Gemeenteblad van Doetinchem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Doetinchem | Gemeenteblad 2026, 72559 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Doetinchem | Gemeenteblad 2026, 72559 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De raad van de gemeente Doetinchem;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over ‘Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G’;
overwegende dat,
gelet op het bepaalde in artikel 2.4 Omgevingswet de gemeenteraad bevoegd is het omgevingsplan gemeente Doetinchem te wijzigen;
het wijzigingsbesluit betrekking heeft op de volgende 13 planonderdelen:
Oude Terborgseweg 313, Doetinchem;
Akkerhof, Gaanderen;
Heijendaalseweg 3, Wehl;
Notenstraatje 1, Wehl;
Ribesstraat 4, Gaanderen;
Rijksweg 288, Gaanderen;
Kempsestraat 1 – 3, Wehl;
Kilderseweg naast 39, Doetinchem;
Laborijnlocatie, Doetinchem;
Cultuur en ontspanning;
Evenemententerreinen;
Percelen nabij Wrangelaan en Akkermansbeek/Hertelerweg, buitengebied Doetinchem;
Wonen landelijk gebied;
het ontwerpwijzigingsbesluit en de daarop betrekking hebbende stukken, met ingang van donderdag 27 november 2025 zes weken ter inzage hebben gelegen;
met betrekking tot dit ontwerpwijzigingsbesluit 52 zienswijzen zijn ingediend;
er naar aanleiding van zienswijzen aanpassingen zijn doorgevoerd in het wijzigingsbesluit;
er ambtshalve ook aanleiding is het wijzigingsbesluit aan te passen;
de onderliggende regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen te vervallen voor de locaties van de planonderdelen 1 t/m 10 en 12, zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende pons;
de financiën van de planonderdelen 1 t/m 8 zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer;
de financiën van planonderdeel 9 zijn vastgelegd in een grondexploitatie;
de beeldvormende raadsvergadering d.d. 12 maart 2026 kennis heeft genomen van het wijzigingsbesluit.
b e s l u i t :
Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G', zoals opgenomen in Bijlage A gewijzigd vast te stellen;
Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' de dag na afloop van de beroepstermijn in werking te laten treden;
De delen van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' en de beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022', die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende pons met identificatie /join/id/regdata/gm0222/2025/f7cad47be1d84b9e835f9c4f0f0eb60b/nld@2026‑02‑13;12053246, te laten vervallen;
Het beeldkwaliteitsplan Bij de Elshof Gaanderen vast te stellen en onderdeel uit te laten maken van de welstandsnota 'Welstand Doetinchem';
U kunt in beroep gaan tegen het besluit. Dit kan van vrijdag 17 april tot en met donderdag 28 mei 2026. U doet dit bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoe u dit kunt doen leest u op de website van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk daarvoor op deze pagina: raadvanstate.nl/overrvs/bestuursrechtspraak/hoger-beroep/.
Dit kan alleen bij één van de volgende situaties:
- Als u belang heeft bij het wijzigingsbesluit;
- Als u eerder en op tijd een zienswijze heeft gegeven op het ontwerpwijzigingsbesluit;
- Als u kan bewijzen dat u redelijkerwijs geen zienswijze kon geven op het ontwerpwijzigingsbesluit;
- Als u het niet eens bent met de aanpassingen in het vastgestelde wijzigingsbesluit vergeleken met het ontwerpwijzigingsbesluit.
Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem in zijn vergadering van 26 maart 2026.
mr. M. Bouwmans MBA MPM
Voorzitter
drs. B.P.M. Janssens
Griffier
A
Artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het gebied ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan vervallen zijn de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet niet van toepassing.
Binnen het gebied ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan vervallen geldt dat de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 1 tot en met 21 voorgaan op de regels in Hoofdstuk 22 als ze daarmee in strijd zijn.
Binnen het gebied voorrangsregel - ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan geldt dat de regels binnen dit omgevingsplan voorgaan op de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
Wanneer de regels uit hoofdstuk 4 strijdig zijn met de overige regels uit dit omgevingsplan, dan gaan de regels uit hoofdstuk 4 voor.
De indieningsvereisten en beoordelingsregels zoalsals bedoeld in afdeling 22.5 zijn van toepassing op de regels zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 tot en met 21.
De paragrafen 7.2.7.10, 7.2.7.11, 7.2.7.12 en 7.2.7.13 gelden ook in aanvulling op het tijdelijk deel dat geldt binnen het gebied programma - wonen landelijk gebied.
B
Artikel 1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
voor zover in het omgevingsplan activiteiten worden gereguleerd waarvoor in de Omgevingsregeling meet- en rekenregels zijn opgenomen, gelden voor die activiteiten de meet- en rekenregels zoals opgenomen in de Omgevingsregeling;
de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend;
de som van de oppervlakten van alle op een perceel of een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte;
de som van de horizontale vloeroppervlakten van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan het laagste punt van het ondergrondse bouwwerk binnenwerks gemeten;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is;
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
de som van de horizontale vloeroppervlakten van ruimten die rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn (kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen), binnenwerks gemeten;
de som van de horizontale vloeroppervlakten van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede moeten worden verstaan keukens, slaapvertrekken, gangen, toiletten, bad- en doucheruimten, zolders en vlieringen welke gebruikt worden als berging, maar ook inpandige of aangebouwde bergingen die op grond van het bestemmingsplanomgevingsplan verbouwd mogen worden tot woonruimte, binnenwerks gemeten.
C
Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.1 Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.1 gaat over ammoniakbuffergebieden rondom zeer gevoelige natuur.
Artikel 4.2 Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.1 gelden met als doel de toename van ammoniak rondom zeer gevoelige natuur niet toe te laten nemen.
Artikel 4.3 Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.1 gelden binnen het gebied ammoniakbuffergebied.
Artikel 4.4
Wat is
(Her)vestiging niet-grondgebonden veehouderij verboden?
Hervestiging van een niet- grondgebonden veehouderijbedrijf en nieuwvestiging of hervestiging
Het hervestigen van een niet-grondgebonden veehouderijtakveehouderijbedrijf is niet toegestaan.
Het nieuw vestigen of hervestigen van een niet-grondgebonden veehouderijtak is niet toegestaan.
Uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak alleen toe als die uitbreiding niet leidt tot een toename van de emissie van ammoniak.
Wanneer een uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijtak leidt tot een toename van de emissie van ammoniak is die uitbreiding niet toegestaan.
Artikel 4.5 Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.2 gaat over nieuwe activiteiten met een extern veiligheidsrisico.
Artikel 4.6 Waarom gelden deze regels?
Deze regels in afdeling 4.1.2 gelden met als doel risico's voor mens en milieu te beperken.
Artikel 4.7 Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.2 gelden binnen het gebied risicobronnen.
Artikel 4.8 Omgevingsplanactiviteit nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's
Alleen met een omgevingsvergunning zijn nieuwe risicobronnen toegestaan met externe veiligheidsrisico's zoals benoemd in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving toegestaan.
Artikel 4.9 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een nieuwe activiteit met een externe veiligheidsrisico zoalsals bedoeld in artikel 4.8 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat:
er geen (geprojecteerde) (zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties liggen in de plaatsgebonden risicocontour;
er zwaarwegende redenen zijn voor het realiseren van een nieuwe activiteit met een externe veiligheidsrisico als er (geprojecteerde) beperkt kwetsbare gebouwen of locaties liggen in de plaatsgebonden risicocontour;
het groepsrisico is verantwoord als in het brand-, explosie-, en/of gifwolkaandachtsgebied (geprojecteerde) (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen of (beperkt) kwetsbare locaties liggen;
aanvullende maatregelen om de externe veiligheidsrisico's te verminderen, zijn onderzocht en afgewogen.
Artikel 4.10 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.8 wordt alleen verleend als:
Artikel 4.11 Nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's verboden
Binnen het gebied nieuwe risicobronnen uitgesloten is het verboden omzijn nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's zoals genoemdals bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving uit te voeren niet toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Artikel 4.12 Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.3 gaat over:
Artikel 4.13 Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.3 over buisleidingen voor het transport van gas gelden met als doel:
het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het gastransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder;
bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en
het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.
Artikel 4.14 Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.3 gelden binnen het gebied gasleiding.
Er mogen alleen bouwwerken voor het gebruik van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding worden gebouwd, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 4 meter zijn.
In afwijking van tweede lid zijn overkappingen niet toegestaan.
Artikel 4.16 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.
Artikel 4.17 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.16 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de leidingbeheerder (Gasunie) geen negatieve gevolgen ziet voor de hoge druk aardgas transportleidinghogedruk aardgastransportleiding.
Artikel 4.18 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.16 wordt alleen verleend als:
de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad;
geen (zeer) kwetsbaar gebouw of locatie wordt toegelaten;
het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgas transportleidinghogedruk aardgastransportleiding;
als uit het advies van de leidingbeheerder (Gasunie) blijkt dat er geen bezwaren zijn; en
de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.
Artikel 4.19 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.20 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.21.
Artikel 4.20 Activiteiten met omgevingsvergunning
Het verharden van gronden.
Het aanbrengen van beplantingen.
Het vellen van beplantingen.
Het rooien van beplantingen.
Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen.
Het dempen van watergangen en andere waterpartijen.
Het verlagen of afgraven van gronden.
Het egaliseren van gronden.
Het ophogen van gronden.
Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.
Het verlagen van het (grond)waterpeil.
Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
Artikel 4.21 Activiteiten zonder omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.
Het werken en werkzaamheden zijn die al in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.
Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende:
Graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.
Artikel 4.22 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.19 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat: de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgastransportleiding.
Artikel 4.23 Aanvullende beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.19 wordt alleen verleend als:
Artikel
4.24
4.25
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.4 gaat over:
Artikel
4.25
4.26
Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.4 gelden met als doel de hoogspanningsverbindingen en haar omgeving te beschermen.
Artikel
4.26
4.27
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.4 gelden binnen het gebied hoogspanningsverbindingen.
Artikel
4.27
4.28
Wat is toegestaan?
Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - bovengronds een hoogspanningsverbinding bovengronds en masten en voorzieningen die daarbij horen.
Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - ondergronds een hoogspanningsverbinding ondergronds en voorzieningen die daarbij horen.
Werken en werkzaamheden met betrekking tot het in stand houden van de infrastructuur van de hoogspanningsverbinding.
Bestaande bouwwerken die zijn gebouwd met een omgevingsvergunning.
Er mogen alleen bouwwerken voor de functie hoogspanningsverbindingworden gebouwd, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
De oppervlakte van gebouwen magis maximaal 20 m2 zijn2.
De bouwhoogte van gebouwen magis maximaal 4 meter zijn.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogenis maximaal 3 meter zijn.
In afwijking van het vierde lid is binnen het gebied maximum bouwhoogte hoogspanningsmast voor hoogspanningsmasten de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan.
Binnen het gebied doorvaarthoogte moetis de doorvaarthoogte minimaal 25 meter zijn.
In afwijking van artikel 22.26 mogen bestaande vergunde bouwwerken zonder omgevingsvergunning worden vervangen, vernieuwd of veranderd als:
Artikel
4.29
4.30
Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie
Alleen met een omgevingsvergunning is bouwen ten behoeve van een andere op deze locatie toegestane functie toegestaan.
Artikel
4.30
4.31
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.294.30 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding.
Artikel
4.31
4.32
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.294.30 wordt alleen verleend als:
het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding;
de leidingbeheerder akkoord is en het (schriftelijk) advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en
het geen kwetsbare gebouwen en/of locaties zijn, tenzij deze is opgenomen in bijlage Magneetveld kwetsbare gebouwen.
het geen kwetsbaar gebouw of locatie is, tenzij deze is opgenomen in bijlage Gevoelige functies magneetveldzone.
Artikel
4.32
4.33
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.334.34 en 4.344.35 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.354.36.
Artikel
4.33
4.34
Activiteiten met een omgevingsvergunning hoogspanningsverbindingen bovengronds
Het ophogen van gronden.
Het verlagen of afgraven van gronden.
Het verharden van gronden.
Het aanleggen of aanpassen van watergangen.
Het dempen van watergangen.
Het opslaan van goederen, stoffen en/of materialen.
Het aanbrengen van hoog opgaande beplantingen hoog opgaande beplanting.
Het kappen van hoog opgaande beplantingen hoog opgaande beplanting.
Het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, tenzij het gaat om de bovengrondse hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 4.244.25.
Artikel
4.34
4.35
Activiteiten met een omgevingsvergunning hoogspanningsverbindingen ondergronds
Het ophogen van de gronden.
Het verlagen of afgraven van gronden.
Het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 80 centimeter onder het maaiveld.
Het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 80 centimeter onder maaiveld.
Het aanbrengen van diepwortelende beplanting.
Het kappenrooien van diepwortelende beplanting.
Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.
Het aanleggen, vergraven, verruimen van watergangen.
Het dempen van watergangen.
Het opslaan van goederen, stoffen en/of materialen.
Het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
Artikel
4.35
4.36
Activiteiten zonder omgevingsvergunning
Werken en/of werkzaamheden die verband houden met de aanleg van de hoogspanningsverbindingen en de daarbij horende voorzieningen.
Werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook.
Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning.
Werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op het normaal onderhoud en beheer dat volgens de regels van de onderliggende geldende functies is toegestaan.
Graafwerkzaamheden die zijn opgenomen en de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.
Artikel
4.36
4.37
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.324.33 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen negatieve gevolgen heeft voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding.
Artikel
4.37
4.38
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.324.33 wordt alleen verleend als:
Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - magneetveldzone is het bouwen voor een gevoelige hoofdfunctie of het gebruik van de gronden als gevoelige hoofdfunctie niet toegestaan.
In afwijking van het eerste lid is de bestaande bebouwing en het bouwen voor de gevoelige hoofdfuncties die zijn opgenomen in bijlage Gevoelige functies magneetveldzone van dit omgevingsplan toegestaan.
Artikel
4.50
4.41
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.64.1.5 gaat over:
Artikel
4.51
4.42
Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.64.1.5 gelden met als doel de rioolwatertransportleidingen te beschermen.
Artikel
4.52
4.43
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.64.1.5 gelden binnen het gebied rioolleiding.
Er mogen alleen bouwwerken voor de functie riool worden gebouwd, tenzij in dit planomgevingsplan anders is aangegeven.
De bouwhoogte van een bouwwerk geen gebouwen zijnde magis maximaal 4 meter zijn.
In afwijking van het tweede lid zijn overkappingen niet toegestaan.
Artikel
4.54
4.45
Omgevingsplanactiviteiten bouwwerk voor een andere functie
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.
Artikel
4.55
4.46
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.544.45 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleiding.
Artikel
4.56
4.47
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.544.45 wordt alleen verleend als:
Artikel
4.57
4.48
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.584.49 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.594.50.
Artikel
4.58
4.49
Activiteiten met een omgevingsvergunning
Het verharden van gronden.
Het aanleggen van beplantingen.
Het vellen van beplantingen.
Het rooien van beplantingen.
Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen.
Het dempen van watergangen en andere waterpartijen.
Het verlagen of afgraven van gronden.
Het egaliseren van gronden.
Het ophogen van gronden.
Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.
Het verlagen van het (grond)waterpeil.
Het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
Artikel
4.59
4.50
Activiteiten zonder omgevingsvergunning
Werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van de onderhoudswerkzaamheden en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.
Werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning waarin de te beschermen belangen al zijn meegewogen.
Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het kappen.
Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een ontgrondingsvergunning.
Artikel
4.60
4.51
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.574.48 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleidingen.
Artikel
4.61
4.52
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.574.48 wordt alleen verleend als:
Artikel
4.62
4.53
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.74.1.6 gaat over het vestigen van één speelautomatenhal.
Artikel
4.63
4.54
Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.74.1.6 gelden met als doel de vestiging van een speelautomatenhal te reguleren en te beperken.
Artikel
4.64
4.55
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.74.1.6 gelden binnen het gebied speelautomatenhal.
Artikel 4.57 Speelautomatenhal verboden
Binnen het gebied speelautomatenhal verboden is het verboden om een nieuwe speelautomatenhal te vestigen, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
Artikel
4.66
4.58
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.84.1.7 gaat over de aanleg en de instandhouding van waterkeringen en waterstaatkundige voorzieningen.
Artikel
4.67
4.59
Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.84.1.7 gelden met als doel de waterkeringen te behouden en te beschermen.
Artikel
4.68
4.60
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.84.1.7 gelden binnen het gebied waterkering.
Er mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de functie waterkering worden gebouwd, tenzij anders in dit plan andersomgevingsplan is aangegeven.
De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 4 meter zijn.
De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 20 m2 zijn.
Artikel
4.70
4.62
Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.
Artikel
4.71
4.63
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.704.62 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering.
Artikel
4.72
4.64
Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.704.62 wordt alleen verleend als:
Artikel
4.73
4.65
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kunnen werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.744.66 worden toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.754.67.
Artikel
4.74
4.66
Activiteiten met een omgevingsvergunning
Het verharden van gronden.
Het aanbrengen van beplantingen.
Het vellenrooien van beplantingen.
Het rooien van beplantingen.
Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen.
Het dempen van watergangen en andere waterpartijen.
Het verlagen of afgraven van gronden.
Het egaliseren van gronden.
Het ophogen van gronden.
Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.
Het verlagen van het (grond)waterpeil.
Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
Artikel
4.75
4.67
Activiteiten zonder omgevingsvergunning
Werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van de onderhoudswerkzaamheden en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.
Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het kappen.
Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een ontgrondingsvergunning.
Artikel
4.76
4.68
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.734.65 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering.
Artikel
4.77
4.69
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.734.65 wordt alleen verleend als:
Artikel
4.78
4.70
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.2.1 gaat over (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.
Artikel
4.79
4.71
Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.2.1 gelden met als doel (te verwachten) archeologische waarden in de bodem te behouden, versterken, beschermen en/of herstellen.
Artikel
4.80
4.72
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.2.1 gelden binnen de gebieden archeologische (verwachtings) waarde, archeologisch monument en archeologische rijksmonument.
Artikel
4.81
4.73
Maatwerkvoorschriften
Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in afdeling 4.2.1 voor alleen het onderdeel bouwen, maatwerkvoorschriften stellen als uit archeologisch onderzoek is gebleken dat binnen het gebied behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De maatwerkvoorschriften zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond ('in situ') te behouden. Op de volgende punten kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen:
Het bouwen van bouwwerken is niet toegestaan, tenzij anders in afdeling 4.2.1 is aangegeven.
Het bouwen van een bouwwerken is alleen toegestaan wanneer de oppervlakte van het bouwwerk kleiner of gelijk is aan de oppervlakte zoals aangegeven binnen het gebied archeologische oppervlakte en waarbij een bodemverstoring niet dieper gaat dan binnen het gebied archeologische diepte bodem is aangegeven, tenzij anders in afdeling 4.2.1 is aangegeven.
In afwijking van artikel 22.26 is vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, toegestaan.
In afwijking van artikel 22.26 is vergroting van bestaande bouwwerken met maximaal 2,5 meter uit de bestaande fundering, met behoud van bestaande funderingen, toegestaan.
Artikel
4.83
4.75
Omgevingsplanactiviteiten bouwwerk voor een andere functie
Alleen met een omgevingsvergunning kan in afwijking van artikel 4.824.74 eerste lid het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie worden toegestaan, tenzij het gaat om een enkelvoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument dan is de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevoegd gezag.
Alleen met een omgevingsvergunning kan in afwijking van artikel 4.824.74 tweede lid het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie worden toegestaan.
Artikel
4.84
4.76
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.834.75 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van de gronden waarop wordt gebouwd en waar de bodem wordt verstoord voldoende is vastgesteld.
Artikel
4.85
4.77
Aanvullende beoordelingsregels zonder verstoring van archeologische waarde
De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.834.75 wordt alleen verleend als:
de archeologische waarde van de gronden niet wordt verstoord; en
het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.;
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Artikel
4.86
4.78
Aanvullende beoordelingsregels (mogelijke) verstoring archeologische waarde
Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat de archeologische waarden (mogelijk) worden verstoord kan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.834.75 alleen worden verleend als:
de archeologische waarde van de gronden kunnen worden behouden, beschermd of hersteld; en
het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Artikel
4.87
4.79
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoalsals bedoeld in artikel 4.884.80 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.894.81.
Wanneer het gaat om een enkelvoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument dan is de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevoegd gezag.
Artikel
4.88
4.80
Activiteiten met omgevingsvergunning
De bodem wordt met meer dan 1 meter verhoogd.
De bodem wordt met meer dan 1 meter over een oppervlakte zoals aangegeven binnen het gebied archeologische oppervlakte opgehoogd.
Grondwerkzaamheden.
Grondwerkzaamheden dieper dan de binnen het gebied maximum archeologische diepte bodem onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan binnen het gebied archeologische oppervlakte.
Het verlagen of afgraven van de bodem over een oppervlakte binnen het gebied van meer dan archeologische oppervlakte van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist. Dit geldt ook voor het verwijderen van bestaande funderingen.
Het verlagen of afgraven van de bodem van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist. Dit geldt ook voor het verwijderen van bestaande funderingen.
Het verlagen van het waterpeil.
Het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten.
Het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.
Het aanleggen van boomeen bos of boomgaard.
Het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd.
Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
Artikel
4.89
4.81
Activiteiten zonder omgevingsvergunning
Werken en werkzaamheden niet dieper dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld.
Werken en werkzaamheden met betrekking op het normale beheer en onderhoud.
Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het normale agrarische gebruik.
Werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk.
Artikel
4.90
4.82
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.874.79 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van de gronden waarop wordt gebouwd en waarwaarvan de bodem wordt verstoord voldoende is vastgesteld.
Artikel
4.91
4.83
Beoordelingsregels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werken zonder verstoring
De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.874.79 wordt alleen verleend als:
de archeologische waarde van de gronden niet wordt verstoord; en
het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.;
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Artikel
4.92
4.84
Beoordelingsregels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werken met (mogelijke) verstoring
Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat er sprake is van (mogelijke) verstoring van de archeologische waarde kan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.874.79 worden verleend als:
de archeologische waarde van de gronden kunnen worden behouden, beschermd of hersteld.; en
het advies van de archeologisch deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Artikel
4.93
4.85
Vergunningvoorschrift met (mogelijke) verstoring archeologische waarde
Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat de archeologische waarden van de gronden (mogelijk) worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in afdeling 4.2.1:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.
Artikel
4.94
4.86
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.2.2 gaat over bijzondere bomen.
Artikel
4.95
4.87
Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.2.2 gelden met als doel bijzondere bomen te behouden, beschermen en herstellen.
Artikel
4.96
4.88
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.2.2 gelden binnen het gebied bijzondere boom.
Artikel
4.97
4.89
Omgevingsplanactiviteit bouwen of werken, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheden
Alleen met een omgevingsvergunning zijn bouwwerken of werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.984.90 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.994.91.
Artikel
4.98
4.90
Activiteiten met omgevingsvergunning
Het verlagen of afgraven van gronden.
Het egaliseren van gronden.
Het ophogen van gronden.
Het verharden van gronden.
het
Het bouwen van bouwwerken.
Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
Artikel
4.100
4.92
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.974.89 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de bijzondere boom.
Artikel
4.101
4.93
Aanvullende beoordelingsregels
In geval van bouwactiviteiten mogen deze bouwactiviteiten geen wezenlijke negatieve gevolgen hebben voor de bijzondere boom.
In geval van werken en werkzaamheden in de vorm van het aanbrengen van oppervlakte verhardingen, de aanleg van leidingen of het egaliseren, ophogen, verharden en afgraven van gronden mag door directe of indirecte gevolgen van die werken en werkzaamheden:
Er is sprake van een advies van een bomendeskundige waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het genoemde in het eerste lid en/of het tweede lid en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Artikel
4.102
4.94
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.2.3 gaat over landschappelijke waarden.
Artikel
4.104
4.96
Waar gelden deze regels?
De landschappelijke waarde reliëf geldt binnen het gebied reliëf.
De landschappelijke waarde openheid geldt binnen het gebied openheid.
De landschappelijke waarde rivierduin geldt binnen het gebied rivierduin.
Artikel
4.105
4.97
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.1064.98 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.1074.99.
Artikel
4.106
4.98
Activiteiten met omgevingsvergunning V4
Het verlagen van de bodem.
Het egaliseren van gronden.
Het ophogen van gronden.
Het verharden van gronden.
Het aanleggen van watergangen, weidegreppels en andere waterpartijen.
Het dempen van watergangen, weidegreppels en andere waterpartijen.
Het afgraven van gronden.
Het bebossen of op een andere manier beplanten met houtopstanden.
Het aanbrengen van bovengrondse en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen voor de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet.
Artikel
4.108
4.100
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.1054.97 moet in elk geval een rapport of document ingediend wordenworden ingediend, waaruit blijkt dat er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige landschappelijke waarden.
Artikel
4.109
4.101
Aanvullende beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 4.1054.97 wordt alleen verleend als:
de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast;
er geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarde(n);
de locatie niet ligt binnen het Gelders Natuurnetwerknatuurnetwerk of de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardig belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones.
het advies van de landschapsdeskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.
[Red: Afdeling 4.1.5 verplaatst van titel 4.1 naar titel 4.2. ]
Artikel
4.38
4.102
Waar gaat deze afdeling over?
De afdeling 4.1.54.2.4 gaat over het gebied rondom de molens.
Artikel
4.39
4.103
Waarom gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.54.2.4 gelden met als doel de windvang en het zicht van de molen te beschermen.
Artikel
4.40
4.104
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 4.1.54.2.4 gelden binnen het gebied molenbiotoop.
Binnen 100 meter afstand van de molen mogen bouwwerken niet hoger zijn dan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. Meet deze hoogte vanaf het peil van de molen.
In het gebied tussen 100 en 400 meter afstand van de molen moet de maximale hoogte van bouwwerken bepaald worden met de volgende formule:
H= X/N + 0,2*Z
uitleg formule:
H staat voor de maximale hoogte in meters, te meten vanaf het peil van de molen.
X staat voor de kortste afstand in meters vanaf het te bouwen bouwwerk tot de wieken van de molen.
N is een verhoudingsfactor. Dit is 140 voor een open gebied, 75 voor ruw gebied en 50 voor besloten gebied.
Z staat voor de askophoogte van de molen in meters.
Bestaande vergunde bouwwerken in afwijking van het eerste en tweede lid zijn toegestaan.
Artikel
4.42
4.106
Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.
Artikel
4.43
4.107
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.42 artikel 4.106 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat het functioneren vanwat de molen niet wordt aangetast. gevolgen zijn voor de molen.
Artikel
4.44
4.108
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.424.106 wordt alleen verleend als:
Artikel
4.45
4.109
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.464.110 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.474.111.
Artikel
4.46
4.110
Activiteiten met een omgevingsvergunning
Het bebossen of anderszinsop een andere manier beplanten met houtopstanden met een uitgroeihoogte die hoger is dan op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.
Het ophogen van gronden hoger dan de hoogte die op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.
Het aanleggen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur met een hoogte die hoger is dan op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.
Artikel
4.48
4.112
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.454.109 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het functioneren van de molen niet wordt aangetast.
Artikel
4.49
4.113
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.454.109 wordt alleen verleend als:
[Red: Afdeling 6.2 verplaatst van hoofdstuk 6 naar titel 4.3. ]
Artikel
6.14
4.114
Waar gaat deze afdeling over?
Afdeling 6.24.3.1 gaat over de functie evenementen.
Artikel
6.15
4.115
Waar gelden deze regels?
De regels in afdeling 6.24.3.1 gelden binnen het gebied evenementenlocatie.
Artikel
6.16
4.116
Wanneer gelden de regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie gelden de regels in afdeling 6.24.3.1 in aanvulling op het ter plaatse van toepassing zijnde ruimtelijke plan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Voor zover de regels in afdeling 6.24.3.1 strijdig zijn met het ter plaatse van toepassing zijnde ruimtelijke plan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, hebben de regels in afdeling 6.24.3.1 voorrang op de regels waarmee de strijdigheid bestaat.
Evenementen zijn in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering / verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak toegestaan.
De op- en afbouw van bij het evenement behorende voorzieningen mag in totaal maximaal 7 dagen duren.
De begin- en eindtijden van de evenementen moeten voldoen aan de tijden zoals staat in de tabel hieronder:
Artikel
6.18
4.118
Maatwerkvoorschriften
Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.174.117 tweede lid voor het gebruikgebruiken van gronden en bouwwerken voor een evenement dat langer duurt.
Het maatwerkvoorschrift wordt alleen genomen als:
er voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein beschikbaar zijn;
de aan te brengen voorzieningen tijdelijk zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen en/of ingrepen; enof
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de binnen het gebied aanwezige waarden.
Artikel
6.19
4.119
Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel
6.20
4.120
Regels voor de evenementenlocatie binnenstad Doetinchem
Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 30 dagen.
Er zijn maximaal 30 evenementen toegestaan van maximaal 6 dagen.
De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.
Het aantal evenementen binnen het gebied evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem is inclusief koopzondagen.
Artikel
6.21
4.121
Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.123 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.125 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.126 Regels voor de evenementenlocatie Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem
Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 500 bezoekers.
Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 2500 bezoekers.
Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 2500 bezoekers.
De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.
Artikel 4.127 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.129 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.131 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.133 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Nieuw-Wehl zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.135 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.137 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - IJzevoorde zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.139 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - centrum Wehl zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.140 Regels voor de evenementenlocatie centrum Wehl
Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 1500 bezoekers.
Er zijn maximaal 2 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 200 bezoekers.
Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 1000 bezoekers.
De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.
Artikel 4.141 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.143 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.145 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.147 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.149 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - centrum Gaanderen zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.151 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.153 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.155 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel 4.157 Waar gelden deze regels?
Binnen het gebied evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem zijn evenementen toegestaan.
Artikel
6.23
4.159
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is voor één evenement per kalenderjaar een begintijd van 06:00 uur toegestaan.
Artikel
6.24
4.160
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.234.159 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt waarom het noodzakelijk is om eerder te beginnen dan de standaard begintijd zoals staatals bedoeld in artikel 6.174.117 derde lid.
Artikel
6.25
4.161
Aanvullende beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.234.159 wordt alleen verleend als:
D
Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor zover in hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 21 gegevens en bescheiden worden gevraagd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, gelden die aanvullend op hoofdstuk 22.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2024, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 maart 2024, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de uitwerking op de fysieke leefomgeving aanvaardbaar is.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende functies, gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de logistieke afwikkeling kan plaatsvinden op eigen terrein.
Voor zover in hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 21 beoordelingsregels zijn opgenomen ter beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, gelden die voor de betreffende omgevingsvergunning aanvullend op hoofdstuk 22.
In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2024, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 maart 2024, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.
De ruimtelijke uitwerking van de binnenplanse omgevingsplanactiviteit op de fysieke leefomgeving moet aanvaardbaar zijn.
De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende functies, gronden en bouwwerken mogen niet onevenredig worden aangetast door nieuwe activiteiten of nieuwe ontwikkelingen.
De logistieke afwikkeling moet op eigen terrein plaatsvinden.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel
5.21
5.12
Regels bij overschrijding van de bouw- en/of functiegrenzen
Het is verboden bij ruimtelijke bouwactiviteiten bouw- en/of functiegrenzen zoals opgenomenals bedoeld in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 te overschrijden.
Het verbod in het eerste lid geldt niet bij:
stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voorzover zij de grens van de weg niet overschrijden;
plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 12 centimeter bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden;
gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, reclame-uitingen, galerijen en luifels, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 50 centimeter bedraagt en zij niet lager zijn aangebracht dan:
ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voorzover dezen de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden;
goten, ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen;
hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voorzover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand:
Artikel
5.22
5.13
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is het overschrijden van bouw en-/of hoofdfunctiegrenzen met ten hoogste 2 meter toegestaan.
Artikel
5.23
5.14
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in 5.225.13 wordt alleen verleend als het gaat om:
stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen die de grens van de weg overschrijden;
plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 12 centimeter overschrijden, dan wel die de grens van de weg overschrijden;
gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 50 centimeter overschrijden, waarbij rekening wordt gehouden met artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c;
overbouwingen voor de verbinding van twee bouwwerken, waarbij rekening wordt gehouden met artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c;
bloemenkozijnen, balkons en galerijen, mits zij bij overschrijding van de grens van de weg voldoen artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c;
luifels en draagconstructies voor reclame, mits zij bij overschrijding van de weggrens voldoen aan artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c;
hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen die in enige stand de naar de weg gekeerde bouwgrens met ten hoogste 1,50 meter overschrijden, mits zij niet lager zijn geplaatst dan 4,20 meter boven de rijbaan;
toegangen van bouwwerken, voor wat de hoogte boven de weg betreft, die de grens van de weg niet overschrijden;
kelderingangen en kelderkoekoeken;
bouwwerken waarvan de bovenzijde niet hoger is gelegen dan:
Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan:
staan- en/of ligplaats voor wagens en/of onderkomens;
opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan;
opslagplaats voor gerede en/of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en/of onderdelen daarvan;
stortplaats voor puin, mest- en/of afvalstoffen;
voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden;
het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning;
seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft;
verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie;
het omschakelen van een grondgebonden veehouderij naar een niet-grondgebonden veehouderij;
het racen en/of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen;
het gebruik of laten gebruiken van een recreatief woonverblijf voor permanente bewoning;
het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerken als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte;
het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk, vrij in het gebouw staande plateau's en vergelijkbare constructies inbegrepen, voor het bedrijfsmatig houden van dieren.
Het bepaalde onder het eerste lid onderdeel a t/m d is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering en/of handhaving van de functies of het normale onderhoud, gebruik en/of beheer van gronden en/of bouwwerken.
Voor een bestaand bouwwerk waarvan de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud afwijken van de bouwregels in dit omgevingsplan:
Bestaand gebruik van gronden en bouwwerken is toegestaan.
Het bestaande aantal woningen en bedrijfswoningen is toegestaan.
In afwijking van het eerste lid magheeft een bestaande woning of een bestaande bedrijfswoning in het buitengebiedlandelijk gebied een maximale inhoud hebben van 750 m3.
In afwijking van het eerste lid magheeft een woning of een bedrijfswoning in het buitengebied een maximale goothoogte hebben van 4,5 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter.
[Red: Artikel 7.24 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]
Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg toegestaan.
[Red: Artikel 7.25 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.245.16 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:
De mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw;
de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in artikel 7.97.11 en artikel 7.117.13 onderdeel a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag;
de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 meter; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 meter als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte aan (openbaar) gebied grenst waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan;
er moet sprake zijn van een ruimtelijke eenheid; de woonunit moet binnen een straal van 10 meter van het hoofdgebouw worden geplaatst;
de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken blijft onverminderd van kracht;
de woonruimte voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
[Red: Artikel 7.26 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]
Alleen met een omgevingsvergunning kan een tijdelijke woonunit voor mantelzorg worden toegestaan als:
[Red: Artikel 7.27 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.265.18 wordt alleen verleend, als:
[Red: Artikel 7.28 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]
Als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, dan wel in overeenstemming met het omgevingsplan. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.
[Red: Artikel 6.46 verplaatst van paragraaf 6.7.2 naar paragraaf 5.4.1. ]
Het gebruiken van woningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf binnen het landelijk gebied is toegestaan, als voldaan wordt aan de volgende regels:
het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft;
voor het aan huis gebonden bedrijf of beroep mag niet meer dan 40 % van de totale oppervlakte van de vloeroppervlakte van de woning én de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, worden gebruikt, waarbij de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m2 mag zijn;
de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving;
degene die het aan huis gebonden bedrijf of beroep uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn;
alleen bedrijven of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven;
geen onevenredige verstoring van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden;
een detailhandel mag plaatsvinden, behalve:
een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben;
geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten;
het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling én niet onevenredig veel extra verkeer mag worden aangetrokken;
het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans én op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers;
alleen onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 meter mag zijnis;
geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf of beroep.
[Red: Artikel 6.45 verplaatst van paragraaf 6.7.2 naar paragraaf 5.4.1. ]
Het gebruiken van woningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf binnen het gebied stedelijk gebied is toegestaan, als voldaan wordt aan de volgende regels:
het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft;
niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor de functie wonen mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf;
het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter mag zijnis. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen;
de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving;
degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn;
alleen bedrijven en/of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven;
geen detailhandel mag plaatsvinden, behalve:
een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben;
geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; en
vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf.
[Red: Artikel 5.7 verplaatst van paragraaf 5.3.2 naar paragraaf 5.4.1. ]
Een bouwwerk
Bouwwerken en voorziening moetvoorzieningen moeten nodig zijn voor het gebruik dat op de locatie van het bouwwerk of de voorziening op grond van regels in dit omgevingsplan is toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is bepaald.
Alleen wanneer de aanwezige natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast is extensieve dagrecreatie toegestaan.
Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere op grond van dit omgevingsplan mogelijke voorzieningen op het dak zijn toegestaan.
Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.
Artikel 5.30 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn nutsvoorzieningen toegestaan.
Artikel 5.31 Aanvullende beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.30 wordt alleen verleend als:
[Red: Artikel 6.63 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]
Artikel
6.63
5.32
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kan het gebruik van een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bestaande woning als woonruimte van mantelzorg worden toegestaan.
[Red: Artikel 6.64 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]
Artikel
6.64
5.33
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.635.32 wordt alleen verleend als:
de mantelzorgwoning functioneel verbonden is met het hoofdgebouw;
de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen onderdeel uit maakt van de in artikel 7.97.11 en artikel 7.117.13 onderdeel a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit zich niet uitstrekt tot meer dan één bouwlaag;
de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter is; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 meter als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte aan (openbaar) gebied grenst waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan;
de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken onverminderd van kracht blijft; en
de woonruimte voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
[Red: Artikel 6.65 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]
Artikel
6.65
5.34
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kan een woonunit voor mantelzorg worden toegestaan als:
[Red: Artikel 6.66 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]
Artikel
6.66
5.35
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.655.34 wordt alleen verleend als:
voldaan wordt aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 5.33, met uitzondering van onderdeel a en c;
sprake is van een uitzonderlijk geval; en
er geen goede alternatieven zijn.
[Red: Artikel 6.67 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]
Als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, of in overeenstemming met het omgevingsplan worden gebracht. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.
Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan:
staan- of ligplaats voor wagens of onderkomens;
opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
opslagplaats voor gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen daarvan;
stortplaats voor puin, mest- of afvalstoffen;
voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden;
het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning;
seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft;
verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie;
het omschakelen van een grondgebonden veehouderij naar een niet-grondgebonden veehouderij;
het racen of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen;
het gebruik of laten gebruiken van een recreatief woonverblijf voor permanente bewoning;
het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerken als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte;
het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk, vrij in het gebouw staande plateau's en vergelijkbare constructies inbegrepen, voor het bedrijfsmatig houden van dieren.
Het bepaalde onder het eerste lid onderdeel a t/m d is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering of handhaving van de functies of het normale onderhoud, gebruik of beheer van gronden of bouwwerken.
[Red: Artikel 5.9 verplaatst van paragraaf 5.3.4 naar paragraaf 5.5.1. ]
In dit omgevingsplan gelden de bouwregels voor bovengronds bouwen; niet voor ondergronds bouwen (bouwwerken onder het maaiveld), tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
[Red: Artikel 5.11 verplaatst van paragraaf 5.3.6 naar paragraaf 5.5.1. ]
Het bevoegd gezag kan wanneer rekening wordt gehouden met de regels uit hoofdstuk 6 en 7, maatwerkvoorschriften stellen over:
de afmeting van bouwwerken;
de situering van bouwwerken; en/of
de inrichting en het gebruik van gronden;
onder voorwaarde dat de maatwerkvoorschriften niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.
[Red: Artikel 5.13 verplaatst van subparagraaf 5.3.8.1 naar subparagraaf 5.5.2.1. ]
Artikel
5.13
5.40
Specifieke gevallen
Omgevingsplanactiviteiten
Een omgevingsvergunning kan toch worden verleend voor de specifieke gevallen zoalsals bedoeld in dit artikel, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels zoalsals bedoeld in artikel 5.145.41.
Het oprichten van bouwwerken van algemeen nut (zoals abri's, transformatorhuisjes, gasmeet- en regelstations en conmatics), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m3 en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 4 meter.
Het overschrijden van de bouwregels over de goothoogte, de bouwhoogte en de (vloer)oppervlakte van gebouwen, met niet meer dan 10%, met uitzondering van de regels in de functie Wonen.
Het overschrijden van de bouwregels inzake de bouwhoogte en de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 10%.
Het in geringe mate aanpassen van het planomgevingsplan, teneinde enig onderdeel van het planomgevingsplan, zoals een bouwgrens, te veranderen, waarbij de grens met niet meer dan 3 meter wordt verschoven.
Het oprichten van masten voor mobiele (beeld)telefonie en zendmasten tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter.
Het oprichten van kunstobjecten tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter, voor alle (hoofd)functies, behalve de functie Bos, Groen en Natuur.
[Red: Artikel 5.14 verplaatst van subparagraaf 5.3.8.1 naar subparagraaf 5.5.2.1. ]
Artikel
5.14
5.41
Aanvullende beoordelingsregels specifieke gevallen
[Red: Artikel 5.15 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.1 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.1. ]
Artikel
5.15
5.42
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van zonnepanelen op de grond toegestaan.
[Red: Artikel 5.16 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.1 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.1. ]
Artikel
5.16
5.43
Aanvullende beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.155.42 wordt alleen verleend als:
de zonnepanelen worden geplaatst op eigen grond, op het perceel dat als erf gebruikt wordt;
de hoogte maximaal 1,5 meter is;
de totale oppervlakte van de op de grond geplaatste zonnepanelen maximaal 100 m2 bedraagt; en
de zonnepanelen landschappelijk zijn/worden ingepast en hiervoor vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en landschap.
[Red: Artikel 5.17 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.2 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.2. ]
Artikel
5.17
5.44
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van een mini windturbine toegestaan.
Artikel 5.45 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een mini windturbine als bedoeld in artikel 5.44 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat:
[Red: Artikel 5.18 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.2 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.2. ]
Artikel
5.18
5.46
Aanvullende beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.175.44 wordt alleen verleend als:
de as van de mini windturbine maximaal 5 meter uitsteekt boven het hoogste punt van het bouwwerk waarop de turbine geplaatst wordt;
de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en
voor de mini windturbine geen vergunningplichtige beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.
[Red: Artikel 5.19 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.3 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.3. ]
Artikel
5.19
5.47
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van een kleine winturbine kleine windturbine toegestaan.
Artikel 5.48 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een kleine windturbine als bedoeld in artikel 5.47 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat:
de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving;
de kleine windturbine op minstens de minimale afstand ligt van het beperkingengebied 'Gasleiding' of 'hoogspanningsverbinding', waarbij de formule is gebruikt uit artikel 5.49; en
er geen beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.
[Red: Artikel 5.20 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.3 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.3. ]
Artikel
5.20
5.49
Aanvullende beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.195.47 wordt alleen verleend als:
de kleine windturbine een maximale as-hoogte heeft van 30 meter;
de kleine windturbine niet mag staan in het gebiedstype 'woongebieden', zoals weergegeven in de bijlage Algemeen - Gebiedstypengebiedstypen;
in het landelijk gebied op het erf gerealiseerd moet worden, op maximaal 100 meter afstand van het op dat erf aanwezige hoofdgebouw;
de kleine windturbine moet minimaal (A) meter van het beperkingengebied 'Gasleiding' afliggen, zoals berekend uit de volgende formule: A = H + 1/3 W, waarin A = minimale afstand, H = ashoogte, W = Wieklengte en de wieklengte = 1/2 ashoogte;
de kleine windturbine minimaal (A) meter van het beperkingengebied ‘Hoogspanningsverbinding’ afligt, (A) is de hoogste waarde van:
de kleine windturbine moet minimaal (A) meter van het beperkingengebied 'Hoogspanningsverbinding' , als bedoeld in artikel 4.27, afliggen, waarbij een vrije ruimte wordt aangehouden die minimaal gelijk of groter is dan de maximale werpafstand bij nominaal toerental, of indien deze groter is ashoogte plus ½ rotordiameter, van de betreffende windturbine;
de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en
voor de kleine windturbine geen vergunningplichtige beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.
Detailhandel ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.
Dienstverlening ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.
Alleen met een omgevingsvergunning is zelfstandige horeca toegestaan, als voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 5.54.
De activiteit voldoet aan de uitgangspunten van de nota Notitie (para-) commercie in de horeca Doetinchem, met dien verstande dat wanneer deze nota wijzigt, rekening wordt gehouden met die wijziging.
De zelfstandige horeca-activiteiten ondergeschikt blijven aan de bestaande hoofdfunctie.
E
Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 6.1 gaat over de functie agrarisch bedrijf.
De regels in afdeling 6.1 gelden binnen het gebied agrarisch bedrijf.
Per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan.
De agrarische bedrijvigheid is alleen toegestaan in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan zonder omgevingsvergunning, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in artikel 6.6, voor zover deze gelden.
Alleen nevenactiviteiten, genoemd in de Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten (bijlage Algemeen - lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten) zijn toegestaan.
In afwijking van eerste lid is in het Gelders natuurnetwerk alleen verblijfsrecreatie, dagrecreatie en zorgactiviteiten toegestaan.
Nevenactiviteiten in de open lucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 200 m2..
De oppervlakte van de nevenactiviteit(en) is maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedragen onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) in totaal maximaal 350 m2 is.
Nevenactiviteiten zoals genoemd in artikel 6.5 moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
alleen nevenactiviteiten, genoemd in de Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten (bijlage Algemeen - Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten) zijn toegestaan;
nevenactiviteiten in de openlucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 200 m2;
de oppervlakte van de nevenactiviteit(en) mag maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedragen onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) in totaal maximaal 350 m2 is;
verblijfsrecreatie is alleen toegestaan in de bestaande bedrijfswoning en de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zonder dat dit ten koste gaat van de woonfunctie van de bedrijfswoning, daarvan is in elk geval sprake als meer dan 40% van de woning wordt gebruikt voor verblijfsrecreatie.
Verblijfsrecreatie is alleen toegestaan in:
In aanvulling op het vijfde lid is verblijfsrecreatie ook toegestaan in een gebouw binnen:
Extensieve dagrecreatie, zandwegen, fiets- en wandelpaden en picknickplaatsen zijn toegestaan.
Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.
Groen-, natuur- en nutsvoorzieningen zijn toegestaan.
Het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen is in het landelijk gebied toegestaan.
Artikel 6.8 Omgevingsplanactiviteit nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf
Alleen met een omgevingsvergunning zijn neven-/hergebruiksactiviteiten zoals deze zijn opgenomen in bijlage Algemeen - Lijstlijst van neven- en hergebruiksactiviteiten toegestaan wanneer het gaat om activiteiten waarbij:
Een omgevingsvergunning is ook vereist voor verblijfsrecreatie in een ander gebouw dan de bestaande bedrijfswoning, wanneer dit gebouw een monument is.
Een omgevingsvergunning is vereist voor verblijfsrecreatie in een ander gebouw dan de bestaande bedrijfswoning, wanneer dit gebouw:
a. Binnen het gebied cultuurhistorische waarde ligt; of
b. Binnen het gebied cultuurhistorie ligt, mits het gebouw nog steeds een cultuurhistorische waarde heeft.
Artikel 6.9 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 6.8 wordt alleen verleend als:
de oppervlakte van de nevenactiviteit(en) maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen mag zijn, onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) niet meer mag bedragen dan in de tabel hieronder is aangegeven. Daarbij moet rekening worden gehouden dat bij een combinatie van meerdere nevenactiviteiten maximaal de laagste oppervlaktenorm is toegestaan;
de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in een landschappelijk inrichtingsplan, die voldoet aan het bepaalde in de bijlagen Algemeen - Richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', Algemeen - Landschapstypen en Algemeen - Leidraad Toetsingskader Landschapselementen, en waarover advies is ingewonnen bij een deskundige op het gebied van landschap;
de (gezamenlijke) nevenactiviteit(en) van ondergeschikte betekenis is (zijn) aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in bedrijfseconomische, ruimtelijke en visuele zin primair blijft.
De oppervlakte van de nevenactiviteit(en) is maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen, onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) niet meer mag bedragen dan in de tabel hieronder is aangegeven. Daarbij moet rekening worden gehouden dat bij een combinatie van meerdere nevenactiviteiten maximaal de laagste oppervlaktenorm is toegestaan.
Nevenactiviteiten in de open lucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 300 m2.
De landschappelijke inpassing is gewaarborgd in een landschappelijk inrichtingsplan, die voldoet aan het bepaalde in de bijlagen Algemeen - richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', Algemeen - landschapstypen en Algemeen - leidraad toetsingskader landschapselementen, en waarover advies is ingewonnen bij een deskundige op het gebied van landschap.
Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf de aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.
Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.
De (gezamenlijke) nevenactiviteit(en) van ondergeschikte betekenis is (zijn) aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in bedrijfseconomische, ruimtelijke en visuele zin primair blijft.
In afwijking van artikel 6.9 eerste lid kan geen omgevingsvergunning worden verleend als de locatie is gelegen binnen het Gelders natuurnetwerk of de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk of de groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. De regels uit artikel 6.9 eerste lid blijven dan ook gelden.
Artikel 6.10 Omgevingsplanactiviteit kamperen bij de boer
Alleen met een omgevingsvergunning is een kampeerterrein bij een agrarisch bedrijf toegestaan.
Artikel 6.11 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.10 wordt alleen verleend als:
de gronden die in gebruik genomen gaan worden voor kamperen binnen het bouwvlak liggen of daar direct op aansluiten;
er maximaal 25 kampeerplaatsen zijn;
kamperen uitsluitend is in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober;
gebouwen, zoals sanitaire ruimten, voldoen aan de volgende regels:
het kamperen van ondergeschikte betekenis is aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft;
het kampeerterrein na realisatie landschappelijk is ingepast op een manier die voldoet zoals aangegeven in de bijlagen Algemeen - Richtlijnrichtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', Algemeen - Landschapstypenlandschapstypen en Algemeen - Leidraad Toetsingskader Landschapselementenleidraad toetsingskader landschapselementen.
In afwijking van artikel 6.11 eerste lid kan geen omgevingsvergunning worden verleend als de locatie ligt binnen de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen ernstige aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. De regels uit artikel 6.11 eerste lid blijven dan ook gelden.
Artikel 6.12 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf toegestaan, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in artikel 6.14.
Artikel 6.14 Aanvullende beoordelingsregels
Alleen bestaande gebouwen gebruikt worden.
Maximaal 50% van de oppervlakte van deze gebouwen gebruikt worden voor de nevenactiviteit, waarbij daarnaast een maximale oppervlakte geldt, zoals aangegeven in de tabel.
| Gebiedsaanduiding | |
Nevenactiviteit als vermeld in Bijlage A van de beleidsregel 'Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021 | Gelders natuurnetwerk Groene ontwikkelingszone | Overig landelijk gebied |
Verblijfsrecreatie Dagrecreatie Zorg | 750 | niet toegelaten |
Overige nevenactiviteiten | 500 | 750 |
Als er een combinatie van nevenactiviteiten ontwikkeld wordt, dan is de maximale oppervlakte niet meer dan de laagste oppervlakte.
Dag- en verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten mogen ook in de openlucht plaats vinden. De hiervoor te gebruiken oppervlakte is maximaal 300 m2. Andere activiteiten mogen niet in de openlucht plaats vinden.
Als de nevenactiviteit ligt in de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland.
Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing als bedoeld in de beleidsregel 'Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021'. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan deze beleidsregel.
De nevenactiviteit(en) ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf. De agrarische bedrijfsfunctie moet bedrijfseconomisch, ruimtelijk en visueel het belangrijkst zijn.
Gebruikers en bezoekers van het agrarische bedrijf én de nevenactiviteit op het eigen terrein, binnen het bouwvlak, kunnen parkeren.
Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.
Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.
Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de geplande nevenactiviteit(en) die aanleiding zijn van de verandering.
Er is aangetoond dat door de nevenactiviteit de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is.
[Red: Artikel 6.75 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.2 naar subparagraaf 6.1.4.1. ]
Artikel
6.75
6.15
Landschappelijke inpassing - Akkermansweg 2 Gaanderen
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied Akkermansweg 2 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Akkermansweg 2 Gaanderen - landschappelijk inpassingplan.
[Red: Artikel 6.74 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.2 naar subparagraaf 6.1.4.1. ]
Artikel
6.74
6.16
Landschappelijke inpassing - Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet voor ontwikkelingen binnen het gebied Broekhuizerstraat 10 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl - Landschappelijklandschappelijk inpassingsplan.
Artikel 6.17 Landschappelijke inpassing - Heijendaalseweg 3 Wehl
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Heijendaalseweg 3 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Heijendaalseweg 3 Wehl - landschappelijke inpassing.
Artikel 6.18 Landschappelijke inpassing - Notenstraatje 1 Wehl
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Notenstraatje 1 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Notenstraatje 1 Wehl - landschappelijke inpassing.
Nieuwvestiging van een grondgebonden- en een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf is verboden.
Nieuwvestiging en uitbreiden van een geitenhouderij is verboden, daaronder wordt verstaan:
het vestigen van een geitenhouderij;
het geheel of gedeeltelijk wijzigen van een veehouderij of veehouderijtak met andere landbouwhuisdieren in een geitenhouderij;
het vergroten van het aantal geiten dat op een bestaande geitenhouderij wordt gehouden;
het vergroten van de oppervlakte van een dierenverblijf voor geiten, tenzij het vergunde, dan wel gemelde aantal geiten aantoonbaar niet groeit;
het oprichten van een dierenverblijf voor een geitenhouderij en een gebouw of gronden voor het houden van geiten in gebruik te nemen;
het tijdelijk gebruiken van bouwwerken of gronden voor een geitenhouderij.
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor het houden van landbouwhuisdieren is in elk geval verboden als sprake is van een toename van stikstofdepositie vanaf het betreffende agrarische bedrijf ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie van het betreffende agrarische bedrijf door het gebruik van gronden en overkappingen.
Het omschakelen van een grondgebonden veehouderijbedrijf(stak) naar een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf(stak) is niet toegestaan.
Binnen het gebied Broekhuizerstraat 10 - geur emissiepunten verboden is het verboden om:
een geuremissiepunt te hebben;
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor in een dierenverblijf te houden;
paarden en pony’s om te berijden te houden;
vaste mest, champost of dikke fractie op te slaan;
drijfmest, digestaat of dunne fractie in mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van 350 m2 tot en met 750 m2 op te slaan;
voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten te hebben; en/of
groenafval te composteren of op te slaan.
Binnen het gebied landbouwhuisdieren verboden is het houden van landbouwhuisdieren niet toegestaan.
Afdeling 6.2 gaat over de functie agrarische gronden.
De regels in afdeling 6.2 gelden binnen het gebied agrarische gronden.
Binnen het gebied agrarische gronden is het volgende gebruik van gronden toegestaan:
Afdeling 6.3 gaat over de functie bedrijf.
Binnen het gebied bedrijf tot en met categorie 2 zijn alleen bedrijven met bijbehorende bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 en 2, zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.
Kantoor, uitsluitend ten dienste van en voor maximaal 50% van de bruto-vloeroppervlakte van het in het eerste lid genoemde bedrijf.
Binnen het gebied bedrijf tot en met categorie 2 zijn geen zelfstandige kantoor-, detailhandel- en horecabedrijven toegestaan.
Afdeling 6.4 gaat over de functie cultuur en ontspanning.
De regels in afdeling 6.4 gelden binnen het gebied cultuur en ontspanning.
Voorzieningen voor cultuur en ontspanning, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
Binnen het gebied schoonheidscentrum is alleen een schoonheidscentrum met sauna en wellnessvoorzieningen toegestaan.
Het is verboden om een nieuw attractiepark te vestigen, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
Afdeling 6.5 gaat over gemengde functies binnen één gebied.
Bedrijven van categorie 1, zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten, zijn toegestaan.
Voorzieningen voor cultuur en ontspanning.
Detailhandel, niet zijnde detailhandel in de vorm van een supermarkt.
Horeca categorie 1.
Kantoren.
Maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen voor mensen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden.
Sportvoorzieningen.
Wonen.
Verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting.
Parkeervoorzieningen.
Geluidwerende voorzieningen.
Artikel 6.37 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is binnen het gebied Laborijnlocatie - onderzoek hoogbouw bouwen hoger dan 30 meter toegestaan.
Artikel 6.38 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.37 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de hoge bebouwing niet leidt tot onevenredige hinder door wind.
Artikel 6.39 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.37 wordt alleen verleend als:
Artikel 6.40 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kan een andere vorm van horeca worden toegestaan.
Artikel 6.41 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.40 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de omgeving niet onevenredig wordt gehinderd.
Artikel 6.42 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.40 wordt alleen verleend als de horeca naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen zijn aan de geldende horeca categorie en het advies van de desbetreffende deskundige wordt meegenomen bij het besluit op ge omgevingsvergunning.
Artikel 6.43 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kunnen andere bedrijfsactiviteiten worden toegestaan.
Artikel 6.44 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.43 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar zijn met een categorie 1 bedrijf.
Artikel 6.45 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.43 wordt alleen verleend als:
het bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met de op grond van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegelaten bedrijven uit categorie 1 zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten; of
het niet gaat om een grote lawaaimaker.
Artikel 6.46 Compensatieplan - Laborijnlocatie Doetinchem
Binnen het gebied Laborijnlocatie - gebod compensatieplan wordt voordat een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt verleend, een door het bevoegd gezag goedgekeurd compensatieplan opgesteld conform het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024–2028.
Afdeling 6.36.6 gaat over de functie groen.
De regels in afdeling 6.36.6 gelden binnen het gebied groen.
(Structurele) groenvoorzieningen waaronder houtopstanden.
Binnen het gebied groen is het gebruik van gronden toegestaan voor:
(structurele) groenvoorzieningen waaronder houtopstanden;
extensieve dagrecreatie en mogelijkheden voor ontmoeting en spelen;
fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen;
waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;
nutsvoorzieningen;
kunstobjecten;
bestaande inritten; en
straatmeubilair en speeltoestellen.
Bestaande inritten, fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen.
Straatmeubilair en speeltoestellen.
Artikel
6.29
6.50
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is een nieuwe inrit toegestaan.
Artikel
6.30
6.51
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.296.50 wordt alleen verleend als:
de inrit noodzakelijk is om een perceel te ontsluiten;
de inrit geen onevenredige afbreuk doet aan de flora en fauna ter plaatse;
de waarde of beleving van de groenvoorziening niet onevenredig wordt aangetast;
als uit het advies van deskundige op het gebied van ecologie blijkt dat er geen bezwaren zijn vanuit ecologisch oogpunt;
als uit het advies van deskundige op het gebied van verkeer blijkt dat er geen bezwaren zijn vanuit verkeerskundig oogpunt; en
de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.
Afdeling 6.46.7 gaat over de functie natuur.
De regels in afdeling 6.46.7 gelden binnen het gebied natuur.
Binnen het gebied natuur is het volgende gebruik van gronden toegestaan:
instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele- en landschapswaarden;
extensieve dagrecreatie, als de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast;
waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen, inclusief bijbehorende oevers;
fiets- en wandelpaden, als de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast;
kunstobjecten;
nutsvoorzieningen; en
bouwwerken en voorzieningen die horen bij de functie natuur.
Instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele- en landschapswaarden.
Fiets- en wandelpaden, als de in het eerste lid bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast.
Afdeling 6.56.8 gaat over de functie verkeer.
De regels in afdeling 6.56.8 gelden binnen het gebied verkeer.
Binnen het gebied parkeergarage is alleen een parkeergarage toegestaan.
In afwijking van artikel 5.7 zijn binnen het gebied besluitgebied - Terborgseweg naast 119 Doetinchem minimaal 65 parkeerplaatsen aanwezig, waarvan maximaal 28 op het maaiveld.
In afwijking van artikel 5.38 is de gedeeltelijk verdiepte parkeergarage binnen het gebied gedeeltelijk verdiepte parkeergarage maximaal 2,5 meter diep.
Binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - uitsluitend gedeeltelijk verdiepte parkeergarage zijn alleen een parkeergarage en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan.
Bij mogelijkheden voor ontmoeting moet voldaan worden aan de voorwaarden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in de Nota Terrassenbeleid, zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 5 maart 2013, rekening houdende dat wanneer de nota wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
Bij mogelijkheden voor ontmoeting moet voldaan worden aan de voorwaarden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in de Nota Standplaatsenbeleid 2011, zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 22 november 2011, rekening houdende dat wanneer de nota wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
Afdeling 6.66.9 gaat over de functie water.
De regels in afdeling 6.66.9 gelden binnen het gebied water.
Binnen het gebied water is het volgende gebruik van gronden toegestaan:
het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water zoals waterpartijen, waterlopen en andere watergangen, inclusief bijbehorende oevers;
instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele en landschapswaarden;
extensieve dagrecreatie, als de onder b bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast;
infrastructurele voorzieningen;
groen- en nutsvoorzieningen;
bouwwerken die bij de functie water horen.
Het ontvangen, bergen of afvoeren van water zoals waterpartijen, waterlopen en andere watergangen, inclusief bijbehorende oevers.
Instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur-, visuele- en landschapswaarden.
Extensieve dagrecreatie, als de in het eerste lid bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast.
Infrastructurele voorzieningen.
Afdeling 6.76.10 gaat over de functie wonen.
De regels in afdeling 6.76.10 gelden binnen het gebied wonen.
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor woningen en de hierbij behorende bouwwerken en voorzieningen zijn binnen het gebied wonen toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangeven.
Tuinen, erven en erfontsluitingswegen voor woningen zijn toegestaan.
Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.
Het hobbymatig houden van dieren en het telen van gewassen is in het landelijk gebied toegestaan.
Nutsvoorzieningen zijn toegestaan.
Artikel
6.48
6.69
Toegestaan woningtype
Binnen het gebied woningtype is alleen het aangegeven woningtype toegestaan.
Artikel
6.49
6.70
Toegestaan aantal woningen
Binnen het gebied maximum aantal woningen is maximaal het aantal aangegeven woningen toegestaan.
Artikel
6.50
6.71
Waarom gelden deze regels?
De regels in subparagraaf 6.7.3.36.10.3.3 gelden met als doel dat voldaan wordt aan de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023). Wijzigt deze doelgroepenverordening, dan moet rekening worden gehouden met die wijziging.
Artikel
6.51
6.72
Waar gelden deze regels?
De regels in subparagraaf 6.7.3.36.10.3.3 gelden binnen het gebied woningdifferentiatie.
Artikel
6.52
6.73
Woningdifferentiatie
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale huurwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale huurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 25 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage middenhuurwoning minimaal het aangegeven percentage een middenhuurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 15 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage goedkope koopwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie goedkope koopwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor tenminste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 1) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 1 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 2) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 2 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.
Artikel
6.53
6.74
Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, als voldaan wordt aan de volgende regels:
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen is niet toegestaan;
de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter is. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; en
bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.
Artikel 6.54 Parkeren - Specifiek
In afwijking van artikel 5.3 zijn binnen het gebied besluitgebied - Terborgseweg naast 119 Doetinchem minimaal 65 parkeerplaatsen aanwezig, waarvan maximaal 28 op het maaiveld.
In afwijking van artikel 5.9 mag de gedeeltelijk verdiepte parkeergarage binnen het gebied gedeeltelijk verdiepte parkeergarage maximaal 2,5 meter diep zijn.
Binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - uitsluitend gedeeltelijk verdiepte parkeergarage zijn alleen een parkeergarage en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan.
Artikel
6.55
6.75
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is een ander beroep en/of bedrijf aan huis dan is opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven toegestaan.
Artikel 6.76 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.75 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat het beroep of bedrijf aan huis naar aard, omvang en hinder vergelijkbaar is met één of meer in de bijlage Algemeen - lijst van aan huis gebonden beroepen of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.
Artikel
6.56
6.77
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.556.75 wordt alleen verleend als het andere beroep en/of bedrijf naar aard, omvang en hinder gelijk is te stellen met één of meer in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.
Artikel
6.57
6.78
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kan de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand van minimaal 3 meter tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens worden toegestaan.
Artikel 6.79 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.78 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.
Artikel
6.58
6.80
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.576.78 wordt alleen verleend als:
het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk.;
het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en
bewoning slechtsalleen is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning;.
Artikel
6.59
6.81
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kan het gebruik van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf worden toegestaan als de afstand tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 3 meter is.
Artikel 6.82 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.81 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.
Artikel
6.60
6.83
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.596.81 wordt alleen verleend als:
het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk.;
het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en
bewoning bewoning gebeurd door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.
Artikel
6.61
6.84
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning is een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan.
Artikel
6.62
6.85
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.616.84 wordt alleen verleend, als voldaan wordenwordt aan de volgende regels:
Artikel 6.86 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning zijn bijbehorende bouwwerken voor de functie wonen buiten het bouwvlak toegestaan.
Artikel 6.87 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat:
op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw uit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft; en
wanneer de locatie ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige landschappelijke waarden.
Artikel 6.88 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:
aangetoond is dat op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw vanuit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft;
het bouwwerk aansluit bij de vorm en massa van het oorspronkelijke bouwwerk;
de oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk maakt onderdeel uit van de in artikel 7.11 genoemde maximale oppervlaktenorm (100 m2);
de locatie niet ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone, tenzij er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardig belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones; en
Het advies van de landschapsdeskundige, stedenbouwkundige of cultuurhistorisch deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Artikel 6.89 Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kan binnen het gebied programma - wonen landelijk gebied een vrijstaande woning, niet zijnde een bedrijfswoning, worden gesplitst zoals is het programma Wonen Landelijk gebied is opgenomen naar een twee-aaneen.
Artikel 6.90 Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 voor het splitsen van een woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt:
Artikel 6.91 Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:
de twee-aaneen woning bevat maximaal 2 woningen in één gebouw;
één van de woningen een maximale inhoud van 425 m3 heeft, met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2;
het geheel de uitstraling blijft houden van één volume, de woningsplitsing mag niet afleesbaar zijn;
elke woning maximaal 75 m2 aan bijbehorende bouwwerken heeft;
in afwijking van onderdeel c geldt dat wanneer in de bestaande situatie meer dan 150m2 aan bijbehorende bouwwerken aanwezig is moeten de vierkante meters bijbehorende bouwwerken gezocht worden binnen de bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, waarbij geldt dat bij elke woning minimaal 75 m2 aan bestaande bijbehorende bouwwerken zijn toebedeeld. (nieuwe bijbehorende bouwwerken uitgesloten);
de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 6 meter;
de goothoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 3 meter, als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;
de inrichting is in overeenstemming met het landschapstype en het advies van de deskundige op het gebied van landschap over de inrichting is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning; of
voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.
Artikel 6.92 Bergingscapaciteit hemelwater
Het gebied minimum bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van de aangegeven minimale bergingscapaciteit in mm per m2 verhard oppervlak.
[Red: Artikel 6.68 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.1 naar subsubparagraaf 6.10.5.1.2. ]
Artikel
6.68
6.93
Bergingscapaciteit hemelwater - Terborgseweg naast 119 Doetinchem
Het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak, zoals opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - hemelwaterberging.
Artikel 6.69 Bergingscapaciteit hemelwater - Akkermansweg 2 Gaanderen
Het gebied Akkermansweg 2 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 55 mm per m2 verhard oppervlak.
Artikel 6.70 Bergingscapaciteit hemelwater - Bultensweg 12-14 Doetinchem
Het gebied Bultensweg 12 -14 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 55 mm per m2 verhard oppervlak.
Artikel 6.71 Bergingscapaciteit hemelwater - Amphionpark Doetinchem
Het gebied Amphionpark - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak.
Artikel
6.76
6.94
Landschappelijke inpassing - Bultensweg 12 Doetinchem
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 12 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 12 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.
Artikel
6.77
6.95
Landschappelijke inpassing - Bultensweg 14 Doetinchem
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 14 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 14 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.
Artikel
6.72
6.96
Landschappelijke inpassing - IJzevoordseweg 7 Doetinchem
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied IJzevoordseweg 7 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage IJzevoordseweg 7 Doetinchem - versterkingsplan.
Artikel 6.97 Landschappelijke inpassing - Kempsestraat 1-3 Wehl
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kempsestraat 1-3 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kempsestraat 1-3 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kempsestraat 1-3 Wehl - Landschappelijk inpassingsplan.
Artikel 6.98 Landschappelijke inpassing - Kilderseweg naast 39 Doetinchem
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kilderseweg naast 39zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kilderseweg naast 39 - landschappelijke inpassing.
Artikel 6.99 Landschappelijke inpassing - Oude Terborgseweg 313 Doetinchem
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Oude Terborgseweg 313zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Oude Terborgseweg 313 - Landschappelijke inpassing.
Artikel
6.73
6.100
Landschappelijke inpassing - Terborgseweg naast 119 Doetinchem
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod landschappelijk inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - Inrichtingsschetsinrichtingsschets.
Artikel 6.101 Inrichtingsplan - Akkerhof Gaanderen
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Akkerhof - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Akkerhof zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Akkerhof - Inrichtingsplan.
Artikel 6.102 Inrichtingsplan - Rijksweg 288 Gaanderen
Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Rijksweg 288 - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Rijksweg 288 Gaanderenzijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Rijksweg 288 Gaanderen - inrichtingsplan.
Artikel
6.78
6.103
Beeldkwaliteitsplan - Amphionpark Doetinchem
Binnen het gebied Amphionpark - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Amphionpark Doetinchem - Beeldkwaliteitsplan Amphionpark Doetinchembeeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.
Artikel 6.104 Beeldkwaliteitsplan - Ribesstraat 4 Gaanderen
Binnen het gebied Ribesstraat 4 - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Ribesstraat 4 Gaanderen - beeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.
Artikel 6.105 Trillingen - Akkerhof Gaanderen
Binnen het gebied Akkerhof - gebod trillingen mag de in afdeling 6.10 omschreven functie alleen gerealiseerd worden en vervolgens in stand gehouden worden, als voldaan wordt aan de streefwaarden uit de Meet- en Beoordelingsrichtlijn, deel B, 'Hinder voor personen in gebouwen 2006' Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR Richtlijn B). Als deze richtlijn gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.
Artikel
6.79
6.106
Omgevingsplanactiviteit
Alleen met een omgevingsvergunning kan een gebod bergingscapaciteit hemelwater, gebod landschappelijke inpassing en/, gebod trillingen, gebod inrichtingsplan of gebod beeldkwaliteitsplan zoals genoemdals bedoeld in paragraaf 6.7.56.10.5 anders worden uitgevoerd.
Artikel
6.80
6.107
Aanvullende indieningsvereisten
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.796.106 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat:
Artikel
6.81
6.108
Aanvullende beoordelingsregels
De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.796.106 wordt alleen verleend als:
aangetoond is dat een afwijking van het gebod noodzakelijk is en dat de afwijking zich uitsluitend daartoe beperkt;
aangetoond is dat aan de bedoeling van het gebod waarvan wordt afgeweken onverminderd invulling wordt gegeven;
de afwijking leidt niet leidt tot een kwalitatieve verslechtering van het resultaat dat werd beoogd met het gebod waarvan wordt afgeweken;
de afwijking gerealiseerd en in stand gehouden wordt binnen, of voor een bepaalde of onbepaalde termijn overeenkomstig het gebod waarvan wordt afgeweken;
het advies van de deskundige is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; en
over de afwijking zo nodig afstemming plaatsvindt met een overlegpartner als bijvoorbeeld het Waterschap, Omgevingsdienst, VNOG en Provincie.
F
Artikel 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bouwen van een bouwwerk is alleen toegestaan als het bouwwerk nodig is voor de instandhouding van de functie zoals opgenomenals bedoeld in hoofdstuk 6.
G
Paragraaf 7.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een hoofdgebouw is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Binnen het gebied maximum bouwhoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Binnen het gebied maximum goothoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven goothoogte toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Voor het hoofdgebouw is maximaal de bestaande bebouwde oppervlakte toegestaan, vermeerderd met 10%, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
Binnen het gebied maximum bruto-vloeroppervlakte is voor het hoofdgebouw maximaal de aangeven bruto-vloeroppervlakte in vierkante meters toegestaan.
Binnen het gebied maximum bebouwingspercentage is voor het hoofdgebouw maximaal het aangegeven bebouwingspercentage toegestaan.
H
Artikel 7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het gebied maximum aantal woningen en bedrijfswoningen is voor woningen en bedrijfswoningen het maximaal aangegeven aantal woningen toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
I
Het opschrift van artikel 7.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
J
Artikel 7.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het gebied maximum inhoud woongebouw is voor één woongebouw maximaal de aangegeven inhoud toegestaan.
K
Subparagraaf 7.2.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijbehorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning in het landelijke gebied worden alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning in het landelijk gebied gelden de volgende regels:
de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m² per woning bedragen, waarbij rekening mee wordt gehouden dat niet meer dan 50 % van het gebied mag worden bebouwd dat is toebedeeld met de functie waar de woning of bedrijfswoning bij hoort;
In afwijking van onderdeel a mag de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning zijn, als de grond oppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is;
bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd;
de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;
de bouwhoogte mag maximaal 6 meter zijn.
De gezamenlijke oppervlakte is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning, waarbij rekening mee wordt gehouden dat niet meer dan 50% van het gebied mag worden bebouwd dat is toebedeeld met de functie waar de woning of bedrijfswoning bij hoort.
Bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd.
De bouwhoogte is maximaal 6 meter.
De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter.
In afwijking van het tweede lid is de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning, als de grond oppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is.
In afwijking van het eerste zijn bijbehorende bouwwerken alleen binnen het gebied bijbehorende bouwwerken - Kilderseweg naast 39 toegestaan.
Voor de gronden binnen het gebied wonen VAB locatieuitsluiten vergunningvrij worden artikel 22.27 onderdeel a en b en 22.36 onderdeel a buiten toepassing verklaard en gelden de regels in dit artikel in afwijking van artikel 7.97.11.
Bijbehorende bouwwerken zijn alleen binnen het gebied bijbehorende bouwwerken VAB locatie toegestaan.
Binnen het gebied uitsluiten vergunningvrij zijn bijbehorende bouwwerken alleen binnen de activiteitlocatie bijbehorende bouwwerken specifieke locatie toegestaan.
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken magis maximaal de binnen het gebied maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken VAB aangegeven maximale oppervlakte zijn.
De goothoogte magis maximaal 3 meter zijn; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter.
De bouwhoogte magis maximaal 6 meter zijn.
L
Artikel 7.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bouwen van bijbehorende bouwwerken is alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning.
Voor woningen geldt dat maximaal 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd.
Als de bouwmogelijkheden voor de woning in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder tweedel id genoemde oppervlaktenorm.
Bijbehorende bouwwerken worden buiten het bouwvlak alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning of bedrijfswoning gebouwd.
Binnen het bouwvlak worden bijbehorende bouwwerken op één lijn met de woning of bedrijfswoning gebouwd.
Bijbehorende bouwwerken worden, wanneer rekening gehouden wordt met het bepaalde in het vierde lid, tot op de bouwperceelsgrenzen gebouwd.
De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning of bedrijfswoning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning of bedrijfswoning, vermeerderd met 30 cm, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.
De bouwhoogte is maximaal 6 meter.
Voor het bouwen van bijhorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning binnen het stedelijk gebied gelden de volgende regels:
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning zijn;
voor woningen geldt dat maximaal 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd;
als de bouwmogelijkheden voor de woning in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder a genoemde oppervlaktenorm;
bijbehorende bouwwerken mogen buiten het bouwvlak alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning of bedrijfswoning worden gebouwd;
binnen het bouwvlak mogen bijbehorende bouwwerken op één lijn met de woning of bedrijfswoning worden gebouwd;
bijbehorende bouwwerken mogen, met inachtneming van het bepaalde onder d, tot op de bouwperceelsgrenzen worden gebouwd;
de goothoogte mag maximaal 3 meter zijn; als wordt aangebouwd aan een woning of bedrijfswoning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning of bedrijfswoning, vermeerderd met 30 centimeter;
de bouwhoogte mag maximaal 6 meter zijn;
in geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 meter is, moet de afstand van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk zijn.
In geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m is, moet de afstand van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk zijn.
M
Subparagraaf 7.2.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een bijbehorend bouwwerk is alleen toegestaan binnen het bouwvlak en 1 meter achter het hoofdgebouw toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
N
Paragraaf 7.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het gebied maximum bouwhoogte bouwwerkenbouwwerk geen gebouwengebouw zijnde is de aangegeven maximale bouwhoogte vanvoor een bouwwerk geen gebouwengebouw zijnde de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij in dit planomgevingsplan anders is aangegeven.
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde is de volgende hoogte toegestaan:
In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het landelijk gebied bij de functie wonen de volgende hoogte zijn:
In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:
erf- en terreinafscheidingen op tenminste 1 meter achter de voorgevel mogen maximaal 2 meter zijn;
speeltoestellen en tuinmeubilair mogen maximaal 3,5 zijnmeter;
verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 6 meter zijn;; of
antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn.
In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het stedelijk gebied bij de functie wonen de volgende hoogte zijn:
In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:
speeltoestellen en tuinmeubilair mogen maximaal 3,5 meter zijn;
verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 6 meter zijn;
antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn;; of
afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 mmeter boven het dakvlak worden gebouwd.
In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het stedelijk gebied bij de functie groen en verkeer de volgende hoogte zijn:
In afwijking van het eerste of tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden groen, verkeer en cultuur en ontspanning - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:
In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerkenis voor een bouwwerk geen gebouwengebouw zijnde binnen het gebied water de volgende hoogte zijntoegestaan:
Alleen
Binnen het gebied natuur is alleen het bouwen van erfafscheidingen en extensieve recreatieve voorzieningen mogen worden gebouwdtoegestaan.
In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied cultuur en ontspanning - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:
In afwijking van het tweede lid zijn binnen het gebied erfafscheidingen - hoogte maximaal 1 meter erfafscheidingen van maximaal 1 meter hoog toegestaan.
In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden bedrijf en gemengd - Laborijnlocatie Doetinchem de volgende hoogte toegestaan:
speeltoestellen bij een bedrijfswoning maximaal 3,5 meter;
verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 meter;
antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter;
reclamemasten en reclamezuilen achter en tot maximaal 0,5 meter vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal de toegestane bouwhoogte als bedoeld in artikel 7.4; of
een bouwwerk vóór 0,5 meter van (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2 meter.
In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied agrarisch bedrijf gelden de volgende regels:
de bouwhoogte maximaal 1,2 meter;
realisatie van kuilvoerplaten, tunnelkassen, mestopslag, silo's, paardrijbakken en trainingsmolens zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak; of
in afwijking van het bepaalde onder a is de bouwhoogte van:
erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak en op ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, maximaal 2 meter;
bouwwerken voor kuilvoerplaten maximaal 3 meter;
trainingsmolens maximaal 6 meter;
bouwwerken voor mestopslag maximaal 8 meter, waarbij een maximale goothoogte van 6 meter geldt;
silo's, luchtwassers, antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; of
windmolens maximaal 15 meter.
De oppervlakte van
Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde magis maximaal een gezamenlijke oppervlakte van 20 m2 zijntoegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
de bouwhoogte mag maximaal 1,2 meter zijn;
realisatie van kuilvoerplaten, tunnelkassen, mestopslag, silo's, paardrijbakken en trainingsmolens zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak;
in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van:
erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak en op ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, maximaal 2 meter zijn;
bouwwerken voor kuilvoerplaten maximaal 3 meter zijn;
trainingsmolens maximaal 6 meter zijn;
bouwwerken voor mestopslag maximaal 8 meter zijn, waarbij een maximale goothoogte van 6 meter geldt;
silo's, luchtwassers, antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter zijn;
windmolens maximaal 15 meter zijn.
O
Subparagraaf 7.2.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Mest
Voor mest/co-vergistingsinstallaties zijn toegestaan als voldaan wordt aangelden de volgende regels:
er is sprake van een installatie die dierlijke meststof produceert en gericht is op een bedrijfseigen activiteit, waarbij onderscheid gemaakt kan worden in:
categorie A: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt;
categorie B: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt of naar derden afgevoerd; of
categorie C: verwerken aangevoerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt;
de maximale verwerkingscapaciteit van de installatie is 35 ton dierlijke mest per dag;
de installatie levert geen nieuwe belemmeringen op voor de omgeving en kan ook op basis van milieueisen;
de installatie heeft geen negatief effect op de verkeerskundige situatie van de omgeving; en
er zijn geen nevenactiviteiten bij het agrarische bedrijf aanwezig, zoals opgenomenals bedoeld in artikel 6.5.
P
Na subparagraaf 7.2.5.1 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:
Binnen het gebied parkeergarage is voor een parkeergarage de maximale bouwhoogte 14 meter.
Q
Paragraaf 7.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Aan het hoofdgebouw binnen het gebied wonen mag vóór het verlengde van de voorgevel een erker en/of een toegangspartij worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels:
Binnen het gebied wonen gelden voor een erker de volgende regels:
de erker wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd;
de bouwhoogte is maximaal 3 meter mag bedragen, waarbij de bouwhoogteerker niet hoger mag wordenis dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter;
de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning mag zijn;; en
de diepte is maximaal 1,5 meter mag zijn.
Binnen het gebied wonen gelden voor een toegangspartij de volgende regels:
de toegangspartij wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd;
de bouwhoogte is maximaal 3 meter, waarbij de toegangspartij niet hoger is dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter;
de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning; en
de diepte is maximaal 1,5 meter.
R
Subparagraaf 7.2.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.207.22 wordt alleen verleend als:
wordt gebouwd tot aan de zijdelingse bouwperceelgrens , als het bouwperceel aan de zijde en ter hoogte van het (geplande) hoofdgebouw grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan;
het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied;
als ook voldaan wordt aan de algemene beoordelingsregels en de overige geldende bouwregels.afstand tot het in sub a genoemde gebied minimaal 2 meter bedraagt; en
de naar de weg gekeerde bouwgrens niet wordt overschreden.
S
Subparagraaf 7.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Alleen met een omgevingsvergunning is de herbouw van een bestaande woning of bedrijfswoning op een andere locatie dan de bestaande locatie toegestaan.
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.227.24 wordt alleen verleend als:
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden, alsmede de belangen van derden mogen niet onevenredig worden aangetast;:
de geluidbelasting van het industrielawaai, wegverkeer en/of railverkeer op de gevels van de nieuwe woning is niet hoger is dan de standaardwaarden als genoemdbedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving;.
de ruimtelijke uitwerking van het plan moet aanvaardbaar zijn;
de goothoogte niet hoger is dan 4,5 meter;
de bouwhoogte niet hoger is dan 10 meter;
de inhoud niet meer bedraagt dan 750 m3.
T
Subparagraaf 7.2.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
U
Subparagraaf 7.2.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een overkapping bij de woning of bedrijfswoning vóór of op minder dan 1 meter achter de voorgevel toegestaan., als voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels uit artikel 7.27
De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 7.29 wordt alleen verleend als:
de goothoogte maximaal 3 meter mag zijnis, tenzij:
de bouwhoogte maximaal 3,5 meter mag zijnis, alstenzij wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, dan geldt een bouwhoogte dievan maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk;
de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is gesloten met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk, zoals een erfafscheiding;
de maximale oppervlakte en bebouwingspercentage zoals aangegeven in artikel 7.9 blijven gelden.
In aanvulling op het eerste lid gelden de maximale oppervlakte en bebouwingspercentage als bedoeld in artikel 7.11.
In aanvulling op het eerste lid:
In afwijking van artikelhet 7.30 eerste lid onder b kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een overkapping met een bouwhoogte van 6 meter, als de stedenbouwkundige situatie daarvoor geschikt is.
V
Subparagraaf 7.2.7.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Alleen met een omgevingsvergunning is een bouwhoogte van silo'ssilo tot een hoogtebouwhoogte van maximaal 15 meter toegestaan.
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.317.28 wordt alleen verleend als:
W
Het opschrift van subparagraaf 7.2.7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
X
Het opschrift van artikel 7.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Y
Artikel 7.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.337.30 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het realiseren van een pakketkluis geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving.
Z
Artikel 7.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.337.30 wordt alleen verleend als:
AA
Na subparagraaf 7.2.7.6 worden negen subparagrafen ingevoegd, luidende:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.33 wordt alleen verleend als:
de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel of de zijgevel van het hoofdgebouw;
de luifel maximaal 1,50 meter uit de gevel van het hoofdgebouw uitsteekt; en
de breedte van de luifel niet meer is dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 meter.
Alleen met een omgevingsvergunning is het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning in bestaande bebouwing toegestaan.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van het bedrijf.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 wordt alleen verleend als:
wordt voldaan aan de woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 12 april 2023;
uit het onderzoek over de bedrijfstechnische noodzaak voor de woning blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van de bedrijfsvoering; en
er nog geen bedrijfswoning aanwezig is.
Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel of op minder dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel toegestaan bij:
een monument;
cultuurhistorisch waardevolle bebouwing binnen het gebied cultuurhistorie; of
bebouwing met cultuurhistorische waarde binnen het gebied cultuurhistorische waarde.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarden of binnen het gebied cultuurhistorie.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 wordt alleen verleend als:
het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarde of binnen het gebied cultuurhistorie; en
het advies van de stedenbouwkundig of cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van de inhoud van een woning of bedrijfswoning met monumentale waarde of cultuurhistorische waarde toegestaan.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het vergroten van de maximale toegestane inhoud van de woning of bedrijfswoning bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 wordt alleen verleend als:
het aantal woningen niet toeneemt;
de woning of de bedrijfswoning wordt vergroot binnen de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing bebouwing of het monument;
het bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument; en
het advies van de stedenbouwkundig-cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.
Alleen met een omgevingsvergunning is één kleine woning toegestaan.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 voor het bouwen van een kleine woning op een planologisch bestaand woonerf moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt:
hoe het erf wordt ingericht;
hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of
hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:
de kleine woning is gelegen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen;
de bestaande vrijstaande woning waar de kleine woning bij gebouwd wordt is volgens de regels van dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 750 m3;
het bestaande het werkingsgebied wonen of functievlak wonen heeft een minimale oppervlakte van minimaal 1500 m2;
de goothoogte van de kleine woning is maximaal 3 meter;
de bouwhoogte van de kleine woning is maximaal 6 meter;
de kleine woning heeft een maximale inhoud van 425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2;
de oppervlakte van de kleine woning in alle gevallen kleiner is dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2;
ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd);
de kleine woning is voorzien van een kap met een maximale helling 60 graden;
de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van de kleine woning en de hoofdwoning is 3 meter;
de maximale afstand tussen de verste gevel van de kleine woning en de dichtbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter;
de minimale afstand van de kleine woning tot aan de erfgrens is 5 meter;
de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen;
parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn;
het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of
voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.
Alleen met een omgevingsvergunning is het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning toegestaan.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 voor het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt:
hoe het erf wordt ingericht;
hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of
hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:
het bestaande bijgebouw moet binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen liggen;
de kleine woning in een bestaand bijgebouw wordt gerealiseerd;
de kleine woning heeft een maximale inhoud van 425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2;
de oppervlakte van de kleine woning is in alle gevallen kleiner dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2;
ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd);
de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen;
de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van het te transformeren bijgebouwen de hoofdwoning is 3 meter;
de maximale afstand tussen de verste gevel van het getransformeerde bijgebouw en de dichtstbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter;
de minimale afstand van het getransformeerde bijgebouw tot aan de erfgrens is 5 meter;
parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn;
het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of
voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.
Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een vrijstaande woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 750 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 850 m3.
Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een twee-aaneen woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 375 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 425 m3.
Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning tot maximaal 150 m2 toegestaan.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:
Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied;
De bijbehorende bouwwerken horen bij een vrijstaande woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen;
De bijbehorende bouwwerken zijn in dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 100 m2;
bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven;
de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 150 m2;
bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd;
de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;
de bouwhoogte is maximaal 6 meter;
het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of
voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.
Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een twee-aaneen woning tot maximaal 75 m2 toegestaan.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:
Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied;
De bijbehorende bouwwerken horen bij een twee-aaneen woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen;
bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven;
de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 75 m2;
bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd;
de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;
de bouwhoogte is maximaal 6 meter;
het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of
voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.
BB
Het opschrift van paragraaf 7.2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CC
Artikel 7.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DD
Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Red: Artikel 8.1 verplaatst van paragraaf 8.1.1 naar afdeling 8.1. ]
Afdeling
Hoofdstuk 8.18 gaat over werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als de bodem wordt bewerkt.
De regels in afdeling 8.1 gelden binnen het gebied werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden.
[Red: Artikel 8.3 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]
Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 8.48.3 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 8.58.4.
[Red: Artikel 8.4 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]
Het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.
Het aanleggen van beplantingen.
Het vellen van beplantingen.
Het rooien van beplantingen.
Het aanleggen van watergangen en waterpartijen.
Het dempen van watergangen en waterpartijen.
Het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden.
Het verlagen van het (grond)waterpeil.
Het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.
Het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
[Red: Artikel 8.5 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]
Werken en werkzaamheden voor het normale onderhoud.
Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen
Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van beplantingen.
Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van (tracés van) kabels en leidingen.
Werken en werkzaamheden die al mogen op basis van een vergunning.
[Red: Artikel 8.6 verplaatst van paragraaf 8.1.3 naar afdeling 8.3. ]
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.38.2 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend. Hieruit blijkt dat de waarden binnen het gebied worden betrokken en de gevolgen van de activiteit(en) op deze waarden worden aangetoond.
[Red: Artikel 8.7 verplaatst van paragraaf 8.1.4 naar afdeling 8.4. ]
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.38.2 wordt alleen verleend als:
EE
Artikel 9.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een installatie te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven van voor warmte- of koudeopwekking, die zijn opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, waarbij op de perceelsgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie sprake is van een gecumuleerd geluidsniveau van installaties voor warmte- of koudeopwekking van meer dan 45 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels.
FF
Paragraaf 9.1.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels in paragraaf 9.1.2.1 gelden binnen het gebied afwijken standaardwaarde geluid.
Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - regels afwijken standaardwaarde geluid wegverkeer maximaal de in onderstaande tabel opgenomen waarden:
Woning | Rekenpunt | Hoogte (m +mv) | Gezamenlijk geluid Lden |
B1_W1 | 9_B | 4,5 | 65 |
B1_W2 | 7_B | 4,5 | 65 |
B2_W1 | 24_A | 3,3 | 66 |
B2_W2 | 23_A | 3,3 | 66 |
B2_W3 | 22_A | 3,3 | 65 |
B2_W4 | 19_A | 3,3 | 61 |
B2_W6 | 27_A | 3,3 | 59 |
B2_W7 | 24_B | 6,3 | 65 |
B2_W8 | 23_B | 6,3 | 65 |
B2_W9 | 22_B | 6,3 | 65 |
B2_W10 | 19_B | 6,3 | 61 |
B2_W12 | 27_B | 6,3 | 59 |
B2_W13 | 24_C | 9,3 | 65 |
B2_W14 | 23_C | 9,3 | 65 |
B2_W15 | 22_C | 9,3 | 65 |
B2_W16 | 19_C | 9,3 | 61 |
B2_W18 | 27_C | 9,3 | 58 |
B3_W1 | 47_A | 3,3 | 64 |
B3_W2 | 46_A | 3,3 | 64 |
B3_W3 | 44_A | 3,3 | 64 |
B3_W4 | 43_A | 3,3 | 64 |
B3_W5 | 42_A | 3,3 | 64 |
B3_W6 | 40_A | 3,3 | 64 |
B3_W7 | 47_B | 6,3 | 64 |
B3_W8 | 46_B | 6,3 | 64 |
B3_W9 | 44_B | 6,3 | 64 |
B3_W10 | 43_B | 6,3 | 64 |
B3_W11 | 42_B | 6,3 | 64 |
B3_W12 | 40_B | 6,3 | 64 |
B3_W13 | 47_C | 9,3 | 64 |
B3_W14 | 46_C | 9,3 | 64 |
B3_W15 | 44_C | 9,3 | 64 |
B3_W16 | 43_C | 9,3 | 64 |
B3_W17 | 42_C | 9,3 | 64 |
B3_W18 | 40_C | 9,3 | 64 |
B3_W19 | 47_D | 12,3 | 64 |
B3_W20 | 46_D | 12,3 | 63 |
B3_W21 | 44_D | 12,3 | 63 |
B3_W22 | 43_D | 12,3 | 64 |
B3_W23 | 42_D | 12,3 | 64 |
B3_W24 | 40_D | 12,3 | 64 |
B3_W25 | 47_E | 15,3 | 63 |
B3_W26 | 43_E | 15,3 | 63 |
B3_W27 | 42_E | 15,3 | 63 |
B5_W3 | 58_A | 3,3 | 60 |
B5_W6 | 53_B | 6,3 | 54 |
B5_W7 | 58_C | 9,3 | 60 |
Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Laborijnlocatie - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:
Woning | Rekenpunt | Hoogte (m +mv) | Gezamenlijk geluid Lden |
T1001 | _A | 2 | 72 |
T1001 | _B | 5 | 72 |
T1001 | _C | 8 | 72 |
T1001 | _D | 11 | 72 |
T1002 | _A | 2 | 63 |
T1002 | _B | 5 | 63 |
T1002 | _C | 8 | 63 |
T1002 | _D | 11 | 60 |
T1004 | _A | 2 | 61 |
T1004 | _B | 5 | 63 |
T1004 | _C | 8 | 63 |
T1004 | _D | 11 | 63 |
T1201 | _C | 8 | 59 |
T1201 | _D | 11 | 61 |
T1201 | _E | 14 | 62 |
T1202 | _D | 11 | 58 |
T1202 | _E | 14 | 59 |
T1204 | _A | 2 | 55 |
T1204 | _B | 5 | 57 |
T1204 | _C | 8 | 58 |
T1204 | _D | 11 | 58 |
T1204 | _E | 14 | 59 |
T1205 | _C | 8 | 57 |
T1205 | _D | 11 | 58 |
T1205 | _E | 14 | 58 |
T1206 | _C | 8 | 58 |
T1206 | _D | 11 | 58 |
T1206 | _E | 14 | 59 |
T1207 | _B | 8 | 59 |
T1207 | _C | 11 | 59 |
T1207 | _D | 14 | 60 |
T1208 | _B | 8 | 58 |
T1208 | _C | 11 | 59 |
T1208 | _D | 14 | 59 |
T1209 | _A | 5 | 56 |
T1209 | _B | 8 | 58 |
T1209 | _C | 11 | 59 |
T1209 | _D | 14 | 59 |
T1210 | _A | 5 | 57 |
T1210 | _B | 8 | 59 |
T1210 | _C | 11 | 59 |
T1210 | _D | 14 | 60 |
T401a | _A | 2 | 57 |
T401a | _B | 5 | 58 |
T401a | _C | 8 | 58 |
T401a | _D | 11 | 62 |
T401a | _E | 14 | 62 |
T401a | _F | 17 | 62 |
T401b | _A | 20 | 62 |
T401b | _B | 23 | 62 |
T401b | _C | 26 | 62 |
T401b | _D | 29 | 63 |
T401b | _E | 32 | 63 |
T401b | _F | 35 | 63 |
T403a | _E | 14 | 55 |
T403a | _F | 17 | 57 |
T403b | _A | 20 | 58 |
T403b | _B | 23 | 56 |
T403b | _C | 26 | 56 |
T403b | _D | 29 | 60 |
T403b | _E | 32 | 60 |
T403b | _F | 35 | 60 |
T404a | _A | 2 | 60 |
T404a | _B | 5 | 60 |
T404a | _C | 8 | 60 |
T404a | _D | 11 | 63 |
T404a | _E | 14 | 63 |
T404a | _F | 17 | 63 |
T404b | _A | 20 | 63 |
T404b | _B | 23 | 63 |
T404b | _C | 26 | 63 |
T404b | _D | 29 | 63 |
T404b | _E | 32 | 63 |
T404b | _F | 35 | 63 |
T405 | _A | 2 | 56 |
T405 | _B | 5 | 57 |
T405 | _C | 8 | 57 |
T405 | _D | 11 | 61 |
T405 | _E | 14 | 61 |
T406 | _A | 2 | 56 |
T406 | _B | 5 | 56 |
T406 | _C | 8 | 57 |
T406 | _D | 11 | 60 |
T406 | _E | 14 | 61 |
T413 | _A | 2 | 63 |
T413 | _B | 5 | 63 |
T413 | _C | 8 | 62 |
T413 | _D | 11 | 62 |
T501 | _A | 2 | 56 |
T501 | _B | 5 | 57 |
T501 | _C | 8 | 57 |
T501 | _D | 11 | 61 |
T501 | _E | 14 | 61 |
T501 | _F | 17 | 61 |
T502 | _A | 2 | 57 |
T502 | _B | 5 | 58 |
T502 | _C | 8 | 58 |
T502 | _D | 11 | 61 |
T502 | _E | 14 | 62 |
T502 | _F | 17 | 62 |
T507 | _A | 2 | 52 |
T507 | _B | 5 | 53 |
T507 | _C | 8 | 53 |
T507 | _D | 11 | 57 |
T507 | _E | 14 | 58 |
T507 | _F | 17 | 59 |
T601 | _A | 2 | 59 |
T601 | _B | 5 | 60 |
T601 | _C | 8 | 60 |
T601 | _D | 11 | 63 |
T601 | _E | 14 | 63 |
T602 | _C | 8 | 55 |
T602 | _D | 11 | 59 |
T602 | _E | 14 | 59 |
T605 | _A | 17 | 56 |
T606 | _A | 2 | 60 |
T606 | _B | 5 | 61 |
T606 | _C | 8 | 61 |
T606 | _D | 11 | 64 |
T606 | _E | 14 | 64 |
T606 | _F | 17 | 63 |
T607 | _A | 2 | 62 |
T607 | _B | 5 | 63 |
T607 | _C | 8 | 63 |
T607 | _D | 11 | 65 |
T607 | _E | 14 | 65 |
T607 | _F | 17 | 65 |
T608 | _A | 2 | 63 |
T608 | _B | 5 | 64 |
T608 | _C | 8 | 64 |
T608 | _D | 11 | 67 |
T608 | _E | 14 | 66 |
T608 | _F | 17 | 66 |
T611 | _A | 2 | 66 |
T611 | _B | 5 | 67 |
T611 | _C | 8 | 67 |
T611 | _D | 11 | 67 |
T611 | _E | 14 | 66 |
T612 | _A | 2 | 66 |
T612 | _B | 5 | 67 |
T612 | _C | 8 | 67 |
T612 | _D | 11 | 67 |
T612 | _E | 14 | 66 |
T613 | _A | 2 | 61 |
T613 | _B | 5 | 62 |
T613 | _C | 8 | 62 |
T613 | _D | 11 | 62 |
T613 | _E | 14 | 62 |
T614 | _B | 5 | 58 |
T614 | _C | 8 | 58 |
T614 | _D | 11 | 58 |
T614 | _E | 14 | 59 |
T619 | _D | 11 | 57 |
T701 | _E | 14 | 58 |
T709 | _A | 2 | 58 |
T709 | _B | 5 | 60 |
T709 | _C | 8 | 61 |
T709 | _D | 11 | 62 |
T718 | _B | 5 | 58 |
T718 | _C | 8 | 59 |
T718 | _D | 11 | 59 |
T718 | _E | 14 | 59 |
T719 | _A | 2 | 62 |
T719 | _B | 5 | 63 |
T719 | _C | 8 | 63 |
T719 | _D | 11 | 63 |
T719 | _E | 14 | 63 |
T720 | _A | 2 | 66 |
T720 | _B | 5 | 67 |
T720 | _C | 8 | 67 |
T720 | _D | 11 | 67 |
T720 | _E | 14 | 66 |
T722 | _E | 14 | 58 |
T724 | _A | 2 | 66 |
T724 | _B | 5 | 67 |
T724 | _C | 8 | 67 |
T724 | _D | 11 | 67 |
T725 | _A | 2 | 66 |
T725 | _B | 5 | 67 |
T725 | _C | 8 | 66 |
T725 | _D | 11 | 66 |
T726 | _A | 2 | 61 |
T726 | _B | 5 | 62 |
T726 | _C | 8 | 63 |
T726 | _D | 11 | 63 |
T727 | _A | 2 | 55 |
T727 | _B | 5 | 56 |
T727 | _C | 8 | 59 |
T727 | _D | 11 | 60 |
T901 | _A | 2 | 61 |
T901 | _B | 5 | 63 |
T901 | _C | 8 | 64 |
T901 | _D | 11 | 64 |
T905 | _A | 2 | 63 |
T905 | _B | 5 | 65 |
T905 | _C | 8 | 65 |
T905 | _D | 11 | 65 |
T906 | _A | 2 | 55 |
T906 | _B | 5 | 59 |
T906 | _C | 8 | 59 |
T906 | _D | 11 | 66 |
T909 | _C | 11 | 59 |
T910 | _A | 2 | 64 |
T910 | _B | 5 | 66 |
T911 | _A | 8 | 66 |
T912 | _A | 2 | 69 |
T912 | _B | 5 | 69 |
T913 | _A | 8 | 69 |
T914 | _A | 5 | 55 |
T914 | _B | 8 | 56 |
T916 | _A | 2 | 69 |
T916 | _B | 5 | 69 |
T916 | _C | 8 | 69 |
Voor de gevels van woningen waar de grenswaarde voor geluid wordt overschreden, zoals opgenomen in bijlage Laborijnlocatie Doetinchem - Akoestisch onderzoek, wordt bepaald dat dit ‘niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen’ zijn.
Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:
Woning | Rekenpunt | Hoogte (m +mv) | Gezamenlijk geluid Lden |
1 | 1.4 | 2 | 57 |
|
| 5 | 57 |
2 | 2.3 | 2 | 56 |
|
| 5 | 56 |
2 | 2.4 | 2 | 56 |
|
| 5 | 56 |
3 | 3.4 | 2 | 52 |
|
| 5 | 52 |
3 | 3.5 | 2 | 52 |
|
| 5 | 52 |
3 | 3.6 | 2 | 52 |
|
| 5 | 52 |
4 | 4.2 | 2 | 55 |
|
| 5 | 55 |
4 | 4.3 | 2 | 55 |
|
| 5 | 55 |
4 | 4.4 | 2 | 55 |
|
| 5 | 55 |
5 | 5.1 | 2 | 56 |
|
| 5 | 56 |
5 | 5.5 | 2 | 56 |
|
| 5 | 56 |
5 | 5.6 | 2 | 56 |
|
| 5 | 56 |
Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:
Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Rijksweg 288 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:
Woning | Rekenpunt | Hoogte (m +mv) | Gezamenlijk geluid Lden |
W4 | Wnp. 10 | 4,8 | 54 |
| Wnp. 10 | 8,5 | 54 |
W5 | Wnp. 11 | 4,8 | 57 |
| Wnp. 11 | 8,5 | 55 |
| Wnp. 12 | 4,8 | 55 |
| Wnp. 12 | 8,5 | 55 |
| Wnp. 13 | 1,9 | 57 |
| Wnp. 13 | 4,8 | 55 |
| Wnp. 13 | 8,5 | 56 |
W10 | Wnp. 25 | 4,8 | 54 |
| Wnp. 25 | 8,5 | 54 |
| Wnp. 26 | 4,8 | 55 |
| Wnp. 26 | 8,5 | 56 |
| Wnp. 27 | 4,8 | 55 |
| Wnp. 27 | 8,5 | 56 |
GG
Artikel 9.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen de gebieden evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem en evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen geldendegelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 85 db(A) | 99 db(A) | 105 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 85 db(A) | 99 db(A) | 105 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | 40 db(A) | n.v.t. | 40 db(A) |
gereserveerd
Binnen het gebied evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 50 db(A) | n.v.t. | 80 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 45 db(A) | n.v.t. | 80 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | n.v.t | n.v.t. | n.v.t. |
Binnen de gebieden evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem en evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 70 db(A) | 84 db(A) | 80 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 70 db(A) | 84 db(A) | 80 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | 40 db(A) | n.v.t. | n.v.t. |
Binnen het gebied evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 70 db(A) | 84 db(A) | 87 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 70 db(A) | 84 db(A) | 88 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | 40 db(A) | n.v.t. | n.v.t. |
Binnen het gebied evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 75 db(A) | 89 db(A) | 87 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 75 db(A) | 89 db(A) | 87 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | 40 db(A) | n.v.t. | n.v.t. |
Binnen het gebied evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 70 db(A) | 84 db(A) | 102 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 70 db(A) | 84 db(A) | 102 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | 40 db(A) | n.v.t. | n.v.t. |
Binnen de gebieden evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem, evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat, evenementenlocatie - centrum Wehl, evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl, evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Nieuw-Wehl, evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen, evenementenlocatie - centrum Gaanderen, evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen, evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen, evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem en evenementenlocatie - IJzevoorde gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 85 db(A) | 99 db(A) | 105 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 85 db(A) | 99 db(A) | 105 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | 40 db(A) | n.v.t. | n.v.t. |
Binnen het gebied evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:
Periode | Meethoogte | Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw | Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement |
07:00-19:00 uur | 1,5 meter | 50 db(A) | n.v.t. | 80 db(A) |
19:00-01:00 uur | 5 meter | 45 db(A) | n.v.t. | 80 db(A) |
01:00-07:00 uur | 5 meter | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
HH
Het opschrift van artikel 9.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
II
Artikel 9.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJ
Artikel 9.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is de eerste aanvraag van het kalenderjaar.
Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als in de periode tussen 07:00-23:00 uur:
Er is sprake van een advies van een deskundige waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het genoemde in het tweede lid.
KK
Het opschrift van artikel 9.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LL
Het opschrift van artikel 9.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Het opschrift van artikel 9.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
Artikel 9.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van artikel 9.109.15 om rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater toe te staan, als daarbij wordt voldaan aan de vereisten van artikel 11, derde lid, onder j, van de Kaderrichtlijn Water.
OO
Het opschrift van artikel 9.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PP
Artikel 9.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op het lozen van grondwater op of in de bodem, afkomstig van een activiteit als genoemdbedoeld in artikel 9.129.17 zijn de artikelen 22.138, eerste en tweede lid, en 22.139, tweede lid, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing.
Artikel 22.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als genoemdbedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als genoemdbedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.
RR
Artikel 22.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid:
Bij maatwerkvoorschrift als genoemdbedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald:
als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als genoemdbedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd;
als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en
of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.
SS
Artikel 22.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.
De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als genoemdbedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
TT
Artikel 22.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
Het eerste lid is niet van toepassing:
op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;
op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;
op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of
als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als genoemdbedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
UU
Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als genoemdbedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.
Het eerste lid is niet van toepassing als:
de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;
de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:
de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;
brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;
voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;
gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;
dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en
brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als genoemdoliesoortals bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.
ADR-klasse | Omschrijving | Verpakkingsgroep | Toegestane maximum hoeveelheid |
2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas | Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) | n.v.t. | 50 kg |
3 | Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton | II | 25 liter |
| Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten | III | 50 liter |
4.1, 4.2, 4.3 | 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met | II en III | 50 kg |
5.1 | Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide | II en III | 50 liter |
5.2 | Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide | n.v.t. | 1 liter |
1
4
Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).
VV
Het opschrift van artikel 22.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WW
Artikel 22.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen 22.27 en 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
Bij de toepassing van de artikelen 22.27 en 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als genoemdbedoeld in artikel 22.27, onder a, of 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als genoemdbedoeld in artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
XX
Artikel 22.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken:
een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
op de grond staand;
gelegen in achtererfgebied;
op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;
niet hoger dan 5 m;
de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en
niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;
een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;
voorzien van een plat dak;
gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;
onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;
bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en
zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;
een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien;
een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;
op een erf of perceel waarop al een gebouwhoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en
achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied;
achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:
een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of
een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
YY
Artikel 22.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.
Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.
Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om:
inpandige wijzigingen;
een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;
een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of
een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als genoemdbedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij:
het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of
het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als genoemdbedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.
ZZ
Artikel 22.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als genoemdbedoeld in artikel 22.29.
AAA
Artikel 22.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:
een voorbereidingsbesluit van kracht is als genoemdbedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als genoemdbedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als genoemdbedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of
een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht van kracht is als genoemdbedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.;
voor de dag van ontvangst van de aanvraag een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of
voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of
voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
BBB
Artikel 22.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.
Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg en niet voldaan wordt aan het bepaalde in dat artikel, gelden in plaats van de in artikel 22.36, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen:
CCC
Artikel 22.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:
op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen;
op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of
op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:
artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of
artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.
DDD
Artikel 22.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit
In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit:
op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en
op een niet-geluidgevoelige gevel.; en
op een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; en
op een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.
Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van:
Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als:
EEE
Artikel 22.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:
In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als:
Paragraaf 22.3.4 van de bruidsschat niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.
Paragraaf 22.3.4 is niet van toepassing op het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
FFF
Artikel 22.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
In afwijking van artikel 22.60 en artikel 22.61, het eerste en het tweede lid, zijn de regels als bedoeld in het vierde tot en met het zevende lid van dit artikel van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein.
Het derde tot en met het zevende lid is niet van toepassing op een activiteit waar:
tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn;
het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:
in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht;
in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;
geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;
geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt;
geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s;
geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en
geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;
Het derde tot en met het zevende lid is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.61, het eerste en het tweede lid, of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in het derde lid worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;
gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:
een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en
gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de activiteit als bedoeld in het derde lid wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
GGG
Artikel 22.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit:
in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en
in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.
Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit op een trillinggevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
HHH
Artikel 22.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:
In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:
In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw of geurgevoelig object waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
III
Artikel 22.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Deze paragraaf is niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
JJJ
Artikel 22.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 22.214, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:
In afwijking van artikel 22.214, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:
In afwijking van artikel 22.214, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
KKK
Artikel 22.272 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.
Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als:
deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied;
een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt;
de snelheid wordt verlaagd;
een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking;
de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of
het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:
niet meer dan 5052 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw;
als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 21 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of
als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 4841 dB: niet meer dan 21 dB meer dan de heersende waarde.
Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als:
de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging;
spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m;
spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m;
de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of
het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:
Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een geluidgevoelig gebouw:
LLL
Artikel 22.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een akoestisch onderzoek naar:
het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;
het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 21 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;
de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;
een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en
een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
MMM
Artikel 22.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.
NNN
Artikel 22.278 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid waarvoor op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een omgevingsvergunning is vereist, wordt, als die activiteit niet in strijd is met de in dat tijdelijke deel gestelde regels over het verlenen van de vergunning voor die activiteit, in afwijking van die regels de omgevingsvergunning voor die activiteit geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:
een voorbereidingsbesluit van kracht is als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of
een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht van kracht is als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.;
voor de dag van ontvangst van de aanvraag een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden;
voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of
voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht
OOO
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0222/2025/f5da37fc05c9462da3ef1d3e68e46d9a/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/7b06cca8ee314455be8cd9543556b91f/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/7b06cca8ee314455be8cd9543556b91f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/0b49cc31284b479a802666118e1178a7/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/ff2618258a70407f9afbcbd580b7d0d4/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2026/42b29e9779a6474d94569da3aa0ec83d/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/b29b28dba8af4f34b852010fc6b51a08/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/126763e1116a43d9a4992892e36a7292/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2025/9620bcbac6f44eab87d0fcd36c9fc595/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/3fca63ca8ce04744bce17dd21c2edad3/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/f76fef08426d447fbd9e5ace66b3c2e7/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/b62ac3440fdb4142be23a4749817217a/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/d2066c4e58d04873bdd590336f1a50c4/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/d2066c4e58d04873bdd590336f1a50c4/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/23b3be57b2db410b829df946c22024ea/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/23b3be57b2db410b829df946c22024ea/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/38cb04990f634bc3acab5a0f4f9bc0f5/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/38cb04990f634bc3acab5a0f4f9bc0f5/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/c758fb26d2944e00ad321fe0525fcba6/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/c2ecc2fee08f4fad99f8d74ce76d2347/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2025/9b9fc9e29bc74bfaa4b00d97110fb430/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/2650bfe51f794e0caf173e63b96b5a50/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/544240d1a9da4036a1893c90ffd5cc60/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2026/1e91f1517b914ca790804dca0289fc18/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/c2ecc2fee08f4fad99f8d74ce76d2347/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/9c5d7f8ae8f14fb088f15cd2dce841dc/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/87d5930c4af34922948fef80ef6f329e/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/83aeb96d43ba4b9aa97a0cc0ed2da418/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/83aeb96d43ba4b9aa97a0cc0ed2da418/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/4dbd1fc1ef634d40abdaa63333b7ca1b/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/b93bb62945e34089ad4289db2626cfa2/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/3edfc00ec7144223b3115b51246d3567/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/4cd7bb05c2bb4f08a84f95bcd749c85c/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2025/53be1e188c7141229375678e226b4f70/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/fd89878b99904310934f6a746e5ca6ee/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/30e3c798258a425e82acc93e2afba245/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/84c3149945e74a77853d4be62d7f7372/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/16af670e7c514568b1264c74dcc4ac5e/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/0ace2e70921b44fbaf46f708ac72c5c7/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/8e027caee8054dff80abb87f364cbe6e/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/15bf10685f384722b2236a93660b6076/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/8a3d870bc7574d7797eb8a6cba255b84/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/8a3d870bc7574d7797eb8a6cba255b84/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/8497358f33974780b1ae1a4115395b2c/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/6735b74c95044977a5589aa3eef5142c/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/c0e68a607d5b496db60319f966843d5a/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/fd57bcc41fa44431aa2fddf1e58bbbbb/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/62386f0016f0492493a860dd6622a89b/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2025/5ed9cfb4408e4c9ca715ddca31885ae5/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/869b27d58bbd42ffa89f2a54555b59a5/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/90005b3a51534e498d174f91715e8b4f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/610d8e7143f14b60a64cb67de6076703/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/be3a71ed7fe94950b6c059077df0b1ae/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2026/a0217cfb405b485f9830f83e3108814f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/82bbbbccdac74a82871fb70c391a8e4d/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/ba7acd76339340b187855f5e4525dbde/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/21b4328440ad4d49a35d5d113b2008fa/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2025/128d26d7106c48a7bda5075818c5ef37/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/3fbf21ec223a4790824c107cbb6aa2a9/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/5abbb573d8644a80bdf8c0215ac3e334/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/618417b72f5244ecb56b1559aacc011b/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/64ca61edefcd464ead767c1e860c694b/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/47171a0035a443fb9968c93a028a4fc4/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/380fb1d6d4a74721a6bf890ad95c3f97/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/c08fca7b9980456d8aad1417998ccb37/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/74ed5422ed35461b8fb8f3152b51137f/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/23521bdc18b641d39e5e9091bafbfd1c/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/23521bdc18b641d39e5e9091bafbfd1c/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/c0d89fcae33146c98a3b1fdc78f8da7f/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/c0d89fcae33146c98a3b1fdc78f8da7f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/2692224470b84f47a416e5a405418a6b/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/15a00984d732477688d401c2bf49465f/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/15a00984d732477688d401c2bf49465f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/5772a837f3404e1d817879aefbaf21ad/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/b062b39fef9448908c7861911354b7a3/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/2baa243c0ec2454dbf31058688adc518/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/22413a79fa6f4c298ff15d406cb25097/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/465896636b514bbdb282bb1eefac3470/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/8e027caee8054dff80abb87f364cbe6e/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/fef3551cbe8c4e36992b6d132b3d9318/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/a0fa5531655a4cba8b6eed09c254d384/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/57ddb305a12a4bc49314985f7dffd912/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/0b7ecd7cca5049b28c3b7729ec307667/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/20147e28cf454d838f6f00910b40fa19/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/1e4acfd84af74c6eb3bd2f085f94f6ad/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/40ab322a76414415841c3269ae194a3c/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2025/fb93097226ee4bc9b1e9c6af77e0ba93/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/144fcc46e2244a3ca74cbb0f03b98291/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/a2019d9566f949099bd2ce4b5ce1a9b8/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/7078dab3f925461f95499b8f24da0eb5/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2026/e97e1be7697b4ee1accd6ef040eab990/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/0e0594213c4043669dc0e0c46466fbdd/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/19191f23c9c0403e8befdc0dcaa7b943/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/26825c246b5f49bdbc0bacf8bc5b0c51/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/59c84b36a52c47c7be209f6d7ba19898/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/59c84b36a52c47c7be209f6d7ba19898/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/03f5c72d77c34f2cb479a542c5dd0d80/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/03f5c72d77c34f2cb479a542c5dd0d80/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/aababaca58704e5ea57b701cfd83dd31/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/aababaca58704e5ea57b701cfd83dd31/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/4eefe3a4752947eeaeaca6ec9fdce403/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/5fa6478a7991440693241fbea411a2ff/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/5fa6478a7991440693241fbea411a2ff/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/fd57bcc41fa44431aa2fddf1e58bbbbb/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/a801ba14bbc74b32b600569dc5e7f43e/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/7a687a010c644822a51df82b6f012bc6/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/bfb7d40d5e13416ba6d2892782476b52/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/bfb7d40d5e13416ba6d2892782476b52/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/62386f0016f0492493a860dd6622a89b/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/5b11255ebd6e42319b512e0256b903c0/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/5b11255ebd6e42319b512e0256b903c0/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/bb587d2289e24582a958f282642a1659/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/bb587d2289e24582a958f282642a1659/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/26fe811e910b40e2b5468afa09f5d3c2/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/0ac12b49babb490fa3569b52c9d086ac/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/8e63277737254156b1f5c74eb961f72c/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/e0ae6d49d4004acaa5f8a60d58559f97/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/f28d2a2ff7a94390b710534e430ec150/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/0219bce3711d4767b13a175a335fb85d/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/9bf5c80eee534c7882d7399b8bd15c61/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/70ad585852d243a3830e08a1975102bf/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/70ad585852d243a3830e08a1975102bf/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/8eaec91783b14bcb9f788cbd6395298b/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/ec8030a6b1c24fd784597e541ef4566f/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/ec8030a6b1c24fd784597e541ef4566f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/74a69d0a4d724d2eacb820017793f997/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/b9372f5e3a154b848b202f088a6c3fb7/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/b9372f5e3a154b848b202f088a6c3fb7/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/5c990f79c37f4fe890045af874802ba1/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/f83922d936e649b89b681db5cada1816/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/d6525ac71a834e2d8bfa9237d31b0672/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/d6525ac71a834e2d8bfa9237d31b0672/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/d5029ec07bdf448da368c693fb37992a/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/5e7f445c6b99463a9fbfe9e834ea9dd0/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/57ac3c240bd44cd6a3dc093131576fe4/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/a890240c26c744e3aabd8c0f3225d5e8/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/b73cd8dee396425a8fe3380fb2da3c5d/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/503103dfc5734cd8ae87c693e031094c/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/a9f7fa25794d40d6877a2c871dc2fe95/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/005d2dc3e361454cb61925c32bbc8f54/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/005d2dc3e361454cb61925c32bbc8f54/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/c8fc0bf61a2b4d1fa0b47664e217d324/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/bd38e60e251145ca837d2008feb1d0a7/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/bd38e60e251145ca837d2008feb1d0a7/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/5810a3f1360648bc9978bba8fc28c585/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/2baa243c0ec2454dbf31058688adc518/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/f11e439b737d4f158412baa5bab86aee/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/85fe2a7d161c4ff98fd9c7cde3d76d72/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/85fe2a7d161c4ff98fd9c7cde3d76d72/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/095fcc996fa94201963ba8a394254dd3/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/15d868a062a84573bf097467a94fdd5e/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/be0a8fe825d94cba840dd1a718d0df64/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/be0a8fe825d94cba840dd1a718d0df64/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/c745ed2919b3426996e46f39e02b39be/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/7dab7fd158334107ab58bcf2ac4c5643/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/7dab7fd158334107ab58bcf2ac4c5643/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/1e4acfd84af74c6eb3bd2f085f94f6ad/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/4fbb2f4a2ca94724a44adc231919b08d/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/4fbb2f4a2ca94724a44adc231919b08d/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/beafaaf3f8c748a7b1ad77b1e0e38363/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/1a4c61f17aba40b0aff7df0cd2ab6cb6/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/10089824b15947f6856d56f55a10f8e1/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/10089824b15947f6856d56f55a10f8e1/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/04cf0ad862144992b2bdc0fcbf4a9b1f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/172825f3658f4d72a0ede44171904838/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/e7187558249e476da0c157c11c38af03/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/b64103cb0cf7450d8f63bbc59b737ce3/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2024/b64103cb0cf7450d8f63bbc59b737ce3/nld@2026‑02‑13;12053246
PPP
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0222/2024/0f4eba31baf34372b40bc6b4559740cd/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/0f4eba31baf34372b40bc6b4559740cd/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/cd6f6c1a0e5446b480a10f89c367de21/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/cd6f6c1a0e5446b480a10f89c367de21/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/7f080e2702494309aa3fca0fc941cca4/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/7f080e2702494309aa3fca0fc941cca4/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/ca983aec140643afb1ccfea0aa26b672/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/ca983aec140643afb1ccfea0aa26b672/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/17056081414e4bfa853c6eb3c5787719/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/b29159f9ae7c4a48bd2d392128d7fa2f/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/a0932e1f910f411ea769a3d1b9545b25/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/628b47aa604341d4b139de47229728f6/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/628b47aa604341d4b139de47229728f6/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/7557ff7ab8f247f4984cd164f993fd83/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/7557ff7ab8f247f4984cd164f993fd83/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/bcf9736e28a2489a87b7aeb0238f87d9/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/bcf9736e28a2489a87b7aeb0238f87d9/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/91614e56de60489688de03048970d342/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/91614e56de60489688de03048970d342/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/ec9e04e2bc0e48bf823107aa61a569ee/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/ec9e04e2bc0e48bf823107aa61a569ee/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/76a1f1aa286745ccb58c4ddd2b6c9029/nld@2024‑10‑25;06242649
/join/id/regdata/gm0222/2024/76a1f1aa286745ccb58c4ddd2b6c9029/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/4dadeea75b444519a84aefbf38f65424/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/4dadeea75b444519a84aefbf38f65424/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2024/4533d78cbd614faf8ce73a1a39ccf5a8/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2024/4533d78cbd614faf8ce73a1a39ccf5a8/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/63a7fca72a5b4a7c9c71f45d4cb6d02a/nld@2025‑02‑13;14402460
/join/id/regdata/gm0222/2025/f034928b970741eabf1adba78d79e4e2/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/f034928b970741eabf1adba78d79e4e2/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/1c29d00a3e6e4dde99d37a50ef97693b/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/3e88ee07ec5644d9b3f06f52112ef347/nld@2025‑09‑04;11351679
/join/id/regdata/gm0222/2025/70da6a953f9349f491f002b088694f84/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/ca69caf23a74465892ebb4d1273261e5/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/344a433678284df588122fb5e0f5bc63/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/7dd16b2debce4cb896a610fd4ff2569d/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/c7a0c4484d0340349531a5283e24547f/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/029f2ae7fa8d43b4a5e7bdae592ca877/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/fd6474b7742f4a0788d97644e17dd420/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/5447d3edb98d40bda5a4b3fff098dfc4/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/8390cb75a1e1488598ee6cb208b461d2/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/cfcf8ae70db344498ceb8a622c198056/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/bc20b849fe224d7bb56b699ee2841458/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/e75a438921564667abd6d5362b34bf3a/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/80521a525b1d4c48852d237528511c1c/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2025/ab8580b89a9c4d8381f422f9a1724f83/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/regdata/gm0222/2026/b31d2eeabdde486fbb364594f8e35909/nld@2026‑02‑13;12053246
QQQ
Bijlage IV wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
een dienstverlenend beroep, waaronder een vrij beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
gebied rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden;
een bedrijf dat geheel of overwegend is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten, zoals het telen van gewassen, het fokken en/of houden van dieren, waaronder productiegerichte paardenhouderijen;
bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten, zoals het telen van gewassen, het fokken en/of houden van dieren, waaronder productiegerichte paardenhouderijen;
doeleinden die gericht zijn op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren of het telen van gewassen met uitzondering van glastuinbouw tenzij anders in dit omgevingsplan is bepaald.
de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;
een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet ex-situ, conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;
Een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;
een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;
het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Hieronder wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
een strook grond ter plaatse van en aan weerszijden van de hoogspanningslijn of -kabel die dient om de veiligheid en het ongestoord functioneren van de leiding te kunnen garanderen;
beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn (zie bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;
op het moment van inwerkingtreding van het omgevingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan;
(bedrijfs)woning(en) zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens was toegestaan;
de bouwhoogte van een bouwwerk zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens toegestane bouwhoogte;
de goothoogte van een gebouw zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk gebouw geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens toegestane goothoogte;
de stikstofdepositie ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren in de omvang zoals op 7 juli 2022 is toegestaan, het tijdstip van vaststelling van de beheersverordening, Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022, overeenkomstig:
een onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 respectievelijk artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, zoals opgenomen in bijlage Algemeen - Lijstlijst vergunningen Wet natuurbescherming of
(indien geen sprake is van een onherroepelijke vergunning als onder a bedoeld) de bestaande stikstofdepositie ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren in de omvang zoals feitelijk aanwezig en planologisch legaal in de periode van 1 jaar voorafgaand aan de vaststelling van de beheersverordening, Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022, zoals is vastgesteld op 7 juli 2022.
houtopstand die vermeld wordt op de lijst met bijzondere bomen zoals opgenomen in de bomenverordening van de gemeente Doetinchem.
opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal;
oppervlak begroeid met een dusdanig aantal bomen dat de kruinen een min of meer gesloten geheel vormen of na volgroeiing van de bomen zullen vormen;
met bos begroeid gebied;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen zijnde drank, etenswaren, verzorgingsproducten en goederen in aard en omvang daaraan gelijk te stellen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair;
beplanting met wortelstelsel dat meer dan 1 m onder het maaiveld reikt of dat naar verwachting in de toekomst zal doen.
onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak;
voorzieningen ten behoeve van diverse fauna nabij (Rijks)infrastructuur met als doel het opheffen van de barrièrewerking van genoemde infrastructuur;
al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt;
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
vormen van recreatief medegebruik, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar aard omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen.
een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, niet zijnde een carrosseriebedrijf en/of verfspuitinrichting, al dan niet met een verkooppunt voor motorbrandstoffen;
bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);
gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, zoals opgenomen in de omgevingsverordening van de provincie Gelderland;
de verdeling van de beschikbare geluidruimte per kavel passend binnen de geluidzonegrens, zoals vastgelegd op de verkavelingskaart behorend bij het zonebeheerplan (geluidruimte per m2);
een op grond van de Wet geluidhinder in het omgevingsplan vastgelegd gebied rond een industrieterrein waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van dat industrieterrein niet meer mag bedragen dan 50 dB(A);
een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, al dan niet met de daarbij behorende bergingen;
de als zodanig aangeduide lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd;
woningen met bijbehorende erven alsmede scholen, crèches en kinderopvangplaatsen met bijbehorende buitenspeelruimten, conform het voorzorgsbeleid hoogspanningsleidingen;
gebied zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland van de provincie Gelderland;
een zelfstandige verblijfsaccommodatie die naar afmetingen en inrichting specifiek bedoeld is voor een grotere groep van personen, tot uitdrukking komend in o.a. gezamenlijke faciliteiten voor logies, dagverblijf en maaltijdbereiding;
een agrarisch bedrijf waarbij de bedrijfsvoering geheel of nagenoeg geheel afhankelijk is van de grond als agrarisch productiemiddel, waaronder een grondgebonden veehouderijbedrijf;
beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen 25 jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn en waar geen afdoende beschermende kleilaag aanwezig is;
Het belangrijkste gebruik binnen een gebied;
een ondergrondse of bovengrondse verbinding met een spanningsniveau hoger dan 110 kV;
het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; de volgende specifieke vormen worden onder horeca categorie 1 begrepen:
dagzaak: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en etenswaren, beide voor consumptie ter plaatsen en waarvan de openingstijden grotendeels overeenkomen met die van een winkel;
hotel: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse;
pension: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies voor langere tijd met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of alcoholische en niet-alcoholische dranken aan de logerende gasten;
restaurant: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken aan de gasten;
snackbar/cafetaria: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van etenswaren al dan niet voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet-alcoholische dranken.
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen dranken en voedsel waarbij het doen beluisteren van muziek een wezenlijk onderdeel vormt; de volgende specifieke vormen worden onder horeca categorie 2 begrepen:
bar/café: een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek/bardancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en etenswaren, beide voor consumptie ter plaatse;
nachtbar: een bar die met name na middernacht is geopend;
discotheek/bardancing: een horecabedrijf dat tot doel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen.
het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken; de volgende specifieke vormen worden onder horeca categorie 3 begrepen:
zalencentrum/partycentrum: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het ter beschikking stellen van ruimte(n) voor onder andere feesten en andersoortige bijeenkomsten waarbij aan de gasten alcoholische en niet-alcoholische dranken, etenswaren of maaltijden worden verstrekt;
congrescentrum: een horecabedrijf waarin ten minste één grote zaal is voor het houden van bijeenkomsten, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken, etenswaren of maaltijden aan de gasten;
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn;
gebouw of gedeelte daarvan met alleen een of meer kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan;
een windturbine om energie op te wekken, deze staat op het maaiveld.
een object dat als kunst gezien wordt en een bepaalde schoonheid heeft, niet door de natuur gemaakt;
Zoogdieren of vogels die worden gehouden voor de productie (bedrijfsmatig) van vlees, eieren, melk, wol, pels of veren (bijvoorbeeld rundvee, schapen, geiten, varkens, kippen.
Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a; varkens, kippen, schapen of geiten; en b; als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1°; rundvee tot 24 maanden; 2°; kalkoenen; 3°; eenden; of 4°; parelhoenders;
Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren;
gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak (tot 4 maanden) aan personen;
gebouw of gedeelte van een gebouw met alleen logiesfuncties of nevengebruiksfuncties daarvan, waarin meer dan een logiesverblijf ligt, dat is aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute;
voor een enkel persoon of een afzonderlijke groep personen bestemd gedeelte van een logiesfunctie;
een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond;
educatieve, sociale, medische en levensbeschouwelijke voorzieningen evenals voorzieningen voor openbare dienstverlening, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;
huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
een windturbine om windenergie op te wekken ,deze staat op het dak van een gebouw.
gebied rondom een historische of monumentale windmolen met een straal van 400 m gerekend vanaf het middelpunt van de molen, gericht op een onbelemmerde windvang;
een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten;
een park waar het spelen in de natuur, het ontdekken van de natuur en natuureducatie centraal staan;
agrarisch bedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op veehouderij waarvan het voer voor de landbouwhuisdieren voor het grootste gedeelte niet geteeld wordt op de gronden die in de nabijheid van het agrarisch bouwvlak zijn gelegen en waarop de veehouderij rechten heeft;
voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorziening ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak;
een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een ondergrond, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 30 centimeter;
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afwerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend);
voor een bouwwerk dat in of op het water wordt gebouwd geldt het gemiddelde waterpeil ter plaatse ;
detailhandel, niet zijnde kringloopwinkels, in de volgende categorieën:
keukens, badkamers, sanitair en tegels;
tuinmeubelen;
woninginrichtingsartikelen (zoals meubelen, woontextiel en slaapkamerinrichting);
woningstoffering (zoals gordijnen, parket, laminaat en houtvloeren);
bouwmarkten, tuincentra, meubel- annex woontextielzaken en/of woonwarenhuizen
plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;
een beroeps- of bedrijfsmatige werkruimte, gelegen in of aansluitend aan een woning en behorend bij die woning, voor de uitoefening van medische, paramedische en andere vrije beroepen en/of administratieve of daarmee gelijk te stellen beroepen;
een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame;
een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders heeft/hebben;
Activiteit met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen.
een bouwwerk ten behoeve van opslagdoeleinden;
een huurwoning zoalsals bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
een sociale koopwoning, volgens de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023, wanneer de gemeentelijke verordening wijzigt rekening gehouden wordt met de wijziging.
de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden, berekend overeenkomstig de handreiking;
de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden, berekend overeenkomstig de handreiking.
een toestel, als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet op de kansspelen;
een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de kansspelen;
een inrichting, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid onder b van de Wet op de kansspelen.
een beleidsmedewerker van de gemeente, belast met stedenbouwkundige of cultuurhistorische adviezen
een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook alleen door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee;
een demontabel en/of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw voor huisvesting voor mantelzorg onder welke benaming ook aangeduid, doch in het spraakgebruik als woonunit wordt aangemerkt, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- en/of nachtverblijf;
een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte;
een woning die deel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneengebouwde woningen;
de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken, bekeken vanuit de fysieke leefomgeving in zijn geheel;
bergruimte onder het dak en niet voor bewoning geschikt;
de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
een woning die voorheen een functionele binding had met een bedrijf. Een voormalige bedrijfswoning kan een woning zijn bij een agrarisch bedrijf, een horecabedrijf of een bedrijf gelegen op een bedrijventerrein;
een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van verworvenheden verkregen door een academische of een hogere beroepsopleiding (Algemeen - lijst van vrije beroepen);
beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen één jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn;
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
een kavel, waarop nutsvoorzieningen aanwezig zijn, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen;
ruimte in een gebouw dat geheel is afgedekt een dak en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen;
gebied waar zonne-energie opgewekt of omgezet wordt;
een gebouw, of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en of lichamelijke verzorging behoeven. De verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan een afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn;
beplanting met een minimale hoogte van 1,75 meter;
RRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 2.4 van de Omgevingswet schrijft voor dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De regels in het omgevingsplan gaan altijd over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Een voorbeeld is het bouwen van een woonwijk, waardoor de ruimtelijke inrichting van een gebied verandert. Of het kappen van bomen, waardoor de omgeving minder groen wordt. Het omgevingsplan is daarmee juridisch primair bepalend voor de vraag welke activiteiten op welke locatie, en onder welke voorwaarden kunnen plaatsvinden. Die regels samen moeten er zorg voor dragen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het omgevingsplan doet daarmee wat voorheen in bestemmingsplannen werd geregeld. Het omgevingsplan heeft echter een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan. Het omgevingsplan kent niet de begrenzing van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Het kan namelijk regels bevatten die over heel de fysieke leefomgeving gaan. Ook regels die we kennen uit een gemeentelijke verordening, zoals de bomenverordening. Het omgevingsplan beperkt zich dus niet tot planologische aspecten. Maar is wel altijd gericht op regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Met de aard en inhoud is het omgevingsplan het instrument waarmee ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in regels worden uitgewerkt. En zodoende in juridisch bindende regels tot uitvoering worden gebracht. Het omgevingsplan (en een wijziging daarvan) bestaat juridisch uit twee onderdelen: de regeling en het besluit.
De regeling
Het onderdeel 'regeling' bestaat uit het volgende:
De regels van het omgevingsplan - juridisch bindend
De geografische informatieobjecten - juridisch bindend
Bijlagen bij de regels van de regeling - juridisch bindend
Een algemene toelichting - niet-juridisch bindend
Een artikelsgewijze toelichting (niet verplicht) - niet-juridisch bindenbindend
Het besluit
Het onderdeel 'besluit' bestaat uit het volgende:
SSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het omgevingsplan gemeente Doetinchem is in algemene zin opgebouwd vanuit de wetenschap dat iedereen via het Omgevingsloket de regels kan raadplegen die gelden op een locatie. En daarvoor niet het omgevingsplan als omgevingsdocument in het geheel hoeft te raadplegen. Dit betekent allereerst dat het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem als omgevingsdocument is opgebouwd met het oog op de beheersbaarheid door planmakers. Daarnaast betekent dit ook dat de opbouw van het omgevingsplan qua volgordelijkheid is afgeleid van de manier waarop regels in het Omgevingsloket worden getoond. Tot slot betekent bovenstaande dat aan de regels van het omgevingsplan zo veel als mogelijk werkingsgebieden zijn verbonden en voorzien zijn van kenmerken. Om zo voor burgers, bedrijven, maatschappelijke organisatie én ook plantoetsers (via het omgevingsloket) duidelijkheid te bieden welke regels op een locatie gelden en voor welke activiteiten en werkzaamheden gelden. Tegelijkertijd is dit een blijvende doorontwikkeling van het omgevingsplan.
Hoofdstuk1: ALGEMENE BEPALINGEN
Dit hoofdstuk bevat artikelen ter verwijzing naar geldende bijlagen met begrippen en meet- en rekenbepalingen voor uitlegbaarheid en interpretatie van in het omgevingsplan opgenomen regels. Ook is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid overgangsrecht opgenomen i.r.t. legaal gebruik en legale bouwwerken.
Hoofdstuk 2: DOELEN REGELS OMGEVINGSPLAN
Dit hoofdstuk bevat in algemene zin de doelen waarvoor in het omgevingsplan zijn of kunnen zijn opgenomen. Dit betekent dat alle regels in ieder geval als doel hebben een evenwichtige toedeling van functies aan locatie te bereiken. Daarnaast kunnen regels ook in het omgevingsplan zijn opgenomen met het oog op het bredere maatschappelijke doel van de Omgevingswet. Dit betekent dat regels in het omgevingsplan niet per definitie moeten bijdragen aan allee doelen die genoemd zijn in relatie tot het maatschappelijke doel van de Omgevingswet.
Hoofdstuk 3: GERESERVEERD
Hoofdstuk 4: REGELS OVER BIJZONDERE GEBIEDEN
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die verbonden zijn aan waardegebieden, beperkingengebieden en aandachtsgebieden. De paragraaf waardengebieden bevat regels die bepaalde waarden dan wel kwaliteiten in de fysieke leefomgeving moeten borgen. Het gaat bijvoorbeeld over archeologie, het Gelders Natuurnetwerk en cultuurhistorie. De paragraaf beperkingenbieden bevat regels die het gebruik van gronden en bouwen van bouwwerken kunnen beperken. Het gaat bijvoorbeeld om regels die verbonden zijn aan de aanwezigheid van leidingen, riolering en risicobronnen. In de paragraaf aandachtsgebieden kunnen gebieden met bijbehorende regels worden opgenomen die, in relatie tot externe veiligheid, een veilige leefomgeving moeten waarborgen. Daarnaast kan het gaan om gebieden waarbinnen het geluid op geluidgevoelige gebouwen ondanks aanwezigheid van verkeerswegen, spoorwegen en/of industriegebieden aanvaardbaar moet zijn.
Hoofdstuk 5: ALGEMENE REGELS OVER GEBRUIK EN/OF BOUWEN
Dit hoofdstuk bevat allereerst regels over indieningsvereisten en beoordelingsregels. In hoofdstuk 22 staan indieningsvereisten c.q. aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor bepaalde activiteiten die vanuit voormalige regelingen van het Rijk zijn overgedragen aan gemeenten. Deze worden met regels in dit hoofdstuk onverkort van toepassing verklaart voor dat wat, voor zover relevant, in de overige hoofdstukken is geregeld over activiteiten. Tegelijkertijd kunnen voor het indienen en beoordelen van een omgevingsplanactiviteit ook andere c.q. aanvullende gemeentelijke indieningsvereisten en beoordelingsregels van toepassing zijn. Met regels in dit hoofdstuk wordt de verhouding tussen indieningsvereisten c.q. aanvraagvereisten en beoordelingsregels in hoofdstuk 22 en overige hoofdstukken van het omgevingsplan geregeld. Op termijn worden de regels uit hoofdstuk 22 geintergreerd in andere hoofdstukken van het omgevingsplan. Daarnaast bevat het hoofdstuk algemene bouw- en gebruiksregels. Dit zijn dus regels die in algemene zin voor een ieder/voor elke situatie geldt.
Hoofstuk 6: FUNCTIEGERELATEERDE REGELS OVER GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN
In dit hoofdstuk staan per functie (bijvoorbeeld Wonen, Groen, Verkeer, Detailhandel) regels over het algemeen toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Ook is opgenomen in welke gevallen met een omgevingsvergunning als binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van regels. Om inzicht te geven in hoe een verzoek daarvoor wordt beoordeeld, zijn bij iedere omgevingsplanactiviteit beoordelingsregels opgenomen. Ook is opgenomen of bepaalde gegevens en bescheiden worden verwacht om tot een beoordeling te kunnen komen. Dit zijn de indieningsvereisten.
Hoofdstuk 7: REGELS OVER BOUWEN, INSTANDHOUDEN EN GEBRUIKEN VAN BOUWWERKEN
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het bouwen, instandhouden en gebruiken van bouwwerken. Binnen dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen en regels die gelden voor specifieke locaties. Ook is opgenomen in welke gevallen met een omgevingsvergunning als binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van regels. Om inzicht te geven in hoe een verzoek daarvoor wordt beoordeeld, zijn bij iedere omgevingsplanactiviteit beoordelingsregels opgenomen. Ook is opgenomen of bepaalde gegevens en bescheiden worden verwacht om tot een beoordeling te kunnen komen. Dit zijn de indieningsvereisten.
Hoofdstuk 8: REGELS OVER HET UITVOEREN VAN WERKEN, NIET ZIJNDE EEN BOUWWERK, OF VAN WERKZAAMHEDEN
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het uitvoeren van werken en werkzaamheden, bijvoorbeeld het aanleggen verhardingen en beplantingen.
Hoofdstuk 9: REGELS OVER MILIEU
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over onderwerpen die gaan over milieu, zoals geur en geluid. Daarmee wordt mede met dit hoofdstuk het thema milieu geintergreerd in het omgevingsplan. Dit hoofdstuk zal gedurende de periode tot 2032 verder vulling krijgen met regels die gaan over milieu(belastende activiteiten).
Hoofdstuk 10 tot en met 21: Gereserveerd
Deze hoofdstukken zijn gereserveerd voor toekomstige invulling.
Hoofdstuk 22: ACTIVITEITEN (de Bruidsschat)
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een groot aantal rijksregels overgedragen aan gemeenten. Die overdracht vond plaats met de zogenaamde bruidsschat. Deze bruidsschat is van rechtswege toegevoegd aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op 25 maart 2023 heeft de gemeente Doetinchem deze voormalige rijksregels technisch in beheer genomen (juridisch geldend vanaf 27 maart 2023).
Hoofstuk 23: Slotbepalingen
De slotbepalingen bevat de citeertitel van het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem.
Bijlage I Overzicht informatieobjectenInformatieobjecten
Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat een overzicht van locaties die het werkingsgebied van een juridische regel of tekst vastlegt. Door in de tekst van het omgevingsplan naar het informatieobject te verwijzen krijgt het informatieobject juridische status en is het dus juridisch bindend.
Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen
Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat bijlagen die verbonden zijn aan regels in het omgevingsplan. Door in regels van het omgevingsplan naar de bijlage te verwijzen krijgt het de bijlage juridische status en is het dus juridisch bindend.
Bijlage III BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN
Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat de definitie van begrippen die voorkomen in regels in hoofdstuk 22 in het omgevingsplan. Dit draagt bij aan de uitlegbaarheid en interpretatie van regels.
Bijlage IV Begrippen
Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat de definitie van begrippen die worden gebruikt in de regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan. Dit draagt bij aan de uitlegbaarheid en interpretatie van regels.
Toelichting (algemeen en artikelsgewijs)
De toelichting op het omgevingsplan bestaat uit twee onderdelen. Een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. In het artikelsgewijs deel kan per artikel worden uitgelegd wat de concrete strekking ervan is, en met het oog op welke specifieke doelen de regels in het artikel zijn gesteld. In sommige gevallen bevat die artikelsgewijze uitleg ook een juridische of beleidsmatige onderbouwing. De algemene en artikelsgewijze toelichting op het omgevingsplan zijn niet juridisch bindend.
TTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De gemeente Doetinchem wijzigt het omgevingsplan in principe op twee momenten per jaar. Voor meerdere locaties en/of onderwerpen wordt dan tegelijkertijd in één procedure en met één wijzigingsbesluit het omgevingsplan gewijzigd. Dit noemen we ook wel een veegplan. Op deze manier kan de onderlinge samenhang beter worden geborgd en kan met risico’s op samenloop beter worden omgegaan. Meer informatie hierover is te vinden via doetinchem.nl/omgevingsplan-wijzigen.
UUU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In deze paragraaf zijn de wijzigingen van het omgevingsplan gemeente Doetinchem opgenomen waarover door de gemeenteraad een besluit is genomen. Alle door de gemeenteraad vastgestelde wijzigingen zijn te raadplegen via officielebekendmakingen.nl en omgevingswet.overheid.nl.
Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G
Met dit wijzigingsbesluit zijn voor de volgende locaties de regels in het omgevingsplan gewijzigd:
Locatie | Inhoud |
Terborgseweg naast 119 Doetinchem | Realisatie van 54 woningen |
IJzevoordseweg 7 Doetinchem | Realisatie van 1 woning in combinatie met sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen |
Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl | Vormverandering en vergroting agrarische bouwvlak waarvan een deel wordt uitgesloten van het houden van landbouwhuisdieren en andere activiteiten die geur veroorzaken |
Gehele grondgebied | Verwerking instructieregels grondwaterkwaliteit provincie Gelderland |
Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-2G
Met dit wijzigingsbesluit zijn voor de volgende locaties de regels in het omgevingsplan gewijzigd:
Locatie | Inhoud |
Akkermansweg 2 Gaanderen | Vormverandering van het agrarische bouwvlak |
Bultensweg 12 + 14 Doetinchem | Realisatie van drie nieuwe woningen, waarvan twee in één woongebouw en één vrijstaande woning met bijbehorende bijgebouwen door sloop van de voormalige agrarische bebouwing |
Evenementenlocatie 6 Simonsplein Dtc | Het opsplitsen van de evenementenlocatie ‘6 Simonsplein Dtc’ in twee aparte evenementenlocaties, Binnenstad Doetinchem en Mark Tennantplantsoen. |
Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-1G
Met dit wijzigingsbesluit zijn voor de volgende locaties de regels in het omgevingsplan gewijzigd:
Locatie | Inhoud |
Amphionpark Doetinchem | Realisatie van maximaal 130 woningen en appartementen |
Dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen | Het beleidsarm omzetten van een deel van de voormalige dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen van het tijdelijke deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan |
Wijzigen percelen De Zumpe, Grote Beek, Ellegoor, Barlham, e.o. | Het omzetten van enkele percelen van agrarisch (met waarden) naar de functies natuur en groen |
Twee kavels Plantage Allée | Wijzigen van het bouwvlak en de bouwhoogte |
Locatie | Inhoud |
Amphionpark Doetinchem | Realisatie van maximaal 130 woningen en appartementen |
Dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen | Het beleidsarm omzetten van een deel van de voormalige dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen van het tijdelijke deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan |
Wijzigen percelen De Zumpe, Grote Beek, Ellegoor, Barlham, e.o. | Het omzetten van enkele percelen van agrarisch (met waarden) naar de functies natuur en groen |
Twee kavels Plantage Allée | Wijzigen van het bouwvlak en de bouwhoogte |
Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G
Locatie | Inhoud |
Oude Terborgseweg 313 Doetinchem | Splitsing van een bestaande woning naar twee zelfstandige woningen |
Akkerhof Gaanderen | Realisatie van maximaal 18 woningen |
Heijendaalseweg 3 Wehl | Beëindiging van het varkensbedrijf en starten van een akkerbouwbedrijf met hovenierswerkzaamheden als nevenactiviteit |
Notenstraatje 1 Wehl | Beëindiging van de varkenshouderij en het opstarten van een akker- en weidebouwbedrijf |
Ribesstraat 4 Gaanderen | Realisatie van maximaal 27 woningen en het slopen van de bedrijfshallen |
Rijksweg 288 Gaanderen | Realisatie van maximaal 10 woningen. Hiervoor wordt de voormalige dansschool 'Berentsen' met de naastgelegen bedrijfswoning gesloopt |
Kempsestraat 1 - 3 Wehl | Realisatie van vier nieuwe woningen in twee woongebouwen met bijbehorende bijgebouwen. Hiervoor wordt de agrarische bebouwing gesloopt |
Kilderseweg naast 39 Doetinchem | Realisatie van vijf woningen |
Laborijnlocatie Doetinchem | Mogelijk maken om deze locatie binnen de Spoorzone te ontwikkelen in een hoogstedelijk gemengd gebied. Er komt zowel ruimte voor wonen (maximaal 472 woningen) als voor werken, gecombineerd met onder andere maatschappelijke en culturele functies |
Cultuur en ontspanning | Het beleidsarm omzetten van de functie Cultuur & ontspanning naar het nieuwe deel van het omgevingsplan |
Evenemententerreinen | Het beleidsarm omzetten van de evenemententerreinen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan en het toevoegen van drie reeds in gebruik zijnde evenemententerreinen |
Percelen nabij Wrangelaan en Akkermansbeek/Hertelerweg, buitengebied Doetinchem | Het omzetten van een aantal percelen naar de functie natuur |
Wonen landelijk gebied | Het opnemen van drie beleidsregels uit het vastgestelde programma 'Wonen landelijk gebied' |
VVV
Na sectie ' Omgevingsplanactiviteit nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
De regels in deze afdeling hebben als doel het functioneren van molens te waarborgen. Molens zijn beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken die afhankelijk zijn van voldoende windvang en een open omgeving. Wanneer de wind wordt belemmerd door bebouwing, beplanting of ophogingen in de directe nabijheid, kan de molen niet meer goed draaien en gaat een belangrijk deel van de waarde van het monument verloren. Ook het zicht op de molen als onderdeel van het landschap speelt hierbij een belangrijke rol.
Daarom is in deze afdeling vastgelegd dat in een gebied rond de molen, de zogenoemde molenbiotoop, beperkingen gelden voor bouwen en voor bepaalde werken en werkzaamheden. Binnen een straal van 100 meter van de molen mogen bouwwerken niet hoger zijn dan de onderste punt van een verticaal staande wiek. In het gebied tussen 100 en 400 meter wordt de maximaal toegestane bouwhoogte berekend aan de hand van een formule waarin zowel de afstand tot de molen, de askophoogte en de openheid van het landschap een rol spelen. Op die manier wordt rekening gehouden met de feitelijke situatie ter plaatse en blijft de windvang zoveel mogelijk behouden. Bestaande, rechtmatig vergunde bouwwerken die niet aan deze eisen voldoen, blijven toegestaan.
Voor het bouwen van nieuwe bouwwerken of het uitvoeren van werkzaamheden die de werking van de molen zouden kunnen beïnvloeden, zoals het aanplanten van hoge beplanting, het ophogen van gronden of het plaatsen van installaties, is een omgevingsvergunning vereist. Bij de beoordeling van zo’n vergunning wordt nagegaan of het functioneren van de molen gewaarborgd blijft. Daarbij wordt ook het advies van de provincie betrokken, aangezien deze een rol heeft in de bescherming van molenbiotopen. Normaal onderhoud en beheer zijn hiervan uitgezonderd, omdat deze geen wezenlijke invloed hebben op de windvang of het zicht.
Met deze regels wordt beoogd een zorgvuldige afweging te maken tussen ruimtelijke ontwikkelingen en het behoud van de molen als functionerend en beleefbaar erfgoed. Zo blijft de molenbiotoop beschermd en behouden molens hun waardevolle rol in het landschap.
WWW
Sectie ' Aanvang evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem' wordt geplaatst na sectie ' Molenbiotoop'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen in deze subparagraaf bepalen dat voor maximaal één evenement per kalenderjaar binnen het gebied 'evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem' een uitzonderlijke begintijd van 06:00 uur kan worden toegestaan. Dit kan alleen als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Zonder deze vergunning geldt de standaard begintijd zoals staat in artikel 6.174.117 derde lid.
XXX
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Aanvang evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYY
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZ
Sectie ' Geur - emissiepunten en emissiebronnen verboden' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel heeft betrekking op de parkeervoorzieningen binnen het gebied Besluitgebied - Terborgseweg naast 119 in Doetinchem. Het doel van dit artikel is om specifieke parkeernormen en -voorwaarden vast te stellen, die afwijken van de algemene bepalingen in dit omgevingsplan. Deze afwijkingen zijn bedoeld om aan de parkeerbehoeften van het gebied te voldoen en een functionele en efficiënte parkeeroplossing te bieden.
[Vervallen]
BBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.10 regelt de mogelijkheden voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken binnen het gebied 'wonen VAB locatie'. VAB staat voor vrijkomende agrarische bebouwing, wat betekent dat het gebied bedoeld is voor herontwikkeling van voormalige agrarische gebouwen naar een woonfunctie. Dit artikel wijkt af van artikel 7.9 in dit omgevingsplan en verklaart de artikelen 22.27 en 22.36 buiten toepassing. Hiermee wordt een specifieke regeling getroffen voor dit gebied.
Binnen het aangewezen gebied zijn bijbehorende bouwwerken uitsluitend toegestaan binnen het daarvoor aangegeven gebied. Daarnaast wordt de gezamenlijke oppervlakte van deze bouwwerken beperkt tot de in het plan aangegeven maximale oppervlakte. Dit voorkomt een te intensieve bebouwing en waarborgt een evenwichtige ruimtelijke inrichting.
Artikel 7.12 regelt de mogelijkheden voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken binnen het gebied 'uitsluiten vergunningsvrij'. Dit betreft locaties met een woonfunctie waar, gelet op de ruimtelijke en landschappelijke context, is gekozen voor een specifieke regeling voor bijbehorende bouwwerken.
Dit artikel wijkt af van artikel 7.11 in dit omgevingsplan en verklaart de artikelen 22.27, onderdelen a en b en 22.36, onderdeel a, buiten toepassing. Hierdoor is het vergunningsvrij realiseren van bijbehorende bouwwerken binnen dit gebied niet toegestaan. In plaats daarvan geldt een afzonderlijk beoordelingskader dat is opgenomen in dit artikel.
Bijbehorende bouwwerken zijn alleen toegestaan binnen de aangewezen activiteitlocatie. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is gemaximeerd tot de in de omgevingsnorm aangegeven maximale oppervlakte. Dit voorkomt een te intensieve bebouwing en waarborgt een evenwichtige ruimtelijke inrichting.
De
Tot slot zijn regels stellen tevens grenzen aanopgenomen voor de bouwhoogtenhoogtematen. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter, tenzij het bouwwerk wordt aangebouwd aan een woning. In dat geval mag de goothoogte de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning met 30 centimeter overschrijden. De maximale bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken is vastgesteld op 6 meter. Deze beperkingen zorgen ervoor dat de bebouwing in harmonie blijft metbijbehorende bouwwerken passen bij de bestaande woningen en de ruimtelijke kwaliteitschaal van de omgeving gewaarborgd wordtbestaande woningen.
EEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFF
Na sectie ' Terborgseweg naast 119 Doetinchem' worden vier secties ingevoegd, luidende:
Afwijken standaardwaarde geluid
In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de standaardwaarde voor geluid. Het gezamenlijke geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.
Overschrijden grenswaarde
In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de grenswaarde voor geluid.
In het omgevingsplan is bepaald dat de betreffende gevels niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen zijn. Aan deze gevels moeten bouwkundige maatregelen getroffen worden die:
bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of
borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde.
Geluidbeperkende maatregelen
Een overschrijding van de standaardwaarde of de grenswaarde voor geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegelaten, omdat er geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaard- of grenswaarde geluid te voldoen.
Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde of de grenswaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.
Bronmaatregelen
Het toepassen van een geluidreducerend wegdektype stuit tegen bezwaren van civieltechnische aard. Een geluidreducerend wegdektype wordt uit civieltechnisch oogpunt namelijk niet toegepast nabij kruispunten van wegen vanwege wringend verkeer. Daarbij gaat het om relatief korte stukken weg waardoor de kosten niet opwegen tegen de baten.
Het verlagen van de maximumsnelheid op de omliggende wegen Ambachtsstraat en Hamburgerbroeklaan is een optie om de geluidbelasting op woningen terug te brengen. Deze maatregel maakt onderdeel uit van het Mobiliteitsplan Doetinchem 2036 en wordt dus in dit kader doorgevoerd.
Overdrachtsmaatregelen
Het realiseren van geluidscherm of grondwal als geluidreducerende overdrachtsmaatregel in dit binnenstedelijke plan stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard.
Het vergroten van de afstand van de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen tot de geluidsbronnen zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk gezien de beschikbare ruimte.
Geluidwering gevels
Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl.
De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.
Geluidluwe gevel
Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Er worden maatregelen getroffen aan de gebouwen, zodat alle woningen in het bezit zijn van een geluidluwe gevel.
Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid
Meerdere gevels vallen in de geluidklasse goed, terwijl een deel van de gevels in de klassen redelijk tot slecht vallen, met een enkele gevel zelfs de klasse zeer slecht.
Voor deze gevels worden nog maatregelen getroffen om te voldoen aan het geluidbeleid en de eisen voor het binnenniveau. Hiermee heeft elke woning een geluidluwe gevel. Met deze maatregelen, en rekening houdend met de kenmerken van de drukke binnenstedelijke locatie en het belang van woningbouw in Doetinchem, kan het gecumuleerd geluid als acceptabel worden beschouwd.
Afwijken standaardwaarde geluid
In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl. Het gezamenlijke geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.
Geluidbeperkende maatregelen
Een overschrijding van de standaardwaarde voor geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegelaten, omdat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Het geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is niet hoger dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u Bkl.
Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.
De A18 is al voorzien van een stil 1-laags ZOAB wegdek. Daarmee is deze bronmaatregel al getroffen. De waarde van het geluid zou verder af kunnen nemen door het vervangen van het 1-laags ZOAB door een 2-laags ZOAB. Omdat deze maatregel zou moeten worden genomen om de waarde van het geluid op slechts enkele woningen terug te brengen stuit deze maatregel op financiële bezwaren.
De maximumsnelheid op de A18 bedraagt 115 km/uur voor lichte motorvoertuigen (rekensnelheid volgens het Geluidregister). Het terugbrengen van de snelheid op een autosnelweg ten behoeve van het terugbrengen van de geluidbelasting op slechts enkele woning is niet haalbaar en is niet verder uitgewerkt.
De Kildersweg heeft een wegverharding DAB (referentiewegdek). Door toepassing van een geluidsreducerend wegdek (dunne deklagen A) op het deel van de weg van ca. 100 meter dat direct langs de voorgenomen woningen loopt kan een reductie van 2 dB worden bereikt. Dan zal de standaardwaarde voor gemeentewegen op alle waarneemhoogten niet meer worden overschreden. Echter is de maatregel door het kleine aantal woningen binnen de ontwikkeling niet doelmatig.
Het plaatsen van een effectief geluidsscherm langs de A18 of de Kildersewg is niet gewenst vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt. Ook zullen de kosten voor het plaatsen van een scherm dusdanig hoog zijn dat dit vanuit financieel oogpunt niet rendabel is voor het plan. Het aanleggen van een geluidswal is niet gewenst gezien het ruimtebeslag hiervan.
Het vergroten van de afstand van de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen tot de wegen zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk gezien de beschikbare ruimte.
Geluidwering gevels
Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl.
De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.
Geluidluwe gevel
Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Er worden maatregelen getroffen aan de gebouwen, zodat alle woningen in het bezit zijn van een geluidluwe gevel.
Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid
De planlocatie ligt aan de Kilderseweg en nabij de snelweg A18. Het geluid afkomstig van het wegverkeerslawaai van deze wegen overschrijdt de standaardwaarde voor geluid. De overschrijdingen bedragen respectievelijk 4 dB en 1 dB. Het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat bij het bouwplan is overwegend te kwalificeren als redelijk tot matig. Hiermee is ook het gecumuleerde geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar.
Afwijken standaardwaarde geluid
In het omgevingsplan worden een nieuw geluidgevoelig gebouw toegelaten waarbij het geluid op de gevel van het gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl. Het gezamenlijke geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.
Geluidbeperkende maatregelen
Een overschrijding van de standaardwaarde voor geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw wordt toegelaten, omdat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Het geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw is niet hoger dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u Bkl.
Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.
De A18 is al voorzien van een stil 1-laags ZOAB wegdek. Daarmee is deze bronmaatregel al getroffen. De waarde van het geluid zou verder af kunnen nemen door het vervangen van het 1-laags ZOAB door een 2-laags ZOAB. Omdat deze maatregel zou moeten worden genomen om de waarde van het geluid op één woning terug te brengen stuit deze maatregel op financiële bezwaren.
De maximumsnelheid op de A18 bedraagt 115 km/uur voor lichte motorvoertuigen (rekensnelheid volgens het Geluidregister). Het terugbrengen van de snelheid op een autosnelweg ten behoeve van het terugbrengen van de geluidbelasting op één woning is niet haalbaar en is niet verder uitgewerkt.
De planlocatie is voor een deel al van de A18 afgeschermd door een scherm aan de zuidzijde van de Rijksweg. Daarmee is deze maatregel in de overdracht al getroffen. De waarde van het geluid zou verder kunnen worden teruggebracht door het verlengen van dit scherm. Omdat deze maatregel zou moeten worden genomen om de waarde van het geluid op één woning terug te brengen stuit deze maatregel op financiële bezwaren.
Het vergroten van de afstand van het nieuwe geluidgevoelige gebouw tot de Rijksweg A18 zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk, omdat de nieuwe woning gerealiseerd wordt in een bestaand gebouw.
Geluidwering gevels
Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl.
De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.
Geluidluwe gevel
Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Het nieuwe geluidgevoelige gebouw heeft geluidluwe gevels.
Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid
De planlocatie ligt aan de Oude Terborgseweg en nabij de A18. Alleen het geluid afkomstig van het wegverkeerslawaai van de A18 overschrijdt de standaardwaarde voor geluid. De overschrijding bedraagt 1 dB. Het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat bij het bouwplan is overwegend te kwalificeren als redelijk. Hiermee is ook het gecumuleerde geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar.
Afwijken standaardwaarde geluid
In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl. Het gezamenlijke geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.
Geluidbeperkende maatregelen
Een overschrijding van de standaardwaarde voor geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegelaten, omdat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Het geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is niet hoger dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u Bkl.
Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.
Ten opzichte van het bestaande dichte asfaltbeton is een geluidsreductie van 2,8 dB haalbaar door het toepassen van een dunne deklaag type A op de Rijksweg Gaanderen. Door het toepassen van dit wegdek wordt de standaardwaarde van 53 dB nog steeds overschreden op de nieuwe woningen door de Rijksweg. De hoogste geluidsbelasting bedraagt 54 dB door het toepassen van een dunne deklaag type A. Het vervangen van het huidige dicht asfaltbeton op de Rijksweg door een stiller wegdek is financieel niet rendabel aangezien er slechts 10 woningen wordt gerealiseerd.
Het plaatsen van een effectief geluidsscherm langs de Rijksweg is niet gewenst vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt. Ook zullen de kosten voor het plaatsen van een scherm dusdanig hoog zijn dat dit vanuit financieel oogpunt niet rendabel is voor het plan. Het aanleggen van een geluidswal is niet gewenst gezien het ruimtebeslag hiervan.
Het vergroten van de afstand van de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen tot de wegen zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk gezien de beschikbare ruimte.
Geluidwering gevels
Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl.
De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.
Geluidluwe gevel
Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Er worden maatregelen getroffen aan de gebouwen, zodat alle woningen in het bezit zijn van een geluidluwe gevel.
Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid
De planlocatie ligt aan de Rijksweg in Gaanderen. Het geluid afkomstig van het wegverkeerslawaai van deze weg overschrijdt de standaardwaarde voor geluid. De overschrijding bedraagt ten hoogste 3 dB. Het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat bij het bouwplan is overwegend te kwalificeren als redelijk tot matig. Hiermee is ook het gecumuleerde geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar.
GGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen in deze subsubparagraaf bepalen dat voor maximaal één evenement per kalenderjaar binnen het gebied 'evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem' een hoger geluidniveau kan worden toegestaan. Dit kan alleen als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Zonder deze vergunning geldt het geluidniveau zoals vastgelegd in artikel 9.49.9.
IIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/pubdata/gm0222/2026/1589f1e4ee144a359d84896ad9545731/nld@2026‑02‑13;12053246
/join/id/pubdata/gm0222/2026/409d5d0dfd4d4140ad0e8910c2c70b4a/nld@2026‑02‑13;12053246
De onderbouwing waarom het omgevingsplan wordt gewijzigd voor de locaties en/of onderwerpen die genoemd zijn in de aanhef, is opgenomen in het document 'Toelichting planonderdelen wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G'. Dit document is te raadplegen via doetinchem.nl/wijziging-2025-2G. Daarnaast wordt verwezen naar de NOTA VAN AANPASSINGEN en de Nota van zienswijzen. Deze zijn als bijlagen aan dit besluit toegevoegd.
Voor de onderdelen van het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' zijn, voor zover nodig, onderbouwingen opgesteld. Hierin is onderbouwd hoe de wijziging van het omgevingsplan zich verhoudt tot beleid van het Rijk, provincie, waterschap en gemeente. Dit geldt ook voor instructieregels van Rijk en/of provincie. Daarnaast zijn in de onderbouwingen relevante omgevingsaspecten beschreven en zijn uitkomsten van eventueel onderzoek opgenomen. Op basis van de opgestelde onderbouwingen en bijbehorende bijlagen is geconcludeerd dat wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De opgestelde onderbouwingen en, voor zover van toepassing, bijbehorende onderzoeken zijn op het besluit betrekking hebbende stukken.
Artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat bij de vaststelling van een omgevingsplan gemotiveerd moet worden hoe bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarom heeft over het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' afstemming plaatsgevonden met de relevante bestuursorganen, onder andere met de provincie en het waterschap. De afstemming heeft plaatsgevonden op basis van de opgestelde onderbouwingen. De uitkomsten van de afstemming zijn te raadplegen in het document 'Toelichting planonderdelen wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' via doetinchem.nl/wijziging-2025-2G.
De stukken die betrekking hebben op het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' en dienen ter onderbouwing van het besluit zijn tijdens de procedure, tot het wijzigingsbesluit onherroepelijk is, te raadplegen via doetinchem.nl/wijziging-2025-2G.
Plan-m.e.r.-beoordeling
Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' vormt het kader voor de realisatie van de in het besluit opgenomen planonderdelen. Met het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' worden de planologische randvoorwaarden vastgelegd waarbinnen deze ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Gelet hierop is sprake van een plan in de zin van de Omgevingswet waarvoor moet worden beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Daarom is een plan-m.e.r.-beoordeling aan de orde.
Geen aanzienlijke milieueffecten
De milieueffecten de planonderdelen zijn beschreven in de opgestelde onderbouwingen. Hieruit blijkt dat deze ontwikkelingen geen aanzienlijk effect op het milieu hebben. Op basis van deze informatie wordt ook geconcludeerd dat het wijzigingsbesluit als plan (de ruimtelijke ontwikkelingen gezamenlijk) geen aanzienlijke effecten op het milieu hebben. Het plan zorgt niet voor significante wijzigingen op het gebied van geluid, lucht(kwaliteit), geur of verkeersintensiteiten. Ook beïnvloedt het plan geen andere plannen in of buiten de gemeente Doetinchem. Op basis van voorgaande is geen plan-m.e.r. vereist.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-72559.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.