Gemeenteblad van Heeze-Leende
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heeze-Leende | Gemeenteblad 2026, 69818 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heeze-Leende | Gemeenteblad 2026, 69818 | beleidsregel |
Met dit uitvoeringsprogramma geven wij invulling aan de wettelijke verplichting1 om zowel voor vergunningverlening als het toezicht en handhaving daarop jaarlijks de Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de fysieke leefomgeving (U&HS) uit te werken. In dit uitvoeringsprogramma geven wij aan welke van de in de U&HS genoemde werkzaamheden wij in 2026 beogen te verrichten. Bij de invulling van het programma hebben wij rekening gehouden met de in de U&HS genoemde doelen en prioriteitenstelling.
1.2 Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026
De wettelijke verplichting om een U&HS vast te stellen maakt onderscheid tussen basistaken en niet basistaken. Basistaken worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Hiervoor hebben wij samen met de regio een uniforme regionale uitvoering- en handhavingsstrategie (het ROK-VTH) vastgesteld. Vanuit het oogpunt van effectiviteit, efficiency en het creëren van een gelijk speelveld is in onze gemeente deze uniforme regionale U&HS daarnaast ook van toepassing op de overige (niet onder de basistaken vallende) milieutaken inclusief het aspect externe veiligheid2 en groene wetgeving3. Specifiek voor de bodemtaken geldt daarbij het regionaal uitvoeringsbeleid Besluit bodemkwaliteit en voor de asbest- en slooptaken het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbesttaken.
Voor alle andere taken die uit de Omgevingswet (Ow) voortvloeien, hebben wij lokaal beleid vastgesteld: de “Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026, herziening januari 2026”. Dit beleid beschrijft de keuzes die wij maken over de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de regels voor de fysieke (leef)omgeving in de gemeente Heeze-Leende. Het gaat dan om de (bestuursrechtelijke) vergunning-, toezicht- en handhavingstaken die wij op basis van de Ow hebben en de daaraan aangehaakte omgevingsvergunningen in lokale verordeningen.
Dit uitvoeringsprogramma ziet toe op de uitwerking van de lokale uitvoerings- en handhavingsstrategie: een werkprogramma met welke taken wij in welke omvang het komende jaar uitvoeren. Dit programma werken wij nader uit in werkplannen voor de betrokken onderdelen van de organisatie. Daarnaast werken wij met een zogenaamd A3 jaarplan, waarin de (algemene) teamtaken zijn opgenomen.
In de uitvoerings- en handhavingsstrategie stellen wij ons bij de uitvoering en handhaving voor de periode 2023-2026 de onderstaande doelstellingen. In hoofdstuk 3 t/m 5 van dit uitvoeringsprogramma benoemen wij de concrete acties die wij daarvoor dit jaar uitvoeren.
Voor iedere bestuursperiode van vier jaar bepalen wij de prioriteiten aan de hand van een probleemanalyse. Onderdeel van deze analyse is een risicoanalyse, waarbij wij de negatieve effecten en kans op overtreding van de regelgeving in beeld brengen. De inschatting van de risico’s voor de leefomgeving is richtinggevend voor de bestuurlijke prioriteiten die worden gesteld bij het stimuleren en/of afdwingen van naleefgedrag.
Jaarlijks vertalen wij de prioritering door in het uitvoeringsprogramma en bepalen wij hoe de aanwezige capaciteit binnen de gemeente in te zetten. Bij de jaarlijkse evaluatie van beleid en uitvoering(sprogramma) checken wij of de prioritering zo nodig bijgesteld moet worden. Bijvoorbeeld omdat overtredingen vaker voorkomen en/of een groter effect hebben dan verwacht. Uiteraard spelen ook de politieke context en maatschappelijke ontwikkelingen hierbij een rol. Voor 2023 zijn de prioriteiten vastgesteld op basis van een (nieuwe) probleemanalyse. In 2024 is op basis van het College Uitvoeringsprogramma de handhaving van het vrachtwagenverbod voor de kern van Heeze hieraan toegevoegd. In bijlage 1 is een overzicht van de voor 2026 geldende prioritering opgenomen die gelijk is aan die van 2025.
Vooralsnog is er geen reden om het accent te verleggen: een consistente lijn in toezicht en handhaving levert resultaat op ten aanzien van naleefgedrag. Daarom krijgen, net als in voorgaande jaren ook in 2026 onderstaande problemen/overtredingssoorten de hoogste (bestuurlijke) prioriteit:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De geselecteerde prioriteiten pakken wij zo veel mogelijk met voorrang op, waarbij wij het accent leggen op de bestuurlijke prioriteiten. Deze prioritering betekent ook dat andere zaken minder aandacht krijgen of niet dan wel niet direct worden aangepakt. Per 1 november 2025 zijn twee fulltime Boa’s aangenomen. Door deze structurele capaciteit kan in 2026 aan alle prioriteiten aandacht besteed worden en kan ook de ingezette weg uit de Boa-pilot worden voortgezet om ook aan parkeer- en andere overtredingen in de openbare ruimte aandacht te besteden. Uit de tussentijdse evaluatie van de Boa-inzet blijkt het opleggen van boetes een goede prikkel tot naleving van wet- en regelgeving te zijn. We verwachten dat de aanwezigheid en zichtbaarheid van de vaste Boa’s een verder positief effect op de naleving van regels in de openbare ruimte zal hebben.
1.3 Afstemming uitvoeringsprogramma
Het uitvoeringsprogramma hebben wij afgestemd met de betrokken (uitvoerings)organisaties en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving (politie/OM). In hoofdstuk 2.2 van dit uitvoeringsprogramma gaan wij nader in op de uitvoeringsorganisaties. Verder verwijzen wij naar hoofdstuk 6.2 van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie, waarin wij de belangrijkste partners waarmee wij samenwerken en de binnen deze samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken uitgebreid hebben weergegeven.
Wij maken het uitvoeringsprogramma bekend aan de gemeenteraad.
Hoofdstuk 2 Beschikbare en benodigde middelen
In overeenstemming met de wettelijke regeling5 zorgen wij ervoor dat de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor het bereiken van de in de Uitvoerings- en handhavingsstrategie gestelde doelen en daarvoor uit te voeren werkzaamheden, inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden geborgd. Dit hoofdstuk gaat vooral in op de borging van de beschikbare personele middelen. Op de borging van de (daarmee overeenstemmende) benodigde financiële middelen wordt ingegaan in paragraaf 2.4. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 wordt dit per onderdeel verder uitgewerkt.
Wij zorgen er steeds voor dat voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld door extra geld vrij te maken. Zo nodig wordt extra inhuur ingezet naast of in plaats van de vaste formatie. Indien dat niet mogelijk is wordt in overleg met de betrokken partij(en)/uitvoeringsinstanties het uitvoeringsprogramma zo nodig aangepast.
In dit uitvoeringsprogramma is de uitvoering afgestemd op de begrote en ingevulde formatie en financiële middelen. Dit betekent dat wij inzetten op de te realiseren doelen en de bestuurlijk hoog geprioriteerde wettelijke taken.
2.1 Beschikbare personele middelen
Bij de vergunningverlening, toezicht en handhaving is voornamelijk team Veiligheid, Vergunningen & Handhaving (VVH) betrokken. Daarnaast zijn ook enkele medewerkers van andere afdelingen (zoals het team Ruimtelijk Beleid) als behandelaar of als adviseur betrokken. Hieronder in figuur 2 is het aantal vaste fte en inhuur ten behoeve van de VTH taken voor 2026 weergegeven (zoals voorzien per 1 januari). Om tijdens de uitvoering de objectiviteit van werkzaamheden te borgen en (schijn op) belangenverstrengeling te voorkomen hanteren wij bij vergunningverlening, toezicht & handhaving een functiescheiding op persoons-, dossier- of objectniveau. De (proces)coördinatie van het team VVH is belegd bij de juridisch beleidsadviseur die op deze functiescheiding toeziet. Deze juridisch beleidsadviseur draagt ook zorg voor de producten in het kader de beleidscyclus VTH (beleid, uitvoeringsprogramma, evaluatie). Het cluster VTH is in het kader van de RO-VTH keten in de begroting 2026 uitgebreid met een vergunningverlener en een juridisch vergunningverlener RO. Dit is (mede) het gevolg van de uitbreiding van fte’s bij Ruimtelijk Beleid als gevolg van toenemende gebiedsontwikkelingen en daaruit voorvloeiende werkzaamheden. Voor 2026 wordt externe capaciteit ingezet voor de benodigde kwaliteitsimpuls/basis op orde en beleidscyclus VTH. De middelen voor de vacature juridisch beleidsadviseur zijn pas in de begroting 2028 opgenomen waardoor vaste invulling nog niet mogelijk is. Binnen het cluster VVH is ook vacatureruimte voor ondersteuning vergunningverlening APV/bijzondere wetten.
Voor de vergunningverlening geldt in zijn algemeenheid dat de administratie VVH een aanvraag of melding voor de inhoudelijke behandeling uitzet bij de casemanager/vergunningverlener van team VVH of team Ruimtelijk Beleid, afhankelijk van de aangevraagde activiteiten. De casemanager/vergunningverlener vraagt waar nodig adviezen op bij de verschillende interne en externe adviseurs en handelt de zaak inhoudelijk af. Vervolgens handelt de administratie VVH de zaak administratief af. Uitzondering hierop zijn de kapvergunning (Verordening fysieke leefomgeving), toestemmingen op basis van de Alcoholwet en overige APV vergunningen, die de administratie VVH ook inhoudelijk zelfstandig (al dan niet na advies van de vakdeskundigen) afhandelt.
Voor toezicht en handhaving geldt dat de medewerkers van de clusters Veiligheid (APV en bijzondere wetten) en Handhaving (omgevingsrecht) toezicht en controles uitvoeren en zo nodig het handhavingstraject initieel opzetten en uitvoeren. Afhankelijk van de complexiteit wordt de zaak veelal vanaf de fase van een voornemen, besluit of bezwaar inzake een last onder bestuursdwang of dwangsom door de jurist handhaving of jurist APV/Bijzondere wetten van het team overgenomen. Of en in hoeverre er juridische inzet nodig is, laat zich op voorhand dan ook niet plannen. In 2026 wordt 0,34 extra fte juridische ondersteuning ingezet voor lopende handhavingsprocedures en borging van de juridische kennis en ervaring. Doordat de formatie op toezicht en handhaving sinds afgelopen jaar volledig ingevuld is leidt dit ook tot een toename van juridische ondersteuning op handhaving (meer stilleggingen, opgelegde lasten, zienswijzen etc.).
Het is niet realistisch om te verwachten dat alle medewerkers m.b.t. vergunningverlening of handhaving alle wet- en regelgeving met betrekking tot alle beleidsvelden beheersen. Daarom werken wij met taakaccenten waarbinnen de medewerker m.b.t vergunningverlening of handhaving fungeert als vraagbaak voor de collega’s en waarbinnen hij of zijn de meeste werkzaamheden verricht.
Weergave van de begrote vaste formatie, vacatureruimte en inhuur voor VTH taken voor 2026 per 1-1-2026:
|
Werkbare uren 6 |
|||||
|
Coördinatie & juridisch beleidsadvies team Veiligheid, Vergunningen & Handhaving |
|||||
|
Casemanagement/vergunningverlening (taakaccent bouwen/slopen, brandveiligheid, monumenten, inritten, milieucoördinatie VV ODZOB) |
|||||
|
Casemanagement/vergunningverlening (taakaccent APV & bijzondere wetten) |
|||||
|
Juridisch casemanager vergunningen (taakaccent strijdig gebruik, aanleg, natuuractiviteit) |
|||||
|
Juridische ondersteuning (taakaccent bouwen, strijdig gebruik, bezwaar en beroep) door afd. Ruimtelijk beleid |
|||||
|
Handhaving (taakaccent bouwen/slopen, (brand)veiligheid en monumenten) |
|||||
|
Toezicht door Boa en Feda (taakaccent APV, VFL, bijzondere wetgeving) |
|||||
|
Juridische ondersteuning (handhaving APV, openbare orde en veiligheid) |
|||||
Figuur 2: Overzicht in 2026 begrote vaste fte VTH, vacatureruimte en inhuur
De bijdrage voor de begrote formatie ter uitvoering van dit programma (vooral loonkosten, en personele- en organisatiekosten) is gedekt door het opnemen van een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting. Daarnaast is er het gemeentebrede personeels- en inhuurbudget waarop incidenteel ook een beroep op wordt gedaan (bijvoorbeeld kosten van inhuur/extra formatie bij langdurige uitval van medewerkers). Specifiek voor VTH is voldoende inhuurbudget opgenomen in de begroting om de reeds voorziene inhuur te bekostigen:
|
In 2026 begroting gereserveerde bedrag voor ingehuurde formatie |
||
|
(Dit bedrag omvat ook de flexibele schil VTH om zo o.a. dit uitvoeringsprogramma sluitend te kunnen maken) |
De bijdrage voor de begrote externe kosten ter uitvoering van het programma voor het Dommelstroom InterventieTeam (m.n. bijdrage loonkosten intergemeentelijke teamleider, kosten uitvoeringsorganisaties en handhavingskosten) is gedekt door het opnemen van een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting:
2.2 Beschikbare financiële middelen: uitvoeringsorganisaties
In het kader van dit uitvoeringsprogramma maken wij gebruik van diverse uitvoeringsorganisaties. Hieronder worden –zonder uitputtend te zijn– de belangrijkste uitvoeringsorganisaties en werkzaamheden in het kader van dit uitvoeringsprogramma weergegeven. Daarbij is steeds het voor de betreffende uitvoeringsorganisatie in de begroting van 2026 gereserveerde bedrag opgenomen. De kosten zijn volledig gedekt in de begroting.
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB)
De ODZOB voert taken uit voor de regio Zuidoost-Brabant op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken:
Verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar ze vallen niet in het wettelijke basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving zoals onderzoeken en adviezen. In Heeze-Leende beleggen wij de advisering van vraagstukken met betrekking tot cultuurhistorie7, sloop en alle milieu gerelateerde taken8 als verzoektaak bij de ODZOB.
Collectieve taken zijn taken die op verzoek van (en in samenspraak met) de deelnemers voor het collectief door de ODZOB worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel ligt in of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld in verband met schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdende impact of bundeling van expertise. Het gaat hier onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale met 24-uursbereikbaarheid/ consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (SSIB)9 voor toezicht in het buitengebied.
De basis-, verzoek- en collectieve taken die wij conform het uniforme regionale uitvoerings- en handhavingsbeleid10 door de ODZOB laten uitvoeren leggen wij jaarlijks vast in een (onderling afgestemd) werkprogramma. Voor de uit te voeren taken inclusief de daarvoor berekende uren verwijzen wij naar het werkprogramma 2026 van de ODZOB. In bijlage 2 is het werkprogramma 2026 van de ODZOB opgenomen.
Voor de taken die wij door de ODZOB laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen:
Diverse kleine kostenposten worden uit diverse andere specifieke budgetten voldaan. In totaal zijn de omvang van het programma en de beschikbare financiële middelen op elkaar afgestemd.
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO)
De VRBZO voert taken uit voor de regio Brabant-Zuidoost op het gebied van vergunningverlening (brand)veiligheid, toezicht en handhaving. Het gaat hier om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken die collectief aan de VRBZO zijn opgedragen. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarvan het voor de Veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRBZO onder andere:
De rol van de VRBZO bij het bevorderen van de naleving van brandveiligheidsregels is van belang bij zowel het uitvoeren van toezicht en zo nodig sanctionerend optreden (acute bestuursdwang) als bij het geven van voorlichting, adviezen en communicatie over handhaving. Brandveiligheid is overigens meer dan alleen het voldoen aan wettelijke regels. De VRBZO zet, vanuit risicoperceptie, ook in op verhoging van brandveiligheid bewustzijn en kennisontwikkeling bij inwoners en bedrijven en adviseert over toepassing van de regelgeving. Dit valt onder de noemer Brandveilig Leven dat staat voor activiteiten die het brandveiligheidsbewustzijn van onze burgers in de leefomgeving verbeteren. Voorop staat immers dat de primaire verantwoordelijkheid voor het realiseren en behouden van een brandveilige situatie bij de gebruikers/eigenaren (principalen) ligt.
De toezichttaken die wij door de VRBZO laten uitvoeren leggen wij jaarlijks vast in een (onderling afgestemd) werkprogramma. De omvang van het programma en de daarvoor benodigde middelen worden in principe door de beschikbare fte bij de VRBZO bepaald en is daardoor niet vrijelijk door de gemeente in te vullen. Voor het werkprogramma 2026 ten aanzien van de uit te voeren controles door de VRBZO verwijzen wij naar bijlage 3.
Voor de taken die wij door de VRBZO laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen; het gaat hier om een vaste bijdrage:
|
Het betreft hier een gemeente breed budget (bijdrage), waaruit o.a. ook materiaal en voertuigen worden vergoed. |
Hiermee zijn de omvang van het programma en de beschikbare financiële middelen op elkaar afgestemd.
Overige uitvoeringsorganisaties
In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving maken wij (waar nodig) gebruik van de expertise van overige uitvoeringsorganisaties. Voor de beoordeling van bouwconstructies maken wij zo bijvoorbeeld gebruik van een advies- en ingenieursbureau voor bouwconstructies en waar nodig bij (complexe) bouwfysica van een adviesbureau voor bouwfysica. Op deze wijze borgen wij meteen zo veel mogelijk de uitvoering conform de geldende kwaliteitscriteria. Voor deze kosten is onderstaande post in de begroting gereserveerd.
2.3 Overige beschikbare middelen
Naast de beschikbare ondersteunende technische, juridische en administratieve voorzieningen om een adequate en objectieve uitvoering mogelijk te maken (bedrijfsauto’s, meetapparatuur, fototoestellen, vakliteratuur, software, etc.), hebben wij o.a. nog de volgende (aanvullende) financiële middelen beschikbaar en in de begroting geborgd:
2.4 Borging beschikbare en benodigde middelen
In hoofdstuk 3 (Algemeen), 4 (Vergunningen) en 5 (Toezicht & Handhaving) zijn de programma’s nader uitgewerkt. Bij ieder programma is in de laatste paragraaf inzichtelijk gemaakt hoe de middelen geborgd zijn oftewel wat de benodigde uren voor de uitvoering van het programma zijn. Steeds zijn de voor de programma’s in hoofdstuk 3, 4 en 5 benodigde middelen afgestemd op de in dit hoofdstuk 2 weergegeven beschikbare middelen.
Er kan al met al geconcludeerd worden dat de omvang van het programma en de beschikbare middelen op elkaar zijn afgestemd, waardoor het programma in beginsel uitvoerbaar is.
Hoofdstuk 3 Programma VTH breed: waar zetten we op in?
In dit hoofdstuk geven wij de belangrijkste activiteiten aan waar we dit jaar VTH breed op inzetten. De algemene VTH brede activiteiten benoemen we in paragraaf 3.2 en in paragraaf 3.3 gaan we in op de borging van de voor het programma benodigde middelen. Daarna gaan we in de hoofdstukken 4 en 5 specifieker in op activiteiten van vergunningverlening respectievelijk toezicht en handhaving.
In deze paragraaf geven wij de belangrijkste werkzaamheden uit de strategie aan die wij dit jaar uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren. Voor het monitoren van het effect zijn waar mogelijk steeds de strategische doelen en indicatoren benoemd. De indicatoren sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld in hoeverre doelstellingen behaald worden.
Een programmatische en cyclische benadering van uitvoering en handhaving levert op grond van wettelijke verplichtingen de volgende beleidsproducten:
In de loop van 2026 (na installatie van de nieuwe raad) stellen we een nieuw meerjarenbeleid 2027-2030 op in opvolging van de huidige Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026. Voor de kwaliteitsimpuls van de beleidscyclus en (proces)verbetering VTH en om de basis op orde te krijgen wordt extern ingehuurd in aanvulling op coördinatie en juridisch beleidsadvies.
Data gedreven werken: rapportages en inrichting PowerBrowser
VTH breed is data van belang voor o.a. het opstellen van het uitvoeringsprogramma, het monitoren/evalueren in hoeverre dit uitvoeringsprogramma (en daarmee de beleidsmatige doelen) behaald worden en voor sturingsdoeleinden zoals het bijstellen van het programma, beleid en middelen. Na de opstartjaren 2022 en 2023 waarin de nieuwe vakapplicatie niet optimaal functioneerde en registreerde is in 2024 de vakapplicatie verder ingericht en geïmplementeerd in de organisatie maar zijn door koppelproblemen met het nieuwe zaaksysteem data niet goed geborgd. In 2025 is veel tijd aan het oplossen van incidenten besteed en is de koppeling (op momenten) nog steeds niet stabiel gebleken. In 2025 is geïnvesteerd in een uniforme werkwijze voor de registratie en de vastlegging daarvan in werkprocessen. De administratie VVH zal in 2026 systeemchecks uit gaan voeren op ontbrekende gegevens en hierop sturen. Indien voldoende uren beschikbaar zijn (doordat deze niet naar het oplossen van problemen in de functionaliteit van het systeem gaan) zal in de loop van 2026 worden gestart met het inrichten van het automatisch (op gezette tijden) data laten genereren van rapportages door het systeem.
De indicator betreft de mate waarin de vakapplicatie m.b.t. monitoring is ingericht. Deze activiteit levert een bijdrage aan het strategische doel m.b.t. Uitvoeringskwaliteit.
Onze doelstelling is een verrassende klantvriendelijke dienstverlening door o.a. klanten en partners duidelijk te maken wat ze van ons mogen verwachten, een luisterend oor te hebben en snel te reageren. Dit doen we door de volgende uitgangspunten in onze dienstverlening te hanteren:
zo snel mogelijk, maar binnen de beslistermijn (vergunningen) / een redelijke termijn van acht weken dan wel binnen een met de verzoeker gecommuniceerde termijn, een besluit op een aanvraag, klacht/melding of verzoek om handhaving te nemen. De afhandeling van een klacht/melding of verzoek kan ook betekenen dat een zaak (nu) niet opgepakt wordt, vanwege bijvoorbeeld de prioritering;
De indicator hierbij betreft het aantal 1) tijdig en juist afgehandelde telefoonnotities, 2) aanvragen waarvan de beslistermijn is verlengd, 3) binnen de (verlengde) beslistermijn genomen besluiten, 4) binnen de (gecommuniceerde) beslistermijn genomen besluiten op verzoeken om handhaving. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Dienstverlening.
Door toepassing van risicoanalyses trachten wij efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient steeds dekkend te zijn voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie. Wij inventariseren of de begroting voldoet aan deze beide elementen.
Voor deze inventarisatie maken we de kosten en financiële middelen voor uitvoering en handhaving inzichtelijk. Zo maken wij (jaarlijks) de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk voor de activiteiten die we willen verrichten om de doelen in de Uitvoerings- en handhavingsstrategie te behalen. Dit uitvoeringsprogramma draagt daar aan bij. Ook de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma en de beleidsdoelrealisatie kan hier input voor leveren. Waar nodig vragen wij extra budget aan of stellen wij dat gedurende de begrotingscyclus bij. Wij begroten hierbij op basis van output. In 2025 lijken de op basis van de aantallen aanvragen te verwachten legesopbrengsten achter te blijven. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de gewijzigde systematiek van de Omgevingswet en de door in A2-samenwerking per 1-1-2024 opgestelde tarieventabel en tarieven. Ook moet de kostendekkendheid (opnieuw) beoordeeld worden. In 2026 zal een analyse plaatsvinden en zo nodig aanpassing van de tarieven (tabel) worden voorgesteld.
Deze activiteit levert een bijdrage aan het strategische doel m.b.t. Financiën. De indicator betreft 1) het vaststellen van het uitvoeringsprogramma en 2) de eventuele bijsturing vanuit de jaarevaluatie.
Voor de kwaliteit van uitvoering is de borging van een aantal processen van belang:
Registratie van werkprocessen is onder meer van belang voor de continuïteit van onze dienstverlening. Het ook daadwerkelijk werken volgens deze werkprocessen is van belang voor de uniformiteit van onze uitvoering en handhaving, dus het op gelijke wijze handelen van de verschillende medewerkers. Beiden dragen bij aan het borgen van de kwaliteit van onze dienstverlening. Het opstellen en actueel houden van deze werkprocessen is, naast dat het hier een wettelijke verplichting betreft11, dan ook van belang voor de bedrijfsvoering. In 2024 is een pilot Optimaliseren processen VVH en klantreizen onder begeleiding van een extern bureau gestart met twee processen. In 2025 zijn nog acht processen en twee klantreizen doorlopen. Vele acties ter optimalisatie van de processen die hier uit voortkwamen zijn uitgevoerd of in uitvoering. Begin 2026 volgt nog het laatste proces. In de specifieke programma’s gaan wij verder in op de processen die in deze pilot worden uitgewerkt en geoptimaliseerd (zie 4.2.1 en 5.2.1 onder Activiteit afstemming en samenwerking).
Het is belangrijk de kwaliteit van de uitvoering van de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken goed te regelen. Hiervoor zijn landelijk de zogenaamde “kwaliteitscriteria” in het leven geroepen, met daarin per deskundigheidsgebied minimale vereisten aan o.a. opleiding(niveau), werkervaring, tijdsbesteding (frequentie) en het aantal medewerkers. In de Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende 2023 is het minimale niveau van de kwaliteitscriteria door de raad bepaald op ‘bodemniveau’. Vanaf 1 januari 2025 gelden de landelijk vastgestelde Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Doelstelling: de kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunning-, toezicht- en handhavingstaken te professionaliseren en de gewenste kwaliteit (en continuïteit) in de organisatie te borgen.
In januari 2026 start het EVP(ErVaringsPofiel)-validatietraject voor de medewerkers van het team VVH die zich bezig houden met vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Een daarvoor ingeschakeld extern bureau brengt hiermee tevens in beeld in hoeverre we voldoen aan de Kwaliteitseisen VTH 3.0. Zo zorgen we dat we steeds een actueel overzicht hebben op de onderdelen waar we wel en niet voldoen aan de kwaliteitscriteria en nemen waar nodig actie om alsnog te kunnen voldoen.
In de specifieke programma’s geven wij aan welke eventuele specifieke actie(s) wij dit jaar uitvoeren om aan de kwaliteitscriteria te voldoen (zie 4.2.2 en 5.2.2), waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit. Het gaat dan voornamelijk om het inschakelen van deskundigen op het gebied van brandveiligheid, bouwconstructies, bouwfysica en monumenten.
Indicator: in het jaarverslag doen we mededeling over de naleving van de kwaliteitscriteria. Met deze informatie in het jaarverslag geven we tevens invulling aan de door de gemeenteraad in de Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht opgenomen informatieverplichting met betrekking tot de kwaliteitscriteria. Het jaarverslag wordt ter kennis gebracht aan de raad.
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en een deel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ingevoerd. Met de Omgevingswet zijn 26 wetten gebundeld in één overkoepelende wet voor de fysieke leefomgeving met o.a. als doel om de lokale overheid meer ruimte te bieden en het voor initiatiefnemers, zoals professionele ontwikkelaars en inwoners, eenvoudiger te maken om initiatieven te realiseren. Doel van de Wkb is om de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Beide wetten hebben een groot aantal wijzigingen aangebracht in o.a. het vergunningenstelsel en het toezicht daarop. Landelijk is de teneur dat de nieuwe wetgeving vooralsnog alleen meer werk/kosten met zich heeft gebracht zowel voor initiatiefnemers als bevoegde gezagen en omgevingsdiensten.
Afgelopen jaar zijn veruit de meeste aanvragen die vanwege het overgangsrecht nog onder de Wabo vielen, behandeld. Een achttal milieu- en RO aanvragen ingediend onder de Wabo loopt nog (al dan niet in combinatie met bouwen). In 2025 is volop gewerkt met aanvragen en meldingen onder de nieuwe wetgeving.
De oorspronkelijk door het Rijk aangekondigde Wkb voor verbouw en gevolgklassen 2 en 3 wordt vooralsnog niet ingevoerd. Er is twijfel over de verhouding tussen de kosten van bouwborging en de verbetering van de bouwkwaliteit hierdoor. In 2026 geldt daarom de Wkb alleen voor nieuwbouw die valt in gevolgklasse 1.
Voor de uitvoering van het VTH brede programma verwachten wij in totaal de onderstaande personele middelen nodig te hebben. In de werkplanningen is e.e.a. op persoonsniveau gespecificeerd.
|
(Proces)Coördinatie VVH en juridische/beleidsadvisering&-ondersteuning |
||
|
Inzichtelijk maken en borgen benodigde/ beschikbare middelen |
||
|
Totaal begrote beschikbare uren ingehuurde formatie (zie hfd. 2) |
||
De kosten voor de ingehuurde formatie bedragen € 73.920 en is gedekt vanuit post 68030800/351000. Ten behoeve van het project optimalisering werkprocessen en implementatie van de kwaliteitscriteria 3.0 zijn middelen beschikbaar binnen het budget 6803800/351000. Voor de pilot optimalisatie werkprocessen gaat het in 2026 nog om een bedrag van ca € 15.000 en voor de kwaliteitscriteria is dit nog nader te bepalen.
De kosten voor de uitvoering van het in dit hoofdstuk weergegeven VTH brede programma zijn begroot binnen de in de begroting beschikbaar gestelde middelen zoals opgenomen in hoofdstuk 2.
Hiermee is de uitvoering van het programma tot 1 juli 2026 geborgd. Voor de tweede helft van het jaar moet het programma nog geborgd worden..
Hoofdstuk 4 Programma Vergunningverlening: waar zetten we op in?
In dit hoofdstuk geven wij de belangrijkste activiteiten aan waar we dit jaar bij de vergunningverlening op inzetten. De activiteiten voor vergunningverlening benoemen we in paragraaf 4.2 en in paragraaf 4.3 gaan we in op de borging van de voor het programma benodigde middelen.
De casemanagers/vergunningverleners, administratieve en juridische ondersteuners behandelen vergunningen en meldingen en verzorgen informatieverstrekking en uitleg over geldende wet- en regelgeving. Dit beslaat samen met de informatieverstrekking en advisering over (de lokale) ruimtelijke regels het gros van het werk. Het aantal ontvangen aanvragen en meldingen is vooral afhankelijk van initiatieven van burgers en bedrijven. Maar bijvoorbeeld ook van de omvang, volledigheid en juistheid van aanvragen of het aantal achteraf geconstateerde overtredingen waarvoor wij alsnog een legaliserende omgevingsvergunning12 afgeven, kunnen een belangrijke rol spelen. Daarnaast kunnen ontwikkelingen op lokaal, regionaal of landelijk niveau van invloed zijn. De uitvoeringstaken zijn dan ook alleen globaal in te schatten.
4.2 Activiteiten vergunningverlening
Wij werken volgens de in de Uitvoerigs- en handhavingsstrategie 2023-2026, herziening oktober 2023 (U&HS) vastgelegde Preventie- en Vergunningenstrategie, waarin de kaders staan ‘hoe we het gaan doen’. De specifieke werkwijze(n), afspraken en dergelijke hebben wij vastgelegd in een digitale omgeving en gelden als aanvulling op deze kaders. Dit uitvoeringsprogramma haakt in op het beleid door aan te geven ‘wat we gaan doen’. In deze paragraaf geven wij de belangrijkste werkzaamheden uit de strategie aan die wij dit jaar uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren.13
Voor het monitoren van het effect zijn waar mogelijk steeds de strategische doelen en indicatoren benoemd. De indicatoren sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden.
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de preventiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vooroverleggen, principeverzoeken, ’verken uw idee’ aanvragen, conceptaanvragen, informatieverzoeken en verzoeken vergunningsvrij. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
|
Activiteit afstemming en samenwerking Op uniforme wijze zorgdragen voor een vlotte, gestroomlijnde en integrale afhandeling van dossiers. |
|
|
Vaststellen en actueel houden van de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatiestromen in de digitale omgeving14: In 2026 worden de nog openstaande actiepunten uitgevoerd ten behoeve van de vijf te optimaliseren VTH processen van vergunningverlening die in 2025 doorlopen zijn. Eén proces wordt nog onder begeleiding van het externe bureau doorlopen (nr 5 hieronder). Het gaat om de volgende vijf processen 1 t/m 5 (6 t/m 11 = toezicht en handhaving):
|
|
Doorlopen EVP (=ErVaringsProfiel) traject tot vaststelling en borging kwaliteitscriteria VTH 3.0 door een extern bureau. Deelname door casemanagers, toezichthouders en handhavingsjuristen voor hun deskundigheidsgebied(en). Gevolgd door competentiescan en resulterend in een opleidingsplan of vervolgtraject (per medewerker). |
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vastgelegde actuele werkprocessen (met bijbehorende informatiestromen en afspraken) en geoptimaliseerde processen dit jaar. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de vergunningenstrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
|
Het voorkomen van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties/overtredingen én het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid, waarin ook snelheid, tijdigheid en integraliteit van besluitvorming een belangrijke rol speelt. |
|
|
Reguliere / uitgebreide vergunning activiteiten - Omgevingswet gerelateerd |
|
|
Toetsen aan Bbl (Bouwbesluit) conform toetsmatrixen, waarbij wij:
|
|
|
Evenementen aanmelding (vergunningvrij) 15 |
|
|
Juridische procedures (bezwaar/ beroep/ voorlopige voorziening) & ondersteuning |
De indicator hierbij betreft het aantal (aangevraagde en verleende) meldingen en omgevingsvergunningen. Door de vooralsnog ingevulde fte voor toezichthouders en de aanstelling van twee Boa’s worden meer illegale situaties beoordeeld op de mogelijkheid van het verlenen van een omgevingsvergunning. Dit leid tot een toename van het aantal (aan)vragen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Gezondheid, Duurzaamheid en Uitvoeringskwaliteit.
Sloopmeldingen, bodemtaken en aanvragen omgevingsvergunning waarvan de activiteit “milieu”16 en “monument” onderdeel uitmaken worden sinds 2024 volledig onder mandaat door de omgevingsdienst afgehandeld (zie bijlage 2) De omgevingsdienst handelt deze taken af conform de regionale uitvoeringskaders.
De indicator van deze activiteit betreft het aantal intrekkingen. Deze activiteit levert een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
Voor de uitvoering van het programma Vergunningverlening verwachten wij in totaal de onderstaande personele middelen nodig te hebben. In de werkplanningen zijn de middelen op persoonsniveau gespecificeerd.
De kosten voor de uitvoering van het in dit hoofdstuk weergegeven programma Vergunningverlening zijn in beginsel begroot binnen de in de begroting beschikbaar gestelde middelen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 en de werkprogramma’s van de uitvoeringsorganisaties (o.a. bijlage 2). Om de benodigde en begrote middelen voor dit jaar op elkaar af te stemmen zijn bijzonderheden in dit verband:
Het programma wordt sluitend gemaakt door deze (extra) kosten beschikbaar te stellen via de post 68010000/110090 (vacatureruimte Ruimtelijke Domein) en de posten uit reguliere loonkosten 68030800/110090 voor vaste formatie en 68030800/351000 voor tijdelijke inhuur zoals weergegeven in hoofdstuk 2. Hiermee is de uitvoering van het programma geborgd tot 1 juli. Voor de tweede helft van het jaar moet het programma nog geborgd worden.
Hoofdstuk 5 Programma Toezicht & Handhaving: waar zetten we op in?
In dit hoofdstuk geven wij de belangrijkste activiteiten aan waar we dit jaar bij toezicht & handhaving op inzetten. De activiteiten voor toezicht & handhaving benoemen we in paragraaf 4.2 en in paragraaf 4.3 gaan we in op de borging van de voor het programma benodigde middelen.
De medewerkers toezicht & handhaving houden toezicht op naleving van de wet- en regelgeving. Zij dragen zorg voor het toezicht op verleende omgevingsvergunningen, behandelen onder andere verzoeken om handhaving en klachten en gaan (waar nodig) af op meldingen en signalen. Ook verzorgen zij o.a. informatieverstrekking en uitleg over geldende wet- en regelgeving. De inzet is vooral afhankelijk van enerzijds het aantal en de uitvoering van de verleende omgevingsvergunningen en anderzijds het algemene naleefgedrag van burgers, bedrijven en instanties. Het aantal, de aard en omvang van toezichtacties, geconstateerde overtredingen of het aantal klachten/ meldingen/ verzoeken om handhaving en spoedacties zijn op voorhand dan ook alleen globaal in te schatten. Daarnaast spelen de complexiteit van het dossier, de politieke context en de aangewende rechtsmiddelen een grote rol.
Wij werken volgens de in de Uitvoerigs- en handhavingsstrategie 2023-2026, herziening januari 2026 (U&HS) vastgelegde Preventie-, Toezicht-, Sanctie- en Gedoogstrategie, waarin de kaders staan ‘hoe we het gaan doen’. De specifieke werkwijze(n), afspraken en dergelijke hebben wij vastgelegd in een digitale omgeving en gelden als aanvulling op deze kaders. Dit uitvoeringsprogramma haakt in op het beleid door aan te geven ‘wat we gaan doen’. In deze paragraaf geven wij de belangrijkste werkzaamheden uit de strategie aan die wij dit jaar uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren.17 Voor het monitoren van het effect zijn waar mogelijk steeds de strategische doelen en indicatoren benoemd. De indicatoren sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden.
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de preventiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vooroverleggen, principeverzoeken, ’verken uw idee’ aanvragen, conceptaanvragen, informatieverzoeken en verzoeken vergunningsvrij (in § 4.3). Daarnaast de contactmomenten naar aanleiding van een melding/constatering door de toezichthouder waarna de overtreding wordt opgelost. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
|
Activiteit afstemming en samenwerking Op uniforme wijze zorgdragen voor een vlotte, gestroomlijnde en integrale afhandeling van dossiers. |
|
|
Vaststellen en actueel houden van de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatiestromen in de digitale omgeving18: In 2026 worden de nog openstaande actiepunten uitgevoerd ten behoeve van de vijf te optimaliseren VTH processen van toezicht en handhaving die in 2025 doorlopen zijn. Het gaat om de volgende vijf processen 6 t/m 11 (1 t/m 5 = vergunningverlening):
|
|
Doorlopen EVP (=ErVaringsProfiel) traject tot vaststelling en borging kwaliteitscriteria VTH 3.0 door een extern bureau. Deelname door casemanagers, toezichthouders en handhavingsjuristen voor hun deskundigheidsgebied(en). Gevolgd door competentiescan en resulterend in een opleidingsplan of vervolgtraject (per medewerker). |
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vastgelegde actuele werkprocessen (met bijbehorende informatiestromen en afspraken) in 202. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
Inzet van laagdrempelige bemiddeling en mediation is maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De indicator van deze activiteit betreft het aantal voor bemiddeling/mediation doorverwezen zaken. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Dienstverlening.
Wij houden doorlopend in de gaten of regels uit een verordening of beleidsregel nog voldoen en nodig zijn. Signalen geven wij door aan de medewerker(s) verantwoordelijk voor het betreffende product.
5.2.2 Toezicht- en sanctiestrategie
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens in gegaan op het ‘toezicht tijdens de realisatiefase’ (bouwtoezicht) en het ‘toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase’. Per toezichttraject zijn de toezicht- en sanctiestrategie geïntegreerd.
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de toezicht- en sanctiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
De indicator hierbij betreft het aantal bouwtoezichtzaken, controles en waarschuwingen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Gezondheid, Duurzaamheid, Omgevingskwaliteit en Uitvoeringskwaliteit.
Toezicht op vergunningen waarbij de onderdelen “milieu,” een deeltoestemming betreffen laten wij van A tot Z onder mandaat door de omgevingsdienst afhandelen (zie bijlage 2). De omgevingsdienst handelt deze taak af conform het regionale uitvoeringskader.
|
Activiteit regulier toezicht beheer- of gebruiksfase Het voorkomen en bestrijden van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties/overtredingen én het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid met oog voor het behoud van cultureel erfgoed en bestaande (land)schappelijke waarde. Hierbij speelt vaak ook de snelheid en tijdigheid van optreden een belangrijke rol. |
|
Brandveilig gebruik van een bouwwerk De veiligheidsregio (VRBZO) voert periodiek toezicht uit conform het handhavingsuitvoeringsprogramma van de VRBZO (bijlage 3) en ons uitvoerings- en handhavingsbeleid/strategie. Verder pakken zij signalen op over brandonveilige situaties en verzorgen de eventuele eerste waarschuwing (inclusief hercontrole). Daarnaast wordt in 2026 in samenspraak met de VRBZO een opzet gemaakt voor toezicht op risicovolle klasse A objecten: wat willen we en hoe gaan we dat doen en borgen? (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); |
|
Bouwactiviteiten/slopen en bestaande bouw, met accent op
|
|
Beschermd Erfgoed, met accent op
|
|
Ruimtelijke Ordening, met accent op
|
|
Overige omgevingsrecht gerelateerde activiteit, met accent op
|
|
Evenementen met accent op Invulling toezicht door boa‘s. Bij het toezicht ligt het accent op:
|
|
Overige APV en bijzondere wetten Invulling van toezicht door eigen toezichthouders (Boa’s) in combinatie met flexibele inhuur. Bij het toezicht ligt het accent op:
|
|
Invulling toezicht m.n. aan de hand van de boa‘s. Door beschikbaarheid twee fulltime Boa’s zal in 2026 hier themagewijs aandacht aan gegeven worden. Bij het toezicht ligt het accent op:
|
|
Juridische procedures (bezwaar / (hoger) beroep / voorlopige voorziening) met bijbehorende werkzaamheden
|
De uitvoering van het toezicht in de beheer- of gebruiksfase verdelen we in 2 blokken:
Bij de uitvoering van toezicht en handhaving werken we steeds zo veel mogelijk doelmatig, leveren we maatwerk en hanteren we de menselijke maat. Dit betekent dat wij in een zo’n vroeg mogelijk stadium in (informele) handhavingstrajecten standaard kritisch kijken naar o.a. de oplosbaarheid, omstandigheden van het geval en zo nodig ook ons eigen handelen in de betreffende casus betrekken, bijvoorbeeld door hier bij de begunstigingstermijn rekening mee te houden20.
De indicator van deze activiteit betreft het aantal controles, waarschuwingen, voornemens opleggen last, opgelegde lasten en proces verbalen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Duurzaamheid, Gezondheid, Omgevingskwaliteit en Uitvoeringskwaliteit.
Naast het toezicht op alle niet onder de basistaken vallende “milieutaken” (inclusief het aspect externe veiligheid21 en groene wetgeving22) laten wij ook het toezicht op “bodem” van A tot Z onder mandaat door de omgevingsdienst afhandelen (zie bijlage 2). De omgevingsdienst handelt deze taken af conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid. Dat de ODZOB taken namens ons uitvoert neemt niet weg dat onze toezichthouders een signaalfunctie hebben en een eerste aanspreekpunt bij klachten kunnen zijn. Wij werken op dit vlak dan ook vooral met signaaltoezicht.
Het uitgangspunt is om de gedoogstrategie niet in te zetten. Waar dit bij uitzonderingen toch aan de orde is, zetten wij deze strategie overeenkomstig het beleid in.
5.2.4 Dommelstroom Interventie Team/ondermijning
Binnen de zes gemeenten van het basisteam Dommelstroom is het initiatief ingezet om te komen tot een doorontwikkeling en professionalisering van integrale handhaving in relatie tot de aanpak van ondermijning en (integrale) veiligheid. Hiertoe is medio 2020 binnen de Dommelstroomgemeenten een bestuurlijk interventieteam onder aanvoering van een intergemeentelijke teamleider van start gegaan: het Dommelstroom Interventieteam (DIT). Het DIT heeft een duidelijke verbinding met de aanpak van ondermijning en is gericht op het integraal uitoefenen van toezicht en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving ten behoeve van complexe casuïstiek, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Dit naar voorbeeld van het Peelland Interventie Team.
Op basis van de o.a. in een convenant vastgelegde afspraken levert iedere partner een (vaste) deelnemer: een of meerdere vertegenwoordigers die deelnemen aan de structurele overleggen en interventies. Het structurele overleg heeft maandelijks plaats binnen het zogenaamde kernteam dat bestaat uit inhoudelijke coördinatoren van de diverse deelnemende instanties (o.a. gemeenten, ODZOB, VRBZO, Politie, Senzer). Voor de interventies die daaruit voortvloeien kunnen de afgevaardigde toezichthouders en juridische ondersteuners ingezet worden.
Met de invulling van de functie Beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid van het cluster veiligheid, de aangestelde Boa’s en de (voorlopige) invulling van de formatie bij toezicht en handhaving verwachten we in ieder geval tot 1 juli 2026 voldoende invulling te kunnen geven aan enkele DIT acties per jaar. Er is voor 2026 in totaal 270 uur geraamd.
5.2.5 Overige activiteiten Toezicht & Handhaving
Uit in 2025 uitgevoerde evaluatie van de in 2024 gestarte Boa pilot is de behoefte aan twee Boa’s voor Heeze-Leende gebleken. Eind 2025 zijn twee Boa’s in vaste dienst aangesteld. In 2026 bouwen de Boa’s verder aan het fundament van het Boa-team. Daarvoor worden werkprocessen, afspraken en samenwerkingen met interne en externe partners verder ontwikkeld en wordt gewerkt aan de positionering, zichtbaarheid en professionalisering van de Boa’s.
Voor de uitvoering van het programma Toezicht & Handhaving verwachten wij in totaal de onderstaande middelen nodig te hebben. In de werkplanningen worden de middelen op persoonsniveau gespecificeerd.
*programma is passend gemaakt aan uren
** onderdeel van bovenstaande uren
De kosten voor de uitvoering van het in dit hoofdstuk weergegeven programma Toezicht & Handhaving zijn in beginsel begroot binnen de in de begroting beschikbaar gestelde middelen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 en de werkprogramma’s van de uitvoeringsorganisaties (o.a. bijlage 2). Om de benodigde en begrote middelen voor dit jaar op elkaar af te stemmen zijn bijzonderheden in dit verband:
Het programma is sluitend gemaakt door de (extra) kosten beschikbaar te stellen via de posten 68030800/110090 (vacaturebudget), 68030800/351000 (inhuurbudget/flexibele schil), 68030800/ 380999 (Wet kwaliteitsborging), 61020000/380243 (Dommelstroom InterventieTeam), zoals weergegeven in hoofdstuk 2. Hiermee is de uitvoering van het programma geborgd.
Hoofdstuk 6 Methodiek evalueren en monitoring
Door monitoring van de resultaten en voortgang van de uitvoering van het beleid en uitvoeringsprogramma houden we zicht op de mate van doelrealisatie (effectiviteit). De monitoringsresultaten geven wij weer in het jaarverslag en gebruiken wij voor bijsturing van de operationele cyclus en voor input op de beleidsevaluatie. Dit is dus van belang voor eventuele bijsturing en de verantwoording aan onze raad en burgers.
De wijze van monitoring van het uitvoeringsprogramma en doelstellingen leggen wij jaarlijks vast in het uitvoeringsprogramma via indicatoren. Wij registeren dit jaar via de backoffice applicatie PowerBrowser en het tijdschrijfsysteem TimEnterprise. Het gaat dan m.n. om de volgende gegevens:
De (intergemeentelijke) teamleider van het DIT draagt zorgt voor de algemene monitoring en evaluatie van het DIT. Voor de reguliere evaluaties in het kader van de programmatische toezicht en handhaving registreren de namens de gemeente Heeze-Leende deelnemende medewerkers conform hetgeen in deze paragraaf is weergegeven en ook voor het reguliere uitvoeringsprogramma geldt. Relevant daarbij is het gespecificeerd registreren van de uren voor het DIT op in ieder geval het:
In het uitvoeringsprogramma zijn taken opgenomen die door uitvoeringsorganisaties uitgevoerd worden. De uitvoeringsorganisaties, meer in het bijzonder de VRBZO en de ODZOB, registreren zelf gegevens en verstrekken deze periodiek aan ons. Ook dragen zij zorg voor verslaglegging.
In de tussentijdse overleggen met de uitvoeringsorganisaties bespreken wij onder meer de voortgang van het werkprogramma, eventuele knelpunten, de onderlinge samenwerking en dergelijke.
WERKPROGRAMMA HEEZE-LEENDE 2026
Voor u ligt het document “ODZOB werkprogramma gemeenten 2026” (hierna: werkprogramma). Dit werkprogramma heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die door de gemeente voor 2026 aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) worden opgedragen.
Het werkprogramma geldt voor geheel 2026 en betreft de basis- en verzoektaken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en de overige verzoektaken. De ODZOB is verantwoordelijk voor het operationele deel, terwijl de gemeenten verantwoordelijk blijven voor het strategische deel in de beleidscyclus. De ODZOB en de gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verbinden van de twee delen.
Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODZOB. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt de ODZOB zich aan de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), regionaal uitvoeringsbeleid en de financiële kaders van dit werkprogramma.
Het werkprogramma bestaat uit taken die onderdeel uitmaken van het primaire proces (productief en declarabel) en daaraan gerelateerde werkzaamheden (indirect productief en declarabel).
Het GPO-lid van de gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de ODZOB. Omgekeerd vormen de accountmanagers van de ODZOB het eerste aanspreekpunt voor de gemeente.
In bijlage 3 is een tabel toegevoegd waarin alle basis- en verzoektaken zijn opgenomen. Per deelnemer is aangegeven of wij de taak uitvoeren en of wij daarvoor mandaat (m) hebben om besluiten te nemen, of wij machtiging (mch) hebben om handelingen te verrichten niet zijnde het nemen van een besluit of dat wij enkel advies (a) verstrekken.
Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring
Onderdeel van de voorbereiding van het werkprogramma is de GPO-special van 15 mei 2025. Tijdens deze special is een doorkijkje gegeven naar het werkprogramma voor 2026 en nieuwe ontwikkelingen binnen de thema’s van de ODZOB.
De in bijlage 4 opgenomen definitieve budgetten zijn in samenwerking met de betreffende gemeente bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld. De ODZOB coördineert de uitvoering van het werkprogramma. Periodiek rapporteert ODZOB over de (financiële) uitvoering van het werkprogramma en stemt dit af met de deelnemer.
Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken:
Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) speelt een belangrijke rol in het beschermen van de leefomgeving. Om dit effectief te doen, is het belangrijk dat de kwaliteit van uitvoering en handhaving goed geborgd is. Met de komst van de Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, die sinds 1 januari 2025 van kracht is, wordt verdere uniformiteit en kwaliteit in de uitvoering van de Omgevingswet nagestreefd.
Om uitvoering te geven aan het werkprogramma zijn of worden werkafspraken opgesteld voor een aantal processen, thema’s en onderwerpen. De ODZOB houdt bij de uitvoering van dit werkprogramma rekening met deze afspraken. Deze werkafspraken zijn dynamisch van aard. Dat betekent dat het werkafspraken document gaandeweg het uitvoeringsjaar kan worden uitgebreid en bijgesteld. De ODZOB werkt op deze manier continu aan verbetering van haar processen en de kwaliteit van de producten.
De ODZOB draagt op verschillende manieren bij aan een gezondere en veiligere leefomgeving in de regio. Via vergunningverlening beoordeelt en verleent de ODZOB vergunningen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, waarbij ze toetst of bedrijven en projecten voldoen aan de wetgeving en milieunormen. Daarnaast is de ODZOB verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van milieuwetgeving, wat helpt om de milieukwaliteit te waarborgen. Ook biedt de ODZOB specialistisch advies op onder meer het gebied van geur, licht, lucht, geluid, veiligheid, klimaat en bodemkwaliteit. Dit draagt bij aan een weloverwogen beleidsvorming en projectontwikkeling. Het voorgaande is uitgewerkt in de onderstaande uitvoeringskaders.
Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH)
Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.
Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit (Ob) stelt dat bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden die ingevolge artikel 13.12 door de omgevingsdienst worden verricht. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden daartoe worden uitgevoerd. Met het ROK-VTH wordt invulling gegeven aan dit artikel.
In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring.
Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest
Het beoordelen van sloopmeldingen (met asbestinventarisatierapport) en asbesttoezicht wordt vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd.
Beleid Uitvoering Bodemtaken onder de Omgevingswet
De bodemtaken worden vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd volgens het Regionaal Beleid Uitvoering bodemtaken welke is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. Het uitvoeringskader richt zich op vergunningverlening en het toezicht op de milieubelastende activiteiten graven en saneren en op het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Deze werkzaamheden dragen bij aan de bescherming van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem.
Hoe gaan we dat doen bij vergunningverlening?
Het behandelen van vergunningaanvragen en afhandelen van meldingen is een wettelijke taak met beperkte vrijheden. Alle relevante inhoudelijke milieuaspecten van de activiteiten worden bij de behandeling van een aanvraag betrokken om zo de leefomgeving te beschermen. Ook de behandeltermijn, resultaat en wijze van communiceren met de initiatiefnemer en omwonenden zijn aan regels gebonden.
We bevinden ons in een periode van omvangrijke ontwikkelingen en politieke keuzes met invloed op vergunningverlening. De ODZOB werkt intensief samen met zijn deelnemers aan deze ontwikkelingen, zoals de transitie van de veehouderij en de doorontwikkeling van de VTH-taken van de ODZOB.
In 2025 is gestart met het intrekkingsbeleid voor gemeenten. In 2026 gaan we hier verder mee en vindt verdere uitwerking plaats in concrete werkafspraken. Dit doen we in samenspraak met de gemeenten.
In het kader van vergunningverlening is de problematiek die speelt rondom stikstof in relatie tot de agrarische vergunningverlening een factor die van belang is. Door fungerende wet- en regelgeving liggen veel aanvragen stil. Het blijft momenteel “koffiedik kijken” wat de ontwikkelingen in deze gaan worden. Om in control te blijven hebben we een taskforce georganiseerd die alle knelpunten gestructureerd en integraal in beeld brengen en oppakken. We stemmen hierbij periodiek af met de deelnemers.
De problematiek rondom stikstof en verduurzaming van de landbouw speelt in deze regio een grote rol en heeft direct invloed op de behandeling van vergunningaanvragen. Daarnaast speelt de Omgevingswet een rol bij de invulling van het onderwerp gezondheid bij vergunningverlening. De beleidsonderwerpen ZZS, Schone Lucht Akkoord, circulaire economie en energie werken de komende jaren door in de vergunningverlening en afhandeling van meldingen.
De komende vier jaar hanteren we de volgende uitgangspunten met betrekking tot milieu:
Omdat we te maken hebben met een uitdagende arbeidsmarkt binnen vergunningverlening, wordt onderzocht of, en zo ja onder welke voorwaarden, meldingen meer administratief kunnen worden uitgevoerd waarbij we vergunningverleners de spaarzame capaciteit effectiever kunnen inzetten.
De werkzaamheden voor vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten, onder het regime van de Omgevingswet, omvatten:
Op basis van het uitvoeringsprogramma behandelen van aanvragen, ambtshalve wijzigingen en ambtshalve revisie omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. Hierbij is inbegrepen het voeren van vooroverleg (afstemming met gemeente, verstrekking informatie over overige vergunningplichten, participatie), advisering, en de behandeling van zienswijzen, bezwaar en beroep;
Het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt als een milieubelastende activiteit gezien onder de Omgevingswet. Deze basistaak, het beoordelen van meldingen en het toezicht erop, worden al jarenlang uitgevoerd door de ODZOB (voormalig besluit Bodemkwaliteit).
Met de verschuiving van de bodemtaken van de provincie naar de gemeente is sinds 1 januari 2024 de taak voor gemeenten uitgebreid met de vergunningverlening (en toezicht) op milieubelastende activiteiten graven en saneren van de bodem. De werkzaamheden bestaan met name uit het beoordelen van meldingen. Het beoordelen van de meldingen valt onder de basistaak. Indien maatwerkvoorschriften opgesteld dienen te worden (op verzoek van de initiatiefnemer of beargumenteerd door een gemeente) zal overgestapt worden naar het vergunningentraject. Bij de invoering van de Omgevingswet zijn er nog verontreinigingen die vallen onder het overgangsrecht.
Deze zullen conform de oude procedure worden behandeld.
Bij de ingang van de Omgevingswet zijn ook (ondiepe) onttrekkingen voor wat betreft grondwaterkwaliteit als bodemtaak toegevoegd. Waterschappen krijgen de meldingen binnen en beoordelen op kwantiteit. Gemeenten zijn bevoegd op de waterkwaliteit van het onttrokken water. De onttrokken hoeveelheid water wordt veelal op het gemeentelijk riool geloosd waardoor de gemeentelijke rioolbeheerder ook betrokken wordt in het beoordelingsproces. Het beoordelingsproces verloopt nog niet naar wens van alle bevoegde partners en zal gedurende 2026 worden bijgesteld. De kwaliteitsbeoordelingen worden door team bodem namens de gemeenten uitgevoerd.
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Deze activiteit is geregeld in afdeling 7.2 van het Bbl en wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd, zoals opgenomen in het evaluatierapport mobiele puinbrekers van april 2022.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
We voeren werkzaamheden uit met betrekking tot het beoordelen van meldingen van lozingen die vielen onder het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen (thans Omgevingswet) en meldingen gesloten bodemenergiesystemen.
Gesloten bodemenergiesystemen (GBES-en) zijn sinds de komst van de Omgevingswet een milieubelastende activiteit onder de bevoegdheid van de gemeenten. Dit betreft een basistaak voor de ODZOB.
Er komen steeds meer GBES-en bij en dat vraagt om een zorgvuldige afweging. Reden hiervoor is dat systemen steeds dichter bij elkaar komen te liggen en elkaar, open bodemenergiesystemen of andere belangen kunnen beïnvloeden (interferentie en/of minder koude of warmte opbrengst kan dan optreden); Doordat er nog steeds meer systemen bijkomen is het van belang om de meldingen goed te beoordelen. Dit vraagt meer zorgvuldigheid van de melders, maar ook alertheid bij de beoordeling en bij de toezichthouders.
Het beoordelen van sloopmeldingen met asbestinventarisatierapport en asbesttoezicht wordt uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB d.d. 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Om invulling aan dit beleid te geven is een generiek werkproces ontwikkeld dat we hanteren en dat met alle deelnemers gedeeld is. Dit werkproces stelt ons in staat de doelstellingen van risicogericht en informatie gestuurd werken te realiseren en levert ons allen een efficiencyvoordeel op. Dit betekent wel dat individueel maatwerk voor een gemeente ten aanzien van het proces asbest niet tot de mogelijkheden behoort. Eind 2025 is gestart met de evaluatie van de uitvoering asbest toezicht. In februari 2026 wordt de evaluatie aan het AB voorgelegd
Juridische ondersteuning vergunningverlening
Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan:
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
Hoe gaan we dat doen bij toezicht en handhaving?
Voor de uitvoering van toezicht en handhaving bij industriële en agrarische bedrijven werken we volgens de ROK-systematiek. Het ROK-VTH vormt voor de ODZOB het kader waarbinnen we onze werkzaamheden de komende 4 jaar gaan uitvoeren. In het ROK-VTH zijn zowel inhoudelijke doelstellingen als ambities en randvoorwaarden voor continue kwaliteitsontwikkeling (ontwikkelopgaven) opgenomen. In lijn daarmee is, in de vorm van een doelenboom, met onze deelnemende gemeenten de Leidraad ROK VTH 2025-2028 opgesteld. In deze leidraad is meer duiding gegeven aan de bestuurlijke ambities en doelstellingen binnen het VTH-domein. De doelenboom is opgenomen in bijlage 1.
Om grip te krijgen en te houden op de uitvoering van alle activiteiten onder het ROK-VTH en zeker ook gezien de omvang van het programma is een implementatieplan gemaakt. Dit gebruiken we om zowel de onderliggende ontwikkelopgaven als ook acties/projecten voor de inhoudelijke doelstellingen te plannen over een periode van 4 jaar (2025-2028). Dit implementatieplan is in het voorjaar 2025 met de deelnemers gedeeld. In bijlage 2 wordt verder ingegaan op dit implementatieplan (A) en het jaarprogramma 2026 (B).
Voor de gehele periode 2025-2028 hanteren we de indeling in vijf blokken. Deze zijn hieronder schematisch weergegeven.
Signalen, klachten en meldingen
Een deel van het toezicht, zowel agrarisch als industrieel, is niet planbaar. Blok 1 bevat toezicht naar aanleiding van klachten, ongewone voorvallen en signalen (intern, van gemeente, waterschap, etc.). Het betreffen o.a. meldingen over inrichtingen, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen over niet inrichtingen (drugsafvaldumpingen, asbestbranden e.d.). Daarnaast doen zich gedurende het jaar omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren bij een inrichting die niet voorzien waren in dit programma. Op basis van signalen kunnen bedrijven worden aangedragen voor een controle. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODZOB zijn.
Voor klachten merken we nog op dat hierop een analyse plaatsvindt om op basis van patronen informatie te krijgen over specifieke bedrijven, activiteiten, bedrijfstypen of gebieden. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven voor signaaltoezicht, programmatisch toezicht of geluidmetingen.
Projectmatige aanpak en programmatisch toezicht
Programmatisch toezicht is het vooraf planbare toezicht in de blokken 2 en 3. In blok 2 is dat thematisch toezicht, gemotiveerd vanuit bestuurlijk benoemde thema’s zoals veiligheid, gezondheid, de energietransitie en emissies. In blok 3 betreft het branchetoezicht, waarvoor in de aanloop van het ROK een prioritering is gemaakt die als basis dient.
Voor industrieel toezicht wordt een deel van de projecten zoals genoemd in bijlage 2 onder de blokken 2 en 3 van het ROK uitgevoerd. Door de deelnemers is aangegeven dat het op orde krijgen en houden van het bedrijvenbestand en in beeld brengen van de risico’s van ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) prioriteit moet krijgen.
Sinds 2022 wordt middels risicoprioritering bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. De belangrijkste milieurisico’s verbonden aan het houden van vee, de regionale en lokale bestuurlijke prioriteiten en doelen en het naleefgedrag worden bij deze prioritering betrokken en vervolgens vertaald naar risico indicatoren. Bestuurlijke aandacht voor een locatie maakt eveneens onderdeel uit van de risico indicatoren, waardoor inzet bij bestuurlijke dossiers geborgd is.
De ODZOB voert als basistaak de energiecontroles uit bij alle gemeenten in de regio. Deze energiecontroles worden tot en met 2026 gefinancierd vanuit de Speciale Uitkering Toezicht en Handhaving Energie (SPUK-THE). Een voorwaarde van deze SPUK-THE financiering is dat de ODZOB namens de gemeenten ook het al bestaande toezicht gericht op energiebesparing blijft uitvoeren. Dit is het jaarlijkse brancheproject Energiebesparing dat wordt opgepakt van het ROK. Momenteel wordt ongeveer 10% van het energietoezicht bekostigd vanuit het ROK. De overige 90% wordt gefinancierd vanuit de SPUK-THE. Het is nog onzeker of en in welke vorm de speciale uitkering een vervolg krijgt na 2026.
Het toezicht op de Werkgebonden Personen Mobiliteit (WPM) is een basistaak. Dit betreft regelgeving gericht op CO2 reductie van woon-werkverkeer en zakelijk verkeer van werknemers van bedrijven met tenminste 100 werknemers. Er is voor 2026 gekozen om de uitvoering van dit toezicht via de prioritering van het ROK op te pakken.
In 2025 is de conceptregeling voor de implementatie van de Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) gepubliceerd. Vanuit de collectieve taken wordt nagegaan in hoeverre de richtlijn doorwerking zal krijgen in het milieutoezicht vanaf 2026.
Om het toezicht uit te kunnen voeren worden er door de ODZOB projectplannen opgesteld. Deze projecten worden vervolgens opgenomen in een jaarplanning. We houden vinger aan de pols door de voortgang van de projecten en de budgetten te monitoren. Ook de ontwikkelopdrachten met betrekking tot kwaliteit zijn ondergebracht in blok 4. Zie voor een planning bijlage 2.
Bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving
Blok 5 is erop gericht om, met de ons ter beschikking staande handhavingsinstrumenten, opvolging te geven aan overtredingen die vanuit toezicht zijn gesignaleerd. Hierbij wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toegepast. De werkzaamheden om een overtreding te beëindigen (herstelsanctie) bevatten naast het opstellen van een voornemen en beschikking tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang ook dwangsomcontroles. Ook de behandeling van verzoeken om handhaving vallen onder blok 5.
Als ook nog vermoed wordt dat de regels bewust zijn overtreden, kan daarnaast ook strafrechtelijk onderzoek worden gedaan. Dit wordt afgestemd met het Functioneel Parket (FP) en/of de politie en kan leiden tot de inzet van de milieu-boa’s van de ODZOB. In de meeste gevallen leidt de inzet van onze boa’s tot een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke strafbeschikking milieu. Onder regie van het FP is het ook mogelijk dat onze boa’s een bijdrage leveren aan grotere opsporingsonderzoeken, waarvoor primair de politie, ILT-IOD of NVWA-IOD aan de lat staan.
In 2025 is gestart met een team handhaving. Alle bestuurs- en strafrechtelijke handhavingscontroles worden door dit team gecoördineerd en uitgevoerd. Hierbij wordt optimaal samengewerkt met onze juristen en toezichthouders. Daarmee is de gewenste koppeling gemaakt tussen het bestuurs- en strafrecht, in lijn met de uitgangspunten van de LHSO. De ODZOB voldoet daarmee aan de landelijke kwaliteitscriteria VTH.
We werken naar een meer risicogerichte toezichthouding. Dit gaan we doen op basis van een landelijk risicoprofiel, dat we in 2026 gaan implementeren. We houden op de volgende milieubelastende activiteiten toezicht:
In overleg met betreffende gemeenten worden de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden.
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Dit geldt ook voor het toezicht hierop.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
De hoeveelheid meldingen ziet de ODZOB door de grotere focus op de energietransitie en klimaat fors toenemen. Ook heeft de ODZOB geconcludeerd dat de uitvoering van de aanleg van de systemen niet altijd naar wens plaatsvindt. Gebaseerd op het aantal ingediende meldingen en een risicogerichte aanpak, wordt op deze basistaak regiobreed ingezet. Hierbij wordt uitgegaan van fysiek toezicht op 10% van de systemen. Dit toezicht vindt bij de aanleg plaats.
We voeren toezicht op asbest risicogericht en informatiegestuurd uit. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden niet of minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden nauwkeurig geïnspecteerd. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen.
De uitvoering doen we volgens het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat vanaf 1 januari 2024 geldt.
De uitvoering van ketentoezicht is voor de ODZOB een wettelijke basistaak. Ten aanzien van ketentoezicht zijn in de Kwaliteitscriteria 3.0 eisen aan organisaties gesteld die deze taken (of werkzaamheden) uitvoeren: minimaal 6 medewerkers (die ieder 900 uur aan ketentoezicht spenderen) die voldoen aan bepaalde criteria.
Om hieraan te kunnen voldoen is de samenwerking opgezocht met de drie andere OD’s in Brabant.
De insteek is om gezamenlijk te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. De drie directeuren van de OD’s in Brabant hebben een ambitiedocument vastgesteld. De ODZOB pakt het inregelen van het integrale ketentoezicht op vanuit de Meerjarenontwikkelaanpak. Het programmatisch ketentoezicht heeft betrekking op meerdere verwerkingsketens, met name bodem, asbest en afval. De uitvoeringsstructuur (inclusief onderbouwing financiën en capaciteit) wordt in 2026 Brabantbreed opgetuigd.
Juridische ondersteuning toezicht en handhaving
Een deel van de juridische inzet op handhaving valt onder het ROK (zie paragraaf 4.1.4.). De inzet op bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijke handhaving zoals in paragraaf 4.1.4 beschreven voeren we onder dit hoofdstuk ook uit voor bodem, GBES en asbest.
Daarnaast bieden we juridische ondersteuning op alle wetsdomeinen als het gaat om onderstaande taken (deze taken maken dus geen onderdeel uit van het ROK-budget voor toezicht en handhaving):
Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. handhavingsprocedures. Hieronder valt het opstellen van een verweerschrift en de vertegenwoordiging van het college in rechte. In principe gaat het altijd om besluiten die door de ODZOB in mandaat zijn genomen. De bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift ligt bij het college, de behandeling van een beroep of hoger beroep tegen een dergelijk besluit valt wel onder deze paragraaf.
Invorderingsprocedures tot en met het nemen van een invorderingsbesluit. Dit houdt het vervolg in bij de vaststelling van een overtreding van een opgelegde last. Hieronder valt de verbeurtebrief (kennisgeving van de verbeurde dwangsom) die gepaard gaat met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen besluit alsmede het besluit tot invordering van de verbeurde dwangsom. Het traject dat daarna volgt, zoals de aanmaning en de invordering bij dwangbevel blijft een bevoegdheid van de gemeente.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken.
Onder de adviestaken vallen alle door de ODZOB, op verzoek van de gemeenten, uitgevoerde taken die:
Onder de overige taken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn vergunningverlening bij bouwactiviteiten, advisering technische bouwtoets, advisering bij afwijkingen of opstellen van omgevingsplannen (alle milieuthema’s), advisering erfgoed en welstand. Met de komst van de Omgevingswet dienen de milieuthema’s geïntegreerd te worden in de omgevingsplannen.
Hierbij wordt ondersteuning gevraagd bij het opstellen van regels in het omgevingsplan, met een toenemende vraag om beleidsmatig ondersteuning te bieden. En ook de programma’s Externe Veiligheid worden op verzoek opgesteld.
Ook vallen beoordelingen akoestische- of geurrapporten, ondersteuning bij geluidsaneringsprojecten, zonebeheer of inzet op geluidsmetingen onder de adviestaken. Tevens ondersteunen we deelnemers door uitvoeringsbeleid op het gebied van geluid en geur op te stellen.
De gemeenten kunnen deze gebruiken om hun beleid te actualiseren.
Daarnaast ligt er een grote opgave voor het omzetten van gezoneerde industrieterreinen naar de nieuwe methodiek onder de Omgevingswet. De ODZOB is projectmatig deze omzetting voor de belanghebbende gemeenten aan het doorvoeren.
De ODZOB voert in opdracht van de provincie op het thema circulaire economie, een meerjarige opdracht uit tot en met 2027. Deze opdracht richt zich op de volle breedte van VTH-werk waaronder vergunningverlening. De mogelijkheden voor vergunningverlening zitten hem in het bespreken van circulaire economie bij vooroverleg, het opnemen van voorschriften over afvalpreventie en grondstoffengebruik en het bieden van experimenteerruimte voor initiatieven gerichte op circulaire economie. Daarnaast dienen beoordelingen voor einde afvalstof te worden uitgevoerd, zodat een afvalstof gemakkelijker als een grondstof kan worden ingezet. De opdracht van de provincie is in eerste instantie gericht op de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag, maar waar mogelijk trekken we dit breder naar de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag, wanneer de ontwikkelingen in de markt daarom vragen. Dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan einde afvalstofbeoordelingen of experimenteerruimte. De mogelijkheid om CE te verweven in het milieutoezicht kan vorm krijgen door aandacht te geven aan en toezien op gescheiden afvalstromen, de wijzen van verwerking (de juiste verwerking, zo hoogwaardig mogelijk) en op bewustwording bij bedrijven. Ook biedt ketentoezicht kansen om bij te dragen aan circulaire economie. In 2025 inventariseren we wat de ODZOB in de uitvoering op het gebied van circulaire economie nog meer kan betekenen voor de deelnemers. In 2026 zal hier verder invulling aan worden gegeven.
Informatieanalyse, -verstrekking en –gegevensbeheer
Vanuit diverse hoeken krijgt de ODZOB vragen om informatie. In de meeste gevallen zijn het vragen die betrekking hebben op een vergunning- of handhavingsprocedure en daarmee onder de basistaken van het werkprogramma vallen. Vaak worden er echter ook raadsvragen of persvragen gesteld, waarbij wij gevraagd worden om het college hierover te adviseren.
Gerelateerd aan de VTH-processen worden op verzoek gegevens bijgehouden in diverse systemen. Het gegevensbeheer valt onder deze categorie. In bijlage 3 is per deelnemer aangegeven welke gegevens er worden bijgehouden.
Wij rapporteren minimaal 1 keer per jaar over de uitvoering van alle VTH-taken met het jaarverslag.
Deze rapportage is ondergebracht in deze categorie.
Ook de gerelateerde taken en de werkzaamheden van de accountmanagers vallen hieronder.
Bijlage 2 A. Implementatieplan jaarschijf 2026
Implementatieplan: jaarschijf 2026
Er is een (interne) opdracht verstrekt om te komen tot een implementatieplan, als concreet en realistisch hulpmiddel om alle gewenste doelstellingen en verbeteracties voor de komende 4 jaar te kunnen realiseren. De beschikbare middelen en capaciteit voor het implementeren van alle noodzakelijke acties zijn beperkt. In 2025 zijn diverse projecten gepland op gebied van toezicht en verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht.
Voor 2026 is opnieuw een planning in de maak van diverse opgaven. Hierbij worden alle opgaven verdeeld in 3 groepen:
Daarbij de volgende kanttekeningen.
De doelenboom is nu nog dezelfde als bij de vaststelling van het ROK is meegezonden. Er lopen nog twee opgaven om deze doelenboom te verbreden (met asbest en bodem) en te verfijnen. We verwachten in het voorjaar 2026 een aangepaste versie van de doelenboom. Dit heeft geen gevolgen voor de keuze van de opgaven.
De samenhang tussen de drie delen is schematisch weergegeven in de onderstaande afbeelding:
B. Jaarprogramma 2026: Toezichtprojecten en ontwikkelopgaven
|
Energiedragers Lithium-ion batterijen & Energieopslagsystemen |
||
|
Risicogericht kleine branches: RWZI, minerale olie, recycling kunststof, Grondbanken / grondreiniging |
||
Deel 2 Kwaliteitsopgaven ROK-VTH 2026
Deel 3 Ontwikkelopgaven Meerjarenaanpak 2026*
Onder de noemer Kwaliteitsverbetering operationele taken (afkomstig van ROK-VTH-bodem-asbest):
*: De ontwikkelopgaven worden afzonderlijk voorgelegd aan het AB in december 2025. Dit kan nog voor wijzigingen zorgen op dit voorgestelde programma voor 2026.
Bijlage 3 Overzicht werkzaamheden
|
Administratieve en procedurele afhandeling meldingen en vergunningen |
|
|
BIS (alleen voor nieuwe bodemtaken onder OW en bodemtaken waarvoor de Provincie het bevoegd gezag is) |
|
In dit provinciale programma met verplichte deelname werkt onze gemeente samen met de provincie, de Omgevingsdiensten en alle andere Brabantse gemeenten, waterschappen, het Openbaar ministerie, de politie en terreinbeheerders, om misstanden in het buitengebied aan te pakken. Het gaat dan o.a. om de aanpak van stroperij, wild crossen en (drugs)afvaldumpingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-69818.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.