U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G

De raad van de gemeente Doetinchem;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders over ‘Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G’;

overwegende dat,

 

  • a.

    gelet op het bepaalde in artikel 2.4 Omgevingswet de gemeenteraad bevoegd is het omgevingsplan gemeente Doetinchem te wijzigen;

  • b.

    het wijzigingsbesluit betrekking heeft op de volgende 13 planonderdelen:               

    • 1.

      Oude Terborgseweg 313, Doetinchem;

    • 2.

      Akkerhof, Gaanderen;

    • 3.

      Heijendaalseweg 3, Wehl;

    • 4.

      Notenstraatje 1, Wehl;

    • 5.

      Ribesstraat 4, Gaanderen;

    • 6.

      Rijksweg 288, Gaanderen;

    • 7.

      Kempsestraat 1 – 3, Wehl;

    • 8.

      Kilderseweg naast 39, Doetinchem;

    • 9.

      Laborijnlocatie, Doetinchem;

    • 10.

      Cultuur en ontspanning;

    • 11.

      Evenemententerreinen;

    • 12.

      Percelen nabij Wrangelaan en Akkermansbeek/Hertelerweg, buitengebied Doetinchem;

    • 13.

      Wonen landelijk gebied;

  • c.

    het ontwerpwijzigingsbesluit en de daarop betrekking hebbende stukken, met ingang van donderdag 27 november 2025 zes weken ter inzage hebben gelegen;

  • d.

    met betrekking tot dit ontwerpwijzigingsbesluit 52 zienswijzen zijn ingediend;

  • e.

    er naar aanleiding van zienswijzen aanpassingen zijn doorgevoerd in het wijzigingsbesluit;

  • f.

    er ambtshalve ook aanleiding is het wijzigingsbesluit aan te passen;

  • g.

    de onderliggende regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen te vervallen voor de locaties van de planonderdelen 1 t/m 10 en 12, zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende pons;

  • h.

    de financiën van de planonderdelen 1 t/m 8 zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer;

  • i.

    de financiën van planonderdeel 9 zijn vastgelegd in een grondexploitatie;

  • j.

    de beeldvormende raadsvergadering d.d. 12 maart 2026 kennis heeft genomen van het wijzigingsbesluit.

 

b e s l u i t :

Artikel I

Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G', zoals opgenomen in Bijlage A gewijzigd vast te stellen;

Artikel II

Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' de dag na afloop van de beroepstermijn in werking te laten treden;

Artikel III

De Nota van zienswijzen en de Nota van aanpassingen vast te stellen;

Artikel IV

De delen van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' en de beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022', die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende pons met identificatie /join/id/regdata/gm0222/2025/f7cad47be1d84b9e835f9c4f0f0eb60b/nld@2026‑02‑13;12053246, te laten vervallen;

Artikel V

Het beeldkwaliteitsplan Bij de Elshof Gaanderen vast te stellen en onderdeel uit te laten maken van de welstandsnota 'Welstand Doetinchem';

U kunt in beroep gaan tegen het besluit. Dit kan van vrijdag 17 april tot en met donderdag 28 mei 2026. U doet dit bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoe u dit kunt doen leest u op de website van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk daarvoor op deze pagina: raadvanstate.nl/overrvs/bestuursrechtspraak/hoger-beroep/.

Dit kan alleen bij één van de volgende situaties:

-   Als u belang heeft bij het wijzigingsbesluit;

-   Als u eerder en op tijd een zienswijze heeft gegeven op het ontwerpwijzigingsbesluit;

-   Als u kan bewijzen dat u redelijkerwijs geen zienswijze kon geven op het ontwerpwijzigingsbesluit;

-   Als u het niet eens bent met de aanpassingen in het vastgestelde wijzigingsbesluit vergeleken met het ontwerpwijzigingsbesluit.

Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem in zijn vergadering van 26 maart 2026. 

mr. M. Bouwmans MBA MPM

Voorzitter 

 

drs. B.P.M. Janssens

Griffier 

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

B

Artikel 1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.3 Meet- en rekenbepalingen

activiteiten waarvoor meet- en rekenregels staan in de Omgevingsregeling

voor zover in het omgevingsplan activiteiten worden gereguleerd waarvoor in de Omgevingsregeling meet- en rekenregels zijn opgenomen, gelden voor die activiteiten de meet- en rekenregels zoals opgenomen in de Omgevingsregeling;

afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens

de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend;

bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein

de som van de oppervlakten van alle op een perceel of een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten;

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

breedte van een bouwwerk

van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte;

bruto-vloeroppervlakte (b.v.o.)

de som van de horizontale vloeroppervlakten van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten;

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak;

diepte van een ondergronds bouwwerk

vanaf het peil tot aan het laagste punt van het ondergrondse bouwwerk binnenwerks gemeten;

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is;

hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de as van de windturbine;

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend;

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

oppervlakte van een overkapping

tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

verkoopvloeroppervlakte (v.v.o.)

de som van de horizontale vloeroppervlakten van ruimten die rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn (kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen), binnenwerks gemeten;

vloeroppervlakte van een woning

de som van de horizontale vloeroppervlakten van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede moeten worden verstaan keukens, slaapvertrekken, gangen, toiletten, bad- en doucheruimten, zolders en vlieringen welke gebruikt worden als berging, maar ook inpandige of aangebouwde bergingen die op grond van het bestemmingsplanomgevingsplan verbouwd mogen worden tot woonruimte, binnenwerks gemeten.

C

Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 4 REGELS OVER BIJZONDERE GEBIEDEN

Titel 4.1 Beperkingengebieden Gebieden die toegestaan gebruik beperken

Afdeling 4.1.1 Ammoniakbuffergebied
Paragraaf 4.1.1.1 Algemeen

Artikel 4.1 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.1.1 gaat over ammoniakbuffergebieden rondom zeer gevoelige natuur. 

Artikel 4.2 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.1 gelden met als doel de toename van ammoniak rondom zeer gevoelige natuur niet toe te laten nemen.

Artikel 4.3 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.1 gelden binnen het gebied ammoniakbuffergebied.

Paragraaf 4.1.1.2 Verboden

Artikel 4.4 Wat is (Her)vestiging niet-grondgebonden veehouderij verboden?

  • 1.

    Hervestiging van een niet- grondgebonden veehouderijbedrijf en nieuwvestiging of hervestiging Het hervestigen van een niet-grondgebonden veehouderijtakveehouderijbedrijf is niet toegestaan.

  • 2.

    Het nieuw vestigen of hervestigen van een niet-grondgebonden veehouderijtak is niet toegestaan.

  • 2 3.

    Uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak alleen toe als die uitbreiding niet leidt tot een toename van de emissie van ammoniak.

    Wanneer een uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijtak leidt tot een toename van de emissie van ammoniak is die uitbreiding niet toegestaan.

Afdeling 4.1.2 Externe veiligheid
Paragraaf 4.1.2.1 Algemeen

Artikel 4.5 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.1.2 gaat over nieuwe activiteiten met een extern veiligheidsrisico.

Artikel 4.6 Waarom gelden deze regels?

Deze regels in afdeling 4.1.2 gelden met als doel risico's voor mens en milieu te beperken.

Artikel 4.7 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.2 gelden binnen het gebied risicobronnen.

Paragraaf 4.1.2.2 Omgevingsplanactiviteit

Artikel 4.8 Omgevingsplanactiviteit nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's

Alleen met een omgevingsvergunning zijn nieuwe risicobronnen toegestaan met externe veiligheidsrisico's zoals benoemd in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving toegestaan.

Artikel 4.9 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een nieuwe activiteit met een externe veiligheidsrisico zoalsals bedoeld in artikel 4.8 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat:

  • a.

    er geen (geprojecteerde) (zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties liggen in de plaatsgebonden risicocontour;

  • b.

    er zwaarwegende redenen zijn voor het realiseren van een nieuwe activiteit met een externe veiligheidsrisico als er (geprojecteerde) beperkt kwetsbare gebouwen of locaties liggen in de plaatsgebonden risicocontour;

  • c.

    het groepsrisico is verantwoord als in het brand-, explosie-, en/of gifwolkaandachtsgebied (geprojecteerde) (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen of (beperkt) kwetsbare locaties liggen;

  • d.

    aanvullende maatregelen om de externe veiligheidsrisico's te verminderen, zijn onderzocht en afgewogen.

Artikel 4.10 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.8 wordt alleen verleend als:

  • a.

    wordt voldaan aan de wet- en regelgeving; en

  • b.

    het advies van de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland en het advies van de beheerder van de hoogspanningsverbinding is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.2.3 Verboden

Artikel 4.11 Nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's  verboden

Binnen het gebied nieuwe risicobronnen uitgesloten is het verboden omzijn nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's zoals genoemdals bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving uit te voeren niet toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

Afdeling 4.1.3 Gasleiding
Paragraaf 4.1.3.1 Algemeen

Artikel 4.12 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.1.3 gaat over:

  • a.

    het realiseren, in stand houden en in werking hebben van een buisleiding voor het transport van gas, inclusief voorzieningen; 

  • b.

    een vrijwaringszone aan weerszijden van de hoge druk aardgastransportleiding; en

  • c.

    bijbehorende activiteiten.

Artikel 4.13 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.3 over buisleidingen voor het transport van gas gelden met als doel:

  • a.

    het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het gastransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder;

  • b.

    bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en

  • c.

    het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.

Artikel 4.14 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.3 gelden binnen het gebied gasleiding.

Paragraaf 4.1.3.2 Bouwregels

Artikel 4.15 Bouwregels 

  • 1.

    Er mogen alleen bouwwerken voor het gebruik  van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding worden gebouwd, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

  • 2.

    De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde,  magis maximaal 4 meter zijn.

  • 3.

    In afwijking van tweede lid zijn overkappingen niet toegestaan.

Paragraaf 4.1.3.3 Omgevingsplanactiviteit

Artikel 4.16 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie

Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.17 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.16 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de leidingbeheerder (Gasunie) geen negatieve gevolgen ziet voor de hoge druk aardgas transportleidinghogedruk aardgastransportleiding.

Artikel 4.18 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.16 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad;

  • b.

    geen (zeer) kwetsbaar gebouw of locatie wordt toegelaten;

  • c.

    het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgas transportleidinghogedruk aardgastransportleiding;

  • d.

    als uit het advies van de leidingbeheerder (Gasunie) blijkt dat er geen bezwaren zijn; en

  • e.

    de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

Paragraaf 4.1.3.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden.

Artikel 4.19 Omgevingsplanactiviteit 

Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.20 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.21.

Artikel 4.20 Activiteiten met omgevingsvergunning

  • 1.

    Het verharden van gronden.

  • 2.

    Het aanbrengen van beplantingen.

  • 3.

    Het vellen van beplantingen.

  • 4 3.

    Het rooien van beplantingen.

  • 5 4.

    Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen.

  • 6 5.

    Het dempen van watergangen en andere waterpartijen.

  • 7 6.

    Het verlagen of afgraven van gronden.

  • 8 7.

    Het egaliseren van gronden.

  • 9 8.

    Het ophogen van gronden.

  • 10 9.

    Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

  • 11 10.

    Het verlagen van het (grond)waterpeil.

  • 12 11.

    Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.21 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    De werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

  • 2.

    Het werken en werkzaamheden zijn die al in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.

  • 3.

    Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende:

    • a.

      omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;

    • b.

      omgevingsvergunning voor het kappen; of

    • c.

      ontgrondingsvergunning.

  • 4.

    Graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.

Artikel 4.22 Aanvullende indieningsvereisten

 

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.19 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat: de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgastransportleiding.

  • a.

    de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgastransportleiding;

  • b.

     de leidingbeheerder het rapport of ander document heeft beoordeeld en advies heeft gegeven.

 

Artikel 4.23 Aanvullende beoordelingsregels 

Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.19 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoge druk aardgastransportleiding; en

  • b.

    de leidingbeheerder (Gasunie) akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.3.5 Verboden

Artikel 4.24 Mest/co-vergistingsinstallaties

Mest/co-vergistingsinstallaties zijn niet toegestaan.

Afdeling 4.1.4 Hoogspanningsverbinding
Paragraaf 4.1.4.1 Algemeen

Artikel 4.24 4.25 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.1.4 gaat over:

  • a.

    de aanleg en de instandhouding van hoogspanningsverbindingen;

  • b.

    een belemmeringenzone die hoort bij hoogspanningsverbindingen; en

  • c.

    voorzieningen en bouwwerken die nodig zijn voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen.

Artikel 4.25 4.26 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.4 gelden met als doel de hoogspanningsverbindingen en haar omgeving te beschermen.

Artikel 4.26 4.27 Waar gelden deze regels? 

De regels in afdeling 4.1.4 gelden binnen het gebied hoogspanningsverbindingen.

Paragraaf 4.1.4.2 Toegestaan

Artikel 4.27 4.28 Wat is toegestaan?

  • 1.

    Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - bovengronds een hoogspanningsverbinding bovengronds en masten en voorzieningen die daarbij horen.

  • 2.

    Binnen het gebied hoogspanningsverbinding - ondergronds een hoogspanningsverbinding ondergronds en voorzieningen die daarbij horen.

  • 3.

    Werken en werkzaamheden met betrekking tot het in stand houden van de infrastructuur van de hoogspanningsverbinding.

  • 4.

    Bestaande bouwwerken die zijn gebouwd met een omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.4.3 Bouwregels

Artikel 4.28 4.29 Bouwregels

  • 1.

    Er mogen alleen bouwwerken voor de functie hoogspanningsverbindingworden gebouwd, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

  • 2.

    De oppervlakte van gebouwen magis maximaal 20 m2 zijn2.

  • 3.

    De bouwhoogte van gebouwen magis maximaal 4 meter zijn.

  • 4.

    De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogenis maximaal 3 meter zijn.

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid is binnen het gebied maximum bouwhoogte hoogspanningsmast voor hoogspanningsmasten de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan.

  • 6.

    Binnen het gebied doorvaarthoogte moetis de doorvaarthoogte minimaal 25 meter zijn.

  • 7.

     

    In afwijking van artikel 22.26 mogen bestaande vergunde bouwwerken zonder omgevingsvergunning worden vervangen, vernieuwd of veranderd als: 

    • a.

      de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot;

    • b.

      gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; en

    • c.

      dat het bouwwerk op grond van de geldende regels ook is toegestaan.

Paragraaf 4.1.4.4 Omgevingsplanactiviteiten

Subparagraaf 4.1.4.4.1 Bouwen voor andere toegestane functie(s)

Artikel 4.29 4.30 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie

Alleen met een omgevingsvergunning is bouwen ten behoeve van een andere op deze locatie toegestane functie toegestaan.

Artikel 4.30 4.31 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.294.30 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding.

Artikel 4.31 4.32 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.294.30 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding;

  • b.

    de leidingbeheerder akkoord is en het (schriftelijk) advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en

  • c.

    het geen kwetsbare gebouwen en/of locaties zijn, tenzij deze is opgenomen in bijlage Magneetveld kwetsbare gebouwen.

    het geen kwetsbaar gebouw of locatie is, tenzij deze is opgenomen in bijlage Gevoelige functies magneetveldzone.

Paragraaf 4.1.4.5 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden

Artikel 4.32 4.33 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.334.34 en 4.344.35 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.354.36.

Artikel 4.33 4.34 Activiteiten met een omgevingsvergunning hoogspanningsverbindingen bovengronds

  • 1.

    Het ophogen van gronden.

  • 2.

    Het verlagen of afgraven van gronden.

  • 3.

    Het verharden van gronden.

  • 4.

    Het aanleggen of aanpassen van watergangen.

  • 5.

    Het dempen van watergangen.

  • 6.

    Het opslaan van goederen, stoffen en/of materialen.

  • 7.

    Het aanbrengen van hoog opgaande beplantingen hoog opgaande beplanting.

  • 8.

    Het kappen van hoog opgaande beplantingen hoog opgaande beplanting.

  • 9.

    Het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, tenzij het gaat om de bovengrondse hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 4.244.25.

Artikel 4.34 4.35 Activiteiten met een omgevingsvergunning hoogspanningsverbindingen ondergronds

  • 1.

    Het ophogen van de gronden.

  • 2.

    Het verlagen of afgraven van gronden.

  • 3.

    Het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 80 centimeter onder het maaiveld.

  • 4.

    Het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 80 centimeter onder maaiveld.

  • 5.

    Het aanbrengen van diepwortelende beplanting.

  • 6.

    Het kappenrooien van diepwortelende beplanting.

  • 7.

    Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.

  • 8.

    Het aanleggen, vergraven, verruimen van watergangen.

  • 9.

    Het dempen van watergangen.

  • 10.

    Het opslaan van goederen, stoffen en/of materialen.

  • 11.

    Het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.35 4.36 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    Werken en/of werkzaamheden die verband houden met de aanleg van de hoogspanningsverbindingen en de daarbij horende voorzieningen.

  • 2.

    Werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook.

  • 3.

    Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning.

  • 4.

    Werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op het normaal onderhoud en beheer dat volgens de regels van de onderliggende geldende functies is toegestaan.

  • 5.

    Graafwerkzaamheden die zijn opgenomen en de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

Artikel 4.36 4.37 Aanvullende indieningsvereisten 

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.324.33 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen negatieve gevolgen heeft voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding. 

Artikel 4.37 4.38 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.324.33 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de werken of werkzaamheden geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding; en

  • b.

    de leidingbeheerder akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.4.6 Verboden

Artikel 4.39 Magneetveldzone

Artikel 4.40 Mest/co-vergistingsinstallatie

Mest/co-vergistingsinstallaties zijn niet toegestaan.

Afdeling 4.1.6 4.1.5 Rioolleiding
Paragraaf 4.1.6.1 4.1.5.1 Algemeen

Artikel 4.50 4.41 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.1.64.1.5 gaat over:

  • a.

    de aanleg en de instandhouding van rioolwatertransportleidingen; en

  • b.

    de vrijwaringszone die hoort bij de rioolwatertransportleidingen.

Artikel 4.51 4.42 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.64.1.5 gelden met als doel de rioolwatertransportleidingen te beschermen.

Artikel 4.52 4.43 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.64.1.5 gelden binnen het gebied rioolleiding.

Paragraaf 4.1.6.2 4.1.5.2 Bouwregels

Artikel 4.53 4.44 Bouwregels

  • 1.

    Er mogen alleen bouwwerken voor de functie riool worden gebouwd, tenzij in dit planomgevingsplan anders is aangegeven.

  • 2.

    De bouwhoogte van een bouwwerk geen gebouwen zijnde magis maximaal 4 meter zijn

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid zijn overkappingen niet toegestaan.

Paragraaf 4.1.6.3 4.1.5.3 Omgevingsplanactiviteiten

Artikel 4.54 4.45 Omgevingsplanactiviteiten bouwwerk voor een andere functie

Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.55 4.46 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.544.45 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleiding.

Artikel 4.56 4.47 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.544.45 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleiding;

  • b.

    de leidingbeheerder akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en

  • c.

    de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is.

Paragraaf 4.1.6.4 4.1.5.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden

Artikel 4.57 4.48 Omgevingsplanactiviteit 

Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.584.49 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.594.50.

Artikel 4.58 4.49 Activiteiten met een omgevingsvergunning

  • 1.

    Het verharden van gronden.

  • 2.

    Het aanleggen van beplantingen.

  • 3.

    Het vellen van beplantingen.

  • 4 3.

    Het rooien van beplantingen.

  • 5 4.

    Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen.

  • 6 5.

    Het dempen van watergangen en andere waterpartijen.

  • 7 6.

    Het verlagen of afgraven van gronden.

  • 8 7.

    Het egaliseren van gronden.

  • 9 8.

    Het ophogen van gronden.

  • 10 9.

    Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

  • 11 10.

    Het verlagen van het (grond)waterpeil.

  • 12 11.

    Het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.59 4.50 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    Werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van de onderhoudswerkzaamheden en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

  • 2.

    Werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning waarin de te beschermen belangen al zijn meegewogen.

  • 3.

    Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

  • 4.

    Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het kappen.

  • 5.

    Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een ontgrondingsvergunning.

Artikel 4.60 4.51 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.574.48 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleidingen.

Artikel 4.61 4.52 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.574.48 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de werken of werkenzaamheden geen belemmering vormen voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de rioolwatertransportleidingen; en

  • b.

    de leidingbeheerder akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Afdeling 4.1.7 4.1.6 Speelautomatenhal
Paragraaf 4.1.7.1 4.1.6.1 Algemeen

Artikel 4.62 4.53 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.1.74.1.6 gaat over het vestigen van één speelautomatenhal. 

Artikel 4.63 4.54 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.74.1.6 gelden met als doel de vestiging van een speelautomatenhal te reguleren en te beperken.

Artikel 4.64 4.55 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.74.1.6 gelden binnen het gebied speelautomatenhal.

Paragraaf 4.1.7.2 4.1.6.2 Toegestaan

Artikel 4.65 4.56 Wat is toegestaan?

De vestiging van maximaal één speelautomatenhal is toegestaan.

Paragraaf 4.1.6.3 Verboden

Artikel 4.57 Speelautomatenhal verboden

Binnen het gebied speelautomatenhal verboden is het verboden om een nieuwe speelautomatenhal te vestigen, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Afdeling 4.1.8 4.1.7 Waterkering
Paragraaf 4.1.8.1 4.1.7.1 Algemeen

Artikel 4.66 4.58 Waar gaat deze afdeling over?

 De afdeling 4.1.84.1.7 gaat over de aanleg en de instandhouding van waterkeringen en waterstaatkundige voorzieningen. 

Artikel 4.67 4.59 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.84.1.7 gelden met als doel de waterkeringen te behouden en te beschermen.

Artikel 4.68 4.60 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.84.1.7 gelden binnen het gebied waterkering

Paragraaf 4.1.8.2 4.1.7.2 Bouwregels

Artikel 4.69 4.61 Bouwregels

  • 1.

    Er mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de functie waterkering worden gebouwd, tenzij anders in dit plan andersomgevingsplan is aangegeven.

  • 2.

    De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 4 meter zijn.

  • 3.

    De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, magis maximaal 20 m2 zijn. 

Paragraaf 4.1.8.3 4.1.7.3 Omgevingsplanactiviteiten

Artikel 4.70 4.62 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie

Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.71 4.63 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.704.62 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering. 

Artikel 4.72 4.64 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.704.62 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het bouwwerk geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de de waterkering; en

  • b.

    de beheerder van de waterkering akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.8.4 4.1.7.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden.

Artikel 4.73 4.65 Omgevingsplanactiviteit 

Alleen met een omgevingsvergunning kunnen werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.744.66 worden toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.754.67.

Artikel 4.74 4.66 Activiteiten met een omgevingsvergunning

  • 1.

    Het verharden van gronden.

  • 2.

    Het aanbrengen van beplantingen.

  • 3.

    Het vellenrooien van beplantingen.

  • 4.

    Het rooien van beplantingen.

  • 5 4.

    Het aanleggen van watergangen en andere waterpartijen.

  • 6 5.

    Het dempen van watergangen en andere waterpartijen.

  • 7 6.

    Het verlagen of afgraven van gronden.

  • 8 7.

    Het egaliseren van gronden.

  • 9 8.

    Het ophogen van gronden.

  • 10 9.

    Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

  • 11 10.

    Het verlagen van het (grond)waterpeil.

  • 12 11.

    Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.75 4.67 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    Werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van de onderhoudswerkzaamheden en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

  • 2.

    Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

  • 3.

    Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een verleende omgevingsvergunning voor het kappen.

  • 4.

    Werken en werkzaamheden die mogen op basis van een ontgrondingsvergunning.

Artikel 4.76 4.68 Aanvullende indieningsvereisten 

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.734.65 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de werken of werkzaamheden geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering.

Artikel 4.77 4.69 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.734.65 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de werken of werkzaamheden geen belemmering vormt voor de aanleg, het functioneren, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering; en

  • b.

    de beheerder van de waterkering akkoord is en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Titel 4.2 Waardegebieden Gebieden die bepaalde waarden beschermen

Afdeling 4.2.1 Archeologische (verwachtings) waarden
Paragraaf 4.2.1.1 Algemeen

Artikel 4.78 4.70 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.2.1 gaat over (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Artikel 4.79 4.71 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.2.1 gelden met als doel (te verwachten) archeologische waarden in de bodem te behouden, versterken, beschermen en/of herstellen.

Artikel 4.80 4.72 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling  4.2.1 gelden binnen de gebieden archeologische (verwachtings) waarde,  archeologisch monument en archeologische rijksmonument.

Artikel 4.81 4.73 Maatwerkvoorschriften

Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in afdeling 4.2.1 voor alleen het onderdeel bouwen, maatwerkvoorschriften stellen als uit archeologisch onderzoek is gebleken dat binnen het gebied behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De maatwerkvoorschriften zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond ('in situ') te behouden. Op de volgende punten kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen:

  • a.

    de afmeting van bouwwerken;

  • b.

    de situering van bouwwerken; en/of

  • c.

    de inrichting en het gebruik van gronden.

Paragraaf 4.2.1.2 Bouwregels

Artikel 4.82 4.74 Bouwregels

  • 1.

    Het bouwen van bouwwerken is niet toegestaan, tenzij anders in afdeling 4.2.1 is aangegeven.

  • 2.

    Het bouwen van een bouwwerken is alleen toegestaan wanneer de oppervlakte van het bouwwerk kleiner of gelijk is aan de oppervlakte zoals aangegeven binnen het gebied archeologische oppervlakte en waarbij een bodemverstoring niet dieper gaat dan binnen het gebied archeologische diepte bodem  is aangegeven, tenzij anders in afdeling 4.2.1 is aangegeven. 

  • 3.

    In afwijking van artikel  22.26 is vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, toegestaan.

  • 4.

    In afwijking van artikel  22.26 is vergroting van bestaande bouwwerken met maximaal 2,5 meter uit de bestaande fundering, met behoud van bestaande funderingen, toegestaan.

Paragraaf 4.2.1.3 Omgevingsplanactiviteiten

Artikel 4.83 4.75 Omgevingsplanactiviteiten  bouwwerk voor een andere functie

  • 1.

    Alleen met een omgevingsvergunning kan in afwijking van artikel 4.824.74  eerste lid het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie worden toegestaan, tenzij het gaat om een enkelvoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument  dan is de minister van  Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevoegd gezag.

  • 2.

    Alleen met een omgevingsvergunning kan in afwijking van artikel 4.824.74  tweede lid het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie worden toegestaan.

Artikel 4.84 4.76 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.834.75 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van de gronden waarop wordt gebouwd en waar de bodem wordt verstoord voldoende is vastgesteld. 

Artikel 4.85 4.77 Aanvullende beoordelingsregels zonder verstoring van archeologische waarde

De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.834.75 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de archeologische waarde van de gronden niet wordt verstoord; en

  • b.

    het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.;

  • c.

    de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Artikel 4.86 4.78 Aanvullende beoordelingsregels (mogelijke) verstoring archeologische waarde

Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat de archeologische waarden (mogelijk) worden verstoord kan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.834.75 alleen worden verleend als:

  • a.

    de archeologische waarde van de gronden kunnen worden behouden, beschermd of hersteld; en

  • b.

    het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en

  • c.

    de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.2.1.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden

Artikel 4.87 4.79 Omgevingsplanactiviteit 

Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoalsals bedoeld in artikel 4.884.80 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.894.81. 

Wanneer het gaat om een enkelvoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument dan is de minister van  Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevoegd gezag.

Artikel 4.88 4.80 Activiteiten met omgevingsvergunning

  • 1.

    De bodem wordt met meer dan 1 meter verhoogd.

  • 2.

    De bodem wordt met meer dan 1 meter over een oppervlakte zoals aangegeven binnen het gebied archeologische oppervlakte opgehoogd. 

  • 3.

    Grondwerkzaamheden.

  • 4.

    Grondwerkzaamheden dieper dan de binnen het gebied maximum archeologische diepte bodem onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan binnen het gebied archeologische oppervlakte.

  • 5.

    Het verlagen of afgraven van de bodem over een oppervlakte binnen het gebied van meer dan archeologische oppervlakte van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist. Dit geldt ook voor het verwijderen van bestaande funderingen. 

  • 6.

    Het verlagen of afgraven van de bodem van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist. Dit geldt ook voor het verwijderen van bestaande funderingen.

  • 7.

    Het verlagen van het waterpeil.

  • 8.

    Het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten.

  • 9.

    Het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

  • 10.

    Het aanleggen van boomeen bos of boomgaard.

  • 11.

    Het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd.

  • 12.

    Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

Artikel 4.89 4.81 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    Werken en werkzaamheden niet dieper dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld.

  • 2.

    Werken en werkzaamheden met betrekking op het normale beheer en onderhoud.

  • 3.

    Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het normale agrarische gebruik.

  • 4.

    Werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk.

Artikel 4.90 4.82 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.874.79 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van de gronden waarop wordt gebouwd en waarwaarvan de bodem wordt verstoord voldoende is vastgesteld. 

Artikel 4.91 4.83 Beoordelingsregels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werken zonder verstoring

De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.874.79 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de archeologische waarde van de gronden niet wordt verstoord; en

  • b.

    het advies van de archeologisch deskundige wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.;

  • c.

    de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een archeologisch rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Artikel 4.92 4.84 Beoordelingsregels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werken met (mogelijke) verstoring

Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat er sprake is van (mogelijke) verstoring van de archeologische waarde kan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.874.79 worden verleend als:

  • a.

    de archeologische waarde van de gronden kunnen worden behouden, beschermd of hersteld.; en

  • b.

    het advies van de archeologisch deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning; en

  • c.

    de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar advies en instemming heeft gegeven over de de archeologische rijksmonumentenactiviteit, hierbij moet het gaan om een meervoudige aanvraag bij een rijksmonument. Het advies van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet betrokken worden bij het besluit op de omgevingsvergunning.

 

Paragraaf 4.2.1.5 Vergunningvoorschriften

Artikel 4.93 4.85 Vergunningvoorschrift met (mogelijke) verstoring archeologische waarde

Wanneer uit het archeologisch rapport of ander document blijkt dat de archeologische waarden van de gronden (mogelijk) worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in afdeling 4.2.1:

  • a.

    de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;

  • b.

    de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;

  • c.

    de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of

  • d.

    de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

Afdeling 4.2.2 Bijzondere boom
Paragraaf 4.2.2.1 Algemeen

Artikel 4.94 4.86 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.2.2 gaat over bijzondere bomen.

Artikel 4.95 4.87 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.2.2 gelden met als doel bijzondere bomen te behouden, beschermen en herstellen.

Artikel 4.96 4.88 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.2.2 gelden binnen het gebied bijzondere boom.

Paragraaf 4.2.2.2 Omgevingsplanactiviteiten

Artikel 4.97 4.89 Omgevingsplanactiviteit bouwen of werken, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheden

Alleen met een omgevingsvergunning zijn bouwwerken of werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.984.90 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.994.91.

Artikel 4.98 4.90 Activiteiten met omgevingsvergunning

  • 1.

    Het verlagen of afgraven van gronden.

  • 2.

    Het egaliseren van gronden.

  • 3.

    Het ophogen van gronden.

  • 4.

    Het verharden van gronden.

  • 5.

    het Het bouwen van bouwwerken.

  • 6.

    Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 4.99 4.91 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    De werken en werkzaamheden die horen bij het normale onderhoud en daarbij ook van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen.

  • 2.

    Werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende:

    • a.

      omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden;

    • b.

      omgevingsvergunning voor het kappen.

Artikel 4.100 4.92 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.974.89 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de bijzondere boom.

Artikel 4.101 4.93 Aanvullende beoordelingsregels

  • 1.

    In geval van bouwactiviteiten mogen deze bouwactiviteiten geen wezenlijke negatieve gevolgen hebben voor de bijzondere boom.

  • 2.

    In geval van werken en werkzaamheden in de vorm van het aanbrengen van oppervlakte verhardingen, de aanleg van leidingen of het egaliseren, ophogen, verharden en afgraven van gronden mag door directe of indirecte gevolgen van die werken en werkzaamheden:

    • a.

      de waarde van de bijzondere boom of bomen niet onevenredig worden aangetast; of

    • b.

      de mogelijkheid voor herstel van de waarde van de bijzondere boom of bomen niet onevenredig worden verkleind.

  • 3.

    Er is sprake van een advies van een bomendeskundige waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het genoemde in het eerste lid en/of het tweede lid en het advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Afdeling 4.2.3 Landschappelijke waarden
Paragraaf 4.2.3.1 Algemeen

Artikel 4.102 4.94 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.2.3 gaat over landschappelijke waarden.

Artikel 4.103 4.95 Waarom gelden deze regels?

 

De regels in deze afdeling 4.2.3 gelden met als doel:

  • a.

    het in stand houden en versterken van de openheid van het landschap;

  • b.

    het in stand houden van de aardkundige waarden (rivierduinen); en/of

  • c.

    het in stand houden en verwerken van de kenmerkende hoogteverschillen van het landschap.

Artikel 4.104 4.96 Waar gelden deze regels?

  • 1.

    De landschappelijke waarde reliëf geldt binnen het gebied reliëf.

  • 2.

    De landschappelijke waarde openheid geldt binnen het gebied openheid.

  • 3.

    De landschappelijke waarde rivierduin geldt binnen het gebied rivierduin.

Paragraaf 4.2.3.2 Werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden

Artikel 4.105 4.97 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.1064.98 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.1074.99.

Artikel 4.106 4.98 Activiteiten met omgevingsvergunning V4

  • 1.

    Het verlagen van de bodem.

  • 2.

    Het egaliseren van gronden.

  • 3.

    Het ophogen van gronden.

  • 4.

    Het verharden van gronden.

  • 5 4.

    Het aanleggen van watergangen, weidegreppels en andere waterpartijen.

  • 6 5.

    Het dempen van watergangen, weidegreppels en andere waterpartijen.

  • 7 6.

    Het afgraven van gronden.

  • 8 7.

    Het bebossen of op een andere manier beplanten met houtopstanden.

  • 9 8.

    Het aanbrengen van bovengrondse en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen voor de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet.

Artikel 4.107 4.99 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, in het kader van het normale beheer en onderhoud.

  • 2.

    Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die binnen een bouwvlak worden uitgevoerd.

Artikel 4.108 4.100 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 4.1054.97 moet in elk geval een rapport of document ingediend wordenworden ingediend, waaruit blijkt dat er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige landschappelijke waarden. 

Artikel 4.109 4.101 Aanvullende beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 4.1054.97 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast;

  • b.

    er geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarde(n);

  • c.

    de locatie niet ligt binnen het Gelders Natuurnetwerknatuurnetwerk  of de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardig belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones.

  • d.

    het advies van de landschapsdeskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

[Red: Afdeling 4.1.5 verplaatst van titel 4.1 naar titel 4.2. ]

Afdeling 4.1.5 4.2.4 Molenbiotoop
Paragraaf 4.1.5.1 4.2.4.1 Algemeen 

Artikel 4.38 4.102 Waar gaat deze afdeling over?

De afdeling 4.1.54.2.4 gaat over het gebied rondom de molens.

Artikel 4.39 4.103 Waarom gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.54.2.4 gelden met als doel de windvang en het zicht van de molen te beschermen.

Artikel 4.40 4.104 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 4.1.54.2.4 gelden binnen het gebied molenbiotoop

Paragraaf 4.1.5.2 4.2.4.2 Bouwregels

Artikel 4.41 4.105 Bouwregels

  • 1.

    Binnen 100 meter afstand van de molen mogen bouwwerken niet hoger zijn dan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. Meet deze hoogte vanaf het peil van de molen.

  • 2.

    In het gebied tussen 100 en 400 meter afstand van de molen moet de maximale hoogte van bouwwerken bepaald worden met de volgende formule:

    H= X/N + 0,2*Z

    uitleg formule:

    H staat voor de maximale hoogte in meters, te meten vanaf het peil van de  molen.

    X staat voor de kortste afstand in meters vanaf het te bouwen bouwwerk tot de wieken van de molen.

    N is een verhoudingsfactor. Dit is 140 voor een open gebied, 75 voor ruw gebied en 50 voor besloten gebied.

    Z staat voor de askophoogte van de molen in meters.

  • 3.

    Bestaande vergunde bouwwerken in afwijking van het eerste en  tweede lid zijn toegestaan.

Paragraaf 4.1.5.3 4.2.4.3 Omgevingsplanactiviteit

Artikel 4.42 4.106 Omgevingsplanactiviteit bouwwerk voor een andere functie

Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bouwwerk voor een andere toegelaten functie toegestaan.

Artikel 4.43 4.107 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.42 artikel 4.106 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat het functioneren vanwat de molen niet wordt aangetast. gevolgen zijn voor de molen.

Artikel 4.44 4.108 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.424.106 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het functioneren van de molen niet aangetast wordt; en

  • b.

    het advies van de provincie wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Paragraaf 4.1.5.4 4.2.4.4 Werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden.

Artikel 4.45 4.109 Omgevingsplanactiviteit 

Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 4.464.110 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 4.474.111.

Artikel 4.46 4.110 Activiteiten met een omgevingsvergunning

  • 1.

    Het bebossen of anderszinsop een andere manier beplanten met houtopstanden met een uitgroeihoogte die hoger is dan op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.

  • 2.

    Het ophogen van gronden hoger dan de hoogte die op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.

  • 3.

    Het aanleggen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur met een hoogte die hoger is dan op grond van artikel 4.414.105 is toegestaan voor bouwwerken.

Artikel 4.47 4.111 Activiteiten zonder omgevingsvergunning

  • 1.

    Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, die betrekking hebben op het normale beheer en onderhoud.

  • 2.

    Het werken en werkzaamheden zijn die mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende omgevingsvergunning.

Artikel 4.48 4.112 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in 4.454.109 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het functioneren van de molen niet wordt aangetast.

Artikel 4.49 4.113 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.454.109 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het functioneren van de molen niet aangetast wordt; en

  • b.

    het advies van de provincie wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Titel 4.3 Gebieden die bijzonder gebruik toelaten

[Red: Afdeling 6.2 verplaatst van hoofdstuk 6 naar titel 4.3. ]

Afdeling 6.2 4.3.1 Evenementen
Paragraaf 6.2.1 4.3.1.1 Algemeen

Artikel 6.14 4.114 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.24.3.1 gaat over de functie evenementen.

Artikel 6.15 4.115 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.24.3.1 gelden binnen het gebied evenementenlocatie.  

Artikel 6.16 4.116 Wanneer gelden de regels?

  • 1.

    Binnen het gebied evenementenlocatie gelden de regels in afdeling 6.24.3.1 in aanvulling op het ter plaatse van toepassing zijnde ruimtelijke plan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

  • 2.

    Voor zover de regels in afdeling 6.24.3.1 strijdig zijn met het ter plaatse van toepassing zijnde ruimtelijke plan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, hebben de regels in afdeling 6.24.3.1 voorrang op de regels waarmee de strijdigheid bestaat. 

Paragraaf 6.2.2 4.3.1.2 Toegestaan - Algemeen

Artikel 6.17 4.117 Algemeen

  • 1.

    Evenementen zijn in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering / verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak toegestaan.

  • 2.

    De op- en afbouw van bij het evenement behorende voorzieningen mag in totaal maximaal 7 dagen duren.

  • 3.

    De begin- en eindtijden van de evenementen moeten voldoen aan de tijden zoals staat in de tabel hieronder:

     

    Dagen

    Begintijd

    Eindtijd

    Zondag t/m donderdag

    8:30 uur

    23:00 uur

    Vrijdag

    8:30 uur

    24:00 uur

    Zaterdag

    8:30 uur

    01:00 uur (zondag)

    Dagen

    Begintijd

    Eindtijd

    Zondag t/m donderdag

    8:30 uur

    23:00 uur

    Vrijdag

    8:30 uur

    24:00 uur

    Zaterdag

    8:30 uur

    01:00 uur (zondag)

Artikel 6.18 4.118 Maatwerkvoorschriften 

  • 1.

    Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.174.117 tweede lid voor het gebruikgebruiken van gronden en bouwwerken voor een evenement dat langer duurt. 

  • 2.

    Het maatwerkvoorschrift wordt alleen genomen als:

    • a.

      er voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein beschikbaar zijn;

    • b.

      de aan te brengen voorzieningen tijdelijk zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen en/of ingrepen; enof

    • c.

      er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de binnen het gebied aanwezige waarden.

Paragraaf 6.2.3 4.3.1.3 Toegestaan - Specifiek

Subparagraaf 6.2.3.1 4.3.1.3.1 Evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem

Artikel 6.19 4.119 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 6.20 4.120 Regels voor de evenementenlocatie binnenstad Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 30 dagen.

  • 2.

    Er zijn maximaal 30 evenementen toegestaan van maximaal 6 dagen.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

  • 4.

    Het aantal evenementen binnen het gebied evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem is inclusief koopzondagen.

Subparagraaf 6.2.3.2 4.3.1.3.2 Evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen Doetinchem

Artikel 6.21 4.121 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen Doetinchem zijn evenementen toegestaan. 

Artikel 6.22 4.122 Regels voor de evenementenlocatie Mark Tennantplantsoen Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 4 evenementen toegestaan van maximaal 4 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

  • 2.

    Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 30 dagen met maximaal 150 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.3 Evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem

Artikel 4.123 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.124 Regels voor de evenementenlocatie Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 150 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 2200 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.4 Evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem

Artikel 4.125 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.126 Regels voor de evenementenlocatie Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 500 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

  • 3.

    Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

  • 4.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.5 Evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem

Artikel 4.127 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.128 Regels voor de evenementenlocatie Varkensweide Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 2000 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 5 dagen met maximaal 2000 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.6 Evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem

Artikel 4.129 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.130 Regels voor de evenementenlocatie De Bleek Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 1 dag met maximaal 3000 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 5 dagen met maximaal 2000 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.7 Evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem

Artikel 4.131 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.132 Regels voor de evenementenlocatie Oude IJssel Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.8 Evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Wehl

Artikel 4.133 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Nieuw-Wehl zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.134 Regels voor de evenementenlocatie Monseigneur Hendriksenstraat 16 Wehl

  • 1.

    Er zijn maximaal 2 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.9 Evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat

Artikel 4.135 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.136 Regels voor de evenementenlocatie ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 4 dagen met maximaal 2500 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.10 Evenementenlocatie - IJzevoorde

Artikel 4.137 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - IJzevoorde zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.138 Regels voor de evenementenlocatie IJzevoorde

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenement toegestaan van maximaal 1 dag met maximaal 400 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 500 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.11 Evenementenlocatie - centrum Wehl

Artikel 4.139 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - centrum Wehl zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.140 Regels voor de evenementenlocatie centrum Wehl

  • 1.

    Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 1500 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 2 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 200 bezoekers.

  • 3.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 1000 bezoekers.

  • 4.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.12 Evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen

Artikel 4.141 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.142 Regels voor de evenementenlocatie Kerkstraat 71 Gaanderen

  • 1.

    Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 6 dagen met maximaal 2800 bezoekers.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.13 Evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl

Artikel 4.143 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.144 Regels voor de evenementenlocatie terrein Elver Nieuw-Wehl

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 4 dagen met maximaal 600 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 8 dagen met maximaal 1700 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.14 Evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem

Artikel 4.145 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.146 Regels voor de evenementenlocatie Marktplein Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 12 evenementen toegestaan van maximaal 5 dagen met maximaal 7000 bezoekers.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.15 Evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem

Artikel 4.147 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.148 Regels voor de evenementenlocatie Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 10 dagen met maximaal 100 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 500 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.16 Evenementenlocatie - centrum Gaanderen

Artikel 4.149 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - centrum Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.150 Regels voor de evenementenlocatie centrum Gaanderen

  • 1.

    Er zijn maximaal 6 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.17 Evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen

Artikel 4.151 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.152 Regels voor de evenementenlocatie Binnenweg 13 Gaanderen

  • 1.

    Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 500 bezoekers.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.18 Evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen

Artikel 4.153 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.154 Regels voor de evenementenlocatie Peppelmansdijk 1a Gaanderen

  • 1.

    Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 500 bezoekers.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.19 Evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem

Artikel 4.155 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.156 Regels voor de evenementenlocatie Amphionpark Doetinchem

  • 1.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 2 dagen met maximaal 3000 bezoekers.

  • 2.

    Er zijn maximaal 3 evenementen toegestaan van maximaal 3 dagen met maximaal 3000 bezoekers.

  • 3.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Subparagraaf 4.3.1.3.20 Evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem

Artikel 4.157 Waar gelden deze regels?

Binnen het gebied evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem zijn evenementen toegestaan.

Artikel 4.158 Regels voor de evenementenlocatie Kasteel de Kelder Doetinchem

  • 1.

    Er is maximaal 1 evenement toegestaan van maximaal 6 dagen.

  • 2.

    De duur van de evenementen is exclusief op- en afbouw.

Paragraaf 6.2.4 4.3.1.4 Omgevingsplanactiviteiten

Subparagraaf 6.2.4.1 4.3.1.4.1 Aanvang evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem

Artikel 6.23 4.159 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is voor één evenement per kalenderjaar een begintijd van 06:00 uur toegestaan.

Artikel 6.24 4.160 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.234.159  moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt waarom het noodzakelijk is om eerder te beginnen dan de standaard begintijd zoals staatals bedoeld in artikel 6.174.117 derde lid.

Artikel 6.25 4.161 Aanvullende beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.234.159 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het de eerste aanvraag voor het kalenderjaar is;

  • b.

    de begintijd is tussen 06:00 uur en 08:30 uur; en

  • c.

    er wordt voldaan aan de geluidsniveaus zoals staatals bedoeld in artikel 9.49.9  eerste lid.

D

Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 ALGEMENE REGELS OVER GEBRUIK EN/OF BOUWEN

Afdeling 5.1 Indieningsvereisten

Paragraaf 5.1.1 Aanvullende indieningsvereisten
Artikel 5.1 Aanvullende indieningsvereisten

Voor zover in hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 21 gegevens en bescheiden worden gevraagd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, gelden die aanvullend op hoofdstuk 22. 

Paragraaf 5.1.2 Algemene indieningsvereisten omgevingsplanactiviteiten
Artikel 5.2 Algemene indieningsvereisten - Parkeren

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2024, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 maart 2024,  waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.

Artikel 5.3 Algemene indieningsvereisten - Uitwerking op de fysieke leefomgeving

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de uitwerking op de fysieke leefomgeving aanvaardbaar is.

Artikel 5.4 Algemene indieningsvereisten - Aangrenzende gronden

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende functies, gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 5.5 Algemene indieningsvereisten - Logistieke afwikkeling

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat de logistieke afwikkeling kan plaatsvinden op eigen terrein.

Afdeling 5.2 Beoordelingsregels

Paragraaf 5.2.1 Aanvullende beoordelingsregels
Artikel 5.2 5.6 Aanvullende beoordelingsregels

Voor zover in hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 21 beoordelingsregels zijn opgenomen ter beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, gelden die voor de betreffende omgevingsvergunning aanvullend op hoofdstuk 22. 

Paragraaf 5.2.2 Algemene beoordelingsregels binnenplanse omgevingsplanactiviteiten
Artikel 5.3 5.7 Algemene beoordelingsregels - Parkeren

In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen 2024, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 maart 2024,  waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.

Artikel 5.4 5.8 Algemene beoordelingsregels - Ruimtelijke uitwerkingUitwerking op de fysieke leefomgeving

De ruimtelijke uitwerking van de binnenplanse omgevingsplanactiviteit op de fysieke leefomgeving moet aanvaardbaar zijn.

Artikel 5.5 5.9 Algemene beoordelingsregels - Aangrenzende gronden

De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende functies, gronden en bouwwerken mogen niet onevenredig worden aangetast door nieuwe activiteiten of nieuwe ontwikkelingen.

Artikel 5.10 Algemene beoordelingsregel - Logistieke afwikkeling

De logistieke afwikkeling moet op eigen terrein plaatsvinden.

Afdeling 5.3 Algemene bouw- en gebruiksregels

Paragraaf 5.3.1 Anti-dubbeltelregel
Artikel 5.6 5.11 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Paragraaf 5.3.2 Bouwen in relatie tot toegestaan gebruik

[Vervallen]

Paragraaf 5.3.8 5.3.2 Specifieke beoordelingsregels
Subparagraaf 5.3.8.1 Algemeen

[Vervallen]

Subparagraaf 5.3.8.3 5.3.2.1 Overschrijding bouw- en/of hoofdfunctiegrenzen

Subsubparagraaf 5.3.8.3.1 5.3.2.1.1 Algemene regels

Artikel 5.21 5.12 Regels bij overschrijding van de bouw- en/of functiegrenzen

  • 1.

    Het is verboden bij ruimtelijke bouwactiviteiten bouw- en/of functiegrenzen zoals opgenomenals bedoeld in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 te overschrijden.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet bij:

    • a.

      stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voorzover zij de grens van de weg niet overschrijden;

    • b.

      plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 12 centimeter bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden;

    • c.

      gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, reclame-uitingen, galerijen en luifels, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 50 centimeter bedraagt en zij niet lager zijn aangebracht dan:

      • 1.

        4,20 meter boven een rijbaan of boven een strook ter breedte van 1,50 meter langs een rijbaan;

      • 2.

        2,20 meter boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder nummer 1 genoemde strook;

    • d.

      ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voorzover dezen de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden;

    • e.

      goten, ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen;

    • f.

      hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voorzover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand:

      • 1.

        de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 1 meter overschrijden;

      • 2.

        de grens van de weg overschrijden;

      • 3.

        lager zijn geplaatst dan 4,20 meter boven een rijbaan.

Subsubparagraaf 5.3.8.3.2 5.3.2.1.2 Omgevingsplanactiviteit

Artikel 5.22 5.13 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het overschrijden van bouw en-/of hoofdfunctiegrenzen met ten hoogste 2 meter toegestaan.

Subsubparagraaf 5.3.8.3.3 5.3.2.1.3 Aanvullende beoordelingsregels 

Artikel 5.23 5.14 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in 5.225.13 wordt alleen verleend als het gaat om:

  • a.

    stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen die de grens van de weg overschrijden;

  • b.

    plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 12 centimeter overschrijden, dan wel die de grens van de weg overschrijden;

  • c.

    gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 50 centimeter overschrijden, waarbij rekening wordt gehouden met artikel  5.215.12 tweede lid onderdeel c;

  • d.

    overbouwingen voor de verbinding van twee bouwwerken, waarbij rekening wordt gehouden met artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c;

  • e.

    bloemenkozijnen, balkons en galerijen, mits zij bij overschrijding van de grens van de weg voldoen artikel 5.215.12 tweede lid  onderdeel c;

  • f.

    luifels en draagconstructies voor reclame, mits zij bij overschrijding van de weggrens voldoen aan artikel 5.215.12 tweede lid onderdeel c;

  • g.

    hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen die in enige stand de naar de weg gekeerde bouwgrens met ten hoogste 1,50 meter overschrijden, mits zij niet lager zijn geplaatst dan 4,20 meter boven de rijbaan;

  • h.

    toegangen van bouwwerken, voor wat de hoogte boven de weg betreft, die de grens van de weg niet overschrijden;

  • i.

    kelderingangen en kelderkoekoeken;

  • j.

    bouwwerken waarvan de bovenzijde niet hoger is gelegen dan:

    • 1.

      de hoogte van de weg, voor zover de bouwwerken in de weg zijn gelegen;

    • 2.

      de terreinhoogte bij voltooiing van de bouw, voor zover de bouwwerken niet in de weg gelegen zijn.

Subparagraaf 5.3.8.2 Kleinschalige duurzame energie

Subsubparagraaf 5.3.8.2.1 Zonnepanelen

[Vervallen]

Subsubparagraaf 5.3.8.2.2 Mini windturbine

[Vervallen]

Subsubparagraaf 5.3.8.2.3 Kleine windturbine

[Vervallen]

Paragraaf 5.3.3 Verboden gebruik
Artikel 5.8 Verboden gebruik
  • 1.

    Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      staan- en/of ligplaats voor wagens en/of onderkomens;

    • b.

      opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan;

    • c.

      opslagplaats voor gerede en/of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en/of onderdelen daarvan;

    • d.

      stortplaats voor puin, mest- en/of afvalstoffen;

    • e.

      voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden;

    • f.

      het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning;

    • g.

      seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft;

    • h.

      verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie;

    • i.

      het omschakelen van een grondgebonden veehouderij naar een niet-grondgebonden veehouderij;

    • j.

      het racen en/of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen;

    • k.

      het gebruik of laten gebruiken van een recreatief woonverblijf voor permanente bewoning;

    • l.

      het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerken als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte;

    • m.

      het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk, vrij in het gebouw staande plateau's en vergelijkbare constructies inbegrepen, voor het bedrijfsmatig houden van dieren.

  • 2.

    Het bepaalde onder het eerste lid onderdeel a t/m d is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering en/of handhaving van de functies of het normale onderhoud, gebruik en/of beheer van gronden en/of bouwwerken.

Paragraaf 5.3.5 5.3.3 Bestaande situatie
Artikel 5.10 5.15 Regels voor bestaande bouwwerken en gebruik
  • 1.

    Voor een bestaand bouwwerk waarvan de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud afwijken van de bouwregels in dit omgevingsplan:

    • a.

      is de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud maatgevend;

    • b.

      is herbouw uitsluitend mogelijk op dezelfde plaats; en

    • c.

      is het overgangsrecht in dit omgevingsplan niet van toepassing.

  • 2.

    Bestaand gebruik van gronden en bouwwerken is toegestaan.

  • 3.

    Het bestaande aantal woningen en bedrijfswoningen is toegestaan.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid magheeft een bestaande woning of een bestaande bedrijfswoning in het buitengebiedlandelijk gebied een maximale inhoud hebben van 750 m3.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid magheeft een woning of een bedrijfswoning in het buitengebied een maximale goothoogte hebben van 4,5 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter.

Paragraaf 5.3.4 Ondergronds bouwen 

[Vervallen]

Paragraaf 5.3.4 Tijdelijke woonunit mantelzorg

[Red: Artikel 7.24 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.24 5.16 Omgevingsplanactiviteit - Tijdelijke woonunit mantelzorg

Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg toegestaan.

[Red: Artikel 7.25 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.25 5.17 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.245.16 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:

  • a.

    De mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw;

  • b.

    de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in artikel 7.97.11 en artikel 7.117.13 onderdeel a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag;

  • c.

    de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 meter; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 meter als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte aan (openbaar) gebied grenst  waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan;

  • d.

    er moet sprake zijn van een ruimtelijke eenheid; de woonunit moet binnen een straal van 10 meter van het hoofdgebouw worden geplaatst;

  • e.

    de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken blijft onverminderd van kracht;

  • f.

    de woonruimte voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

[Red: Artikel 7.26 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.26 5.18 Omgevingsplanactiviteit - Kortere afstand en groter oppervlak

Alleen met een omgevingsvergunning kan een tijdelijke woonunit voor mantelzorg worden toegestaan als:

  • a.

    de oppervlaktenorm van 100 m2 wordt overschreden tot maximaal 150 m2; en/of

  • b.

    er een kortere afstand dan 3 meter wordt aangehouden of op de achterste bouwperceelsgrens.

[Red: Artikel 7.27 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.27 5.19 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.265.18 wordt alleen verleend, als:

  • a.

    sprake is van een uitzonderlijke geval; en

  • b.

    er geen goede alternatieven zijn.

[Red: Artikel 7.28 verplaatst van subparagraaf 7.2.7.3 naar paragraaf 5.3.4. ]

Artikel 7.28 5.20 Gebod - Terugbrengen in oude staat

Als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, dan wel in overeenstemming met het omgevingsplan. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.

Paragraaf 5.3.6 Maatwerkvoorschriften

[Vervallen]

Paragraaf 5.3.7 Opwekking duurzame energie 
Artikel 5.12 Opwekking duurzame energie op dak

Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de omgevingsplansregels mogelijke - voorzieningen op het dak zijn toegestaan.

Afdeling 5.4 Functieoverschrijdende gebruiksregels

Paragraaf 5.4.1 Toegestaan 

[Red: Artikel 6.46 verplaatst van paragraaf 6.7.2 naar paragraaf 5.4.1. ]

Artikel 6.46 5.21 Aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven in landelijk gebied

Het gebruiken van woningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf binnen het landelijk gebied is toegestaan, als voldaan wordt aan de volgende regels:

  • a.

    het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft;

  • b.

    voor het aan huis gebonden bedrijf of beroep mag niet meer dan 40 % van de totale oppervlakte van de vloeroppervlakte van de woning én de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, worden gebruikt, waarbij de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m2 mag zijn;

  • c.

    de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • d.

    degene die het aan huis gebonden bedrijf of beroep uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn;

  • e.

    alleen bedrijven of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven;

  • f.

    geen onevenredige verstoring van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden;

  • g.

    een detailhandel mag plaatsvinden, behalve:

    • 1.

      internetverkoop (internetwinkels); en/of

    • 2.

      een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn gemaakt, of direct verband houden met het bedrijf of beroep aan huis.

  • h.

    een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben;

  • i.

    geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten;

  • j.

    het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling én niet onevenredig veel extra verkeer mag worden aangetrokken;

  • k.

    het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans én op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers;

  • l.

    alleen onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 meter mag zijnis;

  • m.

    geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf of beroep.

[Red: Artikel 6.45 verplaatst van paragraaf 6.7.2 naar paragraaf 5.4.1. ]

Artikel 6.45 5.22 Aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven in stedelijk gebied

Het gebruiken van woningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf binnen het gebied stedelijk gebied is toegestaan, als voldaan wordt aan de volgende regels:

  • a.

    het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft;

  • b.

    niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor de functie wonen mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf;

  • c.

    het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter mag zijnis. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen;

  • d.

    de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving

  • e.

    degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn;

  • f.

    alleen bedrijven en/of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven;

  • g.

    geen detailhandel mag plaatsvinden, behalve:

    • 1.

      internetverkoop (internetwinkels); en/of

    • 2.

      een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis;

  • h.

    een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben;

  • i.

    geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; en

  • j.

    vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf.

[Red: Artikel 5.7 verplaatst van paragraaf 5.3.2 naar paragraaf 5.4.1. ]

Artikel 5.7 5.23 Bouwwerk en voorziening uitsluitend voor gebruik dat is toegestaan Bij de functie behorende bouwwerken en voorzieningen

Een bouwwerk Bouwwerken en voorziening moetvoorzieningen moeten nodig zijn voor het gebruik dat op de locatie van het bouwwerk of de voorziening op grond van regels in dit omgevingsplan is toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is bepaald. 

Artikel 5.24 Extensieve dagrecreatie

Alleen wanneer de aanwezige natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast is extensieve dagrecreatie toegestaan.

Artikel 5.25 Groenvoorzieningen

Groenvoorzieningen zijn toegestaan.

Artikel 5.26 Kunstobjecten

Kunstobjecten zijn toegestaan.

Artikel 5.27 Natuurvoorzieningen

Natuurvoorzieningen zijn toegestaan.

Artikel 5.28 Opwekken duurzame energie

Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere op grond van dit omgevingsplan mogelijke voorzieningen op het dak zijn toegestaan.

Artikel 5.29 Watervoorzieningen

Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.

Paragraaf 5.4.2 Omgevingsplanactiviteiten
Subparagraaf 5.4.2.1 Nutsvoorzieningen

Artikel 5.30 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning zijn nutsvoorzieningen toegestaan.

Artikel 5.31 Aanvullende beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.30 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de nutsvoorziening geen belemmering vormt voor de omgeving; en

  • b.

    de beheerder akkoord is.

Subparagraaf 5.4.2.2 Mantelzorg

[Red: Artikel 6.63 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.63 5.32 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning kan het gebruik van een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bestaande woning als woonruimte van mantelzorg worden toegestaan.

[Red: Artikel 6.64 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.64 5.33 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.635.32 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de mantelzorgwoning functioneel verbonden is met het hoofdgebouw;

  • b.

    de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen onderdeel uit maakt van de in artikel 7.97.11 en artikel 7.117.13 onderdeel a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit zich niet uitstrekt tot meer dan één bouwlaag;

  • c.

    de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter is; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 meter als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte aan (openbaar) gebied grenst  waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan;

  • d.

    de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken onverminderd van kracht blijft; en

  • e.

    de woonruimte voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

[Red: Artikel 6.65 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.65 5.34 Omgevingsplanactiviteit

 

Alleen met een omgevingsvergunning kan een woonunit voor mantelzorg worden toegestaan als:

  • a.

    de oppervlaktenorm van 100 m2 wordt overschreden tot maximaal 150 m2; en/of

  • b.

    er een kortere afstand dan 3 meter wordt aangehouden of op de achterste bouwperceelsgrens.

[Red: Artikel 6.66 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.66 5.35 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.655.34 wordt alleen verleend als:

  • a.

    voldaan wordt aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 5.33, met uitzondering van onderdeel a en c; 

  • a b.

    sprake is van een uitzonderlijk geval; en

  • b c.

    er geen goede alternatieven zijn.

[Red: Artikel 6.67 verplaatst van subparagraaf 6.7.4.5 naar subparagraaf 5.4.2.2. ]

Artikel 6.67 5.36 Gebod

Als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, of in overeenstemming met het omgevingsplan worden gebracht. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.

Paragraaf 5.4.3 Verboden gebruik
Artikel 5.37 Verboden gebruik
  • 1.

    Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      staan- of ligplaats voor wagens of onderkomens;

    • b.

      opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

    • c.

      opslagplaats voor gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen daarvan;

    • d.

      stortplaats voor puin, mest- of afvalstoffen;

    • e.

      voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden;

    • f.

      het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning;

    • g.

      seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft;

    • h.

      verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie;

    • i.

      het omschakelen van een grondgebonden veehouderij naar een niet-grondgebonden veehouderij;

    • j.

      het racen of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen;

    • k.

      het gebruik of laten gebruiken van een recreatief woonverblijf voor permanente bewoning;

    • l.

      het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerken als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte;

    • m.

      het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk, vrij in het gebouw staande plateau's en vergelijkbare constructies inbegrepen, voor het bedrijfsmatig houden van dieren.

  • 2.

    Het bepaalde onder het eerste lid onderdeel a t/m d is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering of handhaving van de functies of het normale onderhoud, gebruik of beheer van gronden of bouwwerken.

Afdeling 5.5 Functieoverschrijdende bouwregels

Paragraaf 5.5.1 Toegestaan - Algemeen

[Red: Artikel 5.9 verplaatst van paragraaf 5.3.4 naar paragraaf 5.5.1. ]

Artikel 5.9 5.38 Ondergronds bouwen

In dit omgevingsplan gelden de bouwregels voor bovengronds bouwen; niet voor ondergronds bouwen (bouwwerken onder het maaiveld), tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

[Red: Artikel 5.11 verplaatst van paragraaf 5.3.6 naar paragraaf 5.5.1. ]

Artikel 5.11 5.39 Maatwerkvoorschrift

Het bevoegd gezag kan wanneer rekening wordt gehouden met de regels uit hoofdstuk 6 en 7, maatwerkvoorschriften stellen over:

  • a.

    de afmeting van bouwwerken;

  • b.

    de situering van bouwwerken; en/of

  • c.

    de inrichting en het gebruik van gronden;

onder voorwaarde dat de maatwerkvoorschriften niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

Paragraaf 5.5.2 Omgevingsplanactiviteit
Subparagraaf 5.5.2.1 Specifieke gevallen

[Red: Artikel 5.13 verplaatst van subparagraaf 5.3.8.1 naar subparagraaf 5.5.2.1. ]

Artikel 5.13 5.40 Specifieke gevallen  Omgevingsplanactiviteiten

  • 1.

    Een omgevingsvergunning kan toch worden verleend voor de specifieke gevallen zoalsals bedoeld in dit artikel, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels zoalsals bedoeld in artikel 5.145.41.

  • 2.

    Het oprichten van bouwwerken van algemeen nut (zoals abri's, transformatorhuisjes, gasmeet- en regelstations en conmatics), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m3 en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 4 meter.

  • 3.

    Het overschrijden van de bouwregels over de goothoogte, de bouwhoogte en de (vloer)oppervlakte van gebouwen, met niet meer dan 10%, met uitzondering van de regels in de functie Wonen.

  • 4.

    Het overschrijden van de bouwregels inzake de bouwhoogte en de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 10%.

  • 5.

    Het in geringe mate aanpassen van het planomgevingsplan, teneinde enig onderdeel van het planomgevingsplan, zoals een bouwgrens, te veranderen, waarbij de grens met niet meer dan 3 meter wordt verschoven.

  • 6.

    Het oprichten van masten voor mobiele (beeld)telefonie en zendmasten tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter.

  • 7.

    Het oprichten van kunstobjecten tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter, voor alle (hoofd)functies, behalve de functie Bos, Groen en Natuur. 

[Red: Artikel 5.14 verplaatst van subparagraaf 5.3.8.1 naar subparagraaf 5.5.2.1. ]

Artikel 5.14 5.41 Aanvullende beoordelingsregels specifieke gevallen

  • 1.

    Er mag geen onevenredige afbreuk zijn van de stedenbouwkundige kwaliteit.

  • 2.

    Bij toepassing van artikel 5.135.40 vijfde lid moet blijken dat:

    • a.

      het nodig blijkt uit de definitieve uitmeting en verkaveling;

    • b.

      aanpassing van het planomgevingsplan noodzakelijk of gewenst is; of

    • c.

      het van belang is voor een juiste verwerkelijking van het planomgevingsplan.

Subparagraaf 5.5.2.2 Duurzame energie

Subsubparagraaf 5.5.2.2.1 Zonnepanelen

[Red: Artikel 5.15 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.1 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.1. ]

Artikel 5.15 5.42 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van zonnepanelen op de grond toegestaan.

[Red: Artikel 5.16 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.1 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.1. ]

Artikel 5.16 5.43 Aanvullende beoordelingsregels

 

Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.155.42 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de zonnepanelen worden geplaatst op eigen grond, op het perceel dat als erf gebruikt wordt;

  • b.

    de hoogte maximaal 1,5 meter is;

  • c.

    de totale oppervlakte van de op de grond geplaatste zonnepanelen maximaal 100 m2 bedraagt; en

  • d.

    de zonnepanelen landschappelijk zijn/worden ingepast en hiervoor vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en landschap.

Subsubparagraaf 5.5.2.2.2 Mini windturbine

[Red: Artikel 5.17 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.2 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.2. ]

Artikel 5.17 5.44 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van een mini windturbine toegestaan.

Artikel 5.45 Aanvullende indieningsvereisten 

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een mini windturbine als bedoeld in artikel 5.44 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat:

  • a.

    de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en

  • b.

    er geen beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.

[Red: Artikel 5.18 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.2 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.2. ]

Artikel 5.18 5.46 Aanvullende beoordelingsregels 

 

Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.175.44 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de as van de mini windturbine maximaal 5 meter uitsteekt boven het hoogste punt van het bouwwerk waarop de turbine geplaatst wordt;

  • b.

    de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en

  • c.

    voor de mini windturbine geen vergunningplichtige beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.

Subsubparagraaf 5.5.2.2.3 Kleine windturbine

[Red: Artikel 5.19 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.3 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.3. ]

Artikel 5.19 5.47 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het plaatsen van een kleine winturbine  kleine windturbine toegestaan.

Artikel 5.48 Aanvullende indieningsvereisten

 

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een kleine windturbine als bedoeld in artikel 5.47 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat:

  • a.

    de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving;

  • b.

     de kleine windturbine op minstens de minimale afstand ligt van het beperkingengebied 'Gasleiding' of 'hoogspanningsverbinding', waarbij de formule is gebruikt uit artikel 5.49; en

  • c.

    er geen beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.

[Red: Artikel 5.20 verplaatst van subsubparagraaf 5.3.8.2.3 naar subsubparagraaf 5.5.2.2.3. ]

Artikel 5.20 5.49 Aanvullende beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 5.195.47 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de kleine windturbine een maximale as-hoogte heeft van 30 meter;

  • b.

    de kleine windturbine niet mag staan in het gebiedstype 'woongebieden', zoals weergegeven in de bijlage Algemeen - Gebiedstypengebiedstypen;

  • c.

    in het landelijk gebied op het erf gerealiseerd moet worden, op maximaal 100 meter afstand van het op dat erf aanwezige hoofdgebouw;

  • d.

    de kleine windturbine moet minimaal (A) meter van het beperkingengebied 'Gasleiding' afliggen, zoals berekend uit de volgende formule: A = H + 1/3 W, waarin  A = minimale afstand, H = ashoogte, W = Wieklengte en de wieklengte = 1/2 ashoogte; 

    De kleine windturbine minimaal (A) meter van het beperkingengebied ‘Gasleiding’ afligt, (A) is de hoogste waarde van: 

    • 1.

      maximale werpafstand bij nominaal toerental; en

    • 2.

      de som van de ashoogte + 1/2 rotordiameter.

  • e.

    de kleine windturbine minimaal (A) meter van het beperkingengebied ‘Hoogspanningsverbinding’ afligt, (A) is de hoogste waarde van:

    • 1.

      maximale werpafstand bij nominaal toerental; en

    • 2.

      de som van de ashoogte + 1/2 rotordiameter.

  • e f.

    de kleine windturbine moet minimaal (A) meter van het beperkingengebied 'Hoogspanningsverbinding' , als bedoeld in artikel 4.27, afliggen, waarbij een vrije ruimte wordt aangehouden die minimaal gelijk of groter is dan de maximale werpafstand bij nominaal toerental, of indien deze groter is ashoogte plus ½ rotordiameter, van de betreffende windturbine;

  • f g.

    de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; en

  • g h.

    voor de kleine windturbine geen vergunningplichtige beplanting vergunningplichtig verwijderd hoeft te worden.

Afdeling 5.6 Ondersteunende functies

Artikel 5.50 Horeca ondersteunend 

Horeca ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.

Artikel 5.51 Detailhandel ondersteunend

Detailhandel ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.

Artikel 5.52 Dienstverlening ondersteunend

Dienstverlening ondersteunend aan de hoofdfunctie is toegestaan.

Afdeling 5.7 Nevenactiviteiten

Paragraaf 5.7.1 Zelfstandige horeca
Artikel 5.53 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is zelfstandige horeca toegestaan, als voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 5.54.

Artikel 5.54 Aanvullende beoordelingsregels
  • 1.

    De activiteit voldoet aan de uitgangspunten van de nota Notitie (para-) commercie in de horeca Doetinchem, met dien verstande dat wanneer deze nota wijzigt, rekening wordt gehouden met die wijziging.

  • 2.

    De zelfstandige horeca-activiteiten ondergeschikt blijven aan de bestaande hoofdfunctie.

E

Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 6 FUNCTIEGERELATEERDE REGELS OVER GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN

Afdeling 6.1 Agrarisch bedrijf

Paragraaf 6.1.1 Algemeen
Artikel 6.1 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.1 gaat over de functie agrarisch bedrijf. 

Artikel 6.2 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.1 gelden binnen het gebied agrarisch bedrijf.

Paragraaf 6.1.2 Toegestaan - Algemeen
Artikel 6.3 Eén agrarisch bedrijf

Per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan.

Artikel 6.4 Grondgebonden agrarische bedrijven

De agrarische bedrijvigheid is alleen toegestaan in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Artikel 6.5 Nevenactiviteiten 

Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan zonder omgevingsvergunning, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in artikel 6.6, voor zover deze gelden.

Artikel 6.6 Aanvullende beoordelingsregels
  • 1.

    Alleen nevenactiviteiten, genoemd in de Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten (bijlage Algemeen - lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten) zijn toegestaan.

  • 2.

    In afwijking van eerste lid is in het Gelders natuurnetwerk alleen verblijfsrecreatie, dagrecreatie en zorgactiviteiten toegestaan.

  • 3.

    Nevenactiviteiten in de open lucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 200 m2..

  • 4.

    De oppervlakte van de nevenactiviteit(en) is maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedragen onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) in totaal maximaal 350 m2  is.

  • 5.

    Nevenactiviteiten zoals genoemd in artikel 6.5 moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      alleen nevenactiviteiten, genoemd in de Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten (bijlage Algemeen - Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten) zijn toegestaan;

    • b.

      nevenactiviteiten in de openlucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 200 m2;

    • c.

      de oppervlakte van de nevenactiviteit(en) mag maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedragen onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) in totaal maximaal 350 m2  is;

    • d.

      verblijfsrecreatie is alleen toegestaan in de bestaande bedrijfswoning en de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zonder dat dit ten koste gaat van de woonfunctie van de bedrijfswoning, daarvan is in elk geval sprake als meer dan 40% van de woning wordt gebruikt voor verblijfsrecreatie.

     

    Verblijfsrecreatie is alleen toegestaan in:

    • a.

      de bestaande bedrijfswoning en de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zonder dat dit ten koste gaat van de woonfunctie van de bedrijfswoning, daarvan is in elk geval sprake als meer dan 40% van de woning wordt gebruikt voor verblijfsrecreatie; of

    • b.

      in een monument.

  • 6.

    In aanvulling op het vijfde lid is verblijfsrecreatie ook toegestaan in een gebouw binnen:

    • a.

      het gebied cultuurhistorische waarde; of

    • b.

      het gebied cultuurhistorie, mits het gebouw waar het om gaat nog steeds een cultuurhistorische waarde heeft.

Artikel 6.7 Overig gebruik bij een agrarisch bedrijf 
  • 1.

    Extensieve dagrecreatie, zandwegen, fiets- en wandelpaden en picknickplaatsen zijn toegestaan.

  • 2.

    Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.

  • 3.

    Groen-, natuur- en nutsvoorzieningen zijn toegestaan.

  • 4.

    Het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen is in het landelijk gebied toegestaan.

Paragraaf 6.1.3 Toegestaan - Specifiek

[Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.4 6.1.3 Omgevingsplanactiviteiten 
Subparagraaf 6.1.4.1 6.1.3.1 Nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf

Artikel 6.8 Omgevingsplanactiviteit nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf

  • 1.

    Alleen met een omgevingsvergunning zijn neven-/hergebruiksactiviteiten zoals deze zijn opgenomen in bijlage Algemeen - Lijstlijst van neven- en hergebruiksactiviteiten toegestaan wanneer het gaat om activiteiten waarbij:

    • a.

      een oppervlakte groter is dan 350 m2; en/of

    • b.

      het gaat om het uitoefenen van nevenactiviteiten in de open lucht.

  • 2.

    Een omgevingsvergunning is ook vereist voor verblijfsrecreatie in een ander gebouw dan de bestaande bedrijfswoning, wanneer dit gebouw een monument is.

  • 3.

    Een omgevingsvergunning is vereist voor verblijfsrecreatie in een ander gebouw dan de bestaande bedrijfswoning, wanneer dit gebouw:

    a. Binnen het gebied cultuurhistorische waarde ligt; of

    b. Binnen het gebied cultuurhistorie ligt, mits het gebouw nog steeds een cultuurhistorische waarde heeft.

Artikel 6.9 Aanvullende beoordelingsregels

  • 1.

    De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 6.8 wordt alleen verleend als:

    • a.

      de oppervlakte van de nevenactiviteit(en) maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen mag zijn, onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) niet meer mag bedragen dan in de tabel hieronder is aangegeven. Daarbij moet rekening worden gehouden dat bij een combinatie van meerdere nevenactiviteiten maximaal de laagste oppervlaktenorm is toegestaan;

    • b.

      de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in een landschappelijk inrichtingsplan, die voldoet aan het bepaalde in de bijlagen Algemeen - Richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing'Algemeen - Landschapstypen en Algemeen - Leidraad Toetsingskader Landschapselementen, en waarover advies is ingewonnen bij een deskundige op het gebied van landschap;

    • c.

      de (gezamenlijke) nevenactiviteit(en) van ondergeschikte betekenis is (zijn) aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in bedrijfseconomische, ruimtelijke en visuele zin primair blijft.

     

    Maximale oppervlakte nevenactiviteiten

    Maximale oppervlakte in m2

    Nevenactiviteiten

    Groene ontwikkelingszone

    Overig Landelijk gebied

    Verblijfsrecreatie

    500

    750

    Dagrecreatie

    500

    750

    Zorg

    500

    750

    Opslag

    x

    500

    Opslag nevenactiviteiten

    x

    500

    De oppervlakte van de nevenactiviteit(en) is maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen, onder voorwaarde dat de gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteit(en) niet meer mag bedragen dan in de tabel hieronder is aangegeven. Daarbij moet rekening worden gehouden dat bij een combinatie van meerdere nevenactiviteiten maximaal de laagste oppervlaktenorm is toegestaan.

    Maximale oppervlakte nevenactiviteiten

    Maximale oppervlakte in m2

    Nevenactiviteiten

    Gelegen in Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone

     Gelegen in overig Landelijk gebied

    Verblijfsrecreatie

    750

    750

    Dagrecreatie

    750

    750

    Zorg

    750

    750

    Opslag

    500

    750

    Overige nevenactiviteiten

    500

    750

  • 2.

    Nevenactiviteiten in de open lucht zijn alleen toegestaan bij de hoofdfunctie dagrecreatie, verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten tot een oppervlakte van maximaal 300 m2.

  • 3.

    De landschappelijke inpassing is gewaarborgd in een landschappelijk inrichtingsplan, die voldoet aan het bepaalde in de bijlagen Algemeen - richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing'Algemeen - landschapstypen en Algemeen - leidraad toetsingskader landschapselementen, en waarover advies is ingewonnen bij een deskundige op het gebied van landschap.

  • 4.

    Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf de aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.

  • 5.

    Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.

  • 6.

    De (gezamenlijke) nevenactiviteit(en) van ondergeschikte betekenis is (zijn) aan het agrarisch bedrijf en de agrarische bedrijfsfunctie in bedrijfseconomische, ruimtelijke en visuele zin primair blijft.

  • 2 7.

    In afwijking van artikel 6.9 eerste lid kan geen omgevingsvergunning worden verleend als de locatie is gelegen binnen het Gelders natuurnetwerk of de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk of de groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. De regels uit artikel 6.9 eerste lid blijven dan ook gelden.

Subparagraaf 6.1.4.2 6.1.3.2 Kamperen bij de boer

Artikel 6.10 Omgevingsplanactiviteit kamperen bij de boer

Alleen met een omgevingsvergunning is een kampeerterrein bij een agrarisch bedrijf toegestaan.

Artikel 6.11 Aanvullende beoordelingsregels

  • 1.

    De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.10 wordt alleen verleend als:

  • 2.

    In afwijking van artikel 6.11 eerste lid kan geen omgevingsvergunning  worden verleend als de locatie ligt binnen de groeneGroene ontwikkelingszone, tenzij kan worden aangetoond dat er geen ernstige aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones. De regels uit artikel 6.11 eerste lid blijven dan ook gelden.

Subparagraaf 6.1.3.3 Nevenactiviteiten bij agrarisch bedrijf

Artikel 6.12 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning zijn nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf toegestaan, wanneer voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in artikel 6.14.  

Artikel 6.13 Aanvullende indieningsvereisten

[Gereserveerd]

Artikel 6.14 Aanvullende beoordelingsregels

  • 1.

    Alleen bestaande gebouwen gebruikt worden.

  • 2.

    Maximaal 50% van de oppervlakte van deze gebouwen gebruikt worden voor de nevenactiviteit, waarbij daarnaast een maximale oppervlakte geldt, zoals aangegeven in de tabel.

    Maximale oppervlakte gebouwen in m2

     

                                        Gebiedsaanduiding

    Nevenactiviteit als vermeld in Bijlage A van de beleidsregel 'Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021

    Gelders natuurnetwerk

    Groene ontwikkelingszone

    Overig landelijk gebied

    Verblijfsrecreatie

    Dagrecreatie

    Zorg

    750

    niet toegelaten



    Opslag

    Overige nevenactiviteiten

    500

    750

  • 3.

    Als er een combinatie van nevenactiviteiten ontwikkeld wordt, dan is de maximale oppervlakte niet meer dan de laagste oppervlakte.

  • 4.

    Dag- en verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten mogen ook in de openlucht plaats vinden. De hiervoor te gebruiken oppervlakte is maximaal 300 m2. Andere activiteiten mogen niet in de openlucht plaats vinden.

  • 5.

    Als de nevenactiviteit ligt in de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland.

  • 6.

    Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing als bedoeld in de beleidsregel 'Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021'. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan deze beleidsregel.

  • 7.

    De nevenactiviteit(en) ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf. De agrarische bedrijfsfunctie moet bedrijfseconomisch, ruimtelijk en visueel het belangrijkst zijn.

  • 8.

    Gebruikers en bezoekers van het agrarische bedrijf én de nevenactiviteit op het eigen terrein, binnen het bouwvlak, kunnen parkeren.

  • 9.

    Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.

  • 10.

    Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.

  • 11.

    Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de geplande nevenactiviteit(en) die aanleiding zijn van de verandering.

  • 12.

    Er is aangetoond dat door de nevenactiviteit de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is.

Paragraaf 6.1.4 Geboden
Subparagraaf 6.1.4.1 Landschappelijke inpassing

[Red: Artikel 6.75 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.2 naar subparagraaf 6.1.4.1. ]

Artikel 6.75 6.15 Landschappelijke inpassing - Akkermansweg 2 Gaanderen

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied Akkermansweg 2 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Akkermansweg 2 Gaanderen - landschappelijk inpassingplan.

[Red: Artikel 6.74 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.2 naar subparagraaf 6.1.4.1. ]

Artikel 6.74 6.16 Landschappelijke inpassing - Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet voor ontwikkelingen binnen het gebied Broekhuizerstraat 10 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl - Landschappelijklandschappelijk inpassingsplan.

Artikel 6.17 Landschappelijke inpassing - Heijendaalseweg 3 Wehl

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Heijendaalseweg 3 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Heijendaalseweg 3 Wehl - landschappelijke inpassing.

Artikel 6.18 Landschappelijke inpassing - Notenstraatje 1 Wehl

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Notenstraatje 1 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Notenstraatje 1 Wehl - landschappelijke inpassing.

Paragraaf 6.1.5 Verboden - Algemeen
Artikel 6.12 6.19 Verboden gebruik
  • 1.

    Nieuwvestiging van een grondgebonden- en een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf is verboden.

  • 2.

    Nieuwvestiging en uitbreiden van een geitenhouderij is verboden, daaronder wordt verstaan:

    • a.

      het vestigen van een geitenhouderij;

    • b.

      het geheel of gedeeltelijk wijzigen van een veehouderij of veehouderijtak met andere landbouwhuisdieren in een geitenhouderij;

    • c.

      het vergroten van het aantal geiten dat op een bestaande geitenhouderij wordt gehouden;

    • d.

      het vergroten van de oppervlakte van een dierenverblijf voor geiten, tenzij het vergunde, dan wel gemelde aantal geiten aantoonbaar niet groeit;

    • e.

      het oprichten van een dierenverblijf voor een geitenhouderij en een gebouw of gronden voor het houden van geiten in gebruik te nemen;

    • f.

      het tijdelijk gebruiken van bouwwerken of gronden voor een geitenhouderij.

  • 3.

    Het gebruik van gronden en bouwwerken voor het houden van landbouwhuisdieren is in elk geval verboden als sprake is van een toename van stikstofdepositie vanaf het betreffende agrarische bedrijf ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie van het betreffende agrarische bedrijf door het gebruik van gronden en overkappingen.

  • 4.

    Het omschakelen van een grondgebonden veehouderijbedrijf(stak) naar een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf(stak) is niet toegestaan.

Paragraaf 6.1.6 Verboden - Specifiek
Artikel 6.13 6.20 Geur - emissiepunten en emissiebronnen verboden

Binnen het gebied Broekhuizerstraat 10 - geur emissiepunten verboden is het verboden om:

  • a.

    een geuremissiepunt te hebben;

  • b.

    landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor in een dierenverblijf te houden;

  • c.

    paarden en pony’s om te berijden te houden; 

  • d.

    vaste mest, champost of dikke fractie op te slaan; 

  • e.

    drijfmest, digestaat of dunne fractie in mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van 350 m2 tot en met 750 m2 op te slaan; 

  • f.

    voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten te hebben; en/of

  • g.

    groenafval te composteren of op te slaan.

Artikel 6.21 Landbouwhuisdieren verboden

Binnen het gebied landbouwhuisdieren verboden is het houden van landbouwhuisdieren niet toegestaan.

Afdeling 6.2 Agrarische gronden

Paragraaf 6.2.1 Algemeen
Artikel 6.22 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.2 gaat over de functie agrarische gronden.

Artikel 6.23 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.2 gelden binnen het gebied agrarische gronden.

Paragraaf 6.2.2 Toegestaan - Algemeen
Artikel 6.24 Toegestaan gebruik

Binnen het gebied agrarische gronden is het volgende gebruik van gronden toegestaan:

Afdeling 6.3 Bedrijf

Paragraaf 6.3.1 Algemeen
Artikel 6.25 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.3 gaat over de functie bedrijf.

Artikel 6.26 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.3 gelden binnen het gebied bedrijf.

Paragraaf 6.3.2 Toegestaan
Artikel 6.27 Toegestaan - gebruik
  • 1.

    Binnen het gebied bedrijf tot en met categorie 2 zijn alleen bedrijven met bijbehorende bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 en 2, zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

  • 2.

    Kantoor, uitsluitend ten dienste van en voor maximaal 50% van de bruto-vloeroppervlakte van het in het eerste lid genoemde bedrijf.

Paragraaf 6.3.3 Verboden
Artikel 6.28 Verboden

Binnen het gebied bedrijf tot en met categorie 2 zijn geen zelfstandige kantoor-, detailhandel- en horecabedrijven toegestaan.

Afdeling 6.4 Cultuur en ontspanning

Paragraaf 6.4.1 Algemeen
Artikel 6.29 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.4 gaat over de functie cultuur en ontspanning.

Artikel 6.30 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.4 gelden binnen het gebied cultuur en ontspanning.

Paragraaf 6.4.2 Toegestaan
Artikel 6.31 Toegestaan - Algemeen

Voorzieningen voor cultuur en ontspanning, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Artikel 6.32 Toegestaan - Specifiek

Binnen het gebied schoonheidscentrum is alleen een schoonheidscentrum met sauna en wellnessvoorzieningen toegestaan. 

Paragraaf 6.4.3 Verboden
Artikel 6.33 Attractieparken verboden

Het is verboden om een nieuw attractiepark te vestigen, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

Afdeling 6.5 Gemengd

Paragraaf 6.5.1 Algemeen
Artikel 6.34 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.5 gaat over gemengde functies binnen één gebied.

Artikel 6.35 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.5 gelden binnen het gebied gemengd.

Paragraaf 6.5.2 Toegestaan - Algemeen
Artikel 6.36 Toegestaan gebruik
  • 1.

    Bedrijven van categorie 1, zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten, zijn toegestaan.

  • 2.

    Voorzieningen voor cultuur en ontspanning.

  • 3.

    Detailhandel, niet zijnde detailhandel in de vorm van een supermarkt.

  • 4.

    Horeca categorie 1.

  • 5.

    Kantoren.

  • 6.

    Maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen voor mensen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden.

  • 7.

    Sportvoorzieningen.

  • 8.

    Wonen.

  • 9.

    Verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting.

  • 10.

    Parkeervoorzieningen.

  • 11.

    Geluidwerende voorzieningen.

Paragraaf 6.5.3 Omgevingsplanactiviteiten
Subparagraaf 6.5.3.1 Hoger dan 30 meter bouwen

Artikel 6.37 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is binnen het gebied Laborijnlocatie - onderzoek hoogbouw bouwen hoger dan 30 meter toegestaan.

Artikel 6.38 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.37 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de hoge bebouwing niet leidt tot onevenredige hinder door wind.

Artikel 6.39 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.37 wordt alleen verleend als:

  • a.

    er geen sprake is van onevenredige hinder door wind; en

  • b.

    de deskundige op het gebied van wind akkoord is en het (schriftelijk) advies wordt betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.5.3.2 Andere vorm van horeca

Artikel 6.40 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning kan een andere vorm van horeca worden toegestaan.

Artikel 6.41 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.40 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de omgeving niet onevenredig wordt gehinderd.

Artikel 6.42 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.40 wordt alleen verleend als de horeca naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen zijn aan de geldende horeca categorie en het advies van de desbetreffende deskundige wordt meegenomen bij het besluit op ge omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.5.3.3 Andere bedrijfsactiviteiten

Artikel 6.43 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning kunnen andere bedrijfsactiviteiten worden toegestaan.

Artikel 6.44 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.43 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar zijn met een categorie 1 bedrijf.

Artikel 6.45 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.43 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met de op grond van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegelaten bedrijven uit categorie 1 zoals opgenomen in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten; of

  • b.

    het niet gaat om een grote lawaaimaker.

Paragraaf 6.5.4 Geboden
Subparagraaf 6.5.4.1 Compensatieplannen

Artikel 6.46 Compensatieplan - Laborijnlocatie Doetinchem

Binnen het gebied Laborijnlocatie - gebod compensatieplan wordt voordat een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt verleend, een door het bevoegd gezag goedgekeurd compensatieplan opgesteld conform het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024–2028.

Afdeling 6.3 6.6 Groen

Paragraaf 6.3.1 6.6.1 Algemeen
Artikel 6.26 6.47 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.36.6 gaat over de functie groen. 

Artikel 6.27 6.48 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.36.6 gelden binnen het gebied groen.

Paragraaf 6.3.2 6.6.2 Toegestaan - Algemeen
Artikel 6.28 6.49 Toegestaan gebruik
  • 1.

    (Structurele) groenvoorzieningen waaronder houtopstanden.

  • 2.

    Binnen het gebied groen is het gebruik van gronden toegestaan voor:

    • a.

      (structurele) groenvoorzieningen waaronder houtopstanden;

    • b.

      extensieve dagrecreatie en mogelijkheden voor ontmoeting en spelen;

    • c.

      fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen;

    • d.

      waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;

    • e.

      nutsvoorzieningen;

    • f.

      kunstobjecten; 

    • g.

      bestaande inritten; en

    • h.

      straatmeubilair en speeltoestellen.

    Bestaande inritten, fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen.

  • 3.

    Straatmeubilair en speeltoestellen.

Paragraaf 6.3.3 6.6.3 Omgevingsplanactiviteiten
Subparagraaf 6.3.3.1 6.6.3.1 Nieuwe inrit

Artikel 6.29 6.50 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is een nieuwe inrit toegestaan.

Artikel 6.30 6.51 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.296.50 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de inrit noodzakelijk is om een perceel te ontsluiten;

  • b.

    de inrit geen onevenredige afbreuk doet aan de flora en fauna ter plaatse;

  • c.

    de waarde of beleving van de groenvoorziening niet onevenredig wordt aangetast;

  • d.

    als uit het advies van deskundige op het gebied van ecologie blijkt dat er geen bezwaren zijn vanuit ecologisch oogpunt;

  • e.

    als uit het advies van deskundige op het gebied van verkeer blijkt dat er geen bezwaren zijn vanuit verkeerskundig oogpunt; en

  • f.

    de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

Afdeling 6.4 6.7 Natuur

Paragraaf 6.4.1 6.7.1 Algemeen
Artikel 6.31 6.52 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.46.7 gaat over de functie natuur.

Artikel 6.32 6.53 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.46.7 gelden binnen het gebied natuur.

Paragraaf 6.4.2 6.7.2 Toegestaan - Algemeen
Artikel 6.33 6.54 Toegestaan gebruik
  • 1.

    Binnen het gebied natuur is het volgende gebruik van gronden toegestaan:

    • a.

      instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele- en landschapswaarden;

    • b.

      extensieve dagrecreatie, als de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast;

    • c.

      waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen, inclusief bijbehorende oevers;

    • d.

      fiets- en wandelpaden, als de onder a bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast;

    • e.

      kunstobjecten;

    • f.

      nutsvoorzieningen; en

    • g.

      bouwwerken en voorzieningen die horen bij de functie natuur.

    Instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele- en landschapswaarden.

  • 2.

    Fiets- en wandelpaden, als de in het eerste lid bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast.

Afdeling 6.5 6.8 Verkeer

Paragraaf 6.5.1 6.8.1 Algemeen
Artikel 6.34 6.55 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.56.8 gaat over de functie verkeer. 

Artikel 6.35 6.56 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.56.8 gelden binnen het gebied verkeer.

Paragraaf 6.5.2 6.8.2 Toegestaan - Algemeen 
Artikel 6.36 6.57 Toegestaan gebruik
  • 1.

    Verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting.

  • 2.

    Binnen het gebied verkeer is het gebruik van gronden toegestaan voor:

    • a.

      verkeer en verblijf;

    • b.

      geluidwerende voorzieningen;

    • c.

      straatmeubilair en speeltoestellen;

    • d.

      parkeervoorzieningen;

    • e.

      kunstobjecten;

    • f.

      groenvoorzieningen;

    • g.

      waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen;

    • h.

      nutsvoorzieningen.

    Geluidwerende voorzieningen.

  • 3.

    Straatmeubilair en speeltoestellen.

  • 4.

    Parkeervoorzieningen.

Paragraaf 6.8.3 Toegestaan - Specifiek
Artikel 6.58 Parkeergarage

Binnen het gebied parkeergarage is alleen een parkeergarage toegestaan.

Artikel 6.59 Parkeren
Paragraaf 6.5.3 6.8.4 Geboden
Artikel 6.37 6.60 Terras 

Bij mogelijkheden voor ontmoeting moet voldaan worden aan de voorwaarden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in de Nota Terrassenbeleid, zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 5 maart 2013, rekening houdende dat wanneer de nota wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

Artikel 6.38 6.61 Standplaatsen 

Bij mogelijkheden voor ontmoeting moet voldaan worden aan de voorwaarden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in de Nota Standplaatsenbeleid 2011, zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 22 november 2011, rekening houdende dat wanneer de nota wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

Afdeling 6.6 6.9 Water

Paragraaf 6.6.1 6.9.1 Algemeen
Artikel 6.39 6.62 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.66.9 gaat over de functie water.

Artikel 6.40 6.63 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.66.9 gelden binnen het gebied water.

Paragraaf 6.6.2 6.9.2 Toegestaan - Algemeen
Artikel 6.41 6.64 Toegestaan gebruik
  • 1.

    Binnen het gebied water is het volgende gebruik van gronden toegestaan:

    • a.

      het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water zoals waterpartijen, waterlopen en andere watergangen, inclusief bijbehorende oevers;

    • b.

      instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur- , visuele en landschapswaarden;

    • c.

      extensieve dagrecreatie, als de onder b bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast;

    • d.

      infrastructurele voorzieningen;

    • e.

      groen- en nutsvoorzieningen;

    • f.

      bouwwerken die bij de functie water horen.

    Het ontvangen, bergen of afvoeren van water zoals waterpartijen, waterlopen en andere watergangen, inclusief bijbehorende oevers.

  • 2.

    Instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuur-, visuele- en landschapswaarden.

  • 3.

    Extensieve dagrecreatie, als de in het eerste lid bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast.

  • 4.

    Infrastructurele voorzieningen.

Afdeling 6.7 6.10 Wonen

Paragraaf 6.7.1 6.10.1 Algemeen
Artikel 6.42 6.65 Waar gaat deze afdeling over?

Afdeling 6.76.10 gaat over de functie wonen.

Artikel 6.43 6.66 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 6.76.10 gelden binnen het gebied wonen.

Paragraaf 6.7.2 6.10.2 Toegestaan - Algemeen
Artikel 6.44 6.67 Woningen en bijbehorende bouwwerken en voorzieningen

Het gebruik van gronden en bouwwerken voor woningen en de hierbij behorende bouwwerken en voorzieningen zijn binnen het gebied wonen toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangeven. 

Artikel 6.47 6.68 Overig gebruik
  • 1.

    Tuinen, erven en erfontsluitingswegen voor woningen zijn toegestaan.

  • 2.

    Waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen zijn toegestaan.

  • 4 2.

    Het hobbymatig houden van dieren en het telen van gewassen is in het landelijk gebied toegestaan.

  • 3.

    Nutsvoorzieningen zijn toegestaan.

Paragraaf 6.7.3 6.10.3 Toegestaan - Specifiek
Subparagraaf 6.7.3.1 6.10.3.1 Woningtype

Artikel 6.48 6.69 Toegestaan woningtype

Binnen het gebied woningtype is alleen het aangegeven woningtype toegestaan.  

Subparagraaf 6.7.3.2 6.10.3.2 Aantal woningen

Artikel 6.49 6.70 Toegestaan aantal woningen

Binnen het gebied maximum aantal woningen is maximaal het aantal aangegeven woningen toegestaan. 

Subparagraaf 6.7.3.3 6.10.3.3 Woningdifferentiatie

Artikel 6.50 6.71 Waarom gelden deze regels?

De regels in subparagraaf 6.7.3.36.10.3.3 gelden met als doel dat voldaan wordt aan de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023). Wijzigt deze doelgroepenverordening, dan moet rekening worden gehouden met die wijziging.

Artikel 6.51 6.72 Waar gelden deze regels?

De regels in subparagraaf 6.7.3.36.10.3.3 gelden binnen het gebied woningdifferentiatie.

Artikel 6.52 6.73 Woningdifferentiatie

  • 1.

    Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale huurwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale huurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 25 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.

  • 2.

    Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage middenhuurwoning minimaal het aangegeven percentage een middenhuurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 15 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.

  • 3.

    Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage goedkope koopwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie goedkope koopwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor tenminste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.

  • 4.

    Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied  minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 1) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 1 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.

  • 5.

    Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 2) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 2 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.

Subparagraaf 6.7.3.4 6.10.3.4 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken

Artikel 6.53 6.74 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken

Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, als voldaan wordt aan de volgende regels:

  • a.

    het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen is niet toegestaan;

  • b.

    de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter is. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; en

  • c.

    bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.

Subparagraaf 6.7.3.5 Parkeren

Artikel 6.54 Parkeren - Specifiek

Paragraaf 6.7.4 6.10.4 Omgevingsplanactiviteiten
Subparagraaf 6.7.4.1 6.10.4.1 Aan huis gebonden beroep of bedrijf

Artikel 6.55 6.75 Omgevingsplanactiviteit 

Alleen met een omgevingsvergunning is een ander beroep en/of bedrijf aan huis dan is opgenomen in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven toegestaan.

Artikel 6.76 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.75 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat het beroep of bedrijf aan huis naar aard, omvang en hinder vergelijkbaar is met één of meer in de bijlage Algemeen - lijst van aan huis gebonden beroepen of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.

Artikel 6.56 6.77 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.556.75 wordt alleen verleend als het andere beroep en/of bedrijf naar aard, omvang en hinder gelijk is te stellen met één of meer in de bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.

Subparagraaf 6.7.4.2 6.10.4.2 Wonen op kortere afstand tot bouwperceelsgrens

Artikel 6.57 6.78 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning kan de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand van minimaal 3 meter tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens worden toegestaan.

Artikel 6.79 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.78 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.

Artikel 6.58 6.80 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 6.576.78 wordt alleen verleend als: 

  • a.

    het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk.;

  • b.

    het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en

  • c.

    bewoning slechtsalleen is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning;.

Subparagraaf 6.7.4.3 6.10.4.3 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op kortere afstand tot bouwperceelsgrens

Artikel 6.59 6.81 Omgevingsplanactiviteit 

Alleen met een omgevingsvergunning kan het gebruik van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf worden toegestaan als de afstand tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 3 meter is.

Artikel 6.82 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.81 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.

Artikel 6.60 6.83 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.596.81 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk.;

  • b.

    het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en

  • c.

    bewoning bewoning gebeurd door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.

Subparagraaf 6.7.4.4 6.10.4.4 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken

Artikel 6.61 6.84 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan.

Artikel 6.62 6.85 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.616.84 wordt alleen verleend, als voldaan wordenwordt aan de volgende regels:

  • a.

    wanneer de vestiging van een dergelijk beroep of bedrijf in een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning; en

  • b.

    wanneer het vrijstaande bouwwerk een ruimtelijke eenheid vormt met de woning.

Subparagraaf 6.10.4.5 Bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak

Artikel 6.86 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning zijn bijbehorende bouwwerken voor de functie wonen buiten het bouwvlak toegestaan.

Artikel 6.87 Aanvullende indieningsvereisten

 

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat:

  • a.

    op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw uit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft;  en

  • b.

    wanneer de locatie ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige landschappelijke waarden.

Artikel 6.88 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:

  • a.

    aangetoond is dat op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw vanuit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft;

  • b.

    het bouwwerk aansluit bij de vorm en massa van het oorspronkelijke bouwwerk;

  • c.

    de oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk maakt onderdeel uit van de in artikel 7.11 genoemde maximale oppervlaktenorm (100 m2);

  • d.

    de locatie niet ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone, tenzij er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardig belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones; en

  • e.

    Het advies van de landschapsdeskundige, stedenbouwkundige of cultuurhistorisch deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.7.4.5 Mantelzorg

[Vervallen]

Subparagraaf 6.10.4.6 Woningsplitsing naar twee woningen V4

Artikel 6.89 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning kan binnen het gebied programma - wonen landelijk gebied een vrijstaande woning, niet zijnde een bedrijfswoning, worden gesplitst zoals is het  programma Wonen Landelijk gebied is opgenomen naar een twee-aaneen. 

Artikel 6.90 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 voor het splitsen van een woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: 

  • a.

    hoe het erf wordt ingericht; of

  • b.

    hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.

Artikel 6.91 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:

  • a.

    de twee-aaneen woning bevat maximaal 2 woningen in één gebouw;

  • b.

    één van de woningen een maximale inhoud van 425 m3 heeft, met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2

  • c.

    het geheel de uitstraling blijft houden van één volume, de woningsplitsing mag niet afleesbaar zijn;

  • d.

    elke woning maximaal 75 m2 aan bijbehorende bouwwerken heeft;

  • e.

    in afwijking van onderdeel c geldt dat wanneer in de bestaande situatie meer dan 150m aan bijbehorende bouwwerken aanwezig is moeten de vierkante meters bijbehorende bouwwerken gezocht worden binnen de  bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, waarbij geldt dat bij elke woning minimaal 75 m2 aan bestaande bijbehorende bouwwerken zijn toebedeeld. (nieuwe bijbehorende bouwwerken uitgesloten);

  • f.

    de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 6 meter;

  • g.

    de goothoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 3 meter, als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;

  • h.

    de inrichting is in overeenstemming met het landschapstype en het advies van de deskundige op het gebied van landschap over de inrichting is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning; of

  • i.

    voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

Paragraaf 6.7.5 6.10.5 Geboden
Subparagraaf 6.7.5.1 6.10.5.1 Bergingscapaciteit hemelwater

Subsubparagraaf 6.10.5.1.1 Bergingscapaciteit hemelwater - Algemeen

Artikel 6.92 Bergingscapaciteit hemelwater

Het gebied minimum bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van de aangegeven minimale bergingscapaciteit in mm per m2 verhard oppervlak.

Subsubparagraaf 6.10.5.1.2 Bergingscapaciteit hemelwater - Specifiek

[Red: Artikel 6.68 verplaatst van subparagraaf 6.7.5.1 naar subsubparagraaf 6.10.5.1.2. ]

Artikel 6.68 6.93 Bergingscapaciteit hemelwater - Terborgseweg naast 119 Doetinchem

Het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak, zoals opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - hemelwaterberging.

Artikel 6.69 Bergingscapaciteit hemelwater - Akkermansweg 2 Gaanderen

Het gebied Akkermansweg 2 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 55 mm per m2 verhard oppervlak.

Artikel 6.70 Bergingscapaciteit hemelwater - Bultensweg 12-14 Doetinchem

Het gebied Bultensweg 12 -14 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 55 mm per m2 verhard oppervlak.

Artikel 6.71 Bergingscapaciteit hemelwater - Amphionpark Doetinchem

Het gebied Amphionpark - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak.

Subparagraaf 6.7.5.2 6.10.5.2 Landschappelijke inpassing

Artikel 6.76 6.94 Landschappelijke inpassing - Bultensweg 12 Doetinchem

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 12 - gebod landschappelijke inpassing  de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 12 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.

Artikel 6.77 6.95 Landschappelijke inpassing - Bultensweg 14 Doetinchem

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 14  - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 14 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.

Artikel 6.72 6.96 Landschappelijke inpassing - IJzevoordseweg 7 Doetinchem

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied IJzevoordseweg 7 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage IJzevoordseweg 7 Doetinchem - versterkingsplan.

Artikel 6.97 Landschappelijke inpassing - Kempsestraat 1-3 Wehl

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kempsestraat 1-3 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kempsestraat 1-3 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kempsestraat 1-3 Wehl - Landschappelijk inpassingsplan.

Artikel 6.98 Landschappelijke inpassing - Kilderseweg naast 39 Doetinchem 

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kilderseweg naast 39zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kilderseweg naast 39 - landschappelijke inpassing.

Artikel 6.99 Landschappelijke inpassing - Oude Terborgseweg 313 Doetinchem 

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Oude Terborgseweg 313zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Oude Terborgseweg 313 - Landschappelijke inpassing.

Artikel 6.73 6.100 Landschappelijke inpassing - Terborgseweg naast 119 Doetinchem

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod landschappelijk inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - Inrichtingsschetsinrichtingsschets.

Subparagraaf 6.10.5.3 Inrichtingsplannen

Artikel 6.101 Inrichtingsplan - Akkerhof Gaanderen

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied  Akkerhof - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Akkerhof zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Akkerhof - Inrichtingsplan.

Artikel 6.102 Inrichtingsplan - Rijksweg 288 Gaanderen

Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Rijksweg 288 - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Rijksweg 288 Gaanderenzijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Rijksweg 288 Gaanderen - inrichtingsplan.

Subparagraaf 6.7.5.3 6.10.5.4 Beeldkwaliteitsplan Beeldkwaliteitsplannen

Artikel 6.78 6.103 Beeldkwaliteitsplan - Amphionpark Doetinchem

Binnen het gebied Amphionpark - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Amphionpark Doetinchem - Beeldkwaliteitsplan Amphionpark Doetinchembeeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.

Artikel 6.104 Beeldkwaliteitsplan - Ribesstraat 4 Gaanderen

Binnen het gebied Ribesstraat 4 - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Ribesstraat 4 Gaanderen - beeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.

Subparagraaf 6.10.5.5 Trillingen

Artikel 6.105 Trillingen - Akkerhof Gaanderen

Binnen het gebied Akkerhof - gebod trillingen mag de in afdeling 6.10 omschreven functie alleen gerealiseerd worden en vervolgens in stand gehouden worden, als voldaan wordt aan de streefwaarden uit de Meet- en Beoordelingsrichtlijn, deel B, 'Hinder voor personen in gebouwen 2006' Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR Richtlijn B). Als deze richtlijn gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.

Subparagraaf 6.7.5.4 6.10.5.6 Afwijken geboden

Artikel 6.79 6.106 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning kan een gebod bergingscapaciteit hemelwatergebod landschappelijke inpassing en/gebod trillingengebod inrichtingsplan of gebod beeldkwaliteitsplan zoals genoemdals bedoeld in paragraaf 6.7.56.10.5 anders worden uitgevoerd.

Artikel 6.80 6.107 Aanvullende indieningsvereisten

 

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.796.106 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat: 

  • a.

    de landschappelijke inpassing zoals deze moet worden gerealiseerd is vastgelegd; en

  • b.

    de deskundige het rapport of ander document heeft beoordeeld en advies heeft gegeven.

Artikel 6.81 6.108 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 6.796.106 wordt alleen verleend als:

  • a.

    aangetoond is dat een afwijking van het gebod noodzakelijk is en dat de afwijking zich uitsluitend daartoe beperkt;

  • b.

    aangetoond is dat aan de bedoeling van het gebod waarvan wordt afgeweken onverminderd invulling wordt gegeven;

  • c.

    de afwijking leidt niet leidt tot een kwalitatieve verslechtering van het resultaat dat werd beoogd met het gebod waarvan wordt afgeweken;

  • d.

    de afwijking gerealiseerd en in stand gehouden wordt binnen, of voor een bepaalde of onbepaalde termijn overeenkomstig het gebod waarvan wordt afgeweken;

  • e.

    het advies van de deskundige is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; en

  • f.

    over de afwijking zo nodig afstemming plaatsvindt met een overlegpartner als bijvoorbeeld het Waterschap, Omgevingsdienst, VNOG en Provincie.

Paragraaf 6.7.6 Verboden

[Gereserveerd]

F

Artikel 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.2 Wanneer mag er gebouwd worden?

Het bouwen van een bouwwerk is alleen toegestaan als het bouwwerk nodig is voor de instandhouding van de functie zoals opgenomenals bedoeld in hoofdstuk 6.

G

Paragraaf 7.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 7.2.1 Hoofdgebouwen

Artikel 7.3 Waar zijn hoofdgebouwen toegestaan?

Een hoofdgebouw is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

Artikel 7.4 Welke bouwhoogte van een hoofdgebouw is toegestaan?

Binnen het gebied maximum bouwhoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven. 

Artikel 7.5 Welke goothoogte van een hoofdgebouw is toegestaan?

Binnen het gebied maximum goothoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven goothoogte toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

Artikel 7.6 Welke oppervlakte van hoofdgebouwen is toegestaan?

  • 1.

    Voor het hoofdgebouw is maximaal de bestaande bebouwde oppervlakte toegestaan, vermeerderd met 10%, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

  • 2.

    Binnen het gebied maximum bruto-vloeroppervlakte is voor het hoofdgebouw maximaal de aangeven bruto-vloeroppervlakte in vierkante meters toegestaan.

Artikel 7.7 Welke bebouwingspercentage van hoofdgebouwen is toegestaan?

Binnen het gebied maximum bebouwingspercentage is voor het hoofdgebouw maximaal het aangegeven bebouwingspercentage toegestaan.

H

Artikel 7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.6 7.8 Hoeveel woningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan?

Binnen het gebied maximum aantal woningen en bedrijfswoningen is voor woningen en bedrijfswoningen het maximaal aangegeven aantal woningen toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven. 

I

Het opschrift van artikel 7.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.7 7.9 Welke inhoud van woningen en bedrijfswoningen is toegestaan?

J

Artikel 7.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.8 7.10 Welke inhoud van een woongebouw is toegestaan?

Binnen het gebied  maximum inhoud woongebouw is voor één woongebouw maximaal de aangegeven inhoud toegestaan.

K

Subparagraaf 7.2.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.3.1 Bijbehorende bouwwerken landelijk gebied

Artikel 7.9 7.11 Bijbehorende bouwwerken bij woningen en bedrijfswoningen in het landelijk gebied 

  • 1.

    Bijbehorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning in het landelijke gebied worden alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

  • 2.

    Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning in het landelijk gebied gelden de volgende regels:

    • a.

      de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m² per woning bedragen, waarbij rekening mee wordt gehouden dat niet meer dan 50 % van het gebied mag worden bebouwd dat is toebedeeld met de functie waar de woning of bedrijfswoning bij hoort;

    • b.

      In afwijking van onderdeel a mag de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning zijn, als de grond oppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is;

    • c.

      bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd;

    • d.

      de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;

    • e.

      de bouwhoogte mag maximaal 6 meter zijn.

    De gezamenlijke oppervlakte is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning, waarbij rekening mee wordt gehouden dat niet meer dan 50% van het gebied mag worden bebouwd dat is toebedeeld met de functie waar de woning of bedrijfswoning bij hoort.

  • 3.

    Bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd.

  • 4.

    De bouwhoogte is maximaal 6 meter.

  • 5.

    De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter.

  • 6.

    In afwijking van het tweede lid is de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning, als de grond oppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is.

  • 7.

    In afwijking van het eerste zijn bijbehorende bouwwerken alleen binnen het gebied bijbehorende bouwwerken - Kilderseweg naast 39 toegestaan.

Artikel 7.10 7.12 Bijbehorende bouwwerken bij woongebouw VAB locatie- Uitsluiten vergunningvrij V4

L

Artikel 7.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.11 7.13 Bijbehorende bouwwerken bij woningen en bedrijfswoningen in het stedelijk gebied V4

  • 1.

    Het bouwen van bijbehorende bouwwerken is alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven. 

  • 2.

    De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning.

  • 3.

    Voor woningen geldt dat maximaal 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd.

  • 4.

    Als de bouwmogelijkheden voor de woning in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder tweedel id genoemde oppervlaktenorm.

  • 5.

    Bijbehorende bouwwerken worden buiten het bouwvlak alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning of bedrijfswoning gebouwd.

  • 6.

    Binnen het bouwvlak worden bijbehorende bouwwerken op één lijn met de woning of bedrijfswoning gebouwd.

  • 7.

    Bijbehorende bouwwerken worden, wanneer rekening gehouden wordt met het bepaalde in het vierde lid, tot op de bouwperceelsgrenzen gebouwd.

  • 8.

    De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning of bedrijfswoning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning of bedrijfswoning, vermeerderd met 30 cm, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.

  • 9.

    De bouwhoogte is maximaal 6 meter.

  • 10.

    Voor het bouwen van bijhorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning binnen het stedelijk gebied gelden de volgende regels:

    • a.

      de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning zijn;

    • b.

      voor woningen geldt dat maximaal 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd;

    • c.

      als de bouwmogelijkheden voor de woning in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder a genoemde oppervlaktenorm;

    • d.

      bijbehorende bouwwerken mogen buiten het bouwvlak alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning of bedrijfswoning worden gebouwd;

    • e.

      binnen het bouwvlak mogen bijbehorende bouwwerken op één lijn met de woning of bedrijfswoning worden gebouwd;

    • f.

      bijbehorende bouwwerken mogen, met inachtneming van het bepaalde onder d, tot op de bouwperceelsgrenzen worden gebouwd;

    • g.

      de goothoogte mag maximaal 3 meter zijn; als wordt aangebouwd aan een woning of bedrijfswoning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning of bedrijfswoning, vermeerderd met 30 centimeter;

    • h.

      de bouwhoogte mag maximaal 6 meter zijn;

    • i.

      in geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 meter is, moet de afstand van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk zijn.

    In geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m is, moet de afstand van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk zijn.

M

Subparagraaf 7.2.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.3.3 Bijbehorende bouwwerken anders dan bij woningen en bedrijfswoningen  !V4

Artikel 7.12 7.14 Waar is een bijbehorend bouwwerk toegestaan?

Een bijbehorend bouwwerk is alleen toegestaan binnen het bouwvlak en 1 meter achter het hoofdgebouw toegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

Artikel 7.13 Welke goothoogte van een bijbehorend bouwwerk is toegestaan?

De goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 3 meter.

N

Paragraaf 7.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 7.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Subparagraaf 7.2.4.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Artikel 7.14 7.15 Bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde
  • 1.

    Binnen het gebied maximum bouwhoogte bouwwerkenbouwwerk geen gebouwengebouw zijnde is de aangegeven maximale bouwhoogte vanvoor een bouwwerk geen gebouwengebouw zijnde de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij in dit planomgevingsplan anders is aangegeven.

  • 2.

    Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde is de volgende hoogte toegestaan:

    • a.

      achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 3 meter;  of

    • b.

      als het bouwwerk vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt geplaatst, is de bouwhoogte maximaal 1 meter.

  • 2 3.

    In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het landelijk gebied bij de functie wonen de volgende hoogte zijn:

    In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:

    • a.

      erf- en terreinafscheidingen op tenminste 1 meter achter de voorgevel mogen maximaal 2 meter zijn; 

    • b.

      speeltoestellen en tuinmeubilair mogen maximaal 3,5 zijnmeter;

    • c.

      verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 6 meter zijn;; of

    • d.

      antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn.

  • 3 4.

    In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het stedelijk gebied bij de functie wonen de volgende hoogte zijn:

    In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:

    • a.

      speeltoestellen en tuinmeubilair mogen maximaal 3,5 meter zijn;

    • b.

      verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 6 meter zijn;

    • c.

      antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn;; of

    • d.

      afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 mmeter boven het dakvlak worden gebouwd.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het stedelijk gebied bij de functie groen en verkeer de volgende hoogte zijn:

    • a.

      speeltoestellen mogen maximaal 6 meter zijn;

    • b.

      verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken mogen maximaal 10 meter zijn;

    • c.

      antennedragers inclusief antennes mogen maximaal 15 meter zijn.

  • 5.

    In afwijking van het eerste of tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden groen, verkeer en cultuur en ontspanning - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:

    • a.

      speeltoestellen maximaal 6 meter;

    • b.

      verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; of

    • c.

      antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter.

  • 5 6.

    In afwijking van het eerste lid mag de bouwhoogte van bouwwerkenis voor een bouwwerk geen gebouwengebouw zijnde binnen het gebied water de volgende hoogte zijntoegestaan:

    • a.

      dammen, duikers en vergelijkbare bouwwerken maximaal 4 mmeter;

    • b.

      verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 mmeter;

    • c.

      antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter; of

    • d.

      bruggen en vergelijkbare bouwwerken maximaal 20 mmeter.

  • 6 7.

    Alleen Binnen het gebied natuur is alleen het bouwen van erfafscheidingen en extensieve recreatieve voorzieningen mogen worden gebouwdtoegestaan.

  • 8.

    In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied cultuur en ontspanning - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan:

    • a.

      erf- en terreinafscheidingen maximaal 2,5 meter; of

    • b.

      antennedragers inclusief antennes, verlichting en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 meter.

  • 9.

    In afwijking van het tweede lid zijn binnen het gebied erfafscheidingen - hoogte maximaal 1 meter erfafscheidingen van maximaal 1 meter hoog toegestaan.

  • 10.

    In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden bedrijf en gemengd - Laborijnlocatie Doetinchem de volgende hoogte toegestaan:

    • a.

      speeltoestellen bij een bedrijfswoning maximaal 3,5 meter;

    • b.

      verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 meter;

    • c.

      antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter;

    • d.

      reclamemasten en reclamezuilen achter en tot maximaal 0,5 meter vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal de toegestane bouwhoogte als bedoeld in artikel 7.4;  of

    • e.

      een bouwwerk vóór 0,5 meter van (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2 meter.

  • 11.

    In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied agrarisch bedrijf gelden de volgende regels:

    • a.

      de bouwhoogte maximaal 1,2 meter;

    • b.

      realisatie van kuilvoerplaten, tunnelkassen, mestopslag, silo's, paardrijbakken en trainingsmolens zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak; of

    • c.

      in afwijking van het bepaalde onder a is de bouwhoogte van:

      • 1.

        erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak en op ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, maximaal 2 meter;

      • 2.

        bouwwerken voor kuilvoerplaten maximaal 3 meter;

      • 3.

        trainingsmolens maximaal 6 meter;

      • 4.

        bouwwerken voor mestopslag maximaal 8 meter, waarbij een maximale goothoogte van 6 meter geldt;

      • 5.

        silo's, luchtwassers, antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; of

      • 6.

        windmolens maximaal 15 meter.

Artikel 7.16 Oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde 

De oppervlakte van Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde magis maximaal een gezamenlijke oppervlakte van 20 mzijntoegestaan, tenzij anders in dit planomgevingsplan is aangegeven.

Artikel 7.15 Bouwwerken geen gebouwen zijnde bij een agrarisch bedrijf

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a.

    de bouwhoogte mag maximaal 1,2 meter zijn;

  • b.

    realisatie van kuilvoerplaten, tunnelkassen, mestopslag, silo's, paardrijbakken en trainingsmolens zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak;

  • c.

    in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van:

    • 1.

      erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak en op ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, maximaal 2 meter zijn;

    • 2.

      bouwwerken voor kuilvoerplaten maximaal 3 meter zijn;

    • 3.

      trainingsmolens maximaal 6 meter zijn;

    • 4.

      bouwwerken voor mestopslag maximaal 8 meter zijn, waarbij een maximale goothoogte van 6 meter geldt;

    • 5.

      silo's, luchtwassers, antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter zijn;

    • 6.

      windmolens maximaal 15 meter zijn.

O

Subparagraaf 7.2.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.5.1 Agrarische Agrarisch bedrijf

Artikel 7.17 Mest/co-vergistingsinstallaties

Mest Voor mest/co-vergistingsinstallaties zijn toegestaan als voldaan wordt aangelden de volgende regels:

  • a.

    er is sprake van een installatie die dierlijke meststof produceert en gericht is op een bedrijfseigen activiteit, waarbij onderscheid gemaakt kan worden in:

    • 1.

      categorie A: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt;

    • 2.

      categorie B: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt of naar derden afgevoerd; of

    • 3.

      categorie C: verwerken aangevoerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt;

  • b.

    de maximale verwerkingscapaciteit van de installatie is 35 ton dierlijke mest per dag;

  • c.

    de installatie levert geen nieuwe belemmeringen op voor de omgeving en kan ook op basis van milieueisen;

  • d.

    de installatie heeft geen negatief effect op de verkeerskundige situatie van de omgeving; en

  • e.

    er zijn geen nevenactiviteiten bij het agrarische bedrijf aanwezig, zoals opgenomenals bedoeld in artikel 6.5.

Artikel 7.18 Kassen

Voor kassen gelden de volgende regels:

  • a.

    de gezamenlijke oppervlakte van kassen magis maximaal 300 m2 per bouwvlak zijn;; en

  • b.

    de bouwhoogte magis maximaal 6 meter zijn.

P

Na subparagraaf 7.2.5.1 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:

Subparagraaf 7.2.5.2 Verkeer 

Artikel 7.19 Parkeergarage

Binnen het gebied parkeergarage is voor een parkeergarage de maximale bouwhoogte 14 meter.

Q

Paragraaf 7.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 7.2.6 Erkers en toegangspartijen

Subparagraaf 7.2.6.1 Erkers en toegangspartijen

Artikel 7.19 7.20 Erkers en toegangspartijen 

Aan het hoofdgebouw binnen het gebied wonen mag vóór het verlengde van de voorgevel een erker en/of een toegangspartij worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels:

Binnen het gebied wonen gelden voor een erker de volgende regels:

  • a.

    de erker wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd;

  • a b.

    de bouwhoogte is maximaal 3 meter mag bedragen, waarbij de bouwhoogteerker niet hoger mag wordenis dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter;

  • b c.

    de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning mag zijn;; en

  • c d.

    de diepte is maximaal 1,5 meter mag zijn.

 

Artikel 7.21 Toegangspartijen

Binnen het gebied wonen gelden voor een toegangspartij de volgende regels:

  • a.

    de toegangspartij wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd;

  • b.

    de bouwhoogte is maximaal 3 meter, waarbij de toegangspartij niet hoger is dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter;

  • c.

    de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning; en

  • d.

    de diepte is maximaal 1,5 meter.

R

Subparagraaf 7.2.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.7.1 Bijbehorende bouwwerken Bouwen buiten het bouwvlak bij woningen in hetbinnen stedelijk gebied

Artikel 7.20 7.22 Omgevingsplanactiviteit

  • 1.

    Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een deel van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak toegestaan.

  • 2.

    Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak toegestaan.

Artikel 7.21 7.23 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.207.22 wordt alleen verleend als:

  • a.

    wordt gebouwd tot aan de zijdelingse bouwperceelgrens , als het bouwperceel aan de zijde en ter hoogte van het (geplande) hoofdgebouw grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan;

    het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied;

  • b.

    als ook voldaan wordt aan de algemene beoordelingsregels en de overige geldende bouwregels.afstand tot het in sub a genoemde gebied minimaal 2 meter bedraagt; en

  • c.

    de naar de weg gekeerde bouwgrens niet wordt overschreden.

S

Subparagraaf 7.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.7.2 Herbouw woning en bedrijfswoning binnen landelijk gebied

Artikel 7.22 7.24 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is de herbouw van een bestaande woning of bedrijfswoning op een andere locatie dan de bestaande locatie toegestaan.

Artikel 7.23 7.25 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.227.24 wordt alleen verleend als:

  • a.

    er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden, alsmede de belangen van derden mogen niet onevenredig worden aangetast;:

    • 1.

      de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden; en 

    • 2.

      de belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; en

  • b.

    de geluidbelasting van het industrielawaai, wegverkeer en/of railverkeer op de gevels van de nieuwe woning is niet hoger is dan de standaardwaarden als genoemdbedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving;.

  • c.

    de ruimtelijke uitwerking van het plan moet aanvaardbaar zijn;

  • d.

    de goothoogte niet hoger is dan 4,5 meter;

  • e.

    de bouwhoogte niet hoger is dan 10 meter;

  • f.

    de inhoud niet meer bedraagt dan 750 m3.

T

Subparagraaf 7.2.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.7.3 Tijdelijke woonunit mantelzorg

[Vervallen]

[Vervallen]

U

Subparagraaf 7.2.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.7.4 7.2.7.3 Overkappingen bij woningen en bedrijfswoningen

Artikel 7.29 7.26 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een overkapping bij de woning of bedrijfswoning vóór of op minder dan 1 meter achter de voorgevel toegestaan., als voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels uit artikel 7.27

Artikel 7.30 7.27 Aanvullende beoordelingsregels

  • 1.

    De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 7.29 wordt alleen verleend als:

    • a.

      de goothoogte maximaal 3 meter mag zijnis, tenzij:

      • 1.

        wordt aangebouwd aan een woning, dan geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; of

      • 2.

        als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, dan geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk;

    • b.

      de bouwhoogte maximaal 3,5 meter mag zijnis, alstenzij wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, dan geldt een bouwhoogte dievan maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk;

    • c.

      de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is gesloten met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk, zoals een erfafscheiding;

    • d.

      de maximale oppervlakte en bebouwingspercentage zoals aangegeven in artikel 7.9 blijven gelden.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid gelden de maximale oppervlakte en bebouwingspercentage als bedoeld in artikel 7.11.

  • 3.

    In aanvulling op het eerste lid:

    • a.

      is de oppervlakte van de overkapping maximaal 30 m2; en

    • b.

      mag het bouwperceel vóór de woning of bedrijfswoning en op minder dan 1 meter achter de voorgevel niet meer dan 50% worden bebouwd. 

  • 2 4.

    In afwijking van artikelhet 7.30 eerste lid onder b kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een overkapping met een bouwhoogte van 6 meter, als de stedenbouwkundige situatie daarvoor geschikt is.

V

Subparagraaf 7.2.7.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.7.5 7.2.7.4 Hoogte silo's Silo's

Artikel 7.31 7.28 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is een bouwhoogte van silo'ssilo tot een hoogtebouwhoogte van maximaal 15 meter toegestaan.

Artikel 7.32 7.29 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.317.28 wordt alleen verleend als:

  • a.

    daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing en gebruiksmogelijkheden van die percelen; en

  • b.

    de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering is aangetoond.

W

Het opschrift van subparagraaf 7.2.7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 7.2.7.6 7.2.7.5 Pakketkluizen

X

Het opschrift van artikel 7.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.33 7.30 Omgevingsplanactiviteit

Y

Artikel 7.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.34 7.31 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.337.30 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het realiseren van een pakketkluis geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving.

Z

Artikel 7.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.35 7.32 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als genoemdbedoeld in artikel 7.337.30 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het realiseren van een pakketkluis geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving; en

  • b.

    het advies van een deskundige is bestrokkenbetrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.

AA

Na subparagraaf 7.2.7.6 worden negen subparagrafen ingevoegd, luidende:

Subparagraaf 7.2.7.6 Luifels

Artikel 7.33 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning zijn luifels toegestaan.

Artikel 7.34 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.33 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel of de zijgevel van het hoofdgebouw;

  • b.

    de luifel maximaal 1,50 meter uit de gevel van het hoofdgebouw uitsteekt; en

  • c.

    de breedte van de luifel niet meer is dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 meter.

Subparagraaf 7.2.7.7 Nieuwe bedrijfswoning

Artikel 7.35 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning in bestaande bebouwing toegestaan. 

Artikel 7.36 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van het bedrijf.

Artikel 7.37 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 wordt alleen verleend als:

  • a.

    wordt voldaan aan de woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 12 april 2023; 

  • b.

    uit het onderzoek over de  bedrijfstechnische noodzaak voor de woning blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van de bedrijfsvoering; en

  • c.

    er nog geen bedrijfswoning aanwezig is.

Subparagraaf 7.2.7.8 Bouwen voor de voorgevel

Artikel 7.38 Omgevingsplanactiviteit

 

Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel of op minder dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel toegestaan bij:

Artikel 7.39 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarden of binnen het gebied cultuurhistorie.

Artikel 7.40 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarde of binnen het gebied cultuurhistorie; en

  • b.

    het advies van de stedenbouwkundig of cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Subparagraaf 7.2.7.9 Inhoud van de woning

Artikel 7.41 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van de inhoud van een woning of bedrijfswoning met monumentale waarde of cultuurhistorische waarde toegestaan.

Artikel 7.42 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het vergroten van de maximale toegestane inhoud van de woning of bedrijfswoning bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument.

Artikel 7.43 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het aantal woningen niet toeneemt;

  • b.

    de woning of de bedrijfswoning wordt vergroot binnen de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing bebouwing of het monument;

  • c.

    het bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument; en

  • d.

    het advies van de stedenbouwkundig-cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Subparagraaf 7.2.7.10 Kleine woning op een bestaand woonerf V4

Artikel 7.44 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is één kleine woning toegestaan.

Artikel 7.45 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 voor het bouwen van een kleine woning  op een planologisch bestaand woonerf moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: 

  • a.

    hoe het erf wordt ingericht; 

  • b.

    hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of

  • c.

    hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.

Artikel 7.46 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:

  • a.

    de kleine woning is gelegen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen;

  • b.

     de bestaande vrijstaande woning waar de kleine woning bij gebouwd wordt is volgens de regels van dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 750 m3;

  • c.

    het bestaande het werkingsgebied wonen of functievlak wonen heeft een minimale oppervlakte van minimaal 1500 m2;

  • d.

    de goothoogte van de kleine woning is maximaal 3 meter;

  • e.

    de bouwhoogte van de kleine woning is maximaal 6 meter;

  • f.

    de kleine woning heeft een maximale inhoud van  425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2;

  • g.

    de oppervlakte van de kleine woning in alle gevallen kleiner is dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2;

  • h.

    ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd);

  • i.

    de kleine woning is voorzien van een kap met een maximale helling 60 graden;

  • j.

    de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van de kleine woning en de hoofdwoning is 3 meter;

  • k.

    de maximale afstand tussen de verste gevel van de kleine woning en de dichtbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter;

  • l.

    de minimale afstand van de kleine woning tot aan de erfgrens is 5 meter;

  • m.

    de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen; 

  • n.

    parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn;

  • o.

    het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of

  • p.

    voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

Subparagraaf 7.2.7.11 Transformatie bijgebouw tot één kleine woning V4

Artikel 7.47 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning toegestaan.

Artikel 7.48 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 voor het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: 

  • a.

    hoe het erf wordt ingericht; 

  • b.

    hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of

  • c.

    hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.

Artikel 7.49 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:

  • a.

    het bestaande bijgebouw moet binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen liggen;

  • b.

    de kleine woning in een bestaand bijgebouw wordt gerealiseerd;

  • c.

    de kleine woning heeft een maximale inhoud van  425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2;

  • d.

    de oppervlakte van de kleine woning is in alle gevallen kleiner dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2;

  • e.

    ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd);

  • f.

    de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen; 

  • g.

    de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van het te transformeren bijgebouwen de hoofdwoning is 3 meter;

  • h.

    de maximale afstand tussen de verste gevel van het getransformeerde bijgebouw en de dichtstbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter;

  • i.

    de minimale afstand van het getransformeerde bijgebouw tot aan de erfgrens is 5 meter;

  • j.

    parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn;

  • k.

    het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of

  • l.

    voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

Subparagraaf 7.2.7.12 Vergroten van de inhoud van een vrijstaande woning in het landelijk gebied V4

Artikel 7.50 Omgevingsplanactiviteit

  • 1.

    Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een vrijstaande woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 750 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 850 m3.

  • 2.

    Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een twee-aaneen woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 375 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 425 m3.

Subparagraaf 7.2.7.13 Vergroten het totaal aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning V4

Artikel 7.51 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning tot maximaal 150 m2 toegestaan.

Artikel 7.52 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: 

  • a.

    hoe het erf wordt ingericht; 

  • b.

    hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.

Artikel 7.53 Aanvullende beoordelingsregels

 

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:

  • a.

    Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied; 

  • b.

    De bijbehorende bouwwerken horen bij een vrijstaande woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen;

  • c.

    De bijbehorende bouwwerken zijn in dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 100 m2;

  • d.

    bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven;

  • e.

    de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 150 m2;

  • f.

    bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd;

  • g.

    de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;

  • h.

    de bouwhoogte is maximaal 6 meter; 

  • i.

    het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of

  • j.

    voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

Subparagraaf 7.2.7.14 Vergroten het totaal aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een twee-aaneen woning V4

Artikel 7.54 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een twee-aaneen woning tot maximaal 75 m2 toegestaan.

Artikel 7.55 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: 

  • a.

    hoe het erf wordt ingericht; of

  • b.

    hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.

Artikel 7.56 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels:

  • a.

    Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied; 

  • b.

    De bijbehorende bouwwerken horen bij een twee-aaneen woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen;

  • c.

    bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven;

  • d.

    de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 75 m2;

  • e.

    bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd;

  • f.

    de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;

  • g.

    de bouwhoogte is maximaal 6 meter; 

  • h.

    het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of

  • i.

    voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

BB

Het opschrift van paragraaf 7.2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 7.2.8 Functie -ondersteunende bouwwerken

CC

Artikel 7.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.36 7.57 Welke oppervlakte van een gebouw is toegestaan?

  • 1.

    Binnen het gebied verkeer mag de De oppervlakte van een gebouw is maximaal 20 m2 zijn2.

  • 2.

    Binnen het gebied groen mag de oppervlakte van een gebouw maximaal 20 m2 zijn.

DD

Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 8 REGELS OVER HET UITVOEREN VAN WERKEN, NIET ZIJNDE EEN BOUWWERK, OF VAN WERKZAAMHEDEN BIJ FUNCTIES

Afdeling 8.1 Algemeen

[Red: Artikel 8.1 verplaatst van paragraaf 8.1.1 naar afdeling 8.1. ]

Artikel 8.1 Waar gaat deze afdelingdit hoofdstuk over?

Afdeling Hoofdstuk 8.18 gaat over werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als de bodem wordt bewerkt.

Afdeling 8.1 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden

Paragraaf 8.1.1 Algemeen
Artikel 8.2 Waar gelden deze regels?

De regels in afdeling 8.1 gelden binnen het gebied werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden.

Paragraaf 8.1.2 Vergunningplichtige activiteiten

[Vervallen]

Paragraaf 8.1.3 Aanvullende indieningsvereisten

[Vervallen]

Paragraaf 8.1.4 Aanvullende beoordelingsregels

[Vervallen]

Afdeling 8.2 Vergunningplichtige activiteiten

[Red: Artikel 8.3 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]

Artikel 8.3 8.2 Omgevingsplanactiviteit

Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel  8.48.3 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 8.58.4.

[Red: Artikel 8.4 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]

Artikel 8.4 8.3 Activiteit met omgevingsvergunning
  • 1.

    Het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

  • 2.

    Het aanleggen van beplantingen.

  • 3.

    Het vellen van beplantingen.

  • 4.

    Het rooien van beplantingen.

  • 5.

    Het aanleggen van watergangen en waterpartijen.

  • 6.

    Het dempen van watergangen en waterpartijen.

  • 7.

    Het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden.

  • 8.

    Het verlagen van het (grond)waterpeil.

  • 9.

    Het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

  • 10.

    Het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

[Red: Artikel 8.5 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]

Artikel 8.5 8.4 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 
  • 1.

    Werken en werkzaamheden voor het normale onderhoud. 

  • 2.

    Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen

  • 3.

    Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van beplantingen.

  • 4.

    Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van (tracés van) kabels en leidingen.

  • 5.

    Werken en werkzaamheden die al mogen op basis van een vergunning.

Afdeling 8.3 Aanvullende indieningsvereisten

[Red: Artikel 8.6 verplaatst van paragraaf 8.1.3 naar afdeling 8.3. ]

Artikel 8.6 8.5 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.38.2 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend. Hieruit blijkt dat de waarden binnen het gebied worden betrokken en de gevolgen van de activiteit(en) op deze waarden worden aangetoond.

Afdeling 8.4 Aanvullende beoordelingsregels

[Red: Artikel 8.7 verplaatst van paragraaf 8.1.4 naar afdeling 8.4. ]

Artikel 8.7 8.6 Aanvullende beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.38.2 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de waarden van het gebied niet in belangrijke mate worden geschaad; en

  • b.

    de beoordeling en het advies van de deskundige is betrokken bij het besluit over de omgevingsvergunning.

EE

Artikel 9.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.2 Warmte- en koudeopwekking

Het is verboden een installatie te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven van voor warmte- of koudeopwekking, die zijn opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, waarbij op de perceelsgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie sprake is van een gecumuleerd geluidsniveau van installaties voor warmte- of koudeopwekking van meer dan 45 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels.

FF

Paragraaf 9.1.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 9.1.2.1 Afwijken standaardwaarden

Subparagraaf 9.1.2.1.1 Wegverkeer

Artikel 9.3 Waar gelden deze regels?

De regels in paragraaf 9.1.2.1 gelden binnen het gebied afwijken standaardwaarde geluid.

Artikel 9.3 9.4 Terborgseweg naast 119 Doetinchem

Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - regels afwijken standaardwaarde geluid wegverkeer maximaal de in onderstaande tabel opgenomen waarden:

Maximaal toegestaan gezamenlijk Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Terborgseweg naast 119 Doetinchem

Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

B1_W1

9_B

4,5

65

B1_W2

7_B

4,5

65

B2_W1

24_A

3,3

66

B2_W2

23_A

3,3

66

B2_W3

22_A

3,3

65

B2_W4

19_A

3,3

61

B2_W6

27_A

3,3

59

B2_W7

24_B

6,3

65

B2_W8

23_B

6,3

65

B2_W9

22_B

6,3

65

B2_W10

19_B

6,3

61

B2_W12

27_B

6,3

59

B2_W13

24_C

9,3

65

B2_W14

23_C

9,3

65

B2_W15

22_C

9,3

65

B2_W16

19_C

9,3

61

B2_W18

27_C

9,3

58

B3_W1

47_A

3,3

64

B3_W2

46_A

3,3

64

B3_W3

44_A

3,3

64

B3_W4

43_A

3,3

64

B3_W5

42_A

3,3

64

B3_W6

40_A

3,3

64

B3_W7

47_B

6,3

64

B3_W8

46_B

6,3

64

B3_W9

44_B

6,3

64

B3_W10

43_B

6,3

64

B3_W11

42_B

6,3

64

B3_W12

40_B

6,3

64

B3_W13

47_C

9,3

64

B3_W14

46_C

9,3

64

B3_W15

44_C

9,3

64

B3_W16

43_C

9,3

64

B3_W17

42_C

9,3

64

B3_W18

40_C

9,3

64

B3_W19

47_D

12,3

64

B3_W20

46_D

12,3

63

B3_W21

44_D

12,3

63

B3_W22

43_D

12,3

64

B3_W23

42_D

12,3

64

B3_W24

40_D

12,3

64

B3_W25

47_E

15,3

63

B3_W26

43_E

15,3

63

B3_W27

42_E

15,3

63

B5_W3

58_A

3,3

60

B5_W6

53_B

6,3

54

B5_W7

58_C

9,3

60

Artikel 9.5 Laborijnlocatie Doetinchem
  • 1.

    Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Laborijnlocatie - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:

    Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Laborijnlocatie Doetinchem

    Woning

    Rekenpunt

    Hoogte (m +mv)

    Gezamenlijk geluid Lden

    T1001

    _A

    2

    72

    T1001

    _B

    5

    72

    T1001

    _C

    8

    72

    T1001

    _D

    11

    72

    T1002

    _A

    2

    63

    T1002

    _B

    5

    63

    T1002

    _C

    8

    63

    T1002

    _D

    11

    60

    T1004

    _A

    2

    61

    T1004

    _B

    5

    63

    T1004

    _C

    8

    63

    T1004

    _D

    11

    63

    T1201

    _C

    8

    59

    T1201

    _D

    11

    61

    T1201

    _E

    14

    62

    T1202

    _D

    11

    58

    T1202

    _E

    14

    59

    T1204

    _A

    2

    55

    T1204

    _B

    5

    57

    T1204

    _C

    8

    58

    T1204

    _D

    11

    58

    T1204

    _E

    14

    59

    T1205

    _C

    8

    57

    T1205

    _D

    11

    58

    T1205

    _E

    14

    58

    T1206

    _C

    8

    58

    T1206

    _D

    11

    58

    T1206

    _E

    14

    59

    T1207

    _B

    8

    59

    T1207

    _C

    11

    59

    T1207

    _D

    14

    60

    T1208

    _B

    8

    58

    T1208

    _C

    11

    59

    T1208

    _D

    14

    59

    T1209

    _A

    5

    56

    T1209

    _B

    8

    58

    T1209

    _C

    11

    59

    T1209

    _D

    14

    59

    T1210

    _A

    5

    57

    T1210

    _B

    8

    59

    T1210

    _C

    11

    59

    T1210

    _D

    14

    60

    T401a

    _A

    2

    57

    T401a

    _B

    5

    58

    T401a

    _C

    8

    58

    T401a

    _D

    11

    62

    T401a

    _E

    14

    62

    T401a

    _F

    17

    62

    T401b

    _A

    20

    62

    T401b

    _B

    23

    62

    T401b

    _C

    26

    62

    T401b

    _D

    29

    63

    T401b

    _E

    32

    63

    T401b

    _F

    35

    63

    T403a

    _E

    14

    55

    T403a

    _F

    17

    57

    T403b

    _A

    20

    58

    T403b

    _B

    23

    56

    T403b

    _C

    26

    56

    T403b

    _D

    29

    60

    T403b

    _E

    32

    60

    T403b

    _F

    35

    60

    T404a

    _A

    2

    60

    T404a

    _B

    5

    60

    T404a

    _C

    8

    60

    T404a

    _D

    11

    63

    T404a

    _E

    14

    63

    T404a

    _F

    17

    63

    T404b

    _A

    20

    63

    T404b

    _B

    23

    63

    T404b

    _C

    26

    63

    T404b

    _D

    29

    63

    T404b

    _E

    32

    63

    T404b

    _F

    35

    63

    T405

    _A

    2

    56

    T405

    _B

    5

    57

    T405

    _C

    8

    57

    T405

    _D

    11

    61

    T405

    _E

    14

    61

    T406

    _A

    2

    56

    T406

    _B

    5

    56

    T406

    _C

    8

    57

    T406

    _D

    11

    60

    T406

    _E

    14

    61

    T413

    _A

    2

    63

    T413

    _B

    5

    63

    T413

    _C

    8

    62

    T413

    _D

    11

    62

    T501

    _A

    2

    56

    T501

    _B

    5

    57

    T501

    _C

    8

    57

    T501

    _D

    11

    61

    T501

    _E

    14

    61

    T501

    _F

    17

    61

    T502

    _A

    2

    57

    T502

    _B

    5

    58

    T502

    _C

    8

    58

    T502

    _D

    11

    61

    T502

    _E

    14

    62

    T502

    _F

    17

    62

    T507

    _A

    2

    52

    T507

    _B

    5

    53

    T507

    _C

    8

    53

    T507

    _D

    11

    57

    T507

    _E

    14

    58

    T507

    _F

    17

    59

    T601

    _A

    2

    59

    T601

    _B

    5

    60

    T601

    _C

    8

    60

    T601

    _D

    11

    63

    T601

    _E

    14

    63

    T602

    _C

    8

    55

    T602

    _D

    11

    59

    T602

    _E

    14

    59

    T605

    _A

    17

    56

    T606

    _A

    2

    60

    T606

    _B

    5

    61

    T606

    _C

    8

    61

    T606

    _D

    11

    64

    T606

    _E

    14

    64

    T606

    _F

    17

    63

    T607

    _A

    2

    62

    T607

    _B

    5

    63

    T607

    _C

    8

    63

    T607

    _D

    11

    65

    T607

    _E

    14

    65

    T607

    _F

    17

    65

    T608

    _A

    2

    63

    T608

    _B

    5

    64

    T608

    _C

    8

    64

    T608

    _D

    11

    67

    T608

    _E

    14

    66

    T608

    _F

    17

    66

    T611

    _A

    2

    66

    T611

    _B

    5

    67

    T611

    _C

    8

    67

    T611

    _D

    11

    67

    T611

    _E

    14

    66

    T612

    _A

    2

    66

    T612

    _B

    5

    67

    T612

    _C

    8

    67

    T612

    _D

    11

    67

    T612

    _E

    14

    66

    T613

    _A

    2

    61

    T613

    _B

    5

    62

    T613

    _C

    8

    62

    T613

    _D

    11

    62

    T613

    _E

    14

    62

    T614

    _B

    5

    58

    T614

    _C

    8

    58

    T614

    _D

    11

    58

    T614

    _E

    14

    59

    T619

    _D

    11

    57

    T701

    _E

    14

    58

    T709

    _A

    2

    58

    T709

    _B

    5

    60

    T709

    _C

    8

    61

    T709

    _D

    11

    62

    T718

    _B

    5

    58

    T718

    _C

    8

    59

    T718

    _D

    11

    59

    T718

    _E

    14

    59

    T719

    _A

    2

    62

    T719

    _B

    5

    63

    T719

    _C

    8

    63

    T719

    _D

    11

    63

    T719

    _E

    14

    63

    T720

    _A

    2

    66

    T720

    _B

    5

    67

    T720

    _C

    8

    67

    T720

    _D

    11

    67

    T720

    _E

    14

    66

    T722

    _E

    14

    58

    T724

    _A

    2

    66

    T724

    _B

    5

    67

    T724

    _C

    8

    67

    T724

    _D

    11

    67

    T725

    _A

    2

    66

    T725

    _B

    5

    67

    T725

    _C

    8

    66

    T725

    _D

    11

    66

    T726

    _A

    2

    61

    T726

    _B

    5

    62

    T726

    _C

    8

    63

    T726

    _D

    11

    63

    T727

    _A

    2

    55

    T727

    _B

    5

    56

    T727

    _C

    8

    59

    T727

    _D

    11

    60

    T901

    _A

    2

    61

    T901

    _B

    5

    63

    T901

    _C

    8

    64

    T901

    _D

    11

    64

    T905

    _A

    2

    63

    T905

    _B

    5

    65

    T905

    _C

    8

    65

    T905

    _D

    11

    65

    T906

    _A

    2

    55

    T906

    _B

    5

    59

    T906

    _C

    8

    59

    T906

    _D

    11

    66

    T909

    _C

    11

    59

    T910

    _A

    2

    64

    T910

    _B

    5

    66

    T911

    _A

    8

    66

    T912

    _A

    2

    69

    T912

    _B

    5

    69

    T913

    _A

    8

    69

    T914

    _A

    5

    55

    T914

    _B

    8

    56

    T916

    _A

    2

    69

    T916

    _B

    5

    69

    T916

    _C

    8

    69

     

  • 2.

    Voor de gevels van woningen waar de grenswaarde voor geluid wordt overschreden, zoals opgenomen in bijlage Laborijnlocatie Doetinchem - Akoestisch onderzoek, wordt bepaald dat dit ‘niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen’ zijn.

Artikel 9.6 Kilderseweg naast 39 Doetinchem

Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:

Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Kilderseweg naast 39 Doetinchem

Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

1

1.4

2

57

 

 

5

57

2

2.3

2

56

 

 

5

56

2

2.4

2

56

 

 

5

56

3

3.4

2

52

 

 

5

52

3

3.5

2

52

 

 

5

52

3

3.6

2

52

 

 

5

52

4

4.2

2

55

 

 

5

55

4

4.3

2

55

 

 

5

55

4

4.4

2

55

 

 

5

55

5

5.1

2

56

 

 

5

56

5

5.5

2

56

 

 

5

56

5

5.6

2

56

 

 

5

56

 

Artikel 9.7 Oude Terborgseweg 313 Doetinchem

Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:

Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Oude Terborgseweg 313 Doetinchem

Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

1

1

2

53

1

1

5

54

Artikel 9.8 Rijksweg 288 Gaanderen

Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Rijksweg 288 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:

Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Rijksweg 288 Gaanderen

Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

W4

Wnp. 10

4,8

54

 

Wnp. 10

8,5

54

W5

Wnp. 11

4,8

57

 

Wnp. 11

8,5

55

 

Wnp. 12

4,8

55

 

Wnp. 12

8,5

55

 

Wnp. 13

1,9

57

 

Wnp. 13

4,8

55

 

Wnp. 13

8,5

56

W10

Wnp. 25

4,8

54

 

Wnp. 25

8,5

54

 

Wnp. 26

4,8

55

 

Wnp. 26

8,5

56

 

Wnp. 27

4,8

55

 

Wnp. 27

8,5

56

GG

Artikel 9.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.4 9.9 Geluidsgrenzen evenementen

  • 1.

    Binnen de gebieden evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem en evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen geldendegelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    85 db(A)

    99 db(A)

    105 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    85 db(A)

    99 db(A)

    105 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    40 db(A)

    n.v.t.

    40 db(A)

     

  • 2.

    gereserveerd

    Binnen het gebied evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    50 db(A)

    n.v.t.

    80 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    45 db(A)

    n.v.t.

    80 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    n.v.t

    n.v.t.

    n.v.t.

    Bron: 
  • 3.

    Binnen de gebieden evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem en evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    70 db(A)

    84 db(A)

    80 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    70 db(A)

    84 db(A)

    80 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    40 db(A)

    n.v.t.

    n.v.t.

    Bron: 
  • 4.

    Binnen het gebied evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    70 db(A)

    84 db(A)

    87 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    70 db(A)

    84 db(A)

    88 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    40 db(A)

    n.v.t.

    n.v.t.

    Bron: 
  • 5.

    Binnen het gebied evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    75 db(A)

    89 db(A)

    87 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    75 db(A)

    89 db(A)

    87 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    40 db(A)

    n.v.t.

    n.v.t.

    Bron: 
  • 6.

    Binnen het gebied evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    70 db(A)

    84 db(A)

    102 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    70 db(A)

    84 db(A)

    102 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    40 db(A)

    n.v.t.

    n.v.t.

    Bron: 

     

  • 7.

    Binnen de gebieden evenementenlocatie - Marktplein Doetinchemevenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraatevenementenlocatie - centrum Wehlevenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehlevenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Nieuw-Wehlevenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderenevenementenlocatie - centrum Gaanderenevenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderenevenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderenevenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem en evenementenlocatie - IJzevoorde gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    85 db(A)

    99 db(A)

    105 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    85 db(A)

    99 db(A)

    105 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    40 db(A)

    n.v.t.

    n.v.t.

    Bron: 
  • 8.

    Binnen het gebied evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

    Geluidsgrenzen

    Periode

    Meethoogte

    Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

    Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement  

    07:00-19:00 uur

    1,5 meter

    50 db(A)

    n.v.t.

    80 db(A)

    19:00-01:00 uur 

    5 meter

    45 db(A)

    n.v.t.

    80 db(A)

    01:00-07:00 uur 

    5 meter

    n.v.t.

    n.v.t.

    n.v.t.

    Bron: 

     

HH

Het opschrift van artikel 9.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.5 9.10 Omgevingsplanactiviteit

II

Artikel 9.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.6 9.11 Aanvullende indieningsvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 9.59.10 moet in elk geval een akoestisch onderzoek worden ingediend.

JJ

Artikel 9.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.7 9.12 Aanvullende beoordelingsregels

  • 1.

    Het is de eerste aanvraag van het kalenderjaar.

  • 2.

    Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als in de periode tussen 07:00-23:00 uur:

    • a.

      het maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidgevoelig object maximaal 90 dB(A) is, 

      • 1.

        in de periode 07:00-19:00 gemeten op 1,5 meter hoogte;

      • 2.

        in de periode 19:00-23:00 uur gemeten op 5 meter hoogte; en

    • b.

      het equivalent geluidniveau LCeq  op de gevel van een geluidgevoelig object van maximaal 104 dB(C) is,

      • 1.

        in de periode 07:00-19:00 gemeten op 1,5 meter hoogte;

      • 2.

        in de periode 19:00-23:00 uur gemeten op 5 meter hoogte.

  • 3.

    Er is sprake van een advies van een deskundige waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het genoemde in het tweede lid.

KK

Het opschrift van artikel 9.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.8 9.13 Waarom gelden deze regels?

LL

Het opschrift van artikel 9.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.9 9.14 Wanneer gelden deze regels?

MM

Het opschrift van artikel 9.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.10 9.15 Verbod op rechtstreeks lozen in het grondwater

NN

Artikel 9.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.11 9.16 Maatwerkvoorschrift

Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van artikel 9.109.15 om rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater toe te staan, als daarbij wordt voldaan aan de vereisten van artikel 11, derde lid, onder j, van de Kaderrichtlijn Water.

OO

Het opschrift van artikel 9.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.12 9.17 Wanneer gelden deze regels?

PP

Artikel 9.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.13 9.18 Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem

Op het lozen van grondwater op of in de bodem, afkomstig van een activiteit als genoemdbedoeld in artikel 9.129.17 zijn de artikelen 22.138, eerste en tweede lid, en 22.139, tweede lid, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing.

QQ

Artikel 22.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten

De artikelen 22.28derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als genoemdbedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als genoemdbedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

RR

Artikel 22.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater

  • 1.

    Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

  • 2.

    De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

  • 3.

    Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid:

    • a.

      heeft geen vernauwing in de stroomrichting;

    • b.

      heeft een vloeiend beloop;

    • c.

      is waterdicht;

    • d.

      heeft een voldoende inwendige middellijn; en

    • e.

      bevat geen beer- of rottingput.

  • 4.

    Bij maatwerkvoorschrift als genoemdbedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald:

    • a.

      als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als genoemdbedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd;

    • b.

      als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en

    • c.

      of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

SS

Artikel 22.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13 Bluswatervoorziening

  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

  • 2.

    De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als genoemdbedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

  • 3.

    De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

TT

Artikel 22.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

  • 1.

    Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;

    • b.

      op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;

    • c.

      op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of

    • d.

      als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

  • 3.

    De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als genoemdbedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

  • 4.

    Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

  • 5.

    Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

UU

Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken

  • 1.

    Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als genoemdbedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als:

    • a.

      de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;

    • b.

      de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

      • 1.

        de verpakking tegen normale behandeling bestand is;

      • 2.

        de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en

      • 3.

        geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en

    • c.

      de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;

    • b.

      brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;

    • c.

      voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;

    • d.

      gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;

    • e.

      dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en

    • f.

      brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

  • 4.

    Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

  • 5.

    In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als genoemdoliesoortals bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

    Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen

    ADR-klasse1 4

    Omschrijving

    Verpakkingsgroep

    Toegestane maximum hoeveelheid

    2

    UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas

    Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

    n.v.t.

    50 kg

    3

    Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

    II

    25 liter

    3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C

    Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

    III

    50 liter

    4.1, 4.2, 4.3

    4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders

    4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink

    4.3: stoffen die in contact met water brandbarewaterbrandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

    II en III

    50 kg

    5.1

    Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

    II en III

    50 liter

    5.2

    Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide

    n.v.t.

    1 liter

    1 4 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

VV

Het opschrift van artikel 22.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek (verwijderen)

WW

Artikel 22.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen

  • 1.

    De artikelen 22.27 en 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

  • 2.

    Bij de toepassing van de artikelen 22.27 en 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als genoemdbedoeld in artikel 22.27, onder a, of 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als genoemdbedoeld in artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

XX

Artikel 22.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing

Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken:

  • a.

    een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      op de grond staand;

    • 2.

      gelegen in achtererfgebied;

    • 3.

      op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;

    • 4.

      niet hoger dan 5 m;

    • 5.

      de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en

    • 6.

      niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;

  • b.

    een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      op de grond staand;

    • 2.

      niet hoger dan 5 m; en

    • 3.

      de oppervlakte niet meer dan 70 m2;

  • c.

    een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;

    • 2.

      voorzien van een plat dak;

    • 3.

      gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;

    • 4.

      onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;

    • 5.

      bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en

    • 6.

      zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;

  • d.

    een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      niet hoger dan 4 m; en

    • 2.

      alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;

  • e.

    een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien;

  • f.

    een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;

    • 2.

      op een erf of perceel waarop al een gebouwhoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en

    • 3.

      achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied;

      achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen

  • g.

    een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:

    • 1.

      een silo; of

    • 2.

      een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m;

  • h.

    een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of

  • i.

    een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • 1.

      geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;

    • 2.

      geen uitbreiding van het bouwvolume; en

    • 3.

      geen bouwwerk als genoemdbedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

YY

Artikel 22.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed

  • 1.

    Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.

  • 2.

    Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.

  • 3.

    Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om:

    • a.

      inpandige wijzigingen;

    • b.

      een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;

    • c.

      een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of

    • d.

      een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

  • 4.

    Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als genoemdbedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij:

    • a.

      het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of

    • b.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als genoemdbedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

ZZ

Artikel 22.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit

Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als genoemdbedoeld in artikel 22.29.

AAA

Artikel 22.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht

  • 1.

    In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:

    • a.

      een voorbereidingsbesluit van kracht is als genoemdbedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als genoemdbedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als genoemdbedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of

    • b.

      een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht van kracht is als genoemdbedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.;

    • c.

      voor de dag van ontvangst van de aanvraag een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

    • d.

      voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

    • e.

      voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.

BBB

Artikel 22.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen

  • 1.

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg en niet voldaan wordt aan het bepaalde in dat artikel, gelden in plaats van de in artikel 22.36, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen:

    • a.

      in zijn geheel of in delen verplaatsbaar;

    • b.

      de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en

    • c.

      buiten de bebouwde kom.

CCC

Artikel 22.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid

Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:

  • a.

    op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen;

  • b.

    op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of

  • c.

    op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:

    • 1.

      artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;

    • 2.

      artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 3.

      artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 4.

      artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 5.

      artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 6.

      artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 7.

      artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 8.

      artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 9.

      artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;

    • 10.

      artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 11.

      artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 12.

      artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

    • 12 13.

      artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of

    • 13 14.

      artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.

DDD

Artikel 22.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.54 Toepassingsbereik

  • 1.

    Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit:

    • a.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    • b.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en

    • c.

      op een niet-geluidgevoelige gevel.; en

    • d.

      op een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; en

    • e.

      op een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.

  • 3.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van:

    • a.

      het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

    • b.

      spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.

  • 4.

    Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als:

    • a.

      een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of

    • b.

      een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.

EEE

Artikel 22.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1.

    In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als:

    • a.

      de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en

    • b.

      het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 3.

    Paragraaf 22.3.4 van de bruidsschat niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.

  • 4.

    Paragraaf 22.3.4 is niet van toepassing op het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

FFF

Artikel 22.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

     

    In afwijking van artikel 22.60 en artikel 22.61, het eerste en het tweede lid, zijn de regels als bedoeld in het vierde tot en met het zevende lid van dit artikel van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein.

    • a.

      op een gezoneerd industrieterrein; of

    • b.

      op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

  • 4.

    Het derde tot en met het zevende lid is niet van toepassing op een activiteit waar:

    • a.

      tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn;

    • b.

      het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

      • 1.

        70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;

      • 2.

        80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1;

    • c.

      in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht;

    • d.

      in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;

    • e.

      geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;

    • f.

      geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt;

    • g.

      geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s;

    • h.

      geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en

    • i.

      geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;

  • 5.

    Het derde tot en met het zevende lid is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.61, het eerste en het tweede lid, of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

  • 6.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in het derde lid worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en

      • 2.

        de ligging van de gebouwen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 7.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit als bedoeld in het derde lid wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

GGG

Artikel 22.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.83 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit:

    • a.

      in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en

    • b.

      in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

  • 3.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit op een trillinggevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

HHH

Artikel 22.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking V4 

  • 1.

    In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 3.

    In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw of geurgevoelig object waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

III

Artikel 22.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.200 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 3.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

JJJ

Artikel 22.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1.

    In afwijking van artikel 22.214, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.214, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 3.

    In afwijking van artikel 22.214, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

KKK

Artikel 22.272 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als:

    • a.

      deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied;

    • b.

      een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt;

    • c.

      de snelheid wordt verlaagd;

    • d.

      een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking;

    • e.

      de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of

    • f.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 5052 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw;

      • 2.

        als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 21 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of

      • 3.

        als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 4841 dB: niet meer dan 21 dB meer dan de heersende waarde.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als:

    • a.

      de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging;

    • b.

      spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m;

    • c.

      spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m;

    • d.

      de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of

    • e.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde; en

      • 2.

        niet meer dan 63 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een geluidgevoelig gebouw:

    • a.

      waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c, van de bruidsschat; of

    • b.

      dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: 

      • 1.

        op grond van dit omgevingsplan, met uitzondering van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        p grond van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

LLL

Artikel 22.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.272eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een akoestisch onderzoek naar:

    • 1.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;

    • 2.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;

    • 3.

      het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 21 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;

    • 4.

      de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;

  • b.

    een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en

  • c.

    een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

MMM

Artikel 22.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

 

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.272eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden. 

  • a.

    de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden;

  • b.

    de grenswaarde alleen wordt overschreden op:

    • 1.

      een niet-geluidgevoelige gevel;

    • 2.

      een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; of

    • 3.

      een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.

NNN

Artikel 22.278 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht

  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid waarvoor op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een omgevingsvergunning is vereist, wordt, als die activiteit niet in strijd is met de in dat tijdelijke deel gestelde regels over het verlenen van de vergunning voor die activiteit, in afwijking van die regels de omgevingsvergunning voor die activiteit geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:

    • a.

      een voorbereidingsbesluit van kracht is als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of

    • b.

      een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht van kracht is als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.;

    • c.

      voor de dag van ontvangst van de aanvraag een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden;

    • d.

      voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

    • e.

      voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht

OOO

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

afwijken standaardwaarde geluid

/join/id/regdata/gm0222/2025/f5da37fc05c9462da3ef1d3e68e46d9a/nld@2026‑02‑13;12053246

agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/gm0222/2024/7b06cca8ee314455be8cd9543556b91f/nld@2025‑02‑13;14402460

/join/id/regdata/gm0222/2024/7b06cca8ee314455be8cd9543556b91f/nld@2026‑02‑13;12053246

Akkermansweg 2 - gebod bergingscapaciteit hemelwater

/join/id/regdata/gm0222/2025/0b49cc31284b479a802666118e1178a7/nld@2025‑09‑04;11351679

agrarische gronden

/join/id/regdata/gm0222/2025/ff2618258a70407f9afbcbd580b7d0d4/nld@2026‑02‑13;12053246

Akkerhof - gebod inrichtingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2026/42b29e9779a6474d94569da3aa0ec83d/nld@2026‑02‑13;12053246

Akkerhof - gebod trillingen

/join/id/regdata/gm0222/2025/b29b28dba8af4f34b852010fc6b51a08/nld@2026‑02‑13;12053246

Akkermansweg 2 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/126763e1116a43d9a4992892e36a7292/nld@2025‑02‑13;14402460

Amphionpark - gebod bergingscapaciteit hemelwater

/join/id/regdata/gm0222/2025/9620bcbac6f44eab87d0fcd36c9fc595/nld@2025‑09‑04;11351679

ammoniakbuffergebied

/join/id/regdata/gm0222/2025/3fca63ca8ce04744bce17dd21c2edad3/nld@2025‑09‑04;11351679

Amphionpark - gebod beeldkwaliteitsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/f76fef08426d447fbd9e5ace66b3c2e7/nld@2025‑09‑04;11351679

archeologisch monument

/join/id/regdata/gm0222/2025/b62ac3440fdb4142be23a4749817217a/nld@2025‑09‑04;11351679

archeologische (verwachtings) waarde

/join/id/regdata/gm0222/2025/d2066c4e58d04873bdd590336f1a50c4/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/d2066c4e58d04873bdd590336f1a50c4/nld@2026‑02‑13;12053246

archeologische diepte bodem

/join/id/regdata/gm0222/2025/23b3be57b2db410b829df946c22024ea/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/23b3be57b2db410b829df946c22024ea/nld@2026‑02‑13;12053246

archeologische oppervlakte

/join/id/regdata/gm0222/2025/38cb04990f634bc3acab5a0f4f9bc0f5/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/38cb04990f634bc3acab5a0f4f9bc0f5/nld@2026‑02‑13;12053246

archeologische rijksmonument

/join/id/regdata/gm0222/2025/c758fb26d2944e00ad321fe0525fcba6/nld@2025‑09‑04;11351679

bijbehorende bouwwerken VAB locatie

/join/id/regdata/gm0222/2024/c2ecc2fee08f4fad99f8d74ce76d2347/nld@2025‑02‑13;14402460

bedrijf

/join/id/regdata/gm0222/2025/9b9fc9e29bc74bfaa4b00d97110fb430/nld@2026‑02‑13;12053246

bedrijf tot en met categorie 2

/join/id/regdata/gm0222/2025/2650bfe51f794e0caf173e63b96b5a50/nld@2026‑02‑13;12053246

besluitgebied - Terborgseweg naast 119 Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/544240d1a9da4036a1893c90ffd5cc60/nld@2025‑09‑04;11351679

bijbehorende bouwwerken - Kilderseweg naast 39

/join/id/regdata/gm0222/2026/1e91f1517b914ca790804dca0289fc18/nld@2026‑02‑13;12053246

bijbehorende bouwwerken specifieke locatie

/join/id/regdata/gm0222/2024/c2ecc2fee08f4fad99f8d74ce76d2347/nld@2026‑02‑13;12053246

bijzondere boom

/join/id/regdata/gm0222/2024/9c5d7f8ae8f14fb088f15cd2dce841dc/nld@2024‑10‑25;06242649

Bultensweg 12 -14 - gebod bergingscapaciteit hemelwater

/join/id/regdata/gm0222/2024/87d5930c4af34922948fef80ef6f329e/nld@2025‑02‑13;14402460

bouwvlak

/join/id/regdata/gm0222/2024/83aeb96d43ba4b9aa97a0cc0ed2da418/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2024/83aeb96d43ba4b9aa97a0cc0ed2da418/nld@2026‑02‑13;12053246

Broekhuizerstraat 10 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/4dbd1fc1ef634d40abdaa63333b7ca1b/nld@2024‑10‑25;06242649

Broekhuizerstraat 10 - geur emissiepunten verboden

/join/id/regdata/gm0222/2024/b93bb62945e34089ad4289db2626cfa2/nld@2024‑10‑25;06242649

Bultensweg 12 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/3edfc00ec7144223b3115b51246d3567/nld@2025‑02‑13;14402460

Bultensweg 14  - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/4cd7bb05c2bb4f08a84f95bcd749c85c/nld@2025‑02‑13;14402460

cultuur en ontspanning

/join/id/regdata/gm0222/2025/53be1e188c7141229375678e226b4f70/nld@2026‑02‑13;12053246

cultuur en ontspanning - landelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2025/fd89878b99904310934f6a746e5ca6ee/nld@2026‑02‑13;12053246

cultuur en ontspanning - stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2025/30e3c798258a425e82acc93e2afba245/nld@2026‑02‑13;12053246

cultuurhistorie

/join/id/regdata/gm0222/2025/84c3149945e74a77853d4be62d7f7372/nld@2026‑02‑13;12053246

cultuurhistorische waarde

/join/id/regdata/gm0222/2025/16af670e7c514568b1264c74dcc4ac5e/nld@2026‑02‑13;12053246

doorvaarthoogte

/join/id/regdata/gm0222/2025/0ace2e70921b44fbaf46f708ac72c5c7/nld@2025‑09‑04;11351679

groen

/join/id/regdata/gm0222/2025/8e027caee8054dff80abb87f364cbe6e/nld@2025‑09‑04;11351679

erfafscheidingen - hoogte maximaal 1 meter

/join/id/regdata/gm0222/2025/15bf10685f384722b2236a93660b6076/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie

/join/id/regdata/gm0222/2024/8a3d870bc7574d7797eb8a6cba255b84/nld@2025‑02‑13;14402460

/join/id/regdata/gm0222/2024/8a3d870bc7574d7797eb8a6cba255b84/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/8497358f33974780b1ae1a4115395b2c/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/6735b74c95044977a5589aa3eef5142c/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/c0e68a607d5b496db60319f966843d5a/nld@2025‑09‑04;11351679

maximum bouwhoogte hoofdgebouw

/join/id/regdata/gm0222/2024/fd57bcc41fa44431aa2fddf1e58bbbbb/nld@2025‑09‑04;11351679

maximum inhoud woning en bedrijfswoning

/join/id/regdata/gm0222/2024/62386f0016f0492493a860dd6622a89b/nld@2024‑10‑25;06242649

evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen

/join/id/regdata/gm0222/2025/5ed9cfb4408e4c9ca715ddca31885ae5/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - centrum Gaanderen

/join/id/regdata/gm0222/2025/869b27d58bbd42ffa89f2a54555b59a5/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - centrum Wehl

/join/id/regdata/gm0222/2025/90005b3a51534e498d174f91715e8b4f/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/610d8e7143f14b60a64cb67de6076703/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat

/join/id/regdata/gm0222/2025/be3a71ed7fe94950b6c059077df0b1ae/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - IJzevoorde

/join/id/regdata/gm0222/2026/a0217cfb405b485f9830f83e3108814f/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/82bbbbccdac74a82871fb70c391a8e4d/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen

/join/id/regdata/gm0222/2025/ba7acd76339340b187855f5e4525dbde/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen

/join/id/regdata/gm0222/2024/21b4328440ad4d49a35d5d113b2008fa/nld@2025‑02‑13;14402460

evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/128d26d7106c48a7bda5075818c5ef37/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Nieuw-Wehl

/join/id/regdata/gm0222/2025/3fbf21ec223a4790824c107cbb6aa2a9/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/5abbb573d8644a80bdf8c0215ac3e334/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen

/join/id/regdata/gm0222/2025/618417b72f5244ecb56b1559aacc011b/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/64ca61edefcd464ead767c1e860c694b/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl

/join/id/regdata/gm0222/2025/47171a0035a443fb9968c93a028a4fc4/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/380fb1d6d4a74721a6bf890ad95c3f97/nld@2026‑02‑13;12053246

evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/c08fca7b9980456d8aad1417998ccb37/nld@2026‑02‑13;12053246

gasleiding

/join/id/regdata/gm0222/2025/74ed5422ed35461b8fb8f3152b51137f/nld@2025‑09‑04;11351679

gebod beeldkwaliteitsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/23521bdc18b641d39e5e9091bafbfd1c/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/23521bdc18b641d39e5e9091bafbfd1c/nld@2026‑02‑13;12053246

gebod bergingscapaciteit hemelwater

/join/id/regdata/gm0222/2025/c0d89fcae33146c98a3b1fdc78f8da7f/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/c0d89fcae33146c98a3b1fdc78f8da7f/nld@2026‑02‑13;12053246

gebod inrichtingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/2692224470b84f47a416e5a405418a6b/nld@2026‑02‑13;12053246

gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/15a00984d732477688d401c2bf49465f/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/15a00984d732477688d401c2bf49465f/nld@2026‑02‑13;12053246

gebod trillingen

/join/id/regdata/gm0222/2025/5772a837f3404e1d817879aefbaf21ad/nld@2026‑02‑13;12053246

gedeeltelijk verdiepte parkeergarage

/join/id/regdata/gm0222/2025/b062b39fef9448908c7861911354b7a3/nld@2025‑09‑04;11351679

speelautomatenhal

/join/id/regdata/gm0222/2025/2baa243c0ec2454dbf31058688adc518/nld@2025‑09‑04;11351679

gemengd

/join/id/regdata/gm0222/2025/22413a79fa6f4c298ff15d406cb25097/nld@2026‑02‑13;12053246

gemengd - Laborijnlocatie Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/465896636b514bbdb282bb1eefac3470/nld@2026‑02‑13;12053246

groen

/join/id/regdata/gm0222/2025/8e027caee8054dff80abb87f364cbe6e/nld@2026‑02‑13;12053246

Heijendaalseweg 3 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/fef3551cbe8c4e36992b6d132b3d9318/nld@2026‑02‑13;12053246

hoogspanningsverbinding - bovengronds

/join/id/regdata/gm0222/2025/a0fa5531655a4cba8b6eed09c254d384/nld@2025‑09‑04;11351679

hoogspanningsverbinding - magneetveldzone

/join/id/regdata/gm0222/2025/57ddb305a12a4bc49314985f7dffd912/nld@2026‑02‑13;12053246

hoogspanningsverbinding - ondergronds

/join/id/regdata/gm0222/2025/0b7ecd7cca5049b28c3b7729ec307667/nld@2025‑09‑04;11351679

hoogspanningsverbindingen

/join/id/regdata/gm0222/2025/20147e28cf454d838f6f00910b40fa19/nld@2025‑09‑04;11351679

verkeer

/join/id/regdata/gm0222/2025/1e4acfd84af74c6eb3bd2f085f94f6ad/nld@2025‑09‑04;11351679

IJzevoordseweg 7 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/40ab322a76414415841c3269ae194a3c/nld@2024‑10‑25;06242649

werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden

/join/id/regdata/gm0222/2025/fb93097226ee4bc9b1e9c6af77e0ba93/nld@2025‑09‑04;11351679

Kempsestraat 1-3 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/144fcc46e2244a3ca74cbb0f03b98291/nld@2026‑02‑13;12053246

Kilderseweg naast 39 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/a2019d9566f949099bd2ce4b5ce1a9b8/nld@2026‑02‑13;12053246

Kilderseweg naast 39 - regels afwijken standaardwaarde geluid

/join/id/regdata/gm0222/2025/7078dab3f925461f95499b8f24da0eb5/nld@2026‑02‑13;12053246

Laborijnlocatie - gebod compensatieplan

/join/id/regdata/gm0222/2026/e97e1be7697b4ee1accd6ef040eab990/nld@2026‑02‑13;12053246

Laborijnlocatie - onderzoek hoogbouw

/join/id/regdata/gm0222/2025/0e0594213c4043669dc0e0c46466fbdd/nld@2026‑02‑13;12053246

Laborijnlocatie - regels afwijken standaardwaarde geluid

/join/id/regdata/gm0222/2025/19191f23c9c0403e8befdc0dcaa7b943/nld@2026‑02‑13;12053246

landbouwhuisdieren verboden

/join/id/regdata/gm0222/2025/26825c246b5f49bdbc0bacf8bc5b0c51/nld@2026‑02‑13;12053246

landelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2024/59c84b36a52c47c7be209f6d7ba19898/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2024/59c84b36a52c47c7be209f6d7ba19898/nld@2026‑02‑13;12053246

landschappelijke waarden

/join/id/regdata/gm0222/2025/03f5c72d77c34f2cb479a542c5dd0d80/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/03f5c72d77c34f2cb479a542c5dd0d80/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum aantal woningen

/join/id/regdata/gm0222/2024/aababaca58704e5ea57b701cfd83dd31/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2024/aababaca58704e5ea57b701cfd83dd31/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum bebouwingspercentage

/join/id/regdata/gm0222/2025/4eefe3a4752947eeaeaca6ec9fdce403/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum bouwhoogte bouwwerkenbouwwerk geen gebouwengebouw zijnde

/join/id/regdata/gm0222/2025/5fa6478a7991440693241fbea411a2ff/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/5fa6478a7991440693241fbea411a2ff/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum bouwhoogte hoofdgebouw

/join/id/regdata/gm0222/2024/fd57bcc41fa44431aa2fddf1e58bbbbb/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum bouwhoogte hoogspanningsmast

/join/id/regdata/gm0222/2025/a801ba14bbc74b32b600569dc5e7f43e/nld@2025‑09‑04;11351679

maximum bruto-vloeroppervlakte

/join/id/regdata/gm0222/2025/7a687a010c644822a51df82b6f012bc6/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum goothoogte hoofdgebouw

/join/id/regdata/gm0222/2024/bfb7d40d5e13416ba6d2892782476b52/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2024/bfb7d40d5e13416ba6d2892782476b52/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum inhoud woning en bedrijfswoning

/join/id/regdata/gm0222/2024/62386f0016f0492493a860dd6622a89b/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum inhoud woongebouw

/join/id/regdata/gm0222/2024/5b11255ebd6e42319b512e0256b903c0/nld@2025‑02‑13;14402460

/join/id/regdata/gm0222/2024/5b11255ebd6e42319b512e0256b903c0/nld@2026‑02‑13;12053246

maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken VAB

/join/id/regdata/gm0222/2025/bb587d2289e24582a958f282642a1659/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/bb587d2289e24582a958f282642a1659/nld@2026‑02‑13;12053246

minimum bergingscapaciteit hemelwater

/join/id/regdata/gm0222/2025/26fe811e910b40e2b5468afa09f5d3c2/nld@2026‑02‑13;12053246

minimum percentage goedkope koopwoning

/join/id/regdata/gm0222/2025/0ac12b49babb490fa3569b52c9d086ac/nld@2025‑09‑04;11351679

minimum percentage middenhuurwoning

/join/id/regdata/gm0222/2024/8e63277737254156b1f5c74eb961f72c/nld@2024‑10‑25;06242649

minimum percentage sociale huurwoning

/join/id/regdata/gm0222/2024/e0ae6d49d4004acaa5f8a60d58559f97/nld@2025‑09‑04;11351679

minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 1)

/join/id/regdata/gm0222/2024/f28d2a2ff7a94390b710534e430ec150/nld@2025‑09‑04;11351679

minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 2)

/join/id/regdata/gm0222/2024/0219bce3711d4767b13a175a335fb85d/nld@2025‑09‑04;11351679

molenbiotoop

/join/id/regdata/gm0222/2025/9bf5c80eee534c7882d7399b8bd15c61/nld@2025‑09‑04;11351679

natuur

/join/id/regdata/gm0222/2025/70ad585852d243a3830e08a1975102bf/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/70ad585852d243a3830e08a1975102bf/nld@2026‑02‑13;12053246

nieuwe risicobronnen toegestaan

/join/id/regdata/gm0222/2025/8eaec91783b14bcb9f788cbd6395298b/nld@2025‑09‑04;11351679

nieuwe risicobronnen uitgesloten

/join/id/regdata/gm0222/2025/ec8030a6b1c24fd784597e541ef4566f/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/ec8030a6b1c24fd784597e541ef4566f/nld@2026‑02‑13;12053246

Notenstraatje 1 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/74a69d0a4d724d2eacb820017793f997/nld@2026‑02‑13;12053246

openheid

/join/id/regdata/gm0222/2025/b9372f5e3a154b848b202f088a6c3fb7/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/b9372f5e3a154b848b202f088a6c3fb7/nld@2026‑02‑13;12053246

Oude Terborgseweg 313 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/5c990f79c37f4fe890045af874802ba1/nld@2026‑02‑13;12053246

Oude Terborgseweg 313 - regels afwijken standaardwaarde geluid

/join/id/regdata/gm0222/2025/f83922d936e649b89b681db5cada1816/nld@2026‑02‑13;12053246

pakketkluis

/join/id/regdata/gm0222/2025/d6525ac71a834e2d8bfa9237d31b0672/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/d6525ac71a834e2d8bfa9237d31b0672/nld@2026‑02‑13;12053246

parkeergarage

/join/id/regdata/gm0222/2025/d5029ec07bdf448da368c693fb37992a/nld@2026‑02‑13;12053246

programma - wonen landelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2025/5e7f445c6b99463a9fbfe9e834ea9dd0/nld@2026‑02‑13;12053246

reliëf

/join/id/regdata/gm0222/2024/57ac3c240bd44cd6a3dc093131576fe4/nld@2025‑09‑04;11351679

Ribesstraat 4 - gebod beeldkwaliteitsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/a890240c26c744e3aabd8c0f3225d5e8/nld@2026‑02‑13;12053246

Rijksweg 288 - gebod inrichtingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/b73cd8dee396425a8fe3380fb2da3c5d/nld@2026‑02‑13;12053246

Rijksweg 288 - regels afwijken standaardwaarde geluid

/join/id/regdata/gm0222/2025/503103dfc5734cd8ae87c693e031094c/nld@2026‑02‑13;12053246

rioolleiding

/join/id/regdata/gm0222/2025/a9f7fa25794d40d6877a2c871dc2fe95/nld@2025‑09‑04;11351679

risicobronnen

/join/id/regdata/gm0222/2025/005d2dc3e361454cb61925c32bbc8f54/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/005d2dc3e361454cb61925c32bbc8f54/nld@2026‑02‑13;12053246

rivierduin

/join/id/regdata/gm0222/2025/c8fc0bf61a2b4d1fa0b47664e217d324/nld@2025‑09‑04;11351679

ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan vervallen

/join/id/regdata/gm0222/2025/bd38e60e251145ca837d2008feb1d0a7/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/bd38e60e251145ca837d2008feb1d0a7/nld@2026‑02‑13;12053246

schoonheidscentrum

/join/id/regdata/gm0222/2025/5810a3f1360648bc9978bba8fc28c585/nld@2026‑02‑13;12053246

speelautomatenhal

/join/id/regdata/gm0222/2025/2baa243c0ec2454dbf31058688adc518/nld@2025‑09‑04;11351679

speelautomatenhal verboden

/join/id/regdata/gm0222/2025/f11e439b737d4f158412baa5bab86aee/nld@2026‑02‑13;12053246

stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2024/85fe2a7d161c4ff98fd9c7cde3d76d72/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2024/85fe2a7d161c4ff98fd9c7cde3d76d72/nld@2026‑02‑13;12053246

Terborgseweg naast 119 - gebod bergingscapaciteit hemelwater

/join/id/regdata/gm0222/2024/095fcc996fa94201963ba8a394254dd3/nld@2024‑10‑25;06242649

Terborgseweg naast 119 - gebod landschappelijk inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/15d868a062a84573bf097467a94fdd5e/nld@2024‑10‑25;06242649

Terborgseweg naast 119 - regels afwijken standaardwaarde geluid wegverkeer

/join/id/regdata/gm0222/2024/be0a8fe825d94cba840dd1a718d0df64/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/be0a8fe825d94cba840dd1a718d0df64/nld@2026‑02‑13;12053246

Terborgseweg naast 119 - uitsluitend gedeeltelijk verdiepte parkeergarage

/join/id/regdata/gm0222/2024/c745ed2919b3426996e46f39e02b39be/nld@2024‑10‑25;06242649

wonen VAB locatie

/join/id/regdata/gm0222/2024/7dab7fd158334107ab58bcf2ac4c5643/nld@2025‑02‑13;14402460

uitsluiten vergunningvrij

/join/id/regdata/gm0222/2024/7dab7fd158334107ab58bcf2ac4c5643/nld@2026‑02‑13;12053246

verkeer

/join/id/regdata/gm0222/2025/1e4acfd84af74c6eb3bd2f085f94f6ad/nld@2026‑02‑13;12053246

voorrangsregel - ruimtelijke regels tijdelijk deel omgevingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/4fbb2f4a2ca94724a44adc231919b08d/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2025/4fbb2f4a2ca94724a44adc231919b08d/nld@2026‑02‑13;12053246

water

/join/id/regdata/gm0222/2025/beafaaf3f8c748a7b1ad77b1e0e38363/nld@2025‑09‑04;11351679

waterkering

/join/id/regdata/gm0222/2025/1a4c61f17aba40b0aff7df0cd2ab6cb6/nld@2025‑09‑04;11351679

wonen

/join/id/regdata/gm0222/2024/10089824b15947f6856d56f55a10f8e1/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2024/10089824b15947f6856d56f55a10f8e1/nld@2026‑02‑13;12053246

wonen - landelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2025/04cf0ad862144992b2bdc0fcbf4a9b1f/nld@2026‑02‑13;12053246

wonen - stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2025/172825f3658f4d72a0ede44171904838/nld@2026‑02‑13;12053246

woningdifferentiatie

/join/id/regdata/gm0222/2024/e7187558249e476da0c157c11c38af03/nld@2025‑09‑04;11351679

woningtype

/join/id/regdata/gm0222/2024/b64103cb0cf7450d8f63bbc59b737ce3/nld@2025‑09‑04;11351679

/join/id/regdata/gm0222/2024/b64103cb0cf7450d8f63bbc59b737ce3/nld@2026‑02‑13;12053246

PPP

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen

Algemeen - Landschapstypen

/join/id/regdata/gm0222/2024/0f4eba31baf34372b40bc6b4559740cd/nld@2024‑10‑25;06242649

Algemeen - landschapstypen

/join/id/regdata/gm0222/2024/0f4eba31baf34372b40bc6b4559740cd/nld@2026‑02‑13;12053246

Algemeen - Leidraad Toetsingskader Landschapselementen

/join/id/regdata/gm0222/2024/cd6f6c1a0e5446b480a10f89c367de21/nld@2024‑10‑25;06242649

Algemeen - leidraad toetsingskader landschapselementen

/join/id/regdata/gm0222/2024/cd6f6c1a0e5446b480a10f89c367de21/nld@2026‑02‑13;12053246

Algemeen - Lijstlijst vergunningen Wet natuurbescherming

/join/id/regdata/gm0222/2024/7f080e2702494309aa3fca0fc941cca4/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/7f080e2702494309aa3fca0fc941cca4/nld@2026‑02‑13;12053246

Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl - Landschappelijklandschappelijk inpassingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2024/ca983aec140643afb1ccfea0aa26b672/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/ca983aec140643afb1ccfea0aa26b672/nld@2026‑02‑13;12053246

IJzevoordseweg 7 Doetinchem - versterkingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2024/17056081414e4bfa853c6eb3c5787719/nld@2025‑02‑13;14402460

Terborgseweg naast 119 Doetinchem - akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

/join/id/regdata/gm0222/2024/b29159f9ae7c4a48bd2d392128d7fa2f/nld@2025‑02‑13;14402460

Terborgseweg naast 119 Doetinchem - hemelwaterberging

/join/id/regdata/gm0222/2024/a0932e1f910f411ea769a3d1b9545b25/nld@2025‑02‑13;14402460

Terborgseweg naast 119 Doetinchem - Inrichtingsschetsinrichtingsschets

/join/id/regdata/gm0222/2024/628b47aa604341d4b139de47229728f6/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/628b47aa604341d4b139de47229728f6/nld@2026‑02‑13;12053246

Algemeen - Lijstlijst van vrije beroepen

/join/id/regdata/gm0222/2024/7557ff7ab8f247f4984cd164f993fd83/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/7557ff7ab8f247f4984cd164f993fd83/nld@2026‑02‑13;12053246

Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven

/join/id/regdata/gm0222/2024/bcf9736e28a2489a87b7aeb0238f87d9/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/bcf9736e28a2489a87b7aeb0238f87d9/nld@2026‑02‑13;12053246

Algemeen - Gebiedstypen

/join/id/regdata/gm0222/2024/91614e56de60489688de03048970d342/nld@2024‑10‑25;06242649

Algemeen - gebiedstypen

/join/id/regdata/gm0222/2024/91614e56de60489688de03048970d342/nld@2026‑02‑13;12053246

Algemeen - Richtlijnrichtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing'

/join/id/regdata/gm0222/2024/ec9e04e2bc0e48bf823107aa61a569ee/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/ec9e04e2bc0e48bf823107aa61a569ee/nld@2026‑02‑13;12053246

Algemeen - Lijstlijst van neven- en hergebruiksactiviteiten

/join/id/regdata/gm0222/2024/76a1f1aa286745ccb58c4ddd2b6c9029/nld@2024‑10‑25;06242649

/join/id/regdata/gm0222/2024/76a1f1aa286745ccb58c4ddd2b6c9029/nld@2026‑02‑13;12053246

Akkermansweg 2 Gaanderen - landschappelijk inpassingplan

/join/id/regdata/gm0222/2024/4dadeea75b444519a84aefbf38f65424/nld@2025‑02‑13;14402460

/join/id/regdata/gm0222/2024/4dadeea75b444519a84aefbf38f65424/nld@2026‑02‑13;12053246

Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2024/4533d78cbd614faf8ce73a1a39ccf5a8/nld@2025‑02‑13;14402460

/join/id/regdata/gm0222/2024/4533d78cbd614faf8ce73a1a39ccf5a8/nld@2026‑02‑13;12053246

Evenementenlocaties binnenstad Doetinchem en Mark Tennantplantsoen - akoestisch onderzoek

/join/id/regdata/gm0222/2025/63a7fca72a5b4a7c9c71f45d4cb6d02a/nld@2025‑02‑13;14402460

Amphionpark - Beeldkwaliteitsplan Amphionpark Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/f034928b970741eabf1adba78d79e4e2/nld@2025‑09‑04;11351679

Amphionpark Doetinchem - beeldkwaliteitsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/f034928b970741eabf1adba78d79e4e2/nld@2026‑02‑13;12053246

Notitie (para-) commercie in de horeca Doetinchem

/join/id/regdata/gm0222/2025/1c29d00a3e6e4dde99d37a50ef97693b/nld@2026‑02‑13;12053246

Magneetveld kwetsbare gebouwen

/join/id/regdata/gm0222/2025/3e88ee07ec5644d9b3f06f52112ef347/nld@2025‑09‑04;11351679

Gevoelige functies magneetveldzone

/join/id/regdata/gm0222/2025/70da6a953f9349f491f002b088694f84/nld@2026‑02‑13;12053246

Ribesstraat 4 Gaanderen - beeldkwaliteitsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/ca69caf23a74465892ebb4d1273261e5/nld@2026‑02‑13;12053246

Ribesstraat 4 Gaanderen - beschikking

/join/id/regdata/gm0222/2025/344a433678284df588122fb5e0f5bc63/nld@2026‑02‑13;12053246

Notenstraatje 1 Wehl - landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/7dd16b2debce4cb896a610fd4ff2569d/nld@2026‑02‑13;12053246

Heijendaalseweg 3 Wehl - landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/c7a0c4484d0340349531a5283e24547f/nld@2026‑02‑13;12053246

Rijksweg 288 Gaanderen - inrichtingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/029f2ae7fa8d43b4a5e7bdae592ca877/nld@2026‑02‑13;12053246

Kilderseweg naast 39 - landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/fd6474b7742f4a0788d97644e17dd420/nld@2026‑02‑13;12053246

Laborijnlocatie Doetinchem - Akoestisch onderzoek

/join/id/regdata/gm0222/2025/5447d3edb98d40bda5a4b3fff098dfc4/nld@2026‑02‑13;12053246

Kilderseweg naast 39 Doetinchem - Akoestisch onderzoek

/join/id/regdata/gm0222/2025/8390cb75a1e1488598ee6cb208b461d2/nld@2026‑02‑13;12053246

Oude Terborgseweg 313 Doetinchem - Akoestisch Onderzoek

/join/id/regdata/gm0222/2025/cfcf8ae70db344498ceb8a622c198056/nld@2026‑02‑13;12053246

Rijksweg 288 Gaanderen - akoestisch onderzoek

/join/id/regdata/gm0222/2025/bc20b849fe224d7bb56b699ee2841458/nld@2026‑02‑13;12053246

Staat van bedrijfsactiviteiten

/join/id/regdata/gm0222/2025/e75a438921564667abd6d5362b34bf3a/nld@2026‑02‑13;12053246

Oude Terborgseweg 313 - Landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2025/80521a525b1d4c48852d237528511c1c/nld@2026‑02‑13;12053246

Kempsestraat 1-3 Wehl - Landschappelijk inpassingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2025/ab8580b89a9c4d8381f422f9a1724f83/nld@2026‑02‑13;12053246

Akkerhof - Inrichtingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2026/b31d2eeabdde486fbb364594f8e35909/nld@2026‑02‑13;12053246

QQQ

Bijlage IV wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage IV Begrippen

aan huis gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, waaronder een vrij beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

aandachtsgebied

gebied rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden;

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat geheel of overwegend is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten, zoals het telen van gewassen, het fokken en/of houden van dieren, waaronder productiegerichte paardenhouderijen;

agrarische bedrijvigheid

bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten, zoals het telen van gewassen, het fokken en/of houden van dieren, waaronder productiegerichte paardenhouderijen;

agrarische doeleinden

doeleinden die gericht zijn op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren of het telen van gewassen met uitzondering van glastuinbouw tenzij anders in dit omgevingsplan is bepaald.

archeologisch deskundige

de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;

archeologisch onderzoek

een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet ex-situ, conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;

archeologische verwachting

Een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

archeologische waarde

een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

bebouwingspercentage

het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;

bed and breakfast

het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Hieronder wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;

bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;

belemmeringenstrook

een strook grond ter plaatse van en aan weerszijden van de hoogspanningslijn of -kabel die dient om de veiligheid en het ongestoord functioneren van de leiding te kunnen garanderen;

beroep of bedrijf aan huis

beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn (zie bijlage Algemeen - Lijstlijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;

bestaand

op het moment van inwerkingtreding van het omgevingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan;

bestaande (bedrijfs)woning

(bedrijfs)woning(en) zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens was toegestaan;

bestaande bouwhoogte

de bouwhoogte van een bouwwerk zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens toegestane bouwhoogte;

bestaande goothoogte

de goothoogte van een gebouw zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk gebouw geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens toegestane goothoogte;

bestaande stikstofdepositie

de stikstofdepositie ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren in de omvang zoals op 7 juli 2022 is toegestaan, het tijdstip van vaststelling van de beheersverordening, Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022, overeenkomstig:

  • een onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 respectievelijk artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, zoals opgenomen in bijlage Algemeen - Lijstlijst vergunningen Wet natuurbescherming of

  • (indien geen sprake is van een onherroepelijke vergunning als onder a bedoeld) de bestaande stikstofdepositie ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren in de omvang zoals feitelijk aanwezig en planologisch legaal in de periode van 1 jaar voorafgaand aan de vaststelling van de beheersverordening, Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022, zoals is vastgesteld op 7 juli 2022.

bijzondere boom

houtopstand die vermeld wordt op de lijst met bijzondere bomen zoals opgenomen in de bomenverordening van de gemeente Doetinchem.

boeiboord

opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal;

bos

oppervlak begroeid met een dusdanig aantal bomen dat de kruinen een min of meer gesloten geheel vormen of na volgroeiing van de bomen zullen vormen;

bosgebied

met bos begroeid gebied;

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

bronmaatregel

maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen;

detailhandel in dagelijkse boodschappen

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen zijnde drank, etenswaren, verzorgingsproducten en goederen in aard en omvang daaraan gelijk te stellen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

detailhandel in volumineuze goederen

detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair;

diepwortelende beplanting

beplanting met wortelstelsel dat meer dan 1 m onder het maaiveld reikt of dat naar verwachting in de toekomst zal doen.

druiplijn

onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak;

ecologische voorzieningen

voorzieningen ten behoeve van diverse fauna nabij (Rijks)infrastructuur met als doel het opheffen van de barrièrewerking van genoemde infrastructuur;

erf

al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt;

escortbedrijf

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

extensieve dagrecreatie

vormen van recreatief medegebruik, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar aard omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen.

garagebedrijf

een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, niet zijnde een carrosseriebedrijf en/of verfspuitinrichting, al dan niet met een verkooppunt voor motorbrandstoffen;

gebouw

bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);

Gelders Natuurnetwerknatuurnetwerk

gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, zoals opgenomen in de omgevingsverordening van de provincie Gelderland;

geluidruimte

de verdeling van de beschikbare geluidruimte per kavel passend binnen de geluidzonegrens, zoals vastgelegd op de verkavelingskaart behorend bij het zonebeheerplan (geluidruimte per m2);

geluidzonegrens

een op grond van de Wet geluidhinder in het omgevingsplan vastgelegd gebied rond een industrieterrein waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van dat industrieterrein niet meer mag bedragen dan 50 dB(A);

gestapelde woning

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, al dan niet met de daarbij behorende bergingen;

gevellijn

de als zodanig aangeduide lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd;

gevoelige functies

woningen met bijbehorende erven alsmede scholen, crèches en kinderopvangplaatsen met bijbehorende buitenspeelruimten, conform het voorzorgsbeleid hoogspanningsleidingen;

groene Groene ontwikkelingszone

gebied zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland van de provincie Gelderland;

groepsaccomodatie

een zelfstandige verblijfsaccommodatie die naar afmetingen en inrichting specifiek bedoeld is voor een grotere groep van personen, tot uitdrukking komend in o.a. gezamenlijke faciliteiten voor logies, dagverblijf en maaltijdbereiding;

grondgebonden agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij de bedrijfsvoering geheel of nagenoeg geheel afhankelijk is van de grond als agrarisch productiemiddel, waaronder een grondgebonden veehouderijbedrijf;

grondwaterbeschermingsgebied

beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen 25 jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn en waar geen afdoende beschermende kleilaag aanwezig is;

hoofdfunctie

Het belangrijkste gebruik binnen een gebied;

hoogspanningsverbinding

een ondergrondse of bovengrondse verbinding met een spanningsniveau hoger dan 110 kV;

horeca categorie 1

het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; de volgende specifieke vormen worden onder horeca categorie 1 begrepen:

  • a.

    dagzaak: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en etenswaren, beide voor consumptie ter plaatsen en waarvan de openingstijden grotendeels overeenkomen met die van een winkel;

  • b.

    hotel: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse;

  • c.

    pension: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies voor langere tijd met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of alcoholische en niet-alcoholische dranken aan de logerende gasten;

  • d.

    restaurant: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken aan de gasten;

  • e.

    snackbar/cafetaria: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van etenswaren al dan niet voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet-alcoholische dranken.

horeca categorie 2

het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen dranken en voedsel waarbij het doen beluisteren van muziek een wezenlijk onderdeel vormt; de volgende specifieke vormen worden onder horeca categorie 2 begrepen:

  • a.

    bar/café: een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek/bardancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en etenswaren, beide voor consumptie ter plaatse;

  • b.

    nachtbar: een bar die met name na middernacht is geopend;

  • c.

    discotheek/bardancing: een horecabedrijf dat tot doel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen.

horeca categorie 3

het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken; de volgende specifieke vormen worden onder horeca categorie 3 begrepen:

  • a.

    zalencentrum/partycentrum: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het ter beschikking stellen van ruimte(n) voor onder andere feesten en andersoortige bijeenkomsten waarbij aan de gasten alcoholische en niet-alcoholische dranken, etenswaren of maaltijden worden verstrekt;

  • b.

    congrescentrum: een horecabedrijf waarin ten minste één grote zaal is voor het houden van bijeenkomsten, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken, etenswaren of maaltijden aan de gasten;

huishouden

persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;

intrekgebied

beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn;

kantoorgebouw

gebouw of gedeelte daarvan met alleen een of meer kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan;

kleine windturbine

een windturbine om energie op te wekken, deze staat op het maaiveld.

kunstobject

een object dat als kunst gezien wordt en een bepaalde schoonheid heeft, niet door de natuur gemaakt;

landbouwhuisdieren

Zoogdieren of vogels die worden gehouden voor de productie (bedrijfsmatig) van vlees, eieren, melk, wol, pels of veren (bijvoorbeeld rundvee, schapen, geiten, varkens, kippen.

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a; varkens, kippen, schapen of geiten; en b; als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1°; rundvee tot 24 maanden; 2°; kalkoenen; 3°; eenden; of 4°; parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren;

logiesfunctie

gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak (tot 4 maanden) aan personen;

logiesgebouw

gebouw of gedeelte van een gebouw met alleen logiesfuncties of nevengebruiksfuncties daarvan, waarin meer dan een logiesverblijf ligt, dat is aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute;

logiesverblijf

voor een enkel persoon of een afzonderlijke groep personen bestemd gedeelte van een logiesfunctie;

luifel

een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond;

maatschappelijke voorzieningen

educatieve, sociale, medische en levensbeschouwelijke voorzieningen evenals voorzieningen voor openbare dienstverlening, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;

middenhuurwoning

huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

mini windturbine

een windturbine om windenergie op te wekken ,deze staat op het dak van een gebouw.

molenbiotoop

gebied rondom een historische of monumentale windmolen met een straal van 400 m gerekend vanaf het middelpunt van de molen, gericht op een onbelemmerde windvang;

naar de weg gekeerde bouwgrens (voorgevelrooilijn)

een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten;

natuurspeelpark

een park waar het spelen in de natuur, het ontdekken van de natuur en natuureducatie centraal staan;

niet-grondgebonden veehouderijbedrijf

agrarisch bedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op veehouderij waarvan het voer voor de landbouwhuisdieren voor het grootste gedeelte niet geteeld wordt op de gronden die in de nabijheid van het agrarisch bouwvlak zijn gelegen en waarop de veehouderij rechten heeft;

nutsvoorziening

voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorziening ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak;

paardrijbak

een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een ondergrond, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;

peil

 

  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 30 centimeter;

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

  • c.

    voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afwerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend);

  • d.

    voor een bouwwerk dat in of op het water wordt gebouwd geldt het gemiddelde waterpeil ter plaatse ;

perifere detailhandel

detailhandel, niet zijnde kringloopwinkels, in de volgende categorieën: 

 

  • a.

    keukens, badkamers, sanitair en tegels; 

  • b.

    tuinmeubelen;

  • c.

    woninginrichtingsartikelen (zoals meubelen, woontextiel en slaapkamerinrichting);

  • d.

    woningstoffering (zoals gordijnen, parket, laminaat en houtvloeren);

  • e.

    bouwmarkten, tuincentra, meubel- annex woontextielzaken en/of woonwarenhuizen

 

plaatsgebonden risicocontour 10-6

plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

praktijkruimte

een beroeps- of bedrijfsmatige werkruimte, gelegen in of aansluitend aan een woning en behorend bij die woning, voor de uitoefening van medische, paramedische en andere vrije beroepen en/of administratieve of daarmee gelijk te stellen beroepen;

reclamezuil

een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame;

recreatiewoning

een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders heeft/hebben;

risicobron

Activiteit met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

ruimtelijke plan tijdelijk deel omgevingsplan

ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen.

silo

een bouwwerk ten behoeve van opslagdoeleinden;

sociale huurwoning

een huurwoning zoalsals bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

sociale koopwoning

een sociale koopwoning, volgens de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023, wanneer de gemeentelijke verordening wijzigt rekening gehouden wordt met de wijziging.

specifieke magneetveldzone

de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden, berekend overeenkomstig de handreiking;

specifieke magneetveldzone

de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden, berekend overeenkomstig de handreiking.

speelautomaat

een toestel, als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet op de kansspelen;

speelautomatenhal

een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de kansspelen;

speelautomatenhal

een inrichting, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid onder b van de Wet op de kansspelen.

stedenbouwkundig-cultuurhistorisch deskundige

een beleidsmedewerker van de gemeente, belast met stedenbouwkundige of cultuurhistorische adviezen

thuisprostitutie

een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook alleen door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee;

tijdelijke woonunit

een demontabel en/of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw voor huisvesting voor mantelzorg onder welke benaming ook aangeduid, doch in het spraakgebruik als woonunit wordt aangemerkt, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- en/of nachtverblijf;

toegangspartij

een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte;

twee-aaneen

een woning die deel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneengebouwde woningen;

uitwerking fysieke leefomgeving

de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken, bekeken vanuit de fysieke leefomgeving in zijn geheel;

vliering

bergruimte onder het dak en niet voor bewoning geschikt;

voorgevel

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

voormalige bedrijfswoning

een woning die voorheen een functionele binding had met een bedrijf. Een voormalige bedrijfswoning kan een woning zijn bij een agrarisch bedrijf, een horecabedrijf of een bedrijf gelegen op een bedrijventerrein;

vrij beroep

een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van verworvenheden verkregen door een academische of een hogere beroepsopleiding (Algemeen - lijst van vrije beroepen);

waterwingebied

beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen één jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn;

woning

een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

woonwagenstandplaats

een kavel, waarop nutsvoorzieningen aanwezig zijn, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen;

zolder

ruimte in een gebouw dat geheel is afgedekt een dak en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen;

zonnepark

gebied waar zonne-energie opgewekt of omgezet wordt;

zorgwoning

een gebouw, of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en of lichamelijke verzorging behoeven. De verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan een afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn;

hoog opgaande beplanting

beplanting met een minimale hoogte van 1,75 meter;

RRR

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

2.1 Het (juridisch) karakter van het omgevingsplan

Artikel 2.4 van de Omgevingswet schrijft voor dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De regels in het omgevingsplan gaan altijd over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Een voorbeeld is het bouwen van een woonwijk, waardoor de ruimtelijke inrichting van een gebied verandert. Of het kappen van bomen, waardoor de omgeving minder groen wordt. Het omgevingsplan is daarmee juridisch primair bepalend voor de vraag welke activiteiten op welke locatie, en onder welke voorwaarden kunnen plaatsvinden. Die regels samen moeten er zorg voor dragen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het omgevingsplan doet daarmee wat voorheen in bestemmingsplannen werd geregeld. Het omgevingsplan heeft echter een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan. Het omgevingsplan kent niet de begrenzing van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Het kan namelijk regels bevatten die over heel de fysieke leefomgeving gaan. Ook regels die we kennen uit een gemeentelijke verordening, zoals de bomenverordening. Het omgevingsplan beperkt zich dus niet tot planologische aspecten. Maar is wel altijd gericht op regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Met de aard en inhoud is het omgevingsplan het instrument waarmee ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in regels worden uitgewerkt. En zodoende in juridisch bindende regels tot uitvoering worden gebracht. Het omgevingsplan (en een wijziging daarvan) bestaat juridisch uit twee onderdelen: de regeling en het besluit. 

 

De regeling

 

Het onderdeel 'regeling' bestaat uit het volgende:

  • De regels van het omgevingsplan - juridisch bindend

  • De geografische informatieobjecten - juridisch bindend

  • Bijlagen bij de regels van de regeling  - juridisch bindend

  • Een algemene toelichting - niet-juridisch bindend

  • Een artikelsgewijze toelichting (niet verplicht) - niet-juridisch bindenbindend

 

Het besluit

 

Het onderdeel 'besluit' bestaat uit het volgende:

  • Besluit en wijzigbijlage (document met inhoud van de (wijziging van de) regeling)

  • Toelichting op het besluit

  • Motivering (inhoudelijke onderbouwing van het besluit)

  • Bijlagen bij besluit

SSS

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

4.1 De structuur van het omgevingsplan 

Het omgevingsplan gemeente Doetinchem is in algemene zin opgebouwd vanuit de wetenschap dat iedereen via het Omgevingsloket de regels kan raadplegen die gelden op een locatie. En daarvoor niet het omgevingsplan als omgevingsdocument in het geheel hoeft te raadplegen. Dit betekent allereerst dat het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem als omgevingsdocument is opgebouwd met het oog op de beheersbaarheid door planmakers. Daarnaast betekent dit ook dat de opbouw van het omgevingsplan qua volgordelijkheid is afgeleid van de manier waarop regels in het Omgevingsloket worden getoond. Tot slot betekent bovenstaande dat aan de regels van het omgevingsplan zo veel als mogelijk werkingsgebieden zijn verbonden en voorzien zijn van kenmerken. Om zo voor burgers, bedrijven, maatschappelijke organisatie én ook plantoetsers (via het omgevingsloket) duidelijkheid te bieden welke regels op een locatie gelden en voor welke activiteiten en werkzaamheden gelden. Tegelijkertijd is dit een blijvende doorontwikkeling van het omgevingsplan. 

 

Hoofdstuk1: ALGEMENE BEPALINGEN

 

Dit hoofdstuk bevat artikelen ter verwijzing naar geldende bijlagen met begrippen en meet- en rekenbepalingen voor uitlegbaarheid en interpretatie van in het omgevingsplan opgenomen regels. Ook is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid overgangsrecht opgenomen i.r.t. legaal gebruik en legale bouwwerken. 

 

Hoofdstuk 2: DOELEN REGELS OMGEVINGSPLAN

 

Dit hoofdstuk bevat in algemene zin de doelen waarvoor in het omgevingsplan zijn of kunnen zijn opgenomen. Dit betekent dat alle regels in ieder geval als doel hebben een evenwichtige toedeling van functies aan locatie te bereiken. Daarnaast kunnen regels ook in het omgevingsplan zijn opgenomen met het oog op het bredere maatschappelijke doel van de Omgevingswet. Dit betekent dat regels in het omgevingsplan niet per definitie moeten bijdragen aan allee doelen die genoemd zijn in relatie tot het maatschappelijke doel van de Omgevingswet. 

 

Hoofdstuk 3: GERESERVEERD

 

Hoofdstuk 4: REGELS OVER BIJZONDERE GEBIEDEN

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die verbonden zijn aan waardegebieden, beperkingengebieden en aandachtsgebieden. De paragraaf waardengebieden bevat regels die bepaalde waarden dan wel kwaliteiten in de fysieke leefomgeving moeten borgen. Het gaat bijvoorbeeld over archeologie, het Gelders Natuurnetwerk en cultuurhistorie. De paragraaf beperkingenbieden bevat regels die het gebruik van gronden en bouwen van bouwwerken kunnen beperken. Het gaat bijvoorbeeld om regels die verbonden zijn aan de aanwezigheid van leidingen, riolering en risicobronnen. In de paragraaf aandachtsgebieden kunnen gebieden met bijbehorende regels worden opgenomen die, in relatie tot externe veiligheid, een veilige leefomgeving moeten waarborgen. Daarnaast kan het gaan om gebieden waarbinnen het geluid op geluidgevoelige gebouwen ondanks aanwezigheid van verkeerswegen, spoorwegen en/of industriegebieden aanvaardbaar moet zijn.

 

Hoofdstuk 5: ALGEMENE REGELS OVER GEBRUIK EN/OF BOUWEN

Dit hoofdstuk bevat allereerst regels over indieningsvereisten en beoordelingsregels. In hoofdstuk 22 staan indieningsvereisten c.q. aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor bepaalde activiteiten die vanuit voormalige regelingen van het Rijk zijn overgedragen aan gemeenten. Deze worden met regels in dit hoofdstuk onverkort van toepassing verklaart voor dat wat, voor zover relevant, in de overige hoofdstukken is geregeld over activiteiten. Tegelijkertijd kunnen voor het indienen en beoordelen van een omgevingsplanactiviteit ook andere c.q. aanvullende gemeentelijke indieningsvereisten en beoordelingsregels van toepassing zijn. Met regels in dit hoofdstuk wordt de verhouding tussen indieningsvereisten c.q. aanvraagvereisten en beoordelingsregels in hoofdstuk 22 en overige hoofdstukken van het omgevingsplan geregeld. Op termijn worden de regels uit hoofdstuk 22 geintergreerd in andere hoofdstukken van het omgevingsplan. Daarnaast bevat het hoofdstuk algemene bouw- en gebruiksregels. Dit zijn dus regels die in algemene zin voor een ieder/voor elke situatie geldt. 

 

Hoofstuk 6: FUNCTIEGERELATEERDE REGELS OVER GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN

In dit hoofdstuk staan per functie (bijvoorbeeld Wonen, Groen, Verkeer, Detailhandel) regels over het algemeen toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Ook is opgenomen in welke gevallen met een omgevingsvergunning als binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van regels. Om inzicht te geven in hoe een verzoek daarvoor wordt beoordeeld, zijn bij iedere omgevingsplanactiviteit beoordelingsregels opgenomen. Ook is opgenomen of bepaalde gegevens en bescheiden worden verwacht om tot een beoordeling te kunnen komen. Dit zijn de indieningsvereisten.

 

Hoofdstuk 7: REGELS OVER BOUWEN, INSTANDHOUDEN EN GEBRUIKEN VAN BOUWWERKEN

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het bouwen, instandhouden en gebruiken van bouwwerken. Binnen dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen en regels die gelden voor specifieke locaties. Ook is opgenomen in welke gevallen met een omgevingsvergunning als binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van regels. Om inzicht te geven in hoe een verzoek daarvoor wordt beoordeeld, zijn bij iedere omgevingsplanactiviteit beoordelingsregels opgenomen. Ook is opgenomen of bepaalde gegevens en bescheiden worden verwacht om tot een beoordeling te kunnen komen. Dit zijn de indieningsvereisten.

 

Hoofdstuk 8: REGELS OVER HET UITVOEREN VAN WERKEN, NIET ZIJNDE EEN BOUWWERK, OF VAN WERKZAAMHEDEN

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het uitvoeren van werken en werkzaamheden, bijvoorbeeld het aanleggen verhardingen en beplantingen. 

 

Hoofdstuk 9: REGELS OVER MILIEU

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over onderwerpen die gaan over milieu, zoals geur en geluid. Daarmee wordt mede met dit hoofdstuk het thema milieu geintergreerd in het omgevingsplan. Dit hoofdstuk zal gedurende de periode tot 2032 verder vulling krijgen met regels die gaan over milieu(belastende activiteiten). 

 

Hoofdstuk 10 tot en met 21: Gereserveerd

Deze hoofdstukken zijn gereserveerd voor toekomstige invulling. 

 

Hoofdstuk 22: ACTIVITEITEN (de Bruidsschat)

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een groot aantal rijksregels overgedragen aan gemeenten. Die overdracht vond plaats met de zogenaamde bruidsschat. Deze bruidsschat is van rechtswege toegevoegd aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op 25 maart 2023 heeft de gemeente Doetinchem deze voormalige rijksregels technisch in beheer genomen (juridisch geldend vanaf 27 maart 2023). 

 

Hoofstuk 23: Slotbepalingen

De slotbepalingen bevat de citeertitel van het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem.

 

Bijlage I Overzicht informatieobjectenInformatieobjecten

Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat een overzicht van locaties die het werkingsgebied van een juridische regel of tekst vastlegt. Door in de tekst van het omgevingsplan naar het informatieobject te verwijzen krijgt het informatieobject juridische status en is het dus juridisch bindend.

 

Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen

Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat bijlagen die verbonden zijn aan regels in het omgevingsplan. Door in regels van het omgevingsplan naar de bijlage te verwijzen krijgt het de bijlage juridische status en is het dus juridisch bindend.

 

Bijlage III BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN

Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat de definitie van begrippen die voorkomen in regels in hoofdstuk 22 in het omgevingsplan. Dit draagt bij aan de uitlegbaarheid en interpretatie van regels. 

 

Bijlage IV Begrippen

Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat de definitie van begrippen die worden gebruikt in de regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan.  Dit draagt bij aan de uitlegbaarheid en interpretatie van regels.

 

Toelichting (algemeen en artikelsgewijs)

De toelichting op het omgevingsplan bestaat uit twee onderdelen. Een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. In het artikelsgewijs deel kan per artikel worden uitgelegd wat de concrete strekking ervan is, en met het oog op welke specifieke doelen de regels in het artikel zijn gesteld. In sommige gevallen bevat die artikelsgewijze uitleg ook een juridische of beleidsmatige onderbouwing. De algemene en artikelsgewijze toelichting op het omgevingsplan zijn niet juridisch bindend. 

TTT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5.3 Wijzigen op basis van een veegplan

De gemeente Doetinchem wijzigt het omgevingsplan in principe op twee momenten per jaar. Voor meerdere locaties en/of onderwerpen wordt dan tegelijkertijd in één procedure en met één wijzigingsbesluit het omgevingsplan gewijzigd. Dit noemen we ook wel een veegplan. Op deze manier kan de onderlinge samenhang beter worden geborgd en kan met risico’s op samenloop beter worden omgegaan. Meer informatie hierover is te vinden via doetinchem.nl/omgevingsplan-wijzigen

UUU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5.5 Wijzigingen besloten door de gemeenteraad

In deze paragraaf zijn de wijzigingen van het omgevingsplan gemeente Doetinchem opgenomen waarover door de gemeenteraad een besluit is genomen. Alle door de gemeenteraad vastgestelde wijzigingen zijn te raadplegen via officielebekendmakingen.nl en omgevingswet.overheid.nl

 

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G

 

Met dit wijzigingsbesluit zijn voor de volgende locaties de regels in het omgevingsplan gewijzigd:

Planonderdelen Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G

Locatie

Inhoud

Terborgseweg naast 119 Doetinchem

Realisatie van 54 woningen

IJzevoordseweg 7 Doetinchem

Realisatie van 1 woning in combinatie met sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen

Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl

Vormverandering en vergroting agrarische bouwvlak waarvan een deel wordt uitgesloten van het houden van landbouwhuisdieren en andere activiteiten die geur veroorzaken

Gehele grondgebied

Verwerking instructieregels grondwaterkwaliteit provincie Gelderland

 

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-2G

 

Met dit wijzigingsbesluit zijn voor de volgende locaties de regels in het omgevingsplan gewijzigd:

Planonderdelen Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-2G

Locatie

Inhoud

Akkermansweg 2 Gaanderen

Vormverandering van het agrarische bouwvlak

Bultensweg 12 + 14 Doetinchem

Realisatie van drie nieuwe woningen, waarvan twee in één woongebouw en één vrijstaande woning met bijbehorende bijgebouwen door sloop van de voormalige agrarische bebouwing

Evenementenlocatie 6 Simonsplein Dtc

Het opsplitsen van de evenementenlocatie ‘6 Simonsplein Dtc’ in twee aparte evenementenlocaties, Binnenstad Doetinchem en Mark Tennantplantsoen.

 

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-1G

 

Met dit wijzigingsbesluit zijn voor de volgende locaties de regels in het omgevingsplan gewijzigd:

Planonderdelen Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-2G

Locatie

Inhoud

Amphionpark Doetinchem

Realisatie van maximaal 130 woningen en appartementen

Dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen

Het beleidsarm omzetten van een deel van de voormalige dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen van het tijdelijke deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan

Wijzigen percelen De Zumpe, Grote Beek, Ellegoor, Barlham, e.o.

Het omzetten van enkele percelen van agrarisch (met waarden) naar de functies natuur en groen

Twee kavels Plantage Allée

Wijzigen van het bouwvlak en de bouwhoogte

Planonderdelen Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-1G

Locatie

Inhoud

Amphionpark Doetinchem

Realisatie van maximaal 130 woningen en appartementen

Dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen

Het beleidsarm omzetten van een deel van de voormalige dubbelfuncties en gebiedsaanduidingen van het tijdelijke deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan

Wijzigen percelen De Zumpe, Grote Beek, Ellegoor, Barlham, e.o.

Het omzetten van enkele percelen van agrarisch (met waarden) naar de functies natuur en groen

Twee kavels Plantage Allée

Wijzigen van het bouwvlak en de bouwhoogte

 

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G

Planonderdelen Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G

Locatie

Inhoud

Oude Terborgseweg 313 Doetinchem

Splitsing van een bestaande woning naar twee zelfstandige woningen

Akkerhof Gaanderen

Realisatie van maximaal 18 woningen

Heijendaalseweg 3 Wehl

Beëindiging van het varkensbedrijf en starten van een akkerbouwbedrijf met hovenierswerkzaamheden als nevenactiviteit

Notenstraatje 1 Wehl

Beëindiging van de varkenshouderij en het opstarten van een akker- en weidebouwbedrijf

Ribesstraat 4 Gaanderen

Realisatie van maximaal 27 woningen en het slopen van de bedrijfshallen

Rijksweg 288 Gaanderen

Realisatie van maximaal 10 woningen. Hiervoor wordt de voormalige dansschool 'Berentsen' met de naastgelegen bedrijfswoning gesloopt

Kempsestraat 1 - 3 Wehl

Realisatie van vier nieuwe woningen in twee woongebouwen met bijbehorende bijgebouwen. Hiervoor wordt de agrarische bebouwing gesloopt

Kilderseweg naast 39 Doetinchem

Realisatie van vijf woningen

Laborijnlocatie Doetinchem

Mogelijk maken om deze locatie binnen de Spoorzone te ontwikkelen in een hoogstedelijk gemengd gebied. Er komt zowel ruimte voor wonen (maximaal 472 woningen) als voor werken, gecombineerd met onder andere maatschappelijke en culturele functies

Cultuur en ontspanning

Het beleidsarm omzetten van de functie Cultuur & ontspanning naar het nieuwe deel van het omgevingsplan

Evenemententerreinen

Het beleidsarm omzetten van de evenemententerreinen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan en het toevoegen van drie reeds in gebruik zijnde evenemententerreinen

Percelen nabij Wrangelaan en Akkermansbeek/Hertelerweg, buitengebied Doetinchem

Het omzetten van een aantal percelen naar de functie natuur

Wonen landelijk gebied

Het opnemen van drie beleidsregels uit het vastgestelde programma 'Wonen landelijk gebied'

VVV

Na sectie ' Omgevingsplanactiviteit nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Afdeling 4.2.4 Molenbiotoop

De regels in deze afdeling hebben als doel het functioneren van molens te waarborgen. Molens zijn beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken die afhankelijk zijn van voldoende windvang en een open omgeving. Wanneer de wind wordt belemmerd door bebouwing, beplanting of ophogingen in de directe nabijheid, kan de molen niet meer goed draaien en gaat een belangrijk deel van de waarde van het monument verloren. Ook het zicht op de molen als onderdeel van het landschap speelt hierbij een belangrijke rol.

Daarom is in deze afdeling vastgelegd dat in een gebied rond de molen, de zogenoemde molenbiotoop, beperkingen gelden voor bouwen en voor bepaalde werken en werkzaamheden. Binnen een straal van 100 meter van de molen mogen bouwwerken niet hoger zijn dan de onderste punt van een verticaal staande wiek. In het gebied tussen 100 en 400 meter wordt de maximaal toegestane bouwhoogte berekend aan de hand van een formule waarin zowel de afstand tot de molen, de askophoogte en de openheid van het landschap een rol spelen. Op die manier wordt rekening gehouden met de feitelijke situatie ter plaatse en blijft de windvang zoveel mogelijk behouden. Bestaande, rechtmatig vergunde bouwwerken die niet aan deze eisen voldoen, blijven toegestaan.

Voor het bouwen van nieuwe bouwwerken of het uitvoeren van werkzaamheden die de werking van de molen zouden kunnen beïnvloeden, zoals het aanplanten van hoge beplanting, het ophogen van gronden of het plaatsen van installaties, is een omgevingsvergunning vereist. Bij de beoordeling van zo’n vergunning wordt nagegaan of het functioneren van de molen gewaarborgd blijft. Daarbij wordt ook het advies van de provincie betrokken, aangezien deze een rol heeft in de bescherming van molenbiotopen. Normaal onderhoud en beheer zijn hiervan uitgezonderd, omdat deze geen wezenlijke invloed hebben op de windvang of het zicht.

Met deze regels wordt beoogd een zorgvuldige afweging te maken tussen ruimtelijke ontwikkelingen en het behoud van de molen als functionerend en beleefbaar erfgoed. Zo blijft de molenbiotoop beschermd en behouden molens hun waardevolle rol in het landschap.

WWW

Sectie ' Aanvang evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem' wordt geplaatst na sectie ' Molenbiotoop'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 6.2.4.14.3.1.4.1 Aanvang evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem

De artikelen in deze subparagraaf bepalen dat voor maximaal één evenement per kalenderjaar binnen het gebied 'evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem' een uitzonderlijke begintijd van 06:00 uur kan worden toegestaan. Dit kan alleen als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Zonder deze vergunning geldt de standaard begintijd zoals staat in artikel 6.174.117 derde lid.

XXX

Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Aanvang evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

YYY

Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

ZZZ

Sectie ' Geur - emissiepunten en emissiebronnen verboden' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.136.20 Geur - emissiepunten en emissiebronnen verboden

AAAA

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.54 Parkeren - Specifiek

Dit artikel heeft betrekking op de parkeervoorzieningen binnen het gebied Besluitgebied - Terborgseweg naast 119 in Doetinchem. Het doel van dit artikel is om specifieke parkeernormen en -voorwaarden vast te stellen, die afwijken van de algemene bepalingen in dit omgevingsplan. Deze afwijkingen zijn bedoeld om aan de parkeerbehoeften van het gebied te voldoen en een functionele en efficiënte parkeeroplossing te bieden.

[Vervallen]

BBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 6.7.5.16.10.5.1 Bergingscapaciteit hemelwater

CCCC

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 6.7.5.26.10.5.2 Landschappelijke inpassing

DDDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.107.12 Bijbehorende bouwwerken bij woongebouw VAB locatie- Uitsluiten vergunningvrij V4

Artikel 7.10 regelt de mogelijkheden voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken binnen het gebied 'wonen VAB locatie'. VAB staat voor vrijkomende agrarische bebouwing, wat betekent dat het gebied bedoeld is voor herontwikkeling van voormalige agrarische gebouwen naar een woonfunctie. Dit artikel wijkt af van artikel 7.9 in dit omgevingsplan en verklaart de artikelen 22.27 en 22.36 buiten toepassing. Hiermee wordt een specifieke regeling getroffen voor dit gebied.

Binnen het aangewezen gebied zijn bijbehorende bouwwerken uitsluitend toegestaan binnen het daarvoor aangegeven gebied. Daarnaast wordt de gezamenlijke oppervlakte van deze bouwwerken beperkt tot de in het plan aangegeven maximale oppervlakte. Dit voorkomt een te intensieve bebouwing en waarborgt een evenwichtige ruimtelijke inrichting.

Artikel 7.12 regelt de mogelijkheden voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken binnen het gebied 'uitsluiten vergunningsvrij'. Dit betreft locaties met een woonfunctie waar, gelet op de ruimtelijke en landschappelijke context, is gekozen voor een specifieke regeling voor bijbehorende bouwwerken.

Dit artikel wijkt af van artikel 7.11 in dit omgevingsplan en verklaart de artikelen 22.27, onderdelen a en b en 22.36, onderdeel a, buiten toepassing. Hierdoor is het vergunningsvrij realiseren van bijbehorende bouwwerken binnen dit gebied niet toegestaan. In plaats daarvan geldt een afzonderlijk beoordelingskader dat is opgenomen in dit artikel.

Bijbehorende bouwwerken zijn alleen toegestaan binnen de aangewezen activiteitlocatie. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is gemaximeerd tot de in de omgevingsnorm aangegeven maximale oppervlakte. Dit voorkomt een te intensieve bebouwing en waarborgt een evenwichtige ruimtelijke inrichting.

De Tot slot zijn regels stellen tevens grenzen aanopgenomen voor de bouwhoogtenhoogtematen. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter, tenzij het bouwwerk wordt aangebouwd aan een woning. In dat geval mag de goothoogte de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning met 30 centimeter overschrijden. De maximale bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken is vastgesteld op 6 meter. Deze beperkingen zorgen ervoor dat de bebouwing in harmonie blijft metbijbehorende bouwwerken passen bij de bestaande woningen en de ruimtelijke kwaliteitschaal van de omgeving gewaarborgd wordtbestaande woningen.

EEEE

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.39.4 Terborgseweg naast 119 Doetinchem

FFFF

Na sectie ' Terborgseweg naast 119 Doetinchem' worden vier secties ingevoegd, luidende:

Artikel 9.5 Laborijnlocatie Doetinchem

Afwijken standaardwaarde geluid

In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de standaardwaarde voor geluid. Het gezamenlijke geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.

Overschrijden grenswaarde

In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de grenswaarde voor geluid. 

In het omgevingsplan is bepaald dat de betreffende gevels niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen zijn. Aan deze gevels moeten bouwkundige maatregelen getroffen worden die:

  • bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of

  • borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde.

 

Geluidbeperkende maatregelen

Een overschrijding van de standaardwaarde of de grenswaarde voor geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegelaten, omdat er geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaard- of grenswaarde geluid te voldoen. 

Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde of de grenswaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.

Bronmaatregelen

Het toepassen van een geluidreducerend wegdektype stuit tegen bezwaren van civieltechnische aard. Een geluidreducerend wegdektype wordt uit civieltechnisch oogpunt namelijk niet toegepast nabij kruispunten van wegen vanwege wringend verkeer. Daarbij gaat het om relatief korte stukken weg waardoor de kosten niet opwegen tegen de baten.

Het verlagen van de maximumsnelheid op de omliggende wegen Ambachtsstraat en Hamburgerbroeklaan is een optie om de geluidbelasting op woningen terug te brengen. Deze maatregel maakt onderdeel uit van het Mobiliteitsplan Doetinchem 2036 en wordt dus in dit kader doorgevoerd.

Overdrachtsmaatregelen

Het realiseren van geluidscherm of grondwal als geluidreducerende overdrachtsmaatregel in dit binnenstedelijke plan stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard.

Het vergroten van de afstand van de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen tot de geluidsbronnen zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk gezien de beschikbare ruimte.

Geluidwering gevels

Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl. 

De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.

Geluidluwe gevel

Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Er worden maatregelen getroffen aan de gebouwen, zodat alle woningen in het bezit zijn van een geluidluwe gevel.

Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

Meerdere gevels vallen in de geluidklasse goed, terwijl een deel van de gevels in de klassen redelijk tot slecht vallen, met een enkele gevel zelfs de klasse zeer slecht.

Voor deze gevels worden nog maatregelen getroffen om te voldoen aan het geluidbeleid en de eisen voor het binnenniveau. Hiermee heeft elke woning een geluidluwe gevel. Met deze maatregelen, en rekening houdend met de kenmerken van de drukke binnenstedelijke locatie en het belang van woningbouw in Doetinchem, kan het gecumuleerd geluid als acceptabel worden beschouwd.

Artikel 9.6 Kilderseweg naast 39 Doetinchem

Afwijken standaardwaarde geluid

In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl. Het gezamenlijke geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.

Geluidbeperkende maatregelen

Een overschrijding van de standaardwaarde voor geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegelaten, omdat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Het geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is niet hoger dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u Bkl.

Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.

De A18 is al voorzien van een stil 1-laags ZOAB wegdek. Daarmee is deze bronmaatregel al getroffen. De waarde van het geluid zou verder af kunnen nemen door het vervangen van het 1-laags ZOAB door een 2-laags ZOAB. Omdat deze maatregel zou moeten worden genomen om de waarde van het geluid op slechts enkele woningen terug te brengen stuit deze maatregel op financiële bezwaren.

De maximumsnelheid op de A18 bedraagt 115 km/uur voor lichte motorvoertuigen (rekensnelheid volgens het Geluidregister). Het terugbrengen van de snelheid op een autosnelweg ten behoeve van het terugbrengen van de geluidbelasting op slechts enkele woning is niet haalbaar en is niet verder uitgewerkt.

De Kildersweg heeft een wegverharding DAB (referentiewegdek). Door toepassing van een geluidsreducerend wegdek (dunne deklagen A) op het deel van de weg van ca. 100 meter dat direct langs de voorgenomen woningen loopt kan een reductie van 2 dB worden bereikt. Dan zal de standaardwaarde voor gemeentewegen op alle waarneemhoogten niet meer worden overschreden. Echter is de maatregel door het kleine aantal woningen binnen de ontwikkeling niet doelmatig. 

Het plaatsen van een effectief geluidsscherm langs de A18 of de Kildersewg is niet gewenst vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt. Ook zullen de kosten voor het plaatsen van een scherm dusdanig hoog zijn dat dit vanuit financieel oogpunt niet rendabel is voor het plan. Het aanleggen van een geluidswal is niet gewenst gezien het ruimtebeslag hiervan.

Het vergroten van de afstand van de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen tot de wegen zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk gezien de beschikbare ruimte.

Geluidwering gevels

Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl. 

De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.

Geluidluwe gevel

Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Er worden maatregelen getroffen aan de gebouwen, zodat alle woningen in het bezit zijn van een geluidluwe gevel.

Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

De planlocatie ligt aan de Kilderseweg en nabij de snelweg A18. Het geluid afkomstig van het wegverkeerslawaai van deze wegen overschrijdt de standaardwaarde voor geluid. De overschrijdingen bedragen respectievelijk 4 dB en 1 dB. Het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat bij het bouwplan is overwegend te kwalificeren als redelijk tot matig. Hiermee is ook het gecumuleerde geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar.

Artikel 9.7 Oude Terborgseweg 313 Doetinchem

Afwijken standaardwaarde geluid

In het omgevingsplan worden een nieuw geluidgevoelig gebouw toegelaten waarbij het geluid op de gevel van het gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl. Het gezamenlijke geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.

Geluidbeperkende maatregelen

Een overschrijding van de standaardwaarde voor geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw wordt toegelaten, omdat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Het geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw is niet hoger dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u Bkl.

Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.

De A18 is al voorzien van een stil 1-laags ZOAB wegdek. Daarmee is deze bronmaatregel al getroffen. De waarde van het geluid zou verder af kunnen nemen door het vervangen van het 1-laags ZOAB door een 2-laags ZOAB. Omdat deze maatregel zou moeten worden genomen om de waarde van het geluid op één woning terug te brengen stuit deze maatregel op financiële bezwaren.

De maximumsnelheid op de A18 bedraagt 115 km/uur voor lichte motorvoertuigen (rekensnelheid volgens het Geluidregister). Het terugbrengen van de snelheid op een autosnelweg ten behoeve van het terugbrengen van de geluidbelasting op één woning is niet haalbaar en is niet verder uitgewerkt.

De planlocatie is voor een deel al van de A18 afgeschermd door een scherm aan de zuidzijde van de Rijksweg. Daarmee is deze maatregel in de overdracht al getroffen. De waarde van het geluid zou verder kunnen worden teruggebracht door het verlengen van dit scherm. Omdat deze maatregel zou moeten worden genomen om de waarde van het geluid op één woning terug te brengen stuit deze maatregel op financiële bezwaren.

Het vergroten van de afstand van het nieuwe geluidgevoelige gebouw tot de Rijksweg A18 zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk, omdat de nieuwe woning gerealiseerd wordt in een bestaand gebouw.

Geluidwering gevels

Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl. 

De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.

Geluidluwe gevel

Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Het nieuwe geluidgevoelige gebouw heeft geluidluwe gevels.

Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

De planlocatie ligt aan de Oude Terborgseweg en nabij de A18. Alleen het geluid afkomstig van het wegverkeerslawaai van de A18 overschrijdt de standaardwaarde voor geluid. De overschrijding bedraagt 1 dB. Het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat bij het bouwplan is overwegend te kwalificeren als redelijk. Hiermee is ook het gecumuleerde geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar.

Artikel 9.8 Rijksweg 288 Gaanderen

Afwijken standaardwaarde geluid

In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl. Het gezamenlijke geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd.

Geluidbeperkende maatregelen

Een overschrijding van de standaardwaarde voor geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegelaten, omdat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Het geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is niet hoger dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u Bkl.

Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen.

Ten opzichte van het bestaande dichte asfaltbeton is een geluidsreductie van 2,8 dB haalbaar door het toepassen van een dunne deklaag type A op de Rijksweg Gaanderen. Door het toepassen van dit wegdek wordt de standaardwaarde van 53 dB nog steeds overschreden op de nieuwe woningen door de Rijksweg. De hoogste geluidsbelasting bedraagt 54 dB door het toepassen van een dunne deklaag type A. Het vervangen van het huidige dicht asfaltbeton op de Rijksweg door een stiller wegdek is financieel niet rendabel aangezien er slechts 10 woningen wordt gerealiseerd.

Het plaatsen van een effectief geluidsscherm langs de Rijksweg is niet gewenst vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt. Ook zullen de kosten voor het plaatsen van een scherm dusdanig hoog zijn dat dit vanuit financieel oogpunt niet rendabel is voor het plan. Het aanleggen van een geluidswal is niet gewenst gezien het ruimtebeslag hiervan.

Het vergroten van de afstand van de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen tot de wegen zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk gezien de beschikbare ruimte.

Geluidwering gevels

Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl. 

De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.

Geluidluwe gevel

Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Er worden maatregelen getroffen aan de gebouwen, zodat alle woningen in het bezit zijn van een geluidluwe gevel.

Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

De planlocatie ligt aan de Rijksweg in Gaanderen. Het geluid afkomstig van het wegverkeerslawaai van deze weg overschrijdt de standaardwaarde voor geluid. De overschrijding bedraagt ten hoogste 3 dB. Het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat bij het bouwplan is overwegend te kwalificeren als redelijk tot matig. Hiermee is ook het gecumuleerde geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar.

GGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.49.9 Geluidsgrenzen evenementen

HHHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 9.1.2.2.2.1 Hoger geluidniveau evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem

De artikelen in deze subsubparagraaf bepalen dat voor maximaal één evenement per kalenderjaar binnen het gebied 'evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem' een hoger geluidniveau kan worden toegestaan. Dit kan alleen als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Zonder deze vergunning geldt het geluidniveau zoals vastgelegd in artikel 9.49.9.

IIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.89.13 Waarom gelden deze regels?

JJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.99.14 Wanneer gelden deze regels?

KKKK

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.109.15 Verbod op rechtstreeks lozen in het grondwater

LLLL

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.119.16 Maatwerkvoorschrift

MMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.129.17 Wanneer gelden deze regels?

NNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.139.18 Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem

OOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek (verwijderen)

Toelichting

1 Argumenten wijzigen omgevingsplan

De onderbouwing waarom het omgevingsplan wordt gewijzigd voor de locaties en/of onderwerpen die genoemd zijn in de aanhef, is opgenomen in het document 'Toelichting planonderdelen wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G'. Dit document is te raadplegen via doetinchem.nl/wijziging-2025-2G. Daarnaast wordt verwezen naar de NOTA VAN AANPASSINGEN en de Nota van zienswijzen. Deze zijn als bijlagen aan dit besluit toegevoegd.

Motivering

1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Voor de onderdelen van het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' zijn, voor zover nodig, onderbouwingen opgesteld. Hierin is onderbouwd hoe de wijziging van het omgevingsplan zich verhoudt tot beleid van het Rijk, provincie, waterschap en gemeente. Dit geldt ook voor instructieregels van Rijk en/of provincie. Daarnaast zijn in de onderbouwingen relevante omgevingsaspecten beschreven en zijn uitkomsten van eventueel onderzoek opgenomen. Op basis van de opgestelde onderbouwingen en bijbehorende bijlagen is geconcludeerd dat wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De opgestelde onderbouwingen en, voor zover van toepassing, bijbehorende onderzoeken zijn op het besluit betrekking hebbende stukken.

2 Betrokkenheid bestuursorganen

Artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat bij de vaststelling van een omgevingsplan gemotiveerd moet worden hoe bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarom heeft over het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' afstemming plaatsgevonden met de relevante bestuursorganen, onder andere met de provincie en het waterschap. De afstemming heeft plaatsgevonden op basis van de opgestelde onderbouwingen. De uitkomsten van de afstemming zijn te raadplegen in het document 'Toelichting planonderdelen wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' via doetinchem.nl/wijziging-2025-2G

3 Raadplegen op het besluit betrekking hebbende stukken

De stukken die betrekking hebben op het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' en dienen ter onderbouwing van het besluit zijn tijdens de procedure, tot het wijzigingsbesluit onherroepelijk is, te raadplegen via doetinchem.nl/wijziging-2025-2G.

4 Beoordeling milieueffect

Plan-m.e.r.-beoordeling

Het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' vormt het kader voor de realisatie van de in het besluit opgenomen planonderdelen. Met het 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G' worden de planologische randvoorwaarden vastgelegd waarbinnen deze ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Gelet hierop is sprake van een plan in de zin van de Omgevingswet waarvoor moet worden beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Daarom is een plan-m.e.r.-beoordeling aan de orde. 

Geen aanzienlijke milieueffecten

De milieueffecten de planonderdelen zijn beschreven in de opgestelde onderbouwingen. Hieruit blijkt dat deze ontwikkelingen geen aanzienlijk effect op het milieu hebben. Op basis van deze informatie wordt ook geconcludeerd dat het wijzigingsbesluit als plan (de ruimtelijke ontwikkelingen gezamenlijk) geen aanzienlijke effecten op het milieu hebben. Het plan zorgt niet voor significante wijzigingen op het gebied van geluid, lucht(kwaliteit), geur of verkeersintensiteiten. Ook beïnvloedt het plan geen andere plannen in of buiten de gemeente Doetinchem. Op basis van voorgaande is geen plan-m.e.r. vereist.

Naar boven