Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Gedragscodes voor de raadsleden en de burgerleden en voor de burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom

 

 

 

Gedragscodes

 

voor de raadsleden en de burgerleden en voor de burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom

 

 

 

 

Voorwoord

 

 

Voor het vertrouwen van onze inwoners in de overheid is een lokaal bestuur nodig die integer handelt. Uit internationaal onderzoek blijkt dat hoe meer een overheid vertrouwd wordt, hoe hoger het welzijn en geluksbevinden van inwoners is.

 

Betrouwbaarheid en integer handelen van het bestuur is dus essentieel voor het vertrouwen van onze inwoners in de overheid en het (lokale) bestuur en de rechtsstaat.

 

Natuurlijk wil elke volksvertegenwoordiger integer handelen. Echter integriteit is een breed begrip en voor vele interpretaties vatbaar. Het is soms ook een zwaar begrip en het woord “integriteit” noemen is al een daad of een uitspraak die een goed gesprek over “wat hoort en wat hoort niet” kan verlammen of beklemmen.

 

Een aantal zaken zijn voor de volksvertegenwoordiger klip en klaar. De eed of belofte die een ieder aflegt bij de aanvaarding van het ambt, is ook helder. En het is goed dat we daar bij elke besluitvormende vergadering in het openingswoord elke keer weer even bij stil staan. Maar wat is schijn van belangenverstrengeling? En hoe ga je om met verschillende rollen in de lokale samenleving? En waar ligt de grens tussen een goed volksvertegenwoordiger zijn en zaken aan de kaak willen stellen en cliëntelisme?

 

Vragen die helemaal niet zo makkelijk en eenduidig te beantwoorden zijn. In de aanloop naar deze uiteindelijke definitieve versie van de gedragscode is in de werkgroep over verschillende dilemma’s uitgebreid met elkaar gesproken.

 

Deze gedragscode geeft ons een leidraad en geeft ons handelingsperspectief. Maar inderdaad ook een weerslag van waarden en normen van de gemeenteraad van Bergen op Zoom.

 

In het afgelopen jaar heeft een werkgroep zich gebogen over de gedragscode. Ik wil alle leden van de werkgroep van harte bedanken voor de tijd en inbreng die zij geleverd hebben aan deze code.

 

De gedragscode is daarmee weer actueel en aangepast aan deze tijd en passend bij de gemeenteraad van Bergen op Zoom en hoe zij wil functioneren. Wanneer zich situaties voordoen waarin echt verder onderzoek nodig is, hebben we met elkaar afspraken over hoe we dat doen.

 

Daarmee zijn we er niet.

 

Een integer en betrouwbaar lokaal bestuur vergt voortdurend onderhoud. Vergt ook dat we elkaar op een respectvolle manier durven aan te spreken op gedrag, maar ook eigen dilemma’s open durven te bespreken met elkaar.

 

Burgemeester Margo Mulder

 

 

Deze gedragscodes zijn op 31 oktober 2024 vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen op Zoom.

 

 

 

Gedragscode raadsleden en burgerleden

 

 

 

Inleiding

 

 

In Bergen op Zoom onderschrijven we het belang van een integere overheid, zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen en kijken we om naar elkaar. Daarmee vinden wij integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele raadsleden, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen.

 

In het borgen van bestuurlijke integriteit zijn bijzondere rollen weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet), de griffier en de secretaris als eerste adviseur van de raad respectievelijk het college van B&W.

 

Niet alleen de vraag wat is toegestaan is relevant, maar ook hoe we vinden dat het hoort. In Bergen op Zoom streven we naar een bestuur, waar onze inwoners en bedrijven vertrouwen in mogen stellen. Wij onderkennen daarbij dat integriteit van raadsleden verwijst naar de rol die wij spelen in de democratische rechtsstaat. Dat betekent dat we verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van raadsleden wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.

 

Vertrekpunt is de eed of belofte die het raadslid bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van zakelijke afspraken, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen raadsleden onderling en tussen collegeleden, raadsleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang – binnen en buiten het gemeentehuis.

 

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteits- beleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van raadsleden regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning.

 

Deze gedragscode heeft betrekking op de raadsleden van Bergen op Zoom. Waar in de gedragscode wordt gesproken over raadsleden, worden ook burgerleden bedoeld – tenzij expliciet anders aangegeven. Artikel 15 lid 3 Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad voor de eigen leden een gedragscode vaststelt. Deze gedragscode is opgesteld als nadere invulling en concretisering van wettelijke regels is deze gedragscode. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. De gedragscode bevat kernwaarden en afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.

 

De gedragscode is niet vrijblijvend. Raadsleden kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Om die reden heeft de raad van Bergen op Zoom ook een handhavings- protocol opgesteld, hoe te handelen bij twijfel of vermoedens over integriteitsschendingen. Als blijkt dat (een) integriteitsnorm(en) is/zijn geschonden, kan dat consequenties hebben voor de rechtmatigheid van besluiten (artikel 28 Gemeentewet) of overeenkomsten (artikel 15 Gemeentewet) en voor de positie van de betrokken raadsleden.

 

 

 

 

Kernwaarden

 

 

Naast de afspraken die wij met elkaar hebben gemaakt, hebben wij ook onze kernwaarden geformuleerd. Daarin brengen wij tot uitdrukking vanuit welke positieve overtuigingen wij met onze gemeente, met onze verantwoordelijkheid en met elkaar willen omgaan.

 

In Bergen op Zoom zijn we trots op onze gemeente.

• We handelen naar eer en geweten, in het belang van Bergen op Zoom.

• We realiseren ons dat ons handelen direct van invloed is op het aanzien van het stadsbestuur.

• We koesteren de verbintenis tussen inwoners en politiek in onze gemeente van stoet en spel, maar waken voor voorkeursbehandelingen.

 

In Bergen op Zoom onderschrijven we het belang van een integere overheid.

• We zijn op de hoogte van de wettelijke integriteitsnormen.

• We gaan zorgvuldig om met de bevoegdheden die wij als overheid hebben.

• We begrijpen dat we een voorbeeldfunctie hebben richting inwoners en bedrijven.

• We beseffen dat dilemma’s inherent zijn aan het werk en dat we ruimte moeten bieden voor bespreking.

• We organiseren ten minste jaarlijks een moment om samen te reflecteren op en stil te staan bij integriteitsnormen.

 

In Bergen op Zoom zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen.

• We zijn open en transparant over onze keuzes en afwegingen.

• We tonen ons bereid verantwoording af te leggen als het om onze integriteit gaat.

• We respecteren het samenspel tussen de democratische organen.

 

In Bergen op Zoom kijken we om naar elkaar.

• We richten de ogen op de bal, niet op de persoon en gaan respectvol met elkaar om.

• We geven elkaar feedback en tonen ons ontvankelijk voor de feedback van anderen.

• We beseffen dat integriteit geen inzet van politiek spel moet zijn.

• We proberen elkaar te behoeden voor een misstap, in plaats van achteraf af te rekenen.

 

 

 

 

1 Afspraken over het voorkomen van belangenverstrengeling

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 12 Gemeentewet (functies naast het raadslidmaatschap)

• Artikel 13 Gemeentewet (onverenigbare functies)

• Artikel 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten)

• Artikel 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming)

 

Kern

Raadsleden hebben de democratische plicht deel te nemen aan de besluitvorming in de raad en staan als volksvertegenwoordigers tegelijk midden in de maatschappij. Daarbij houden zij altijd het algemeen belang voor ogen en gaan zij actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegen. Zij mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen van zichzelf, van een ander, of van een organisatie waarbij zij persoonlijke betrokken zijn.

 

Artikel 1.1 Melden van functies naast het raadslidmaatschap

1. Raadsleden hebben toegang tot de digitale omgeving van hun eigen profiel op het raadsinformatiesysteem. Hier vermelden zij bij aanvang van het raadslidmaatschap de informatie over functies die zij bekleden en die op grond van artikel 12 Gemeentewet openbaar gemaakt moeten worden. Als zij gedurende het raadslidmaatschap nieuwe functies aanvaarden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie op het raadsinformatiesysteem direct aangepast of aangevuld. Ook toekomstige functies worden vermeld op het moment dat het raadslid er kennis van heeft.

2. De informatie betreft in ieder geval:

a. de omschrijving van de functie;

b. de organisatie waarvoor de functie wordt verricht;

c. per wanneer de functie wordt verricht;

d. of het al dan niet een functie betreft die voortvloeit uit het raadslidmaatschap; en

e. of de functie bezoldigd of onbezoldigd is.

 

Artikel 1.2 Melden van financiële belangen

1. Raadsleden informeren de griffier en/of de burgemeester over hun financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen en over vastgoedposities voor zover die relevant zijn voor besluitvorming die in de raad aan de orde is.

2. De informatie betreft in ieder geval:

a. een omschrijving van het belang (aard en omvang);

b. indien aan de orde: de organisatie waarin het financiële belang bestaat;

c. de aanvangsdatum van het financiële belang.

 

Artikel 1.3 Afspraken bij verboden handelingen en verboden overeenkomsten

1. Raadsleden die voornemens zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 15 lid 1 Gemeentewet, kunnen daarover advies vragen aan de burgemeester en/of de griffier.

2. Als het raadslid het nodig acht ontheffing te vragen als bedoeld in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, dan ondersteunt de griffier bij het aanvragen van de ontheffing.

3. Artikel 15 lid 1 en lid 2 Gemeentewet is ook van toepassing op burgerleden, met dien verstande dat de ontheffing als bedoeld in lid 2 van artikel 15 wordt gevraagd aan de burgemeester.

 

Artikel 1.4 Onthouden deelname beraadslaging en stemming

1. Raadsleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie die strijd met artikel 28 Gemeentewet oplevert.

2. Als raadsleden ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, melden zij dit voorafgaand aan of bij aanvang van de vergadering bij het vaststellen van de agenda aan de voorzitter en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Raadsleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren en momenten. De voorzitter meldt bij het vaststellen van de agenda dat het betreffende raadslid zich vanwege artikel 28 Gemeentewet onthoudt van deelname aan beraadslaging en stemming op het betreffende agendapunt. In de notulen wordt aangetekend dat het betreffende raadslid niet heeft deelgenomen aan de beraadslaging en stemming.

3. Raadsleden die ter vergadering aanwezig zijn kunnen zich niet om een andere reden dan als bedoeld in artikel 28 Gemeentewet onthouden van stemming.

 

Artikel 1.5 Uitoefening van de functie van volksvertegenwoordiger

1. Van raadsleden wordt verwacht dat zij midden in de maatschappij staan en de nodige contacten onderhouden met inwoners en bedrijven. Van raadsleden wordt ook verwacht dat zij in de uitoefening van hun functie het algemeen belang voor ogen houden.

2. Raadsleden zijn zich bewust van het gegeven dat belangenorganisaties, bedrijven en instellingen bij de raad lobbyen, dat wil zeggen steun vragen voor hun standpunten en belangen. Raadsleden bewaken daarbij hun eigen onafhankelijke positie en houden zich aan de wettelijke lobbyregels.

 

 

 

 

2 Afspraken over de omgang met geschenken en uitnodigingen

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 14 Gemeentewet (eed of belofte)

 

Kern

Raadsleden leggen een eed of belofte af: zij mogen hun invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door gekregen of in het vooruitzicht gesteld geld, goederen, diensten of uitnodigingen.

 

Artikel 2.1 Omgang met geschenken, faciliteiten en diensten

Raadsleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als raadslid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50.

 

Artikel 2.2 Uitnodigingen

1. Raadsleden accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen alleen als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk.

2. Bij twijfel over de vraag of uitnodigingen behoren tot het raadswerk, overleggen raadsleden met de griffier.

3. Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met de functie van raadslid, niet (mede) via de griffie zijn georganiseerd en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de raadsleden bij de griffier binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.

 

 

 

 

3 Afspraken over de omgang met gemeentelijke voorzieningen

 

 

Wettelijk kader

• Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

• Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers

• Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Bergen op Zoom 2019

 

Kern

De gemeente werkt met belastinggeld. Raadsleden gaan op een behoedzame manier om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen die hun ter beschikking staan en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld.

 

Artikel 3.1 Gemeenschappelijke ruimtes

Raadsleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes. Raadsleden dragen daarbij zorg voor het schoon achterlaten van deze ruimtes.

 

Artikel 3.2 Onkostenvergoedingen en declaraties

Raadsleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties. Zij declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt.

 

Artikel 3.3 Gebruik ict - middelen

Raadsleden houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente aan het automatiseringsprotocol.

 

 

 

 

4 Afspraken over de omgang met informatie

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 23 en 24 Gemeentewet (beslotenheid)

• Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding)

• Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht)

 

Kern

Raadsleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij beschikken. Daar hoort ook bij dat zij niet met opzet een onjuiste voorstelling van zaken geven over gebeurtenissen in en rond de gemeente.

 

Artikel 4.1 Geheimhoudingsplicht

1. Raadsleden die informatie ontvangen onder oplegging van geheimhouding zijn gerechtigd deze informatie te delen met collega- raadsleden en burgerleden. Tegenover anderen zijn zij conform de wettelijke regeling tot geheimhouding verplicht.

2. Geheime informatie wordt door raadsleden veilig gebruikt en bewaard.

3. Het gebruik van het predicaat ‘vertrouwelijk’ wordt zoveel mogelijk vermeden, heeft geen formele status en wordt uitsluitend gebruikt bij wijze van ‘gentle agreement’.

 

Artikel 4.2 Gebruik informatie voor eigen gewin

1. Raadsleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet-openbare informatie waar zij als raadsleden over beschikken.

2. In uitlatingen in/op (sociale) media houden raadsleden de eer en het aanzien van de gemeente hoog.

 

 

 

 

5 Afspraken over omgangsvormen

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 16 Gemeentewet (reglement van orde)

• Artikel 26 Gemeentewet (handhaving van de orde)

• Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Bergen op Zoom 2022

 

Kern

Raadsleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze om met elkaar, andere bestuurders, ambtenaren en inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente. Met elkaar borgen raadsleden de onderlinge fysieke en sociale veiligheid.

 

Artikel 5.1 Omgangsvormen algemeen

1. Binnen en buiten het stadhuis en het stadskantoor bejegenen raadsleden elkaar, andere bestuurders, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn ongewenste omgangsvormen.

2. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen raadsleden actief de sociale veiligheid. Dat doen raadsleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collega-raadsleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen.

3. Als raadsleden ongewenst gedrag van collega-politieke ambtsdragers ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de betreffende ambtsdrager of – indien dit redelijkerwijs niet mogelijk of wenselijk is – tot de griffier of de voorzitter voor advisering en ondersteuning.

 

Artikel 5.2 Omgangsvormen in vergadering

1. Raadsleden houden zich tijdens de raads- en commissievergaderingen aan het Reglement van Orde en de Verordening op de Raadscommissies en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

2. Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter.

3. Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de voorzitter en de raadsleden. De voorzitter kan een raadslid vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. De spreker wordt in de gelegenheid gesteld de woorden, die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. Indien de spreker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen of de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen of sluiten.

4. Raadsleden kunnen de voorzitter attenderen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde.

5. Een raadslid dat door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, kan op voorstel van de voorzitter door de raad het verdere verblijf in de vergadering worden ontzegd. Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid voor ten hoogste drie maanden toegang tot de vergadering worden ontzegd.

 

 

 

 

6 Overige afspraken

 

 

Artikel 6.1 Eenduidige interpretatie

De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Bij leemtes en onduidelijkheden in deze gedragscode voorziet de raad daarin op voorstel van de voorzitter.

 

Artikel 6.2 Toezicht op naleving

1. De raad, maar ook de voorzitter van de raad, de griffier en de fractievoorzitters, zien erop toe dat de raadsleden de gedragscode van de raad naleven.

2. Bij vermoedens van een integriteitsschending of van ervaren ongewenst gedrag, geldt het handhavingsprotocol van de gemeente Bergen op Zoom.

 

 

 

Gedragscode burgemeester en wethouders

 

 

 

Inleiding

 

 

In Bergen op Zoom onderschrijven we het belang van een integere overheid, zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen en kijken we om naar elkaar. Daarmee vinden wij integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele collegeleden, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen.

 

In het borgen van bestuurlijke integriteit zijn bijzondere rollen weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet), de griffier en de gemeentesecretaris als eerste adviseur van de raad respectievelijk het college van B&W.

 

Niet alleen de vraag wat is toegestaan is relevant, maar ook hoe we vinden dat het hoort. In Bergen op Zoom streven we naar een bestuur, waar onze inwoners en bedrijven vertrouwen in mogen stellen. Wij onderkennen daarbij dat integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de rol die wij spelen in de democratische rechtsstaat. Dat betekent dat we verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van politieke ambtsdragers wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.

 

Vertrekpunt is de eed of belofte die de burgemeester en de wethouders bij de ambtsaanvaarding afleggen. Integriteit is niet alleen een kwestie van zakelijke afspraken, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen collegeleden onderling en tussen collegeleden, raadsleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang – binnen en buiten het gemeentehuis.

 

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van collegeleden regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning.

 

Deze gedragscode heeft betrekking op de burgemeester en de wethouders van Bergen op Zoom. De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is te vinden in de artikelen 41c lid 2 en 69 lid 2 Gemeentewet. Als nadere invulling en concretisering van wettelijke regels is deze gedragscode opgesteld. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. De gedragscode bevat kernbegrippen en afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.

 

De gedragscode is niet vrijblijvend. Collegeleden kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Om die reden heeft de raad van Bergen op Zoom ook een handhavingsprotocol opgesteld, hoe te handelen bij twijfel of vermoedens van integriteitsschendingen. Als blijkt dat (een) integriteitsnorm(en) is/ zijn geschonden, kan dat consequenties hebben voor de rechtmatigheid van besluiten (artikelen 58 en 28 Gemeentewet) of overeenkomsten (artikelen 41c, 69 en 15 Gemeentewet) en voor de positie van de betrokken collegeleden.

 

 

 

 

Kernwaarden

 

 

Naast de afspraken die wij met elkaar hebben gemaakt, hebben wij ook onze kernwaarden geformuleerd. Daarin brengen wij tot uitdrukking vanuit welke positieve overtuigingen wij met onze gemeente, met onze verantwoordelijkheid en met elkaar willen omgaan.

 

In Bergen op Zoom zijn we trots op onze gemeente.

• We handelen naar eer en geweten, in het belang van Bergen op Zoom.

• We realiseren ons dat ons handelen direct van invloed is op het aanzien van het stadsbestuur.

• We koesteren de verbintenis tussen inwoners en politiek in onze gemeente van stoet en spel, maar waken voor voorkeursbehandelingen.

 

In Bergen op Zoom onderschrijven we het belang van een integere overheid.

• We zijn op de hoogte van de wettelijke integriteitsnormen.

• We gaan zorgvuldig om met de bevoegdheden die wij als overheid hebben.

• We begrijpen dat we een voorbeeldfunctie hebben richting inwoners en bedrijven.

• We beseffen dat dilemma’s inherent zijn aan het werk en dat we ruimte moeten bieden voor bespreking.

• We organiseren ten minste jaarlijks een moment om samen te reflecteren op en stil te staan bij integriteitsnormen.

 

In Bergen op Zoom zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen.

• We zijn open en transparant over onze keuzes en afwegingen.

• We tonen ons bereid verantwoording af te leggen als het om onze integriteit gaat.

• We respecteren het samenspel tussen de democratische organen.

 

In Bergen op Zoom kijken we om naar elkaar.

• We richten de ogen op de bal, niet op de persoon en gaan respectvol met elkaar om.

• We geven elkaar feedback en tonen ons ontvankelijk voor de feedback van anderen.

• We beseffen dat integriteit geen inzet van politiek spel moet zijn.

• We proberen elkaar te behoeden voor een misstap, in plaats van achteraf af te rekenen.

 

 

 

 

1 Afspraken over het voorkomen van belangenverstrengeling

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 41b en 67 Gemeentewet (nevenfuncties)

• Artikel 36b en 68 Gemeentewet (onverenigbare functies)

• Artikel 41c, 69 en 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten)

• Artikel 58 en 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming)

 

Kern

Collegeleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen van zichzelf, van een ander, of van een organisatie waarbij zij persoonlijk betrokken zijn. Collegeleden moeten altijd het algemeen belang voor ogen houden en actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan.

 

Artikel 1.1 Melden van functies naast het collegelidmaatschap

1. Collegeleden leveren de secretaris bij aanvang van het collegelidmaatschap de informatie aan over functies die zij bekleden, die op grond van artikel 41b en artikel 67 Gemeentewet openbaar gemaakt moeten worden. Als zij gedurende het collegelidmaatschap nieuwe functies wensen te aanvaarden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de secretaris. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat het collegelid er kennis van heeft.

2. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt het collegelid kenbaar aan de raad.

3. Collegeleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun burgemeester- of wethouderschap. Ultimo bepaalt de raad of de combinatie van functies wenselijk is.

4. De informatie betreft in ieder geval:

a. de omschrijving van de functie;

b. de organisatie waarvoor de functie wordt verricht;

c. per wanneer de functie wordt verricht;

of het al dan niet een functie betreft die voortvloeit uit het collegelid maatschap;

of de functie bezoldigd of onbezoldigd is; en

d. de hoogte van de bezoldiging, indien de wet dit verlangt.

5. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via de website van de gemeente te raadplegen.

 

Artikel 1.2 Melden van financiële belangen

1. Collegeleden informeren het college over hun financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen en over vastgoedposities voor zover die relevant zijn voor besluitvorming die in het college aan de orde is.

2. De informatie betreft in ieder geval:

a. een omschrijving van het belang (aard en omvang);

b. indien aan de orde: de organisatie waarin het financiële belang bestaat;

c. de aanvangsdatum van het financiële belang.

 

Artikel 1.3 Afspraken bij verboden handelingen en verboden overeenkomsten

1. Collegeleden die voornemens zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 15 lid 1 Gemeentewet, bespreken dit voornemen in het college.

2. Als het collegelid het nodig acht ontheffing te vragen als bedoeld in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, dan ondersteunt de secretaris bij het aanvragen van de ontheffing.

 

Artikel 1.4 Onthouden deelname beraadslaging en stemming

1. Collegeleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie die in strijd is met artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet.

2. Als collegeleden ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, melden zij dit voorafgaand aan of bij aanvang van de vergadering bij het vaststellen van de agenda en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Collegeleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren en momenten. In de notulen wordt aangetekend dat het betreffende collegelid niet heeft deelgenomen aan de beraadslaging en stemming.

3. Collegeleden die ter vergadering aanwezig zijn en voor wie artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet niet van toepassing zijn, kunnen zich in onderling overleg onthouden van beraadslaging en/of stemming, indien deelname ongewenste effecten zou hebben.

 

Artikel 1.5 Tegengaan van een draaideurconstructie

1. Voormalig collegeleden mogen gedurende een jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor of ten behoeve van de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap.

2. Het college draagt voormalig collegeleden niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.

 

Artikel 1.6 Uitoefening van de functie van bestuurder

1. Van collegeleden wordt verwacht dat zij in de uitoefening van hun functie het algemeen belang voor ogen houden. Collegeleden zijn zich bewust van het gegeven dat belangenorganisaties, bedrijven en instellingen bij de raad en/of het college lobbyen, dat wil zeggen steun vragen voor hun standpunten en belangen. Collegeleden bewaken daarbij hun eigen onafhankelijke positie.

2. Collegeleden houden zich aan de wettelijke lobbyregels. Contacten met de tabaksindustrie worden beperkt tot uitvoeringstechnische kwesties. Verslagen van toegestaan overleg met de tabaksindustrie worden openbaar gemaakt op de gemeentelijke website.

 

 

 

 

2 Afspraken over de omgang met geschenken en uitnodigingen

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 41a en 65 Gemeentewet (eed of belofte)

 

Kern

Collegeleden leggen een eed of belofte af: zij mogen hun invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door gekregen of in het vooruitzicht gesteld geld, goederen, diensten of uitnodigingen.

 

Artikel 2.1 Omgang met geschenken, faciliteiten en diensten

1. Collegeleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als collegelid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50.

2. De door collegeleden aangenomen geschenken, faciliteiten en diensten worden bij het bestuurssecretariaat gemeld. Het secretariaat draagt zorg voor vastlegging. De omgang met geweigerde of geaccepteerde geschenken, faciliteiten en diensten wordt periodiek in het college besproken.

 

Artikel 2.2 Uitnodigingen

1. Collegeleden accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen alleen als dat behoort tot de uitoefening van het werk als burgemeester respectievelijk wethouder.

2. Bij twijfel over de vraag of uitnodigingen behoren tot het werk als collegelid, overleggen collegeleden in het college.

3. Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met de functie van bestuurder, niet (mede) via de ambtelijke organisatie zijn georganiseerd en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de collegeleden bij het bestuurssecretariaat binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.

 

Artikel 2.3 Buitenlandse dienstreizen

1. Collegeleden leggen een uitnodiging tot een buitenlandse dienstreis, met uitzondering van een dienstreis naar Vlaanderen of een Europese instelling, ter goedkeuring voor in het college. Zij geven daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de kosten voor de gemeente, welke kosten voor rekening van anderen komen en de manier waarop van de reis verslag wordt gedaan.

2. Een uitnodiging voor een buitenlandse dienstreis wordt alleen geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van belang is voor de gemeente.

3. Het college informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.

4. Collegeleden maken openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest. Daarbij maken de collegeleden ook openbaar wat de kosten waren voor de gemeente en

welke kosten voor rekening van anderen zijn gekomen. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via de website van de gemeente te raadplegen.

 

 

 

 

3 Afspraken over de omgang met gemeentelijke voorzieningen

 

 

Wettelijk kader

• Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

• Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers

 

Kern

De gemeente werkt met belastinggeld. Collegeleden gaan op een behoedzame manier om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen die hun ter beschikking staan en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld.

 

Artikel 3.1 Gemeenschappelijke ruimtes

Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes. Collegeleden dragen daarbij zorg voor het schoon achterlaten van deze ruimtes.

 

Artikel 3.2 Onkostenvergoedingen en declaraties

Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties. Zij declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt.

 

Artikel 3.3 Gebruik ict - middelen

Collegeleden houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente aan het automatiseringsprotocol.

 

 

 

 

4 Afspraken over de omgang met informatie

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 54 Gemeentewet (beslotenheid)

• Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding)

• Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht)

 

Kern

Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij beschikken. Daar hoort ook bij dat zij niet met opzet een onjuiste voorstelling van zaken geven over gebeurtenissen in en rond de gemeente.

 

Artikel 4.1 Transparantie

Collegeleden zijn artikel 169 Gemeentewet indachtig, open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Collegeleden handelen in overeenstemming met letter en de geest van de Gemeentewet en met de Wet open overheid.

 

Artikel 4.2 Geheimhoudingsplicht

Geheime informatie wordt door collegeleden veilig gebruikt en bewaard.

1. Het gebruik van het predicaat ‘vertrouwelijk’ wordt zoveel mogelijk vermeden, heeft geen formele status en wordt uitsluitend gebruikt bij wijze van ‘gentle agreement’.

 

Artikel 4.3 Gebruik informatie voor eigen gewin

1. Collegeleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet-openbare informatie waar zij als collegeleden over beschikken.

2. In uitlatingen in/op (sociale) media houden collegeleden de eer en het aanzien van de gemeente hoog.

 

 

 

 

5 Afspraken over omgangsvormen

 

 

Wettelijk kader

• Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde)

• Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college 2022

• Handboek college 2022

 

Kern

Collegeleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze om met elkaar, raads- en commissieleden, ambtenaren en inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente. Met elkaar borgen collegeleden de onderlinge fysieke en sociale veiligheid.

 

Artikel 5.1 Omgangsvormen algemeen

1. Binnen en buiten het stadhuis en stadskantoor bejegenen collegeleden elkaar, raads- en commissieleden, de griffier, de secretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van politieke ambtsdragers of hun fracties zijn ongewenste omgangsvormen.

2. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen collegeleden actief de sociale veiligheid. Dat doen collegeleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collega-collegeleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen.

3. Als collegeleden ongewenst gedrag van collega-politieke ambtsdragers ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de betreffende ambtsdrager of – indien dit redelijkerwijs niet mogelijk of wenselijk is – tot de secretaris of de burgemeester voor advisering en ondersteuning.

 

Artikel 5.2 Omgangsvormen in vergadering

1. Collegeleden houden zich tijdens de college-, raads- en commissievergaderingen aan het toepasselijke Reglement van Orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

2. Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de burgemeester en de wethouders.

3. Collegeleden kunnen de voorzitter attenderen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde.

 

 

 

 

6 Overige afspraken

 

 

Artikel 6.1 Eenduidige interpretatie

De gemeenteraad en het college bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Bij leemtes en onduidelijkheden in deze gedragscode voorziet de raad daarin op voorstel van de burgemeester, nadat die de andere collegeleden heeft gehoord.

 

Artikel 6.2 Toezicht op naleving

1. Het college ziet erop toe dat burgemeester en wethouders de gedragscode naleven en legt zo nodig verantwoording af aan de raad.

2. Bij vermoedens van een integriteitsschending of van ervaren ongewenst gedrag, geldt het handhavingsprotocol van de gemeente Bergen op Zoom.

 

 

 

Handhavingsprotocol politieke ambtsdragers

 

 

 

Inleiding

 

 

Dit handhavingsprotocol bevat afspraken tussen politieke ambtsdragers in Bergen op Zoom over de onderlinge handhaving van integriteit, met aandacht voor de rolverdeling en de te volgen procedure bij vermeende integriteitsschendingen. Deze afspraken beogen houvast en een toetssteen te bieden voor een zorgvuldig ingericht proces. Zij geven daarmee blijk van onze kernwaarden: we onderschrijven het belang van een integere overheid, we zijn bereid verantwoordelijkheid te nemen en we kijken om naar elkaar.

 

In de handhaving van integriteitsnormen is een drietal beginselen leidend.

 

1. Onpartijdige handhaving

Het beginsel van onpartijdige handhaving geeft blijk van het besef dat integriteit te kostbaar is om inzet te laten zijn van partijpolitiek. Uit het beginsel van ‘onpartijdige handhaving’ volgt dat politiek ambtsdragers van alle partijen vanuit het belang van een integere overheid de discipline zouden moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitkwesties boven de partijen te gaan staan.

 

2. Terughoudendheid met publiciteit

In Nederland wordt de politiek kritisch gevolgd door de media. Dat is een groot goed. Bij vermeende integriteitschendingen van politici kunnen al snel negatieve beelden een rol spelen, voordat de feiten vast staan. Het gevolg is dat er sprake is van willekeur, dat individuele politici die onder verdenking komen te staan grote schade oplopen en dat de geloofwaardigheid van de politiek wordt aangetast. Het is daarom zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Daaruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die erbij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk van een integriteitsschending sprake blijkt te zijn en er een oordeel is gevormd over de ernst daarvan en over een passende sanctie, mag en moet de kwestie natuurlijk wel naar buiten worden gebracht. We nemen onze verantwoordelijkheid.

 

3. Zorgvuldigheid tegenover melden en betrokken politiek ambtsdrager

In Bergen op Zoom kijken we om naar elkaar. Iedereen die te goeder trouw een vermoeden meldt of mogelijk een schending heeft begaan heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving. Wij moedigen politiek ambtsdragers aan om eigen dilemma’s en twijfels bespreekbaar te maken en andere politiek ambtsdragers waar mogelijk eerst zelf aan te spreken als het hun handelen betreft.

 

 

 

 

1 Algemene bepalingen

 

 

Artikel 1.1 Leidende beginselen

1. Politieke ambtsdragers worden aangemoedigd om integriteitsdilemma’s en twijfels over hun eigen handelen te bespreken met de burgemeester en/of de griffier, zodat samen het handelingsperspectief kan worden bepaald en het handelen transparant en controleerbaar is.

2. Politieke ambtsdragers worden aangemoedigd om integriteitsdilemma’s en twijfels over het handelen van een ander te bespreken met de betreffende persoon zelf. Is dit redelijkerwijs geen optie of bestaat er verschil van inzicht, dan kunnen de betrokken politieke ambtsdragers advies inwinnen bij de burgemeester en/of de griffier. Is sprake van een vermoeden van een integriteitsschending dan kunnen de politieke ambtsdragers melding doen bij de burgemeester.

3. De burgemeester kan in iedere fase van de uitvoering van dit protocol, op eigen initiatief of op verzoek van (een) betrokken politieke ambtsdrager(s), aansturen op de-escalatie en/of herstel van verhoudingen, waaronder het faciliteren van mediation.

4. Bij vermoedens van vermeend niet- integer handelen zijn drie beginselen leidend:

a. Onpartijdige handhaving: handhaving van integriteitsnormen geschiedt op een objectieve, navolgbare wijze, om recht te doen aan personen en om bij te dragen aan het collectieve belang van de gemeente Bergen op Zoom als geheel. Vermeden wordt dat de omgang met twijfels of vermoedens van vermeend niet-integer handelen wordt gekleurd door partijpolitieke belangen of andere vormen van vooringenomenheid.

b. Terughoudendheid met publiciteit: vermeend niet-integer handelen kan leiden tot media-aandacht. Vermeden wordt dat onnodige beschadiging optreedt van personen die bij de omgang met twijfels of vermoedens betrokken zijn. Politieke ambtsdragers verwijzen zo nodig naar de burgemeester, zoals bedoeld in artikel 1.2.

c. Zorgvuldigheid tegenover melder en betrokken politiek ambtsdrager: de melder die te goeder trouw een melding doet en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding is gericht, verdienen een zorgvuldige behandeling. Vermeden wordt dat de melder die te goeder trouw meldt benadeling ondervindt en dat de politiek ambtsdrager tegen wie de melding is gericht onnodig beschadigd raakt buiten eigen toedoen.

 

Artikel 1.2 Communicatie

1. Indien communicatie intern of extern gewenst is, draagt de burgemeester hier zorg voor. Overige betrokken personen onthouden zich van openbaar commentaar gedurende de uitvoering van (voor) onderzoek en verwijzen zo nodig naar de burgemeester.

2. Voor de interne en externe communicatie worden de verschillende belangen, voornamelijk het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de in het onderzoek betrokken personen en het belang van transparant bestuur, nauwkeurig afgewogen.

 

Artikel 1.3 Aangifte bij vermoedens van een misdrijf

Als er in enige fase van de behandeling van de melding een vermoeden is van een misdrijf kan de burgemeester aangifte doen bij de politie. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. Indien de burgemeester dit nuttig of nodig acht kan de burgemeester het seniorenconvent op een door de burgemeester te bepalen wijze informeren over (het voornemen tot) de aangifte. Het besluit berust in alle gevallen bij de burgemeester.

 

 

 

 

2 Processtappen rondom meldingen

 

 

Artikel 2.1 Indienen van een melding

1. Iedereen kan bij vermoeden van een integriteitsschending door een politiek ambtsdrager een schriftelijke melding doen bij de burgemeester.

2. De melding dient aan de volgende vereisten te voldoen; de melding bevat een dagtekening;

c. de melding bevat een onderbouwde omschrijving van de vermoedelijke integriteitsschending;

d. de melding vermeldt de naam en contactgegevens van de melder en de naam van de politieke ambtsdrager tegen wie de melding zich richt.

3. Vanaf het moment dat de melding is gedaan tot en met het doorlopen van de benodigde stappen uit dit protocol, wordt door de griffier (indien het een raadslid of burgerlid betreft) respectievelijk de secretaris (indien het een collegelid betreft)) ambtelijke ondersteuning geboden aan de burgemeester.

4. De melder ontvangt binnen vijf werkdagen na de melding een formele, schriftelijke ontvangstbevestiging waarin de melder ook wordt gevraagd niet de publiciteit te zoeken met betrekking tot de melding om de persoonlijk levenssfeer van de betrokken politiek ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het (voor)onderzoek.

5. De identiteit van de melder wordt niet bekend gemaakt bij anderen, met uitzondering van de personen die de eerste screening uitvoeren, zonder daartoe overleg te hebben gevoerd met de melder. Nagegaan wordt of het niet-prijsgeven van de identiteit een materiële beperking oplevert voor het onderzoek. Van een materiële beperking kan onder andere sprake zijn wanneer de melder de eigen identiteit niet bekend wil maken terwijl de melding over vermeende ongewenste omgangsvormen gaat of wanneer het om eigen waarnemingen van de melder gaat, waardoor het kennen van de identiteit van de melder nodig is voor het adequaat kunnen toepassen van hoor en wederhoor.

6. Meldingen over de burgemeester worden via de griffier schriftelijk gedaan bij de vertrouwenscommissie. De vertrouwenscommissie vraagt de plaatsvervangend raadsvoorzitter de rol van de burgemeester, zoals beschreven in dit protocol, over te nemen als de melding de burgemeester zelf betreft. De vertrouwenscommissie informeert (het kabinet van) de Commissaris van de Koning als de uitkomst van de eerste screening hiertoe aanleiding geeft.

7. De burgemeester kan vanuit de eigen wettelijke taak als bevorderaar van bestuurlijke integriteit ook door eigen waarneming of door berichtgeving van buitenaf kennis nemen van een vermeende integriteitsschending. In die gevallen kan de burgemeester op eigen initiatief een schriftelijke vastlegging opstellen, gebaseerd op de eigen waarneming of op de berichtgeving van buitenaf. In de vastlegging beschrijft de burgemeester wat de aanleiding is om een eerste screening uit te voeren. De uitvoering van de eerste screening vindt plaats conform de in dit protocol opgenomen stappen.

 

Artikel 2.2 Ontvankelijkheidstoets

1. De burgemeester beoordeelt of de melding voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 2.1 lid 2 en beoordeelt daarnaast of de melding a) voldoende concreet is, b) binnen vier jaar na de vermeende feiten is ingediend en c) of de vermeende integriteitsschending een voldoende ernstig karakter heeft. Is dit het geval, dan besluit de burgemeester een vooronderzoek (eerste screening) in te stellen.

2. Wordt niet voldaan aan de eisen in het vorige lid, dan besluit de burgemeester de behandeling van de melding niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politiek ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk en gemotiveerd in kennis gesteld.

3. De burgemeester kan bij de toepassing van de leden 1 en 2 externe expertise inschakelen. De externe adviseur dient onafhankelijk en onpartijdig te zijn, en op geen enkele wijze direct of indirect betrokken te zijn bij hetgeen waar de melding betrekking op heeft.

 

 

 

 

3 Uitvoering van een eerste screening

 

 

Artikel 3.1 Integriteitscommissie

1. Indien een melding ontvankelijk is als bedoeld in artikel 2.2 stelt de burgemeester ten behoeve van het uitvoeren van een eerste screening een integriteitscommissie samen.

2. De samen te stellen integriteitscommissie wordt gevormd door de burgemeester, de gemeentesecretaris (als de melding een collegelid betreft) dan wel de griffier (als de melding een raadslid of burgerlid betreft) en (een) externe adviseur(s). Bij het inschakelen van (een) externe adviseur(s) houdt de burgemeester rekening met deskundigheid en ervaring, gelet op de aard van de melding. Indien de gemeentesecretaris dan wel de griffier een te nauwe betrokkenheid kent bij de inhoud van de melding worden zij zo nodig vervangen door een ambtenaar met relevante expertise.

 

Artikel 3.2 Doel en uitvoering

1. Indien een melding ontvankelijk is als bedoeld in artikel 2.2 verricht de integriteitscommissie zo spoedig mogelijk een eerste screening. Het vooronderzoek (screening) is bedoeld als een eerste beoordeling van de vraag of het geuite vermoeden van een integriteitsschending feitelijke grondslag lijkt te hebben.

2. Alvorens de bij de melding betrokken personen te informeren, gaat de integriteitscommissie na of (digitale) gegevens dienen te worden veiliggesteld.

3. Tijdens de eerste screening worden de melder en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding gericht is, gehoord door de integriteitscommissie. Bij de uitnodiging aan de politiek ambtsdrager verstrekt de integriteitscommissie in ieder geval een adequate omschrijving van de aard van de melding. Van de gesprekken in de eerste screening wordt vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en navolgbaarheid een verslag gemaakt. Dit verslag wordt voor een akkoord voorgelegd aan de gesproken personen. De gespreksverslagen worden opgenomen in het onderzoeksdossier.

 

Artikel 3.3 Uitkomst van een eerste screening

1. Als de integriteitscommissie na de eerste screening concludeert dat geen feitenonderzoek nodig is, stelt de integriteitscommissie een screeningsverslag op. Feitenonderzoek blijft achterwege als uit de eerste screening blijkt dat het geuite vermoeden van een integriteitsschending onvoldoende feitelijke grondslag lijkt te hebben of als met de eerste screening alle relevante feiten al in beeld zijn gebracht. De burgemeester weegt met de leden van de integriteitscommissie af of de gemeenteraad wordt geïnformeerd en of dit met oplegging van geheimhouding gebeurt.

2. Als de integriteitscommissie na de eerste screening concludeert dat een feitenonderzoek nodig is, stelt de integriteitscommissie een screeningsverslag op, dat de burgemeester gezamenlijk met een concept onderzoeksopdracht onder oplegging van geheimhouding voorlegt aan de gemeenteraad.

3. In een besloten vergadering van de gemeenteraad worden het screeningsverslag en de concept onderzoeksopdracht besproken. De melder, met uitzondering van de situatie waarin de burgemeester zelf melder is, en de betrokken politiek ambtsdrager maken geen deel uit van deze vergadering.

4. De gemeenteraad kan de leden van de integriteitscommissie desgewenst bevragen. De burgemeester, gehoord de gemeenteraad, beslist vervolgens over de onderzoeksopdracht.

5. De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het doen van de eerste screening en van de uitkomst daarvan zo spoedig mogelijk door de burgemeester geïnformeerd.

 

 

 

 

4 Uitvoering van het feitenonderzoek

 

 

Artikel 4.1 Kennisgeving aan politieke ambtsdrager en melder

1. Als wordt besloten tot een feitenonderzoek dan wordt de betrokken politiek ambtsdrager hierover door de burgemeester geïnformeerd.

2. In de in het vorige lid bedoelde kennisgeving is in ieder geval opgenomen:

a. een omschrijving van het vermeende handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek;

b. de melding dat de betrokken politiek ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord;

c. de melding dat de betrokken politiek ambtsdrager zich kan laten bijstaan voor emotionele of juridische ondersteuning, niet zijnde een persoon die eigenstandig betrokken is in het onderzoek;

d. de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden;

e. een verwijzing naar dit handhavingsprotocol.

f. een verwijzing naar de vigerende gedragscode.

g. het screeningsverslag.

3. De melder wordt door de burgemeester geïnformeerd op een door de burgemeester te bepalen, passende wijze.

 

Artikel 4.2 Onderzoeksopdracht

1. De burgemeester geeft opdracht tot een feitenonderzoek aan daartoe gekwalificeerde onafhankelijke, externe onderzoekers.

2. De burgemeester komt een schriftelijke onderzoeksopdracht met de onderzoekers overeen. In de opdracht staan in ieder geval de aanleiding, de onderzoeksopdracht (doelstelling en onderzoeksvragen) en de verwachte duur en kosten van het onderzoek. De opdracht biedt tevens inzicht in de te kiezen onderzoeksmethodiek, met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, en de wijze waarop hoor en wederhoor worden vormgegeven.

 

Artikel 4.3 Onderzoeksrapportage

1. Van het feitenonderzoek wordt een rapportage opgesteld die door de onderzoekers aan de integriteitscommissie wordt aangeboden.

2. De rapportage bevat in elk geval: een weergave van de melding, de onderzoeksopdracht, een beschrijving van de uitgevoerde onderzoekshandelingen, het toepasselijke normatieve kader, de bevindingen, en – indien onderdeel van de opdracht – een toetsing van de bevindingen aan het normatieve kader en een conclusie waarin de vraag of sprake is van een integriteitsschending wordt beantwoord.

3. De integriteitscommissie toetst of de conclusie van de rapportage redelijkerwijs kan worden gedragen door de bevindingen van het onderzoek en of de rapportage voldoende begrijpelijk is.

4. De burgemeester voegt aan de onderzoeksrapportage een brief toe waarin het proces dat heeft plaatsgevonden na ontvangst van de melding wordt toegelicht.

5. De burgemeester biedt de onderzoeksrapportage aan de raad en gelijktijdig aan de betrokken politiek ambtsdrager aan. De burgemeester beslist daarbij of geheimhouding wordt opgelegd, waarbij afgewogen wordt of het belang van openbaarheid zwaarder weegt dan het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de in het onderzoek betrokken personen. Bij een openbare rapportage gaat de burgemeester na of de identiteit van betrokkenen herleidbaar in de rapportage wordt weergegeven.

6. De gemeenteraad bespreekt de onderzoeksrapportage in de eerstvolgende raadsvergadering. De gemeenteraad besluit kennis te nemen van de onderzoeksrapportage en besluit over het onderschrijven van de conclusies van de onderzoeksrapportage. De gemeenteraad weegt vervolgens af of de onderzoeksrapportage aanleiding geeft tot consequenties als bedoeld in artikel 5.1.

7. De burgemeester informeert de melder op een door de burgemeester te bepalen, passende wijze over de uitkomsten van het onderzoek, rekening houdend met het bepaalde in lid 5.

8. Wanneer de betrokken politiek ambtsdrager wethouder is, informeert de burgemeester ook het college over de onderzoeksrapportage.

 

 

 

 

5 Afronding

 

 

Artikel 5.1 Consequenties

1. Onverminderd artikel 1.3 kunnen de betrokken politiek ambtsdrager en de gemeenteraad besluiten om gevolgen te verbinden aan de uitkomsten van het onderzoek, die in verhouding staan tot de ernst van de feiten en relevante omstandigheden.

2. Voor zover niet bij wet is voorzien in gevolgen kan de gemeenteraad overgaan tot:

a. aanspreken;

b. afkeuring door partijen;

c. motie van treurnis;

d. motie van afkeuring;

e. motie van wantrouwen;

f. schorsing en ontslag, voor zover de betrokken politiek ambtsdrager lid is van het college van B&W.

 

Artikel 5.2 Reflectie

Na afronding van het onderzoek en de politieke behandeling van de uitkomsten, agendeert de gemeenteraad een besloten bijeenkomst waarin wordt gereflecteerd en geëvalueerd op deze regeling, de daarin opgenomen afspraken en de toepassing daarvan in de praktijk.

 

 

 

 

Protocol handhaving integriteit Bergen op Zoom

 

 

 

 

 

 

Naar boven