Wijziging Verordening jeugdhulp Den Haag 2024

 

De raad van de gemeente Den Haag,

 

gezien het voorstel van het college van 16 december 2025,

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

 

besluit vast te stellen de volgende Verordening tot wijziging van de Verordening jeugdhulp Den Haag 2024:

 

 

Artikel I

De Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 wordt gewijzigd als volgt.

 

A Artikel 1.1 komt te luiden :

 

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

 

- andere voorziening:

voorziening anders dan bedoeld in artikel 1.2 van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen en die voorliggend is op individuele voorzieningen;

- bovengebruikelijke zorg:

hulp, begeleiding of verzorging die uitstijgt boven de gebruikelijke zorg;

- budgethouder:

degene aan wie op grond van de wet een pgb is toegekend;

- casusregie:

systematisch coördineren, toezicht houden, verbinden en evalueren van de hulpverlening aan jeugdigen of gezinnen met jeugdigen, waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn;

- cliëntondersteuning:

onafhankelijke ondersteuning van een jeugdige of zijn ouder(s) met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;

- college:

college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

- draagkracht:

het vermogen van ouder(s)/verzorger(s) of andere huisgenoten om de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden, ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Het betreft persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van de kinderen. Het betreft ook de normale, dagelijkse hulp die ouder(s) en/of andere huisgenoten vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden;

- draaglast:

de omvang van de belasting van ouder(s)/verzorgers door opvoedingstaken, persoonlijke omstandigheden of omgevingsfactoren;

- eigen kracht:

eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) eventueel met inzet van personen uit het sociaal netwerk;

- gebruikelijke zorg:

de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder(s) of andere verzorgers en opvoeders om te bieden aan hun kind, gelet op de leeftijd, ontwikkeling, gezondheid en zelfredzaamheid van het kind, en de draagkracht van het gezin;

- herzien:

planmatig verminderen of intensiveren;

- hulpvraag:

behoefte van een jeugdige of zijn ouder(s) aan jeugdhulp. Dit kan zijn in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen, verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperkingen en stoornissen, of problemen in de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en participatie als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;

- individuele voorziening:

op de jeugdige of zijn ouder(s) toegesneden niet vrij toegankelijke voorziening die door het college in natura of bij pgb wordt verstrekt;

- jeugdige:

jeugdige zoals bedoeld in artikel 1.1 van de wet;

- jeugdteam:

op decentraal niveau (wijk, stadsdeel of andere gebiedsafbakening) georganiseerd multidisciplinair team dat de hulpvraag van jeugdigen of hun ouder(s) behandelt;

- norm van verantwoorde werktoedeling:

De jeugdhulpaanbieder, gecertificeerde instellingen en het college werken conform de norm van verantwoorde werktoedeling zoals voortvloeit uit artikel 5.1.1 van het Besluit Jeugdwet. De norm van verantwoorde werktoedeling ziet erop toe dat taken worden toegewezen aan de juiste professional met de juiste kennis en vaardigheden;

- ouder(s):

ouder zoals omschreven in artikel 1.1 van de wet;

- 0verige voorziening:

jeugdhulpvoorziening op grond van de wet die toegankelijk is zonder verwijzing of beschikking van het college en die een oplossing kan bieden voor de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Deze voorziening is voorliggend op een individuele voorziening;

- pgb:

persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouder(s), dat hen in staat stelt de verstrekte jeugdhulp bij een derde in te kopen;

- verwijzer:

jeugdprofessional van het jeugdteam, de huisarts, de medisch specialist, de jeugdarts, de rechter, de gecertificeerde instelling, het Openbaar Ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts en de directeur van de Justitiële Jeugdinrichting;

- voorliggend:

de situatie waarin een overige en andere voorziening naar aard en inhoud passend is om de hulpvraag op te lossen. Voorliggende voorzieningen hebben voorrang op het inzetten van een individuele voorziening op grond van de wet;

- wet:

Jeugdwet.

 

B Artikel 1.2 komt te luiden:

 

Artikel 1.2 Reikwijdte verordening

De voorzieningen die worden geregeld in deze verordening zijn toegankelijk voor jeugdigen en hun ouders die conform de wet hun woonplaats in Den Haag hebben.

 

C Artikel 2.1 komt te luiden:

 

Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp

  • 1.

    De volgende overige voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar:

    • a.

      opvoedondersteuning (informatie en advies);

    • b.

      informatie en advies voor jeugdigen en ouders;

    • c.

      individuele trainingen, begeleiding of andere kortdurende interventies, al dan niet in groepsverband;

    • d.

      advies, informatie en trainingen over weerbaarheid en mentale gezondheid bij jeugdigen en het creëren van een stabiele opvoed- en opgroeisituatie;

    • e.

      trajectbegeleiding gericht op een soepele overgang naar volwassenheid of jong ouderschap;

    • f.

      schoolmaatschappelijk werk;

    • g.

      integrale vroeghulp;

    • h.

      casusregie; en

    • i.

      onderwijsjeugdhulparrangementen.

  • 2.

    De volgende individuele voorzieningen zijn beschikbaar:

    • a.

      generalistische basis jeugd-ggz en specialistische jeugd-ggz;

    • b.

      gezinsbegeleiding en individuele begeleiding;

    • c.

      ambulante opvoedondersteuning in de thuissituatie;

    • d.

      persoonlijke verzorging;

    • e.

      diagnostiek;

    • f.

      dagbehandeling en dagbesteding;

    • g.

      residentiële jeugdhulp woonvoorzieningen;

    • h.

      pleegzorg en gezinshuizen;

    • i.

      crisishulp;

    • j.

      hoog-specialistische jeugdhulp voor jeugdigen met zeer complexe hulpvragen, waaronder gesloten jeugdzorg (jeugdzorg plus);

    • k.

      specialistische buitenschoolse opvang;

    • l.

      vervoer van en naar een jeugdhulplocatie;

    • m.

      respijtzorg;

    • n.

      diagnostiek en behandeling van ernstige dyslexie.

  • 3.

    In aanvulling op het aanbod specialistische jeugdhulp draagt het college in bijzondere gevallen zorg voor de bekostiging van jeugdhulp die niet geboden wordt door aanbieders van specialistische jeugdhulp die door de gemeente Den Haag zijn gecontracteerd. Dit betreft:

    • a.

      jeugdhulp voor jeugdigen die buiten de gemeente Den Haag verblijven maar volgens het woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van het college vallen, en voor wie de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders geen passende hulp kunnen organiseren of hulp voldoende in de nabijheid van de jeugdigen geboden kan worden;

    • b.

      het landelijk transitiearrangement voor zeer weinig voorkomende zorgvragen die hoogwaardige, specialistische inzet. Deze jeugdhulp wordt geboden door jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie binnen de kaders van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten afgesloten landelijke raamcontracten;

    • c.

      jeugdhulp die de rechter heeft opgenomen als verplichting in het vonnis.

  • 4.

    Bij inzet van overige en individuele voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, geldt dat collectief aanbod in groepsverband (twee of meer deelnemers), indien passend, voorliggend is op individueel aanbod.

 

D In artikel 2.3, tweede lid, wordt ‘derde’ vervangen door: ‘vierde’.

 

E In artikel 3.1, eerste lid, onderdeel e, wordt ‘;’ vervangen door: ‘; en’.

 

F Artikel 3.3 wordt gewijzigd als volgt:

  • 1

    In onderdeel a, b en c van het eerste lid wordt ‘de norm voor verantwoorde werktoedeling’ vervangen door: ‘norm van verantwoorde werktoedeling’.

  • 2

    In het vierde lid, wordt ‘ouder’ vervangen door: ‘ouders(s) van de jeugdige’.

 

G Artikel 3.4 wordt gewijzigd als volgt:

  • 1

    Onderdeel c, komt te luiden: als de individuele voorziening niet onder de Jeugdwet valt, waaronder onderwijs en onderwijsvoorzieningen;

  • 2

    Onderdeel d komt te vervallen.

  • 3

    De onderdelen e tot en met k worden verletterd tot onderdelen d tot en met j.

 

H Artikel 3.5 komt te luiden:

 

Artikel 3.5 Hoogte pgb

  • 1.

    Het pgb tarief is nooit hoger dan wat de goedkoopste adequate voorziening in natura zou kosten van de geïndiceerde vorm van jeugdhulp, voor zover deze niet door het college is ingekocht en vergelijkbaar is.

  • 2.

    Het pgb tarief is gebaseerd op een uurtarief of gemiddeld resultaattarief waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het instellingstarief, het zelfstandige zonder personeel-tarief en het informeel tarief.

  • 3.

    De tarieven voor pgb zijn bepaald voor de volgende categorieën jeugdhulp:

    • a.

      individuele of gezinsbegeleiding;

    • b.

      persoonlijke verzorging;

    • c.

      dagbesteding;

    • d.

      begeleiding groep;

    • e.

      kortdurend verblijf;

    • f.

      vervoer.

  • 4.

    De formele pgb-tarieven voor jeugdhulp worden jaarlijks afgeleid van de Zorg in Natura tarieven, en gesteld op een percentage van 75% daarvan. Het formeel tarief betreft een pgb voor ondersteuning die wordt geboden door een professionele organisatie, een zelfstandige zonder personeel, of een professionele zorgverlener, niet zijnde iemand uit het sociale netwerk van de cliënt.

  • 5.

    In afwijking van het tweede lid kan een ander tarief worden toegekend op basis van het door de jeugdige of zijn ouders ingediende budgetplan in het geval dat passende en toereikende jeugdhulp alleen voor dat tarief kan worden ingekocht.

  • 6.

    Het informeel tarief voor jeugdhulp voor individuele voorzieningen is maximaal €20,00 per uur. Het informeel tarief betreft een pgb voor ondersteuning die wordt geboden door een natuurlijke persoon, hetzij familie, hetzij bloed- of aanverwanten van eerste of tweede graad, hetzij natuurlijke personen (bijvoorbeeld personen uit het eigen sociale netwerk) die geen professionele zorgverleners zijn en derhalve niet zijn ingeschreven in het Kwaliteitsregister Jeugd of in het BIG-register, dan wel de Kamer van Koophandel.

 

I Artikel 4.1 komt te luiden:

 

Artikel 4.1 Criteria jeugdwetvervoer

  • 1.

    Uitgangspunt is dat de jeugdige of zijn ouders zelf verantwoordelijk is of zijn voor het vervoer van de jeugdige naar de jeugdhulplocatie waarvoor de jeugdige een indicatie heeft voor een individuele voorziening.

  • 2.

    Indien de jeugdige vanwege een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet zelfstandig kan reizen, al dan niet met het openbaar vervoer, en de eigen kracht van zijn ouders ontoereikend is om zelf voor het vervoer te zorgen of te laten zorgen, kan een vervoersvoorziening worden verstrekt.

  • 3.

    Bij het beoordelen van de eigen kracht van de ouders worden de draagkracht en draaglast van de ouders en de mogelijkheden en bereidheid van iemand uit het sociaal netwerk om de jeugdige te vervoeren, meegewogen.

  • 4.

    Als aan de voorwaarden voor het jeugdhulpvervoer is voldaan, wordt beoordeeld welke vervoersvoorziening of combinatie van vervoersvoorzieningen het meest passend is. Hierbij geldt dat een voorziening voor groepsvervoer voorliggend is op een voorziening voor individueel vervoer.

  • 5.

    De noodzaak voor jeugdwetvervoer wordt opgenomen in het gezinsplan als bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid.

     

J Artikel 5.3 wordt gewijzigd als volgt:

  • 1

    In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘standaard; en’ vervangen door: ‘standaard, toepasselijke wet- en regelgeving en de norm van de verantwoorde werktoedeling; en’.

 

K Artikel 5.7 komt te luiden:

 

Artikel 5.7 Privacy

Het college waarborgt dat het jeugdteam en aanbieders van jeugdhulp de privacy van hun cliënten waarborgen en handelen volgens de wet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de professionele standaard en de voor hen geldende beroepscode en, indien van toepassing, de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst.

 

Artikel II

De bepalingen van de Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 blijven van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de Verordening tot wijziging van de Verordening jeugdhulp Den Haag 2024.

 

Artikel III

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026.

De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen

Naar boven