Overwegingen ten aanzien van het besluit
Dat ten behoeve van het stimuleren van elektrisch vervoer een netwerk van oplaadpunten noodzakelijk is;
Dat de gemeente Edam-Volendam in samenwerking met MRA-Elektrisch in het kader van de uitbreiding van de openbare laadinfrastructuur locaties aanwijst voor oplaadpunten voor elektrische voertuigen;
Dat de gemeente daarvoor op 30 mei 2025 een verkeersbesluit heeft gepubliceerd om twee parkeervakken op het parkeerterrein aan de Harlingenlaan te reserveren voor het opladen van elektrische voertuigen;
Dat het oplaadpunt uit het verkeersbesluit van 30 mei 2025 nog moet worden gerealiseerd, waardoor het gebruik nog niet vast te stellen is;
Dat voor de realisatie van het oplaadpunt een aansluiting moet worden gemaakt op een ondergrondse laagspanningskabel welke meer dan 25 meter bij het laadpunt vandaan ligt;
Dat het realiseren van twee oplaadpunten tegelijkertijd via dezelfde aansluiting vanuit kostenoverwegingen gunstig is;
Dat de beheerder via MRA-Elektrisch daarom heeft voorgesteld om op basis van het gebruik van bestaande laadpunten het aantal laadlocaties op deze locatie uit te breiden;
Dat het plaatsen van nieuwe laadpunten het belang van de realisatie van een dekkend openbaar laadnetwerk dient;
Dat de voorgestelde plaatsing van de oplaadpaal op basis daarvan voldoet aan de in de Beleidsregels elektrisch laden Edam-Volendam vastgestelde criteria;
Dat om een optimale benutting van een openbare oplaadpunt te waarborgen het wenselijk is om voor elk oplaadpunt een tweetal parkeerplaatsen te reserveren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen;
Dat de parkeerdruk op het parkeerterein op bepaalde momenten van de week hoog is;
Dat de realisatie van twee laadobjecten met in totaal vier aansluitingen gebruikt kan worden om te voorzien in de plaatselijke laadbehoefte, zodat er in de omliggende woonwijken mogelijk minder oplaadobjecten nodig zijn;
Dat de gemeente er vanwege het belang van de instandhouding van parkeerplaatsen op dit terrein voor kiest om in eerste instantie één parkeervak te reserveren voor het opladen van elektrische voertuigen;
Dat het tweede parkeervak voorlopig te gebruiken blijft voor zowel parkeren als opladen, en dat deze afhankelijk van het toekomstige gebruik van de oplaadpaal eveneens gereserveerd kan worden voor het opladen van elektrische voertuigen;
Dat dit gerealiseerd kan worden door middel van het plaatsen van het verkeersbord E8c als bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 en een onderbord dat aanduidt dat het verkeersbord erboven van toepassing is op één in plaats van twee parkeervakken;
Dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van het verkeersbord E8c – met het betreffende onderbord – van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
Dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
Dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel voorts strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
Dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg heeft plaatsgevonden met de gemandateerde van de korpschef van de politie, waarbij te kennen is gegeven dat met het voorgestelde verkeersbesluit wordt ingestemd.