De RAAD van de gemeente Dordrecht;
gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders inzake Vaststellen Stand- en Staanplaatsverordening gemeente Dordrecht;
gelet op artikel 147, lid 1 en 149 van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende Stand- en Staanplaatsverordening gemeente Dordrecht
Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
binnenkomstregeling: regeling waarin regels zijn opgenomen over de wijze waarop vergunningen worden verdeeld;
- b.
college: Het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Dordrecht
- c.
kind: biologisch kind, stiefkind of pleegkind.
- d.
openbaar karakter: voor iedereen vrij toegankelijk, bepaald door feitelijke toegankelijkheid.
- e.
relatiepartner: de persoon met wie de vergunninghouder een gemeenschappelijke huishouding voert, met het oogmerk duurzaam samen te leven;
- f.
standplaats: een gedeelte van de weg dat wordt ingenomen door een verkoopinrichting met een langdurig karakter inclusief de eventueel daarbij behorende uitstalling, zijnde geen standplaats op een marktterrein als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet;
- g.
staanplaats: een gedeelte van de weg dat wordt ingenomen door een verkoopinrichting met een kortdurend karakter, inclusief de eventueel daarbij behorende uitstalling bijvoorbeeld bij evenementen;
- h.
uitstalling: zaken (voorwerpen), geplaatst op of boven de stand- of staanplaats, teneinde producten of diensten te verkopen, te verstrekken of onder de aandacht te brengen, dan wel de verkoopinrichting zelf onder de aandacht te brengen;
- i.
verkoopinrichting: een mobiele inrichting, zoals een voertuig, een kiosk, een kraam, een stelling of een tafel, teneinde van hieruit producten of diensten te verkopen, te verstrekken of onder de aandacht te brengen, dan wel gedachten of gevoelens uit te dragen.
- j.
vergunning: vergunning voor het innemen van een stand- of staanplaats (standplaatsvergunning of staanplaatsvergunning);
- k.
vergunninghouder: de persoon op wiens naam de vergunning is geregistreerd;
- l.
vervangvergunning: Een vergunning voor een aangewezen vervangen van een stand- of staanplaatshouder.
- m.
weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de APV Dordrecht;
Artikel 2 Verbodsbepalingen
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een stand- of staanplaats in te nemen.
- 2.
Het is verboden met elektronische apparatuur versterkte muziek ten gehore te brengen op of bij de stand- dan wel staanplaats, tenzij schriftelijk toestemming is verleend door het college.
Artikel 3 Aanwijzen locaties
- 1.
Het college wijst delen van de weg aan waarvoor een stand- of staanplaatsvergunning wordt verleend.
- 2.
Het college kan voor delen van de weg een maximum voor het aantal te verlenen stand- of staanplaatsvergunningen vaststellen.
Artikel 4 Omvang standplaats, staanplaats en uitstallingen
- 1.
De oppervlakte van een stand- of staanplaats bedraagt maximaal vijfentwintig vierkante meter.
- 2.
De oppervlakte voor uitstallingen op of boven een stand- of staanplaats bedraagt maximaal tien vierkante meter.
- 3.
Indien de stand- of staanplaats wordt voorzien van een overkapping, bevestigd aan de verkoopinrichting, zoals een luifel, bedraagt deze overkapping maximaal tien vierkante meter; in dat geval worden de uitstallingen tegen de verkoopinrichting en onder de overkapping geplaatst.
- 4.
Met inachtneming van voorgaande leden bepaalt het college de oppervlakte van een standplaats en verkoopinrichting per locatie, gelet op de ruimtelijke omstandigheden, de intensiteit van het gebruik van de weg en het uiterlijk aanzien van de standplaats en de ruimte daar omheen.
Artikel 5 Inname stand- of staanplaats
- 1.
De vergunninghouder neemt de stand- of staanplaats persoonlijk in.
- 2.
Op verzoek van het college legitimeert de stand- of staanplaatshouder zich door middel van een geldig identiteitsbewijs.
- 3.
De stand- of staanplaatshouder kan maximaal drie vervangers aanwijzen, middels een vervangvergunning.
Hoofdstuk 2 Voorschriften en beperkingen
Artikel 6 Vergunningaanvraag, -verlening en geldigheidsduur
- 1.
Een vergunning voor een stand- of staanplaats wordt aangevraagd door middel van een door het college vastgesteld volledig ingevuld formulier via de website van de Gemeente Dordrecht.
- 2.
Een vergunning voor een stand- of staanplaats wordt vergeven op volgorde van basis van binnenkomst, dan wel via een selectiestelsel, dan wel via een loting of via een combinatie van deze.
- 3.
Bij het verlenen van stand- of staanplaatsvergunningen is geen sprake van een branchering, tenzij onderbouwd.
- 4.
Vergunningen voor algemene standplaatsen, als bedoeld in het eerste lid, kunnen worden verstrekt voor een ochtenddeel (08.00–13.00 uur), een middagdeel (13.00–18.00 uur) of voor een hele dag. Bij privégronden met een openbaar karakter kan het college hiervan afwijken.
Artikel 7 Regels vergunningen
- 1.
Burgemeester en wethouders verlenen voor stand- en staanplaatsen uitsluitend vergunning aan handelingsbekwame, natuurlijke personen.
- 2.
De vergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar, behoudens het bepaalde in het zesde lid van dit artikel.
- 3.
Per stand- of staanplaatshouder wordt per dag maximaal één vergunning verleend.
- 4.
Een standplaatsvergunning heeft een geldigheidsduur van maximaal 13 jaar.
- 5.
Een staanplaatsvergunning heeft een geldigheidsduur van maximaal 5 jaar.
- 6.
Bij overlijden van de vergunninghouder kunnen burgemeester en wethouders de vergunning voor de resterende geldigheidsduur op verzoek overschrijven op de naam van de relatiepartner of een kind van de vergunninghouder.
- 7.
Een verzoek als bedoeld in het zesde lid van dit artikel wordt binnen acht weken na het overlijden van de vergunninghouder schriftelijk ingediend.
Artikel 8 Regeling op basis van binnenkomst
Als de binnenkomstregeling wordt gehanteerd geldt het volgende:
- a.
Het college maakt bekend dat een of meer vergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche dit eventueel geldt en dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag kunnen indienen.
- b.
De bekendmaking als bedoeld in het eerste lid geschiedt door plaatsing in het elektronische gemeenteblad.
- c.
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daartoe door het college vastgestelde en volledig ingevulde aanvraagformulier, dat is geplaatst op de website van de gemeente.
- d.
De aanvragen worden beoordeeld op basis van datum en tijdstip van binnenkomst.
- e.
De paragrafen 4.1.3.2 en 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet op de aanvraag van toepassing.
Artikel 9 Selectiestelsel
Als het selectiestelsel wordt gehanteerd geldt het volgende:
- a.
Het college maakt bekend dat een of meer vergunningen kunnen worden verkregen, voor welke branche dit eventueel geldt en dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag kunnen indienen.
- b.
De bekendmaking als bedoeld in het eerste lid geschiedt door plaatsing in het elektronische gemeenteblad.
- c.
Bij de beoordeling van de aanvragen werkt het college volgens de vragenlijst, die als bijlage 1 aan deze verordening is gehecht.
- d.
Het college legt de aanvragen voor advies voor aan ambtenaren van de Gemeente Dordrecht, genoemd ‘de commissie’.
- e.
De commissie kent aan elke aanvraag punten toe per onderdeel van de vragenlijst.
- f.
Het college neemt bij zijn besluit het advies van de commissie in acht. Indien aan gegadigden door de commissie een gelijk aantal punten wordt toegekend, volgt een loting tussen die gegadigden. De loting vindt plaats door een notaris.
Artikel 10 Loting
Onverminderd het gestelde in artikel 9, lid 6 geldt, als loting wordt gehanteerd voor de toekenning van een vergunning, het volgende:
- 1.
Het college maakt bekend dat een of meer vergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche dit eventueel geldt en dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag kunnen indienen.
- 2.
De bekendmaking als bedoeld in het eerste lid geschiedt door plaatsing in het elektronische gemeenteblad.
- 3.
Een vergunning wordt door loting, in het bijzijn van een notaris, toegewezen aan een in aanmerking komende gegadigde, die voldoet aan de vereisten van artikel 4.
- 4.
Gaat het om een bepaalde branche of artikelgroep, dan wordt per branche of artikelgroep geloot.
- 5.
De in aanmerking komende gegadigden worden uitgenodigd bij de loting aanwezig te zijn.
Artikel 11 Standplaatsvergunning voor sampling
- 1.
Een vergunning voor het promoten van een artikel of product kan worden verleend voor de duur van één werkdag, mits geen verkoop plaatsvindt.
- 2.
Een aanvrager van een sampling standplaatsvergunning kan:
- a.
maximaal één vergunning per dag en
- b.
niet meer dan tien vergunningen per kalenderjaar aanvragen.
Artikel 12 Evenementen en Staanplaatsen
- 1.
Indien het een staanplaats voor een evenement betreft, geschiedt de feitelijke toewijzing hiervoor door de organisator van het evenement. De staanplaats dient wel te voldoen aan dezelfde wet- en regelgeving als standplaatsen.
- 2.
Indien de staanplaats onderdeel is van een evenement, dan worden rechten voor deze staanplaats betaald door de houder van de evenementenvergunning.
Hoofdstuk 3 Beperkingen
Artikel 13 Beperkingen
Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, in het belang van:
- a.
openbare orde en veiligheid;
- b.
het uiterlijk aanzien van de gemeente;
- c.
het doelmatig en veilig gebruik van de weg;
- d.
het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare ruimte;
- e.
het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers en zakelijk gerechtigden van in de nabijheid van de stand- of staanplaats gelegen onroerende zaken.
Hoofdstuk 4 Weigerings- en intrekkingsgronden
Artikel 14 Weigeringsgronden
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning, indien:
- a.
de aanvraag geen betrekking heeft op een locatie die deel uitmaakt van delen van de weg, zoals bedoeld in artikel 3;
- b.
bij de aanvraag blijkt dat de inrichting van standplaats niet voldoet aan de omschrijving van verkoopinrichting, zoals bedoeld in artikel 1, onder i;
- c.
de aanvraag betrekking heeft op een locatie, waarvan naar verwachting de ruimtelijke omstandigheden binnen de duur van geldigheidsduur van de vergunning dusdanig zullen veranderen, dat een weigeringsgrond ontstaat, zoals genoemd onder a van dit lid of het tweede lid van dit artikel.
- d.
het innemen van de stand- of staanplaats of de verkoopinrichting gevaar veroorzaakt voor de openbare orde en veiligheid;
- e.
de stand- of staanplaats, zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving, niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
- f.
het innemen van de stand- of staanplaats of de verkoopinrichting een doelmatig en veilig gebruik van de weg belemmert;
- g.
het innemen van de stand- of staanplaats of verkoopinrichting overlast veroorzaakt voor gebruikers en zakelijk gerechtigden van in de nabijheid gelegen onroerende zaken of omwonenden;
- h.
de bijzondere historische of architectonische kwaliteit van het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft, het innemen van een stand- of staanplaats of het plaatsen van een verkoopinrichting niet toelaat;
- i.
het intensief gebruik van de weg het innemen van een stand- of staanplaats of het plaatsen van een verkoopinrichting niet toelaat.
- 2.
Een aanvraag voor een standplaats voor het promoten van een artikel of product wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op een locatie waarop betreffende dag een evenement plaatsvindt dat vergunning- dan wel meldingsplichtig is in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht.
Artikel 15 Intrekkingsgronden
- 1.
Burgemeester en wethouders trekken de vergunning in, indien:
- a.
de omstandigheden dusdanig zijn gewijzigd dat de vergunning op een van de gronden, zoals genoemd in artikel 14, eerste lid onder b. tot en met i zou worden geweigerd, als thans vergunning zou worden gevraagd;
- b.
als gevolg van herinrichtings- of reconstructiewerkzaamheden aan de weg geen gebruik meer kan worden gemaakt van de vergunning;
- c.
de vergunninghouder de stand- of staanplaats inneemt met een inrichting die niet voldoet aan de omschrijving van verkoopinrichting, zoals bedoeld in artikel 1, onder i;
- d.
de vergunninghouder hierom schriftelijk verzoekt.
- 2.
Indien de vergunning wordt ingetrokken op grond van het eerste lid onder b. kan de intrekking tijdelijk geschieden.
- 3.
Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning intrekken, indien:
- a.
ter verkrijging van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
- b.
de vergunninghouder in strijd handelt met enige bepaling in deze verordening;
- c.
de vergunninghouder in strijd handelt met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
- d.
de vergunninghouder geen gebruik maakt van de vergunning binnen de in de vergunning gestelde termijn dan wel, bij ontbreken van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
- e.
de vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt, de openbare orde verstoort op of in de directe omgeving van de stand- of staanplaats.
Artikel 16 Vervallen
- 1.
De vergunning vervalt van rechtswege indien:
- a.
reeds vergunning is verleend voor een stand- of staanplaats, gelegen in de door burgemeester en wethouders aangewezen delen van de weg, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning, dan wel op het moment dat de vergunninghouder de feitelijke exploitatie van de stand- of staanplaats beëindigt;
- b.
niet wordt voldaan aan de termijn, genoemd in artikel 7, zevende lid.
Hoofdstuk 5 Seizoenstandplaatsen
Artikel 17 Aparte bepalingen seizoenstandplaatsen
- 1.
In het geval van seizoenstandplaatsen kan, voor de duur van de vergunning, het college, op verzoek van de vergunninghouder een uitzondering toestaan op de duur van de openingstijden en de duur van het seizoen. Denk hierbij aan standplaatsen op privégronden met een openbaar karakter.
- 2.
Het College van Burgemeester en Wethouders kan bij een eventuele verlengde duur van de openingsdata aanvullende eisen stellen en aan de aard van de te verkopen goederen.
- 3.
De vergunninghouder dient, in aanvulling op het ingediende verzoek als bedoeld in het eerste lid, aan te tonen dat de aanvullende duur of openingstijden geen negatief effect hebben op de algemene welstand van de directe omgeving van de standplaats.
- 4.
Burgemeester en wethouders kunnen voor een beperkte periode het bepaalde in artikel 13 niet van toepassing verklaren ten behoeve van standplaatsen aangaande de verkoop van oliebollen, kerstbomen, ijs en haring, alsmede bij avondvierdaagse standplaatsen.
- 5.
De vergunninghouder laat de directe omgeving van de verkoopinrichting bij het (tussentijds) verlaten van de standplaats schoon achter.
Hoofdstuk 6 Overgangs- en Slotbepalingen
Artikel 18 Lastgeving
- 1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 16, kan degene die in strijd handelt met het bij of krachtens deze verordening bepaalde, door burgemeester en wethouders, gelast worden de verkoopinrichting en uitstallingen van de stand- of staanplaats te verwijderen.
- 2.
Aan de last, bedoeld in het eerste lid, dient terstond gevolg te worden gegeven.
Artikel 19 Strafbepaling
Overtreding van de bepalingen in deze verordening en de krachtens deze bepalingen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 20 Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de verordening, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de verordening te dienen doelen.
Artikel 21 Toezichthouder
Het college kan toezichthouders aanwijzen die toezicht houden op de naleving van deze verordening.
Artikel 22 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan.
- 2.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Stand- en staanplaatsverordening Dordrecht.
BIJLAGE 1
Vraag 1. Geef aan welke diversiteit in producten wordt aangeboden. (10 punten)
Vraag 2. Geef aan hoe de standplaats bijdraagt aan de sfeer en levendigheid van de wijk? (10 punten)
Vraag 3. Geef aan in welke prijscategorie producten worden aangeboden en hoe dit verschilt van andere aanbieders? (10 punten)
Vraag 4. Geef aan hoe zoveel als mogelijk wordt voorkomen dat omwonenden last hebben van bijvoorbeeld geur, geluid, of afval? (10 punten)
Vraag 5. Geef aan hoe ingezet wordt voor een duurzamere wereld? (10 punten)
Vraag 6. Geef aan hoe de aangeboden producten een toegevoegde waarde zijn voor het aanbod in de betreffende wijk? (10 punten)
Vraag 7. Geef aan wat het bedrijf bijdraagt aan het aanbieden van werk voor mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt? Bijvoorbeeld door laaggeletterdheid, een (arbeids)beperking of een andere reden, zoals migratie of detentieverleden. (10 punten)
Vraag 8. Geef aan wat de aantoonbare binding van de aanvrager is met de stad Dordrecht of de omgeving Drechtsteden? (20 punten)
Vraag 9. Geef aan of het bedrijf nog aantoonbare toegevoegde waarde heeft die wij niet hebben uitgevraagd? Bijvoorbeeld bepaalde kennis en kunde, doelgroepenbeleid, of een historie met de stad? (10 punten)
Totaal: 100 punten