Gemeenteblad van Eindhoven
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eindhoven | Gemeenteblad 2026, 72453 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eindhoven | Gemeenteblad 2026, 72453 | ander besluit van algemene strekking |
Wijziging van de subsidieregeling Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven.
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
Overwegende dat het bouwen van sociale huurwoningen en studentenwoningen wordt bevorderd door het verstrekken van subsidies voor bouwactiviteiten die daaraan bijdragen;
Gelet op Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
Gelet op de Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (en het DAEB-Vrijstellingsbesluit);
Heeft op 16 december 2025 besloten de subsidieregeling Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven als volgt te wijzigen:
De subsidieregeling Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven wordt als volgt te gewijzigd:
Tussen het tweede gedachtestreepje ‘Bijlage Indieningsvereisten’ en derde gedachtestreepje ‘Combinatieproject’ wordt een gedachtestreepje ingevoegd: ‘Cofinanciering: Financiering en middelen die de gemeente Eindhoven deels zelf meebetaalt aan een subsidie op grond van de Subsidieverordening Woningbouwversnelling Beethoven Vastgoed Exploitatie Metropoolregio Eindhoven en/of de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (WMRE) en uitgekeerd wordt aan een ontwikkelende partij voor de realisering van een bepaald project.’
Tussen het veertiende gedachtestreepje ‘Startbouw’ en het vijftiende gedachtestreepje ‘Uitvoeringsbesluit’ wordt het volgende gedachtestreepje ingevoegd: ‘Studentenwoning: een Zelfstandige dan wel Onzelfstandige Woning bestemd voor mensen die een erkende opleiding volgen in het hoger onderwijs (universiteit, hogeschool, mbo) of middelbaar onderwijs, waarbij studeren de hoofdactiviteit is.’
Tussen onderdeel a en onderdeel b wordt, onder vernummering van onderdelen b, c en d naar onderdelen c, d en e, een onderdeel toegevoegd: ‘b. Studentenwoningen waarvoor subsidie is verleend voor de Onrendabele Top dienen voor een periode van ten minste 15 jaar na oplevering als Studentenwoning te worden geëxploiteerd.’
Na artikel 13 worden, onder vernummering van artikel 14 naar artikel 16, de volgende artikelen toegevoegd:
Indien voor een Project op een later moment een ondersteuningsverzoek wordt ingediend ten behoeve van de Beethovenmiddelen, zal bij toekenning daarvan het toegekende subsidiebedrag op grond van deze regeling beschouwd worden als Cofinanciering.’
‘Artikel 15. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule
1. In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.
2. Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.’
Artikel 14, te vernummeren naar artikel 16, wijzigt als volgt:
De Algemene toelichting wijzigt als volgt:
Bij ‘doel regeling’ wordt na de eerste alinea die eindigt op: ‘door het financieel onrendabel zijn.’ De volgende alinea ingevoegd: ‘Bij het bouwen van studentenwoningen spelen bovengenoemde problemen ook. Daarbij is er naar studentenwoningen, net als bij sociale huurwoningen, een grote vraag. De bouw van nieuwe studentenwoningen, voor zo ver geëxploiteerd door een Woningcorporatie, kunnen daarom ook voor subsidie voor de onrendabele top in aanmerking komen.’
Bij ‘Staatssteun’ wordt bij de opmerkingen op de voorwaarden het tweede gedachtestreepje vervangen door: ‘In de regeling is expliciet opgenomen dat alleen woningcorporaties subsidie op grond van deze regeling kunnen aanvragen. Woningcorporaties hebben namelijk een bijzondere positie op grond van de Woningwet die hen bovendien uitdrukkelijk met de gemeente verbindt:’
De artikelsgewijze toelichting wijzigt als volgt:
Na gedachtestreepje 2 wordt een extra gedachtestreepje toegevoegd met daarin het volgende: Cofinanciering: Financiering en middelen die de gemeente Eindhoven deels zelf meebetaalt aan een subsidie op grond van de Subsidieverordening Woningbouwversnelling Beethoven Vastgoed Exploitatie Metropoolregio Eindhoven en/of de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (WMRE) en uitgekeerd wordt aan een ontwikkelende partij voor de realisering van een bepaald project.
Bij het gedachtestreepje ‘Ontvankelijke Vergunningaanvraag’ wordt de tekst vervangen door: Ontvankelijke Vergunningaanvraag: een complete aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe Sociale Huurwoningen/Studentenwoningen die als zodanig in behandeling kan worden genomen door het bevoegd gezag zonder dat er aanvullende gegevens nodig zijn, waarbij na vergunningverlening een direct bouwrecht ontstaat. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe sociale huurwoningen/studentenwoningen, waarbij na vergunningverlening een direct bouwrecht ontstaat. Dit geldt voor zowel nieuwbouw van woningen als het verbouwen van bestaande (kantoor)panden naar sociale woningen/ studentenwoningen. Vergunningaanvragen voor alleen het ruimtelijk of alleen het technisch deel komen niet voor deze subsidieregeling in aanmerking. Belangrijk is dat de vergunningaanvraag volledig is en door de gemeente Eindhoven daadwerkelijk in behandeling is genomen. Zolang de vergunningaanvraag niet compleet is, zal er geen subsidie op worden verstrekt. De bedoeling van deze subsidieregeling is om concrete nieuwbouwprojecten die op relatief korte termijn gerealiseerd kunnen worden, maar financieel niet rendabel zijn, te ondersteunen. Deze subsidieregeling is daarom niet van toepassing op vergunningaanvragen die onvoldoende concreet of onvolledig zijn en geen directe bouwtitel opleveren. De procedure om tot de omgevingsvergunning te komen is niet van belang: de subsidieregeling is zowel van toepassing op vergunningaanvragen voor binnenplanse omgevingsplan-activiteiten als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (en via zowel de reguliere als de uitgebreide procedure).
Na het gedachtestreepje over Start Bouw wordt een nieuw gedachtestreepje ingevoegd met daarin het volgende: Studentenwoning: een Zelfstandige dan wel Onzelfstandige Woning bestemd voor mensen die een erkende opleiding volgen in het hoger onderwijs (universiteit, hogeschool, mbo) of middelbaar onderwijs, waarbij studeren de hoofdactiviteit is.
De tekst bij het gedachtestreepje Woningcorporatie wordt gewijzigd: Woningcorporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 Woningwet. Alleen de woningcorporaties die actief zijn binnen de gemeente Eindhoven kunnen op grond van deze regeling subsidie aanvragen en uitgekeerd krijgen. Een woningcorporatie hoeft niet in Eindhoven gevestigd te zijn.
Toekenning van de subsidie gaat volgens het idee: “Wie het eerst komt, het eerst maalt”, mits de aanvraag compleet is: Incomplete aanvragen worden pas in behandeling genomen op het moment dat deze zijn aangevuld. Bepalend voor de volgorde van behandeling van de subsidieaanvragen is de datum waarop door de gemeente Eindhoven de aanvraag compleet is bevonden. Mochten er op een bepaalde datum meerdere aanvragen compleet zijn bevonden, dan wordt de aanvraag van de woningcorporatie die tot aan die datum de minste subsidie op grond van deze regeling heeft gekregen, als eerste behandeld. Mocht er na het afhandelen van de aanvraag nog geld resteren in de subsidiepot, dan zal de tweede aanvraag worden behandeld. Mochten er op een bepaalde datum meerdere aanvragen compleet zijn bevonden en de aanvragers hebben op dat moment een gelijk bedrag aan subsidie op grond van deze regeling toegekend hebben gekregen (dit hoeft nog niet te zijn uitbetaald), dan zal door loting worden bepaald welke aanvraag als eerste zal worden behandeld. Mocht er na het afhandelen van de eerste aanvraag nog geld resteren in de subsidiepot, dan zal de tweede aanvraag worden behandeld, al zal deze aanvraag dan niet voor de volle 100% kunnen worden gehonoreerd, omdat het subsidieplafond is bereikt.
Bij artikel 8 wordt de alinea die begint met ‘De subsidie voor’ en eindigt op ‘bedraagt de subsidie dan 50% van €7.500,- = €3.750,-.’ vervangen door: De subsidie voor de onrendabele top bedraagt maximaal €7.500,- per nieuw te realiseren sociale huurwoning (bij nieuwbouw of verbouwen van een bestaand (kantoor)pand). Met “nieuw te realiseren” wordt bedoeld dat het moet gaan om nieuw toe te voegen woningen aan de woningmarkt. De subsidie is niet bedoeld om eerst bestaande woningen aan de woningvoorraad te onttrekken en vervolgens als sociale huurwoning of studentenwoning weer aan de woningvoorraad toe te voegen. In artikel 9 sub b is bepaald dat er alleen subsidie wordt verstrekt als de onrendabele top meer dan €15.000,- per sociale huurwoning/ studentenwoning bedraagt. Met een maximale subsidie van €7.500,- per nieuw te realiseren sociale huurwoning/studentenwoning, bedraagt de subsidie dus niet meer dan 50% van de onrendabele top. De hoogte van de subsidie hangt af van de aanvangshuurprijs. Bij een aanvangshuur-prijs < €650,43 per maand (Eerst Aftoppingsgrens, prijspeil 2024) kan er bij een onrendabele top > €15.000,- een subsidie van €7.500,- worden verstrekt. Bij een huurprijs die hoger is dan de Huurtoeslaggrens (€879,66 per maand, prijspeil 2024) zal er geen subsidie worden verstrekt (dit is immers geen sociale huurwoning). Bij maandhuren van €650,43 tot en met €879,66 wordt de hoogte van de subsidie bij een onrendabele top die groter is dan €15.000,- naar rato vastgesteld.Rekenvoorbeeld: Bij een maandhuur van €765,05 (dit zit precies tussen de Eerste Aftoppingsgrens en Huurtoeslaggrens in, prijspeil 2024)) bedraagt de subsidie dan 50% van €7.500,- = €3.750,-.
De onrendabele top moet zich voordoen bij sociale huurwoningen/studentenwoningen. De bouw van deze sociale huurwoningen mag een op zichzelf staand bouwproject zijn, maar kan ook deel uitmaken van een groter bouwproject zoals de bouw van een winkelcentrum waarbij er ook sociale huurwoningen/studentenwoningen worden gerealiseerd.
De subsidie zal alleen worden verstrekt voor projecten waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (bouwvergunning) is aangevraagd in de periode van 1 november 2024 tot en met 31 oktober 2027. Deze termijn is gesteld om te voorkomen dat er subsidie wordt aangevraagd/verstrekt voor al lopende projecten. De doelstelling van deze regeling is immers om projecten die dreigen vast te lopen voort te trekken en niet om al lopende projecten te co-financieren.
Er kan maar één keer per sociale huurwoning/studentenwoning een subsidie worden verkregen op grond van deze regeling. Subsidie kan hierbij alleen verkregen worden voor permanente woningen. Tijdelijke woningen (woningen waarvoor een tijdelijke vergunning wordt afgegeven en illegaal geplaatste woningen) vallen niet onder deze regeling.
Sociale huurwoningen kunnen worden verkocht als “verkoop onder voorwaarden”. Deze verplichting is opgenomen om te zorgen dat niet direct na subsidieverlening de sociale component verdwijnt door verkoop als reguliere woning. De subsidie draagt dan immers niet bij aan het toevoegen van sociale huurwoningen aan de woningvoorraad. Bij “verkoop onder voorwaarden” dient het maatschappelijk gebonden eigendom behouden te blijven tot minimaal 15 jaar na oplevering van de betreffende woning.
In de Subsidieverordening Woningbouwversnelling Beethoven Vastgoed Exploitatie Metropoolregio Eindhoven en de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (WMRE) is opgenomen dat de aanvrager (de gemeente Eindhoven) minimaal 25% van het totale subsidiebedrag moet cofinancieren. De totale dekking uit de Beethovendeal betreft een lumpsum bedrag per wooneenheid bestaande uit 75% beschikt door middel van subsidie op grond van de regionale subsidieverordening alsmede het vereiste van 25% cofinanciering van het 100% lumpsum bedrag voor het project betaald door de aanvrager (gemeente dus). Deze cofinanciering moet bestaan uit een financiële bijdrage van minimaal 25% van het totaalbedrag in geld. De toegekende subsidie op grond van deze regeling (“Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven”) wordt daarbij ingezet als cofinanciering door de gemeente Eindhoven bij toepassing van de Subsidieverordening Woningbouwversnelling Beethoven Vastgoed Exploitatie Metropoolregio Eindhoven en regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven.
Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.
De hardheidsclausule is toegevoegd om bij bijzondere omstandigheden van de bepalingen in de regeling af te kunnen wijken en de gevraagde subsidie toch geheel of gedeeltelijk te kunnen toekennen als niet aan alle bepalingen van deze regeling wordt voldaan. Aanvrager zal dan wel de bijzondere omstandigheden moeten aantonen.
Het artikel Slotbepalingen wordt vervangen door: Artikel 16. Slotbepalingen
Deze regeling is vastgesteld door het college van B&W van Eindhoven op 17 december 2024 en op 1 januari 2025 in werking getreden. De regeling zou vervallen op 1 oktober 2026. Op 16 december 2025 heeft het college van B&W van Eindhoven besloten de werkingsduur van deze regeling te verlengen tot 1 april 2028.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-72453.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.