Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2026, 6897 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2026, 6897 | beleidsregel |
Nota reserves en voorzieningen 2025-2028
De nota reserves en voorzieningen van 2021-2024 wordt vervangen door voorliggend document en geldt voor de periode 2025-2028. De nota gaat met terugwerkende kracht in vanaf 01-01-2025. Met deze nota leggen we vast wat voor typen reserves we onderscheiden en wanneer er reserves en voorzieningen gevormd mogen worden. Hiermee zorgen we voor transparantie en eenduidigheid met welk doel reserves en voorzieningen worden gevormd, besteed en beheerd. Indien het doel waarvoor een reserve of voorziening is ingesteld komt te vervallen, wordt ook de desbetreffende reserve of voorziening opgeheven. De nota reserve- en voorzieningenbeleid wordt iedere 4 jaar geactualiseerd. Het beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen is een verantwoordelijkheid van de raad. Daarbij moet voldaan worden aan datgene wat hierover is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening van gemeente Helmond. De nota wordt vastgesteld door de raad. Jaarlijks wordt bij de begroting inzicht geboden in de stand van zaken m.b.t. alle reserves en voorzieningen, inclusief de beoogde onttrekkingen en stortingen in dat jaar en een meerjarige raming. Met het vaststellen van de jaarlijkse begroting worden ook de daarin opgenomen meerjarige onttrekkingen en stortingen door de raad vastgesteld en geautoriseerd.
In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de definitie van een reserve en voorziening. In hoofdstuk 2 en 3 worden de verschillende soorten reserves en voorzieningen toegelicht. Hoofdstuk 4 gaan we in op de algemene- en specifieke kaders voor reserves en voorzieningen. Tot slot wordt in de bijlagen de relevante wet- en regelgeving gepresenteerd en een overzicht gegeven van de actuele reserves.
1 Definitie reserves en voorzieningen
Een reserve is onderdeel van het eigen vermogen en vrij besteedbaar. Een financiële dekkingsbron voor toekomstige lasten, gevormd door overschotten of stortingen vanuit de exploitatie. Door een reserve te vormen wordt voorkomen dat huidig beleid een beslag legt op toekomstige begrotingsmiddelen.
Een voorziening is onderdeel van het vreemd vermogen en besteding kent een verplicht karakter. Dit betekent dat in tegenstelling tot reserves de vorming, voeding en aanwending van voorzieningen niet vrij is. Tegenover voorzieningen staan namelijk verplichtingen. Een voorziening wordt ingezet voor toekomstige verplichtingen of kosten waarvan de omvang of het tijdstip van betaling onzeker is, maar waarvan het wel waarschijnlijk is dat ze zich zullen voordoen.
Het BBV onderscheidt 2 soorten reserves: de algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen deze 2 categorieën is een nadere onderverdeling mogelijk welke er voor de gemeente Helmond als volgt uit ziet:
De algemene reserve vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente, omdat er geen specifieke bestemming aan is toegekend. De algemene reserves hebben een bufferfunctie en dienen om onvoorziene risico’s en exploitatietekorten op te kunnen vangen. Op deze reserves liggen geen claims en ze worden uitsluitend aangesproken in het geval dat de begroting en eventuele bestemmingsreserves geen oplossing bieden voor een financiële tegenvaller of wanneer risico’s zich voordoen waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd.
De algemene reserves vormen, samen met de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit, het weerstandsvermogen van de gemeente. De omvang van het weerstandsvermogen dient voldoende te zijn om de gekwantificeerde risico’s die de gemeente loopt (m.u.v. de gekwantificeerde risico’s waarvoor een voorziening is gevormd) af te dekken. De minimale omvang van de algemene reserve wordt bepaald door de weerstandsratio en de hoogte daarvan is door de gemeenteraad vastgelegd in onze financiële verordening.
2.2 Algemene reserve grondbedrijf
Het grondbedrijf is binnen de gemeentelijke begroting een gesloten circuit. De algemene reserve grondbedrijf heeft feitelijk dezelfde functie als de reguliere algemene reserve. De algemene reserve grondbedrijf heeft als doel om de (jaarrekening)resultaten van het grondbedrijf op te vangen. De grondexploitatie werkt met verwachte winsten en verliezen. Voor grondexploitaties met een verwacht negatief eindresultaat wordt een voorziening gevormd. Jaarlijks worden bij de jaarrekening alle grondexploitaties uitgebreid herzien en worden de verwachte eindresultaten geactualiseerd. Dit leidt tot bijstellingen van de voorziening bij verliesgevende grondexploitaties en nieuwe of bijgestelde winstnemingen bij winstgevende grondexploitaties. Deze mutaties op de voorziening en de tussentijdse winstnemingen vormen samen het jaarrekeningresultaat van het grondbedrijf. De resultaten van de totale grondexploitaties in enig jaar worden verrekend met de algemene reserve grondbedrijf, evenals de vrijval van de voorzieningen binnen het grondbedrijf.
2.3 Specifieke bestemmingsreserves
Het uitgangspunt in de gemeentelijke begroting is dat structurele taken en activiteiten structureel zijn gedekt en dat incidentele zaken/budgetten incidenteel worden gedekt. De raad heeft de bevoegdheid om voor een specifiek doel met een tijdelijk karakter een specifieke bestemmingsreserve te vormen. Deze reserve mag alleen besteed worden voor de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend.
Dekkingsreserves worden ingesteld wanneer sprake is van een investering waarvoor incidenteel dekking beschikbaar is voor de kapitaallasten. Echter schrijft het BBV voor dat de kapitaallasten van de investering structureel in de begroting moeten worden opgenomen. De incidentele middelen worden dan toegevoegd aan de dekkingsreserve kapitaallasten waaruit de jaarlijkse afschrijvingslasten van de desbetreffende investering worden bekostigd door een onttrekking aan de dekkingsreserve kapitaallasten. Deze reserves kennen veelal een langere looptijd, aangezien ook de kapitaallasten van de investering een lange looptijd kennen. Het moment dat de investering volledig is afgeschreven is tevens het moment dat de reserve, voor dat onderdeel, op 0,- uitkomt.
Egalisatiereserves kunnen worden ingesteld voor beleidsterreinen/onderwerpen waar de jaarlijkse kosten en/of inkomsten kunnen fluctueren. Het uitgangspunt is dat er jaarlijks in de begroting een bedrag beschikbaar is dat overeen komt met de gemiddelde lasten en baten per jaar. In de jaren waarin er minder kosten worden gemaakt of meer inkomsten zijn dan het gemiddelde, kan er een dotatie aan de egalisatiereserve plaatsvinden. In de jaren dat er meer kosten worden gemaakt of minder inkomsten zijn dan het gemiddelde, kan er een onttrekking aan de reserve plaatsvinden.
Bij egalisatiereserves dient bij de vorming van de reserve duidelijk te zijn voor welke budgetten/begrotingsposten de egalisatiereserve is ingesteld. Bij de begroting wordt een geprognosticeerde storting of onttrekking aan de reserve opgenomen. De jaarlijkse realisatie van de storting dan wel onttrekking aan de reserve kan afwijken van dit geprognosticeerde bedrag.
Een projectreserve is een bestemmingsreserve die wordt ingesteld voor de (tijdelijke) financiering van een specifiek project of programma. Het doel van een projectreserve is om beschikbare middelen tijdelijk vast te leggen totdat deze daadwerkelijk nodig zijn voor de uitvoering van het project. Op deze manier wordt de financiële dekking geborgd en ontstaat transparantie in de besteding van middelen over meerdere jaren. In het geval van investeringsprojecten worden de gereserveerde middelen overgeheveld naar de dekkingsreserve kapitaallasten.
Kenmerken van een projectreserve:
Na afronding van het project wordt de reserve opgeheven en vallen de restantmiddelen vrij ten gunste van de algemene middelen.
Gedurende de periode van deze nota wordt de opzet voor een projectreserve toegepast, geëvalueerd en mogelijk bijgeschaafd.
4 Kaders voor reserves en voorzieningen
Het wettelijk kader wordt beschreven in artikel 42 t/m 45, 49, 54 en 55 van het BBV. Daarnaast heeft de commissie BBV via notities, stellige uitspraken en richtlijnen het kader verder ingevuld. De nota reserves en voorzieningenbeleid is gebaseerd op deze wettelijke uitgangspunten. De uitwerking hiervan en het verschil tussen een reserve en voorziening kan als volgt uitgelegd worden:
4.2.1 Verantwoording reserves en voorzieningen in de P&C cyclus
Bij het opstellen van de begroting en meerjarenraming worden de reserves en voorzieningen integraal beoordeeld en wordt onder andere gekeken naar de noodzaak voor het aanhouden van de reserves en voorzieningen en de benodigde omvang. Een meerjarig overzicht van de reserves en voorzieningen wordt in de programmabegroting opgenomen. Mutaties op reserves vereisen de instemming van de gemeenteraad. De gemeenteraad keurt met het vaststellen van de begroting de voorgenomen onttrekkingen en stortingen in de reserves goed.
Tussentijdse wijzigingen op reserves en voorzieningen worden gerapporteerd in de bestuursrapportages of individuele raadsvoorstellen voor de bijstelling van de begroting. Na goedkeuring door de gemeenteraad wordt de begroting hierop aangepast.
Jaarlijks wordt bij de jaarrekening een toelichting op de balans gegeven. De mutaties en vrijval op de reserves en voorzieningen in dat jaar worden toegelicht, zie artikel 54 en 55 BBV in bijlage 1. Door de vaststelling van de jaarrekening door de gemeenteraad vindt vaststelling plaats van de gerealiseerde onttrekkingen en stortingen in reserves en voorzieningen.
4.2.2 Reserves en voorzieningen mogen geen negatief saldo hebben
Voorzieningen kunnen niet negatief zijn, omdat het doel van de voorziening is de lasten te kunnen dragen van toekomstige verplichtingen, verliezen, risico’s en bestemde middelen van derden. Wanneer de omvang van de voorziening niet toereikend is, moeten er middelen gedoteerd worden. Een negatieve voorziening is daarom niet mogelijk.
Negatieve bestemmingsreserves zijn niet toegestaan door het BBV. Een negatieve bestemmingsreserve geeft namelijk een kunstmatig te hoog beeld van de algemene reserve.
4.3.1 Het aantal reserves wordt zoveel mogelijk beperkt.
Reserves worden ingesteld voor een bepaald (bestedings)doel en met een bestedingsplanning. Om grip te houden op de middelen die afgezonderd worden van de beschikbare ruimte, gaan we terughoudend om met het vormen van reserves. Voor een gezonde financiële positie dienen lasten zoveel mogelijk in de exploitatie opgenomen te worden. De gezondheid van de financiële positie wordt getoetst aan de hand van meerdere kengetallen in de begroting en jaarrekening, onder andere aan de solvabiliteitsratio. Dit wil zeggen dat het eigen vermogen wordt afgezet tegen het vreemd vermogen. Aan de hand hiervan kan beoordeeld worden of er voldoende eigen vermogen is.
4.3.2 Inzet van de algemene reserve
Reserves vormen het eigen vermogen van de gemeente. De algemene reserve en de reserve grondbedrijf vormen een onderdeel van de berekening van het weerstandsvermogen. De overige reserves worden niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen omdat hier een bestemming aan ten grondslag ligt.
Incidentele inzet van de algemene reserve kan pas plaatsvinden na integrale afweging en in eerste instantie alleen voor het meerdere boven de norm van het weerstandsvermogen. Met uitzondering van een negatief rekeningresultaat, onvoorziene omstandigheden die niet afgedekt kunnen worden binnen de begroting en wanneer risico’s zich voordoen.
Surplus aanwenden ter dekking structurele exploitatielasten
Een nieuwe mogelijkheid is het surplus in de algemene reserve aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Van dit vrij besteedbare deel, het surplus, mogen gemeenten 10% inzetten voor structurele lasten. Deze maatregel is geen oplossing voor structurele tekorten, maar kan helpen om actuele knelpunten op te lossen.
Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20% is en blijft. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld. Ook moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.
De structurele onttrekkingen aan de algemene reserve moeten worden opgenomen in het overzicht van structurele reservemutaties. Door de inzet te koppelen aan zowel de solvabiliteit als het weerstandsvermogen wordt het gebruik van de algemene reserve alleen toegestaan als er voldoende eigen vermogen is en de geïnventariseerde risico’s zijn afgedekt.
4.3.3 Bestemmingsreserves zijn reserves die voor een bepaald (bestedings)doel zijn gevormd.
Om een doelmatige inzet van middelen mogelijk te maken en te voorkomen dat middelen “geparkeerd” worden zonder concreet bestedingsdoel, worden voor de vorming van specifieke bestemmingsreserves de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Na het verstrijken van de looptijd van de reserve vallen de middelen vrij t.g.v. de algemene middelen en kan integraal afgewogen worden op welke doelen de Raad wil inzetten. Indien bij het verstrijken van de looptijd geconstateerd wordt dat eventuele restantmiddelen langer nodig zijn, is hiervoor een nieuw raadsbesluit nodig waarbij doel en looptijd opnieuw integraal worden afgewogen.
Reserves vormen het eigen vermogen van de gemeente. De algemene reserve en de reserve grondbedrijf vormen een onderdeel van de berekening van het weerstandsvermogen. De overige reserves worden niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen omdat hier een bestemming aan ten grondslag ligt. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om reserves in te stellen en op te heffen binnen de grenzen van de regelgeving, zoals opgenomen in het BBV. Op grond van het BBV besluit de gemeenteraad over de stortingen en/of onttrekkingen aan de reserves. Om te voorkomen dat onrechtmatig gehandeld wordt, moet een onttrekking of dotatie aan een reserve in het betreffende begrotingsjaar bekrachtigd worden door de raad. Een reserve mag uitsluitend aangewend worden voor het doel waarvoor de reserve gevormd is, of de raad moet anders besluiten. Er kan tot maximaal het begrote bedrag onttrokken worden aan de reserve.
4.3.5 De vereiste informatie ten behoeve van een nieuw in te stellen reserve
Het voorstel tot instelling van een reserve moet minimaal de volgende gegevens bevatten:
Naam: Benaming van de in te stellen reserve
Aard reserve: Bestemmingsreserve, egalisatie-, project-, kapitaallastenreserve
Programma: Het programma waaraan de reserve wordt gekoppeld
Doel: Het doel waarvoor de reserve wordt ingesteld
Besluit Wanneer is het besluit genomen
Ingangsdatum: De reserve wordt ingesteld per <datum>
Stortingsplan: Het soort dotatie(s) waarmee de reserve wordt gevoed
Bestedingsplan: De fases met mijlpalen weggezet in tijd en euro’s
Opheffingsdatum: De reserve wordt opgeheven per <datum>
4.4.1 Een voorziening wordt ingesteld door de raad
Het is de raad die de voorziening bekrachtigd, maar voorbereiding hierop vindt plaats door het college. Vanwege het dwingende karakter van de voorzieningen, is hier in de regel geen ruimte om af te wijken van wat wordt voorgesteld. Het vormen van een voorziening wordt daarom vanuit praktisch oogpunt veelal achteraf bij de verschillende planning- en controlproducten aan de raad voorgelegd. Echter bij de vorming van een nieuwe voorziening waaraan een beleidswijziging ten grondslag ligt (bijvoorbeeld het vormen van een nieuwe meerjarenonderhoudsvoorziening) dient de raad vooraf een besluit te nemen.
4.4.2 De hoogte van de voorziening
Een voorziening mag niet hoger of lager zijn dan de verplichting, verlies of risico waarvoor de voorziening is gevormd. Bij de jaarrekening worden jaarlijks de voorzieningen onderbouwd. Er wordt getoetst of de hoogte van de voorziening gegrond is. Een voorziening mag namelijk niet hoger of lager zijn dan de verplichting, verlies of risico waarvoor de voorziening is gevormd. Aan de hand van een analyse of onderbouwing worden er bij de jaarrekening mogelijk middelen (bij)gestort of vallen vrij. In het geval dat het doel waarvoor de voorziening gevormd is, komt te vervallen, dan zal ook de voorziening vrijvallen. Het vrijvallen van de voorziening vindt dan plaats op het desbetreffende programma. In de begroting wordt jaarlijks een overzicht opgenomen van de beoogde dotaties en inzet van de voorzieningen.
4.4.3 Dotaties en onttrekkingen aan voorzieningen
Er vinden vanuit de exploitatie geen onttrekkingen plaats aan voorzieningen, lasten die betrekking hebben op de gevormde voorziening komen direct ten laste van de voorziening op de balans.
Dotaties aan bestaande voorzieningen die binnen de budgettaire ruimte van een programma kunnen plaatsvinden, vergen geen afzonderlijk raadsbesluit. Indien een noodzakelijke dotatie aan een voorziening leidt tot een overschrijding van het desbetreffende programmabudget, dan dient hiervoor een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd te worden.
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 16 december 2025.
De raad voornoemd,
de voorzitter,
17-12-2025
de griffier,
17-12-2025
Bijlage 1 Relevante wet- en regelgeving
BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING GEMEENTEN PROVINCIES (BBV)
Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat:
De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste:
De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat ten minste:
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht.
Bijlage 2: Lijst van de huidige reserves en voorzieningen
Onderstaand wordt per reserve en voorziening inzichtelijk gemaakt waarvoor de reserve is ingesteld, wat de voeding is van de reserve en wat de einddatum is. Voor nieuw in te stellen kredieten worden de criteria zoals genoemd in hoofdstuk 4.3.5 gehanteerd.
We zijn voornemens de volgende bestemmingsreserves bij de begroting 2026 op te heffen, derhalve worden deze verder niet toegelicht:
|
Middelen voor het opvangen van de rente- en beheerlasten in verband met het voortzetten van de startersleningen. Betreft een risico-reserve. |
|
|
Reserve ter dekking van de uitgaven in het kader van Flankerend Beleid Wonen zoals vastgesteld in de gelijknamig nota. |
|
|
De reserve Sociaal Domein fungeert als risicobuffer om financiële mee- en tegenvallers in de uitvoering van het Sociaal Domein, te weten Jeugdwet, Wmo en Participatiewet, op te vangen. |
|
|
Deze reserve wordt ingezet voor egalisatie van de kosten voor het uitvoeren van groot onderhoud aan de gemeentelijke eigendommen (Gebouwenexploitatie) |
|
|
Om de voorziene kosten mobiliteit op te vangen, liggen harde afspraken onder. Tijdelijk aangevuld met RVU aanspraken. |
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-6897.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.