Gemeenschappelijke regeling samenwerking gemeente Groningen en gemeente Leeuwarden ICT, Data, Geo-informatie en Informatiemanagement

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen en de gemeente Leeuwarden, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft,

 

Hierna afzonderlijk te noemen ‘Partij’ en gezamenlijk te noemen ‘Partijen’;

 

Overwegende dat

 

  • gemeente Groningen en gemeente Leeuwarden tijdens de Corona-periode diverse kennisdeelsessies hebben gehouden op de gebieden ICT, Data, Geo-informatie en Informatiemanagement, die als zeer waardevol zijn ervaren;

  • de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen en van de gemeente Leeuwarden als vervolg op genoemde kennissessies in 2023 zijn aangevangen met het verkennen van een samenwerking op de hiervoor genoemde gebieden;

  • in dat kader wordt begonnen met het samenwerken op het gebied van een aantal specifieke deelonderwerpen, te weten: (1) RPA robotisering, (2) Open Inwoner Platform, (3) 3D Digital Twin & Virtual Cities en (4) Common Ground (het Haven Platform);

  • Partijen de wens hebben uitgesproken samen te willen werken binnen de scope van de hiervoor genoemde gebieden ICT, Data, Geo-informatie en Informatiemanagement en dat zij voornemens zijn om meer deelonderwerpen binnen die scope te definiëren, dit alles vanwege te behalen gemeenschappelijke doelstellingen, waaronder de verhoging van de kwaliteit van de dienstverlening, vermindering van de kwetsbaarheid, kostenbesparing en kennisdeling;

  • Partijen samenwerking binnen de hiervoor genoemde gebieden noodzakelijk achten. Dit is van belang om een goede uitvoering van hun openbare, wettelijke en publieke taken te bieden. Deze taken worden uitgevoerd in het algemeen belang. Met name gaat het om een goede, betaalbare en snelle openbare dienstverlening. Deze dienstverlening betreft diverse beleidsvelden van de gemeenten aan haar burgers;

  • de onderhavige samenwerking tussen de gemeenten op de hiervoor genoemde gebieden meer uitvoeringskracht geeft, in die zin dat kennis en ervaring van de samenwerkende gemeenten worden gebundeld en deze samenwerking de hiervoor bedoelde dienstverlening aan de burgers en de uitvoering van de hiervoor bedoelde taken bevordert;

  • Partijen met het oog op de gemeenschappelijke doelstellingen taken van algemeen belang verrichten die nader worden benoemd in de op basis van deze Regeling af te sluiten Nadere overeenkomsten;

  • Partijen deze taken van algemeen belang in een samenwerkingsverband willen verrichten ter verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen, zonder dat daarbij sprake is van (oprichting van) een bepaalde rechtsvorm;

  • Partijen deze samenwerking in hun rol als publiekrechtelijke rechtspersoon in de vorm van een publiek-publieke samenwerking aan wensen te gaan zoals bedoeld in artikel 2.24c Aanbestedingswet;

  • Partijen deze samenwerking met het oog op bovenstaande willen voortzetten in de vorm van een regeling zonder meer op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr);

  • Partijen hun intrinsieke samenwerking volgt uit de rollen en inzet van eigen medewerkers zoals uiteengezet in deze Regeling en nader door Partijen te sluiten Nadere overeenkomsten per betreffend onderwerp;

  • Partijen deze samenwerking waar dat opportuun geacht wordt wensen te verbreden en mogelijk te verdiepen;

  • Partijen deze samenwerking wensen te formaliseren en hun rechten en verplichtingen over en weer vast te leggen in deze Regeling.

Komen overeen:

 

1. Definities

In deze Regeling wordt onder de volgende begrippen verstaan:

 

1.1

Ambtenaren en medewerkers

Ambtenaren en andere medewerkers, werkzaam onder verantwoordelijkheid van Partijen.

1.2

AVG

Algemene Verordening Gegevensbescherming.

1.3

Data

Data heeft betrekking op gegevens over bedrijfsprocessen, producten en (natuurlijke- en rechts)personen die in digitale vorm beschikbaar zijn.

1.4

Desintegratiekosten

Alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door overblijvende Partij;

1.5

Frictiekosten

Alle incidentele kosten te maken door de overblijvende Partij(en) die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van de uittredende Partij;

1.6

Geo-informatie

Alle informatie met locatiegebonden kenmerken.

1.7

Informatiemanagement

Het proces dat zorgt voor de vertaling van de informatiebehoeften (die uit de verschillende werk- en bedrijfsprocessen van een organisatie ontstaan) naar de informatievoorziening die deze processen optimaal ondersteunt.

1.8

Intellectuele Eigendomsrechten

Auteursrechten, octrooirechten, handelsnaamrechten, merkenrechten, databankrechten, kwekersrechten, tekeningen- en modelrechten, chipsrechten, topografie- en halfgeleiderrechten, naburige rechten, alsmede elke andere vorm van wettelijke bescherming van teksten, modellen, tekeningen, technische voortbrengselen en vindingen.

1.9

Kennis

Informatie, specificaties, processen, procedures, correspondentie, rapporten, memo's, technische informatie, onderzoeksinformatie en onderzoeksresultaten die berusten bij een Partij.

1.10

Nadere overeenkomst

Elke nadere overeenkomst tussen Partijen die op basis van de onderhavige Regeling wordt gesloten en waarin concrete te leveren prestaties worden vastgelegd, waaronder begrepen (een) SLA(‘s) en de PDC.

1.911

Regeling

Gemeenschappelijke regeling samenwerking Groningen-Leeuwarden ICT, Data, Geo-informatie en informatiemanagement.

1.12

Producten- en Dienstencatalogus (PDC)

Het document waarin de producten en diensten worden beschreven die Partijen als onderdeel van de onderwerpen van de samenwerking voor elkaar kunnen verzorgen.

1.13

Service Level Agreement (SLA)

Het document c.q. onderdeel van een Nadere overeenkomst met daarin de nadere uitwerking van de dienstverlening, taken en werkwijzen die Partijen over en weer met elkaar zijn overeengekomen.

2. Doel van de samenwerking

  • 2.1

    De samenwerking tussen Partijen heeft tot doel om noodzakelijke, adequate randvoorwaarden en voorzieningen op de gebieden van ICT, Data, Geo-informatie en Informatiemanagement tot stand te brengen, ter ondersteuning van de uitvoering van de gemeentelijke openbare c.q. publieke c.q. wettelijke taken.

  • 2.2

    De samenwerking tussen Partijen en de bundeling van elkaars ervaring en kennis zijn tevens van belang om de openbare dienstverlening van Partijen aan de burgers te kunnen garanderen, efficiënt uit te voeren en de kwaliteit daarvan waar mogelijk te verbeteren. Per betreffend onderwerp wordt dit nader uitgewerkt in een door Partijen te sluiten Nadere overeenkomst.

3 Uitgangspunten samenwerking

  • 3.1

    De scope van deze Regeling is samenwerking op de gebieden van ICT, Data, Geo-informatie en Informatiemanagement. De samenwerking wordt binnen deze overkoepelende thema’s toegespitst op specifieke (deel)onderwerpen en dienstverlening overeenkomstig artikel 5 van deze Regeling.

  • 3.2

    Deze samenwerking is een gemeenschappelijke regeling zonder meer op grond van artikel 1 van de Wgr.

  • 3.3

    Partijen hebben de bevoegdheid om, indien en zodra daar in de toekomst behoefte toe bestaat, in onderling overleg en goedvinden de in artikel 2 lid 1 bedoelde samenwerking uit te breiden met al die taken en dienstverlening die de gemeenten alsdan geraden voorkomen. Indien nodig volgen zij daartoe de wettelijk voorgeschreven procedures uit de Wgr.

4. Bevoegdheden

  • 4.1

    Partijen kunnen indien zij dit wenselijk achten over en weer bij separaat vast te stellen besluit mandaten, volmachten en machtigingen verlenen die nodig zijn om in het kader van deze Regeling andere overeenkomsten te sluiten.

5. Nadere overeenkomst(en), SLA(’s) en PDC

  • 5.1

    In een Nadere overeenkomst, waaraan indien wenselijk (een) SLA(‘s) wordt/(worden) gehecht, wordt voor een specifieke samenwerking binnen één van de in de overwegingen genoemde deelonderwerpen een nadere uitwerking gegeven aan deze Regeling. Hierin zijn onder meer geregeld:

    • -

      het uitvoeringskader waarin de inbreng van iedere Partij is opgenomen ten behoeve van het behalen van gemeenschappelijke doelstellingen en taken van algemeen belang;

    • -

      de kwaliteitseisen waaraan de taakuitvoering moet voldoen;

    • -

      de rollen en taken van Partijen;

    • -

      inzicht van de kosten voor de uitvoering van de opgedragen taken en de wijze waarop deze kosten worden verrekend;

    • -

      de verplichtingen tussen Partijen over en weer;

    • -

      de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieplichten voortvloeiend uit de overige artikelen van deze Regeling;

    • -

      eventuele overdrachten/gebruiksrechten van Intellectuele Eigendomsrechten;

    • -

      de wijze waarop Partijen elkaar informeren over het niet nakomen van de wederzijdse verplichtingen en de gevolgen die daaraan zijn verbonden;

    • -

      afspraken over eventuele te sluiten andere overeenkomsten en, waar nodig, overeenkomstig artikel 4 van deze Regeling de te nemen stappen om tot een dergelijke overeenkomst te komen.

  • 5.2

    De scope van een Nadere overeenkomst, waaronder een SLA, is beperkt tot het specifieke (deel)onderwerp waar die Nadere overeenkomst voor is/wordt gesloten. De (deel)onderwerpen waarvoor een Nadere overeenkomst kan worden aangegaan worden opgenomen in de alsdan geldende PDC.

  • 5.3

    In het ambtelijk overleg als bedoeld in artikel 6.1 van deze Regeling kan de PDC periodiek worden herzien c.q. vastgesteld als onderdeel van het ambtelijk overleg als bedoeld in artikel 6.1 van deze Regeling.

6. Governance

Artikel 6.1. -Ambtelijk overleg

  • 1.

    De concerndirecteuren met de portefeuille Bedrijfsvoering van Partijen overleggen ten minste eenmaal per jaar over de uitvoering van de Regeling, waaronder mede begrepen over de eventueel overeengekomen Nadere overeenkomsten, SLA(’s) en de PDC. In dit overleg wordt in ieder geval aan de hand van ambtelijke verslaglegging de samenwerking over het voorgaande kalenderjaar geëvalueerd.

  • 2.

    De bij de uitvoering van de behartiging van de in artikel 2 gestelde doelen en de uitvoering van de daartoe behorende taken betrokken Ambtenaren en medewerkers van de aan de Regeling deelnemende gemeenten overleggen kwantitatief en kwalitatief over de uitvoering van de overeengekomen Nadere overeenkomst(en), waaronder de SLA(’s).

Artikel 6.2 - Bestuurlijk overleg

  • 1.

    Namens Partijen overleggen zo nodig ten minste eenmaal per jaar de portefeuillehouders Bedrijfsvoering met elkaar. De portefeuillehouders Bedrijfsvoering komen voorts bijeen wanneer één van hen dit, onder schriftelijke opgaaf van redenen, noodzakelijk acht. Het extra overleg, bedoeld in artikel 6.2 lid 1, wordt uiterlijk binnen vijf werkdagen na het verzoek belegd.

  • 2.

    In het overleg, bedoeld in artikel 6.2 lid 1, waar wordt gesproken over het verloop van de samenwerking, kan de werking van deze Regeling geëvalueerd worden indien Partijen daartoe besluiten.

  • 3.

    In afwijking van artikel 6.2 lid 1 kunnen Partijen zich in het daar bedoelde overleg laten vertegenwoordigen door een of meer van zijn leden, anders dan de portefeuillehouders Bedrijfsvoering, dan wel door daartoe aangewezen Ambtenaren en medewerkers.

  • 4.

    De concerndirecteuren met de portefeuille Bedrijfsvoering van de aan de Regeling deelnemende gemeenten zijn tijdens het overleg, bedoeld in artikel 6.2 lid 1, aanwezig.

7. Informatie en verantwoording

  • 7.1

    De Rekenkamers van Partijen zijn bevoegd alle documenten die ter behartiging van het in artikel 2 gestelde belang berusten bij de respectievelijke Partijen, te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van hun taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig achten.

  • 7.2

    De Partijen verstrekken desgevraagd binnen vier weken alle inlichtingen die de Rekenkamers ter vervulling van hun taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig achten.

  • 7.3

    De Partijen zijn verplicht de respectievelijke gemeenteraden actief te informeren over al hetgeen de gemeenteraden ten aanzien van de onderhavige Regeling voor de uitvoering van hun publiekrechtelijke taak en rol nodig hebben.

8. Intellectuele Eigendomsrechten en gebruiksrechten

  • 8.1

    Deze Regeling strekt niet tot de overdracht van enige Intellectuele Eigendomsrechten van de ene Partij naar de andere Partij. Mocht een overdracht van Intellectuele Eigendomsrechten binnen (een onderdeel van) de samenwerking wel wenselijk worden geacht, dan wordt deze overdracht als onderdeel van een Nadere overeenkomst in de zin van artikel 5 van deze Regeling dan wel per afzonderlijke daartoe strekkende akte van overdracht geregeld.

  • 8.2

    Indien relevant en waar geen sprake is van overdracht van Intellectuele Eigendomsrechten als beschreven in dit artikel, verlenen Partijen elkaar een gebruiksrecht op de resultaten van de onderling te leveren prestaties. Dit gebruiksrecht is in beginsel eeuwigdurend, niet exclusief en niet overdraagbaar, tenzij anderszins wordt overeengekomen per Nadere overeenkomst.

  • 8.3

    Alle rechten op de in het kader van de Regeling verwerkte gegevens (blijven) rusten bij de Partij van wie de verwerkte gegevens afkomstig zijn, ongeacht waar deze gegevens staan opgeslagen en ongeacht of de gegevens na initiële ontvangst zijn bewerkt of niet.

  • 8.4

    De Partij die een prestatie levert aan de andere Partij stelt de andere Partij schadeloos voor vorderingen van derden op grond van onrechtmatige daad en/of inbreuk op Intellectuele Eigendomsrechten die hun oorzaak vinden in het overeengekomen gebruik van de geleverde prestatie.

9. Gegevensverwerking

  • 9.1

    Indien Partijen op basis van deze Regeling of een Nadere overeenkomst persoonsgegevens verwerken, maken Partijen schriftelijk afspraken over de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 26 respectievelijk 28 AVG.

  • 9.2

    Het vastleggen van de in artikel 28 AVG bedoelde afspraken zal in beginsel geschieden door het aangaan van een verwerkersovereenkomst conform de alsdan meest recente versie van het format verwerkersovereenkomst van de IBD c.q. VNG.

  • 9.3

    Het vastleggen van de in artikel 26 AVG bedoelde afspraken wordt op een tussen Partijen nader overeen te komen wijze vormgegeven, afhankelijk van wat Partijen bij een specifieke Nadere overeenkomst voor wat betreft deze afspraken passend achten.

  • 9.4

    Afspraken die worden gemaakt op basis van dit artikel worden als bijlage gevoegd bij deze Regeling of bij de Nadere overeenkomst waar de afspraken betrekking op hebben en worden geacht onderdeel uit te maken van deze Regeling respectievelijk de Nadere overeenkomst. Waar afspraken in deze Regeling dan wel in een Nadere overeenkomst afwijken van de afspraken die zijn gemaakt op basis (een van) de bepalingen van dit artikel prevaleren de afspraken die gemaakt zijn op basis van (een van) de bepalingen van dit artikel.

10. Kennis

  • 10.1

    Alle bestaande Kennis die de ene Partij aan de andere Partij(en) ten behoeve van de prestaties verstrekt, blijft eigendom van de verstrekkende Partij.

  • 10.2

    Alle nieuwgevormde Kennis die tijdens de prestaties ontstaat en wordt ontwikkeld, is eigendom van de Partij waar de nieuwgevormde Kennis is ontstaan dan wel is ontwikkeld.

  • 10.3

    Waar sprake is van nieuwgevormde Kennis waarbij Partijen gezamenlijk aandeel hebben gehad in de vorming daarvan, is die nieuwgevormde Kennis eigendom van Partijen gezamenlijk, evenredig verdeeld naar de inspanning die de respectievelijke Partijen hebben geleverd bij de totstandkoming van die Kennis.

11. Geheimhouding

  • 11.1

    Partijen verplichten zich om al wat bij de uitvoering van de Regeling ter kennis komt en waarvan het vertrouwelijke karakter bekend is of redelijkerwijs kan worden vermoed, op generlei wijze bekend te maken – inclusief via kanalen van sociale media – of voor eigen doeleinden te gebruiken, behalve voor zover enig wettelijk voorschrift of rechterlijke uitspraak tot bekendmaking noopt.

  • 11.2

    Partijen zullen de onder hen werkzame Ambtenaren en medewerkers of door hen ingeschakelde derden verplichten deze geheimhoudingsplicht na te leven.

  • 11.3

    De geheimhouding uit lid 1 van dit artikel strekt zich ook uit tot na beëindiging van deze Regeling.

  • 11.4

    Partijen geven alle gegevens die zij van elkaar hebben ontvangen en die vertrouwelijk van aard zijn op eerste verzoek terug.

12. Wijziging Regeling; toetreding; opheffing en uittreding Partij(en)

Artikel 12.1 – Wijziging van de Regeling; toetreding nieuwe partij

  • 1.

    De Regeling kan door Partijen worden gewijzigd, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt. Partijen treden hiertoe in overleg binnen vier weken nadat een van de Partijen de wens tot wijziging aan de andere Partij(en) schriftelijk heeft meegedeeld.

  • 2.

    Partijen besluiten niet eerder over de voorgestelde wijziging dan nadat zij de raden van Partijen daartoe om een zienswijze hebben gevraagd en toestemming hebben verkregen van de raden, overeenkomstig artikel 1, vierde lid van de Wgr.

  • 3.

    Een wijziging van de Regeling komt tot stand wanneer Partijen op de wijze als vermeld in het tweede lid allen hiertoe hun besluitvorming hebben afgerond.

  • 4.

    De wijziging van de Regeling treedt, tenzij in de gewijzigde Regeling anders bepaald, in werking op de dag volgend op de dag waarop de wijziging door het college van de gemeente Leeuwarden is bekendgemaakt als bedoeld in artikel 26 van de Wgr.

  • 5.

    Het bepaalde in dit artikel 12.1 geldt mutatis mutandis voor het geval een derde wil toetreden tot deze Regeling.

Artikel 12.2 – Opheffing van de Regeling

  • 1.

    De Regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van Partijen. Zij besluiten daartoe niet dan nadat zij de raden van Partijen daartoe om een zienswijze hebben gevraagd en toestemming hebben verkregen van de raden, overeenkomstig artikel 1 van de Wgr.

  • 2.

    Daarna - zulks met inachtneming van de ontvangen zienswijze - geven Partijen gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant de opdracht om een opheffingsplan op te stellen.

  • 3.

    Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichtingen van Partijen in de verdeling in de eventuele financiële en in de personele gevolgen van de opheffing.

  • 4.

    Partijen zijn gezamenlijk belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid.

  • 5.

    De opheffing van de Regeling treedt, tenzij het besluit tot opheffing anders bepaalt, in werking op de dag volgend op de dag waarop de opheffing door het college van de gemeente Leeuwarden is bekendgemaakt als bedoeld in artikel 26 van de Wgr.

  • 6.

    Opheffing zal in ieder geval plaatsvinden indien in rechte is vast komen te staan dat deze Regeling of de daarmee in verband staande uitvoering, in strijd met het recht of de wet wordt geacht.

Artikel 12.3 – Uittreding

  • 1.

    Uittreding van één van de Partijen geschiedt bij gelijkluidend besluit van Partijen. Zij besluiten daartoe niet eerder dan nadat zij de raden van Partijen daartoe om een zienswijze hebben gevraagd en toestemming hebben verkregen van de raden, overeenkomstig artikel 1, vierde lid van de Wgr.

  • 2.

    Voor zover uittreding ertoe leidt dat er slechts één van de bij de regeling betrokken Partijen overblijft, leidt een besluit tot uittreding door één van de Partijen eveneens tot opheffing van de regeling.

  • 3.

    Alvorens een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen stellen Partijen hun gemeenteraden in de gelegenheid om hun zienswijze ten aanzien van de uittreding te uiten, zulks als bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wgr. Daarna - zulks met inachtneming van de ontvangen wensen en bedenkingen - inventariseren de functionarissen als bedoeld in artikel 6.1 lid 1 van de Regeling de gevolgen van de uittreding. Vervolgens benoemen zij gezamenlijk een externe deskundige met wie zij een uittredingsplan opstellen.

  • 4.

    In het uittredingsplan wordt voorzien in alle gevolgen die het uittreden heeft voor het vermogen van Partijen, met name doch niet uitsluitend op het gebied van personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Uitgangspunt is dat de uittredende Partij alle financiële en personele gevolgen draagt die diens uittreding en de eventuele daaruit voortvloeiende opheffing van deze Regeling voor de andere Partijen heeft. Tevens wordt een tijdspad opgenomen tot aan het moment van definitieve uittreding en financiële afwikkeling daarvan.

    Er wordt een uittredingssom bepaald aan de hand van de principes van goed koopmanschap en accounting.

  • 5.

    Als peildatum voor het bepalen van de uittredingssom geldt de eerste dag van de kalendermaand waarin één van de Partijen de wens tot uittreding aan de andere Partij schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.

  • 6.

    Ter bepaling van de uittredingssom worden slechts frictiekosten en desintegratiekosten (en) die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding van de uittredende Partij (en) in aanmerking genomen.

  • 7.

    Het in de vorige leden bedoelde uittredingsplan geldt in het kader van de gelijktijdige opheffing van de Regeling tevens als opheffingsplan. Te dien aanzien alsmede van de overige handelingen vanwege de opheffing van de Regeling geldt het bepaalde in artikel 12.2 onverkort.

  • 8.

    Het besluit tot uittreding treedt, tenzij het besluit tot uittreding anders bepaalt, in werking op de dag volgend op de dag waarop de uittreding door het college van de gemeente Leeuwarden is bekendgemaakt als bedoeld in artikel 26 van de Wgr.

13. Looptijd

  • 13.1

    Deze Regeling treedt in werking op de datum van ondertekening door (de laatste van) Partijen en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

14. Archivering

  • 14.1

    Partijen zijn conform de Archiefwet 1995 ieder zorgdrager als bedoeld in artikel 1 onder d Archiefwet 1995 voor hun eigen archiefbescheiden die verband houden met deze Regeling.

  • 14.2

    De verwerking van de archiefbescheiden vindt plaats conform de bestaande regelgeving van Partijen.

  • 14.3

    De archiefbescheiden zijn als een herkenbare zelfstandige eenheid onderdeel van de gemeentelijke informatiehuishouding.

  • 14.4

    De archiefbewaarplaats van Partijen is de archiefbewaarplaats van de Regeling.

  • 14.5

    Partijen zijn, in het geval van het wijzigingsbeheer, bevoegd namens de aan de Regeling deelnemende zorgdragers archiefbescheiden, die binnen of op grond van de beschikbaar gestelde voorzieningen wordt verwerkt, op grond van de Archiefwet 1995, te vervangen of te vernietigen.

  • 14.6

    Deze vervanging of vernietiging vindt plaats binnen de kaders van de interne regelingen en daaruit voortvloeiende procedures van Partijen.

15. Risico's

  • 15.1

    Partijen zullen elkaar over eventuele risico's die voortkomen uit de samenwerking, steeds tijdig schriftelijk informeren en vervolgens in overleg treden met elkaar. Het overleg heeft ten doel om de eventuele risico's te mitigeren en waar nodig maatregelen te treffen. Het gaat hierbij om te verwachten risico's die Partijen op basis van de uitvoering van de (deel)onderwerpen kunnen beheersen.

  • 15.2

    Deelname aan deze Regeling is voor ieders eigen risico, tenzij daarover separaat afspraken over zijn vastgelegd in een Nadere overeenkomst of SLA of het aanspraken betreft van derden. In het laatste geval zijn Partijen gezamenlijk aansprakelijk, tenzij aantoonbaar blijkt dat de aanspraak van derden voortkomt uit handelen van een van de Partijen als gevolg van opzet of grove schuld.

16. Slotbepalingen

  • 16.1

    Op deze Regeling zijn geen algemene (inkoop)voorwaarden van toepassing van (een van) de Partijen.

  • 16.2

    Partijen zijn niet gerechtigd de rechten en plichten uit deze Regeling over te dragen aan een derde. Mocht één van de Partijen een dergelijke overdracht wensen om wat voor reden dan ook, dan treden Partijen in overleg hierover. Partijen zijn niet verplicht om mee te werken aan een dergelijke overdracht.

  • 16.3

    Wanneer één of meerdere bepaling(en) uit deze Regeling nietig/vernietigd/ongeldig is/zijn, dan blijven de overige bepalingen onverkort in stand. Partijen treden in overleg om de nietige/vernietigbare/ongeldige bepaling(en) te vervangen voor (een) bepaling(en) die zo min mogelijk afwijkt/afwijken van de nietige/vernietigbare/ongeldige bepaling(en).

  • 16.4

    Deze Regeling wordt beheerst door het Nederlands recht.

  • 16.5

    Eventuele bijlagen maken integraal onderuit deel van de Regeling. In het geval van strijdigheid tussen deze Regeling en bepalingen uit (een) bijlage(n), prevaleren te allen tijde de bepalingen uit de Regeling. Zie voor specifieke en afwijkende overwegingen hierover in het kader van gegevensverwerking artikel 9.4 van de Regeling.

  • 16.6

    Partijen zullen bij het voordoen van een geschil eerst met elkaar in gesprek gaan voor een passende oplossing voordat ze het geschil voorleggen aan de bevoegde rechter.

  • 16.7

    Voor de beslechting van geschillen tussen Partijen is, in het geval Partijen na goed overleg er niet uitkomen, uitsluitend de Rechtbank arrondissement Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen bevoegd om daar over te oordelen.

  • 16.8

    Het college van Leeuwarden is belast met de publicatie van deze Regeling in het Gemeenteblad en opname in de Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties.

Aldus vastgesteld door

d.d.: 17 december 2025

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen,

De secretaris

De burgemeester

d.d.: 12 november 2025

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden,

De secretaris

De burgemeester

Naar boven