Gemeenteblad van Stichtse Vecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2026, 72879 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2026, 72879 | beleidsregel |
Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Stichtse Vecht 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen/Definities
Begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving. Aanvullend wordt in deze beleidsregels verstaan onder:
Artikel 2 Visie op kinderopvang en handhaving
De eerste jaren van een kind hebben een grote invloed op de latere ontwikkeling. Daarom is verantwoorde en kwalitatief goede kinderopvang van groot belang. Onder kwalitatief goede kinderopvang verstaat de gemeente Stichtse Vecht kinderopvang die:
Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat ze hun kind in een veilige, stimulerende en vertrouwde omgeving achterlaten. Houders van een kinderopvangvoorziening zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van kwalitatief goede kinderopvang in een veilige en gezonde omgeving. Het college verwacht dan ook van houders dat zij hier direct vanaf de start zorg voor dragen en structurele maatregelen nemen om incidentele overtredingen op te heffen en te voorkomen. Van houders met meerdere locaties verwacht het college dat zij maatregelen op alle locaties in de gemeente doorvoeren. Daarmee is gewaarborgd dat een vastgestelde overtreding ook niet wordt herhaald op een van de andere locaties.
Wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet wordt nageleefd, grijpt het college in met een handhavingsmaatregel. Feiten en de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan worden daarbij meegewogen. De gemeente hecht er waarde aan om de overwegingen van de houder goed te begrijpen. Dit draagt bij aan een zorgvuldige afweging bij de handhaving. In beginsel is het doel van het handhavend optreden om de overtreding te (laten) herstellen. Indien nodig worden overtredingen bestraft.
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving. De beleidsregels hebben betrekking op alle kinderopvangvoorzieningen binnen de gemeente.
Het college heeft de mogelijkheid om zowel herstellend als bestraffend te handhaven. Herstellende handhaving is erop gericht dat een begane overtreding hersteld wordt en structureel hersteld blijft. In beginsel handhaaft het college altijd herstellend. Het doel is om de kwaliteit van de opvang zo snel mogelijk te herstellen. Bestraffende handhaving is gericht op het bestraffen van begane overtredingen, ongeacht of deze inmiddels hersteld zijn. Er kan altijd bestraffend gehandhaafd worden als het college dit nodig vindt. In de Algemene wet bestuursrecht wordt ook wel gesproken over leedtoevoeging.
Voordat een kinderopvangvoorziening kinderen mag opvangen of een gastouderbureau haar werkzaamheden mag starten, is toestemming nodig van het college. Het college geeft alleen toestemming voor exploitatie als de toezichthouder van oordeel is dat een houder van een kinderopvangvoorziening vanaf de start kan voldoen aan de kwaliteitseisen en verantwoorde en kwalitatief goede opvang kan aanbieden. Deze werkwijze staat bekend als ‘Streng aan de poort’. Voor een gastouderbureau geldt dat deze direct vanaf de start de werkzaamheden zo moet kunnen uitvoeren dat zowel het gastouderbureau als de gastouders die zij begeleidt aan de kwaliteitseisen voldoen.
Hoofdstuk 2 Handhavingsafwegingen
Artikel 6 Algemene afwegingen bij het handhaven
In beginsel is het college verplicht te handhaven wanneer de toezichthouder een overtreding van de kwaliteitseisen heeft vastgesteld. Gezien het algemene belang van handhaving ziet het college alleen in uitzonderlijke gevallen af van handhaving.
Handhaving is maatwerk. De omstandigheden bij iedere houder, locatie en overtreding zijn immers verschillend. Daarom kan ook de aanpak bij overtredingen verschillen.
Het college betrekt bij de voorbereiding van elk besluit alle feiten die bij haar bekend zijn. Daarbij wordt afgewogen welke handhavingsmaatregel geschikt en noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken; kwalitatief goede kinderopvang. In iedere casus beoordeelt het college of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie. Ook in hoeverre de kwaliteit van de opvang is beïnvloed door een tekortkoming wordt meegewogen in de handhavingsafweging. De beoordeling van de afwegingen kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder.
Hoofdstuk 3 Herstellend traject
Indien is gebleken dat een houder van een kinderopvangvoorziening niet voldoet aan één of meer kwaliteitseis(en) van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(en).
Voordat de eerste juridische stap van een aanwijzing wordt gezet, kan een schriftelijke waarschuwing worden gegeven om de houder te bewegen een overtreding binnen een gestelde termijn te herstellen. Een schriftelijke waarschuwing heeft geen juridische status en wordt niet gegeven bij ernstige overtredingen of als er sprake is van recidive.
Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen:
Als een kinderopvangvoorziening de voorschriften bij of krachtens de Wet Kinderopvang (de ‘kwaliteitseisen’) niet of onvoldoende naleeft, dan kan de houder een schriftelijke aanwijzing ontvangen van het college. Hiermee zet het college in op structurele verbetering. Dat betekent dat de overtreding niet alleen moet worden opgeheven, maar dat een houder ook maatregelen moet nemen om te voorkomen dat hij de overtreding opnieuw begaat. In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder, binnen welke termijn, moet nemen om de wettelijke voorwaarden na te leven. De duur van de hersteltermijn is opgenomen in het Afwegingsmodel. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie. De aanwijzing blijft geldig, ook nadat de overtreding van de kwaliteitseis is hersteld. De gemeente betrekt deze aanwijzing bij handhavingsbesluiten in de opvolgende 3 jaren.
Stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang.
De last onder dwangsom is de best geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken na een aanwijzing, als sluiting van de opvang (nog) niet proportioneel is. Als de aanwijzing niet tot structureel herstel van de overtreding heeft geleid, dan legt de gemeente doorgaans een last onder dwangsom op. De gemeente kan ook direct een last onder dwangsom opleggen zonder dat eerst een aanwijzing is gegeven. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom is een van de bestuursdwangbevoegdheid afgeleide bevoegdheid, zoals te vinden in artikel 5:32 van de Awb.
Met een last onder dwangsom verplicht de gemeente de houder om maatregelen uit te voeren binnen een aangegeven termijn. Het college bepaalt hierbij wat een redelijke termijn is. Als een houder binnen de hersteltermijn de overtreding opheft en/of niet herhaalt, hoeft deze de dwangsom niet te betalen. Is vastgesteld dat een overtreding niet is opgeheven of is herhaald, dan moet de houder de dwangsom betalen. Met een last onder dwangsom kan op meerdere herhalingen worden gehandhaafd. Een last onder dwangsom kent daarvoor een maximumbedrag. Het college stelt de hoogte van de dwangsom vast op basis van het bedrag dat in het Afwegingsmodel is opgenomen. De dwangsom kan worden opgelegd als bedrag ineens, per constatering of per periode.
De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Ook kan worden besloten tot een volgende stap in het herstellend handhavingstraject.
De houder waaraan een last onder dwangsom is opgelegd, kan, indien een jaar nadat de last van kracht is geworden geen overtreding van de betreffende kwaliteitseis is geconstateerd, verzoeken om de last op te heffen.
Bij een last onder bestuursdwang neemt het college bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld geschikt om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder. De last onder bestuursdwang is te vinden in paragraaf 5.3.1. van de Algemene wet bestuursrecht.
Zodra er geen sprake (meer) is van verantwoorde kinderopvang sluit het college de kinderopvang tijdelijk. Wat onder verantwoorde kinderopvang wordt verstaan, is vastgelegd in artikel 1.49 van de Wet kinderopvang. Ook kan de kinderopvang gesloten worden zolang de houder een bevel van de toezichthouder of aanwijzing niet opvolgt. Daarnaast gaat het college over tot tijdelijke sluiting bij locaties waar de kwaliteit structureel ondermaats is, onderbouwd door inspectierapporten van de toezichthouder. Eerdere minder zware handhavingsmaatregelen hebben dan niet tot (structureel) herstel geleid.
Bij deze tijdelijke sluiting moet de kinderopvang gesloten blijven zolang niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Pas als de houder aantoont dat de kwaliteit verbeterd is en blijft, mag de kinderopvang weer open. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een inspectieonderzoek.
Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang weegt altijd zwaarder dan het belang van continuïteit van opvang of een financieel belang. Als het college een kinderopvanglocatie sluit, dan moet de houder de ouders zelf op de hoogte stellen van deze sluiting.
Stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het Landelijk Register Kinderopvang.
Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie kan intrekken en de registratie van deze voorziening verwijdert uit het LRK, bijvoorbeeld:
Vanaf het moment dat voor een kinderopvangvoorziening de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en de registratie van deze voorziening verwijderd is uit het LRK, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van de exploitatie leidt tot niet geregistreerde kinderopvang (illegale kinderopvang) en kan leiden tot een bestuurlijke boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet op de Economische Delicten.
De duur van de hersteltermijn is vastgelegd in het bijgevoegde Afwegingsmodel en is afhankelijk van de consequenties voor de kwaliteit van de opvang. Bij het geven van een aanwijzing gelden de hersteltermijnen zoals opgenomen in het Afwegingsmodel.
Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang in te zetten.
Hoofdstuk 4 Bestraffend traject
Artikel 8 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete
Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen zoals opgenomen in het Afwegingsmodel. Het opleggen van een bestuurlijke boete is een bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college een bestuurlijke boete op kan leggen, maar daartoe niet verplicht is. Indien het college overgaat tot het opleggen van een boete, is hetgeen in deze beleidsregels is bepaald onverkort van toepassing.
Elke overtreding beoordeelt en bestraft het college afzonderlijk, ook als één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden. Indien één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden, beoordeelt het college of het totale boetebedrag dat kan worden opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van de opvang negatief werd beïnvloed.
Artikel 9 Hoogte bestuurlijke boete
In afwijking van het vorige lid, geldt voor gastouders en ouderparticipatieopvang dat het boetebedrag op 50% van het boetebedrag uit het Afwegingsmodel wordt vastgesteld. Het voorgaande laat onverlet dat het college op grond van de Algemene wet bestuursrecht gehouden is de hoogte van de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, waarbij het college zo nodig rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
Overige uitzonderingen op het Afwegingsmodel zijn:
In geval van overtreding van de artikelen 1.66 en 1.45 Wet kinderopvang is er sprake van economische delicten, gesanctioneerd in de Wet op de Economische Delicten. In artikel 1 en 6 van deze wet is bepaald dat deze overtredingen beboet worden met een boete van de vierde categorie. De boetebedragen in onderhavig beleid komen hiermee overeen.
Overtreding van artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht is een strafbaar feit; strafbaar gesteld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Overtreding van de medewerkingsplicht (art. 5:20 Awb) is tevens strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht (art. 184), met maximaal drie maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie. Ons boetebedrag is daarop afgestemd.
Hoofdstuk 7 Handhaving op kinderopvangvoorzieningen met voorschoolse educatie
Artikel 15 Voorschoolse educatie
Het college verstrekt subsidie aan kinderopvangvoorzieningen met voorschoolse educatie (VE) om een ander kwaliteitsniveau te realiseren. Als de toezichthouder een overtreding vaststelt van de wettelijke kwaliteitseisen voorschoolse educatie, dan zet het college de handhavingsmiddelen in die hiervoor zijn beschreven. Als een aanwijzing niet is opgevolgd of het college direct financiële consequenties aan een overtreding wil verbinden, dan treedt het college eerst op binnen de subsidierelatie. Overtredingen kunnen grond zijn voor het weigeren van een subsidieaanvraag of leiden tot een lagere subsidievaststelling.
Als sprake is van een overtreding van de wettelijke basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie, informeert de toezichthouder de Inspectie van het Onderwijs. Deze gebruikt de informatie als signaal in het eigen toezicht. De toezichthouder kan ook voor de VE-specifieke eisen een herstelaanbod doen.
Hoofdstuk 8 Handhaving bij een gastouderbureau dat gevestigd is buiten de gemeente
Artikel 16 Gastouderbureau gevestigd buiten de gemeente
De toezichthouder kan bij een onderzoek bij een voorziening voor gastouderopvang binnen de gemeente een overtreding vaststellen, begaan door een gastouderbureau gevestigd buiten de gemeente. Aan gastouderbureaus gevestigd buiten onze gemeente mag het college geen aanwijzing opleggen. Ook het opleggen van een last onder dwangsom is in dit geval geen geschikt handhavingsmiddel. Immers, het college is doorgaans niet zelf verantwoordelijk voor het toezicht op deze bureaus. Een last onder dwangsom is alleen een effectief handhavingsmiddel als deze ook wordt ingevorderd bij herhaling van een overtreding. Nu het college hierop buiten haar gemeentegrenzen geen toezicht kan houden, vervalt de effectiviteit van dit handhavingsmiddel. Het enige handhavingsmiddel dat geschikt, en daarmee noodzakelijk, is voor handhaving bij deze bureaus is het opleggen van een bestuurlijke boete.
Indien een aanwijzing wordt gegeven of een sanctie wordt opgelegd wegens een overtreding die plaatsvond vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregels, blijft het beleid zoals dat gold op het moment van de overtreding, van toepassing.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 10 februari 2026,
Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,
De gemeentesecretaris,
drs. R.C.L. Heijdra
De burgemeester,
drs. A.J.H.T.H. Reinders
Afwegingsmodel Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Stichtse Vecht 2026
Handhaving op basis van het Afwegingsmodel
Voor de overtredingen die zijn opgenomen in dit Afwegingsmodel kan een bestuurlijke boete en/of een last onder dwangsom worden opgelegd. Bij iedere overtreding beoordeelt het college, met inachtneming van de artikelen 3:2 en 3:4 Awb, of wordt volstaan met een herstelsanctie of dat tevens een bestraffende sanctie wordt opgelegd. In de beleidsregels is de reguliere escalatieladder voor de handhaving op kinderopvangvoorzieningen opgenomen. Hier kan beredeneerd van worden afgeweken. De afwegingen worden in elk handhavingsbesluit toegelicht. Het opleggen van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom voor dezelfde overtreding vindt slechts plaats indien dit, gelet op aard en ernst van de overtreding, noodzakelijk en evenredig is. Het aantal overtredingen waarvoor het college een financiële sanctie oplegt is beperkt tot 4 overtredingen van hetzelfde voorschrift per inspectieonderzoek.
Voor de bedragen sluit de gemeente aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Indien van toepassing is de maximale hersteltermijn ook opgenomen. Voor elke overtreding beoordeelt het college welke sanctie en hersteltermijn passend en geboden zijn. In de onderstaande tabellen zijn richtbedragen en richttermijnen opgenomen, waarvan kan worden afgeweken indien het college dit passend acht. Hierbij houdt het college onder andere rekening met de ernst van de overtreding, de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten en de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan.
Voor de gastouderopvang en ouderparticipatieopvang gelden andere bedragen. Het maximum dwangsombedrag voor gastouderopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de eerste categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan. Het maximum dwangsombedrag voor ouderparticipatieopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de tweede categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan. Verder geldt voor deze vormen van opvang dat het boetebedrag wordt vastgesteld op 50% van het bedrag uit het Afwegingsmodel. Het voorgaande laat onverlet dat het college op grond van de Algemene wet bestuursrecht gehouden is de hoogte van de boete of dwangsom af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, waarbij het college zo nodig rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
Tabel 1 - Diversen m.b.t. naleving, registratie en wijzigingen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-72879.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.