Gemeenteblad van Gulpen-Wittem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gulpen-Wittem | Gemeenteblad 2026, 68515 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gulpen-Wittem | Gemeenteblad 2026, 68515 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026
Hoofdstuk 3 Raadsenquête (artikel 155a Gemeentewet)
Artikel 3 Voorbereidingscommissie
De gemeenteraad draagt een voorbereidend onderzoek op aan een voorbereidingscommissie. Dit is een commissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet. De voorbereidingscommissie heeft tot doel te onderzoeken welk controle-instrument het beste kan worden gebruikt en/of het besluit tot het houden van een raadsenquête voorbereid;
De voorbereidingscommissie heeft tenminste tot doel de gemeenteraad te adviseren over eventuele vervolgstappen na afronding van het voorbereidend onderzoek. De resultaten van het voorbereidend onderzoek worden gedeeld met de gemeenteraad, zodat deze op basis van de bevindingen een gemotiveerd besluit kan nemen over het al dan niet instellen van een raadsenquête.
De enquêtecommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid van de Gemeentewet bestaat uit een oneven aantal leden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de commissie op een andere wijze samen te stellen. Bij de samenstelling van de enquêtecommissie zorgt de raad voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen.
De griffier, of een door hem aangewezen ambtenaar, ondersteunt de voorbereidings- en enquêtecommissie als commissiegriffier.
Hoofdstuk 4 Onderzoeksbevoegdheden van de enquêtecommissie
Artikel 10 Uitoefenen bevoegdheden
De enquêtecommissie kan de haar verleende bevoegdheden uitoefenen met ingang van de dag waarop het besluit tot het instellen van de enquêtecommissie door de gemeenteraad is genomen en volgens de juiste wijze bekend is gemaakt, totdat de enquêtecommissie door de gemeenteraad dan wel op grond van artikel 18 van deze verordening wordt ontbonden.
Artikel 12 Vorderen van schriftelijke informatie
Als niet wordt voldaan aan de vordering doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt diegene aan wie de vordering is gericht in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de vordering te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de vordering.
Artikel 13 Zitting en oproepen van getuigen en deskundigen voor verhoor
Binnen vijf werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de verzoektermijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van vijf werkdagen wordt afgeweken.
De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om deze termijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep ook gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van een week wordt afgeweken.
Indien een getuige of deskundige geen gehoor geeft aan de oproep doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene aan wie de oproep is gericht in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de oproep te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de oproep.
Als de enquêtecommissie het vermoeden heeft dat getuigen na het afleggen van de eed niet de waarheid spreken tijdens verhoren dan doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 207 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene die wordt verhoord op de hoogte gebracht van de vermoedens van de enquêtecommissie en in de gelegenheid gesteld alsnog aan de verplichtingen te voldoen door naar waarheid te antwoorden.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Gulpen-Witten op donderdag 5 februari 2026 in Gulpen.
de griffier,
dhr. mr. R. Reichrath
de burgemeester,
mw. ing. N.H.C. Ramaekers - Rutjens
Deze verordening regelt de uitoefening van het onderzoeksrecht van de gemeenteraad van Gulpen-Wittem. Het decentraal enquêterecht is een vergaand instrument dat de gemeenteraad in staat stelt informatie te verkrijgen en zijn controlerende functie uit te oefenen. Hoewel het enquêterecht summier in de Gemeentewet is verankerd, zijn gemeenten verplicht een onderzoeksverordening vast te stellen om nadere regels te stellen aan dit recht. De huidige verordening van Gulpen-Wittem uit 2005 wordt met deze nieuwe verordening ingetrokken.
De belangrijkste vernieuwingen en overwegingen in deze verordening zijn:
Dit artikel definieert de belangrijkste begrippen die in de verordening worden gebruikt, zoals 'College' , 'Enquêtecommissie' , 'Raadsenquête' , 'Onderzoekscommissie' , 'Raadsonderzoek' , 'Voorbereidingscommissie' , 'Vergadering' en 'Hoorzitting'. Dit zorgt voor eenduidigheid in de toepassing van de verordening. De definitie van 'Raadsonderzoek' is hierbij van belang, aangezien dit naast de raadsenquête een nieuw geregeld instrument is.
Dit artikel biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om een 'gewoon' onderzoek in te stellen naar het gevoerde bestuur van het college of het eigen handelen van de raad. Het verschil met een raadsenquête is dat bij een raadsonderzoek de vergaande bevoegdheden van een raadsenquête (zoals de verplichting tot medewerking en het horen onder ede) niet van toepassing zijn. Het besluit tot instelling van een onderzoek moet een duidelijke omschrijving en toelichting bevatten. De mogelijkheid bestaat om de grondslag van het onderzoek gaandeweg te wijzigen naar een raadsenquête indien dit noodzakelijk blijkt. Dit biedt flexibiliteit en proportionaliteit in de inzet van controle-instrumenten. De uitvoering ligt bij een onderzoekscommissie ingesteld op grond van artikel 84 Gemeentewet.
Hoofdstuk 3 Raadsenquête (artikel 155a Gemeentewet)
Artikel 3: Voorbereidingscommissie
Dit artikel introduceert de mogelijkheid van een voorbereidend onderzoek voorafgaand aan een besluit tot een raadsenquête. De voorbereidingscommissie (een artikel 84-commissie) heeft als doel te adviseren over welk controle-instrument het meest geschikt is en/of het besluit tot een raadsenquête voor te bereiden. Belangrijk is dat deze commissie niet beschikt over de dwangbevoegdheden van een enquêtecommissie (zoals genoemd in de artikelen 155b, 155c en 155d Gemeentewet). De resultaten van dit onderzoek dienen als basis voor een gemotiveerd besluit van de raad.
Dit artikel regelt de samenstelling van de enquêtecommissie. In principe dient deze te bestaan uit een oneven aantal leden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn voor een afwijkende samenstelling. De raad dient te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de fracties.
Artikel 5: Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter
De enquêtecommissie kiest uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Dit artikel beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de voorzitter, waaronder het leiden van de vergaderingen, handhaving van de orde en het doen naleven van de verordening.
De griffier, of een aangewezen ambtenaar, ondersteunt zowel de voorbereidings- als de enquêtecommissie als commissiegriffier. Dit verzekert de ambtelijke bijstand zoals vereist door de Gemeentewet.
Artikel 7: (Ambtelijke) Bijstand
Dit artikel verduidelijkt dat de algemene verordening inzake ambtelijke bijstand op grond van artikel 33, derde lid Gemeentewet, niet van toepassing is op de enquêtecommissie. De enquêtecommissie kan zelf besluiten derden in te schakelen voor specifieke opdrachten ter ondersteuning van haar taak.
De beraadslagingen van de enquêtecommissie vinden plaats achter gesloten deuren. De voorzitter nodigt de leden uit en vermeldt de relevante details van de bijeenkomst. Dit zorgt voor een veilige omgeving voor gevoelige discussies.
Artikel 9: Beëindiging van het lidmaatschap
Dit artikel regelt de procedure bij het beëindigen van het lidmaatschap van een lid van de enquêtecommissie gedurende het onderzoek. Het lid dient de voorzitter van de enquêtecommissie en vervolgens de gemeenteraad zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen.
Hoofdstuk 4 Onderzoeksbevoegdheden van de enquêtecommissie
Artikel 10: Uitoefenen bevoegdheden
Dit artikel preciseert de periode waarin de enquêtecommissie haar bevoegdheden mag uitoefenen: vanaf de dag van het raadsbesluit tot instelling, totdat de commissie wordt ontbonden. Tevens wordt benadrukt dat de bevoegdheden slechts worden uitgeoefend voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van haar taak, wat het proportionaliteitsbeginsel onderstreept.
De enquêtecommissie kan voorgesprekken voeren met personen die mogelijk als getuige of deskundige worden gehoord. Deze gesprekken zijn vrijwillig (niemand is verplicht mee te werken) , vinden besloten plaats en de leden van de enquêtecommissie zijn verplicht tot geheimhouding, tenzij anders overeengekomen. Van deze gesprekken kunnen geluidsregistraties en verslagen worden gemaakt.
Artikel 12: Vorderen van schriftelijke informatie
Voordat de enquêtecommissie overgaat tot het vorderen van schriftelijke informatie (op grond van artikel 155b Gemeentewet), dient zij eerst een verzoek te doen. Een vordering wordt schriftelijk en aangetekend verzonden. Dit artikel regelt tevens de procedure voor aangifte bij het Openbaar Ministerie op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht (ambtsdwang) indien niet aan de vordering wordt voldaan.
Artikel 13: Zitting en oproepen van getuigen en deskundigen voor verhoor
Dit artikel beschrijft de procedures rondom het oproepen van getuigen en deskundigen voor een hoorzitting. Er is een standaard oproeptermijn van twee weken, met mogelijkheden voor verkorting bij zwaarwegende redenen of instemming van de betrokkene. Net als bij het vorderen van informatie, regelt dit artikel ook de procedure voor aangifte bij het Openbaar Ministerie op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht als een getuige of deskundige niet aan de oproep voldoet.
De enquêtecommissie besluit voorafgaand aan de verhoren of getuigen en deskundigen onder ede of belofte worden gehoord. Dit artikel regelt de procedure voor aangifte op grond van artikel 207 Wetboek van Strafrecht (meineed) indien er een vermoeden bestaat dat een getuige na het afleggen van de eed niet de waarheid spreekt. De betrokkene krijgt hierbij de gelegenheid om alsnog de waarheid te spreken.
Artikel 15: Toehoorders en pers
Dit artikel regelt de toegang voor toehoorders en pers tot openbare zittingen. Het verbiedt verstoring van de orde en geeft de voorzitter de bevoegdheid storende toehoorders te verwijderen. In het belang van de persoonlijke levenssfeer van getuigen kan de enquêtecommissie besluiten tot het weren van toehoorders en pers bij verhoren.
Artikel 16: Geluid- en beeldregistraties
De enquêtecommissie bepaalt de wijze waarop verhoren openbaar worden gemaakt. Personen die geluid- en/of beeldregistraties willen maken tijdens een openbare zitting, moeten dit melden aan de voorzitter en zijn aan zijn aanwijzingen gebonden. Ook hier kan de enquêtecommissie in het belang van de persoonlijke levenssfeer van getuigen besluiten geen beeldregistraties toe te staan.
Artikel 17: Verslaglegging en archivering
Dit artikel regelt de wijze van verslaglegging, de vermelding van aanwezigen en de ondertekening van schriftelijke verslagen en besluitenlijsten door de voorzitter en de commissiegriffier. De mogelijkheid bestaat om verslagen ter verificatie aan getuigen voor te leggen. Van belang is de bepaling dat de enquêtecommissie zorgdraagt voor de archivering van het onderzoeksdossier conform de geldende voorschriften voor openbare en geheime stukken.
Artikel 18: Afronding onderzoek
Dit artikel beschrijft de afronding van het onderzoek. De enquêtecommissie legt haar bevindingen vast in een openbaar rapport dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Het college krijgt de gelegenheid het rapport te beoordelen op feitelijke juistheden, vertrouwelijkheid en gemeentebelangen vóór publicatie. Na presentatie van de bevindingen aan de raad wordt de enquêtecommissie van rechtswege ontbonden. De bescheiden van het onderzoek (waaronder vorderingen, registraties, verslagen en interne documenten) gaan over op de gemeenteraad. Tot slot doet de enquêtecommissie een voorstel aan de raad over het al dan niet opheffen van de geheimhouding en de termijn van geheimhouding op onderdelen van het onderzoeksdossier.
Artikel 19: Intrekken oude verordening
Dit artikel bepaalt dat de Verordening op het onderzoeksrecht van de raad van Gulpen-Wittem 2005 wordt ingetrokken.
Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.
Dit artikel geeft de formele citeertitel van de verordening: 'Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026'.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-68515.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.