Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Twenterand 2025

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a)

    voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

  • b)

    griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • c)

    amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;

  • d)

    subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

  • e)

    motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • f)

    initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;

  • g)

    oordeelsvormende vergadering: vergadering gericht op debat waarin standpunten van de raadsleden worden gewisseld.

  • h)

    beeldvormende vergadering: vergadering gericht op informatievoorziening van de raad t.b.v. een aankomend voorstel of bijpraat moment.

  • i)

    raadscommissies: de oordeelsvormende en beeldvormende vergaderingen

Artikel 2. Het raadspresidium

  • 1.

    Er is een raadspresidium of kortweg presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.

  • 2.

    De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad.

  • 3.

    Elke fractievoorzitter kan (indien gewenst en mogelijk) een lid uit zijn fractie aanwijzen, die hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt.

  • 4.

    De griffier en/of diens plaatsvervanger zijn in elke vergadering van het presidium aanwezig voor het geven van advies en ondersteuning.

  • 5.

    Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

  • 6.

    Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.

  • 7.

    Raadsvoorstellen namens gremia van de raad worden namens het presidium in de raad ingebracht

  • 8.

    Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium.

Artikel 3. De agendacommissie

  • 1.

    Er is een agendacommissie, bestaande uit vier raadsleden waarvan twee raadsleden van de coalitie en twee raadsleden van de oppositie. Uit hun midden wijzen zij een voorzitter aan.

  • 2.

    De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de raadvergadering vast.

  • 3.

    De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de oordeelsvormende vergadering vast

  • 4.

    De agendacommissie stelt de voorlopige agenda vast voor de beeldvormende raadsbijeenkomsten (waaronder werkbezoeken)

  • 5.

    Het presidium kan de agendacommissie richtlijnen meegeven voor het opstellen van de agenda’s.

  • 6.

    De agendacommissie bewaakt de lange termijn agenda van de raad en voert hierover indien nodig overleg met het college.

  • 7.

    De griffier (of diens plaatsvervanger) is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. De burgemeester kan desgewenst aanschuiven.

  • 8.

    De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar, de besluitenlijst die wordt opgesteld is openbaar.

Artikel 4. De griffier

  • 1.

    De griffier is in elke vergadering van de gemeenteraad aanwezig.

  • 2.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de plaatsvervangend griffier.

  • 3.

    De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

  • 1.

    Ten behoeve van de toelating van nieuwe leden van de raad wijst de voorzitter drie raadsleden aan voor het onderzoek naar de geloofsbrieven. Zij onderzoeken in of voorafgaand aan de raadsvergadering waarin over de toelating van nieuw benoemde leden van de raad wordt beslist, de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken.

  • 2.

    Na het onderzoek wordt, bij monde van een uit haar midden benoemde rapporteur, verslag uitgebracht aan de raad en een voorstel voor een besluit voorgelegd. Ook van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt.

  • 3.

    Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen.

  • 4.

    Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuwbenoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 6. Benoeming wethouders

  • 1.

    Ten behoeve van de benoeming van een kandidaat-wethouder wijst de voorzitter drie raadsleden aan voor het onderzoek naar de geloofsbrieven. Zij onderzoeken of de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.

  • 2.

    Na het onderzoek wordt, bij monde van een uit haar midden benoemde rapporteur, verslag uitgebracht aan de raad en een voorstel voor een besluit voorgelegd. Ook van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt.

  • 3.

    De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Artikel 7. Fractie

  • 1.

    De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

  • 2.

    Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

  • 3.

    De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. In geval binnen een fractie onduidelijkheid is wie de fractievoorzitter is, geldt diegene die door de raadsvoorzitter is vastgesteld als fractievoorzitter.

  • 4.

    Als één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad.

  • 5.

    Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. In geval twee fracties dezelfde naam willen voeren besluit de raadsvoorzitter.

Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen

Paragraaf 1. Voorbereiding

Artikel 8. Tijd en plaats van vergaderen

  • 1.

    De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op een dinsdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.

  • 2.

    Indien de behandeling van de agenda op de vergaderdatum niet kan worden afgerond, dan wordt als regel verder vergaderd op de eerstvolgende dinsdag. De voorzitter kan een voorstel aan de raad doen voor een ander moment.

  • 3.

    De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de overige leden van het raadspresidium.

Artikel 9. Oproep en agenda

  • 1.

    De voorzitter roept de leden van de raad schriftelijk en/of elektronisch op. Dat gebeurt ten minste zeven dagen voor een vergadering onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

  • 2.

    De voorlopige agenda wordt tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad beschikbaar gesteld.

  • 3.

    De bij de voorlopige agenda behorende stukken (met uitzondering van stukken waarop geheimhouding ligt) worden tegelijkertijd met de oproep beschikbaar gesteld, tenzij deze reeds eerder aan de leden van de raad beschikbaar zijn gesteld.

  • 4.

    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na de oproep een aanvullende agenda opstellen. Een spoedeisend geval doet zich voor als de situatie onvoorzienbaar was en/of de situatie heeft als gevolg grote maatschappelijke onrust of financiële consequenties.

  • 5.

    Indien er sprake is van een aanvullende agenda, wordt deze agenda met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk beschikbaar gesteld, tenzij deze reeds eerder aan de leden van de raad beschikbaar zijn gesteld.

  • 6.

    Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 7.

    Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een oordeelsvormende vergadering of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.

  • 8.

    Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken

  • 1.

    Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het beschikbaar stellen van de schriftelijke c.q. elektronische oproep voor eenieder op het gemeentehuis ter inzage aangeboden. De voorzitter maakt van de mogelijkheid tot inzien melding in een openbare kennisgeving. Indien na de kennisgeving van de oproep (nieuwe) stukken ter inzage worden aangeboden, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden stukken (indien mogelijk) ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking gesteld.

  • 3.

    Als omtrent stukken geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.

Artikel 11. Openbare kennisgeving

  • 1.

    De vergaderingen van de raad worden standaard door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad en/of door plaatsing op de website van de gemeente openbaar gemaakt.

  • 2.

    De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a)

      de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    • b)

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.

  • 3.

    Op de website van de gemeente worden de voorlopige agenda en de bijbehorende stukken geplaatst (indien elektronisch beschikbaar).

     

Paragraaf 2. Orde

Artikel 12. Presentielijst

  • 1.

    Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 13. Zitplaatsen

  • 1.

    De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter aangewezen, na overleg met de fractievoorzitters bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met het presidium.

  • 3.

    De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 14. Ambtsgebed

  • 1.

    Voorafgaand aan de vergadering spreekt de voorzitter, nadat de aanwezigen de staande houding hebben aangenomen, eerbiedig het volgende gebed uit:

     

    "Onze Heer in de hemel, Uw naam heiligen wij.

    Wij zijn hier als raad van onze gemeente bijeen, ieder vanuit zijn of haar persoonlijke levensovertuiging, om besluiten te nemen voor de inwoners van deze gemeente en hun omgeving. Wij vragen U om wijsheid en inzicht bij het uitoefenen van onze verantwoordelijkheid, zodat bij de uitoefening van de gemeentelijke overheidstaak de gerechtigheid in de samenleving wordt bevorderd.

    Wij vragen U dit in de naam van Jezus Christus. Amen".

Artikel 15. Besluitenlijst en (beeld-/geluids) opname

  • 1.

    Van elke oordeelsvormende en besluitvormende vergadering wordt door of onder verantwoordelijkheid van de griffier een verslag opgesteld. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk ter kennisneming aan de raad of de betreffende raadscommissie aangeboden. De beeld/geluid opname wordt geacht onderdeel uit te maken van het verslag.

  • 2.

    Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld.

  • 3.

    De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Ook overige personen die hebben deelgenomen aan de beraadslaging hebben dit recht. Een voorstel tot verandering dient uiterlijk 36 uur voor de in lid 2 bedoelde vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend.

  • 4.

    Het verslag moet inhouden:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die (gedeeltelijk) afwezig waren bij de raadsvergadering, de wethouders en de overige personen die het woord gevoerd hebben (waaronder insprekers);

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      de gedane toezeggingen aan de raad;

    • d.

      een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de leden / fracties die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;

    • e.

      de (stem)verklaringen

    • f.

      een korte beschrijving of verwijzing naar de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

  • 5.

    Het vastgestelde verslag van de raadsvergadering wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

  • 6.

    Van het gesprokene tijdens de vergadering wordt onder verantwoordelijkheid van de griffier een (beeld-/geluids) opname gemaakt.

  • 7.

    De griffier kan wijzigingen van redactionele aard of correcties van kennelijke verschrijvingen in het verslag doorvoeren na aanbieding aan de raad.

Artikel 16. Ingekomen stukken

  • 1.

    Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad beschikbaar gesteld.

  • 2.

    De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. De griffier doet daartoe een voorstel.

  • 3.

    De griffier kan besluiten een ingekomen stuk niet op de lijst te plaatsen, indien de raad hiervan reeds kennis heeft genomen dan wel het stuk onbegrijpelijk en/of beledigend is dan wel overduidelijk sprake is van boodschappen van commerciële aard dan wel dat het een zogenoemde bulkmail betreft.

Artikel 17. Spreekregels

  • 1.

    De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun eigen plaats of van de daarvoor aangewezen spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.

  • 2.

    Een lid van de raad voert het woord na het van de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  • 3.

    De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 4.

    Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 5.

    Een lid van de raad mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 6.

    Het vijfde lid is niet van toepassing op:

  • 7.

    de rapporteur van een commissie;

  • 8.

    het lid van de raad dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft de beraadslaging over dat amendement, die motie of dat voorstel.

  • 9.

    Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 10.

    De raad kan de door de agendacommissie voorgestelde spreektijd voor de leden en de overige aanwezigen wijzigen.

Artikel 18. Handhaving orde; schorsing

  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij

    • a)

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b)

      een lid hem interrumpeert in de tweede termijn. Aan het eind van een betoog in de eerste termijn kan een lid verduidelijkende vragen stellen. Een lid kan het college interrumperen. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

Artikel 19. Beraadslaging

  • 1.

    De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

  • 3.

    De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 20. Voorstellen van orde

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.

     

Paragraaf 3. Besluit (beslissing) en stemming

Artikel 21. Beslissing

  • 1.

    Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

  • 2.

    Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt -na een eventuele stemming over amendementen- de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd.

  • 3.

    Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen eindbeslissing.

Artikel 22. Zonder hoofdelijke stemming

  • 1.

    De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

  • 2.

    Als een voorstel zonder hoofdelijke stemming wordt aangenomen, kunnen de in de vergadering aanwezige leden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.

Artikel 23. Hoofdelijke stemming

  • 1.

    Indien door een of meer leden (hoofdelijke) stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

  • 2.

    De (hoofdelijke) stemming geschiedt standaard bij handopsteken. Na de (hoofdelijke) stemming bij handopsteken noemt de voorzitter de fracties die voor en tegen het voorstel, het amendement of de motie hebben gestemd, zulks met in achtneming van afwezigen en afwijkend stemgedrag binnen fracties. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

  • 3.

    De (hoofdelijke) stemming geschiedt bij oproeping per lid indien daarom door de voorzitter of één of meer leden wordt verzocht. In dat geval roept de griffier de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 23 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. Na de (hoofdelijke) stemming bij oproeping per lid deelt de voorzitter de uitslag mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

  • 4.

    Bij (hoofdelijke) stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

Artikel 24. Primus bij hoofdelijke stemming (bij oproeping per lid)

  • 1.

    Indien overeenkomstig artikel 22 lid 3 hoofdelijke stemming (bij oproeping per lid) wordt verlangt, deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming waarna de presentielijst wordt gevolgd.

Artikel 25. Stemming over amendementen en moties

  • 1.

    Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

  • 2.

    Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

  • 3.

    Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

  • 4.

    Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 26. Stemming over personen

  • 1.

    De voorzitter kan de raad voorstellen een persoon bij acclamatie te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Indien een of meer leden hier niet mee instemmen, vindt schriftelijke stemming plaats. Deze is geheim.

  • 2.

    Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.

  • 3.

    Ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

  • 4.

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 5.

    Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt onverwijld een nieuwe stemming gehouden.

  • 6.

    Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

    • a.

      een blanco ingevuld stembriefje;

    • b.

      een ondertekend stembriefje;

    • c.

      een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

    • d.

      een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

    • e.

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

  • 7.

    In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau.

  • 8.

    Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 27. Herstemming over personen

  • 1.

    Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

  • 2.

    Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

  • 3.

    Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 28. Beslissing door het lot

  • 1.

    Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

  • 2.

    Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

  • 3.

    Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

     

Paragraaf 5. Besloten vergadering

Artikel 29. Algemeen

  • 1.

    Op een besloten vergadering is dit Reglement van Orde van overeenkomstige toepassing, voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

  • 2.

    Bij een besloten vergadering zijn in beginsel alleen de leden, portefeuillehouder, de voorzitter en de griffier aanwezig. De raad kan besluiten om andere personen aan de vergadering te laten deelnemen.

  • 3.

    De voorzitter zorgt dat de beslotenheid van de vergadering gewaarborgd is, en neemt daartoe de nodige (voorzorgs)maatregelen.

Artikel 30. Besluitenlijst en opname

  • 1.

    Concept verslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gegeven bij de griffier.

  • 2.

    Deze verslagen worden in de eerstvolgende raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. De vastgestelde besluitenlijst c.q. het verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

  • 3.

    Van besloten vergaderingen worden geen opnames gemaakt

     

Paragraaf 6. Toehoorders en pers

Artikel 31. Toehoorders en pers

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

  • 3.

    Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

  • 4.

    In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.

Hoofdstuk 3. Bevoegdheden en instrumenten van raadsleden

Artikel 32. amendementen

  • 1.

    Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

  • 2.

    Raadsleden leveren, zo mogelijk, uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de raadsvergadering hun ontwerp amendement aan bij de griffie, ten behoeve van de administratieve voorbereiding van de raadsvergadering. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen waarbij de hoofdindiener de presentielijst getekend heeft en in de vergadering aanwezig is.

  • 3.

    Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

  • 4.

    Elk (sub)amendement moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde- oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 5.

    De behandeling van een (sub)amendement, vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over het voorgestelde besluit dat aanhangig is, tenzij de raad anders beslist.

  • 6.

    Intrekking, door de indiener, van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

  • 7.

    Het college wordt, voordat over een amendement wordt gestemd, in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven.

Artikel 33. Moties over geagendeerde onderwerpen

  • 1.

    Een motie wordt door een raadslid schriftelijk bij de voorzitter ter vergadering ingediend.

  • 2.

    Raadsleden leveren, zo mogelijk, uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de raadsvergadering hun ontwerp motie aan bij de griffie, ten behoeve van de administratieve voorbereiding van de raadsvergadering. Alleen beraadslaagd kan worden over moties waarbij de hoofdindiener de presentielijst getekend heeft en in de vergadering aanwezig is.

  • 3.

    De behandeling van een motie over een geagendeerd onderwerp vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp plaats, tenzij de raad anders beslist.

  • 4.

    Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Artikel 34. Moties over niet geagendeerde onderwerpen

  • 1.

    Ieder lid van de raad kan bij de vaststelling van de agenda verzoeken om een motie over een niet geagendeerd onderwerp (ook wel ‘motie vreemd aan de orde van de dag’) ter vergadering te behandelen.

  • 2.

    Raadsleden leveren, zo mogelijk, uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de raadsvergadering hun ontwerp motie vreemd aan de orde van de dag aan bij de griffie, ten behoeve van de administratieve voorbereiding van de raadsvergadering. Alleen beraadslaagd kan worden over moties waarbij de hoofdindiener de presentielijst getekend heeft en in de vergadering aanwezig is.

  • 3.

    Bij de vaststelling van de agenda wordt het verzoek tot behandeling van de motie in stemming gebracht. Deze moties kunnen altijd bij de vaststelling van de agenda worden ingediend, waarna lid 4 hieronder van toepassing is.

  • 4.

    Behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist.

  • 5.

    De beraadslaging over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 6.

    Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Artikel 35. Initiatiefvoorstel

  • 1.

    Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk of elektronisch bij de voorzitter worden ingediend. De voorzitter brengt het ingediende initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

  • 2.

    Het college kan binnen dertig dagen nadat het ter kennis is gesteld van een initiatiefvoorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

  • 3.

    De agendacommissie plaatst een initiatiefvoorstel op de concept agenda van de eerstvolgende oordeelsvormende vergadering dan wel raadsvergadering, tenzij de oproep hiervoor reeds aan de raad beschikbaar is gesteld. In dat geval wordt het voorstel op de concept agenda van de daaropvolgende oordeelsvormende vergadering, dan wel raadsvergadering geplaatst. Deze agendering vindt plaats nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen.

Artikel 36. Collegevoorstel

  • 1.

    Een voorstel van het college aan de raad, dat ter agendering en behandeling aan de raad is aangeboden, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2.

    Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 37. Interpellatie

  • 1.

    Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens - in naar het oordeel van de voorzitter - spoedeisende gevallen, ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

  • 2.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

  • 3.

    Het houden van een interpellatie vindt tijdens de vergadering als volgt plaats.

    • a.

      De voorzitter verleent de interpellant het woord om de vooraf opgegeven vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

    • b.

      Vervolgens verleent de voorzitter het woord aan college of burgemeester om de vragen te beantwoorden.

    • c.

      Na beantwoording door het college of de burgemeester wordt de interpellant de gelegenheid gegeven om een reactie te geven op de beantwoording en aanvullende vragen te stellen.

    • d.

      Vervolgens worden de andere leden van de raad eveneens in de gelegenheid gesteld om een reactie op de beantwoording te geven en aanvullende vragen te stellen.

    • e.

      Vervolgens verleent de voorzitter het woord aan college of burgemeester om een reactie te geven en de eventuele aanvullende vragen te beantwoorden.

    • f.

      Na de (tweede) beantwoording door het college of de burgemeester wordt de interpellant in de gelegenheid gesteld om zijn interpellatie af te ronden en desgewenst een motie in te dienen. De beraadslaging over een dergelijke motie geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

    • g.

      Tijdens de interpellatie (en de eventuele behandeling van de motie) zijn interrupties toegestaan.

Artikel 38. Vragenhalfuurtje

  • 1.

    Bij het agendapunt “Vragenhalfuurtje” geeft de voorzitter gelegenheid aan de leden tot het stellen van vragen. De voorzitter bepaalt het tijdstip waarop het vragenhalfuurtje eindigt.

  • 2.

    Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuurtje vragen wil stellen, meldt dit bij de voorzitter onder aanduiding van het onderwerp, een motivatie van de actualiteit van het onderwerp en de te stellen vragen. Deze melding dient tenminste 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering plaats te vinden. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

  • 3.

    De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.

  • 4.

    De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad.

  • 5.

    Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

  • 6.

    Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  • 7.

    Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

  • 8.

    Tijdens het vragenhalfuurtje kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Artikel 39. Inlichtingen

  • 1.

    De raad en het college respectievelijk de burgemeester kunnen een nader informatieprotocol overeenkomen, waarin spel- en gedragsregels worden uitgewerkt met het oog op de nadere invulling van de inlichtingenplicht zoals opgenomen in de Gemeentewet in art. 169 respectievelijk art. 180, hierbij tevens in aanmerking genomen de bepalingen in de Wet open overheid.

Artikel 40. Schriftelijke vragen

  • 1.

    Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.

  • 2.

    De vragen worden via de griffie bij de voorzitter van de raad ingediend. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college, de burgemeester en de pers worden gebracht.

  • 3.

    Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt de burgemeester of het college de vragensteller (via de griffie) hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een tussentijds antwoord.

  • 4.

    De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffie aan de leden van de raad toegezonden.

  • 5.

    De schriftelijke antwoorden worden overeenkomstig de stukken als bedoeld in artikel 15, lid 1, op een lijst geplaatst. Het in artikel 15, lid 2, bedoelde procedurevoorstel luidt standaard: ter informatie aannemen.

  • 6.

    Zowel de vragensteller, de burgemeester als het college maken gebruik van het daartoe ontwikkelde standaard formulier.

Hoofdstuk 4. Raadscommissies

Artikel 41. Planning

  • 1.

    De oordeelsvormende vergaderingen worden in principe eens in de vijf weken gehouden, op dinsdagavond en de woensdagavond.

  • 2.

    De beeldvormende vergaderingen worden in principe eens in de vijf weken gehouden, op de dinsdagavond, waarbij de woensdagavond als reserveavond wordt aangemerkt.

  • 3.

    Jaarlijks wordt in het presidium een vergaderschema opgesteld waarop de dagen zijn vermeld waarop de beeldvormende-, oordeelsvormende- en raadsvergaderingen worden gehouden.

  • 4.

    De oordeelsvormende vergaderingen worden in de raadszaal van het gemeentehuis gehouden en beginnen in de regel om 19.30 uur en eindigen in de regel uiterlijk om 23.00 uur.

  • 5.

    Beeldvormende bijeenkomsten van de raad vinden in de regel plaats op een dinsdag, en kunnen om 18.30 uur aanvangen. En worden gehouden in het gemeentehuis of op locatie.

  • 6.

    Het presidium kan in bijzondere gevallen een ander tijdstip en locatie bepalen.

Artikel 42. Doelstelling

  • 1.

    De oordeelsvormende vergaderingen hebben voor raadsleden tot doel om een oordeel (of mening) te vormen over allerhande, de raad aangaande onderwerpen.

  • 2.

    Beeldvormende vergaderingen hebben voor raadsleden tot doel om een beeld te vormen over allerhande, de raad aangaande onderwerpen.

Artikel 43. Openbaarheid en geheimhouding

  • 1.

    Raadscommissies zijn openbaar.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan de commissie besluiten dat een onderwerp in beslotenheid en onder geheimhouding plaatsvindt.

Artikel 44. Voorzitterschap

  • 1.

    De raad benoemt de voorzitters voor de raadscommissies

  • 2.

    Een voorzitter van een raadscommissie is belast met het leiden van de vergadering en het handhaven van de orde conform dit reglement.

Artikel 45. Agenda

  • 1.

    De agendacommissie stelt de voorlopige agenda voor de oordeelsvormende vergadering vast.

  • 2.

    Raadsleden kunnen een raadsbrief agenderen voor een oordeelsvormende vergadering als tenminste drie fracties de agendering ondersteunen, en deze voorzien is van een duidelijke motivatie

  • 3.

    In de concept agenda wordt per onderwerp de maximum spreektijd die elke fractie in de eerste termijn mag gebruiken opgenomen.

  • 4.

    De agenda wordt ten minste zes dagen vóór de oordeelsvormende vergadering aan het college, de leden van de raad en andere belanghebbenden beschikbaar toegezonden of beschikbaar gesteld.

  • 5.

    Op de agenda van de oordeelsvormende vergadering komen de standaard agendapunten 'lijst moties' en 'lijst toezeggingen'. Tijdens de oordeelsvormende vergadering wordt geaccordeerd of de motie of toezegging wordt afgedaan.

Artikel 46. Deelname aan de oordeelsvormende vergadering door het college en anderen

  • 1.

    De collegeleden worden standaard uitgenodigd om aan de oordeelsvormende vergadering deel te nemen.

  • 2.

    Een collegelid wordt in ieder geval geacht aanwezig te zijn als op de agenda onderwerpen uit zijn portefeuille aan de orde komen.

  • 3.

    De agendacommissie kan ook anderen uitnodigen om aan een oordeelsvormende vergadering deel te nemen. Het presidium kan hiertoe een werkwijze voorschrijven.

Artikel 47. Inspreken

  • 1.

    Belanghebbenden kunnen inspreken bij aanvang van het betreffende onderwerp bij de oordeelsvormende vergadering. Zij melden dat uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffie.

  • 2.

    Inspreken is niet mogelijk voor onderwerpen die Informatievoorziening / Raadsbrieven en Externe vertegenwoordiging betreffen of voor onderwerpen waarvoor reeds een hoorzitting heeft plaatsgevonden.

  • 3.

    De maximale spreektijd is 5 minuten.

  • 4.

    Alle raadsvoorstellen worden op de oordeelsvormende agenda geplaatst zodat inwoners op voorgenomen besluiten kunnen inspreken. Wanneer hiervoor niet wordt aangemeld om te spreken worden deze op de akkoordagenda geplaatst.

Artikel 48. Uitkomst van een oordeelsvormende vergadering

  • 1.

    Aan het eind van het door hem voorgezeten vergadering vat de voorzitter de concrete uitkomst samen. Hij formuleert een eindconclusie en de gedane toezeggingen.

Artikel 49. Commissieleden

  • 1.

    De gemeenteraad benoemt commissieleden in een beeldvormende commissie op voordracht van de fractie. Het commissielid dient als kandidaat geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de betreffende partij, zoals deze kandidatenlijst luidde ten tijde van de laatste verkiezingen. De artikelen 10,11, 12, 13 en 15 van de gemeentewet zijn op commissieleden van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Commissieleden leggen de eed of belofte af voorafgaand aan het moment, waarop zij voor het eerst als commissielid participeren in een commissie

  • 3.

    Elke fractie kan maximaal één commissielid benoemen.

  • 4.

    Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Artikel 50. Vergaderorde in commissies

  • 1.

    De artikelen 13, 15, 17, 18, 19, 20 zijn ook van toepassing op de raadscommissies.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 51. Uitleg reglement

  • 1.

    In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 52. Uitleg reglement

  • 1.

    Dit reglement treedt in werking op de dag volgend op haar bekendmaking.

  • 2.

    Op dat tijdstip vervalt het “Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Twenterand houdende regels omtrent de orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad (Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Twenterand 2021)”, vastgesteld bij raadsbesluit van 9 maart 2021.

  • 3.

    Op dat tijdstip vervalt het "Reglement op de raadsdebatten van de gemeente Twenterand 2018", vastgesteld bij raadsbesluit van 13 maart 2018.

  • 4.

    Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Twenterand 2025”.

Vriezenveen, 16 december 2025.

De raad voornoemd,

de griffier,

A.G.M. Krone MSc

de voorzitter,

G.J. Gorter

Naar boven