Gemeenteblad van Borger-Odoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borger-Odoorn | Gemeenteblad 2026, 69007 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borger-Odoorn | Gemeenteblad 2026, 69007 | beleidsregel |
Beleidsregel Tijdelijke woning op eigen erf gemeente Borger-Odoorn
Het college van burgemeester en wethouder,
Overwegende dat, het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen rondom tijdelijke woning op eigen erf: omdat,
Gelet op artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en w: 3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 4.2 lid 1 en 5.53 lid 1 Omgevingswet.
[De grondslag bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Gelet op artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 4.2 lid 1 en 5.53 lid 1 Omgevingswet.]
Vast te stellen de beleidsregel ‘Tijdelijke woning op eigen erf gemeente Borger-Odoorn’.
Deze regeling is van toepassing op bijgebouwen behorende bij een woning op een erf met alleen een woonfunctie voor zover deze overeenkomstig de wet- en regelgeving zijn gebouwd of worden gebouwd. Locaties met de bestemming ‘bedrijfswoning’, ‘recreatiewoning’ en ‘Agrarisch bedrijf’ zijn bij voorbaat uitgesloten.
Direct na afloop van de looptijd van de omgevingsvergunning dient de in zijn geheel- of in delen verplaatsbare tijdelijke woning te worden verwijderd. Indien er gebruik gemaakt wordt van een permanent bijbehorend bouwwerk, dan dienen de gerealiseerde woonvoorzieningen (zoals keuken, badkamer en toilet) worden verwijderd;
Indien het op basis van de gegevens van de aanvraag redelijkerwijs te voorzien is dat binnen de vergunningsperiode een mantelzorgsituatie zal ontstaan, of indien de aanvraag expliciet de bedoeling heeft dat er mantelzorg verleend gaat worden, dient het ontwerp van de tijdelijke woning hierop te worden afgestemd.
Het ontwerp moet voldoen aan de volgende eisen:
Indien er binnen de looptijd van de omgevingsvergunning een mantelzorgsituatie ontstaat, dient men dit te melden bij de gemeente. Er kan een aanvullende medische verklaring worden geëist inhoudende een gemotiveerde indicatiestelling door een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur waaruit blijkt dat het gaat om het verlenen van mantelzorg;
Buiten de bebouwde kom mag worden afgeweken van de eis voor de maximaal toelaatbare oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij het oorspronkelijke hoofdgebouw, mits niet meer dan 60% van het totale achtererfgebied bebouwd wordt. Voorwaarde is dat het gaat om een geheel of in delen verplaatsbare tijdelijke woning, die niet groter is dan 50 m²;
Voor het afvoeren van riool- en regenwater moeten passende maatregelen getroffen worden. De aanvrager dient tijdig contact op te nemen met de gemeente om te laten toetsen of en op welke wijze aansluiting op water- en rioleringsvoorzieningen kan plaatsvinden. Werkzaamheden in grond van de gemeente worden uitgevoerd in opdracht van de gemeente, en de kosten worden bij de eigenaar in rekening gebracht, tenzij anders overeengekomen;
Met deze beleidsregel kiest het college voor een gereguleerde benadering van tijdelijke woningen op eigen erf. Een tijdelijke woning kan bijdragen aan het opvangen van urgente en veranderende woonbehoeften, zoals mantelzorgsituaties, intergenerationeel wonen en het tijdelijk bieden van woonruimte aan starters of andere aandachtsgroepen. Tegelijkertijd kan het toevoegen van tijdelijke woningen, wanneer dit ongericht plaatsvindt, leiden tot extra druk op de woonomgeving en ongewenste navolging richting permanente bewoning. De beleidsregel is daarom gericht op het bieden van flexibiliteit binnen duidelijke kaders, zodat ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en de uitgangspunten van het omgevingsplan worden gewaarborgd.
De tijdelijke woning op eigen erf is bedoeld voor reguliere bewoning. Door bewoning te beperken tot één duurzaam huishouden en recreatief gebruik uit te sluiten, wordt voorkomen dat tijdelijke woningen leiden tot wisselende bezetting, verkamering of oneigenlijk gebruik. Het tijdelijk toekennen van een eigen huisnummer en inschrijving op dit adres zorgt voor duidelijkheid over de feitelijke bewoning en draagt bij aan handhaafbaarheid.
Het tijdelijke karakter van de tijdelijke woning staat centraal. De maximale looptijd van de omgevingsvergunning is bewust begrensd tot 15 jaar, zodat kan worden ingespeeld op de tijdelijke woonvraag zonder dat er permanente woningvorming ontstaat. Aan de vergunning kunnen geen rechten worden ontleend voor permanente bewoning, kadastrale verzelfstandiging of woningsplitsing. Na afloop van de vergunning dient de tijdelijke woning te worden verwijderd, zodat het tijdelijke karakter ook feitelijk wordt geborgd. Als een bestaand bouwwerk is aangepast tot een tijdelijke woning moeten de aangebracht woonvoorzieningen weer worden verwijderd.
Op basis van aangeleverde gegevens kan het aannemelijk zijn dat er binnen de looptijd van 15 jaar een mantelzorgsituatie ontstaat, bijvoorbeeld omdat de toekomstige bewoner de AOW-leeftijd heeft bereikt of vanwege een progressieve aandoening. Als tijdens het gebruik van de tijdelijke woning een mantelzorgsituatie ontstaat, moet je dit melden bij de gemeente. Zo borgen we dat tijdelijke woningen in deze gevallen daadwerkelijk worden ingezet voor het verlenen van zorg en niet voor andere doeleinden. Zo voorkomen we misbruik van de regeling.
De tijdelijke woning dient te passen binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen bijhorende bouwwerken. Hiermee sluiten we aan bij geldende kaders waardoor niet een erf volledig bebouwd wordt. In stappen kan bepaald worden waar en hoeveel bebouwing is toegestaan. Deze te nemen stappen zijn te vinden op: https://iplo.nl/thema/bouw/bouwen-vergunning-melding/bijbehorende-bouwwerken/stappenplan-bepaling-vergunningvrij-bouwen/
Buiten de bebouwde kom bieden we onder voorwaarden extra ruimte voor een verplaatsbare tijdelijke woning, waarbij bewust is gekozen voor een beperkte maximale oppervlakte (50 m²) en een begrenzing van de bebouwing op het erf (niet meer dan 60% van het totale achtererfgebied). Dit waarborgt dat de tijdelijke woning ondergeschikt blijft aan het hoofdgebouw.
Ook in vorm en uitstraling dienen tijdelijke woningen aan te sluiten bij het hoofdgebouw. Dit draagt bij aan een rustig en samenhangend beeld van het erf en voorkomt dat een tijdelijke woning visueel of functioneel als zelfstandige woning wordt ervaren.
Het toevoegen van een tijdelijke woning leidt tot een intensiever gebruik van het erf. Door eisen te stellen aan de situering ten opzichte van het hoofdgebouw (maximaal 15 meter) en de perceelgrenzen (minimaal 3 meter) blijft de tijdelijke woning ondergeschikt en worden effecten op privacy, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit beperkt. De bereikbaarheid van de tijdelijke woning vindt plaats via bestaande in- en uitritten, zodat verkeersveiligheid en het straatbeeld niet onder druk komen te staan.
Daarnaast wordt parkeren in beginsel op eigen terrein opgelost. Door dit uitgangspunt te hanteren en aan te sluiten bij actuele parkeernormen wordt voorkomen dat parkeerdruk wordt afgewenteld op de openbare ruimte. Het toevoegen van een tijdelijke woning wordt bovendien getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), zodat het gebruik past binnen de ruimtelijke context van het perceel en de omgeving.
Een tijdelijke woning op eigen erf vraagt om een zorgvuldige inpassing in de omgeving. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij omwonenden tijdig informeren over het voornemen, zodat mogelijke aandachtspunten vroegtijdig inzichtelijk worden en kunnen worden meegewogen. Daarnaast mag het toevoegen van een tijdelijke woning geen belemmering vormen voor omliggende functies en ontwikkelingsmogelijkheden, waaronder die van (agrarische) bedrijven.
Ook wordt beoordeeld of de tijdelijke woning geen onevenredige afbreuk doet aan aanwezige ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Hiermee wordt geborgd dat een tijdelijke woning niet ten koste gaat van ruimtelijke kernkwaliteiten en de kwaliteit van de leefomgeving.
Een belangrijk uitgangspunt is dat een tijdelijke woning een particulier initiatief betreft, waarbij de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor de uitvoerbaarheid. Dit geldt onder meer voor een passende aansluiting op water- en rioleringsvoorzieningen en de daarmee samenhangende kosten, zodat geen afwenteling plaatsvindt op de gemeente of de openbare ruimte. Daarnaast wordt vastgelegd dat eventuele aanspraken op nadeelcompensatie die voortvloeien uit het initiatief voor rekening van de initiatiefnemer komen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-69007.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.