn voor de realisatie en welke rol zij daarbij spelen. Ook moet inzichtelijk zijn wát er precies gaat gebeuren, welke activiteiten en stappen daarvoor nodig zijn en hoe deze uit te voeren. Daarnaast moet duidelijk worden waar de uitvoering plaatsvindt en wanneer de verschillende onderdelen worden opgepakt en afgerond.
Investeren in biodiversiteit is niet alleen goed voor planten en dieren, maar ook voor de economie en het welzijn van inwoners. Door nu te investeren in een sterke en diverse natuur, voorkomen we grotere kosten in de toekomst en bouwen we aan een leefbare gemeente voor volgende generaties.
De ambities in relatie tot de beschikbare middelen
Het realiseren van de ambities kan worden begrensd door een tekort aan middelen en/of capaciteit. Voor het uitvoeren van de inspanningen zijn nog niet alle middelen zeker gesteld. De beschikbaarheid van middelen en verkrijgen van subsidies bepalen welke inspanningen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma is voor de komende jaren circa € 2,2 miljoen nodig, zie onderstaand overzicht en een uitgebreide weergave in bijlage V. Voor de uitvoering maken we gebruik van de reguliere budgetten voor groen, natuur en landschap, evenals van het Groenfonds en het Landschapsfonds. Daarnaast kan, op basis van de Nota Ruimtelijke Ontwikkelingen 2013–2022, een beroep worden gedaan op het Fonds Ruimtelijke Ontwikkelingen. Waar mogelijk vragen we bovendien subsidies aan die gericht zijn op biodiversiteit, klimaat en landschap, om zo aanvullende middelen te genereren voor de uitvoering van onze doelen.

Beschikbare budgetten
Bij deze maken we inzichtelijk waarvoor de budgetten zijn en welke middelen beschikbaar zijn de komende jaren.
Onderhoud openbaar groen
Dit voor onderzoek, renovatie en vervanging van groen.
Jaarlijkse reservering van € 20.000 voor projecten binnen programmalijn 3, ruimtelijke ontwikkeling en wonen.
Regulier onderhoud, zoals natuurbeheer en circulair beheer wordt gedekt uit de reguliere begroting.
Natuur en Landschap
Jaarlijks € 30.000, waarvan € 7.000 naar GMR en € 10.000 voor Vlinderrijke akkerranden.
Restant € 23.000 wordt ingezet binnen dit programma.
Beschikbare Fondsen
Binnen de gemeente zijn er drie belangrijke fondsen die we de komende jaren duurzaam willen inzetten, namelijk:
Groenfonds
Landschapsfonds
Voor versterking van het landschap in het buitengebied.
Deels inzetbaar voor subsidies aan agrariërs en particulieren.
Jaarlijks € 30.000 beschikbaar.
Fonds Ruimtelijke Ontwikkelingen
Voor bovenwijkse ontwikkelingen, landschapsverbetering en groenstructuren.
Resterend budget € 749.000.
Voor de uitvoering van groen- en landschapsprojecten, wordt de raad voorgesteld om dit bedrag van € 749.000,- te reserveren voor de versterking van groen en landschap. De daadwerkelijke besluitvorming over uitvoering en de inzet van investeringskredieten vindt plaats bij een separaat raadsbesluit. Dit zal gebeuren op basis van concrete projectvoorstellen, inclusief de daarbij behorende financiële consequenties.
Kosten voor regulier beheer en onderhoud
De gemeente heeft de taak om haar kapitaalgoederen op een doelmatige en kostenefficiënte manier te onderhouden, zodat waardeverlies wordt voorkomen. Voor het reguliere beheer en onderhoud van de groene buitenruimte worden jaarlijks terugkerende uitgaven gedaan. Onder regulier beheer wordt verstaan het behouden van de huidige staat en, waar nodig, het sturen richting de gewenste kwaliteitssituatie. Het nagestreefde kwaliteitsniveau vormt daarbij een belangrijke factor in de hoogte van de onderhoudskosten. De komende jaren maken we inzichtelijk hoe de noodzakelijke vervangingsinvesteringen voor het verhogen van de biodiversiteit zich verhouden tot het reguliere onderhoud, zodat middelen doelmatig en verantwoord worden ingezet en herverdeling van middelen kan leiden tot efficiënter onderhoud.
Financiering vanuit toekomstige ontwikkelingen
In het uitvoeringsprogramma zijn ook inspanningen benoemd die sterk samenhangen met actuele of verwachte ontwikkelingen. Voorbeelden zijn het doortrekken van de A15, het versterken van dijken en projecten in de uiterwaarden. Maar ook op beleidsmatig vlak zoals de lokale adaptatie- en energiestrategie en het programma woningbouw of mobiliteit. Het betreft hier initiatieven die niet primair vanuit de invalshoek landschap, natuur en biodiversiteit zijn opgezet, maar waar dit thema wel een belangrijke rol vervult.
De daadwerkelijke uitvoering, verdere uitwerking en financiering vinden plaats binnen het kader van de betreffende ontwikkeling zelf. Daarom zijn in het uitvoeringsprogramma voor dit type projecten geen extra kosten opgenomen, aangezien de dekking vanuit andere budgetten wordt voorzien.
Subsidies
De verwachting is dat de komende jaren de mogelijkheden voor het binnenhalen van subsidies voor biodiversiteit, klimaat en landschap blijven bestaan. De inspanningen die hierop betrekking hebben zijn met 50% cofinanciering vanuit de subsidies te realiseren. We verwachten de komende jaren dan ook € 634.000 aan subsidies hiervoor binnen te halen.
Aanvullende middelen
De bovengenoemde budgetten, fondsen en mogelijke subsidies dekken de komende jaren slechts een deel van de kosten. Om het ambitieniveau van het programma LNB te kunnen realiseren, wordt de raad daarom voorgesteld een aanvullend budget van €383.000 toe te voegen aan een nieuw op te stellen bestemmingsreserve. Met dit extra geld kunnen we het programma goed uitvoeren en de inspanningen op een duurzame manier voortzetten. Zo kunnen we onderbouwde plannen maken, de nodige onderzoeken doen en de samenwerking met betrokkenen goed organiseren.
Programma financiële bijdragen
In 2024 is het programma financiële bijdragen vastgesteld (opvolger Nota Ruimtelijke Ontwikkelingen). Hierin wordt beschreven hoe de gemeente geld ontvangt en uitgeeft voor ruimtelijke projecten. Ontwikkelaars die nieuwe woningen of andere plannen realiseren, betalen een financiële bijdrage aan de gemeente. Deze bijdrage wordt vastgelegd in een overeenkomst en gestort in het Fonds Ruimtelijke Ontwikkelingen. Met dit fonds betaalt de gemeente investeringen die de leefomgeving verbeteren, waaronder de ontwikkeling van het landschap. Veel van deze opgaven hebben een duidelijke relatie met het programma LNB. In de komende jaren zal blijken welke projecten daadwerkelijk van start kunnen gaan en gefinancierd kunnen worden vanuit dit programma. Op die manier zorgen we dat deze beschikbare middelen bijdragen aan een duurzaam en toekomstbestendig Lingewaard.
Ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Daarom is het belangrijk om goed te volgen en te controleren wat er gebeurt. Zo houden we de vinger aan de pols. Het programma kijkt tien jaar vooruit. In het uitvoeringsprogramma werken we met een kortere periode van vier jaar. Zo kunnen we duidelijke en haalbare stappen zetten om onze doelen voor de toekomst te bereiken. De voortgang van de uitvoering wordt nauwlettend gevolgd. Elke twee jaar actualiseren we het uitvoeringsprogramma. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de voortgang van de geplande activiteiten, maar is er ook ruimte om nieuwe maatregelen, activiteiten en projecten toe te voegen. Op deze manier blijft het programma actueel en levend.
De inspanningen die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma kunnen op termijn leiden tot een structurele verhoging van het onderhoudsbudget. De exacte impact hiervan is echter pas inzichtelijk tijdens de uitvoering van de betreffende inspanningen en kan niet vooraf volledig worden vastgesteld.
Om te waarborgen dat het noodzakelijke onderhoud in de eerste jaren na oplevering geborgd is, worden bij elke inspanning binnen het uitvoeringsprogramma de onderhoudskosten voor de eerste drie jaar opgenomen in het projectbudget.
Lingewaard is een gemeente in de provincie Gelderland, dicht bij de Duitse grens. De gemeente wordt afgebakend door twee grote riviertakken van de Rijn, die zich splitsen in de Nederrijn en de Waal. De gemeente heeft haar naam te danken aan de kunstmatige rivierloop de Linge, ‘het lange water’, dat vanuit het Pannerdensch Kanaal bij Doornenburg het gebied instroomt. Lingewaard is een stedelijk gebied, afgewisseld door enkele relatief open landschapsparken en agrarische gebieden (streekgids, 2022). Lingewaard ligt te midden van recreatieve hotspots en verbindingen. Verticaal vormt Park Lingezegen met haar ecologische verbindingszone, Arnhem-zuid, Elst, Bemmel en Ressen het middengebied tussen Arnhem en Nijmegen.
De metropoolregio Arnhem-Nijmegen is een belangrijke drager voor economische ontwikkeling en cultuur (omgevingsvisie, 2023).
De Betuwe is een oud agrarisch productielandschap waarin de land- en tuinbouw belangrijke dragers zijn van het buitengebied. Park Lingezegen en het glastuinbouwgebied NEXTgarden zijn daar vandaag de dag de structuurdragers van (omgevingsvisie, 2023). Landschappelijk kun je het gebied opdelen in vijf zogenoemde ‘landschapstypen’, zie volgende pagina. De uiterwaarden (4) naast de rivieren, de hoger gelegen oeverwallen (3) binnendijks en de lagergelegen komgronden (2) in het midden van de gemeente. De meer door de mens beïnvloede landschappen zijn het kassenlandschap (1) ten zuiden van Huissen en de woonkernen (5) voornamelijk gelegen op de oeverwallen.


Het ontstaan van het landschap in Lingewaard is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van het water. De rivieren hebben vroeger veel sediment afgezet in de omgeving. De zware klei heeft zich verzameld in de lage komgronden en de lichte klei en zavel is afgezet op de hogere oeverwallen. In de uiterwaarden bevinden zich oude stroomgeulen, wielen, kolken en nevengeulen. Hier staat het water in het teken van bergen en afvoeren.
In het binnendijkse gebied zijn er enkele sloten op de oeverwallen gegraven langs de percelen van de tuinbouw en fruitteelt. Deze sloten dienen ter afwatering van de percelen. Op deze hogere gronden is niet veel afwatering nodig, omdat een groot gedeelte ook kan infiltreren in de bodem door de open bodemstructuur. Op enkele plekken bevinden zich stuwen die het water in de sloten voor een langere tijd kunnen vasthouden. Op deze manier wordt verdroging van de hoger liggende oeverwal tegengegaan.
In het lagergelegen gebied van de komgronden is het natter. De grondwaterstand staat dichter op het maaiveld dan bij de hogere oeverwallen en de zware dichte kleigrond laat moeilijk water infiltreren in de bodem. Daarom is het noodzakelijk om hier veel water te kunnen afvoeren. De slotendichtheid is hier daarom hoger dan op de oeverwallen. De percelen zijn klein en rechthoekig waarlangs de sloten ervoor zorgen dat het perceel niet te nat is. In de komgronden zijn meer stuwen aanwezig. Kleigronden moeten in een bepaalde mate verzadigd blijven met water, anders klinken de bodems in en verzakt de grond. Daarom wordt in de afvoer op sommige plekken het water wat langer vastgehouden door middel van stuwen. De komgronden onderscheiden zich door een open, grootschalig en veelal agrarisch landschap.
Ook de strijd met en tegen het water heeft zijn sporen achtergelaten. In het gebied liggen verschillende oude landgoederen en kastelen, zoals Kasteel Doornenburg en Kinkelenburg, Huis te Bemmel en Buitenplaats Oosterhout. Romeins erfgoed in de vorm van overblijfselen en verwijzingen naar de LIMES (UNESCO-waarde). De Rijn vormde de grens van het Romeinse Rijk. In het gebied is de continue strijd tegen het water nog steeds terug te zien in het landschap. Herkenbaar zijn de dorpspolderstructuren met (dwars)dijken, achterkades, weteringen (gegraven watergang), woerden (woonheuvels), wielen en kolken (waterplas na dijkdoorbraak). Deze zijn terug te vinden op de kaart op de volgende pagina.

Om te zien hoe het ervoor staat met de natuur en biodiversiteit in Lingewaard zijn verschillende onderzoeken geraadpleegd en uitgevoerd. De belangrijkste conclusies zijn in dit programma opgenomen.
Natuurbeleid in Nederland
Het beleid om de natuur en biodiversiteit te beschermen en te versterken, is in Nederland onderverdeeld bij verschillende overheden. Zo stelt de Rijksoverheid doelen voor natuurbeleid vast en moet zij voldoen aan de Europese wetgeving. De provincie is vrijwel volledig verantwoordelijk voor het uitvoeren van het natuurbeleid. De provincie staat aan de lat voor het actief beschermen van soorten, het monitoren, het aanwijzen van Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het verlenen van ontheffingen. De taken van de gemeente zijn onder andere het afgeven van omgevingsvergunningen en het doen van ecologisch onderzoek. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer van de openbare (groene) ruimte. Echter kan de gemeente naast haar wettelijke taken nog veel meer doen aan natuur en biodiversiteit, denk hierbij aan het betrekken van burgers (educatie), samenwerken met andere partijen en het ontwikkelen en uitvoeren van eigen beleid.
Beschermde natuur in Lingewaard
Verschillende natuurgebieden in de gemeente Lingewaard zijn wettelijk beschermd, zie de kaart op de volgende pagina. Zo zijn de uiterwaarden langs de grote rivieren onderdeel van het Europese Natura2000 netwerk. Op provinciaal niveau wordt Natuur Netwerk Nederland (NNN) aangewezen. Voor de provincie Gelderland gaat dat specifiek om het Gelders Natuur Netwerk (GNN). In en rondom deze gebieden wordt er gewerkt aan natuurherstel en het aanleggen van nieuwe natuur.

Tussen de natuurgebieden heeft de provincie ook nog Groene Ontwikkelingszones (GO), Ecologische Verbindingszones (EVZ) en weide- en ganzenrustgebieden aangewezen. Bepaalde activiteiten of ontwikkelingen zijn in deze gebieden niet toegestaan, tenzij de natuur hier geen nadelige gevolgen aan ondervindt.
Aangezien de wettelijk beschermde natuurgebieden hoofdzakelijk onder de verantwoordelijkheid van de provincie Gelderland valt, richt dit programma zich juist voornamelijk op de gebieden die hierbuiten vallen (de witte vlekken op de kaart). Het gaat bijvoorbeeld om de woonkernen en het buitengebied. In de gemeente bevinden zich naast een aantal buurtschappen, zeven kernen namelijk: Huissen, Bemmel, Gendt, Angeren, Doornenburg, Haalderen en Ressen. Het buitengebied bestaat uit de landschapstypen, oeverwal, komgrond en kassengebied. Het landgebruik is hier overwegend agrarisch.

Om de status van de natuur en biodiversiteit in het buitengebied in beeld te krijgen, is er in 2025 onderzoek gedaan naar de Basiskwaliteit Natuur door ecologisch adviesbureau ATKB. De samenvatting van het onderzoek is in deze bijlage opgenomen.
Het begrip Basiskwaliteit Natuur (BKN) is enige jaren geleden geïntroduceerd om te voorkomen dat ook algemene soorten planten en dieren uit ons land verdwijnen. De BKN wordt wel omschreven als de minimale condities die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven.
Om de BKN te onderzoeken heeft ATKB de gegevens over de verspreiding van algemene soorten binnen de gemeente Lingewaard op een rij gezet. Hiervoor zijn data gebruikt uit de Nationale Database Flora en Fauna. Ook hebben ze de verschillende omgevingscondities die van belang kunnen zijn voor de algemene soorten in kaart gebracht.
Uit de analyse blijkt dat de onderzochte meetsoorten in het buitengebied, buiten de (beschermde) natuurgebieden en woonkernen, niet algemeen meer voorkomen. De afgelopen tien jaar zijn slechts op ongeveer 55% van het oppervlak van het buitengebied meetsoorten waargenomen. Het aantal meetsoorten dat gemiddeld in het buitengebied wordt waargenomen, blijkt verder laag. De locaties waar de meetsoorten nog wel veel worden waargenomen, grenzen aan bestaande natuurgebieden.
Uit de analyse blijkt verder dat de eisen die de meetsoorten aan de omgeving stellen, verschillen van soort tot soort. Er zijn soorten die baat hebben bij een kleinschalig landschap, met landschapselementen als kolken, houtwallen, sloten en bomenrijen. Deze kleine landschapselementen komen in de gemeente met name in het landschap van oeverwallen- en stroomruggen voor, dat rondom het centrale deel van de gemeente aanwezig is. Daarnaast is er een groep soorten, de weidevogels, die een open landschap nodig heeft, waarin opgaande landschapselementen en bebouwing schaars zijn. Voor deze soorten is er vooral centraal in de gemeente leefgebied.
Kenmerkend voor veel meetsoorten is verder dat ze in het verleden vooral voorkwamen binnen een meer extensief beheerd agrarisch landschap, waarin ruimte is voor kruiden en waar bemestingsniveaus laag zijn. Het beperkt aantal waarnemingen van soorten van matig bemeste bodems wijst erop dat er voor deze soorten weinig of geen geschikt leefgebied meer aanwezig is.
Knelpunten voor veel soorten vormt intensieve landbouw, met veel bemesting en een sterke ontwatering. Een ander knelpunt is dat leefgebied van soorten verdwijnt door ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van zonneparken of kassen.
Kansen om het leefgebied van de meetsoorten te versterken en uit te breiden liggen er vooral door het oppervlak extensief beheerd grasland en akkerland te behouden en te vergroten. Bijvoorbeeld door kruidenrijke randen langs landbouwpercelen te behouden en uit te breiden, kruidenrijke bermen en plantsoenen te behouden en uit te breiden en biologische landbouw en groene erven te stimuleren. Ook het behoud en de versterking van kleine landschapselementen, zoals houtwallen en bomenrijen, is belangrijk voor het behoud van de meetsoorten. Verder zou ook het areaal nat grasland kunnen worden vergroot, bijvoorbeeld op locaties waar ook klimaatbuffers worden aangelegd.
Om inzicht te geven in de aard van de inspanningen is onderstaande indeling gehanteerd. Deze maakt zichtbaar op welk type activiteit middelen en inzet betrekking hebben en onderscheidt beleid, voorbereiding, uitvoering en ondersteuning. De indeling bevordert een doelmatige besteding van middelen en biedt houvast bij het volgen en evalueren van de voortgang.
Beleid en strategie | Activiteiten gericht op ontwikkelen, actualiseren of evalueren van visies, plannen of kaders (bijv. beleidsnota’s, beleidskaders, verordeningen, herijkingen) |
Voorbereiding en onderzoek | Inspanningen die nodig zijn om beleid of uitvoering goed te onderbouwen, zoals analyses, monitoring, pilots, participatietrajecten of haalbaarheidsstudies. |
Uitvoering en beheer | Concrete werkzaamheden in de openbare ruimte; het daadwerkelijk uitvoeren van maatregelen, onderhoud, vervanging of operationele taken. |
Communicatie en participatie | Activiteiten gericht op informatievoorziening, burgerparticipatie, samenwerking met stakeholders of bewustwording bij inwoners en partners. |
Financiën | Inspanningen gericht op budgettering, subsidies, verantwoording. |
Samenwerking en afstemming | Activiteiten die betrekking hebben op overleg, partnerschappen of regionale samenwerking met andere overheden of maatschappelijke organisaties. |
Toezicht en handhaving | Activiteiten gericht op controle, naleving en toezicht binnen het beleidsveld. |




Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-7316.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.