Eerste wijzigingsverordening van de Integrale Verordening Sociaal Domein Eijsden-Margraten 2025/1

De raad van de gemeente Eijsden-Margraten;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 december 2025

 

gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, artikel 35 van de Participatiewet, en de artikelen 2.1.4 en 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

 

overwegende dat:

 

  • -

    het wenselijk is de toegang tot gemeentelijke minimaregelingen uit te breiden tot maximaal 130% van de bijstandsnorm, met een geleidelijke afbouw van de hoogte van de verstrekkingen naarmate het inkomen stijgt, teneinde de armoedeval te voorkomen;

 

  • -

    deze wijzigingen bijdragen aan een betere ondersteuning van inwoners met een laag inkomen en daarmee de financiële bestaanszekerheid versterken;

 

  • -

    het, met het oog op transparantie, wenselijk is een lid toe te voegen waarin wordt vastgelegd dat draagkracht wordt berekend bij het vaststellen van de bijzondere bijstand;

 

  • -

    het wenselijk is in de verordening een algemene bepaling op te nemen over de eigen bijdrage voor Wmo-maatwerkvoorzieningen, met aansluiting bij de landelijke regelgeving, en het college de bevoegdheid te geven om bij nadere regels vrijstellingsgronden vast te stellen;

 

  • -

    tevens zijn aanpassingen, met het oog op transparantie, en redactionele correcties noodzakelijk in de bepalingen over PGB en om een eerder foutief PGB-bedrag voor jeugdhulp in de bijlage te herstellen;

 

  • -

    en de intrekking van oude verordeningen correct vast te leggen;

besluit vast te stellen de Eerste wijzigingsverordening van de Integrale Verordening Sociaal Domein Eijsden-Margraten 2025/1 als volgt:

Artikel I – Wijziging in Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden, bepalingen over minimaregelingen

Artikel 7.1.1, lid 4 onder b, komt te luiden:

  • b.

    het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 7.5.1, lid 1 onder b, komt te luiden:

  • b.

    het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 7.6.1, lid 1 onder b, komt te luiden:

  • b.

    het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 7.7.1, lid 1 onder b, komt te luiden:

  • b.

    het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 7.8.1, onder b, komt te luiden:

  • b.

    het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel II– Toevoeging van nieuw artikelen in Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden

Artikel 7.11 – Geleidelijke afbouw van kindbudget, meedoenbudget, zorgverzekeringsbudget en reiskostenbudget op basis van inkomen

  • 1.

    De hoogte van de gemeentelijke tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het huishoudinkomen volgens onderstaande staffel:

    • a.

      Tot en met 110% van de bijstandsnorm: 100% van het normbedrag.

    • b.

      Boven 110% tot en met 120% van de bijstandsnorm: 50% van het normbedrag.

    • c.

      Boven 120% tot en met 130% van de bijstandsnorm: 25% van het normbedrag.

    • d.

      Boven 130% van de bijstandsnorm: geen gemeentelijke tegemoetkoming.

  • 2.

    Het inkomen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 7.8.5 van deze verordening; voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van dit artikel.

Artikel 7.2.2 – Draagkracht bij bijzondere bijstand

Als u een inkomen boven 110% van de bijstandsnorm heeft, berekenen wij wat u zelf kunt bijdragen (draagkracht).

 

Artikel 7.2.3 – Draagkrachtberekening

  • 1.

    Wij kijken bij uw draagkracht alleen naar uw inkomen boven 110% van de bijstandsnorm. Individuele inkomenstoeslag, alimentatiebetalingen en belastingen over buitenlandse pensioenen worden niet meegenomen.

  • 2.

    Over het deel boven de 110% gebruiken wij een percentage, afhankelijk van de kosten:

    • a.

      15% bij kosten die helpen om zelfstandig te wonen (zoals hulp in huis of woningaanpassing);

    • b.

      50% bij gewone bijzondere kosten (zoals medische kosten of bewindvoering).

Artikel 7.2.4 – Periode van draagkracht

  • 1.

    Wordt in principe vastgesteld voor één jaar, ingaande op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Bij stabiele financiële situatie kan een langere periode worden vastgesteld.

  • 2.

    Vastgestelde draagkracht en/of periode kan tussentijds worden aangepast bij wijzigingen in persoonlijke of financiële omstandigheden.

Artikel III – Aanvulling artikel 6.4 Bijdrage in de kosten (Wmo)

In artikel 6.4 wordt een nieuw lid 9 toegevoegd:

Het college kan bepalen dat geen eigen bijdrage is verschuldigd, voor zover het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 daarin voorziet.

Artikel IV – Toevoeging/aanpassing in Hoofdstuk 6, artikel 6.3.3 Hoogte en tarief Persoonsgebonden budget en Bijlage 1 PGB-tarieven nieuwe cliënten

  • 1.

    Cliënten PGB, tariefsystematiek en indexering

    • a.

      Bestaande cliënten:

      Dit zijn cliënten die tot en met 4 maart 2025, een dag voor de inwerkingtreding van de Integrale Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Eijsden‑Margraten een geldige indicatie en een geldende PGB‑zorgovereenkomst hebben. Voor deze cliënten blijven de oude tarieven van toepassing totdat de cliënt een nieuwe indicatie en een nieuwe PGB‑zorgovereenkomst ontvangt. Deze tarieven worden jaarlijks aangepast op basis van de Consumentenprijsindex (CPI).

    • b.

      Nieuwe cliënten:

      Dit zijn cliënten die vanaf 5 maart 2025 een indicatie en PGB‑zorgovereenkomst krijgen. Voor deze cliënten worden de PGB-tarieven bepaald op basis van de lonen uit de toepasselijke sector‑CAO, bijvoorbeeld de CAO VVT voor begeleiding en huishoudelijke ondersteuning. Het tarief omvat het CAO‑loon, vakantietoeslag en verlofuren. Deze tarieven worden jaarlijks aangepast volgens de CAO-ontwikkeling.

Bijlage 1 – PGB-tarieven 2025 (voor nieuwe cliënten)

 

Professionele (formele) jeugdhulp

Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 25,65

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 25,65

 

Groepsbegeleiding

Per dagdeel

€ 25,65

 

Kortdurend verblijf (logeren)

Per dagdeel

€ 29,46

 

Wordt vanwege foutieve vermelding vervangen door:

 

Bijlage 1 – PGB‑tarieven 2025 (nieuwe cliënten)

 

Professionele (formele) jeugdhulp

Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 84,54

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 39,63

 

Groepsbegeleiding

Per dagdeel

€ 46,42

 

Kortdurend verblijf (logeren)

Per dagdeel

€ 185,78

Behandeling HBO opgeleid

Max per uur

€ 96,26

Behandeling VO opgeleid

Max per uur

€ 136,21

Artikel V – Intrekken bestaande verordeningen

De Verordening Individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015 en de Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015 worden ingetrokken met terugwerkende kracht per 5 maart 2025. Dit is de datum waarop de Integrale verordening Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2025 in werking is getreden.

Artikel VI– Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze wijzigingen treden in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid werken artikel IV en artikel V terug tot en met 5 maart 2025.

  • 3.

    Deze wijzigingen worden aangehaald als: Verordening tot wijziging van Integrale verordening Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2025.

Naar boven